Michiel de Ruyter voer ooit van Delfzijl via Leeuwarden naar Harlingen

 

michieladriaenszderuiter-groot

Op vrijdag 23 maart 2007 heeft Koningin Beatrix het startsein voor het Michiel de Ruyterjaar gegeven. In de Sint Jacobskerk in De Ruyters’ geboortestad Vlissingen luidde zij zeven maal de scheepsbel van het schip ‘De Zeven Provinciën’ - het vlaggeschip van de admiraal - hetgeen volgens maritieme traditie de tijdsaanduiding van 15.30 uur inhoudt. Hiermee was het Michiel de Ruyterjaar 2007 officieel geopend.

De Zeeuwse bierdragerszoon Michiel Adriaenszoon de Ruyter (1607-1676) verwierf tijdens de Tweede Engelse Oorlog (1665-1667) eeuwige roem, toen hij als vergelding voor het platbranden van West-Terschelling (1666) de Britten vernederde door in 1667 de rivier de Medway op te varen en in Chatham een groot deel van haar vloot aan gort te schieten. Hierbij liet overigens ook het friese vloot-eskader onder bevelhebberschap van Hans Willem Baron van Aylva als opvolger van de gesneuvelde luitenant-admiraal Tjerk Hiddes de Vries zich niet onbetuigd.

Als klapstuk werd het pompeuze vlaggeschip de "Royal Charles" ten aanschouwen van de verbijsterde Britten als oorlogsbuit mee terug naar Nederland genomen.

Het verbranden van de Engelse vloot voor Chatham, 20 juni 1667. Schilderij Peter van de Velde. Collectie Rijksmuseum.
Het verbranden van de Engelse vloot voor Chatham, 20 juni 1667. Schilderij Peter van de Velde. Collectie Rijksmuseum.

Het feit dat de De Ruijterweg als belangrijke ontsluitingsweg voor de Zeeheldenbuurt in 1927 naar de vermaarde vlootvoogd is vernoemd mag als algemeen bekend worden verondersteld. Dat echter de legendarische zeeheld ooit langs de Oldehove is gevaren, zal bij veel minder stad- en provinciegenoten bekend zijn. Tijdens dezelfde oorlog - in augustus 1665 - zeilde De Ruyter na een lange zeereis door de westafrikaanse en caribische wateren met een rijke oorlogsbuit de Eems op en ging op 6 augustus van dat jaar op de rede van Delfzijl voor anker.

Op 11 augustus werd De Ruyter door de Staten van Holland benoemd tot opperbevelhebber van ’s lands vloot in de rang van luitenant-admiraal van Holland en West-Friesland als opvolger van admiraal Jacob van Wassenaer van Obdam die was gesneuveld.

Gelijktijdig met deze benoeming ontving De Ruyter van Raadspensionaris Johan de Witt het dringende verzoek om zich zo spoedig mogelijk naar de rede van Texel te begeven, alwaar ’s Lands vloot al weer gereed lag om het ruime sop te kiezen. De 17de-eeuwse biograaf van Michiel de Ruyter - Gerard Brandt - vermeldt in 1687 in het befaamde "Het Leven en Bedryf van den Heere Michiel de Ruyter, etc." het volgende over de De Ruyters’ kortstondige kennismaking met Leeuwarden:

"Hy nam zyne reis (op 14 augustus 1665) , met twee trekschuiten, op Groeningen, en van daar, over dagh en nacht, op Dokkum, voorts op Leeuwaarden, Franiker en Harlingen, daar hy den vyftienden der maandt naa den middagh aanquam. In al die steeden werdt hy met grooten toeloop, en vroolyk gejuigh des volks, ontfangen, en van de Wethouders, voor zoo veel zyn haast in ’t reizen toeliet, verwellekomt en onthaalt. Tegens den avondt ging hij te Harlingen, onder ’t losbranden van ’t geschut, met een wydtschip t’zeil, en stelde zyn koers naar Texel."

Gezicht op de Hoeksterpoort vanaf de omloop van korenmolen 'Het Lam" op de Hoeksterpoortsdwinger, 1812. Schilderij van Ignaz Melling. Collectie Fries Museum.
Gezicht op de Hoeksterpoort vanaf de omloop van korenmolen 'Het Lam" op de Hoeksterpoortsdwinger, 1812.
Schilderij van Ignaz Melling. Collectie Fries Museum.

Dat het Leeuwarder bolwerk bij het Hoeksterend en de route door de stad, waarlangs admiraal De Ruyter met zijn gevolg zich per koets richting het Schavernek begaf om  over te stappen op het Harlinger beurtveer, op de vroege ochtend van 15 augustus reeds bij het ochtendgloren zwart moeten hebben gezien van de mensen laat zich raden.

625-schavernek-martin-1858
Gezicht op het Groot - en Klein Schavernek, in 1858 gezien vanaf de Nieuwestad. Tekening van Albert Martin.


Mogelijk heeft een delegatie van het stadsbestuur nog kans gezien om de legendarische vlootvoogd bij het Stads Verlaat - alwaar de trekschuiten moesten worden geschut - in de Stadsherberg op een voedzaam ontbijt te fêteren, doch de resolutieboeken van de magistraat maken op geen enkele wijze melding van de spraakmakende doorvaart. Het Verlaat met Stadsherberg is rond 1726 afgebeeld op een tekening van H. Tavenier. Sedert 1600 was het Verlaat hier de schutsluis van Oostergo, die toen nog geheel van hout was en waarover een draaiende voetbrug lag. In 1727 werd dit door muurwerk en een hoge brug vervangen. Alles is in 1859 afgebroken en door een draaibrug over de Harlingervaart vervangen. Als er in Leeuwarden al een punt mag zijn geweest alwaar admiraal De Ruyter het noodzakelijke oponthoud met het aangename heeft moeten verenigen, dan zal het hier zijn geweest.

625-verlaat-WBDT143
Gezicht vanaf het water op het Verlaat met Stadsherberg. Links de Westersingel. Anoniem schilderij uit 1847.

Collectie Fries Museum.

De verlaatsman echter zal de dag van z’n leven hebben gehad en het verhaal keer op keer in kleuren en geuren aan z’n kinderen en/of kleinkinderen hebben verteld.

Meer informatie over Michiel Adriaensz. de Ruyter

Meer informatie over de Tweede Engelse oorlog (1665-1667)

Terug