'Ad patibulum' - naar de galg

Veel rechters van de door de hertog van Alva ingestelde Raad van Beroerten of 'Bloedraad' (1567-1576) waren katholieke Nederlanders en enkele Spanjaarden, waaronder Juan de Vargas en Ludovicus del Rio. Naast de gehate laatstgenoemde was van de Nederlanders de Vlaming Jacob Hessels het beruchtst. Hij had de gewoonte in te dutten tijdens de rechtszittingen, maar uit de slaap gewekt om zijn vonnis uit te spreken, riep hij: "Ad patibulum!" , dan wel 'naar de galg (met hem)!' In totaal zijn circa 1073 mensen door de Raad van Beroerten ter dood veroordeeld en geëxecuteerd. Ook werden er ca. 11.130 mensen verbannen.


De Leeuwarder galgen

In Leeuwarden kende men in vroeger tijd twee galgen, een in de stad en een erbuiten; deze laatste stond aan de Harlinger Trekvaart. Het deel van deze vaart dat van de stad tot aan het begin van de Sneker Trekvaart liep, werd nog in de tweede helft van de negentiende eeuw in de volksmond Galgerak genoemd, en een stuk land ten noorden daarvan werd aangeduid als de Galgefenne. Historicus J.A. Mol suggereert in een bijdrage van zijn hand, getiteld 'Galgen in laatmiddeleeuws Friesland'  dat de latere centrale galg van Leeuwarden, aan de trekvaart naar Harlingen, oorspronkelijk die van Leeuwarderadeel is geweest. Er was namelijk ook een 'gerecht' aan het Vliet, even ten oosten van de stad. Dit, in 1580 'olde gerecht' genoemde en dus al enige tijd niet meer functionerende bouwsel lijkt eerder dan die ten zuidwesten van Leeuwarden de stedelijke constructie te zijn geweest; hij was namelijk makkelijk te bereiken vanaf de Brol, waar nog in de vroege zestiende eeuw de Leeuwarder executies plaats vonden.

De galg in de stad noemde men de soldatengalg. Niet omdat deze uitsluitend voor soldaten bestemd was, maar omdat er ooit eens een soldaat aan was opgehangen. De militaire rechter, die de betreffende soldaat ter dood veroordeeld had, wilde diens lijk na de terechtstelling van de stadsgalg af laten halen om hem vervolgens buiten de stad andermaal op te knopen. Het Hof van Friesland weigerde daar echter toestemming voor te verlenen. Een toenmalige statenbode, in de wandeling Keike Pieters genoemd, merkt hierover op: ‘Ut Hof het gelyk; wat hewwe wy eigeluks met die soldategalg te maken? De galg an’e trekvaart is foor oans en oanze kienders’. Alle ophef ten spijt werd de dode soldaat, na drie dagen binnen de stad gehangen te hebben, toch naar buiten gebracht. De woorden van Keike Pieters zouden echter nooit weer worden vergeten en waren er de oorzaak van dat de galg in de stad in het vervolg de ‘soldatengalg’ werd genoemd. 

625-oudgerecht
Getekende 17de-eeuwse weergave van het zgn. Galgenhuisje met de gemetselde put aan de Harlingertrekvaart in het Album Studiosorum Leovardiensis (de Leeuwarder Studentenvereniging) van de Franeker Universiteit.

Dat er een kern van waarheid achter de hier aangehaalde anekdote schuil gaat, mag blijken uit een vermelding in de Nederlandsche Jaerboeken van 1750. In maart vandat jaar vermeldt het jaarboek: 'Den 14en der vorige Sprokkelmaand is hier door den Militairen Rechter een Soldaet met den Koorde gestraft wegens een gepleegde huisbraek, waer hy genoegzaem niet met al geprofiteerd had. Hij werd in de Stad aen de zoogenaemde Wip-galg opgehangen; twee dagen daerna afgenomen, en buiten weder opgeknoopt, na dat alvorens tusschen het Hof en het Krygsgerecht eenige contestatie (=twist, onenigheid) daer over was gevallen'.

Getekende 17de-eeuwse weergave van de wipgalg in het Album Studiosorum Leovardiensis (de Leeuwarder Studentenvereniging) van de Franeker Universiteit.
Getekende 17de-eeuwse weergave van de wipgalg in het Album Studiosorum Leovardiensis (de Leeuwarder Studentenvereniging) van de Franeker Universiteit.

Dat niet iedere terechtgestelde het ’voorrecht’ had om te worden begraven moge duidelijk zijn. Het hing van de strafmaat af of ’het lichaem de begraeffenisse werd gegund’. Vele misdadigers werden ’anderen ten exempel, ten prooije gelaten aan de vogelen des velds’. Dit hield in dat zij boven een gemetselde put in de Galgefenne - ongeveer ter plekke van het huidige kantoorgebouw van ’De Friesland’ aan de Harlingertrekweg - werden ophangen totdat het voortschrijdende ontbindingsproces hen in de put deed storten.

Het galgenveld van Amsterdam aan de rand van de Volewijk met vergelijkbare put als aan de Harlinger Trekvaart, Anthonie van Borssom, 1664-1665. Collectie Rijksmuseum.
Het galgenveld van Amsterdam aan de rand van de Volewijk met vergelijkbare put als aan de Harlinger Trekvaart, Anthonie van Borssom, 1664-1665. Collectie Rijksmuseum.

In 1661 maakte Petrus Arnoldinus, deurwaarder bij het Hof van Friesland, een reis naar Londen, waarvan hij een reisverslag bijhield. Daarin maakt hij terloops een geringschattende opmerking over de houten galg op het beruchte Londense galgenveld Tyburn, welke op het punt stond te worden vervangen door een stenen exemplaar: 'De Galge is oudt ende van slecht hout ghemaeckt, sullende nu korts afghebroken worden ende een steenen in plaets gemaeckt, dat op de fatsoen van onse Galge buyten Leeuwarden', dus op dezelfde wijze zoals de Leeuwarder galg zich tot het einde van de 18de eeuw buiten de stad aan het Galgenrak (Harlingertrekvaart) aan de voorbijvarende reizigers van en naar Harlingen manifesteerde.

Het Galgerak (Harlingertrekvaart) in 1774.

Ooit schijnt het eens te zijn gebeurd dat er op een avond bij volle maan een schip langs de Galgefenne voer. De schipper die aan het roer stond zag plotseling dat er twee doden aan de galg hingen, waarop hij hen in een melige bui spottend toeriep: ‘Jum mutte wat opskikke, der mut straks nog één hange’. Hierop klonk vanuit de buurt van de galg een holle stem, die zei: ‘Nee skipper, niet hier, maar in Purmerend!’. De koude rillingen liepen de schipper over de rug, doch hij begreep niet wat er met het mysterieuse antwoord werd bedoeld. Een jaar later werd hem dit door het Hof van Holland pijnlijk duidelijk gemaakt. Hij werd namelijk in Holland schuldig bevonden aan een misdrijf waarvan de dader lange tijd onbekend was gebleven; hij werd uiteindelijk ter dood veroordeeld om vervolgens zijn leven te eindigen aan de galg in: Purmerend!

Zowel de wipgalg bij het Blokhuis als de galg, rad en put aan de Harlingertrekvaart werden blijkens dagboekaantekeningen van Roelof Storm op 4 augustus 1796 afgebroken.

Zie ook elders op deze website: Chronologische lijst van de merkwaardigste meest crimineele sententiën van het Hof van Friesland te Leeuwarden, ter Canselarij uitgesproken van 1516-1800

Relevante links:

Maatschappijleer aan de Latijnsche School in Leeuwarden, opgetekend door Joost Hiddes Halbertsma (1789-1869): het bijwonen van een ijzingwekkende executie als wijze les!

Powerpointpresentatie 'Doodstrafvoltrekking in Leeuwarden' (PDF-bestand 6 Mb)
http://depot.knaw.nl/5381/1/Galgen_in_laatmiddeleeuws_Friesland.pdf 

Terug