Doop-, (onder)trouw- en lidmatenregistratie in Leeuwarden


Uit: W. Dolk, ‘Meervoudige familienamen te Leeuwarden’, in: De Vrije Fries, deel LXVI, 1986.

Kerkelijke doop en trouw zullen, zodra het algemener worden van de schrijfkunst dat mogelijk maakte, schriftelijk zijn vastgelegd: het bijhouden van zulke registers in de 14e eeuw is voor wat betreft diverse plaatsen in Frankrijk en Noord-Italië aangetoond. Regels voor het aanhouden van doop-, trouw- en lidmatenboeken werden vastgesteld op de 24e zitting (1563) van het Concilie van Trente (waarbij tevens "heidense" doopnamen werden afgewezen en "christelijke" gevorderd). In ons land zijn de oudst-bewaarde doopboeken die van de Oude Kerk te Amsterdam (1564) en de St. Jan te ’s-Hertogenbosch (1565). In Friesland zijn zó oude registers niet aangetroffen.

Na de Reformatie schrijft het Convent van Wezel (1568) de aanleg van doopboeken voor. De Provinciale Synode van Dordrecht (1574) verlangt optekening der namen van de gedoopte kinderen, met die van ouders en getuigen; ook moeten trouw- en lidmatenboeken worden bijgehouden. Het geven van heiligennamen wordt niet nadrukkelijk verboden, maar het kerkvolk wordt wel vermaand, namen als Immanuel, Salvator, Engel en Baptista achterwege te laten. Bijbelse namen krijgen de voorkeur, en dat betekent in de praktijk vooral oud-testamentische als Abraham, Benjamin, Daniël, David, Eva, Sara, Susanna.

De resolutie van Gedeputeerde Staten van Friesland van 31 maart 1580 inzake de bestemming van de goederen van Rooms-Katholieke kerken en kloosters staat aan het begin van de opbouw van de organisatie van de Gereformeerde Kerk in deze provincie. In Leeuwarden wordt een lidmatenboek aangelegd (eerste nieuwe lidmaten 25 december 1581); ook zal daar toen met de registratie van doop en trouw zijn aangevangen, maar die opgaven zijn verloren gegaan.

De Leeuwarder reeks Gereformeerde trouw- en doopboeken begint nu in 1603, toen ds. Paschasius Baers op 13 februari zes huwelijken inzegende. Op dezelfde datum zijn vijf dopen geboekt: "Douwe Douwe Andrie(s) kint, Dirck Harmen Gerrits, Anna Schelte Tiepckes groffsmit dochter, Trin Sitze Sitzes zoon schuitefoerder van Fliedt kint, Frouck Hendrick Rintzes dochter". Dit oudste doopboek, Kerckenboeck van Lieuwerden aengaende de gedopende kinderen so olt als jonck en dit beginnende in Anno 1603, loopt tot 1612 en geeft uitsluitend doopdatum en namen van kind en vader. Opvallend is het grote aantal vaders met een toenaam, waarbij het niet steeds duidelijk is, of het al om een gefixeerde familienaam dan wel om een herkomst-, beroeps- of bijnwplacaatnaam gaat.

Eerst sedert 7 september 1727 geven deze Gereformeerde doopboeken tevens de naam van de moeder (en een enkele maal ook die van een getuige). De koster moest deze inschrijving doen aan de hand van een gedrukt, door de "wijkpredikant" getekend briefje: "Wert de Bedieninge des H. Doops bij deesen geaccordeert aan dit kind genaemt ... waarvan Vader is ... Moeder ... Getuige ... In kennisse van mij. Leeuwerden den ...". Een en ander was ingevoerd na ampele besprekingen in kerkeraad en magistraat, nadat gebleken was, dat "een paepsche vader" (Johannes Thomas) op 12 januari 1727 zijn drieling Gereformeerd had laten dopen (met het oog op onderstand?).

De doopboeken van andere kerkelijke gezindten - voorzover die bewaard zijn gebleven - geven al vanaf de aanvang de namen van beide ouders en getuigen: Eglise Wallone sedert 1659, Evangelisch Lutherse Gemeente sedert 1671, verschillende R.K. staties sedert 1699 (met hiaten). (Het geboorteboek der Leeuwarder Doopsgezinden is eerst 1785 aangelegd.)

Een op 28 februari 1772 door de Staten van Friesland uitgegeven Placaat omtrent het houden van Aantekeninge van de Ledematen der kerke, het Doopen der Kinderen, en der Persoonen die Getrouwd worden bepaalde in Artikel VI "In’t Boek van de Gedoopten zal de Predikant zorge draagen, dat de naam van de Gedoopte, nevens deszelfs Vader en Moeder en Getuigen, zoo wel als de dag van de maand en ’t jaar, zoo van de Geboorte als van ’t Doopen worden geannoteerd" (datum van ingang 1 mei 1772; vgl. ook Statenresolutie van 15 mei 1772). Van alle drie registers diende de koster een contra-boek bij te houden.

Na de inlijving bij Frankrijk werd hier 1 maart 1811 met de Franse wetgeving ook de Burgerlijke Stand ingevoerd. (Het eerste Leeuwarder register van geboorte-aangiften is 14 maart 1811 aangelegd.) De kerkelijke doop- en trouwboeken werden als retroacta van de registers van de Burgerlijke Stand beschouwd en dienden te worden ingeleverd bij de burgerlijke gemeenteadministratie.

Terug