Mevrouw van der Zee


Interview door: Vera Procé (14 jaar), leerling Piter Jelles Aldlân

Introductie

Dit gaat over mevrouw van der Zee. Zij is geboren op 7 juli 1924 en is dus nu inmiddels 88 jaar oud. Ze had niet verteld waar ze precies gewoond had.


Over zichzelf

Wilt u zichzelf nog een keer voorstellen?
Ik ben mevrouw van der Zee.

Wanneer bent u geboren?
Ik ben geboren in 1924 in Geleen, ik ben daar opgegroeid tot mijn vierde. Mijn moeder miste Friesland om het zo te zeggen, dus zijn we naar Friesland verhuisd en zijn we in Leeuwarden komen wonen.


Over de ouders

Wilt u wat vertellen over uw ouders?
Mijn vader is overleden toen ik 11 jaar oud was en omdat ik nog zoveel jongere broers en zussen onder mij had, moest mijn moeder ons alleen opvoeden. Maar mijn jongste broertje heeft een Down syndroom dus die kreeg wat meer aandacht dan de anderen.

Wat deed uw vader voor werk?
Mijn vader werkte in het kantoor bij een gasfabriek in Leeuwarden aan de Groningerstraatweg, maar die bestaat al niet meer.


Over haar broers/zussen

Had u ook nog broer(s) en/of zus(sen)?
Ja, mijn ouders hebben 13 kinderen, we hadden 7 meisjes thuis en 6 jongens, ik was precies de middelste. Dus dat was een heel huishouden voor mijn moeder.


Over school

Waar ging u naar school?
Ik ging naar de basisschool, die hadden geen namen maar nummers en volgens mij was het nummer 18 waar wij heen gingen. Het was achter de Harmonie. Wij mochten daar pas heen als wij konden breien en als we zindelijk waren. We wouden zo graag naar de basisschool, dus we deden goed ons best. En ook omdat ik de middelste in het gezin was, kon ik mijn oudere broers en zussen ook naar de basisschool zien gaan, dus ik wou ook heel erg graag er naar toe.

En hoe kwamen jullie daar dan?
We moesten altijd over steken met het pontje, en als we 5 cent gaven, mochten we een hele week met het pontje heen en weer, alleen de meiden en een broer mocht dan mee.

Wat deed u op school?
We leerden het alfabet met 'aap, noot, mies' en dan moesten we bijvoorbeeld het woordje 'jaap' spellen, ik wist dus dat 'aap' in het woordje 'jaap' zat, en ik wist dat in het woordje 'jet' een 'j' zat, dus dan wist ik precies hoe ik 'jaap' moest spellen. En ook hadden we een makkelijk ezelsbrugje voor de maanden van het jaar:    ‘30 dagen hebben; April, Juni, September en November. 30 en 1 hebben; Januari, Maart, Mei, Juli, Augustus, Oktober en December, maar Februari heeft 28 of 29 alleen' en dat moesten we dan opdreunen voor de klas.

En was u ook populair op school?
Populair, ik? Nee, ik was gewoon een normaal meisje die graag naar school wou gaan. Ik had gewoon vriendinnen en verder was ik niet speciaal.

Op wat voor school heeft u gezeten na de lagere school?
Wij waren een arm gezin dus mijn moeder kon na de zesde klas op de basisschool niet verder betalen voor een andere hogere school.


Over haar hobby's

Deed u ook wat na schooltijd?
Na schooltijd kregen we thuis altijd een boterhammetje en een kopje melk, verder kregen we niet zoveel, maar als wij bijvoorbeeld op school een snoepje kregen, moesten we die allemaal meenemen naar huis en die deden we dan in een pot, anders was het zielig als ik wel een lollie had bijvoorbeeld en dan de andere kinderen niet. Mijn oudere broers gingen dan naar de boer en gingen hem dan helpen, ze namen dan een emmer mee naar de boer en als ze klaar waren met helpen, hadden hun een grote emmer melk verdiend. Zo kregen wij dus melk. 

Zat u ook op een sport?
Ik zat op gymnastiek, dat was in dezelfde gymnastiekzaal als waar ik op school zat, de jongens zaten op voetbal.

Speelde u ook een instrument?
Ja, ik speelde klarinet en we hadden ook een orgel thuis, daar speelden mijn broers dan op, dat was heel leuk om te horen.


Over de vakantie

Ging u vroeger vaak op vakantie?
Nee, dat kon bijna niet met ons grote gezin, we gingen wel soms eens bijvoorbeeld even weg, want bij het Vliet in de winter kon je dan schaatsen en dan gingen we schaatsen. Toen was daar nog water.


Over haar werk

Waar heeft u gewerkt?
Ik was naaister geworden net als mijn moeder. Ik maakte dan jurkjes voor bijvoorbeeld de kerk, die verkocht ik dan of die verhuurde ik aan hun. Voor bijvoorbeeld het dopen van de kinderen daar. Ook maak ik zoals jullie net zagen dingen met breien, en dan ga ik naar de markt en dan haal ik poppen voor 5 euro en dan heb ik ongeveer 3 poppen en dan brei ik een broekje voor ze, en dan doe ik ze in de bak, en dan later zie ik wel wat ik nog meer voor de poppen maak.

Terug naar overzicht interviews