De straatnaamgeving sedert 1945


Na de oorlog (Leeuwarden werd 15 april 1945 bevrijd) was een der eerste besluiten (23 april) van het op de bevrijdingsdag ingestelde waarnemend college van burgemeester en wethouders de herstelling van de oude straatnamen: Wilhelminaplein (i.p.v. Het Plein), Julianastraat (i.p.v. Prins Mauritsstraat), Prinses Julianalaan (i.p.v. Parklaan) en Raadhuisplein (i.p.v. Posthumaplein). Tever- geefs deed op 26 juli 1945 de plaatselijke afdeling van de Anglo-American Society aan B. en W. het voorstel om uitdrukking te geven aan de dankbaarheid van onze stad aan het Canadese leger voor de bevrijding door wijziging van een weinig zeggende naam als Groningerplein in Maple Leaf Square of Maple Leaf plein. Beplanting met esdoorns zou nog een zekere charme aan de zaak geven. (Een esdoornblad, nationaal symbool van Canada, was ook afgebeeld op de Canadese tanks, waarmede de eerste bevrijders de stad via de Groningerstraatweg binnenkwamen. Esdoorns kwamen er wel, geplant door schoolkinderen, in Hobbemastraat, Frans van Mierisstraat enz.)

Eerst op 21 november 1946 kwam het College toe aan de herziening van de verwarring gevende gelijke of bijna gelijkluidende straatnamen te Leeuwarden en op het voormalige Huizumer territoir. In het eerste gebied ontstonden Auckamastraatje (i.p.v. Raadhuisstraatje) en De Merodestraat (i.p.v. Tijnjestraat). Voor de bouw van het huidige stadhuis (1715) stond daar een stins, in de 16e eeuw bewoond door de regentenfamilie Auckama, Bernard de Mérode (c. 1525-1590) was hier 1580- ’83 plaatsvervanger van stadhouder Willem van Oranje. Ten westen van de Verlengde Schrans werd de schildersbuurt op de hiervoor vermelde wijze aangevuld, ten oosten daarvan ontstonden: Abbingastraat (i.p.v. Korteweg, R. 8 november 1961 Aebingastraat), Aylva- (i.p.v. Toren-), Buygers- (i.p.v. Ooster-), Donia- (i.p.v. 1e Torendwarsstraat), Eysinga- (i.p.v. Heyermans-), Feytsma- (i.p.v. Da Costa-), Heringa- (i.p.v. Vondel-), Jouwsma- (i.p.v. Kerk-), Sierksma- (i.p.v. 2e Torendwarsstraat) en Wiardastraat (i.p.v. Nieuwstraat). Een nieuw aangelegde verbinding met de Oostergoweg ontving R. 27 januari 1969 de naam Jellingastraat; 23 mei 1972 volgde nog Menningastraat en 16 juni 1981 Tadingastraat en -pad, Gerritsma-, van Wageningen- en Duivesteinstraat. Naamgevers zijn grietmannen van Leeuwarderadeel: Fecke Aebinga 1479, Douwe van Aylva 1654, Johan Buygers 1536, Keympe van Donia 1594, Frans van Eysinga 1665, Hessel Feytsma 1479, Pibe Gerritsma (?) 1539, Haye Heringa 1481, Keimpe Jellinga 1402, Oene Jouwsma 1482, Sjoerd Menninga 1392, Allert van Siercksma 1563, Hemco Tadinga 1441 en Oene Wiarda 1428. In 1981 werden ook twee grietenijsecretarissen vernoemd: dr. Stephanus Duivestein (1682-1740) en Gerard van Wageningen (1764-1852). De Molenstraat, kennelijk aanvankelijk over het hoofd gezien, werd 2 mei 1947 herdoopt in E. Wassenberghstraat (R. 8 november 1961 Wassenberghstraat). De al tot het kleine traject tussen spoorbomen en voormalige gemeentegrens ingekrompen Overijsselsche straatweg werd 7 december 1950 ook omgedoopt in Schrans.

In 1951 kwamen er ook weer nieuwe straten gereed. die benoemd moesten worden. 15 Februari van dat jaar ontstond achter de Prinses Julianalaan (sedertdien Julianalaan) de West-Indische buurt: Aruba-, Bonaire-, Curaçao-, Saba-, Sint Eustatius-, Sint Maarten- en Surinamestraat. R. 18 januari 1961 werd deze serie namen nog aangevuld met Antillenweg (i.p.v. Spinnerij), Coroniestraat (i.p.v. Witwerkerij), Marowijnestraat (i.p.v. Zilversmidse) en Paramaribostraat (i.p.v. Klokgieterij).

De ontsluitingsweg van een nieuw industrieterrein kreeg 12 mei 1951 de naam Marshallweg naar generaal George Catlett Marshall (1880 - 1959), die als minister van buitenlandse zaken der Verenigde Staten in 1947 het European Recovery Plan ontwierp, beter bekend als het Marshallplan. Daarop aansluitend volgden 6 november 1954 Zwettestraat, 30 januari 1956 Toutenburg-, Ampère- en Voltastraat, R. 18 januari 1961 Lorentzkade, Edison-, Galvani-, James Watt- en Marconistraat, R. 11 september 1963 Stephensonviaduct, R. 10 augustus 1966 Pascalstraat, R. 27 januari 1969 Celsius-, Einstein- en Fahrenheitweg, R. 16 februari 1970 Archimedesweg, 10 augustus 1971 Kelvinstraat, 29 juli 1987 Newtonweg, 7 september 1992 Snelliusweg. In de naoorlogse jaren is steeds geprobeerd om de straatnamen te baseren op tevoren ter plaatse bestaande benamingen; helaas is het aantal van deze laatste veelal ontoereikend. Hier kon men gebruik maken van de namen Zwette en Toutenburg. Zwette (begrenzing) was de waterkering in de ingedijkte Middelzee op de grens tussen Ooster- en Westergo; de naam van de dijk is overgegaan op de sloot aan de westzijde en op de vaart van Leeuwarden naar Sneek. Toutenburg was de naam van een boerderij op de hoek van Galgediep (Harlinger trekvaart) en Zwette (Sneker trekvaart). Verdere naamgevers zijn de uitvinders en ontdekkers André Marie Ampère (1775-1836, electrodynamica), Archimedes (287-212 v. Chr., wet van Archimedes), Anders Celsius (1701-1744, temperatuurschaal), Thomas Alva Edison (1847-1931, electrische gloeilamp, gramofoon, film), Albert Einstein (1879-1955, quanten-, kinetische gas- en relativiteitstheorie), Daniel Gabriel Fahrenheit (1686-1736, thermometer), Luigi Galvani (1737-1798, Galvanische electriciteit), William Thomson, lord Kelvin (1824-1907, absolute temperatuurschaal), Hendrik Antoon Lorentz (1853-1928, electronentheorie), Guglielmo Marconi (1874-1937, draadloze telegrafie), sir Isaac Newton (1643-1727, wet van de zwaartekracht etc.), Blaise Pascal (1623-1662, waarschijnlijkheidsrekening), Willibrord Snellius (Snel van Royen, 1580-1626, brekingswet van het licht etc.), George Stephenson (1781-1848, mijnlamp, stoomlocomotief), Alessandro Volta (1745-1827, electrisch spanningsverschil) en James Watt (1736-1819, stoommachine).

Op verzoek van een belanghebbende werd 21 juni 1951 de minder aantrekkelijke naam Keetbuurt ingetrokken en de in dat straatje staande bebouwing mede genummerd Achter Tulpenburg (ingetrokken 26 april 1988).

Een deel van de toen in aanleg zijnde ringweg werd 24 juni 1952 door B. en W. voorzien van de naam Pieter Stuyvesantweg naar de in Friesland geboren gouverneur van Nieuw-Nederland Pieter Stuyvesant (1592-1672). Op gelijke datum werd een aanvang gemaakt met de straatnaamgeving in de bomenwijk: Abeel-, Esdoorn- en Plataanstraat. 18 September 1952 werd deze reeks voortgezet met Berken-, Beuken-, Boksdoorn-, Ceder-, Egelantier-, Gaspeldoorn-, Kastanje-, Larix-, Sleedoorn- en Vuurdoornstraat, alsmede - als oostelijke begrenzing, langs de toen nog bestaande Schieringersloot - Schieringerweg (in 1549 is er reeds sprake van de Schieringerfenne ten noorden van het Vliet, 1563 van de Schiringefenne te Wylaert). In overleg met de chef van de gemeentelijke plantsoenendienst zijn 3 juni 1957 voor de overige straten in deze wijk namen van bomen en heesters gekozen, die ter plaatse konden worden aangeplant: Acacia-, Ahorn-, Berberis- (ingetrokken R. 1 april 1968), Brem- (ingetrokken idem), Dennen-, Duindoorn-, Eiken-, Essen-, Hazelaar-, Honingboom-, Iepen-, Lijsterbes-, Magnolia-, Populier-, Ribes-, Sneeuwbal- (ingetrokken R. 1 april 1968), Vogelkers- en Wilgenstraat benevens Hagedoornplein, 24 november 1992 volgde Elzenstraat. De wijk is thans nog ruim voorzien van de geadviseerde bomen: acacia (robinia), ahorn, beuk, eik, els, es, esdoorn, hagedoorn (meidoorn), hazelaar, honingboom (één exemplaar), iep, kastanje, lijsterbes, plataan, populier, vogelkers, vuurdoorn en wilg. R. 31 januari 1962 werd een nieuw winkelcentrum Heechterp genoemd, onder welke naam het noord-westelijke deel van dit uitbreidingsplan - eigenlijk ten onrechte - bekend was. De naamgevende hoge terp lag n.l. ten noord-westen van de Groningerstraatweg; toen deze i.v.m. de aantrekkelijke prijs van de terpaarde rond 1890 is afgegraven, werd de erop staande boerderij verplaatst naar de overzijde van de straatweg, waar zij 1961 moest wijken voor drie torenflats, de eerste hogere flatgebouwen in Leeuwarden.

Bekende Friese wateren werden 29 juni 1956 vernoemd in een nieuwe wijk bij de Tijnjedijk: Geeuw-, Graft-, Grote Wielen-, Houtwielen-, Kleine Wielen-, Kurkemeer-, Murk-, Saiter- en Sierds Wielstraat (R. 8 november 1961 Sierdswielstraat); 25 mei 1959 volgde nog Louwsmeer- straat (naar een meertje ten westen van Tietjerk, dat in 1672 door Leeuwarder ingezetenen met het oog op de verswatervoorziening bedijkt is en in 1780 en 1848 werd drooggemaakt), 31 augustus 1970 Holstmeerweg, 23 mei 1972 Zwemmerstraat, 27 november 1978 Ouddeelstraat, 4 november 1980 Langdeel- en Boornstraat en 6 maart 1990 Oude Lune (een watertje bij de Louwsmeerpolder).

De toegangsweg naar de 1951/56 door de Gemeente aangelegde Nieuwe Leeuwarder Jachthaven ontving 7 juli 1956 de naam Jachthavenlaan, een zijstraatje Hendrik Bulthuisstraat (1 februari 1983 vervallen: aan het openbaar verkeer onttrokken)(naar de ontwerper van zeiljachtjes Hendrik Bulthuis, 1892-1948, kapper te Bergum). 21 Juni 1957 volgden in die omgeving acht straten met namen van Friese scheepstypen: Aak- (i.p.v. Morellen-), Boeier- (i.p.v. Kersen-), Giek- (i.p.v. Perzik-), Jol- (i.p.v. Aalbessen-), Schouw- (i.p.v. Moerbei-), Tjalk- (i.p.v. Alicante-), Tjotter- (i.p.v. deel van de Fruit-) en Vletstraat (i.p.v. Abrikozenstraat), R. 1 april 1968 Regenboogstraat (i.p.v. deel van de Greunsweg, circa 1983 opgenomen in fabrieksterrein).

Na de resolutie van 29 december 1957 van de raadgevende vergadering van de Raad van Europa, waarin er op de gemeenten een beroep werd gedaan om de naam Europa te verlenen aan een plein of straat, en het ook in dat jaar gedane voorstel om de rijksweg Groningen-Leeuwarden-afsluitdijk-Amsterdam tot Europa-weg aan te wijzen (E 10), vervingen B. en W. 4 januari 1958 de naam Harlingerplein door die van Europaplein.

Naar aanleiding van de discussie in de begrotingszitting op 18 november 1958 inzake de (delegatie der) straatnaamgeving, is er door de Raad - op voorstel van het College - op 11 maart 1959 een Verordening op de naamgeving van wegen aangenomen, waarbij o.m. een adviescommissie (aan B. en W.) van vijf leden (waaronder tenminste twee raadsleden) werd ingesteld. De leden van die commissie werden 16 april benoemd en de installatie vond 13 mei 1959 plaats. Enige reeds vermelde, analoge en gecorrigeerde namen werden op advies van deze commissie door B. en W. toegekend. Verder kwamen toen in het stedelijk deel der gemeente tot stand: 22 juni 1959 De Bontekoe (naar de uitspanning de Kleine Bontekoe), 16 oktober 1959 Drift (ontstane doorgang aan het Noordvliet) en 7 december 1959 Dr. Zamenhofpark (i.p.v. Oosterpark, n.a.v. een verzoek van de plaatselijke afdelingen van de Ned. Esperantistenver. La Estonto Estas Nia en van de Bond van Arbeiders-esperantisten i.v.m. de herdenking op 15 december van de geboortedag van de Poolse oogarts dr. Lejzer Ludovic Zamenhof, 1859 - 1917, schepper van het Esperanto).

Eveneens op advies van de commissie verleende het College op 22 juni 1959 in het uitbreidingsplan ’t Nijlân een reeks straatnamen, herinnerend aan oude ambachten: Blauwververij, Blekerij, Blokmakerij (i.p.v. Bonairestraat), Geelgieterij, Goudsmidse, Klokgieterij, Leertouwerij (i.p.v. Sint Maartenstraat), Looierij (i.p.v. Sabastraat), Lijnbaan (i.p.v. Curaçaostraat), Spinnerij, Taanderij, Tinnegieterij, Twijnderij (i.p.v. Surinamestraat), Vollerij, Weverij, Wieldraaierij (i.p.v. Arubastraat), Witwerkerij, Wolkammerij (i.p.v. deel van de Pieter Lastmanstraat), Zeilmakerij (i.p.v. Sint Eustatiusstraat) en Zilversmidse; daar kwamen dan nog bij Middelzeelaan, Nieuwlandslaan en Oostergoplein, genoemd naar de in de middeleeuwen ingedijkte binnenzee, het hier ontstane Huizumer Nieuwland en het rond 1500 als rechts- en bestuurlijke eenheid geconsolideerde noord-oostelijke kwartier van Friesland.

De commissie had geadviseerd, voorlopig alleen de nieuw aan te leggen straten van ambachtsnamen te voorzien. B. en W. besloten tot gelijktijdige omdoping van de straatnamen in de West-Indische buurt om deze, al wat oudere buurt niet in een uitzonderingspositie tegenover de er omheen verrijzende, wat ruimer opgezette wijk te plaatsen. Deze omdoping ondervond, als elke wijziging van straatnamen, veel tegenkanting van de bewoners: de ambachtsnamen en het vervallen van de uitgang -straat vielen niet in de smaak. Het heeft de schijn, dat het verzet bewust werd aangewakkerd door een lokaal dagblad. Adressen aan de Raad leidden tot urenlange discussies, op de begrotingszitting van 27 april 1960 uitmondend in een motie (20-16) met verzoek aan het College om de oude straatnamen te herstellen en de nieuwe opnieuw te bezien. Dit had tot gevolg. dat B. en W. op 13 juni 1960 kwamen met Aruba- (i.p.v. Wieldraaierij), Bonaire- (i.p.v. Blokmakerij), Saba- (i.p.v. Looierij), Sint Eustatius- (i.p.v. Zeilmakerij), Sint Maarten- (i.p.v. Leertouwerij) en Surinamestraat (i.p.v. deel van Twijnderij) alsmede Looierij (i.p.v. ander deel van Twijnderij).

In de vergadering van 22 juni 1960 werd daarop de Verordening op de naamgeving van wegen ingetrokken (1915), waardoor de straatnaamgeving aan de Raad zelf kwam; 26 oktober 1960 werden vijf raadsleden in een commissie ad hoc benoemd. De Raad verleende conform het advies van deze nieuwe commissie op 18 januari 1961 (19-13) de volgende namen: Antillenweg (i.p.v. Spinnerij), Coronie- (i.p.v. Witwerkerij), Curaçao- (i.p.v. deel van de Lijnbaan), Marowijne- (i.p.v. deel van Zilversmidse), Paramaribo- (i.p.v. Klokgieterij), Suriname- (i.p.v. Looierij), Beatrix- (i.p.v. Blekerij), Irene- (i.p.v. Wolkammerij), Margriet- (i.p.v. Blauwververij) en Marijkestraat (i.p.v. Taanderij) benevens Prinsessenweg (i.p.v. Vollerij). Dit waren dus benamingen, passend in reeds bestaande rubrieken. Aansluiting bij de Middelzeelaan werd gezocht met Bordineweg (i.p.v. deel van Zilversmidse), Kinkhoornstraat (i.p.v. Goudsmidse), Kwelderstraat (i.p.v. Tinnegieterij), Marningeweg (i.p.v. Geelgieterij), Uiterdijksterweg (i.p.v. Weverij) en Zeesterstraat (i.p.v. deel van Lijnbaan). (Volgens een door de commissie gegeven toelichting waren Bordine en Marninge namen voor delen der Middelzee.) De naam Nieuwlandslaan is toen gewijzigd in Nijlânsdyk, de eerste door het Gemeentebestuur verleende Friese naam in het stedelijk deel der gemeente. De straten aangelegd op het terrein van het verdwenen zwembad Nijlân (1966/’88) ontvingen 6 maart 1990 de namen Ried en Sudermuda; dat zouden ook slenken van de Middelzee zijn geweest.

De Raad besloot 6 september 1961 tot straatnaamgeving in het noordelijke landelijke gebied, het tot 1944 tot Leeuwarderadeel behorende dorp Lekkum en omgeving, o.a. Bonkewei (naar de Bonkesloot), Pôllepaed, Leechpaed en Snakkerbuorren. Op 23 mei 1972 zijn daar door een bewonersstichting bovendien bordjes aangebracht met de officieuze namen Kastleinshoeke, Smidssteech en Spokesteech; B. en W. erkenden 14 juli 1972 deze namen. Ook bij dit spooksteegje zal de veelal heersende duisternis tot de naamgeving hebben geleid, de wat langere en bredere andere steeg voerde naar één der Snakkerbuurster smidses (het laatst, 1889-’94, gedreven door Geert Kuipers). Aan de Kastleinshoeke stond al eeuwen een drinklokaal: in 1649 werd - voor 785 goudgulden - verkocht de ter plaatse staande herberg alwaer die Sevenstar uythangt, bestaande uit vier kamers, twee kelders en een paardenstal. De Raad wees 25 augustus 1975 Snakkerburen, tot dan toe behorend tot het dorpsgebied van Lekkum, aan als aparte buurtschap. B. en W. wijzigden op gelijke datum de straatnamen Bonkewei en Snakkerbuorren in Oan ’e dyk, respectievelijk Oan ’e Ie.

Een ambitieus - door de chef van het bevolkingsregister ter secretarie geëntameerd - voorstel van de vaste commissie voor de straatnaamgeving werd 8 november 1961 door de Raad aanvaard. Overwegende, dat het gewenst is, te geraken tot een zo juist en zo eenvoudig mogelijke schrijfwijze van de in de gemeente voorkomende straatnamen, werd een aantal eerder toegekende straatnamen gewijzigd: Aebingastraat (i.p.v. Abbingastraat), Bij de Put (i.p.v. bij de Put), Cornelis Frederiksstraat (i.p.v. Cornelis Frederikstraat), Druifstreek (i.p.v. Druifsstreek), Fabriekssteeg (i.p.v. Fabrieksteeg) (ingetrokken 4 mei 1988), Ossekop én Uniabuurt (i.p.v. Ossekop of Uniabuurt), Prins Hendrikstraat (i.p.v. Prins Hendriksstraat), Reigerplein (i.p.v. Reigersplein), Ruysdaelstraat (i.p.v. Ruijsdaelstraat), Sierdswielstraat (i.p.v. Sierds Wielstraat), Sint Anthonystraat (i.p.v. St. Anthonijstraat), Sint Jansstraat (i.p.v. St. Jansstraat), Steenhouwerij (i.p.v. De Steenhouwerij) (ingetrokken 10 april 1980), Verkorteweg (i.p.v. Verkorte weg), Wassenberghstraat (i.p.v. E. Wassenberghstraat), Ypeijstraat (i.p.v. IJpeijstraat). De commissie achtte het onnodig, de spelling te wijzigen van straatnamen als Bildtschestraat, Bleekerstraat, Meezenstraat en Sneekerkade; daar zou met afwijking van de respectievelijke besluiten, volgens art. 1 sub 8 van de Wet van 14 februari 1947 houdende voorschriften met betrekking tot de schrijfwijze van de Nederlandse taal, de nieuwe spelling kunnen worden toegepast. De Raad legaliseerde toen wel een groot aantal straat- e.d. namen, waarvan geen benoemingsbesluit was gevonden: Aan de Jelsumervaart, Aan de Potmarge (ingetrokken 10 april 1980), Achter de Grote Kerk, Achter de Hoven, Achter Landbuurt (ingetrokken 4 nov. 1980), Achter Pietersburen (ingetrokken 16 juni 1981), Amelandsstraat, Ayttasteeg, Bagijnestraat, Berlikumermarkt, Beijerstraat, Blokhuisplein, Blokhuissteeg, Bollemanssteeg (aldus reeds 25 januari 1865), Bontepapesteeg, Boterhoek, Bredeplaats, Breedstraat, Burmaniastraat, Cambuursterpad, Camstraburen, Catharinabuurt (ingetrokken 10 jan. 1984), Ciprianussteeg, Collegiesteeg (ingetrokken 10 april 1980), Doelestraat, Dokkumertrekweg, Doorgaandesteeg, Droevendal, Droge Haven, 1e, 2e en 3e Dwarsstraat (ingetrokken 16 juni 1981), Eewal, Eigen brood bovenal, Galileër Kerkstraat, Gedempte Keizersgracht, Gouverneursplein, Groeneweg, Groentemarkt, Groningerstraatweg, Groot Schavernek, Grote Hoogstraat, Grote Kerkstraat, Haniasteeg, Harlingerstraatweg, Harlingertrekweg, Heer Ivostraatje, Hempenserweg, Herenwaltje, Herestraat (24 november 1992 - op verzoek der bewoners - Heerestraat), Hoedemakerssteeg, Hoekster Achterom (ingetrokken 15 juni 1982), Hoeksterkerkhof (ingetrokken 10 jan. 1984), Hoekster- pad, Hofplein, Hollanderdijk, Hoveniersstraat, Huizumerlaan, Ipe Brouwerssteeg, Jacob Catsplein, Jacobijnerkerkhof, Jelsumerbinnenpad, Kalverdijkje, Kastmakerssteeg (ingetrokken 10 april 1980), Keegsdijkje, Keizersgracht, Kelders, Kleine Hoogstraat, Kleine Kerkstraat, Klein Schavernek, Kleijenburg, Klokstraat, Kloosterburen (ingetrokken 10 april 1980),, Koningsstraat, Korfmakersstraat, Kruisstraat, Landbuurt (4 nov. 1980 ander tracee), Loodgieterssteeg, Luilekkerland, Maria Annastraatje, Minnemastraat, Molensteeg, Monnikemuurstraat (benoemd 25 januari 1865), Muggesteeg, Naauw, Nauwesteeg, Nieuweburen, Nieuwekade, Nieuwe Oosterstraat (25 januari 1865), Nieuwestad, Nieuwesteeg, Nieuweweg, Nieuwlandsweg (verdwenen), Nieuwstraatje, Noorderplantage, Noordersingel, Noorderweg, Noordvliet, Oldegalileën, Oldehoofsterkerkhof, Oosterkade, Oostersingel, Oude Doelesteeg, Oude Lombardsteeg, Oude Oosterstraat (25 januari 1865), Over de Kelders, Peperstraat, Perkswaltje, Pieterseliewaltje, Poptasteeg, Poststraat, Potmargewal, Prinsentuin, Pijlsteeg, Pijpbakkerssteeg (R. 22 april 1985 aan het openbaar verkeer onttrokken), Raadhuisplein (benoemd 23 april 1945), Reigerstraat, Ruiterskwartier, Schapendijkje, Schenkenschans, Schilkampen, Schoenmakersperk, Schooldijkje, Schrans, Sint Jobsleen (ingetrokken 8 aug. 1972), Slotmakersstraat, Smidsbuurt, Snekertrekweg, Speelmansstraat, Torenstraat, Tuinen, Turfmarkt, Tweebaksmarkt, Verlengde Schrans, Voorstreek, Weerd, Westerkade, Westerplantage, Wirdumerdijk, Wissesdwinger, Wolvesteeg, Wortelhaven, Wijde Gasthuissteeg, Wijdesteeg (ingetrokken 10 januari 1984), Wijlaarderburen (7 sept. 1992 Wilaarderburen), Zaailand, Zuidvliet, Zuupsteeg, Zwitserswaltje. In diezelfde vergadering werd besloten om de nog uit de Leeuwarderadeelster tijd daterende wijkaanduiding Dorp (Huizum) te splitsen in de straatnamen Dorp (met 20 stemmen vóór, 15 voor Huizum; 11 mei 1976 Huizum-Dorp), Froskepôlle en Over de Greuns (ingetrokken 10 jan. 1984).

11 september 1963 werd er in de Raad weer langdurig over straatnamen gesproken; toen werden o.m. benoemd: Aldlânsdyk (teneinde voor de toekomst de naam van het uitbreidingsplan ’t Aldlân in een straatnaam te behouden), Aldlânsbrêge (de stemmen staakten; op 2 oktober d.a.v. kwam deze Friese naam er door met 21-14), Verlaatsbrug (voor een nieuwe brug ten zuiden van de af te breken Verlaatsbrug), Ritsumastraat (voor een nieuwe straat ten zuiden van het afgebroken Ritsumastraatje), Vrijheidsplein (in verband met het feit, dat onze bevrijders de stad op 15 april 1945 op dit punt binnenkwamen) en Prof. mr. P. S. Gerbrandyweg (teneinde de nagedachtenis te eren van prof. mr. Pieter Sjoerds Gerbrandy (1885-1961), die zich als minister- president van de Nederlandse regering in oorlogstijd verdienstelijk heeft gemaakt voor de zaak van de vrijheid).

Bij deze laatste twee namen aansluitend, werden 3 maart 1965 in het plan Lekkumerend (het oostelijk deel van het uitbreidingsplan ’t Ielân, 15 april 1995 Vrijheidswijk) namen toegekend, die herinneren aan het verzet in de bezettingsjaren, op welke benoeming reeds in een brief van 26 november 1960 door het bestuur van het district Leeuwarden van de Vereniging Friesland 1940-’45 was aangedrongen. Daar ontstonden: Annie Westland-, Familie van der Weij-, Gebroeders Wierda-, Jan Evenhuis-, Krijn van der Helm- (R. 3 april 1967 Krijn van den Helm-) en Leendert Sinnemastraat, Koeriersters-, Mariniers-, Piloten- en Zeemansespel, Gijzelaarsweg, Artsen- (voorgesteld was Razzia-), Convooi- (R. 20 oktober 1965 Konvooi-), Droppings-, Invasie-, Onderduikers-, Overval-, Raadsheren-, Verzets- (i.p.v. deel van de Lekkumerweg) en Victoriestraat. In verband met wijziging van het stratenplan, zijn bij Raadsbesluit van 23 mei 1972 de namen Artsenstraat, Gijzelaarsweg, Onderduikersstraat, Raadsherenstraat en Zeemansespel ingetrokken. 8 Augustus d.a.v. werd een nieuwe straat voorzien van de naam Gijzelaarsstraat, die 19 december 1972 weer vervangen is door Leo Twijnstrastraat. Op dezelfde datum werd de Overvalstraat omgedoopt in Sijtze Bartsmastraat. 13 November 1973 kwam daarbij Piet Kramerplein, 11 februari 1986 Christiaan Kerkhofstraat en Siebe Schootstrastraat. De vernoemde illegale werkers waren Sijtze Bartsma (geb. 1887, timmerman-aannemer, bediende een illegale radio-zender, omgekomen bij bombardement interneringsschip 1945), Jan Evenhuis (geb. 1896, hoofdinsp. dir. bel., oprichter Nat. Steunfonds ter financiering van het verzet in Friesland, gefusilleerd 1944), Krijn van den Helm (geb. 1912, commies Rijksbelastingen, provinciaal leider der knokploegen, doodgeschoten 1944), Christiaan Kerkhof (geb. 1900, timmerman, lid Oranje Vrijbuiters, vuurpeleton 1944), Piet Kramer (Pieter Gerk Oberman, 1908-1972, houthandelaar, leider van de overval), Siebe Schootstra (1906-1985, rijwielfabrikant, coördinator financiering van het verzet), Leendert Sinnema (geb. 1886, chef afd. bevolking ter gemeentesecretarie, vervalste persoonsbewijzen, omgekomen in concentratiekamp Neuengamme 1945), Leonardus Lambertus Twijnstra (geb. 1904, glashandelaar, lid Oranjewacht, gefusilleerd 1942), Cornelia Johanna van den Berg-van der Vlis (Annie Westland, geb. 1892, weduwe van de 1942 gefusilleerde kapitein infanterie Christiaan Frederik van den Berg, hoofdkoerierster in Friesland van de Landelijke Organisatie tot hulp aan onderduikers, gefusilleerd 1944), vader Tiede (geb. 1884) en zoons Pieter (geb. 1910), Sjouke (geb. 1916) en Theunis (geb. 1920) van der Wey (drukkers, o.m. van de illegale bladen Trouw en Vrij Nederland, omgekomen in concentratiekampen 1944/45) en de gebroeders Egbert Mark (geb. 1918), Klaas Jan Wypcke (geb. 1921) en Hyltje (geb. 1925) Wierda (studenten, leden Binnenlandse Strijdkrachten enz., gefusilleerd Dronrijp 11 april 1945).

Aanduidingen als gijzelaars, koeriersters en onderduikers behoeven (nog) geen toelichting; misschien heeft het wel zin om aan te geven, waarom hier b.v. naast de oorlogsactiviteiten van mariniers en piloten (wapendroppings) ook die van artsen en raadsheren zijn vastgelegd. Het artsenverzet richtte zich tegen de verplichte Artsenkamer (naar analogie van b.v. de Kultuurkamer voor de kunstenaars) en wist uiteindelijk in 1943 een volledige overwinning te behalen. Op 25 februari 1943 werd het z.g. Leeuwarder arrest uitgesproken, hetwelk tot het ontslag van de daarbij betrokken raadsheren mrs. F. F. Viehoff (1881-1951) en J. Wedeven (1884-1953) leidde; hun recht op wachtgeld en pensioen werd vervallen verklaard. De raadsheer plv.v. mr. J.B.J. Heijmeijer (1895-1955), die het arrest mede had gewezen, claimde eveneens verantwoordelijkheid: hij werd geschrapt als plaatsvervanger. In dit arrest werd o.m. naar voren gebracht, dat het Gerechtshof de strafverzwarende wijze, waarop toentertijd de opgelegde gevangenisstraffen werden ten uitvoer gelegd (kamp Erica, Ommen), in aanmerking nam bij het vaststellen van de op te leggen straf. Het arrest heeft sterk de aandacht getrokken, omdat het een onderdeel vormde van het verzet van de rechterlijke macht tegen de toestanden, welke in de strafkampen heersten. Door de illegaliteit werd een fonds ingesteld, de z.g. zeemanspot, ten behoeve van de in Nederland verblijvende gezinsleden van zeevarenden; deze organisatie ontwikkelde zich tot het Nationaal Steunfonds. Op 6 juni 1944 begon de invasie der geallieerde strijdkrachten in Normandië. Op 9 december 1944 heeft de Friese illegaliteit de overval gedaan op het Huis van Bewaring te Leeuwarden, waarbij vele in levensgevaar verkerende verzetsmensen werden bevrijd. De in deze wijk ook toegepaste aanduiding espel was en is niet voor ieder even duidelijk. Oorspronkelijk was een espel een stadswijk of -kwartier, in het huidige Fries betekent het menigte, troep, grote hoeveelheid.

20 Oktober 1965 besloot de Raad om in het plan Bilgaerd (het westelijk deel van liet uitbreidingsplan ’t Ielân) aan de straten en buurteenheden namen van Friese waterschappen te geven, n.l. Brandemeer, Dammelaan, Eeskwerd, Luchtenrek, Ludinga, Skrok en Wollegaast, respectievelijk de Anjen, de Bird, de Dulf, de Fennen, de Gealanden, de Hooidollen, de Jokse, de Kei en de Meenthe; op gelijke datum werd ook de Eebrug benoemd. Bij Raadsbesluit van 27 januari 1969 volgden nog Hooi-, Jokse-, Kei-, Ludinga-, Skrok- en Wollegaastdam, Anjen-, Bird-, Dulf- en Fennenplein. Het winkelcentrum kreeg R. 31 maart 1970 de naam Bilgaardpassage (R. 27 januari 1986 aan het openbaar verkeer onttrokken), de door onaangepast gedrag van een groep flatbewoners belaste naam De Meenthe is 11 december 1990 vervangen. De adviserende commissie had een alfabetische opzet voor ogen en koos uit een opsomming in de Provinciale Almanak van Friesland zestien namen van (sedert 1981 niet meer zelfstandige) boezemwaterschappen: de Anjen (395 ha., Kollumerland c.a.), de Bird (430 ha., Idaarderadeel), Brandemeer (92 ha., Lemsterland), de Dammelaan (409 ha., Dantumadeel), de Dulf (240 ha., Opsterland), Eeskwerd (56 ha., Hennaarderadeel), de Fennen en de Hoogfenne (200 ha., Dantumadeel), de Gealanden (335 ha., Smallingerland), de Hooidollen (211 ha., Dantumadeel en Kollumerland c.a.), de Jokse (177 ha., Idaarderadeel en Leeuwarden), de Kei (647 ha., Gaasterland en Hemelumer Oldeferd), Luchtenrek (4040 ha., Ooststellingwerf), Ludinga (900 ha., Franekeradeel, Harlingen en Wonseradeel), de Meenthe (466 ha., Weststellingwerf), Skrok (206 ha., Hennaarderadeel) en Wollegaast (2833 ha., Doniawerstal, Gaasterland, Lemsterland, Sloten en Wijmbritseradeel). In deze omgeving waren reeds op 24 juni 1964 door de Raad de namen Tylkedam (naar de oude buurtschap van dien naam - 1580 Tielkedam) en Jeugdweg (langs kinderboerderij en padvinderstroephuis) toegekend.

In juni 1965 had een commissie van de commandant der Leeuwarder vliegbasis opdracht gekregen, voor de tot dan toe genummerde wegen op en om het veld (aan het Keegsdijkje) namen voor te stellen, die bij voorkeur enig verband houden met de geschiedenis van het Leeuwarder vliegveld. Sedert 1932 werd een weiland ter plaatse gebruikt door zweefvliegers, in 1936 ging de eerste spade de grond in voor een werkverschaffingsobject aldaar (800 x 800 m.), 1938 volgde de officiële ingebruikstelling. De bezetters - von diesem Fussballfeldchen werden wir mal einen richtigen Flugplatz machen - vergrootten het landingsterrein tot 1250 bij 1400 meter. De hiervoor aangetrokken aannemer zetelde in het dadelijk in 1940 opgetrokken (en in 1963 afgebroken) barakkenkamp Ericadorp (eerst 1945 min of meer officieel) aan de Mr. P.J. Troelstraweg; later zijn daar ook (veelvuldig het marslied Erika scanderende) bewakingstroepen gelegerd. De K.L.M., die het veld 1938-’40 voor binnenlands luchtverkeer had benut, maakte er ook 1946-’49 gebruik van; daarna kwamen de toestellen van de Luchtmacht en is het terrein nog verder uitgebreid. 11 Januari 1966 werden de naambordjes onthuld door twee veteranen, de heren ir. S. Kramer en J. van der Steeg. De namen luiden: Schapenlaan (eigenweg van zij-ingang naar Poptawei), Ringweg (West, Noord en Oost, 1992 Zuid), Schietbaanweg, Kampweg, Olympiapad, Meteorplein, Hunterweg, van Gemerenstraat, Huizingastraat, Kramerweg en Van der Steegweg. Behalve enkele onderdelen van de basis en een drietal vliegtuigtypen werden toen vernoemd: de kapitein W. van Gemeren (1895-1938, vliegongeval Badhoevedorp), chef vliegschool Soesterberg, die als eerste op 5 juli 1937 met een motortoestel op het Leeuwarder vliegveld landde, Roelf Huizinga (1903-1933, vliegongeval Soesterberg), zweefvlieger, ijveraar voor de totstandkoming van dit vliegveld, 1931 secretaris comité tot bevordering van den aanleg van een luchthaven in Friesland, ir. Sijbren Kramer (geb. 1899), adjunct-directeur I.W.G.L. voorzitter Friesche Luchtvaartvereeniging, en Jan van der Steeg (1889-1970), oud-marinevlieger, havenmeester burgervliegveld 1938/41 en 1945/51 (toen het vliegveld geheel in militaire handen overging). 1 Juli 1968 werd de Dasstraat voor het verkeer opengesteld door Hans Das (geb. 1896), terreinbeambte en kantinehouder 1938-1940, juni 1990 het Van der Lindenlaantje door sergeant-majoor Sjierk van der Linden (geb. 1930), vertrekkend hoofd van de expeditie. In 1992 is nog de Wisselllaan aangelegd, langs het legeringsgebouw de Wissel.

In het plan ’t Aldlân kregen R. 10 augustus 1966 Legedyk (laaggelegen), Oostergoweg (niet ver van het Oostergoplein) en Nieuw-Rapenburg (ongeveer ter plaatse van de reeds in 1648 genoemde boerderij en blekerij Rapenborgh) hun naam, en op 3 april 1967 werd de ontsluitingsweg van de sportvelden op het terrein van de sedert 1534 vermelde, 1971 afgebroken boerderij de magere weyde (op zavelige, schrale grond) evenzo Magere Weide genoemd.

Andere incidentele naamgevingen volgden bij Raadsbesluit van 11 december 1967: Oude Veemarkt voor het in 1963 door de veehandelaren verlaten terrein, begrensd door Lange Marktstraat, Sophialaan, Zuidersingel en Snekerkade (later beperkt tot een aldaar gerooide straat) en Poptawei (voorgesteld was van Poptawei, doch van sneuvelde met 16 tegen 15 stemmen) voor het oude tracee van de Harlingerstraatweg (leidende in de richting van het Marssumer Poptaslot). In diezelfde zitting van de Raad werden eerst na zeer lange discussie - een raadslid sloeg voor om de vaste straatnamencommissie toch eindelijk eens op te doeken - namen toegekend aan de eerste wegen in het plan Aldlân-west, te weten Weideflora en Beemdgras. In het desbetreffende voorstel van de commissie, d.d. 29 november 1967, werd tevens een, aan de brochure Vegetatieve herkenning van onze graslandplanten van de Landbouwvoorlichtingsdienst ontleende opsomming van hetgeen wellicht ter plaatse heeft gegroeid en gebloeid opgenomen, uit welke namen voor dit uitbreidingsplan een keus kon worden gemaakt. R. 31 augustus 1970 volgden daar Fioringras en Heermoes (19 december 1972 Rietgras), alsmede Drachtsterweg en -plein, 19 december 1972 Kamgras, Mannagras, Raaigras en Zwenkgras, 13 november 1973 Dr. Jacob Botkeweg, 3 juni 1975 nog Timothee en Trosdravik. Werd hier voor diverse grassoorten gekozen, andere inheemse planten kregen ruimte in het plan Aldlân-oost, voorbij de Drachtsterweg: 3 april 1973 Stinzenflora, Daslook, Ereprijs, Holwortel, Lenteklokje, Speenkruid, Winterakoniet, Zenegroen, 22 oktober 1974 Keizerskroon, Maagdepalm, Salomonszegel, 3 juni 1975 Bereklauw, Hoornbloem, Kalmoes, Veldbies, Waterbies, Watermunt, Wilgenroosje, Zwanebloem, 28 november 1975 Heggewinde, Longkruid, Poelruit, 11 mei 1976 Aronskelk, 6 december 1977 Sleutelbloem, 27 november 1978 Bostulp en 10 januari 1984 Zevenblad. De in Huizum geboren en begraven bioloog Jacob Botke (1877-1939) was werkzaam in het middelbaar onderwijs en ijverde o.m. voor de beoefening van geakunde. Mogelijk door het ontbreken van direct betrokkenen (de huizen moesten nog gebouwd worden), kwam er geen publieke reactie op een raillerend krante-artikel De vaste commissie luidt het nieuwe grasklokje. En waar belanden we? Nòg een wijk en we zitten in de mossel, de kokkel en de schele pos, gedachtig aan hetgeen wellicht ter plaatse heeft gezwommen en gepaaid. Wel tekende de gemeentelijke voorlichter bezwaar aan tegen de producten van de vaste commissie: het is begonnen met de hoogst singuliere en willekeurige vernoeming van waterschappen en nu krijgen we een soort onkruidbuurt.

Naar aanleiding van een verzoek van de zijde der politie om ook straatjes, waaraan geen gebouwen nummeren, van een naam te voorzien, werden op 1 april 1968 benoemd: Achter de Beurs, Mantgumerstraat, Meeuwenstraat en Oosterkadesteeg; verder kwamen toen enkele, reeds hiervoor vermelde namen tot stand, alsmede Busstation (bij het spoorwegstation, ingetrokken 7 sept. 1992), 27 januari 1969 volgde nog Vrouwenpoort (i.p.v. deel van de Westerplantage) en 9 juni 1969 Sixmastraat (naar een in de vorige eeuw afgebroken state of landhuis op de hoek van Huizumerlaan en Verlengde Schrans, o.m. bewoond door de families Sixma en Burmania).

27 Januari 1970 stelde de Raad, gelet op de verordening van die datum, regelende de samenstelling en de werkwijze van de commissies van advies en bijstand aan B. en W., per 1 september d.a.v. een commissie voor de straatnaamgeving in. De Raad, die sedert 1960 zelf de namen had vastgesteld, delegeerde deze taak weer aan het College van B.en W., dat geadviseerd zou worden door een commissie onder voorzitterschap van een wethouder, verder bestaande uit drie leden en twee niet-leden van de Raad. Als secretaris werd een ambtenaar ter secretarie aangewezen, als adviseur een archiefambtenaar; later voegden zich nog daarbij vertegenwoordigers van politie en posterijen. Deze commissie zou worden geraadpleegd omtrent het toekennen van namen aan straten, wegen, bruggen, wijken, buurtschappen, bestemmingsplannen en dergelijke.

Voor de geplande bebouwing tussen Lekkumerweg en Groningerstraatweg zouden drie namen volstaan. De commissie adviseerde namen, die verband hielden met de bevrijding, Canadezenlaan, Dragoonsplein en Robinsonstraat, welk advies 23 mei 1972 door B. en W. is gevolgd. Met een tankcolonne van de Royal Canadian Dragoons bereikten 15 april 1945 via de Groningerstraatweg de eerste geallieerde troepen de stad. Captain John G. Robinson (1908-1979), reserveofficier van de British Liberation Army, werd de eerste town-major; deze Engelse acteur was eerder assistent town-major van Brugge en daarna tot zijn demobilisatie in november 1945 town-major van (de Britse sector van) Berlijn.

Het stratenplan van de nieuwe wijk Westeinde vergde veel meer namen, zodat een wat groter reservoir moest worden aangeboord: namen van Friestalige schrijvers en dichters; het leek gepast om deze te combineren met de uitgangen -leane en -wei. 5 September 1972 Jan Jelles Hof- en Douwe Kalmaleane en Reinder Brolsma-, Nyckle Haisma-, Simke Kloosterman-, Jan Piebenga-, Obe Postma- en Fedde Schurerwei; 3 april 1973 Gerben Colmjon-, Pieter Sipma-, Johan Winkler- en Dr. Wumkeswei; 11 mei 1976 Japik Hepkema-, Nynke van Hichtum-, Trui Jentink-, Tsjibbe Geerts-, Harmen Sytstra-, Barend van der Veen- en J.P. Wiersmawei; 29 januari 1980 Rixt-, Eeltsje Folkertsma- en Ulbe van Houtenwei; 18 november 1986 Paulus Akkerman-, Jelle Brouwer-, Sjoerd Spanninga-, Ype Poortinga- en Ypk fan der Fearwei. Naamgevers waren (GJ geeft aan, dat, en in welk jaar de betrokkenen de Gysbert J apicx-priis, voor Friese literatuur, ontvingen): Paulus Akkerman (1908-1982, bakker, schrijver van christelijke volksromans, GJ 1971), Reinder Brolsma (1882-1953, journalist, schrijver van romans en toneelstukken), Gerben Colmjon (1828-1884, o.a. boekhandelaar, archivaris, bibliothecaris, taalkundige), Hendrika Akke van Dorssen (Rixt, 1887-1979, gemeente-ambtenaar, dichteres, GJ 1953), Jan Dijkstra (Sjoerd Spanninga, 1906-1985, ciseleur, dichter, GJ 1951), Eeltje Botes Folkertsma (1893-1968, onderwijzer, essayist, journalist, voorman Friese Beweging, GJ 1959), Nicolaas Haisma (Nyckle Jacobs, 1907-1943, onderwijzer, romanschrijver en dichter, GJ 1948), Jacob Hepkema (1845-1919, uitgever, redacteur, volksschrijver), Jan Jelles Hof (Jan fen ’e Gaestmar, 1872-1958, journalist, redacteur, taalkundige, dichter en prozaschrijver), Ulbe van Houten (1904-1974, onderwijzer, romanschrijver, GJ 1955), dr. Douwe Kalma (1896-1953, leraar Engels, redacteur, dichter, veelzijdig schrijver), Simke Kloosterman (1876-1938, romantisch schrijfster en dichteres), Tjibbe Geerts van der Meulen (1824-1906, o.a. boekhandelaar, drukker, redacteur, uitgever), Jan Tjittes Piebenga (1910-1965, onderwijzer, journalist, redacteur), dr. Ype Poortinga (1910-1985, leraar Duits, dichter, schrijver van romans en toneelstukken, GJ 1950), Lipkje Post-Beuckens (Ypk fan der Fear/Ella Wassenaer, 1908-1983, onderwijzeres, schrijfster van historische romans, dichteres, GJ 1979), dr. Obe Postma (1868-1963, leraar wiskunde, dichter, beoefenaar landbouw- en dorpsgeschiedenis, GJ 1947), Fedde Schurer (1898-1968, onderwijzer, dichter, redacteur, GJ 1949), dr. Pieter Sipma (1872-1961, onderwijzer, leraar Nederlands, lector Fries, filoloog), Geertruida Christine Stellingwerf-Jentink (1852-1918, journaliste, redactrice), Harmen Sytses Sytstra (1817-1862, onderwijzer, romantisch schrijver en dichter), Sjoukje Maria Diederika Troelstra-Bokma de Boer (Nienke van Hichtum, 1860-1939, schrijfster van kinderboeken), Barend van der Veen (1890-1968, kapper, schrijver van toneelstukken en kinderboeken), Jacobus Pieters Wiersma (1894-1973, correspondent, schrijver van romans, toneelstukken en gedenkboeken), dr. Geert Aeilco Wumkes (1869-1954, predikant, bibliothecaris, redacteur, vertaler, biograaf), Johan Winkler (1840-1916, medicus, taalkundige, folklorist).

De van de Aldlânsdyk naar de hoofdingang van het Medisch Centrum Leeuwarden leidende weg ontving 3 april 1973 de naam Henri Dunantweg, het verlengde daarvan op dezelfde datum Jansoniusstraat, 14 september 1976 de toegangsweg van het Agrarisch Onderwijs Centrum Klaas Hartsweg en 1 november 1994 het centrale openbare plein van dat centrum Agora. Vernoemd zijn Jean Henry Dunant (1828-1910, Zwitsers bankier, schrijver en filantroop, stichter Internationale Rode Kruis), Klaas Harts (1865-1934, directeur Rijks Kweekschool Leeuwarden 1919-’32, socialist, geheelonthouder) en Jan Gerbrandus Jansonius (1870-1957, mede-oprichter en lid S.D.A.P. 1894-1932, burgemeester van Leeuwarderadeel 1918-’35, religieus socialist, drankbestrijder). 13 November 1973 werd de voor de onderwal van de Kelders algemeen gebruikte aanduiding Bierkade gelegaliseerd, 15 juli 1976 de ook al lang gevoerde naam Oranjewaltje. 6 December 1977 kregen enkele parkeerterreintjes bij de Mercuriusfontein (van G.A. Bredow, geschenk 25-jarige V.V.V., 1923) de naam Mercuriusplein (ingetrokken 3 oktober 1989).

11 Mei 1976 kwam er een (voorlopig ?) einde aan de strijd inzake het gebruik van de oude dorpsnaam Huizum. B. en W. besloten op die datum de in 1961 vastgestelde benaming Dorp te vervangen door Huizum-Dorp. 6 December 1977 ontvingen in die omgeving Pasveerweg, de Pelsweg, Tjallingaweg en Abbingapark hun namen, 4 november 1980 Pieter Meeterstraat. Naamgevers waren de plaatselijke tapperijen Pasveer (1761, 1852) en de Pels (1691, 1858) en de in 1837 afgebroken Abbingastate. Tjallinga, een boerenplaats onder Westernijkerk, leende zijn naam aan het Tjallinga Weeshuis, 1877-1937 gevestigd aan de Huizumerlaan; het van 1907 daterende hoofdgebouw en de latere uitbreidingen zijn 1987 gerenoveerd en ingericht voor particuliere bewoning. De Huizumer onderwijzer Pieter Andries Meeter (1788-1876) schreef kinderlees- en zangboekjes en Friese bijdragen in Iduna.

In een nieuwe buurt ter plaatse van de afgebroken Houtstraten werden Leeuwarder burgemeesters vernoemd: 6 december 1977 Rengerslaan, Dirk Zeper- en Thijs Feenstraweg, 15 maart 1983 Bieruma Oosting- en Jacob Patijnweg, 24 september 1985 Reinder Buysingweg. Dat waren: 1816-’20 Reynder Buysing (1743-1821), 1821-’40 Thijs Feenstra (1765-1840), 1865-’71 Dirk Zeper (1803-’81), 1877-’83 mr. Wilco Julius van Welderen baron Rengers (1835-1916, schenker van het terrein van het Rengerspark) en 1911-’18 mr. Jacob Adriaan Nicolaas Patijn (1873-1961).

In het industriegebied de Hemrik kreeg het wegennet namen van hemellichamen: 6 december 1977 Planetenlaan, Jupiter-, Saturnus-, Uranus-, Neptunus- en Plutoweg, 27 november 1978 Orionweg, 29 januari 1980 Avondster-, Poolster- en Zuiderkruisweg, 4 november 1980 Apollo-, Icarus- en Pallasweg, 16 juni 1981 Junokade en Sirius-, Pollux- en Aldebaranweg, 8 september 1981 Hidalgo- en Vestaweg, 24 november 1992 Mercuriusweg, 10 oktober 1994 Marsweg en 3 september 1996 Venusweg. Vernoemd zijn de planeten Mercurius, Venus (=Avondster), Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus en Pluto, de planetoïden Apollo, Hidalgo, Icarus, Juno, Pallas en Vesta, de sterren Aldebaran, Pollux, Poolster en Sirius, alsmede de sterrenbeelden Orion en Zuiderkruis.

De naamgeving in Camminghaburen is ietwat uit de hand gelopen, vooral omdat in de Camminghabuursterpolder aanvankelijk niet meer dan dertig straten waren geprojecteerd. Geadviseerd werd, namen toe te passen van huizen van vooraanstaande oude Friese families, een categorie, die voor dat aantal voldoende keus zou bieden. Mede omdat hetzelfde stratenpatroon werd voortgezet in de belendende Weeshuispolder liep het aantal benodigde namen echter op tot bijna het viervoud! Toen er een veertigtal bekende states etc. was vernoemd, is B. en W. geadviseerd om een andere categorie aan te snijden, dan wel om Friese meisjesnamen met achtervoegsel -state te kiezen. Omdat het College bleef vasthouden aan edele huizen, heeft de chef van het Bevolkingsregister in 1981 een aanvullende lijst ingediend met ook minder bekende namen, waaruit vervolgens is geput. Als eersten ontvingen 6 december 1977 Camminghaburg en Harsta- en Staniastate hun naam, gevolgd door: 26 november 1978 Andringa-, Dotinga-, Epema-, Holdinga-, Osinga-, Scheltema-, Sminia-, Tjaarda-, Walta- en Wibrandastate, Tania- en Vijversburg; 29 januari 1980 Beslinga-, Fogelsangh-, Jongama-, Kingma-, Liauckama- en Martenastate, Fries-, Hanen-, Kippen-, Kouden-, Roorda-, Schatzen- en Schuilenburg, Sjaerdemaslot; 16 juni 1981 Aggema-, Bonga-, Farnia-, Goslinga-, Hottinga-, Humalda-, Lettinga-, Mockema-, Oenema-, Ropta-, Sickinga- en Wismastate; 8 september 1981 Eysma-, Frittema-, Gauma- en Melkemastate, Grove-, Idzerda- en Schierstins; 15 juni 1982 Canter-, Elgersma-, Glinstra-, Gralda-, Hiddema-, Jepma- en Monsmastate; 24 september 1985 Rinsmastate, Carolinen-, Lieuwen- en Rustenburg, Albada-, Heslinga- en Ubbemastins; 11 februari 1986 Rollema- en Juckemastate; 18 november 1986 Bennema- en Bootsmastate, Galamastins; 14 juli 1987 Douwema-, Hanckema-, Hermana-, Jarigsma- en Solckamastins; 26 april 1988 Alinga-, Atsma-, Eelsma-, Feddema-, Harkema-, van Heloma-, Okkinga- en Orxmastate, van Gheel-, Gratinga-, Haersma-, Hemmema-, Jaarla-, Keimpema-, Papinga-, Putsma-, Ringia-, Sassinga- en Ungastins; 3 oktober 1989 van Andla-, Crack-, Franckena-, Friesma-, Haerda- (ingetrokken 10 oktober 1994), Rispens-, Rooswinkel-, Rozema-, Schroorsma-, Sjoerdsma-, Stadhouder- en Swingmastate; 11 december 1990 Britsenburg en Lycklamastins; 24 november 1992 Havinga- en Jornsmastate; 21 september 1993 Herwey-, Lauta-, Nijdamstra- en Uilenburgstate; 10 november 1995 Obbemastins (26 maart 1996 vervangen door Smeetsmastins). Uit de toelichting bij de lijst van 1981 blijkt, dat de volgende, inmiddels veelal verdwenen states etc. zijn vernoemd. (Opgemerkt moet worden, dat er wel gelijknamige huizen op andere plaatsen in Friesland hebben gestaan.) States: Aggema, Wijnaldum; Alinga, Deinum; Andla, Minnertsga; Andringa, Oldeboorn; Atsma, Firdgum; Bennema, Hardegarijp; Beslinga, Friens; Bonga, Kimswerd; Bootsma, Kollum; Canter, Driesum; Crack, Heerenveen; Dotinga, Dronrijp; Eelsma, Sexbierum; Elgersma, Boer; Epema, IJsbrechtum; Eysma, Burum; Farnia, Minnertsga; Feddema, Grouw; Fogelsangh, Veenklooster; Franckena, Wolvega; Friesma, Idaard; Frittema, Dongjum; Gauma, Oldeboorn; Glinstra, Bergum; Goslinga, Hallum; Gralda, Peins; Haerda, Oosterbierum; Harkema, Lutkewoude; Harsta, Hogebeintum; Havinga,?; Heloma, Wolvega; Herwey, Ternaard; Hiddema, Hempens; Holdinga, Anjum; Hottinga, Pietersbierum; Humalda, Ee; Jepma, Roordahuizum; Jongama, Rauwerd; Jornsma, Britsum; Juckema, Stiens; Kingma, Zweins; Lauta, Wier; Lettinga, Britsum; Liauckama, Sexbierum; Martena, Cornjum; Melkema, Rinsumageest; Mockema, Aalsum; Monsma, Bolsward; Nijdamstra, Grouw; Oenema, Heerenveen; Okkinga, Burgwerd; Orxma, Menaldum; Osinga, Langweer; Rinsma, Driesum; Rispens, Oosterend; Rollema, Aegum; Rooswinkel, Akkerwoude; Ropta, Metslawier; Rozema, Kollumerpomp; Scheltema, Boksum; Schroorsma, Westernijkerk; Sickinga, Herbayum; Sjoerdsma, Lekkum; Sminia, Wommels; Stadhouder, Schingen; Stania, Oenkerk; Swingma, Harlingen; Tjaarda, Rinsumageest; Uilenburg, Rijperkerk; Walta, Wieuwerd; Wibranda, Hichtum; Wisma, Blessum. Burgen: Britsen-, Britsum; Cammingha-, Leeuwarden; Carolinen-, Brongerga; Fries-, Nijeholtpade; Hanen-, Tietjerk; Kippen-, (buurtschap in) Gaasterland; Kouden-, Haule; Lieuwen-, Oldeholtpade; Roorda-, Franeker; Rusten-, Marrum; Schatzen-, Dronrijp; Schuilen-, Hindeloopen; Tania-, Leeuwarden; Vijvers-, Rijperkerk. Stinzen: Albada, Poppingawier; Douwema, Irnsum; van Gheel, Leeuwarden; Gratinga, Hitzum; Grove-, Hardegarijp; Haersma, Drachten; Hanckema, Scharl; Hemmema, Berlikum; Hermana, Minnertsga; Heslinga, Poppingawier; Idserda, Ter Idsard; Jaarla, Wetsens; Jarigsma, Oudega; Keimpema, Leeuwarden; Lycklama, Beetsterzwaag; Obbema, Ee; Papinga, Leeuwarden; Putsma, Goutum; Ringia, Stiens; Sassinga, Hennaard; Schier-, Veenwouden; Smeetsma, Augustinusga; Solckama, Hommerts; Ubbema, Ypecolsga; Unga, Edens. Tenslotte: Sjaerdemaslot, Franeker.

Dan volgen enkele incidentele benoemingen: 24 juni 1980 Soldatendijkje (toelichting: bij de molen aan het Kalverdijkje was een weg, waarlangs vroeger soldaten trokken naar een terrein voor het houden van schietoefeningen), 16 oktober 1980 Anne Vondelingweg, 16 juni 1981 Velstraweg (naar de manege), 15 juni 1982 Krommejat (een in die omgeving al eeuwenlang bekende naam) en Harmonieplein (een parkeerterrein tussen Paleis van Justitie en schouwburg De Harmonie). Dr. Anne Vondeling (1916-’79) was een vooraanstaand P.v.d.A.-politicus, o.a. ook voorzitter van Fryske Akademy, Friese Mij van Landbouw en Friese Pers, Tjeerd Ritskes Velstra (1840-1918) een veehouder, toneelschrijver, groot ijveraar voor de paardensport, 1887-1908 bewoner van de villa Baensein.

De in 1970 ingestelde vaste commissie voor de straatnaamgeving was 7 augustus 1978, met ingang van 1 september d.a.v., door de Raad opgeheven. Eerst vier jaar later (besluit van B. en W. 13 juli, met ingang van 1 september 1982) kwam er een nieuwe adviescommissie, weer onder voorzitterschap van een wethouder. Verder maakten daar deel van uit twee leden van de Raad alsmede ambtelijke vertegenwoordigers van Gemeentearchief, Dienst Stadsontwikkeling, secretarie-afdeling Bevolking etc. en Posterijen; secretaris werd een ambtenaar van Bevolking.

Een wijziging van de gemeentegrens per 1 januari 1984 leidde 29 november 1983 tot benoemingen op voormalig dorpsgebied van Tietjerk: De Groene Ster (i.p.v. Kleine Wielen), Alddiel en Woelwijk. Gehandhaafd bleven de 3 mei 1979 door het gemeentebestuur van Tietjerksteradeel vastgestelde namen van wegen en paden in het recreatiegebied De Groene Ster: Noarder ruchlân, Roazendaal, Oer de bril, Trimbaan, Aldefinne, Bûtlân, de Skieppepoel, Simmerkrite, it Eilân, Mountsjewei, de 13e Mêd en de Swarte koai. In die omgeving volgden 26 april 1988 Simmerdyk en Wielhalsdyk en 1 november 1994 Groene Sterpad. In 1984 kwam nog van Beetgumermolen Bitgumerlân (i.p.v. Nijlânsdyk), 24 september 1985 van Engelum Jan Minnesdykje en Tjessingawei.

Adviezen van de commissie leidden verder nog tot de toekenning op 10 januari 1984 van de naam Catharinahof aan een verbindingsweg van Voorstreek en Hoeksterpad, ongeveer ter plaatse van de afgebroken Catharinabuurt, en op 24 september 1985 van de naam De Zak, een tot 1930 in gebruik zijnde benaming voor een straatje tussen Bollemanssteeg en Sint Anthonystraat.

In het kader van een herziening van het commissiestelsel is de in 1982 ingestelde commissie voor de straatnaamgeving in maart 1986 opgeheven. De werkzaamheden werden voortgezet door een zuiver ambtelijke werkgroep (onder leiding van een wethouder), bestaande uit vertegenwoordigers van P.T.T., Stadsontwikkeling, Bevolking en Archief.

Als eerste resultaat van de activiteiten van de werkgroep kan worden beschouwd het besluit van B. en W. van 21 oktober 1986 tot toekenning van de straatnaam Bisschopsrak. Toelichting: De woonschepen in het Bisschopsrak worden genummerd aan de nieuwe straatnaam Bisschopsrak; de straatnaam van de toegangsweg (Harlingertrekweg) blijft onveranderd. 14 Juli 1987 kreeg een parkeerterrein aan de Jacob Catsstraat de naam Fonteinland, met de Fonteinstraat herinnerend aan de reeds lang verdwenen Fonteinsloot. Twee toeleidingswegen van de Oostergoweg zijn 26 april 1988 benoemd: Hoekemastraat (van Sixmastraat) en Gardeniersweg (van Achter de Hoven). De eerste verwijst naar de oostelijk van Sixmastate gelegen hebbende Hoekemasate, aanvang 17e eeuw bewoond door Enne Johannes Hoekema, de naam van de tweede sluit goed aan bij Tulpenburg en Hoveniersstraat. Mede in deze omgeving kregen 3 januari 1989 Zoutbranderij en Aan de Potmarge hun naam, verwijzend naar de zoutbranderij van wethouder Romkes en naar de Landbuurt aan de Potmarge (1878-1981). De op gelijke datum verleende naam Kloosterhof is afgeleid van de in de buurt gestaan hebbende kloosters van Jacobijnen en Witte Nonnen.

Een ten behoeve van het transport van afval via de Harlingerstraatweg naar de vuilstortplaats aan het Bisschopsrak aangelegde weg is 3 oktober 1989 kortweg aangeduid als Verbindingsweg; waarschijnlijk is deze van tijdelijke aard. Over het terrein, waar van 1924 tot 1985 het Hervormde rusthuis Sonnenborgh heeft gestaan, is een straat gerooid, welke 6 maart 1990 Nieuw Sonnenborgh genoemd werd. Sonnenborgh, ook naamgever van het erachter liggende kaatsterrein, heette een in 1924 afgebroken rentenierswoning (1875) aan de Stienserweg; deze was (dppr eem a,ateir-astronomm?) genoemd naar de befaamde Utrechtse sterrenwacht Sonnenborgh (1642).

De Meenthe, waar een verwaarloosd flatgebouw was afgebroken, kreeg 11 december 1990 nieuwe straatnamen: Mondriaanstraat en Van Doesburg-, van Eesteren-, van der Leck- en Rietveldplein. Naamgevers zijn vooraanstaande kunstenaars rond het tijdschrift De Stijl (1917-1931): Theo van Doesburg (Christiaan Emil Maria Küpper, 1883-1931, schilder, beeldhouwer, typograaf), Cornelis van Eesteren (1897-1988, stedebouwkundige), Bart Antony van der Leck (1876-1958, schilder etc.), Pieter Cornelis Mondriaan (1872-1944, schilder etc.) en Gerrit Rietveld (1888-1964, architect). Op dezelfde datum ontving het Diaconessenpark (op het terrein van het Diaconessenziekenhuis, 1894-1988) zijn naam.

24 Juni 1991 werden enkele toeristische fietspaden van een naam voorzien: Bilgaarderpaad, Iepaad en Potmargepaad (1 november 1994 volgde nog Groene Sterpad); een woonschepenhaven aan de Jelsumervaart kreeg de naam De Boeg. Op gelijke datum zijn De Eenhoorn (naar een 1837 gesloopte rog- en weitmolen ter plaatse) en Bonifatiusplein benoemd, op 21 december 1993 Amelandshof, de twee laatstgenoemden op de gronden van het voormalige Amelandshuis, bij de kerk (1884) van de H. Bonifatius en Gezellen. Een terrein aan de Mr. P.J. Troelstraweg, bestemd voor meer experimentele woningbouw, 24 november 1992 Frisiapark genoemd, is 21 december 1993 omgedoopt in Troelstrapark.

De per 1 januari 1994 ingevoerde nieuwe Gemeentewet leidde ook tot herziening van de regelgeving inzake "het benoemen van de openbare ruimte en het nummeren van vastgoedobjecten, ligplaatsen e.d.". De ambtelijke werkgroep Straatnaamgeving van 1986, die geen enkele formele status bezat, is bij Raadsverordening van 15 april 1996 omgezet in een, in het openbaar vergaderende commissie van advies aan B. en W. Zij kreeg een wat uitgebreide taakstelling en is samengesteld uit medewerkers van Burgerzaken, Stadsontwikkeling, Gemeentearchief en P.T.T.-Post, met als voorzitter een lid van het College.Een der eerste punten van bespreking in de nieuwe commissie was de kwestie, of bestaande straatnamen moeten worden aangepast aan de spellingsregels van 1995. De conclusie was, dat niet te adviseren; wel dient voortaan met deze regels (en met die van de "nije Fryske stavering" van 1980) rekening te worden gehouden bij het geven van nieuwe namen. De commissie heeft zich tot nog toe voornamelijk beraden op de straatnaamgeving in het landelijk deel der gemeente: aansluitend op de stedelijke bebouwing lijken er in de nabije toekomst weinig mogelijkheden tot straataanleg. (Voor een wegennet tussen Harlingerstraatweg en -trekweg wordt eraan gedacht, opnieuw te putten uit het grote reservoir van Nederlandse schrijvers en dichters.)

De eerste editie van dit boekje eindigde met een aanbeveling tot aanpak van mogelijk tot verwarring aanleiding gevende namen: Borneo/Borniastraat, Corelli/Coroniestraat, Raadhuisstraat, Koestraten enz. De urgentie daarvan is door de invoering van de postcode niet groot meer en de opgedane ervaring met straatnaamwijziging leidt ertoe, deze alleen bij uiterste noodzaak op de agenda te plaatsen. Het ziet ernaar uit, dat de adviescommissie voorlopig nog wel voldoende werk houdt met "het benoemen van de openbare ruimte" in de Leeuwarder dorpen.

Terug