Een zilveren vloer


In mijne jeugd vertelde men in Friesland, dat in Amsterdam een schatrijk heer woonde, die in zijn huis een kamertje had dat gevloerd was met op den kant staande gekartelde drieguldens. En deze muntstukken waren er zoo vast en stevig in gezet en sloten zoo zuiver ineen, dat de eigenaar ieder, die ’t wilde beproeven, de vrijheid gaf om er één uit te trekken. Gelukte dit, dan mocht hij, die ’t kunststuk had uitgevoerd, de geheele bevloering wegnemen en al de drieguldens als zijn eigendom beschouwen. Men zeide dat dit wel was beproefd, maar altijd vruchteloos.

Evenzoo vertelde men in dien tijd in Leeuwarden, dat daar een onderaardsche gang was, van uit de Waag (nabij de Langepijp) onder den Wirdumerdijk door tot in de Wirdumerpoort.

De Wirdumerdijk richting Wirdumerpoort in 1834.
De Wirdumerdijk richting Wirdumerpoort in 1834.

Na het afbreken dezer poort was de opening aan die zijde gesloten. De gang was ten behoeve van de verdediging der stad, en daarom gevuld met wapenen en geld. Daarom werd ook de nog bestaande toegang in de waag geheim gehouden. Er was ten minste geen schoolknaap, die dien toegang ooit had gezien, maar het plaveisel van den Wirdumerdijk lag ten gevolge van dien gang zeer gewelfd, en als men op de juiste plekken in die straat stevig stampte met den voet, kon men duidelijk den hollen klank van het gewelf vernemen.

Terug