Jack de Ripper en molenbranden

Nieuwste aanwinst HCL bevat bijzondere gedichtjes en notities van waagmeester uit Grouw

Het Historisch Centrum Leeuwarden heeft onlangs een interessante nieuwe acquisitie gedaan: foto’s en notitieboekjes met gedichtjes (soms in het Fries), kronieken en genealogieën van Thijmen Feddes Haagsma (1828-1900), kuiper en later waagmeester in Grouw. De inhoud is zeer divers: er worden gebeurtenissen in Grouw beschreven, er staan lijsten van familieleden, predikanten en grietmannen in en voor talloze gelegenheden zijn gedichtjes gemaakt.

Thijmen Feddes Hagsma (1828-1900)
Thijmen Feddes Hagsma (1828-1900)

Een van de boekjes is een kroniek die begint in 1840 bij de abdicatie van Koning Willem I. Zowel de Leeuwarder kermis komt aan de orde als de oorlogen in Afrika tegen de Zoeloes. Er staan veel dramatische gebeurtenissen tussen zoals branden en overlijdens, bijvoorbeeld dat ene Jelle de Groot uit Gorredijk in Transvaal (Boerenoorlog) door een krokodil is gedood. Maar ook vrolijke momenten worden beschreven zoals in juni 1890: “groot is de ansjovis vangst”.

In de gedichtjes besteedt Haagsma veel aandacht aan de korenmolen ‘De Hoop’ van molenaar Wijbe van der Leest die in korte tijd twee maal is afgebrand. De bevolking van Grouw vond dat Van der Leest de molen op een onverantwoordelijke manier had laten draaien en achtte hem aansprakelijk voor de branden. Toen de molen voor de tweede keer was afgebrand was de maat vol. De producten van Van der Leest werden geboycot en hij zag zich genoodzaakt om te verhuizen. De gebeurtenissen werden breed uitgemeten in de landelijke pers. Een fragment van het gedicht van Thijmen Haagsma:

De Molebrand 8 sept. 1885 te Grouw

Het geen door velen werd verwacht
Is werkelijk geschied
Toen d’ achtsten van septembernacht
’t Zich zien en horen liet:

Toen zoo op eens de stemme klonk
De molen is in brand,
En ’t licht van ’t vuur naar buiten blonk
Ras vloog uit elken kant

Het was een schrik voor arm en rijk
Een zoo ontzettend vuur
’t Was aan een heldren dag gelijk
En dat in ’t nacht’lijk uur

Hoe groot een vuurwerk wezen moog
En zich haar licht verspreid,
’t Steeg nooit met zulk een gloed omhoog
En groter hittigheid,

Dan toen de molen stond in brand:
Grouw scheen in vuur en vlam:
Ook rees de vraag toen door welks hand
Het zoo aan ’t branden kwam!

De onderbouw van pelmolen 'De Hoop' aan het Halbertsmaplein te Grou
De onderbouw van pelmolen 'De Hoop' aan het Halbertsmaplein te Grou

Haagsma had zelf wel een vermoeden, en vergeleek Van der Leest met Jack de Ripper die rond deze tijd de straten van Londen onveilig maakte:

Vreemd is het nieuws wat z’ons vertellen
Uit Londen, Engelands gebied
Hoe Jak de Ripper gaat voordspellen
Dat hij in ’t kort weer bloed vergiet.

Hoe hij zoo durfd wie zal het weeten
Hij richt het uit met zelfsvertrouw,
Op zoo’n manier zal ik het heeten
Richt van der Leest iets uit in Grouw

Handschrift Thijmen Feddes Haagsma
Handschrift Thijmen Feddes Haagsma

De brand zal veel indruk gemaakt hebben op Thijmen Haagsma.  Een ander bijzonder gebeurtenis waar Haagsma een gedicht over schreef was de inwijding van de Leeuwarder waterleiding op 22 december 1888. De beginletters van elke zin vormen samen “LEEUWARDENS WATERLEIDINGE”:

Leeuwarden laat uw stem opgaan,
En u doe alzoo den dank verstaan,
Erkent’lijk voor den zegen
U toegebracht, tot heil verricht,
Want ’t waterspoorweg is gesticht
Al voor gebrek aan regen.

Reeds drijfd de stoom met grote kracht
Door buisen door den grond gebracht,
Een vloed van waterstromen
Naar elders heen in menig huis
Soo vind men ’t water altijd thuis
Waar ’t zuiver word genoomen.

Als ’t luchtgestel veel droogte geeft,
Toch schaarsch een wolkje boven zweeft,
Elk smachten doet naar regen,
Reeds heeft de kunst het zoo geleerd,
Licht stuurt zich ’t water naar begeert,
Een kraan, en ’t stroomd hem tegen,

In de Ee bij Grouw komt dit vandaan,
Daar ziet men het gebouw ook staan,
In haar laat ’t zich filtreeren:
Nu krijgt ge ’t water zuiver goed:
Gewenscht zij dit dat ’t wel voldoet,
En dat gij ’t blijft begeeren!

De schenking is gedaan door de familie Schuit uit Zwolle en zal waarschijnlijk eind 2017 volledig geïnventariseerd zijn.

Terug