Mevrouw Huizenga - Kuhlmann (1928)


Interview door: Mazarine van der Galiën (13 jaar), leerling Piter Jelles Aldlân


Introductie

Mevrouw Huizenga-Kuhlmann is geboren te Leeuwarden op 15 februari 1928. Zij had 4 zussen en 2 broers. Haar vader werkte als manifacturier in Leeuwarden, haar moeder was huisvrouw. Het gezin woonde aan de Molenstraat 17. Ze ging naar de lagere school 'Elisabethschool'.


School

Werd u veel gepest op school?
Nee, nee dat kenden wij niet nee. Je ging netjes naar school, wij liepen altijd met een groep van 6/7 meisjes en dan liepen wij naar de school toe. Het was een meisjes school.

Wat deed u vaak na school?
Spelen. Eerst moesten we huiswerk maken en dan gingen we spelen, maar toen kon je nog echt in de straat spelen. Elke avond, en als het dan winter was moesten we wel op tijd binnen zijn want als het donker was moesten we naar binnen toe. Je kon vanuit de Molenstraat in een steeg naar een andere straat en dan een blokje om en dan kwam je weer in de Molenstraat.

Had u veel vriendinnen of vrienden in uw jeugd?
Ja heel veel.

Kent u nog een paar of dat niet?
Ja heel veel, bijna de hele klas nog wel. Maar mijn vaste vriendin was Greet Lammers, die woonde in de Bildtsestraat dan ging ik wandelend door de Marssumerstraat naar de Bildtsestraat lopende, want je had geen fiets en je had geen step nog en dan speelden wij daar. Dan hadden we een hele grote zandbak daar en alle mensen in de omgeving speelden mee in die zandbak. En van de school hadden we heel veel vriendinnen en we gingen lopend naar school.

En was dat ver lopen?
Ja en dan liepen we over de Vrouwenpoortsbrug en dan links af naar het Oldehoofster Kerkplein, de Grote Kerkstraat en toen naar de Elisabethschool.


Familie

Wie zijn uw ouders?
Mijn moeder heette Petronella Kuhlmann-Jongma en ze werd Pietje genoemd, Kuhlmann is de naam van mijn vader en zij heette Jongma. Mijn vader heette Sybrandes Ferdinandes Kuhlmann.

Wat voor werk deed uw vader?
Mijn vader was manifacturier.

Wat deed hij dan precies?
Hij ging met de fiets met koffers en een koffer voorop, zo het platteland af. En dan had een manifacturier stoffen, baaien hemden en baaien broeken,  want ze hadden daar warme kleren nodig, en stoffen waar de dames dan jurken van naaiden en ook voor de kinderen.

Had u ook broertjes en/of zusjes?
Ja we hadden 4 meisjes en 2 jongens, we waren met zijn zessen.

Speelde het geloof een rol in uw gezin?
Ja wij waren katholiek opgevoed. Meestal waarin je geboren werd daarin  groeide je ook op, mijn ouders waren  ook katholiek, wij zijn katholiek en de kinderen zijn ook katholiek opgevoed.

Heeft u nog familie?
Ik heb nog 1 zusje en die woont nu in het ouderlijke huis.

Heeft u ook kinderen?
Zelf hebben wij 5 kinderen.

Kreeg u vroeger ook zakgeld?
Nee dat kregen wij niet.

Kregen uw kinderen zakgeld?
Ja, die kregen wel zakgeld.


Spelen

Waar speelde u vooral?
Wij speelden vroeger altijd op straat, de hele straat deed dan mee, dan deden we verstoppertje, omkijkertje en lampje verwisselen.

En wat deed u in het weekend?
Dan  wandelden wij veel en we gingen naar een hele oude tante, die zat in het Sint Joseph pension, en die kreeg daar ook eten en drinken en dan bewaarde ze voor ons het puddinkje. Dan kregen we elke zondagmiddag het puddinkje, dat was vaste traditie. We gingen wandelend naar haar toe

Was dat ver weg?
Ja dat was ongeveer 20 minuten of een half uurtje lopen.


Oorlog

Heeft u de oorlog ook meegemaakt?
Ja helemaal.

Vond u dat ook eng?
Ja dat was niet prettig natuurlijk hè. Mijn vader en moeder waren ook heel erg bang en angstig. We moesten al het koper geven aan de moffen, fietsen moesten we inleveren. En mijn vader was heel goed en die wou geen trammelant hebben  en die leverde alles in, en mijn 2 broers moesten onderduiken. Één moest eerst werken in Krefeld in Duitsland  en de andere in Graz in Oostenrijk. Dat moest van de Duitsers en dan waren ze  nog maar 17, 18 jaar. Dat moest wel want anders was het niet best.

Heeft u nog nare ervaringen meegemaakt in uw jeugd?
Nee eigenlijk niet, nou ja die oorlogsjaren dat was heel erg.

Hebben jullie thuis ook onderduikers gehad?
Nee maar mijn eigen broers hebben wel ondergedoken gezeten.


Werk

Wat voor werk deed u vroeger?
Ik was verpleegster in het Bonifatius hospitaal. In onze jaren, als we gingen trouwen, mochten we niet langer doorwerken. Dus toen was het afgelopen met werken, maar ik kreeg gauw 2 kinderen dus ik had mijn taak wel weer in het gezin, en later toen de kinderen groter werden heb ik niets anders gedaan als vrijwilligerswerk.

Hoelang heeft u ongeveer gewerkt?
Toen ik 18 jaar was had ik de vooropleiding van de verpleging. En ik heb 3 jaar gewerkt in het Bonifatius hospitaal. En toen trouwde ik, en toen was het afgelopen met het werken.


vrije tijd

Zat u ook op muziekles of sportles?
Ik zat wel op gymnastiek maar niet op muziekles, nee eigenlijk was niemand in ons gezin muzikaal, ja mijn ene broer die kon een beetje trommelen maar dat was het dan ook.

Gingen jullie wel eens op vakantie?
Wij gingen haast nooit op vakantie en al als we gingen was het het  Tytsjerkster bos. Op de fiets of lopende of met de bus en  één keer zijn we geweest naar een neef en een nicht van ons in Groningen en bij die ouders mochten we dan logeren, die hadden een bakkerij en dat vonden wij heel leuk.

Wanneer heeft u uw eerste auto gekocht?
Nou wij hadden altijd een auto van de zaak, het was een Volkswagen, en daar gingen we wel eens met de kinderen naar Makkum, naar het strand.


Mode

Was de klederdracht vroeger heel anders?
Nee, nou ja ze dragen nu veel meer broeken, kinderen droegen vroeger meer jurkjes en rokjes.

Vind u de kleren van nu leuker of niet?
Nou ik heb een hekel aan spijkerbroeken, ik draag zelf ook nooit een broek hoor. Mijn kinderen en kleinkinderen dragen ook alleen maar broeken. Een jurkje vinden ze nu maar truttig.

Terug naar overzicht interviews