Bart Vossenberg (1930)

Interview door: Anika Roorda (13 jaar), leerling Piter Jelles Aldlân


Introductie

Meneer Vossenberg heet van  voornaam Bart. Hij is geboren in 1930. Zijn vader had een winkel in verf en behang. Deze heeft hij later overgenomen.


Thuissituatie/jeugd

Had u ook broertjes of zusjes?
Ik had drie zusjes en twee broers, dus we waren met z’n zessen plus mijn vader en moeder was acht. Dus we zaten altijd met zijn achten om de tafel.  

Wat deden uw ouders voor de kost?
We hadden een zaak op de Nieuwestad waar we verf verkochten.  

Had u ook veel vrienden?
Van school had je automatisch wel vrienden, maar in de oorlog was er natuurlijk helemaal niets! Maar later natuurlijk wel. Toen vroegen ze mij om bij de kegelclub te komen, en als je daar voor werd gevraagd dan was dat een eer. En daar ben ik 50 jaar lid van geweest en daar ben ik nog wel lid van. En dat was een echte vriendengroep natuurlijk. 

Heeft u ook nog leuke herinneringen aan vroeger?
Toen mijn oudste zus vroeger met mij in de kinderwagen door de stad paradeerde, dachten ze dat ik een meisje was. Dat kwam doordat ik blonde krullen had.Ik leefde in de oorlog dus het was helemaal niet zo leuk, we spraken dan ook helemaal niet zo vaak af met elkaar. Het ging er vooral om dat we met z’n allen wat te eten hadden. En op een gegeven moment was er geen gas meer, dus dan moesten we koken op zo’n klein dingetje, met houtjes werd dat aangestoken. 

Moest u ook dingen voor het huishouden doen?
Elke dag fietste ik naar de boerderij van Jelle Bonnema Hoekstra, om melk te halen. Dat waren vrienden van mijn broers.   


School

Op welke school zat u?
Ik ben begonnen bij de Zusters in de Grote Kerkstraat; bij Zuster Jacobina. We waren katholiek dus we kwamen automatisch daar terecht. Later op de lagere school zat ik op de Vitusschool in de Speelmanstraat. Mijn vader britste met de directeur en zei: Ik heb een zoon die komt straks van de lagere school. En toen zei de directeur: Oh laat die maar bij mij. Ik had natuurlijk niks te vertellen, dus toen kwam ik op school 4 terecht dat is op de Wissedwinger op de mavo. En toen kwam ik thuis, toen ik zeventien was van school, en toen had mijn vader de manager van C&A gesproken en zei: daar kun je maandag beginnen. Wij hadden een verfzaak en daar kreeg je een vieze broek van, en nu mocht ik een keurig pak aan.

Had u een bepaald vak wat u graag deed?
Ja, wiskunde! Dat vond ik leuk.

Had u weleens uitjes op school?
Nou het was allemaal in de oorlog he, er gebeurd niets. Kijk, op een gegeven moment begon de Februari staking, iedereen staakte, en toen hebben we dus als leerlingen gestaakt. Op de lagere school gingen we naar Appelscha. 

Wat heeft u daarna gedaan?
En toen ben ik twee, drie jaar in opleiding geweest, in dienst bij de luchtmacht in Breda. Ik ben officier geworden en toen vroegen ze: wil je beroeps worden. Nou, en toen zei ik: nou dat moet maar niet. En toen ben ik weer naar C&A gegaan. En toen zei mijn vader: nou, blijf je bij C&A of kom je aan de overkant bij ons? En toen dacht ik , ja hier word ik nooit baas dus toen ben ik overgestapt.  


Vrije tijd

Wat deed u in uw vrije tijd?
Nou, eigenlijk had ik niet zoveel vrije tijd. Er moest gewerkt worden, we werkten 50 uren per week. We begonnen maandag om 8 uur tot 6 uur. En vakanties, een halve week was al veel. Ik meende altijd dat ik erbij moest zijn.  Had u ook hobby’s of sporten?Ik deed aan kegelsport en toen ik tussen de 20 en 25 jaar was heb ik gehockeyd. Ik was lid van de katholieke hockeyclub. 

Luisterde u ook naar muziek?
Ik luisterde veel naar de radio, want televisie was er natuurlijk nog niet. En dan moesten we altijd stil wezen van mijn vader, want dan zat mijn vader naar de radio te luisteren. 

Had u ook huisdieren?
Nee dat kon natuurlijk niet hé! Ja een vis hadden we in een vissenkom en we hadden een kanariepiet maar die was zomaar weg. 

Had u ook favoriete winkels?
In de oorlog was er eigenlijk niks he! Bijvoorbeeld de Hema was vroeger Gerson, dat was een joodse firma met duurdere vrouwenkleding. Zo kun je nog tientallen joodse firma’s noemen.

Wat voor kleren droeg u vroeger?
Gewoon, een jas en een strik en een broek en schoenen.


Werk

Wat voor werk deed u?
We hadden een verfzaak, maar toen er geen auto’s meer mochten komen op de Nieuwstad kwamen er dus veel minder klanten. Ze zetten hun auto’s in de parkeergarage het Zaailand, en dan liepen de medewerkers van de zaak mee met de zware verfspullen. Toen moesten we dus verhuizen met de winkel, naar het Europaplein. Daar waren twee winkels, een groenteboer en een supermarkt, en daar hadden we één winkel van gemaakt. Daar verkopen we nu nog steeds verf.  

Wat vond u van uw werk?
Geweldig, ik ben altijd fluitend naar mijn werk gegaan.


Conclusie

Ik vond het interviewen vet leuk. Het was in het begin wel wat spannend. Meneer Vossenberg was super aardig. Meneer Vossenberg deed veel meer in het huishouden dan wij. En speelde veel meer buiten en wij zitten achter onze laptop en tv.


Terug naar overzicht interviews