Hijum

 

In 1787 werd Hijum als volgt beschreven in de Tegenwoordige Staat der Vereenigde Nederlanden; veertiende deel; vervattende het vervolg der beschryving van Friesland.

"Hyem, gelegen aan de vaart Hyemer meer genoemd, welke de scheiding is van Leeuwarderadeel en Ferwerderadeel. Dit dorpje is klein, doch het voornaame Stamhuis van de Aebinga’s, hebbende hier in de vyftiende eeuw gewoond. Feike Aebinga, Grietman van Leeuwarderadeels Noorder-Trimdel. Ook liggen hier de overblyfzels van het sterke Slot van Eminga, niet ver van Aebinga State. Weleer werden deeze Staten door twee haatdraagende zusters bewoond, welke een geweldigen kryg in deezen hoek veroorzaakten. Hyem heeft 14 stemmen."

In 419x Friesland, Van Slijkenburg tot Moddergat geeft de auteur - architectuur- en kunsthistoricus Peter Karstkarel - de volgende omschrijving:

Hijum is een terpdorp dat in de vroege Middeleeuwen is ontstaan op een kwelderwal nabij de monding van de Boarn. Vanaf de 11de eeuw is de terp in de vroegste bedijking – de huidige Lege Hearewei en Hijumerweg – opgenomen, waardoor de terp geheel binnendijks kwam te liggen. Hijum was met de Hijumervaart ontsloten. Deze komt in de buurt van het voormalige klooster Genezareth uit in de Finkumervaart om dan verbinding met de Dokkumer Ee te krijgen.

625-Hijum-Google Streetview-01
Gezicht op de Nederlands Hervormde Kerk van Hijum. Foto: Google Streetview: klik op de foto voor een digitale verkenningstocht.

De terp heeft oorspronkelijk een radiale structuur, maar daar is weinig meer van te zien omdat op het rechthoekige, hoge kerkhof na, de terp omstreeks 1900 sterk is afgegraven. Het kerkhof met een bomenzoom ligt als een eiland in de open dorpskern. Het hoogteverschil valt vooral aan de westelijke zijde op: daar is dan ook de ijsbaan gekomen. Aan de noordzijde ligt het buurtje de Alde Ringwei en de ringweg is verder met enige moeite te herkennen langs Efter de Wâl en langs de sportvelden, Oerd en de Lege Hearewei. De Ljouwerterdyk is later oostelijk van het dorp verlegd en in 1900 kreeg het dorp een halte 3de klasse van de Noord Friesche Lokaal Spoorweg, die in 1936 werd opgeheven. Het stationsgebouw is bewaard gebleven, een bescheiden gebouw met een uitspringende partij. Het tracé van het spoor is nog in het landschap te zien.

Bij binnenkomst voert de Lege Hearewei scheef het dorp in en daar vraagt de gereformeerde kerk, de Bethelkerk, de aandacht. Het gebouw is in 1877 opgetrokken op een T-vormige plattegrond en heeft een aardig geveltorentje dat wordt bekroond door een opengewerkt houten spitsje. De oude dorpskerk, toegewijd aan Sint-Nicolaas, is in het tweede kwart van de 12de eeuw van tufsteen gebouwd. Zij heeft een vijfzijdig gesloten koor (15de eeuw) en een ingebouwde zadeldaktoren. Die vormt met de zijruimten een westwerk, waarvan de noordelijke zijruimte op de verdieping ook nog een tongewelf bezit. Het muurwerk van het schip vertoont spaarvelden, lisenen en rondboogfriezen.

Links:

Documentatiestichting Leeuwarderadeel
Beschrijving op Wikipedia


Terug