De wetsrollen van Leeuwarden


Gerk Koopmans, Verzetsmuseum Friesland


De redding van de wetsrollen van de Joodse gemeente van Leeuwarden is een verhaal van persoonlijke moed, zwijgzaamheid, toeval, goede contacten en ook een beetje mazzel.
Het is een verhaal dat opgaat voor de meeste Joodse gemeenten in Nederland ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Maar wat het verhaal van de Leeuwarder wetsrollen bijzonder maakt, is de nieuwe bestemming die ze na de oorlog kregen in een synagoge in de staat Israƫl.
Hier leeft de herinnering aan de eens zo levendige Joodse gemeente van Leeuwarden voort in dit vitale, op de toekomst gerichte jeugddorp Kfar-Batja.

Het vernietigen van de joodse rituele voorwerpen maakte deel uit van de moord op de Joden in Europa. Alles wat herinnerde aan het Joodse leven moest weggevaagd worden: mensen en materiaal.
Vrijwel alle Joodse gemeenten in Nederland hebben geprobeerd om hun Thora-rollen en andere rituele voorwerpen voor de bezetters in veiligheid te brengen. Dat lukte niet altijd even goed maar de wetsrollen van de Joodse gemeente in Leeuwarden zijn vrijwel ongeschonden door de oorlog heen gekomen. Dat is vooral te danken aan een paar mannen die op tijd inzagen dat ingrijpen noodzakelijk was.
Hoofdrolspelers waren Rijksarchivaris Heerma van Voss die bereid was om de wetsrollen op te nemen in de collectie Hebreeuwse handschriften die in het archief bewaard werden. Hij had dat verzoek gekregen van Hartog Beem, kenner van het Joodse leven in Friesland en Nederland. Met behulp van enkele ingewijden wisten zij een aantal wetsrollen tijdens de bezetting, in de zomer van 1942, te verstoppen op de zolder van de Kanselarij te Leeuwarden waar destijds het Rijksarchief ondergebracht was.
Op deze zelfde zolder bevindt zich sinds 1995 het Verzetsmuseum Friesland dat ondermeer een monument bevat waarop alle 616* vermoorde Joden uit Friesland worden herdacht.
Nog eens zeven wetsrollen waren met enkele andere voorwerpen ondergebracht in Berlikum, een dorpje even ten noorden van Leeuwarden.
Via dominee Offers waren ze daar bij de verzetsman Bindert Bosma thuis in de bedstee verstopt en ondanks een Duitse inval waarbij de hele woning werd doorzocht, zijn ze de oorlog ongeschonden doorgekomen. Eind mei 1945 waren ze weer terug op de plaats waar ze hoorden.
Want de Grote Sjoel in de Sacramentsstraat was er nog en ook de inventaris maar de mensen niet meer. Voor de weinigen die de oorlog hadden overleefd was het een te grote sjoel geworden waarin ze zich verloren voelden. De sjoel gaf vooral ruimte aan schrijnende herinneringen aan de tijd van voor de grote vernietiging.

In 1963 werd duidelijk dat het Joodse leven in de Friese hoofdstad te beperkt van omvang zou blijven en het in stand houden van een grote sjoel een te zware taak voor de kleine joodse gemeenschap was.
Uit die tijd stammen ook de eerste contacten met het jeugddorp Kfar-Batja waar men wel een mooie sjoel, ruim en licht en met een hoge zoldering ter beschikking had maar geen inventaris.
Na de nodige onderhandelingen, wettelijke bepalingen en kwesties inzake de invoerrechten afgerond te hebben kreeg de overdracht haar beslag.
Op 6 december 1964 vond in Leeuwarden de plechtige afscheidsdienst plaats, een emotioneel moment voor de kleine groep die het allemaal had meegmaakt.
Op 20 oktober 1965 vond in Kfar-Batja de plechtige inwijdingsdienst plaats.

*Het aantal uit Friesland gedeporteerde Joden. Het aantal Joden, geboren in Friesland, dat werd vermoord, bedraagt  ten minste 1332  maar waarschijnlijk 1338.

Terug