Straatnaamgeving Blitsaerd

 

Voor de naamgeving in deze wijk is binnen de adviescommissie naamgeving in 2001 lang geworsteld met het thema Elfstedentocht, vooral t.a.v. de straatnamen. Uiteindelijk is toch in overleg met de projectontwikkelaar de keuze gevallen op het thema Historisch gebiedsgebonden namen uit de periode 1500-1600.


Blitsaerd

Blitsaerd was oorspronkelijk een terp, gelegen op het tweede perceel links van de Lekkumerwei. Later werd het buurschap Blitsaerd aangeduid als het gebied tussen de grenssloot (ook wel ‘meer’ genoemd), de Bonke en de huidige Miedwei. De term ‘blits’ heeft te maken met ‘blik’ en ‘blinkend’.
In de winter lag dit gebied onder water. In de loop van mei kwam het gebied droog te liggen en rees het als het ware glanzend uit het landschap omhoog. De beroemdste stier uit Friesland is ‘Blitsaerd Keimpe’. Uit de historische notitie van drs. M. Schroor is een keuze gemaakt door zowel de adviescommissie naamgeving als de projectgroep ‘Tusken Moark en Ie’ i.s.m. de ‘Wind groep’.

Aan de straten in Blitsaerd zijn de volgende namen toegekend:

  1. Tolhûswei
  2. Hemma Oddastrjitte
  3. Auck Petersstrjitte
  4. Jacob van Wieringenstrjitte
  5. Sint Ceciliënmear
  6. De Liespôle
  7. It Sinderlân
  8. Susternemear
  9. Fikarijhôf
  10. Sudermieden
  11. Blitsaerderleane

Bestaande straatnamen:

  1. Kealledykje
  2. Miedwei

Verklaring:

(door drs. M. Schroor)
 

Algemeen:

De klei en klei-op-veengebieden ten oosten van de stad Leeuwarden zijn vanaf circa 800 in cultuur genomen vanaf de terpen op de hooggelegen kwelderwal. We moeten daarbij in eerste instantie denken aan de zogeheten stadsterpen: Oldehove, Nijehove, Minnematerp, maar ook aan de ten noorden en zuiden daarvan en gedeeltelijk ten oosten gelegen terpen.
Deze kunstmatige woonheuvels werden aanvankelijk als regel bewoond door enkele boerengezinnen met hun bedrijven. Vanuit de terpen is het achterland op een regelmatige opstrekkende wijze verkaveld. De hoofdstructuurlijnen van deze verkaveling worden gevormd door de zogeheten ‘maren’ of ‘meren’ (oudfries voor grenssloten) en niet verwarren met het Nederlandse woord ‘meer’, dat in het Fries ‘mar’ luidt.
Ten noorden van het Vliet en zijn verlengde de Kurkemeer - overigens ook zo’n ‘meer’ die de grens vormde tussen de Huizumer Hemrik in het zuiden en de terpbuurschap Wilaard in het noorden - lagen van noord naar zuid de terpen Wilaard, Cambuur (waarop de latere in 1810 gesloopte Camminghaburg nabij de huidige Camminghastraat), Harmswerd (later Heech- of Hoogterp genoemd, ter plaatse van de huidige garage van Engelsma en Wijnia), Blitsaerd, Lekkum en Miedum. De beide laatstgenoemde terpen groeiden uit tot volwaardige dorpen, de overige terpen werden uiteindelijk door een zich expanderend Leeuwarden opgeslokt. De tot de terpbuurschappen behorende landerijen werden doorgaans met de uitgang -hemrik of -land aangeduid, dus bv. Wilaarderhemrik of Wilaarderland. De Bonke vormde de grenssloot tussen de Harmswerderhemrik(het huidige Camminghaburen-Noord en de Vrijheidswijk) en Blitsaerderhemrik. Gezien hun uitgangen op -werd is de veronderstelling gerechtvaardigd dat het hier terpnamen betreft, waarvan de oorsprong tenminste tot circa 800 na Chr. is terug te voeren.


Per straat:

Tolhûswei - De toegangsweg van deze wijk verwijst naar het vroegere tolhuis aan de Groningerstraatweg. In 1531 werd door het stadsbestuur van Leeuwarden de Zwarteweg aangelegd, de voorloper van de Groningerstraatweg. De stad kreeg het recht tol te heffen, vandaar het tolhuis.

Hemma Odda / Auck Peters / Jacob van Wieringen - Eigenaren uit de historie van de betreffende gronden in deze wijk.

Hemma Oddastrjitte -Hemma Oddazinof Oddazoon was stadssecretaris van Leeuwarden omstreeks 1500. De door hem gelegateerde roerende en onroerende goederen maakten de stichting van het Witte Nonnen of Dominicanessen-klooster omstreeks 1522 mogelijk. Hij bezat o.a. landerijen in de buurt van het latere tolhuis.

Auck Petersstrjitte -Deze, uit de bekende Leeuwarder patriciërsfamilie der Auckema’s afkomstige, vrouw is de stichteres van het Old Burger Weeshuis in 1533 te Leeuwarden. Zij verkocht haar bezittingen in 1509 aan Hemma Oddazin.

Jacob van Wieringenstrjitte -Jacob Jansen van Wieringen, stamvader van de belangrijke familie Buygers waarvan de leden verschillende bestuursfuncties bekleedden, was in de jaren 1523-1525 burgemeester van Leeuwarden. Naar de familie Buygers is de terp van Tabebuorren ten oosten van Lekkum genoemd.
Zijn nageslacht was bezitter van twee boerderijen, één op de terp van Buygers (floreennummer 7) en één aan het begin van de Blitsaarderleane, de huidige Miedwei (floreennummer 5). De laatste ’pleats’ had zijn landerijen precies in deze stadsuitbreiding.

Sint Ceciliënmear -Mear= afscheidingssloot. Sint Ceciliënmear is de oude naam voor de Bonke. De naam is afgeleid van de patronesse van de kerk van Lekkum, de heilige Cecilia. In Friesland was voorts alleen de kerk van Oosternijkerk aan deze heilige gewijd.

De Liespôle -Naam van een poldertje van 7 pondemaat dat op de Bonke afwaterde.

It Sinderlân -Dit stuk land lag onmiddellijk ten noordoosten van het Oud Tolhuis. Het wordt in 1481 en volgende jaren vermeld als Zinderland en kwam in 1508 in handen van het Heilig Sacramentsgilde(de beheerder van het Sint Jacobsgasthuis). Via deze instelling, die in 1531-1533 opging in het Sint Anthony Gasthuis, in handen van de laatstgenoemde instelling.

Susternemear -Mear= afscheidingssloot. Evenals Sint Ceciliënmear is dit een oude benaming van de Bonke. Vroeger werd dit ook wel aangeduid als Blitsaerdermeer. Susternemear is afgeleid van de Grauwe Bagijnen (zusters van de derde regel van Sint Franciscus) wier kloosterkerk de latere Westerkerk en thans Theater Romein is. De nonnen hadden hier ten noorden van het Tolhuis landerijen.

Fikarijhôf- Verwijst naar de hulppriester uit het katholieke verleden van Lekkum. Het stuk land diende in de pre-reformatische tijd(dus voor 1580) tot het onderhoud van de vicaris van de kerk van Lekkum. Het lag in het oosten van dit gebied, in de nabijheid van de Murk.

Sudermieden -Achttiende-eeuwse aanduiding voor de landerijen ten zuidoosten van het uiteinde van de Miedwei. Deze landen lagen in het zuiden van het Lekkumer dorpsgebied.

Blitsaerderleane -Doorgaande weg door de wijk Blitsaerd. Al het land maakte deel uit van de op deze terp gelegen buurschap. (let wel zonder t) De afgegraven terp bevond zich ter plaatse van het tweede perceel links na het passeren van de brug over de Bonke, in de Lekkumerweg richting Lekkum. Het gehele land vanaf Snakkerburen tot aan de Murk/Ouddeel werd als Blitsaerderhemrik aangeduid. De straatnaam Blitsaerderwei kwam voor het eerst voor in 1490. Het is de oude benaming voor de huidige Miedwei.

Terug