Huizum

 

In 1787 werd Huizum als volgt beschreven in de Tegenwoordige Staat der Vereenigde Nederlanden; veertiende deel; vervattende het vervolg der beschryving van Friesland.

"Huizum, liggende zeer naby Leeuwarden, doch buiten den klokslag dier Stad. Op Zon- en Heilige dagen gaan hier dikwyls veele Leeuwarders ter Kerke, en vermaaken zich voorts met wandelen, ’t welk tot groot voordeel des dorps verstrekt; waarom men ook van daar een steenen pad naar de Stad heeft aangelegd. Ten Zuidoosten van dit Dorp ligt Abbinga State, alwaar weleer woonde Hessel Abbinga, en na hem Gosse Douma, die met eene zyner Dogteren getrouwd was. Het Oudhof of Dekama State was ook onder dit Dorp gelegen, en in 1570 de woonplaats van den Heer J. Dekama, Raad in den Hove van Friesland; doch deeze State is ook al voor langen tyd in eene enkele boereplaats veranderd, die vry van Floreenschattinge is, hoedanige maar zeer weinige in deeze Provincie worden gevonden. Schelto Sytjama had hier ook een aanzienlyk huis, het welk in 1492 door de Groningers werd om verre geworpen, zynde deeze Edelman zeer gehegt aan de Schieringer party: hier ligt ook Bootsma, waar van de Edelen van dien naam benoemd, doch reeds voor langen tyd uitgeftorven zyn. In ’t jaar 1499 werd Bucho Ayta, van Pastoor op deeze plaats, door den Hertog van Saxen, tot raadsheer in den Hove bevorderd. Huizum heeft 29 stemmen."

625-Huizum-Google-Streetview
Huizum Dorp, gezien naar het westen. Foto: Google Streetview, 2010: klik op de foto voor een digitale verkenningstocht.

Geschiedenis

Uit: Open Monumenten in de dorpen ten zuiden van Leeuwarden. Leeuwarden, 1989; auteur: S. Grijpstra

Over de ouderdom van het dorp Huizum valt bij gebrek aan historische gegevens niet te twisten. Wat in ieder geval op hoge ouderdom wijst, is dat de oorspronkelijke dorpskern op een terp ligt. De eerste terpen ontstonden rond het jaar 600 voor Chr. en pas na 1100, toen men met de aanleg van zeedijken begon, werd de aanleg van nieuwe terpen overbodig. Er kan dus bewoning zijn geweest gedurende een periode van zeker veertien eeuwen, daargelaten of er vóór de terpentijd al sprake was van een nederzetting. De weinige bodemvondsten hebben evenmin nieuws over de ouderdom van het dorp verschaft. De eerste schriftelijke bron over Huizum dateert uit 1149. Het betreft hier een brief van Wybald, de abt van Corvey, die hij namens de "Khristenen van de Parochie Lienward ten jare 1149" aan de bisschop van Utrecht schreef.
In de loop der tijden heeft het dorp verschillende benamingen gehad, zoals Husma, Hwsmanghae, Husum en tenslotte Huizum. Dit laatste betekent "Bij de Huizen", waarmee de bij Huizum staande stinsen van de toenmalige hoofdelingen zullen zijn bedoeld.
Voorheen was het verkeer over water belangrijker dan over land. Zo wordt de Potmarge reeds in het jaar 900 genoemd. Wat we nu als zodanig kennen is de Nieuwe Potmarge, thans een verbinding tussen de zuidelijke stadsgracht van Leeuwarden en de Greuns. Bij Huizum is een aftakking naar het zuiden, de Wirdumervaart. Vroeger had de Wirdumervaart aan de noordzijde van de dorpskerk weer een aftakking naar het oosten, de Oude Potmarge. Gedeelten hiervan zijn nog aanwezig bij de brandweerkazerne en de Holstmeerweg.
De karakteristieke dorpsstraat is in de jaren 1978-1984 gerenoveerd met veel aangepaste nieuwbouw. Ter afsluiting van deze opknapbeurt werd bij de brug over de Wirdumervaart een standbeeld "De Tuinder" onthuld. Dit ter herinnering aan de vele tuinbouwbedrijven in Huizum, onder andere aan weerszijden van de Huizumerlaan, Badweg en Hempenserweg.

Op de dorpsterp vinden we het in 1835 gebouwde armhuis (Huizum Dorp 14). In de tweede helft van de negentiende eeuw werd het als dorpsweeshuis ingericht. Gedurende de Eerste Wereldoorlog diende het gebouw als opvangcentrum voor Belgische vluchtelingen. In 1928 vond een ingrijpende verbouwing plaats en kreeg het een woonbestemming voor vier gezinnen.
Villa "Vaartzicht" is over de weg uitsluitend bereikbaar via het veilingterrein aan de Huizumerlaan. Het bouwwerk ligt op het kruispunt van de Potmarge en Wirdumervaart. Dit buitenverblijf kwam in 1874 tot stand naar ontwerp van architect J.D. Bruns, zoals ook het gelijktijdig verrezen Burmaniahuis op de Nieuwestad te Leeuwarden. Villa "Vaartzicht" is gebouwd op een wijze die destijds overal in Friesland opgang deed: vijf raamvakken breed, waarvan het middelste vak iets uitspringt en een lager hoger is opgetrokken. De vormgeving is uitgevoerd in een mengstijl, waarbij het neoclassicisme van pilasters en kroonlijsten overheerst.

De opdrachtgever van "Vaartzicht" en het Burmaniahuis, Mr. Bernardus Hopperus Buma, was voogd van het Tjallinga-weeshuis te Westernijkerk, thans Marrum (Fr.). In 1876 bleek dat de verzorging van de op de weeshuisboerderij verblijvende weeskinderen veel te wensen overliet. Radicale maatregelen ter verbetering van deze situatie waren noodzakelijk. Er werd een gardenierswoning aan de Huizumerlaan 95 aangekocht en als weeshuis ingericht. In 1907 werd dit pand afgebroken en op dezelfde plek verrees een nieuw weeshuis naar een ontwerp van architect M.K. Zijlstra te Oosterend. Tussen 1937 en 1951 was het pand in gebruik als ambtswoning van de burgemeester van Leeuwarderadeel. Daarna werd het tot in de jaren-tachtig beheerd door de Stichting Kinderzorg Friesland en bekend onder de naam "Tjallinga-Hiem". Na een grondige verbouwing wordt het nu door het Gemeentelijk Woningbedrijf verhuurd aan de woongroep.


Sint-Johannes de Doperkerk
Deze bijzondere, nog jonge kerk werd in 1934 ingewijd. Op 16 februari 1932 gaf het aartsbisdom te Utrecht opdracht aan bouwpastoor J.B.H.A.M. Tepe tot de bouw van een rooms-katholieke kerk in Huizum. Al eerder waren voorbereidingen getroffen, die de uiteindelijke plaats van het kerkgebouw bepaalden. Op 24 december 1931 kocht het kerkbestuur van de St. Bonifatius-parochie te Leeuwarden namelijk een stuk gardeniersland met twee woningen aan de Huizumerlaan voor f 20.000,- van Petrus Johannes Jongma. Opvallend hierbij is, dat laatstgenoemde dit bezit kort daarvoor, op 26 oktober 1931, voor dezelfde prijs had gekocht van de gebruiker/eigenaar Jan Kaastra.

De beide woningen aan de Huizumerlaan werden naderhand afgebroken. Bij graafwerkzaamheden achter deze woningen werden restanten gevonden van een zware fundering van roodbonte oude friezen en resten van zandstenen kolommen en een kapiteel.
Het ontwerp voor de nieuwe kerk werd gemaakt door H.P.J. de Vries uit Rotterdam. Waarschijnlijk werd het eerste plan gewijzigd op aanwijzingen van de plaatselijke architect Arjen Witteveen. Uit het ingestelde bouwkundig onderzoek van het aartsbisdom wordt namelijk opgemerkt dat "bouwstukken worden gewijzigd in overeenstemming met de overeenkomst van 7 februari 1933, waar een regeling is getroffen met architect Witteveen te Leeuwarden".

De stichting van de kerk noopte tot een herindeling van de bestaande Leeuwarder parochies St. Bonifatius en St. Dominicus. De kerk van laatstgenoemde parochie stond destijds in de Speelmansstraat. Door de vestiging van een derde parochie met een kerk in Huizum verloor de Bonifatiuskerk 125 zitplaatsen; om het financiële draagvlak van de St. Bonifatius-parochie niet nog meer aan te tasten, werd op de vergadering van kerkbesturen van 1 maart 1932 gepleit voor nieuwbouw van de Dominicuskerk buiten de stadsgracht, waarbij als mogelijke bouwplaats de directe omgeving van de rooms-katholieke begraafplaats ter sprake kwam. De grenslijn tussen de parochies is naderhand definitief vastgesteld, de nieuwe Dominicuskerk heeft in 1936 een plaats gekregen aan de Harlingerstraat.

Anders dan gebruikelijk ligt de hoofdas van het kerkgebouw vrijwel zuiver zuidnoord. Overigens is de traditionele oostwest oriëntatie wel in beide topgevels van de zadeldaktorens gehandhaafd. De daknaald staat derhalve dwars op die van de kerk. De vormgeving is in hoofdlijnen neogotisch, zonder echter de decoratieve verrijkingen die een halve eeuw eerder gebruikelijk waren. De ruimtelijke geleding doet eerder romaans aan. Maar ook het baksteen-expressionisme van de tussenoorlogse jaren is erin verwerkt. De kerk kan nog het best ingedeeld worden bij de traditionalistische stromingen van Delftse en Bossche School. In tegenstelling tot de befaamde Cuyperskerken heeft het geheel door de gekozen materialen een frisse aanblik.

De kerk biedt plaats aan bijna 800 gelovigen. De indeling van de kerk is Christocentrisch, waarbij het presbyterium of priesterkoor zich in het middel van het kruisvormig grondplan bevindt. Dit tien bij tien meter metende priesterkoor verheft zich anderhalve meter boven de begane grond. Het hierop geplaatste hoofdaltaar, dat zich aanvankelijk aan de noordzijde bevond, werd naderhand meer naar het zuiden verschoven, zodat het thans meer nog dan voorheen een centrale plaats in het gebouw inneemt. Aan drie zijden van het priesterkoor zijn de veertien kruiswegstatiën aangebracht. Het doopvont heeft later eveneens een plek op het priesterkoor gekregen. Het gekleurde glas in de raampartijen geeft een bijzonder effect aan het overigens eenvoudige doch stijlvolle interieur. Behalve een oud schilderij, vermoedelijk afkomstig uit de vroegere Dominicuskerk aan de Speelmansstraat, bezit de kerk enkele kunstwerken van parochianen, waaronder een Madonna van de kunstschilder G.J. Adema (1898-1981).


Hervormde Kerk
Door de bepleistering wordt de bouwgeschiedenis van de Huizumer dorpskerk grotendeels aan het oog onttrokken. Het schip met de grote spitsbogige vensters en de 5/12 koorsluiting is gotisch van vormgeving, maar het bevat oude romaanse delen van tufsteen uit de twaalfde eeuw. Aan de noordzijde is in de bepleistering een nis zichtbaar, die vermoedelijk een overblijfsel is van een dichtgemetseld venster uit de romaanse periode. In 1804 werd de kerk hersteld en ingrijpend gewijzigd. Aan de zuidkant bevindt zich in de kerkmuur nog een memoriesteen van de predikant Robidé van der Aa, ter nagedachtenis aan zijn vrouw Eelkje Oppes en van vijf van hun kinderen. Bij leven woonde het gezin in het pand Grote Kerkstraat 28, waarin tegenwoordig het Frysk Letterkundich Museum en Dokumintaesjesintrum is gevestigd.

De dertiende-eeuwse onderbouw van de toren is ongeleed en onversierd. Een omgaande lijst scheidt de onderbouw van een inspringende hogere geleding uit de zestiende eeuw, waarin zich de galmgaten bevinden. Het zadeldak is geplaatst tussen twee topgevels, die met nissen verlevendigd worden. Aan de zuidzijde is te zien, dat de toren in de zeventiende eeuw tweemaal werd gerestaureerd. Er is een steen aangebracht met het opschrift "1626 is diesen toor gereperere / Sinde administratoors Take / Isbrant ende Hessel Deddes". De jaartalankers 1655 duiden op de volgende restauratie en het ontstaan van de bij Huizum behorende buurt de Schrans. Om namelijk de herstelwerkzaamheden te kunnen bekostigen werden stukken grond langs de voormalige Middelzeedijk in pacht uitgegeven voor bebouwingsdoeleinden. De klokken in de toren dateren uit 1529 en 1582. In de Tweede Wereldoorlog werden zij door de Duitse bezetters geroofd, maar in 1945 ongeschonden in een Duitse haven aangetroffen, zodat ze nadien weer in functie konden worden hersteld. Het huidige uurwerk is vermoedelijk negentiende-eeuws; het heeft een ouder exemplaar uit 1631 vervangen.

Het interieur van de kerk is een bijzonder ensemble en geeft een compleet beeld van een zeventiende-eeuwse protestantse kerkinrichting. Tot het waardevolle meubilair behoort in de eerste plaats de preekstoel; het is de enige in Friesland, daterend van vóór de Reformatie en bovendien een van de zeldzame achtkantige exemplaren in dit gewest. De fijn uitgevoerde renaissance decoraties bestaan onder andere uit toogpanelen en gecanneleerde kolommen met korintische kapitelen. De Latijnse tekst op het zwarte fries rond de bovenzijde van de kuip is ontleend aan Jesaja 58:1. Het doopbekken dateert uit 1604 en het doophek met gedraaide balusters uit dezelfde eeuw. Tegenover de preekstoel staan drie overhuifde herenbanken, waarvan een op het fries de volgende spreuk draagt: "ARBOR EX FRUCTIE, ET LEO EX UNGUE AGNOSCITUR" (De boom herkent men aan zijn vrucht, de leeuw aan zijn klauw). Voor de orgelpei staan gewone banken met fraaie renaissance zijschotten. Bij de restauratie in 1960/’61 verdween de lambrisering grotendeels. Een destijds ontdekte piscina-nis werd gerestaureerd. De bijzondere gewelfschotels, eveneens daterend van vóór de Reformatie, bleven bewaard.

De kerk bezit een waardevolle collectie avondmaalszilver. Deze bestaan onder meer uit een zilveren wijnkan uit 1860, twee bekers uit respectievelijk 1605 en 1802, een achthoekige broodschaal uit 1761 en twee bekkens uit hetzelfde jaar. In 1605 had Huizum reeds een orgel. Het huidige instrument werd in 1849 vervaardigd door L. van Dam, die veel oud pijpwerk opnieuw gebruikte. De firma Bakker en Timmenga voerde in 1954 een restauratie uit.

Wat de rol van de kerk betreft, traditiegetrouw had de kerkelijke organisatie bemoeiingen op velerlei terrein. Sinds 1563 wordt onderwijs gegeven aan de kinderen in Huizum. De onderwijzer was in de eerste plaats een kerkelijke functionaris. De eerste school stond op het kerkhof en wel in de noordwesthoek. In de negentiende eeuw verrees een nieuwe school in de steeg tussen de straatnummers Huizum Dorp 78 en 82; dit gebouwtje staat er nog. De huidige dorpsschool staat aan de Huizumerlaan op nummer 148 en kwam in 1883 tot stand. In de jaren-twintig van onze eeuw werd deze school uitgebreid met een verdieping met vier lokalen. De vernieuwing is nog zichtbaar aan de bovendorpels van de kozijnen: op de begane grond zijn ze rond en boven recht, zij het dat in het metselwerk wel een ronding werd aangebracht. Het schoolgebouw is in 1989 geheel gerestaureerd.

Het door de kerk beheerde Van Sloterdijckfonds heeft in het verleden de oprichting mogelijk gemaakt van een naai- en avondschool voor meisjes. Het pand Huizum Dorp 74 is speciaal gebouwd als onderkomen voor die school. Ook de Sixma-Stichting wordt beheerd door de kerk. De stichting was oorspronkelijk bedoeld om huisvesting te verschaffen aan en in het levensonderhoud te voorzien van twee bejaarde vrouwen. Hun in 1930 afgebroken onderkomen stond tussen de straatnummers Huizum Dorp 61 en 64. Tevens moest uit het legaat de grafkelder van de families Sixma, Van Meijma en Trip, in de achtertuin van het pand Huizum Dorp 64, worden onderhouden. Deze grafkelder is jaren geleden met zand volgestort en met een betonplaat afgedekt. De bijbehorende (gebroken) grafsteen is spoorloos verdwenen.
Tot oktober 1905 waren de Huizumerlaan en de dorpsstraat eigendom van de kerk. In genoemd jaar vond de overdracht plaats aan de burgerlijke gemeente, tot aan het straatje naar de kerk. Tenslotte bezat de kerk voorheen veel landerijen, die weliswaar inkomsten opleverden, doch ook beslommeringen met zich meebrachten.

Zie ook de pagina over de Potmarge


Links:

www.huzum.nl
http://huizum.jouwweb.nl/
Skiednis Huzum
Huzumer nammen
Virtuele rondleiding dorpskerk Huizum
De Schrans, ‘een historische beschrijving’ (Johan Dalstra)
De Verlengde Schrans & de Badweg, ‘een historische beschrijving’ (Johan Dalstra)

Terug