Het Leeuwarder stadsbestuur van 1586 tot 1795

(Gepubliceerd door Christien Boomsma in: Leeuwarder Historische Reeks, deel VI; Leeuwarden, 1997)

Klik hieronder voor een overzicht (in tabelvorm):

Stadsbestuur 1586-1603
Stadsbestuur 1601-1618
Stadsbestuur 1616-1633
Stadsbestuur 1631-1648
Stadsbestuur 1646-1663
Stadsbestuur 1661-1678
Stadsbestuur 1676-1693
Stadsbestuur 1691-1708
Stadsbestuur 1706-1723
Stadsbestuur 1721-1738
Stadsbestuur 1736-1753
Stadsbestuur 1751-1768
Stadsbestuur 1766-1783
Stadsbestuur 1781-1795


Inleiding

Lijsten van regeringsleden: voor de stad Leeuwarden zijn die er in overvloed. Zeker acht verschillende handschriften zijn te vinden in de Stedelijke Bibliotheek van Leeuwarden. Ook op het Rijksarchief Friesland en in de Provinciale Bibliotheek liggen naamlijsten van magistraten, vroedschappen en gezworenen van de stad Leeuwarden. Voor de bestudering van de geschiedenis van de stad zijn dergelijke namenreeksen van groot belang. De politieke geschiedenis van Leeuwarden vindt zijn weerslag in de opeenvolging van magistraten, gezworenen en vroedschappen. Juist de interactie tussen de verschillende regeringsfuncties, kan inzicht geven in veranderingen in het stadsbestuur. Conflicten en wetsverzettingen zijn allemaal terug te vinden bij zorgvuldige bestudering van de namen. Het is echter niet helemaal duidelijk hoe betrouwbaar deze lijsten zijn. Ze zijn vrijwel allemaal opgesteld in de achttiende eeuw. Sommigen werden daarna met enige regelmaat bijgehouden, andere niet. Ze geven echter al namen vanaf 1512. Het is dus waarschijnlijk dat ze gebaseerd zijn op andere, oudere lijsten. Deze zijn echter niet bewaard gebleven. Ook zijn niet alle lijsten even volledig. Sommige geven alleen magistraats-leden, andere vroedschappen of gezworenen, of een combinatie hiervan. De oudste van de beschikbare lijsten, is te vinden in de geschriften van Horatius Vitringa. In diens Annotatiën van aanmerckensweerdige zaken, heeft deze Leeuwarder politicus een lijst opgenomen van de Leeuwarder vroedschapsleden per espel, van 1657 tot aan 1695, het jaar waarin Vitringa dit werk schreef. Andere lijsten bevatten behalve deze gegevens, ook namen van magistraatsleden, electeurs of genomineerden. Alleen het handschrift van De Blau, dat waarschijnlijk rond 1750 werd opgesteld, geeft namen van gezworenen. Enkele lijsten zijn verder aangevuld met aantekeningen omtrent de geschiedenis van Leeuwarden of reglementen van magistraatsbestelling. R. Visscher schiep enige duidelijkheid door aan het begin van de eeuw drie alfabetische lijsten op te stellen van respectievelijk de magistraatsleden van 1512 tot 1795, de gezworenen van 1547 tot 1657 en de vroedschapsleden van 1657 tot 1795. Waarschijnlijk heeft zij bij het opstellen gebruik gemaakt van de achttiende eeuwse lijsten, die veelal chronologisch zijn geordend. De deugdelijkheid van de gegevens is echter nog nooit systematisch nagegaan. De bestaande lijsten, ook die van Visscher, bevatten hier en daar onjuistheden of onduidelijkheden. Visscher heeft bijvoorbeeld niet één spelling aangehouden in haar verschillende lijsten, wat gemakkelijk tot verwarring kan leiden. Ook wordt eenzelfde persoon in de ene lijst met achternaam weergegeven en in een andere met patroniem. De beschikbare lijsten geven dus namen van regeringsleden per jaar, ofwel ze verschaffen per persoon informatie over zijn verschillende ambten. Juist de combinatie van beide methodes levert echter een interessant beeld op van de ontwikkelingen in het stadsbestuur van Leeuwarden tussen 1586 en 1795. In het hierna volgende overzicht is een poging gedaan om deze bezwaren te ondervangen. Aan de hand van de bestaande lijsten heb ik tabellen opgesteld, telkens over een periode van achttien jaar. Zowel de namen, als de opeenvolgende functies van magistraten, gezworenen en/of vroedschappen worden hierin chronologisch weergegeven. De gegevens heb ik gecontroleerd en zo nodig gecorrigeerd dooor middel van bronnenmateriaal uit het oud-stadsarchief. Waar mogelijk heb ik hiervoor gebruik gemaakt van de jaarlijks opgestelde lijsten van electeurs, kandidaten en nieuw verkozen leden van de magistraat en gezworen gemeente. De namen van magistraten konden hiermee worden gecontroleerd voor de periode 1586 - 1615, 1617 - 1623, 1625 - 1633, 1639 - 1650, 1655, 1669, 1673, 1676, 1677, 1679, 1697, 1713, 1716 - 1720. De gezworenen werden hierin ook genoemd, met uitzondering van de jaren: 1586 - 1587, 1590, 1592, 1593 - 1595, 1610, 1616, 1624, 1638, 1639. De jaren waar geen kieslijsten voor bestonden, zijn geverifieerd aan de hand van presentielijsten en magistraatsresoluties. De namen van de gezworenen van die jaren konden niet worden gecontroleerd aan de hand van origineel bronnenmateriaal. De gaten zijn opgevuld met de namen uit de lijst van De Blau, de enige waarin gezworenen zijn opgenomen. De verwerking daarvan leverde geen onregelmatigheden op. Om praktische redenen is gekozen voor periodes van 18 jaar, met een overlap van 3 jaar naar de volgende tabel. Elke tabel is echter een eenheid op zichzelf, waarbij telkens begonnen is met de magistraten in het eerst genoemde jaar. In het tweede gedeelte van elke tabel, staan de gezworenen en vroedschappen, die in de gegeven periode geen zitting hebben gehad in de magistraat. Als beginjaar is gekozen voor 1586. In dat jaar kreeg Leeuwarden een nieuw reglement op de magistraatsbestelling van de Staten-Generaal. Vanaf dat moment was de magistraatsbestelling in Leeuwarden en Franeker vrij, in tegenstelling tot de overige negen Friese steden. Noch het Hof, noch de stadhouder hadden formeel nog iets te zeggen over de verkiezing van nieuwe stadsbestuurders. Het eindjaar, 1795, spreekt voor zich. Belangrijke veranderingen in de politieke constellatie, kunnen stuk voor stuk worden afgelezen uit de tabellen, zoals de wetsverzettingen van 1615, 1657, 1751 en 1786. Ook perioden van factiestrijd of onrust in de gelederen komen duidelijk naar voren, zoals de periode rond 1644. Volgens het reglement van 1586 waren er jaarlijks 24 kandidaten voor de nieuwe magistraat. De helft hiervan kwam uit de burgerij van de stad Leeuwarden, de andere helft werd gevormd door de oude magistraat zelf. Bovendien koos de zittende magistraat de twaalf electeurs, die er zelf ook nog zes kozen. Na loting bleven er negen over, die de nieuwe magistraten kozen. Het grote probleem met dit reglement was het feit dat de afgaande magistraten zelf kandidaat konden staan. Dit gecombineerd met het feit dat zij ook grote invloed hadden op de electeurs, maakte dat één persoon gemakkelijk jaren achtereen in de magistraat zitting kon hebben. En dat gebeurde ook. Reiner Jelmers was onafgebroken magistraatslid van 1586 tot 1599. Cornelis Symons vervulde het burgemeestersambt van 1588 tot 1598, terwijl iemand als Harmen Harckes in totaal 24 jaar zitting had, zij het in verschillende ambten en met soms een jaartje pauze. Bij de wetsverzetting van 1615 werd een poging gedaan dit probleem in een nieuw reglement te ondervangen. Vanaf dat moment waren afgaande magistraten ook echt verplicht om af te treden en zitting te nemen in de gezworen gemeente. De maatregel had echter vrij weinig effect. Inderdaad werden de heren magistraten lid van de gezworen gemeente voor een jaar. In veel gevallen bleef het daar echter bij. Na één of twee jaar waren de heren weer kandidaat voor magistraats-ambten. Omdat de invloed van de oude magistraten op de keuze van electeurs gehandhaafd bleef, hadden dezen nog altijd een grote vinger in de pap. Electeurs bleken vaak familieleden van de zittende magistraten, of waren in stadsdienst en op die manier afhankelijk van het stadsbestuur. Het was voor de magistraten dus een koud kunstje om na het verplichte jaar ’af’, weer opnieuw in te treden in de magistraat. In de jaren na 1615 treedt er dan ook een tweedeling op in de gezworen gemeente. Er ontstond een groep mensen die maar een korte tijd zitting had in de gezworen gemeente om daarna magistraatslid te worden. De andere groep was soms jaren achtereen gezworene, soms zonder ooit in de magistraat te komen. Die trend versterkte zich na 1633. Aanvankelijk was de invloed van de gezworen gemeente na de onlusten van 1615 gegroeid. Doordat een deel van de electeurs uit de gezworen gemeente voortkwam, kon die een bescheiden invloed op de magistraatsverkiezingen uitoefenen. Bovendien fungeerde ze vaak als kweekvijver van nieuwe magistraatsleden. Dit veranderde echter in de jaren dertig. De ’oude garde’ speelde een steeds belangrijker rol bij de keuze van nieuwe magistraatsleden. Dikwijls waren dat nieuwelingen, zonder politiek verleden. De gezworen gemeente kwam steeds meer buiten spel te staan. Wel waren de nieuwe stadsbestuurders vaak afkomstig uit families met een gerenommeerde achtergrond in de stadspolitiek. Dit alles leidde opnieuw tot klachten en onlusten. In de jaren ’40 van de zeventiende eeuw ontstond een felle factiestrijd tussen Jacob Stevens en Alle van Burum. De onmin veroorzaakte bijna een wetsverzetting, maar werd uiteindelijk gesust. Het betekende echter wel het politieke einde van Jacob Stevens en zijn aanhangers. De klachten omtrent oligarchie en kuiperij verdwenen echter niet. In 1656/1657 liepen de twisten zo hoog op, dat er weer een nieuw reglement op de magistraatsbestelling werd ingesteld. Leeuwarden ging over van het Oost-Nederlandse model, met een jaarlijks gekozen gezworen gemeente, naar het West-Nederlandse model. Achter de magistraat zou een vroedschap staan, waarvan de leden zitting hadden voor het leven. Het college vulde zichzelf aan door middel van coöptatie. In tegenstelling tot andere Friese en ook veel Hollandse steden, hoefde een magistraatslid in Leeuwarden niet uit de vroedschap gekozen te worden. In de praktijk had een groot deel van de magistraatsleden dan ook geen zitting in de vroedschap. Dit college boette hierdoor in aan prestige. Te meer omdat de vroedschap toch al uitzonderlijk groot was. Ter vergelijking: het ongeveer even grote Hoorn had 20 vroedschappen, Leeuwarden 40. De concentratie van regeringsambten bij een kleine groep lijkt na deze wetsverzetting enigszins af te nemen. De regeringsfuncties rouleerden sterker dan in de voorgaande periode. Toch waren er nog altijd bestuurders die regelmatig terugkeerden in de magistraat. Het waren er echter minder dan voorheen en de tijdsspanne tussen twee termijnen groeide. Na enige decennia nam het effect van de veranderde raadsbestelling af, maar pas nadat het stadsbestuur in 1748 de magistraatsbestelling had opgedragen aan de stadhouder, begon een nieuwe periode van sterke concentratie van de magistraats-ambten bij een kleine groep. De invloed van de stadhouder was daarin duidelijk merkbaar. Zo werd Jhr. van Hambroick op aanbeveling van de prins in 1777 in de vroedschap opgenomen als opvolger van Arnoldi. Ook werd hij burgemeester, hoewel hij noch burger van Leeuwarden was, noch goederen in de stad bezat. Uit de presentielijsten bij de magistraatsresoluties blijkt dat hij vrijwel nooit aanwezig was op de raadsvergaderingen. Mocht er een magistraats-lid overlijden zes maanden voor zijn ambtstermijn ten einde was, dan benoemde de prins zo snel mogelijk een vervanger. Eerder werd gewacht tot de volgende verkiezingen en maakte het oudste afgaande magistraatslid de termijn van de overledene vol. Het gevolg is, dat de tabellen in de tweede helft van de achttiende eeuw regelmatig vijf of meer burgemeesters geven. Magistraatsleden van buiten de vroedschap werden steeds minder vaak verkozen. Een laatste grote aanpassing van de reglementen vond plaats in 1786. Al in 1784 hadden burgers uit Leeuwarden zich tot de Staten van Friesland gewend met het verzoek de vrije magistraatsbestelling van Leeuwarden te herstellen. Pas twee jaar later viel de definitieve beslissing: de electie bleef bij de prins, maar voor het overige werd teruggegrepen op het reglement van 1657. Een aantal vroedschapsleden weigerde de eed af te leggen op het nieuwe reglement: Reinardus Hessel van Altena, Dr. Carel Willem Coulon en Harmannus Balk verloren daarop hun vroedschapsplaats. Deze laatste aanpassing was echter geen lang leven beschoren. Nog geen tien jaar later, in februari 1795, bereikten de Franse legers Leeuwarden. Het Committé Révolutionair Provinciaal had daar al de macht overgenomen. Dit ’verzette’ het stadsbestuur van Leeuwarden voor de laatste keer tijdens de Republiek. De magistraatsleden werden naar huis gestuurd, met de verzekering dat hun goederen en personen veilig waren. Ze werden vervangen door een ’provisionele municipaliteit’.

Andere naamlijsten van Leeuwarder stadsbestuurders Handschrift De With, 1779: Naamen der burgemeesteren, schepenen en raadsluiden of bouwmeesteren binnen Leeuwarden, zedert den jaare 1512, mitsgaders de Naamen der vroedschappen, zedert derzelver opkomst (1657). Alles tot op den tegenwoordigen tijd (1779). Met vervolg in verschillende handen tot 1917 en afschriften van de raadsbestellingen van 1588, 1615 en 1635 en aantekeningen met betrekking tot de hoofdpunten van de geschiedenis van Leeuwarden 1200 - 1620. GAL, Stedelijke Bibliotheek, G 54. Handschrift De Blau, 1748. Naamlijst der leden van de magistraat van Leeuwarden, van 1512 - 1792; van de gezworen gemeente van 1547 - 1657; en van de vroedschap van 1702- 1785. In één hand geschreven tot 1748, daarna aangevuld. Het handschrift bevat een afschrift van de opdraging van de raadsbestelling aan Willem IV in 1748. GAL, Stedelijke Bibliotheek G 55. Anoniem handschrift, ca. 1756. Naamlijst van de leden van de magistraat van de stad Leeuwarden 1512 - 1760 en van de vroedschap van 1657 - 1756. GAL, Stedelijke bibliotheek, G 56. Anoniem handschrift, oudste deel ca. 1726: Naamnlijsten der leden van de vroedschap te Leeuwarden 1657 - 1795, van de nominaties, electeurs en verkozenen tot de magistraat van 1672 - 1751; en van de magistraat 1512 - 1795. Daarbij gevoegd raadsbesluiten, reglementen, gebeden en de Acte van Correspondentie van 1719. Aangevuld door verschillende handen vanaf 1739. GAL, Stedelijke bibliotheek, F 163. Anoniem handschrift, ca. 1755: Nieuwe raadsbestelling der stad Leeuwarden van den jare 1657; benevens Naamlijsten van de uit ieder espel gekozen vroedschappen van 1657 - 1755 en daartoe betrekkelijke stukken. Eén hand. GAL, Stedelijke bibliotheek, B 1193. Anoniem handschrift, vervaardigt onder toezicht van J. van Leeuwen: verschillende naamlijsten, waaronder die van de burgemeesteren, schepenen en raden van Leeuwarden van 1512 - 1793. GAL, Stedelijke bibliotheek, B 6990. Anoniem handschrift: Lijst der regeering van Leeuwarden, 1550 - 1795. GAL, Stedelijke bibliotheek, A 349. Zakboekje van Nicolaas Arnoldi, bevattende lijsten van ambulatoire ambten der steden, van de leden der Staten en van de magistraat van Leeuwarden, alsmede van de secretarissen en vroedschappen, stads-rekeningen, commissiën, instructiën, enz.; lopende tot aan zijn dood in 1777.
Bevat nieuwe mag.leden vanaf 1617-1777.
Vroedschappen per espel van 1657-1777, aangevuld tot 1787 in andere hand. GAL, Oud Administratief Archief, inv.nr. M220a. Kopie handschrift Petraues: Naamlijst van de leden van de magistraat der stad Leeuwarden van 1542 - 1784.
GAL, Stedelijke bibliotheek, C 2012. Lijst Visser, 1909: Alphabetische naamlijst van de leden der magistraat van Leeuwarden 1512 - 1795; alphabetische naamlijst der leden van de gezworen gemeente van Leeuwarden xxx - 1657; alphabetische naamlijst van de leden der vroedschap van Leeuwarden 1657 - 1795. GAL, Studiezaal. Handschrift Petraeus, ca. 1771: Naamlijst, afgeschreven van stedelijke bescheiden, reglementen enz.
Handschrift bevat her en der korte genealogische aantekeningen. PB, Hs 4811.
In druk verschenen op basis van deze lijst, Naamlijst van de magistraat van Leeuwarden 1588 - 1636 met een register door M. Engels (Provinciale bibliotheek Friesland 1994). Anoniem handschrift, ca. 1726: Burgemeesteren, schepenen en raden der stad Leeuwarden, dl. I 1512 - 1795. Eén hand tot 1756, daarna aangevuld tot 1793. Het handschrift is afkomstig uit de boedel van Ernst August Kieser, ontvanger der stedelijke accijnzen. PB, Hs 452. Horatius Vitringa, Annotatien van eenige aanmerckens-weerdige dingen soo in als buiten de Provincie van Frieslandt in de tijt van twintig jaren voorgevallen (Leeuwarden 1995) dl.I, fol. x - x, hs. Bevat namen van vroedschapsleden van 1657 - 1695, weergegeven per espel. PB, Hs 1262. Handschrift Haakma, 1774: Verzamelband samengesteld door Theunis Haakma. Onder andere samensgtelling van magistraat en gezworen gemeente van Leeuwarden in 1657, met een lijst van vroedschapsleden sindsdien gekozen tot 1786; enige aantekeningen de stad betreffende; alfabetische index op de namen der vroedslieden; magistraatspersonen te Leeuwarden van 1512 - 1549 (naar een oud manuscript toenmaals onder oud-mafjoor Smeding berustende); Magistraatspersonen te Leeuwarden van 1550 - 1786 en een verdeling der stadsambten uit 1766; Index op burgemeesters en schepenen van 1550 - 1784. Handschrift is opgesteld rond 1774, daarna bijgehouden. RAF, Verzameling Aanwinsten, Archief 345, inv.nr. 584.

Terug