De dagboeken van Doeke Wijgers Hellema (1766-1856)

 

Blz. 1

1853

De aanvang dezer jaars was, evenals alle ander jaren, met Nieuwjaarsloopers om giften aan de huizen te bedelen. Een menigte kinderen kwamen bij troepen met haast ons bezoeken, om spoedig bij den buurman te geraken en alzoo van huis tot huis nieuwjaarsgiften te ontvangen.

In vele plaatsen van ons gewest is deze bedelarij opgeheven, alwaar zich commissien vormden om een vrijwillige inzameling te doen, nagenoeg ten bedrage der afgebedelde nieuwjaarsgiften, om aan de noodlijdenden uit te reiken en aan de kinderen eenige snuisterijen te doen genieten, ten einde zoodanige gaven tot betere eindens te besteden als die bevorens gebruikt werden; wij denken dat dit gebruik wel algemeen zal ingevoerd worden.

De godsdienst heb ik niet bijgewoond, ik ben altoos te huis, en zorg tegen het reizen, waarom de jaarlijksche afrekening onzer kerkvoogdij niet bijwoonde schoon ik gaarn de belangen dezer administratie mede zoude willen bevorderen.


Blz. 2

17 Januarij, in de vorige maand even voor Kerstijd had men een vorstige nacht, maar sedert en bevorens tot op heden altoos regenachtig en vogtig. In de vorige week in de nacht van Dingsdag tot Woensdag ontstond er een ontzettend onweder van donder en bliksem. Op eenige plaatsen is het onweder ingeslagen zonder brand te veroorzaken, op het Vliet is een nieuw zoo even ingebragte molen weder van boven tot beneden, en andere voorwerpen aldaar tot splinters verbrijzeld en elders in huizen en schuuren, van brand heb ik niet gehoord.

Ons vee was gedurende het onweder zeer ontroerd, maar met het opsteken van licht en toedienen van hooi, werd het eindelijk weder bedaard.

In een der laatste weeken, was het getal longzieke afgemaakte runderen over geheel Friesland 16 a 17; maar is thans volgens de laatste aankondiging tot 102 geklommen.

Te Wirdum zijn op heden twee nieuwe gevallen dier ziekte bij Sjoerd M[...] en F. Bloemhof geopenbaard, behalven bij de oude Hooghiemstra, K. Pel en Aize Renema opgemaakt allen onder Wirdum.


Blz. 3

Het vee is zeer duur, runderen schapen en varkens worden bij het openen weder weekelijks per stoomboot naar Londen gevoerd.

De prijs der boter is opvolgende 40 Gld. min en meer. De granen zijn in eenen goeden prijs, het vlas is duur en word steeds uitgevoerd.

Onze dogter IJtje heeft veel aan de ongesteldheid der borsten geleden, dientengevolge hebben zij nog geen kraamvisite gehouden, de jonggeborene zoon Tjisse groeit goed, en is noch niet gedoopt, het een en ander zal eerstdaags plaats hebben, omdat IJtje thans aan de beterhand is.

Gisteren Zondag is afgekondigd dat de diakens in de gemeente een collecte zullen doen wijl er een aanmerkelijk bij de diakonierekening bestond van 364 Gld.

Nieuwjaar is mijn behuwdzoon Bokke, IJtje echtgenoot diaken geworden, in de gemeente te Goutum; ten zelfden tijd is mijn behuwdzoon Hotze echtgenoot van Akke te Tjalhuizen in de gemeente van IJsbrechtum ouderling geworden.


Blz. 4

Den 15 Febr. Sedert een paar dagen is het begonnen te vriezen, na alvorens gesneeuwd te hebben, thans schijnt het weder veranderlijk. 

Men rijdt op schaatsen waar men wezen wil, zelf de Sneekervaart, want de scheepvaart is overal gestremd; de eerste nacht der vorst was van den 12 tot 13 dezer. Het heeft toen wel anderhalf duim gevroren; niemand dachte meer om den winter, en zoo onverwacht, werden de schaatsen te voorschijn gehaald, en aangebonden, dat men dadelijk beproefde of men het schaatsrijden ook hadde afgeleerd dewijl het thans de derde winter ware dat men geen ijs hadde gehad.

De longziekte is overal sterker uitgebroken dan ooit te voren, de laatste advertentie was het getal in een week afgemaakte 137, verleden jaar omtrent dezen tijd 131; dat wij thans geheel vrij van deze ziekte zijn, durf ik niet stellig zeggen.

De boter is van 42 tot 43 Gulden.


Blz. 5

Den 21 Febr. de winter is aaneenhoudend vorst en sneeuw, gisteren Zondag was het zeer onstuimig met sneeuwjagt, het was bijkans onreisbaar.

De longziekte is bij ons uitgebroken, op aangifte van mij zijn er reeds eergisteren den 19 2 twinterrieren en een vare koe tezamen voor den lande getauxeerd op 312 Guld. afgemaakt en geslacht en staande in het openbaar het vleesch verkogt alles ingevolge het Reglement daarvan zijnde.

Thans zijn er onder ons vee eenige die niet wel zijn; 41 stuks rundvee zijn door mij aangegeven, waarvan nadien 3 gedood zijn, allen vanwegen het Bestuur gemerkt.

Den 2 maart, vorst en ontzettend veel sneeuw, waardoor nergens kan het ijs met schaatsen worden gebruikt.

De longziekte neemt hier ontzettend toe, sedert den 19 Febr. met de 3 die heden afgemaakt worden zijn er 21 gedood en een rier gestorven.


Blz. 6

Behalven de 12 koeijen en 1 rier welke gedood en gestorven zijn en het vleesch openbaar bij boelgoed verkogt, behalven het Rier voor mijne rekening onder de armen uitgedeeld, zijn er nog 3 koeijen, 1 rier en de bulle ziek, 2 andere zijn aan het beteren.

Schoon het afgemaakte vee gedeeltelijk vergoed wordt, zijn de omstandigheden daarvan zeer onaangenaam voor den eigenaar.

Het aangegeven vee door den Heer Arts longziek verklaard te zijn en geeft het Bestuur kennis een geteekende verklaring van den eigenaar tot permissie om te dooden, wordt aan het Bestuur te rug gezonden en door hetzelve aan de Staten gezonden, van het Bestuur bekomt de veldwachter order om de slachting te bevorderen, de tauxateurs en de slachters komen, het beest wordt geslacht en door den veldwachter openbaar aan de gegadigden in de Stad en in het gebuurte op een bepaald uur aan gezegd, opgekomen, verkogt, en door de koopers weggevoerd zonder de minste deelneming.

Het laatste is voor den eigenaar zeer onaangenaam, de menigte vreemden heden op het hornleger te moeten dulden.


Blz. 7

Den 8 Maart, sedert een paar dagen heeft den vorst opgehouden en de oppervlakte van het veld, begint van de menigvuldige sneeuw ontbloot te worden, niettegenstaande het ijs overal sterk genoeg was heeft men volstrekt nergens met schaatsen konnen gebruiken, zoo kwam Hotze van Tjalhuizen hier verleden Vrijdag met schaatsen, maar hadde het ijs niet konnen gebruiken.

Gister zijn hier weder 2 beesten een enterstier en eene koe afgemaakt, dus zijn er 15 gedood, twee zijn er nog ziek en 3 aan het beteren.

Onze buurman Valkema heeft verleden jaar 20 beesten verloren, opnieuw is de longziekte daar weder uitgebroken en rede een gedood.


Blz. 8

Den 10 Maart, hedennacht een weinig vorst, schoon gisteren zeer minderde is zij thans weder verstijfd.

Gisteren zijn er weder twee runderen, waarvan een vare en een melke afgemaakt, tezamen thans 17. Er is in onzen omtrek geen voorbeeld dat deze ziekte in zulk eenen korten tijd zooveel beesten uit een beslag heeft weggerukt.

3 a 4 schijnen te beteren, overigens schijnt het overgebleven vee gezond, makende tezamen  met de gebeterde een getal van 24 waaronder 2 varen, 11 koeijen, 5 rieren en 6 hoklingen, in ons bevorens bevorens zoo welgesteld, fleurig gezond vee is het thans zoo eenzaam en stil in ons buithuis, trouwens onder de afgemaakte waren de beste koeijen jong en meer bejaard, maar een rier.

Hoe het thans bij onzen buurman gesteld is weet ik niet, men zeide 4 a 5 ziek, van de aangekogte van verleden jaar.


Blz. 9

Den 15 Maart, nachtvorst. De schepen beginnen weder te varen; de trekschepen [...].

Heden is er weder een schoon rund bij ons afgemaakt, getauxeerd op 130 Gld. 18 zijn er dus gedood, waaronder een rier gestorven, overigens is het nog niet zuiver.

Heden zijn de overgeblevene door de daartoe gestelde tauxateurs in het provinciaal fonds opgenomen als 12 koeijen door elkanderen getauxeerd op 95 Guld. 5 rieren 70 Gld. 6 hoklingen 25 Guld. tezamen 23, benevens 8 kleine kalfjes op 2 Gld.

Gisteren zijn er bij onzen buurman H. Valkema 2 bij Sjoerd Martens te Wijtgaard en 1 te Swichum afgemaakt, er waren bij gen. nog verscheidene ziek.

Deze bezoeking onder het rund is voor diegene welke het treft zeer gevoelig en rampvol. O! mogten wij ons onder deze bezoeking vernederen.


Blz. 10

Den 22 Maart. Sedert de vorige, schoon helder weder maar vorst, de scheepvaart heeft geheel door dezen winter opgehouden, zoodanig zelf dat de stoomvaart van Harlingen op Amsterdam, door het ijs in de zee gestremd geworden is! Ook particuliere en veerschepen zijn gedurende in het ijs vaak bezet geweest, dat men de schepelingen en passagiers met groot gevaar heeft konnen redden; niemand had zoo laat in den tijd zoodanig een winter verwacht.

Ik kan naauwelijks de warmte houden noch bij den kachgel, noch in het buithuis, hetwelk thans zoo warm niet is als bevorens door het verlies mijner beesten, hoewel des nachts althoos goed warm zijnde.

De longziekte rukt hier in den omtrek dagelijks runderen weg, n.l. in geen nieuwe maar altoos bij de oude.

Het schijnt dat de ziekte bij ons ophoud de ziek geweest zijnde herstellen zoo het schijnt. Schoon niet geheel hersteld hoopt men evenwel dat zij zullen gezond worden: althans  zij herkaauwen allen, min en meer, en dit is het beste bewijs voor de herstelling.


Blz. 11

Den 24 Maart, sedert de vorige vorst en ontzettend veel sneeuw, dagelijks sneeuwt het; er is misschien in jaren zooveel sneeuw niet gevallen, het is overal dik met sneeuw bedekt.

Onze zieke beesten worden opvolgende beter; onze buurlieden verliezen nog gedurig 1 en bij Pieter Jakobs te Swichum 2 runderen.

Den 26 Maart nog steeds aaneenvolgende winter, het aardrijk is met diepe sneeuw nog overdekt.

Gisteren is al weder een beest bij onzen buurman en een bij Sjoerd Martens geslacht.

Ons overgebleven vee, begint meer en meer gezond te worden.

De boter is steeds 40 Gulden en meer maar boven maten de geele kaas 40 Gld. [...] hiervan nimmer een voorbeeld.

De markt te Leeuwarden is altoos vol vee, komende her en derwaart hier ter markt.- De uitvoer naar Engeland per stoomboot zeer levendig vooral vette welke zeer duur zijn 4 a 5 St.


Blz. 12

Den 29 Maart, de winter is nog aanhoudende, schoon de sneeuw door de kragt der zon, zeer verminderd, en de oppervlakte van het land hier en daar onbloot wordt.

De trekschepen, beginnen ook weder te varen. Sneek is heden doorgebroken.

Gisteren de 2de Paaschdag, reed men hier en elders op schaatsen, schoon het ijs door de sterke vorst sterk genoeg is, kan het algemeen om de sneeuwkorst niet gebruikt worden, hetwelk als eene bijzonderheid kan aangemerkt worden.

Den 1 April, de winter verdwijnd, de scheepvaart in de hoofdvaarten beginnen de goederen wederom te vervoeren, maar de binnenvaarten zijn nog onbruikbaar hetwelk voor het vervoer in het platteland zeer belemmerd.

Ons vee begint meer en meer fleurig te worden, behalven een rier en twee zuipkalfjes schijnen nog aan de ziekte te laboreren. Onze buurman heeft rede 11 verlooren, welke hij verleden jaar opnieuw had aangekogt, de oude blijven gezond.


Blz. 13

Den 3 April, heden heb ik 87 jaren bereikt; tothiertoe heeft mij de Heere geholpen! en mij in het laatste dezer jaren trouwens gedurende mijn leven buitengewoon gezegend, Ach! had ik den Heere vergoed en voor al zijne weldaden!, dat is in liefde en vreeze voor hem gewandeld om mijne dankbaarheid voor alle Zijne weldaden! daardoor te bewijzen! maar ach! wat schiet ik daar in tekort!

Maar overigens heb ik ook met vele tegenheden te worstelen gehad!, thans nog door de tegenwoordige longziekte, ik kan en durf evenwel niet klagen! het is de hand des Heeren! en zwijg ja: hij doe wat goed is in zijne oogen! O! mogt ik maar in ootmoed en eerbied mij voor Hem verootmoedigen, en mijn overige leven Hem ver[...] door het geloof in Jezus?  alles in Hem zoeken en vinden, wat ik tot mijne zaligheid behoeve! en wijders in voorspoed dankbaar! en in tegenspoed geduldig te zijn, o! hoe zalig zal dit mij zijn.


Blz. 14

Den 11 April. Heden is weder een rier geslacht, is getauxeerd op 95 Gulden.

Gister is een jong kalfke gestorven, zoodat hier in allen 20 aan de longziekte gestorven zijn, 18 gedood, 2 gestorven.

Den 3 Mei drooge Oostenwind, gunstig weder, waarna men zeer verlangde.

Ons overig vee blijft nog gezond, rede hebben onze zoons 6 nieuwe aangekogt, welke door elkanderen ongeveer 100 Guld. kosten; het vee is zeer duur.

Den 30 der vorige maand, vergadering van gecommitteerden der brandsocieteit te Leeuwarden in ‘s Lands Welvaren, ik was tegenwoordig. De boekhouder deed rekenschap, de rekening werd goedgekeurd en geteekend, er bestond een zeer voordeelig slot. De brandschade des jaars geleden bedroeg ongeveer 700 Gulden. Meer dan 2 maal honderd duizend Gld. was er opnieuw ingeschreven, over het geheel bedroeg, het montant der inschrijvingen meer dan 8 millioenen Gulden.


Blz. 15

Den 31 Mei, N.W. Een langdurige droogte heeft eindelijk gisteren de regen afgewisseld; indien de warmte mogte invallen, dan is de groei in hooi en gras misschien zeer goed, althans alles schijnt vruchtbaar, de vruchtboomen bloeijen buitengewoon.

Ons vee hebben wij den 16 Mei in het land gelaten, schijnen gezond, 14 melke 2 vare en 6 hoklingen dog geven wegens ongemak aan de longziekte verduurd niet te veel melk.

16 nieuw aangekogte meest jong melkekoeijen is naar wensch uitgevallen, welke wij door elkander over de 1600 Guld. te staan komen; maar ik heb echter reden van dankzegging, dat het beslag vee weder op den ouden voet gebragt, wij melken thans 12 emmers melk, de boter is tot 33 Guld. en den kaas tot 22 Guld. gezakt.

Klaaske is met Marten Kaastra gehuwd den 28 l.l.te Leeuwarden door het Burgerlijk Bestuur en den 29 te Goutum kerkelijk ingezegend, zijne vaders guardeniers en boerderij bedrijvende woonen aldaar. Zij zijn thans bij mij inwoonend en om de huishouding en de boerderij mede op te houden.

Den 29 Julij, steeds aangenaam en groeizaam weder.


Blz. 16

Wij hebben de onleegtijd tijdig, dit is den veertienden Julij gedaan gekregen maar te min hooi gewonnen, en hoopen nog een stuk nagras te maaijen; het hooi is buitengewoon duur, ook het vee in verscheiden zoorten, de levensmiddelen klimmen van tijd tot tijd hooger, daar is van alles een sterke uitvoer per stoomboot over Haringen naar Londen weeks 2 maal.

Nu en dan schrijf ik eens een brief aan de naaste betrekkingen; maar om de aanteekeningen van bijzonderheden ontbreeken, ik heb daaraan zooveel lust niet als voormaals, wegens de zwakheid van mijn gezicht.

Gisteren d. 28 woonde ik de vergadering van ons Friesch Genoodschap bij, voor de eerste maal in dit jaar, behalven het verslag van den secretaris, hield de Heer Blom een redevoering in de Friessche taal; er waren nog behalven dit nogal veel bijzonderheden te behandelen aangekomen boekdeelen en zoo voort.

Na het scheiden der vergadering, spoedigde ik mij met het rijtuig naar mijn zoon Lijkle alwaar alle mijne kinderen behalven Hanna en Klaaske en haar man van het 2de [...} tegenwoordig waren en bleef tot den avond bij hen.


Blz. 17

Den 7 October, heden en gisteren zeer schoon weder, dog bij het uitgaan der vorige en begin dezer maand is het zeer onstuimig geweest, vooral op maandag den 29 Sept. woei het gedurende dien dag een zeer hevige storm, waardoor zeer vele Schepen zijn vergaan in Holland overstroomingen, waardoor vele menschen en vee zijn verdronken en groote schade aan landen en veldvruchten zijn aangebragt, en onberekenbare nadelen veroorzaakt. Omstreeks Harlingen was een bedenkelijke scheur in de zeedijk, ook stroomde het water over de straaten dier stad. Het Noorderleeg stroomde geheel over, het vee moeste geborgen worden. Sedert 1826 schrijft men is het water niet zoo hoog geweest het stond 3 ellen boven volle zee. Door des Heeren Goedheid voor doorbraken en overstrooming bewaard gebleven. Onze Klaas heeft zijn beesten van de pollen gehaald.


Blz. 18

Gisteren hadden wij vergadering van ons Friesch Genootschap. De Heer Dirks hadde de voorlezing op zich genomen, maar als lid van de Staten Generaal moest hij in ‘s Hage zijn, en zijn onderwerp, onzen sekretaris Ottema aanbevolen om voor te lezen, welke deze voorlezing ook voorlas handelende over zeker Hofman als oorlogsman ein derzelves bedrijven in de jaren 1542 en vervolgens. Na het scheiden dezer vergadering ging ik buiten de Stad om de slatting van de Dokkumer Ee te zien. Zij waren thans bezig bij het Blaauwhuis. De tegenwoordige slatting neemt uit den ouden grond, het word een verbazende diepte tot een aanmerkelijke breedte in den boden. De vorige slatting welke ik ook gezien hebbe zijnde 9 a 10 jaren oud, bepaalde zich alleen tot den ouden bodem. Men hadde toen een aantal krijgsvolk in dienst, het hoofdkwartier was te Birdaard, en werden overal ingekwartierd, mijn vader gaf de billetten uit.


Blz. 19

Deze soldaten dienden vooral om de wacht bij de hoofddammen te houden. De Wanswerder boeren waren juist niet zeer tevreden over deze inkwartiering. De eerste slatting werd tijdig ten einde gebragt, maar de tegenwoordige  vorderd langzaam. Er zal misschien nog wel 1/3 behouden zijn, schoon de Ee geheel droog is, maar er zijn te weinig werklieden, ook is het volk verleden maandag oproerig geweest, dog zijn gestild.

Als eene bijzonderheid in mijn leven heb ik deze aanteekening gemaakt: dat ik na verloop van bijna tachtig jaren voor de tweede maal gezien heb dat deze stroom geslat word. Ik kwam om 3 uur met de wagen weder te huis.

De levensmiddelen zijn duur, het brood is de zetting thans 12 St. min een Cent, alle levensmiddelen naar rato.

De longziekte onder het rundvee ontsteekt zich meer en meer, verleden week waren er over de 40, voor eenige weeken 17 afgemaakt.


Blz. 20

Overigens is het vee in alle soorten duur. Verleden Vrijdag verkogten wij 2 weidkoeijen voor 281 Gulden, 2 magere varkens uit het land voor 65 Guld., 5 weidschapen 100 Gld. De boter geld opvolgende over de 40 en de kaas tot 36 Gulden het schip lb.

De aardappels kosten mij 38 St. Ik ontving heden 7 korven voor die prijs. Alleen zijn de appels goedkoop, dewijl die buitengewoon overvloedig zijn.

Den 11 Oct. schoon weder.

[...] vergadering van kerkvoogdijen en floreenpligtigen om de staat van de kerkvoogdijbegrooting over 1854 vast te stellen, ik was tegenwoordig.

Gedurende een paar nachten was Hanna en haar man Albert met de kindertjes hier uit van huis. Gisteren hebben wij haar met den wagen weder naar huis gebragt op [...] onder Roordahuizum woonachtig.


Blz. 21

De zoogemaande polderjongens bij het slatten van de Ee zijn zeer roerig, zooals ook in de verleden week. Het Bestuur is er ook mede gemoeid, mijn zwager is sedert gisteren aldaar tegenwoordig en nog niet te huis, om 3 uur 's nademiddags. Sijtse is er heen en zal wel berigten hoe de toestand zich toedraagt, mogelijk, dat ik daarvan hierna wel iets schrijf daarover.

De oproerige polderjongens heeft men eindelijk door militaire magt tot reden gebragt, zoodat zij weder begonnen zijn te werken; evenwel heeft men tot zekerheid een aanzienlijk aantal soldaten op het eerste tolhuis van de Stad, alwaar het roerige volk meest bestond tot het houden der wacht bepaald. Het is meest vreemd volk, welke onder allerlei voorwendsels de opstand veroorzaakt. De Friezen echter zegt men, zijn wel tevreden aan de slatting.


Blz. 22

Den 16 October, opvolgende schoon weder.

Eergisteren zijn ons Klaas, zijne vrouw en beide kindertjes hier gedurende den dag met hunne nieuw bekomende wagen geweest en ‘s avonds tijdig weder vertrokken.

De duurte van het vee in alle soorten blijft opvolgende aanhouden; de prijs van boter en kaas was gisteren eenigzins minder, de hoogst prijs van de kaas 33 Gulden. de aardappels tot 2 Gulden min en meer, de overige levensmiddelen naar rato.

Het schijnt dat de oorlog tusschen de Russen en Turken onvermijdelijk zal aanvangen althans heeft de Turk de oorlog aan de Russen verklaart; wat gevolgen dit voor Europa zal te wege brengen, zal de tijd leeren.

Wij zijn opvolgende bezig onze appels af te nemen welke zeer overvloedig zijn.

De appels welke overal buitengewoon overvloedig zijn, worden in groote hoeveelheid naar de markt gevoerd en worden zeer goedkoop verkogt.


Blz. 23

Den 7 November. Sedert de vorige opvolgende schoon weder, zonder eenige afwisseling; men kan zich bijna zulk een schoonen herfst herinneren, de dijken worden geslegt en geeid.

De levensmiddelen zijn eerder in prijs geklommen dan gedaald: het brood 12 St. de aardappels van de 30 tot 50 St.

Het vee is en blijft duur in alle soorten, schapen en varkens houden een duren prijs.

De long ziekte openbaart zich opvolgende opnieuw in alle oorden van ons gewest. Verleden week zijn er meer dan 40 afgemaakt.

In Holland is de gevreesde coléra aanwezig en heeft aldaar sedert eenigen tijd vele menschen weggerukt. Thans zegt men is deze ziekte ook in de Stad en elders.

De Wargaster Dijk is bepuind, men kan dezelve thans met het rijtuig passeren.

De Dokkumer Ee is noch niet afgedaan, men hoopt echter binnenkort vaarbaar te zullen zijn. Deze slatting is zeer belangrijk.


Blz. 24

Den 24 November steeds opvolgende droog weder, dog heden sterke nachtvorst.

Ten gevolge daarvan zetteden wij heden al ons melkvee op stal; wij hadden tot heden toe noch niets op stal. Ook onze buurlieden, hebben al het vee nog in het land.

Door de duurt der levensmiddelen heeft zich alhier een commissie gevormd, om langs de huizen een vrijwillige inzameling te doen om de gemeene man en vooral de arbeidersklasse te ondersteunen, welke commissie heden aan mijn huis gewest is, ten doel hebbende door deze inzamelijke giften de arbeiders te doen nachtwagt te loopen en hen uit dit gezamelde fonds voor dezen dienst uitreiking te doen.

Ik heb tot dat einde 30 Gulden ingeschreven met bepaling daarvan 10 Gld. voor de nachtwake en het overige aan de behoeftigste armen noodige levensbehoeften uit te deelen.

Men heeft aanzienlijke sommen bekomen, mogelijk dat ik bij gelegenheid het geheel wel eens meld.

Den 25 Nov. droog schoon weder, al het vee van onze buurlieden loopt nog uit.

De waterbakken zijn ledig, de een leent het drinkwater den ander. De menigte haalt zijn benoodigde water op gezette tijden uit de kerkewaterbak.


Blz. 25

Den 5 December. Opvolgende droog heden, gisteren en voorgisteren zeer mistig.

Heden zetteden wij onze jongbeesten op stal, door de bevroren mist op de landen konden de beesten niet te eeten krijgen en daarom moesten ze op stal, tothiertoe goed weder liep er in onzen omtrek nog melkvee uit, de vorst is zeer zacht, men gebruikt hier en daar het ijs met schaatzen.

Er is overal gebrek aan drinkwater, ook is de kerkebak te Wirdum ledig, zoodat de gemeene man aldaar, zichzelven van water moet voorzien.

De levens middelen worden opvolgende duurder, het brood 13 St.

Het vee blijft ook duur; ook de landerijen steigeren in koop en in huur in prijs.

Mijn zoon Lijkle had 13 pondem. in huur voor ruim 20 Gulden, maar is gisteren publiek verhuurd met de onkosten tezamen op ruim 30 Guld. komende.

Er zijn in de verleden week veel wilsters gevangen. Sijtse ving op eenen dag bij de 80, de prijs 14 Centen.


Blz. 26

Den 30 December, sedert de vorige tot heden althoos droog, waardoor het drinkwater, zoo schaars is geworden, dat men uit slooten en pompwater moest drinken, waterbakken waren over het algemeen ledig, hier en daar was er nog eenigzins te bekomen; zoo was onder anderen de waterbak van het Slot te Goutum bevorens wel voorzien, maar door het uithalen van tijd tot tijd lediger te worden, totdat eindelijk de voorraad verslonden was. Wij hebben twee malen daaruit water bekomen met tijnen op de aardkarre of hooiwagen gehaald. Toen wij de laatste maal haalden, werd deze bak bevonden uitgeput te zijn.

Maar God! heeft onverwacht in dezen nood voorzien. Dezen morgen heeft een aanzienlijke en algemeene regenbui zooveel water aangebragt, dat elk en een ieder vooreerst van drinkwater voorzien is.


Blz. 27

Zoo heeft dan de Hemelsche Vader in den dringenden nood in alles zoo noodzakelijke behoefte zoo goedertieren en mildadig voorzien! Mogt het zoo behoeftig en afhankelijk schepsel maar op de regte wijs in ootmoed en eerbied voor deze zoo onverdiende weldaad denkbaar zijn! Maar hieraan ontbreekt het vaak!

Meermalen gebeurd het: dat onverwacht in een algemeene nood word voorzien!! Mogten wij onze behoeft en afhankelijkheid maar mogt levendig erkennen en gevoelen!! om den Vader, dien algenoegzamen God boven alles lief te hebben te vreezen, te dienen en te verheerlijken!!!

Sedert de vorige is het begonnen te vriezen, waardoor de scheepvaart is gestremd. De vorst is afwisselend koud, dog meest gematigd geweest.


Blz. 28

Selden heeft men op den duur schooner ijs gehad, waardoor de ijsvermaken opvolgende in steden en dorpen opvolgende plaatsvonden. Te  Leeuwarden is twee malen hardgereden, de prijs t'elkens 100 Guld. de premie 30 Gld., zoo ook te Sneek en gisteren te Franeker, maar te Dokkum was de prijs 130. Ook te Wirdum heeft men met jongens en meisjes een aanzienlijk hardrijderij gehad, alvorens overal aangekondigd waardoor de tezamengevloeide menigte [...] een feestelijk aanzien bekomen, de baan met vlaggen vercierd.

Door het opvolgende fraaije weder werden met [...] vrienden en bekenden overal met deelneming bezogt. Ook mijne huisgenooten maakten daarvan gebruik.


Blz. 29

Gedurende dezen vorst heeft het een weinig gesneeuwd dog heeft het in het ijsgebruik en schaatsrijden geen letsel aangebragt.

Gedurende dezen dag was het eenigzins dooiweder met afwisselende sneeuw.

Den 31 December de laatste dag van dezen jare; het heeft zooveel gesneeuwd dat het ijsgebruik geheel opgehouden heeft.

Het vrijwillig collekt over geheel Wirdum ten behoeve van de minvermogenden heeft meer dan 1000 Gulden opgebragt. De commissie daarmede belast geweest heeft daardoor de gemeene arbeiders de nachtwachten aanbevolen, en verdienen ieder nachtwacht 15 Stuivers, tot onderstand hunner behoeften.

De Dokkumer Ee is geslat, het Birdste of laatste percheel te Birdaard heeft men juist voor den invallende vorst gedaan gekregen; maar de dammen zijn nog niet uitgehaald, omdat er wegens den vorst daarmede niet kan gewerkt worden.


Blz. 30

De zoogenaamde polderjongens door het krijgsvolk, welke gedurende deze laatste slatting te Birdaard ingelegerd waren, in toom gehouden, en deze zoo aanzienlijke slatting alzoo ten einde gebragt.

Een groote menigte stobben en boomstammen heeft men uit den bodem van de Ee uitgehaald, tot groote bewondering van nadenkenden!! Voor hoe vele honderden of duizenden van jaren stonden dezelve in bloei??? Hoe was de oppervlakte van onze aardbol aldaar veel lager dan thans?? van Birdaard tot de hooge brug naar Dokkum?? Het is zeer waarschijnlijk, dat in dien geheelen omtrek de benedengrond als het ware met boomen omvergestooten boomstammen als het ware bezaaid, bevoorens wouden en bosschen enz. bestonden. Zeker is het dat de gesteldheid des aardrijks in vroegeren tijd althans daar een andere gesteldheid heeft gehad, te meer wijl het aldaar laagland is.


Blz. 31

Welke ondenkbare onweersgesteldheden, watervloeden en orkanen die deze verwoesting aanbragten, deze wouden overstroomd, de boomen ontworteld en omver geworpen en met een dikke aardkorst of slijk overstroomd hebben?? Wie zal dat zeggen??

De aangekondigde werken en besteedingen zijn zeer aanzienlijk vooral in puinwegen en droogmaken van de Lauwerzee, zijn steeds in de aandacht der Besturen van ons gewest!!

Het zal dezer wijze voor de arbeidender klasse over 1854 niet aan werkzaamheid en verdienst ontbreeken!

Hiermede willen wij dan dit jaar welke wij wederom hebben mogen beleven besluiten. Wij hebben dus alle reden van dankzeggen voor alle de weldaden welke wij gedurende het verleden jaar genooten hebben!, niettegenstaande de ramp welke ons door de longziekte van ons vee


Blz. 32

getroffen heeft, hebben wij zegen en welvaren genooten, ons nieuw aangekogt vee heeft aan het gemaak enz. voldaan. Wij hebben gezondheid gedurende dit jaar genooten. Ook onze kinderen en kleinkinderen behalven Bokke welke gedurende dit geheele najaar zeer ongesteld is geweest, ook IJtje was daardoor wegens de moeite afwisselend ongesteld, maar zijn thans weder hersteld, hoewel de veroorzaakte zwakheid nog niet volkomen is.

Vooral het goede dan dat wij mogten genieten en ondervinden danken wij onze Hemelschen Vader!! O! mogten wij ons allen Zjnen dienst toewijden!! en aan den goedertieren Heer door het geloof in Jezus verbonden zijn!!

Schoon gezond ben ik althoos te huis, en gaan niet uit, ook niet naar de kerk, ik zorg tegen het reizen. 

Terug
Naar 1852
Naar 1854
Terug naar de inleiding