De dagboeken van Doeke Wijgers Hellema (1766-1856)

 

Blz. 1

1827

Den 8 Januarij, met den aanvang van dit jaar is de Winter met zeer veel sneeuw ingevallen, namentlijk tusschen den 2 en 3den dezer ’s morgens bij het opstaan, was het aardrijk reeds met dikke sneeuw overdekt en hielde gedurende den voordenmiddag sterk aan met sneeuwen, zoo dat in dezen korten tijd meer sneeuw gevallen is, als er gedurende geheele Winters zoo veel niet viel. De boeren wierden genoodzaakt hun klein vee, dadelijk te bergen zoo mede het jong rundvee, dat hier en daar nog uit liep, als mede veele paarden. Den 2 had men bevoorens een harden wind, tot bijkans een storm, maar om dat de nieuwe maan reeds gepasseerd ware, had men niet veel bekommering over de waterweering; met de sneeuw begon het ook te vriezen, evenwel niet sterk zoo dat Harlingen en Dokkum op vrijdag den jongsten marktdag geregeld voeren, de landschepen konden niet doorbreken; de boter was op gemelden dag duur en zeer graag 36 Gld. schippers markt, de boeren boven dien extra. Er wierd grooten spoed door de kooplieden gemaakt, om ze naar Harlingen te vervoeren en van daar naar Londen in te schepen. Zaturdag den 5 vroor het sterk met een Zuiden wind,

Blz. 2

het ijs begon reeds door de schaatsrijders gebruikt te worden; den 7 was het weder veranderlijk, en op den nadenmiddag met dooi, zoo dat heden, de oppervlakte van het aardrijk rede van sneeuw ontbloot is.

Wij hebben dus met den aanvang van dit jaar weder een begin gemaakt, de bijzonderheden van weer en wind te melden, welke bijzonderheden ons indien wij leeven, in den loop van dit jaar te vermelden zullen zijn is ons onbekend, wij hoopen echter dat wij bevrijd mogen blijven, van zulke jammeren en ellenden te beschrijven als ons over 1825 en 1826 getroffen hebben.

De Diakonie rekening is door de Ledematen zoo veel aanwezig of om beter zeggen, zoo veel tegenwoordig op den 1 Jan. volgens gebruik opgenomen en gesloten waar bij gebleek dat er voordelig slot bestond van 384 Gld. schoon de Diakonie thans niet zeer bezwaard is, heeft men dit voordelige alleen aan de milde giften der Gemeente bij wege van het buiteltje in de Kerk te danken; dewijl de Diakonie volstrekt zonder fonds is. Daar en door de Diakens geene bijzondere uitgaven zoo terstond behoefden gedaan te worden, en weekelijks des Zondags gecollecteerd wierd, heeft men besloten eene werkelijke schuld van 500 Gld aan te koopen en is daar voor besteed 52 Gld prct over het geheel: f 260 Gld.

Blz. 3

De armvoogdije rekening was ook bepaald op gemelden tijd gedaan te worden, maar volgens eene aanschrijving van het bestuur, moet de rekening aanstaande voor gemeld bestuur, dat is voor de Grietman en Assessor op het Gemeente Huis te Leeuwarden gedaan worden en alvoorens door de Armvoogden twee geschikte persoonen op te geven, om door het Gouvernement een daar uit tot den opvolger van den afgaanden te benoemen, ten einde 4 jaren in bediening te blijven, dewijl mijn zwager in de buren P.E. Hiemstra thans de oudste dat is de administrerende armvoogd wordt, blijft hij maar 3 jaren in bediening, nademaal bevoorens de armvoogden zoo ook de Diakens maar 2 jaren in dienst waren.

Door genoemde mijn zwager als veldwachter zijn bij aanplakking als aanzegging de jongelingen welke in de jaren van loting vallen, dat is die met 1827 voluit 18 jaren geworden zijn, namens het Bestuur op te roepen om zich den 9 dezer te laten opschrijven, op het Gemeentehuis te Leeuwarden.

Den 10 Jan. gister zijn er ongeveer 9 persoonen die in de jaren der loting vallen, waarvan allen niet geschikt tot den dienst wegens ligchaams gebreken en noodige verstand vermogens, ook geniet onze student van der Zwaag die mede in viel, vrijstelling om dat hij in de Theologie zal opgeleid worden opgeschreven.

Gister was het zeer harden westen wind en op den avond

Blz. 4

bijkans storm, zoo dat mijn zwager en zijne vrouw van Wijtgaard, welke dien dag bij ons geweest zijn, in het heen en des avonds weder naar huis reizen, veel belemmerd wierden door den harden wind; doch laat op den avond viel de wind, zoo dat het heden geen onaangenaam weder is, met droogte; het is thans nog vrij goed te voet te reizen, niet tegen staande er zoo veel sneeuw gevallen en zoo spoedig weder verdwenen is, de openbare vaarten zijn open en de schepen varen geheel onbelemmerd van ijs. Dus hebben wij een korten winter gehad, de boere arbeiders konnen thans onbelemmerd in den grond werken met greppeldollen en dongslegten. Veel is er in den verleden herfst in het land gewerkt, het welk tot heden continueerd, evenwel met uitzondering van die dagen wegens sneeuw en vorst, voor Kerstijd hadden wij het dongslegten gedaan, zoo als er eenige meer zijn.

De koortsen heerschen nog zeer veel, ook is de schrijver om den anderen dag daar van aangetast, misschien door het lijden van eenigen koude; schoon hij sedert zijne herstelling althoos gezond geweest is, en dus niet als die gene welke gedurig te rug vallen.

Op den nadenmiddag van heden krimpende en vermeerderende wind, ’s avond zuidenwind en onstuimig met regen.

Den 14 Jan. bevoorens het onstuimige weder zeer veel donder en blixem, op den tijd der volle maan thans gepasseerd stil weder, zoo dat het dreigende gevaar verdwenen is. Gister marktdag was de boter graag en klom met extra tot 39 gulden. De granen houden prijs inzonderheid de haver.

Blz. 5

De Courant van gister behelsde onder anderen nog aanzienlijke giften ten behoeve der noodlijdenden wegens de ziekte, waar van de berigten wel gúnstiger, maar nog heerschende is.

Als iets bijzonders kan men aanmerken dat volgens de opgave van de Provinciale Almanak jaarlijks wordende uitgegeven, het aantal zielen over de steden grietenien ieder afzonderlijk opgegeven over de steden 949 en over de grietenien 7251 te zamen 8200 over geheel Vriesland over 1826 meer bedraagt als over 1825, niet tegenstaande duizenden meer gestorven zijn over 1826 dan gewoonlijk over andere jaren.

Indien de opgaven in gemelde Almanak echt zijn, moet men zich verwonderen over den aanwinst en toenemen der bevolking. Bij nader onderzoek is mij evenwel gebleken, dat de opgave der bevolking over 1825 eene navolging van voorgaande jaren is geweest en de vermeerdering dus niet over 1826 maar over die der verloopende jaren moet gezocht worden; van wat jaar men dit eigenlijk moet rekenen is mij niet bekend. Het is met dit alles niet te prijzen dat men bij het uitgeven van dit zoogenaamd Provinciaal Almanak niet naauwkeuriger is in het opgeven van het daar in vermelde.

Sedert het onstuimige weder heeft men nachtvorsten, heden dreigt het regen, doch het weerglas klimt.

Den 16 Jan. wij schreven bevoorens van zeer harden wind tot bijkans een storm, indien de geruchten zich bevestigen, dan is bij Workum een dreigende doorbraak geweest, wij waren toen gerust, maar om dat het den 14 volle maan was, zagen wij zeer tegen dien tijd op, evenwel toen die ’s morgens op dien dag gepasseerd ware met stil weder, schreven wij dat het gevaar verdwenen was.

Doch op den avond van dien dag stak

Blz. 6

de wind in het Zuiden, zeer vermeerderende gedurend den nacht, zoo dat het gister zijnde zondag ’s morgens zeer harden wind was uit het Zuid ten Westen steeds vermeerderende ging afwisselende vooral ’s nademiddags tot een woedende storm over, en duurde tot ’s avonds laat toen de wind naar het Noord westen uitschoot met verminderde wind, bij afwisseling tot heden. Niet tegenstaande den harden wind hadden wij ons gewoon kerkvolk, bezwaarlijk was het te reizen, maar nog minder uit en in de Kerk te komen om de dwarling van de Kerk en tooren; deze storm zoo kort op de volle maan voorgevallen, baart zeer veel vrees en bekommering voor de waterweering, men ziet de tijdingen met bange vrees te gemoet. Wij melden dat het gevaar verdweenen was, doch wat weeten wij wat de dag van morgen zal baren? Thans zijn wij vol onrust. Indien er gene doorbraken voorgevallen zijn, dan zal men dit aan de bewarende hand Gods moeten toeschrijven, die zorgde dat de wind steeds niet door het westen naar het noordwesten stormde, maar afwisselende zuidwest ten Westen stond.

Wat schade er op het land en aan de gebouwen geworden is, weten wij niet; maar hier in den omtrek op Barrahuis, is het niet van aanbelang, wij althans zijn er met eenige pannen van de schuur afgekomen; thans is de wind N.W. en buijig.

Blz. 7

Den 20 Jan. De woedende storm, waarvan wij bevoorens melden, heeft zoo veel bekend is, geen doorbraak aan de zee weeringen toegebragt, schoon het water op sommige oorden van ons gewest, ontzettend hoog geweest is. Te Huizum heeft iemand door den harden wind het leven gelaten, hij wierd door de kracht des winds in het water gesmeten, schoon levendig uitgehaald is hij aan de gevolgen gestorven, een vrouwspersoon over de brug te Dronrijp zullende gaan werd onder de ketting van de brug door in de vaart gesmeten, zij wierd gered. Diergelijke gevallen zijn er misschien meer gebeurd maar niet tot onze kennis gekomen. De Kerk te Wirdum heeft inzonderheid aan het muurwerk van de zoogenaamde kostorie, door het afstorten van de spits of schoorsteen en het daar aan verbonden muurwerk, schade geleden, particuliere gebouwen in den omtrek van Wirdum hebben hier en daar, schade geleden, vooral door het afstorten van huispannen van huizingen en schuren.

De Schrijver was in den verleden week 16 en 17 door een paar nachten bij zijne dochter en zwager te Deerzum, aldaar had de wind aan de huizinge en schuur aan de huispannen ook veel schade aangebragt. In dien omtrek was een watermolen met huid en hair om zoo te zeggen van de klippen het onderste boven in het water gevlogen. Dit weinigje zal genoegzaam zijn, om een denkbeeld van den verschrikkelijken storm op den 14 dezer gehad.

Na den storm is de winter met sneeuw ingevallen echter zoodanig, dat de trekvaarten vaarbaar gebleven zijn, althans waren zoodanige schepen gister van alle steden, benevens eenige landschepen, zoo ook ons Wirdu-

Blz. 8

mer veerschip ter markt, te Leeuwarden, echter met veel moeite, voor al op de thuis reis. De boter was duur 36 gld. en daar boven extra.

Thans is het jagtsneeuw met dooi, zoo dat het schijnt dat de winter weder zal verdwijnen. Wij hebben intusschen gedurende deze vorst de hekkelzooden thuis gereden om in de ruigscherne te verbruiken tot mest. Wij hadden nòg een dag werk, maar is thans mis, zoo als het in voorigen tijd geweest is, niet tegenstaande de landen droog waren, kon het zoodrijden niet uitstaan om het spooren, en daar bij waren de dammen modderig wegens het doortrappen der beesten, toen ze nog in het land waren. Wij hebben tot laat in den herfst gehekkeld, wegens mijne ziekte was dit nagelaten.

Ook heb ik een boomscheerder 3 dagen gehad, welke een gedeelte der mantels en anders gekapt heeft, welk gekapte wij thans op het Hiem te zamen brengen om vervolgens tot takken, brandhout en ortrijs te bereiden; uitmuntend winterwerk voor de knechten wijl er in het land niets kan gedaan worden.

Niet tegenstaande de boter en kaas duur zijn blijkt het dat bij de meeste boeren over 1826 het gemaak zooveel niet opgebragt heeft als over 1825 welverstaande dezulke welke van den vloed niet geleden hebben; de oorzaak is geweest, de langdurige droogte en de hitte, welke er over 1826 heeft plaats gehad waardoor eene schaarsheid in het gewas ontstond maar door de hitte de melk de room niet gaf als bij gewoone tijden.

Blz. 9

Den 23 Jan. In plaats van dooi, is het steeds sneeuw met vorst; wij zeiden dat ons Wirdumer veerschip op den voorleden marktdag te Leeuwarden ware, doch met moeite vooral op de tehuis reis wegens de vorst; doch is toen niet tehuis gekomen, maar bij A.G. Hooghiemstra blijven liggen en aldaar de vragt uitgelost, om bij gelegen tijd te huis te brengen. Tot heden houd de winter aan met sneeuw, waardoor het aartrijk steeds met sneeuw bedekt blijft, en alles door de sneeuw greppels en sloten effen veld is; men heeft dus tot hier toe volstrekt geen gebruik van het ijs, schoon het sterk genoeg is. De schaatsrijders moeten dus tegen wil en dank van dit vermaak afzien.

De schatters van het Personeel zijn reeds werkzaam in deze Gemeente, doch zeer langzaam waardoor de invordering van de 3/12 dezer belasting voor de maand zal ten agteren moeten blijven, niet tegenstaande dezelve tijdig genoeg door den Schrijver in staat gesteld waren, om spoedig dit werk in deze Gemeente ten einde te brengen.

Den 25 Jan. De winter blijft zacht, thans zonder sneeuw, de wind zuid, betrokken lucht, gister wierd de Sneeker vaart, door schaatsrijders bereden; heden kwam onzen zwager Hette Pieters Hettema van Deerzum hier op schaatzen langs de Sneeker vaart en zeide dat dezelve vrij wel voor schaatsrijders te gebruiken ware, vertrok naar Wirdum, om de familie aldaar een nacht te bezoeken,

Blz. 10

om morgen hier een nacht te vertoeven, ten ware bij geschikt weer, wij te zamen naar Hallumer mieden reden, om onze zuster en zwager aldaar een nacht te bezoeken, zoo als wij onderling afspraken.

Verleden vrijdag, heeft mijn zoon Wijger Doekes Hellema als Boekhouder van de Brand Assurantie Societeit volgens jaarlijks gebruik in het Lands Welvaren te Leeuwarden, voor de Gecommitteerden rekening gedaan over 1826, en bevonden dat er een voordeelig slot ware van ruim 2400 gulden, welke rekening welbevonden, gesloten en geteekend is. Ook is volgens jaarlijks gebruik geadverteerd in de Leeuwarder Courant dat de deelnemers op den 26 dezer, dat is op morgen opgeroepen worden, ten vooringem. Stede en plaatse om in plaats van twee afgaande gecommitteerden, twee nieuwe te stemmen.

Den 29. Jan. heden zeer onstuimig met sterke dooi, zoo dat de oppervlakte van het aardrijk, alwaar het minste lag, rede van sneeuw ontbloot is; den 27 was het een herdere lucht met vorst, doch zeer aangenaam weder, waardoor de gebouwen schuuren aan de zuidkant door de warmte der zon van sneeuw ontblootte, maar dit veroorzaakte aan de schuuren met pannen gedekt, waar onder ook die des schrijvers, een verbazende lekkagie, nadien de sneeuw onder de pannen gejaagd, mede smolt, en door alles in het buithuis heen drong, de beesten, stallen door nat bedropen wierden; schuuren met reid gedekt zijn

Blz. 11

aan dit ongemak niet onderworpen, en verdienen daarom in dit opzicht de voorkeur.

Den 27 bevoorens is mijn zwager weder vertrokken naar huis te zamen met mijn zoon W. D. Hellema om aldaar te Deerzum twee nachten uit van huis te gaan.

Gister zijnde zondag, was het koud, betrokken lucht met veel wind uit het Zuiden; waardoor het en om de menigvuldige sneeuw niet best te reizen ware, evenwel hadden wij ons gewoon Kerkvolk, de Schrijver woonde des niet tegen staande de avonds godsdienst bij zoo ook die der beide voorgaande zondagen, en reisde te zamen met A. Palsma bij duister maan, weer naar huis.

De beide afgaande gecommitteerden als den Hr. Wageningen wegens Leeuwarderadeel en Sierdsma wegens Baarderadeel, zijn bij algemeene stemmen weder gecontinueerd.

Op den 27, is eene inteekening ten behoeve der noodlijdende wegens de ziekte, en die niet uit de armekassen bedeeld worden tot stand gebragt, en tot eene Commissie wegens het ontvangen der ingeteekende gelden en doelmatige ondersteuning der behoeftigen daar uit te verleenen benoemd. Deze Commissie bestaat uit de navolgende perzoonen W.D. Hellema, Rients H. Sijbrandij, E. de Haan onderwijzer en M.F. Jelgersma. Ten welken einde onze Leeraar W. v.d. Zwaag, gister morgen een opzettelijke leerrede hield naar aanleiding van Spreuk 19 vs 27, die zich de armen ontfermt leent den Heere, en hij zal hem de weldaad vergelden. Wordende de Gemeente tot weldadigheid opgewekt, en bekend gemaakt, dat de Commissie

Blz. 12

tusschen en na kerktijd als ook heden om 2 uur in de herberg zitting zoude houden, ter inteekening; hoeveel de Gemeente totdat einde bijgedragen heeft zullen wij hier na melden.

Men heeft hier toe besloten, om de aanbieding van levensnoodwendigheden door de Algemeene Commissie te Leeuwarden gevestigd, minzaam af te wijzen, door dien Wirdum altoos tot een voorbeeld was, om in tijden van nood, hunne behoeftige ingezetenen te ondersteunen, en ook in dezen tijd geen gebruik wilde maken van vreemde hulp ter verzorging van de door ziekte noodlijdende behoeftigen.

Den 31 Jan. heden nacht en thans aanhoudende vorst met zuiden wind en zonnenschijn. Gister zeer mistig met stilstaande dooi. Heden wordt de Sneeker vaart door de schaatsrijders vrij sterk bereden, waardoor het schijnt dat het ijs door de dooi en de daarop invallende vorst niet alleen hier, maar misschien overal bruikbaar voor schaatsrijders is, echter met uitzondering van sloten, welke nog vol sneeuw zitten.

Gister was de Commissie ter ondersteuning van behoeftigen door de ziekte alhier gevestigd, langs de huizen bij de gereformeerde en mennonieten, welke volgens aankondiging in gebreke zijn gebleven, om op bevoorens gemelde tijden en plaats daar toe in te teekenen, in en onder het behoor van Wirdum rond te gaan, ten einde dezulke ook in de gelegenheid te stellen om iets ten voors. einde mede te dragen.

Blz. 13

Op 3 Febr. den 1 dezer was het dooi weer, den 2 vorst zijnde marktdag, waar door een menigte menschen uit alle oorden van Vriesland op schaatzen de stad bezogten, het wemelde te Leeuwarden van volk, waar toe het aangenaam zonneschijn weder veel bijdroeg, heden koud met vorst en N. Oosten wind. Men heeft tot nog toe van gene ongelukken gehoord, behalven dat een jonge meid te Marrum uit van huis zijnde op de thuis reis, digt bij Birdaard op Bornmeer dienende, door de jagt sneeuw geheel bedwelmd in het begin van de voorgaande week in de Dokkumer Ee verdronken is. Wij hoopen dat dit het eenigste ongeluk mag zijn dat er gebeuren zal, wij vreezen echter het tegendeel, dewijl men verzekert dat er zeer veel stroom trekt, mogelijk door het openstaan van de Zee sluizen.

Geen winter gaat er doorgaans voorbij, zonder dat het eenige menschen het leven kost, als het namelijk ijs is, een ieder is op zijne wijs voorzichtig en bang het leven te verliezen, en evenwel zijn de menschen verslaafd aan het schaatsrijden, vooral in de jongere jaren in welken tijd men dikwijls te roekeloos zijn leven aan dit ijs vermaak waagt.

De Schrijver is gister ook voor het eerst in deze winter op schaatzen langs de Sneeker vaart te Leeuwarden geweest, om daar te geraken moest hij gaan, dewijl de sloten onbruikbaar zijn, de Sneeker vaart is echter ook maar een kwartiertje van zijn huis gelegen; het ijs was tamelijk wel te gebruiken, evenwel van de Boxumerdam tot Schenkerschans het minste van allen, langs de geheele Sneeker vaart, zooals men zeide.

Blz. 14

Den 6 Febr. den 4 bevoorens bezogt de Schrijver zijn broeder en familie te Wanswerd bij zeer schoon weder op schaatzen, reed ’s morgens half 8 op de Sneeker vaart van huis, en was om 9 uur te Wanswerd, het was lief te rijden, was aldaar 2 maal in de kerk, de voor en agter middags ter bijwooning van den Godsdienst. De Kerk was opgepropt vol telkens, van veele plaatsen tezamengevloeid; doch reed ’s avonds van daar naar Hallumer mieden om zijne zuster en zwager aldaar te bezoeken, alwaar deszelfs broeder en zijne vrouw ’s anderendaags ook bij ons kwamen, vertrok ’s nademiddags van daar en kwam behouden doch met zeer veel moeite thuis; nadien het ijs door het mooije weder en door de zonneschijn gedurende den dag week en van deszelfs kracht verloor, waardoor het schaatsrijden moeilijk en tevens op de Dokkumer Ee gevaarlijk was.

’S morgens door een weinig nachtvorst is het nog vrij wel te rijden, maar verder op den dag wordt het ijs genoegzaam onbruikbaar, dit ondervond mijn zwager van Deerzum welke ons heden morgen bezogte, en betuigde dat de Sneeker vaart goed om te rijden ware, en zich daarom niet veel haaste, zoo dat wij ons zwager te Goutum bezogten, maar ’s avonds vondt hij het ijs onbruikbaar en moest naar huis gaan. Ik heb dit reizen en trekken breedvoerig daarom ook aangeteekend om de gesteldheid van den tegenwoordigen winter aan te wijzen.

Blz. 15

Den 7, ten gevolge der nachtvorst was het ijs weder bruikbaar, de schrijver reed naar Deerzum, om te vernemen wat reis zijn zwager ’s avonds te vooren gehad hadde, hij was te voet en ten deele nog op schaatsen te huis gekomen, een of 2 pijpen aldaar gerookt en tevens koffij gedronken te hebben, was om 11 uur ’s morgens weder thuis. De Sneeker vaart was toen goed te schaatsrijden, ’s middags zag men op gem. vaart, paard en sleed, waar uit af te nemen is, dat het ijs op gemelde vaart, behalven onder de bruggen enz. zeer sterk is, op den nadenmiddag was het door de zonneschijn, weder bezwaarlijk te rijden.

Doch den 8, dat is heden ten gevolge der nachtvorst wordt de Sneeker vaart sterk bereden.

Den 10 Febr. aanhoudende sterke vorst. Gister markt dag, de hoofdstad werd zoo sterk op schaatzen bezogt als immer, bij duizenden uit alle oorden van ons gewest, vloeiden daar te zamen, het wemelde over al van volk, en misschien van zoodanigen, die nimmer althans zelden te Leeuwarden geweest waren, althans schenen met groote verwondering, de stad, straten en gebouwen te bezigtigen.

De boter zoo veel er was scheen graag te zijn, de haver wordt nog prijziger, ook houden alle granen prijs, evenwel de Rogge en Tarwe, worden voor een matigen prijs, de Tarwe 6 gulden de zak verkogt, de duiveboonen tot 5 gulden welke met graagte gekogt worden, ook van de Eende houders welk gevogelte, alleen door voeder moet onderhouden worden zoo

Blz. 16

ook de Schrijver, die bij de 70 Eenden heeft, vrij wat voeder benoodigd is.

De bijdragen tot ondersteuning der behoeftigen onder ons beloopen een som van 226 gulden, door welke gelden de Commissie alhier bevoorens gemeld, zich in staat bevind de kommer der zoodanigen eenigzins te leenigen.

De Kohieren van de verponding en van het Personeel zijn voor deze Gemeente executoir verklaard, en de schrijver als ontvanger gelast, de kennisgevingen aan de contribuabelen uit te reiken en alzoo in deze maand een aanvang met het ontvang te maken, met de verschenen termijnen.

Bevoorens liep het wel tot mei en wijders eer de Kohieren der belastingen aan de ontvangers ter invordering gezonden wierden, tot groot ongerijf der belasting schuldigen, welke in eens de verschenen termijnen zoo niet konden betalen; veel liever wil men bij 3/12 betalen, zoo wil de Koning althans ook dat het zooveel mogelijk zal geschieden.

Tot hier toe heeft men nog niet van ongelukken gehoord, niet tegenstaande er nog al veele menschen hier en daar en vooral in de Dokkumer Ee tot hals en hoofd in het ijs geraken en vaak met zeer veel moeite gered zijn, zoo was onder anderen Dirk Meints op Bartlehiem een behuwd zoon van mijne Zuster met een sleed van zijn zoontje verzeld, in de Ee geraakt, en wierden met moeite uit gehaald, even daar na nog een weinigje van zijn huis verwijderd, raakt er andermaal geheel door, tevens andermaal met zeer veel moeite uitgehaald, heeft er vervolgens ook geen ongemak van gehad.

Blz. 17

Den 13 Febr. Noordenwind, sneeuw buijen met vorst, de winter continueerd dus boven vermoeden, hoewel ’s middags met warmer zonneschijn, het ijs weeker en onbruikbaar is, wordt het zelve ’s avonds en vooral ’s morgens door de nachtvorst voor de schaatsrijders bruikbaar, zoo als heden morgen de Sneeker vaart sterk bereden wordt ook met paard en sleed, schoon buijig is er zoo veel sneeuw niet gevallen, dat het daar toe eenig hinder aanbrengt, maar veel meer door den sterken wind.

Den 11 bevoorens bezogt mijn zoon van Achlum ons na dat hij alvoorens te huis gepredikt en aan de jongelingen daarna te Hitzum onderwijs in den godsdienst gegeven hadde; hij was verzeld van een Achlumer, hier een weinig verkwikking genoten te hebben, verreisden terstond naar het gebuurte om mij aldaar nog aan te treffen, den avondgodsdienst tevens bijwoonende, doch ik was bij het eindigen daar van naar huis gegaan, zij bezogten dus de familie en kwamen spoedig met mijne kinderen uit de buuren te rug, wij bragten dus den avond aangenaam met elkanderen door, waarna ’s nachts bij aangenaam weder mijne kinderen weder naar het gebuurte keerden, en wij ons ter ruste begaven; den 12 reden wij met elkanderen langs het oud diep naar het gebuurte, mijn zoon sprak Dos v.d. Zwaag en wijdere familie, afscheid nemende keerden ’s middags weder naar huis, met elkanderen gegeten hebbende, nam mijn zoon benevens Vellinga zijn leidsman hun afscheid en vertrokken ’s nademiddags om 3 uur van hier; mijn outste zoon en ik geleiden hen naar de trekvaart, maar het ijs was zoo week, dat zij zich al spoedig van de schaatzen bonden en regt toe regt aan de reis te voet voortzetten zoo het ons toescheen op Dronrijp, vervolgens van daar of eerder misschien

Blz. 18

weder op schaatzen, dewijl het ijs om 5 uur door de vorst al weder hard begon te worden.

Den 17 Febr. koud zuiden wind met vorst, dreigt tot verandering sedert de voorige afwisselende sneeuw, verzeld van vorst, gister marktdag te Leeuwarden, sterke vorst; het ijs wordt zeer sterk, men kan het zelve onbeschroomd gebruiken; ook met paard en sleed, waarvan thans zeer veel gebruik word gemaakt, zoo zag de Schrijver zes stuks agter elkanderen op de Sneeker vaart draven, hier en daar veele verwijderd en steeds door anderen opgevolgd, de geveegde baan liet men zoo veel mogelijk tot gebruik van de schaatsrijders en schuifsleden waar van sommige zeer zwaar bevragt, terwijl de paarde sleden zich daar naast een baan door de sneeuw gejaagd hadden, geheel effen en bereden.

De boter door sleden aangebragt waar van de schrijver ook gebruik maakte, was graag en liep wel tot 38 guld. Op den nadenmiddag schiet de wind in eens naar het Noord Oosten met sneeuw en geweldige sneeuwjagt verzeld van hevige vorst. Wij mijne vrouw en ik bezogten den 15. l.l. op verzoek onzen buurman Jouke Keimpes op wijl. Sijbrandij plaats, te zamen met andere buuren op een kopje thee., ’S nachts naar het huis gaan, stond de lucht ontzettend, een dreigende voorbode, van onstuimig weder en koude.

Den 20 Febr. sedert de voorige felle vorst en nijpende koude, de vorst is bij nacht zoo wel bij den dag met heldere lucht en zonneschijn, geweldig; het ijs wordt daar door overal buitengewoon sterk. Dit ondervonden wij gisteren, een paar oude esschen bomen op den kant van de gragt, storten daar toe geschikt, om geene boomen op het hornleger te beschadigen, bij het rooijen, met een ijslijk gekraak en geweld op het ijs, zoodanig dat er door den val groote takken en verdort hout afsloegen, zonder de allerminste schokken aan het ijs te bespeuren, het was als een straatweg,

Blz. 19

wij voeren dit aan om een algemeen denkbeeld te geven van de gestrengheid van dezen voorjaars winter, zoo ver is het althans dat de tijd zich tot het voorjaar neigt, hoe akelijk zou het er voor den gemeenen man uitgezien hebben, indien er bevoorens gene weldadige schikkingen hadden plaats gehad, om zoo veel mogelijk in de behoeften der noodlijdenden te voorzien? Zoo zorgt de voorzienigheid op een zeer bijzondere en zichtbare wijze voor alle zijne schepselen in ons gewest. O, dat een ieder zoowel rijken als armen dit gevoelden en dankbaar erkenden, dat de aarde en hare volheid des Heeren is, en schoon in de handen des rijken besteld, op zijnen tijd, daar van ook aan de noodlijdende wil uitgereikt hebben, getuige daar van de aanmerkelijke gaven van 1825 en 1826, tot op heden van 1827.

Den 16. bezogten onze dochter en zwager van Deerzum ons op schaatsen, ook bezogten mijne dochter en zwager te Wirdum op schaatsen mijn zoon te Achlum, en kwamen den 18 terug, hadden Dos wel bevonden, en in zoo ver een goede reis gehad, maar klaagden zeer, dat de nijpende koude en sterke tegenwind, op de heen en terug reize hen geweldig hadden gehinderd.

Op heden den 20 is het eenigzins gematigder, betrokken lucht, waar door de sneeker vaart sterk wordt bereden om dat het ook sneeker weekmarkt is.

Den 21 Febr. zeer gematigd, stil en aangenaam weder; ten dien gevolge, kwamen hier met schaatzen, mijn zoon en zijne vrouw, mijne dochter en haar man, ons chirurgijn en zijne vrouw; benevens E. den Haan onderwijzer, allen uit het gebuurte te Wirdum, om mijn zoon te Achlum een bezoek te geven; ik

Blz 20

was dadelijk geresolveerd om mede te trekken, en kwartier voor 9 stonden wij op schaatsen op de Sneeker vaart, het was zeer aangenaam te rijden, te Dronrijp eenige ververschingen genooten te hebben, waren wij te 11 uuren aan de Pastorie te Achlum, en verrasten mijn zoon daar hij eenzaam zat met de meid een kopje koffij drinken tevens onder zijne studie, op eene aangename wijze, spoedig wierd ons koffij en andere verkwikking toegediend, terwijl v.d. Kooij, kastelein te Wirdum en echtgenoot van mijne eerste vrouws outste dochter, ons gezelschap vermeerderde; op het aanzoek der bovengemelde vrienden, was hij zoo aanstonds niet geresolveerd mede te reizen, eenigen tijd daar na van zin veranderende, spoedde hij zich alleen herwaards, wij maakten dus een aanzienlijk gezelschap uit, evenwel op alles goede order gesteld zijnde, wierd in onze behoeften van eeten en drinken, zooveel mogelijk tijdig voorzien, terwijl mijn zoon de Dos te twee uur te Hitzum Catechisatie hadde, verliet hij ons half twee, na alvoorens een hartelijk afscheid genomen te hebben, het deed ons leed, dat hij ons dus ontijdig moest verlaten, maar zijn dienst riep hem daar, en wij namen er ook genoegen in, dat hij dien trachte te vervullen. Dit veroorzaakte dat wij ons spoediger dat is te twee uur, tot de terug reize begaven, dan wij anders wel zouden gedaan hebben; dit kwam ons regt goed, want bij het aangenaam zonneschijn en dooi weder was het ijs week geworden en wierd van tijd tot tijd weeker, wij kwamen evenwel nog al tamelijk wel te Franeker, vertrokken van daar na ons eenigzins opgehouden te hebben te 3 uur maar toen zag het er voor de schaatsrijders niet gunstig uit, wij reisden tot buiten de jurisdictie te voet, sommige van het gezelschap bonden zich toen schaatzen, en wierden van tijd tot tijd door anderen opgevolgd, totdat wij allen

Blz. 21

eindelijk weder op schaatsen de reis traaglijk en met zeer veel moeite tot bijkans Dronrijp voortzetten, toen er zich eenige weder afbonden, en zich in de herberg aldaar opvolgende verzamelden, wij genoten zoo veel mogelijk versterking en verkwikking, hier was aan klagen geen gebrek, ook van de gaande en komenden, het aangename weder had er een menigte menschen ’s morgens uitgelokt, eenigen tijd ons opgehouden te hebben, terwijl het zich tot den avond neigde, reisden wij weder te voet; bij aangenaam weder zetten wij gene droefheid, maar vervolgden met een opgeruimd gemoed onzen weg, terwijl wij ons tevens vermaakten over het schouwspel dat zich voor onze oogen opdeed; want de meeste plaisier reizigers reisden voor en tegen ons met schaatsen in de handen, terwijl anderen alle hunne krachten en vermogens inspanden, op schaatzen hunne reis vervorderden. Ons gezelschap eenigen tijd onze reis te voet voortgezet hebbende, bonden zich opvolgende weder op de schaatsen, en wachten mijn zoon en mij daar wij steeds te voet wandelden bij de Bolswarder brug, terwijl het eenigzins vorstig wierd, bonden wij ons ook op schaatsen, en zoo vervolgde ons gezelschap zijne reis ook met moeite tot Deinum, alwaar de schrijver zich niet langer aan de ongemakken van het schaatsrijden willende bloot stellen, te meer daar de zon sterk begon in te vallen, en duister maan ware, afscheid van het gezelschap nam, en de reis van daar zoo veel mogelijk bij duister regt toe regt aan, op huis aanzette en alzoo behouden om half 7 aankwam, bijna drie kwartier thuis geweest zijnde kwam het gezelschap ook aan en verblijdde zich mij thuis te vinden, daar het zich bekommerd had, dat ik alleen bij duister gereisd hadde, na zich

Blz. 22

met eenige ververschingen verkwikt te hebben, nam afscheid en vertrok vermoeid doch welgemoed naar het gebuurte ieder tot de zijne. De vrienden waren op Ritzumer zijl zich eenigzins opgehouden te hebben, tot Schenke schans gereden en van daar langs de sneeker vaart en wijders aan ons huis te voet gereisd.

Uit dit berigt en voorgaande kan men duidelijk merken, dat het ijs in dezen tijd winter uit sneeuw tezamen gesteld, bij de minste verandering week is, schoon bij tamelijke vorst hard en goed tot alle gebruik; waardoor een menigte menschen zich in ongelegentheid gebragt zien, want gene rekening op de zonderlinge gesteldheid van het ijs en het ver gevorderde jaargetijde, makende, trokken ze bij goed weder, somtijds zeer ver van huis, om plaizier naar afgelegene plaatzen of hunne vrienden en bekenden te bezoeken, en ziet op de thuis reis in den nadenmiddag bij zonnenschijn, is de gesteldheid van het ijs zoodanig veranderd, dat zij met alle inspanning hunner krachten en dus met veele moeite of vaak te voet hunne terug reizen moeten zoeken te vervorderen, ten ware bij sterke vorst gedurende den gehelen dag zoo als in het begin dezer week, maar dan is er om plaizier uit te reizen ook weinig lust.

Den 22 Febr. buijig, krimpende en N.W. wind, doch wegens de nachtvorst, trok de schrijver ’s morgens op schaatsen om zijne dochter en zwager te Deerzum te bezoeken, maar bevond het ijs zoo bekrast en uitgereden, dat de lust hem verging en spoedig terug naar huis keerde. Des niettegenstaande wierden wij aangenaam verrast, dat zij van Deerzum gedurende den dag ons bezogten, met zeer veel moeite waren zij tegen den wind opgeschrabd, vertrokken ’s avonds bij vorstig weder om 5 uur op schaatzen weder naar huis.

Blz. 23

Den 23 Febr. heden marktdag te Leeuwarden, aangenaam en dooi weder, de markt wierd ten deele te voet, en veelen op schaatzen bezogt, meest uit noodzakelijkheid; doch een menigte Belsleden, of paard en sleden uit plaisier, de schrijver herinnerd zich niet, zoo veel Belsleden in eens zoo in de stad gezien te hebben, schuifsleden om koopgoederen derwaarts of weder te rug te voeren, waren ontelbaar, ook wierd er zeer veel boter om te verkoopen naar de stad gevoerd, dewijl dit Artikel thans buitengewoon duur is, de prijs tot 40 Gulden; de kooplieden doen dezelve dadelijk naar Harlingen vervoeren, ter bevrachting van 3 Engelsche schepen, welke aldaar gereed liggen om bij volle lading, de eerste gelegentheid en als de zee wegens het ijs vrij is, naar Londen te scheepen. Het is zonderling te zien, hoe vlijtig de menigte schuifsleden met boter bevragt tot 7 en 8 en meer stuks fandels naar Harlingen wordt gebragt, steeds door anderen opgevolgd, het staat nooit stil. Het is misschien zonder voorbeeld, dat de oude boter ’s winters bij digt water, met zoo veel graagte, opvolgende vervoerd is geworden; het pleeg doorgaans zoo te zijn, dat de kooplieden de boter zoo veel ter markt aangebragt, bij digt water voor een verminderde prijs opkogten, maar in de waag te Leeuwarden opstapelden, en dan bij open water te scheep vervoerden. Trouwens selden heeft men ook winters dat de gelegentheid, zoo gunstig is bij zulk eene langdurigheid, zulk een gebruik van het ijs te maken.

Blz. 24

Den 24 Febr. een weinig nachtvorst, doch in den morgen stond reeds dooi weder, stil verzeld afwisselende met zachte sneeuw. Gister heeft het Gouvernement in de Leeuwarder Courant, geadverteerd: dat met den 26 dezer, de zee sluizen zullen geopent worden, om te stroomen, wordende een ieder dus voor gewaarschuwd gehouden. Dientengevolge, zal het ijs als dan spoedig zijn kracht verliezen, en bij geen hevige vorst, de openbare vaarten, bevaarbaar worden.

Rients Klazes Sijbrandij mr. Timmerman alhier, overleden zijnde, wordt heden ten grave gevoerd; een man van middelbare jaren, welke dezen zomer ook veel door de ziekte geleden heeft, en steeds nog aan ongemakken laboreerde, een goede schaatsrijder zijnde, wil men dat hij zich onlangs niet genoeg in acht genomen hebbende, door en door bezweet te huis kwam, daar na door de pleures aangetast zijnde, aan de gevolgen overleden is, hij laat eene weduwe na, een minderjarige zoon en twee dochters, waarvan de outste reeds weduwe en thans weder in het huwelijks register ingeschreven is, om eerlang te trouwen met eenen Sjoerd Andles Andringa, outste zoon van Andle Sjoerds Andringa, welkers overlijden wij bevoorens gemeld hebben.

De boeren hebben thans veel werk om de schapen bij elkanderen te houden, althans die gene, welke een goede toezicht daar over hebben, de nalatigen hier in weeten somtijds in geen dagen, waar de hunne zijn, schoon des schrijvers schapen altoos bij honk blijven, heeft hij dagelijks een menigte vreemden in zijn land loopen.

Blz. 25

Den 1 Maart, heden alleronstuimigst met sterke wind en regen. De jonge lieden welke in de loting tot de Militie vallen, treffen het zeer ongelukkig in het reizen, vooral die wijd of verre af zijn, en worden van wegen den regen door en door nat, alvoorens de trekking een aanvang neemt. Leeuwarderadeel waarvan Wirdum te negen uur op het Stadshuis te Leeuwarden ten dien einde aanvangt, en na den afloop daar van opvolgende de andere plaatsen van dit deel hetzelfde lot moet ondergaan. Zoo heeft dit gebruik over geheel Vriesland verdeeld in Militie Kantons plaats, waarin betrekking vallende ieder tot deszelfs hoofdplaats zich volgens aankondiging in de Courant, en openbare aflezing in de kerken op tijd en plaats moet laten vinden, bij gebreke van Militaire straffen te ondergaan.

Den 25 bevoorens hadden wij hevige koude, ooste wind verzeld van sterke vorst en heldere lucht, waar door het zich het liet aanzien, dat de winter met de nieuwe maan, op nieuw aanvang nam, doch den 26 sterke zuide wind water koud, zonder vorst, den 27 zeer onstuimig met afwisselende regen, den 28 met eenig nachtvorst en wat gematigd, tot dat op den avond een sterke regen tot heden continueert. Het ijs zal dus geweldig minderen, en de schepen spoedig varen, met den aanvang van dezen dooi ontdekten zich de kievieten, ten bewijzen dat de winter

Blz. 26

ons thans verlaat, waarna men zeer verlangt.

Den 2 Maart regen en onstuimig, heden verantwoorde de schrijver, de gelden bij hem gedurende de laatste dagen van de maand Februarij op de verponding en het Personeel ontvangen ter somma van ruim 3800 Gld.

Gister hadden gecommitteerden, van de Brand Societeit waarvan maar drie wegens het onstuimige weder in de herberg te Wirdum te vergadering, benevens mijn zoon als Boekhouder, ter voldoening van de Brandschade, door eene Pieter Wijbes te Bozum in 1826 door het inslaan van het onweder geleden, bevoorens gemeld zie pag. 215 ter somma van 2697 Guld. bij wege van omslag over de deelnemers der Societeit, door den Boekhouder ingevorderd en thans aan gem. Pieter Wijbes, tot dat einde aldaar mede gecompareerd, uitbetaald. Als mede wierd staande deze vergadering door den Boekhouder aan de Heer Bokma onder de jurisdictie van Leeuwarden mede gecompareerd, betaald de Somma van 352 Gld. en vijftig Cents als schade, door den Brand in den loop dezer winter geleden, welke laatstgemelde gelden, volgens besluit der gecommitteerden niet bij omslag maar uit de kas der Societeit zouden geligt worden; de schrijver had het genoegen te zamen met de mede gecommitteerden voors. benevens den Boekhouder dat de genoemde Sommen met dankzegging werden ontvangen.

Schoon de Societeit zeer ongelukkig is, wegens opvolgende geleden rampen, gevoeld men het niet, dat de zelve, door den brand, de schade, aan dier ongelukkigen toegebragt, zoo doelmatig vergoed wordt; want zoodra de societeit officioneel kennis van een ontstane brand in een verzekerd pand geleden, ontfangt, zend dadelijk hare

Blz. 27

tauxateurs, om de schade op te nemen, passeeren daar op een acte van tauxatie aan de gecommitteerden, welke daar op de omslag over de deelnemers beramen ter somma van de geledene brand schade. De boekhouder berekend de quota’s van ieder deelnemer daar toe te contribueren, geeft daar van aan ieder derzelver een gedrukte doch ingevulde kennisgeving uit, behelzende het montant van alle de verzekerde panden, het montant van de geledene schade en de contributie pr Cts gewijze bepaald. De bode der Societeit wordt met deze kennisgevingen bij alle de deelnemers rond gezonden, en langt aan ieder eene kennisgeving zijner betrekking tot deze schade uit, ontvangt de contributie, en verantwoord deze gelden aan den boekhouder, welke bij den afloop daar van, de gecommitteerden kennis doet toekomen, hierop wordt de tijd bepaald om deze somma aan de door den Brand geledene deelnemer ter hand te stellen, welke een zoodanige bijeen komst thans plaats hadde.

Doorgaans wordt de Brand schade spoediger vergoed, maar door de geledene ziekte van den boekhouder was hij niet in staat veel eerder de menigvuldige werkzaamheden aan zoodanigen repartitie verbonden, ten einde te brengen; trouwens Pieter Wijbes voors. verklaarde, dat hij er tot nog toe geen verlet van hadde gehad, niet tegenstaande hij rede een nieuwe schuur gebouwd en alle schade der brand hadde hersteld. Zoo dat deze brand iemand trof die wel gegoed was maar zoo is het met de meeste deelnemers niet gesteld, want er zouden misschien eene menigte onder zijn, indien de schade wanneer hen ongelukkig een brand overkwam, niet vergoed wierd, zich tot de bedelzak gebragt zouden zien, zoo als bevoorens eer de Brand Societeit bestond het geval ware

Blz. 28

want zoodanig geworden ongelukkigen, bekwamen wel van de regering op verzoek vrijheid om bepaalde districten of geheel onbepaald rond te gaan en aan de huizen het medelijden der bewooners in te roepen, maar wierden als dan met eene kleinigheid, of ook wel met allerlei verschooningen ook wel met smaad taal afgezet.

Maar zoo is thans het geval niet, een ieder deelnemer hij wil of hij wil niet moet betalen; trouwens zelden heeft men tot nog toe daar van een voorbeeld aangetroffen, een ieder betaald zijne quota gewillig, en dit zoo veel te meer om dat hij zich vrijwillig verbonden heeft.

De schade aan Pieter Wijbes voors. vergoed, bedroeg nagenoeg een gulden van de duizend dezer Societeit verzekerd waar uit op te merken is, dat dezelve een aanzienlijke hoogte heeft bereikt.

Heden morgen heeft men een man bij het verlaat uit het water gehaald welke al lang scheen verdronken te zijn, althans sedert den aanvang van den winter, hij was niet bekend en had 70 gulden bij zich, hij wierd naar het vliet geschikt, wijders weet de schrijver er niet van.

Dokkum en Hallum zijn heden ook naar Leeuwarden met de schepen doorgebroken, zoo dat het ijs sedert eenige dagen geweldig verzwakt is geworden.

Den 5 maart, sedert de voorige harden wind en zeer onstuimig; waarschijnlijk varen thans alle trek en beurtschepen, althans Sneek, welke ik heden morgen op den gewoonen tijd, dat is te 9 uur van Leeuwarden en is hier te 10 uur, zag voorbij varen, zoo dat de gemeenschap van alle steden en plaatsen den gewoonen loop, weder in een korten tijd aanvang genomen heeft, want heden voor 14 dagen schreven wij, dat het vinnig vroor

Blz. 29

en dat het ijs, even als een straatweg gebruikt konde worden, en thans varen de schepen, welk een verandering? zoo is er niets bestendig in het ondermaandsche, zoo wel in de natuur al in de zedelijke wereld, de eene verandering wissele de andere steeds af. Het leert ons de nietigheid van alle het schepsel en tevens deszelfs afhanglijkheid van den Schepper.

De ongemakken of de gevolgen van ziekte en koortsen worden zoo wel hier als overal nog sterk gevoeld. Het is er nog verre af dat het menschdom over het geheel gezond is; een menigte zieken of die aan de gevolgen lijden bestaan nog overal vooral die aan de koorst laboreeren, zoo zijn hier vele huisgezinnen welke met de koorst onder hun gezin bezogt zijn, zoo zijn er vele werkboden, welke daar aan lijden, en door bijkomende verzwakking niet in staat hunnen dienst waar te nemen, waar door de boerenstand in de grootste ongelegentheid is. Zoo is onder anderen dezer wijs de schrijver zijne beide meiden ontbrekende; den dienst op hoop van beterschap gedurende een langen tijd opgehouden te hebben, hebben zij opvolgende wegens aanhoudende koortzen en zwakte, den dienst afgestaan, wij redden ons zoo goed mogelijk; de plaats van de eene hebben wij weder door een vreemde vervuld, maar ook zoodanig eene, die aan de gevolgen van geledene ziekte nog zeer zwak is, en daar door niet in staat om al het werk tot genoegen te verrichten. Uit dit tafereel kan men merken hoe het over de bevolking nog gesteld is, waar door komt dat gezonde werkboden zeer schaars zijn, en buiten tijds dat is binnen den loop van het dienstjaar naauwelijks te bekomen zijn.

Het Gouvernement heeft het besteden van eenen straatweg van Leeuwarden tot Meppel geadverteert; sedert een paar jaar is hier van al spraak geweest, maar in 1826

Blz. 30

in de vergadering van de Staten Generaal doorgegaan en door den Koning gearresteerd om in den loop van 1827 in werking gebragt te worden. De besteding zal den 29 dezer maand zijn, en 20 dagen voor dien tijd aanwijzing in loco gedaan worden, zulks in drie percelen van Leeuwarden tot Akkrum, wel voor eerst van het leggen van een aarden baan, en vervolgens het aanvoeren van het benoodigde zand.

De vriezen zijn met deze werken niet zeer in hun schik, vooral de naastgelegene plaatsen; men vreest dat de baan zoo veel mogelijk een regte strekking zal gegeven worden, waardoor bij zoodanige gelegentheid, de land eigenaren zich van hun land zullen benomen zien; zoo wil men dat de hoek van de Pishorne dijk zal afgesneden en de baan van de Dijkhuizen tot voor of agter Barrahuis langs, zich met de hooge Dijk weder zal vereenigen. Hier door zullen mijne buren van hunne landen moeten afstaan, doch des schrijvers landen geraken dan vrij. Wat men dan met zulke gedeelten van den hoogen Dijk wil doen, waar de baan bezijden gelegd wordt moet de tijd leeren. De Nieuwlanders waar onder ook de schrijver, en alle naastgelegene plaatsen, zullen door den steenweg bevrijd worden, van het slegten en onderhouden van den hoogen Dijk, maar tevens benevens anderen blootgesteld zijn aan tollen. Van het een en ander zullen wij bij welzijn naderhand melden.

Den 8 Maart onstuimig met harde wind, ten zuiden, gister was het gematigd en avond aller aangenaamst met zonnenschijn, doch de wind kromp op den avond ten zuiden het gevolg zoo als altoos, is onstuimigheid.

Ons Ojevaar heeft gister voor het eerst zijn nest weder betrokken, wij zijn dus met zijne terugkomst weder vereerd, misschien dat het wijfje spoedig hem

Blz. 31

opvolgen zal; de natuur schijnt aldus weder te herleven voor eenige dagen was alles stijf en koud, en thans niet tegenstaande het onstuimige weder, draaijen de kievieten over de wieken, de Eenden kwaken en nestelen, het klein gevogelte betrekt zijne oude nesten en kweelt.

Den 15 Maart, den 10 bevoorens bezogt mijn zoon te Achlum, bij uitnemend schoon weder, schoon sterke nachtvorst, doch den 11 Regen en onstuimig mijn zoon moest te Edens prediken, het geen ons toen niet aangenaam was; den 12 was het weder een weinig aangenamer doch den 13 zeer harden wind, bij welk gelegenheid een uitstap naar Harlingen deed. De zee was onstuimig en het water troebel; er lagen zeer veele schepen in de stad, onder anderen Engelsche, welke behalven die gewoonlijk op Harlingen varen op nieuw 5 Stuks aangekomen waren, om boter en Haver; ook lagen er twee groote 3 mast schepen ter walvisch vangst uitgerust, om bij de eerste gelegentheid in zee te steeken. Alle deze voorwerpen te aanschouwen, waren voor den schrijver, hoewel niet nieuw, echter dagelijksch niet gewoon, zeer bijzonder.

Den 14 Storm, westenwind, volle maan, ook stoof het zee water geweldig over den dijk, de baren sloegen ontzettend op de palen, langs den Dijk aan stukken en het was uit de Pastorie te Achlum te zien, even als of er telkens lichte wolkens uit de zee oprezen

Blz. 32

en weder verdweenen; evenwel voornemens zijnde te vertrekken, ging mijn zoon mij verzellen, om dat hij te Hitzum onderwijs in den godsdienst moeste geven. Ik had niet tegenstaande den Harden wind, een goede reis, en bevond de mijnen bij mijne thuiskomst tot mijne blijdschap in een goeden welstand.

Den 13 kregen wij ons eerste Eenden ei, welke dagelijks vermeerderen.

Heden den 15 Regen, ook bezogten ons op dezen dag op verzoek eenige buren met hunne vrouwen, gedurende den dag.

Den 16 marktdag te Leeuwarden, er was zeer veel drukte, de boter was zeer graag; de prijs is mij nog niet bekend, en word niet eerder ruchtbaar dan den achtermiddag, als de schippers verkogt hebben.

De markt was zeer voorzien van plantsoen, zoo als alle voorjaren, stapels Eende Korven wierden ter verkoop aangeboden, ook veilde men voor het eerste eenige Eenden eijers, de hoenders eijeren zijn er gedurende alle marktdagen bij korven vol.

Het is zeldzaam dat er zoo veel Boter weekelijks op de markt is. Doch het gebruik der boeren wordt anders als voormaals; want toen kalfden de koeijen doorgaans des voorjaars enkelden uitgezonderd, nu het geheele jaar door om dat men thans ondervind, dat de boter nooit goedkooper is als omtrent Mei en den voorzomer, en daarom laten de boeren de koeijen het geheele jaar door kalven. Ook wordt de boter van elders vooral uit groninger land aangevoerd, door zulke, welke deze boter in vriesche vaten (hoewel verboden) knoeijen, en hier verkoopen, waardoor de vriesche boter dikwijls minder wordt gekogt.

Blz. 33

Den 21 Maart, het weder is bij opvolging, zeer onstuimig met afwisselende storm. Zoo hadde men onder anderen den 18 dezer, gedurende den dag een geweldige storm, uit het noord en noordwesten. Het binnenwater is door den regen en het onstuimige weder zeer hoog waar door dikwijls ongelegentheid in de passagie ontstaat, zoo adverteerde men in de dinsdagsche Courant uit Heerenveen, dat alles in den omtrek onder water stond, dat de weg tot Langezwaag niet alleen doorgebroken maar gaten gescheurd waren, en langs dien weg de post gestremd ware; men had sedert de overstrooming verzuimd dezen weg in een goeden staat te stellen, door de oneenigheid der geregtigden en bij gebreke van noodige beveelen van het Bestuur.

De prijs der boter zoo wel te Leeuwarden als te Sneek was de laatste marktdagen 44 Guld. De Kieviets eijers te Sneek op de markt 30 Cents ieder, zij zijn er nog zeer schaars.

De Schrijver bezogte den 19 zijne dochter en zwager te Deerzum een nacht, te scheep met de gewoone trekschuit heen en terug.

Den 23 Maart, steeds harden wind, betrokken lucht evenwel zonder regen. Heden zaaide ik groote boonen, in den verleden week moeskruiden. Wij hebben 15 melke koeijen, 38 stuks hebben wij gestald, en vermoedelijk genoeg Hooi, de meeste klagen over schaarsheid vooral in andere gedeelten van ons gewest, waar door

Blz. 34

het bijvoeder, zoo als Lijn en Raapkoeken enz. zeer graag is, doch de schrijver heeft geen het minste bijvoeder gebruikt, dewijl het hooi zeer voedzaam is, waar door de beesten in een goeden stand zijn.

Den 27 Maart gister is het wijfje Ojevaar te rug gekomen, paarde dadelijk met het mannetje Ojevaar, het welk sedert den 8 het gewoon verblijf genomen had. Zonderling al weder merkten wij, dat ’s daags voor de overkomst van het wijfje, bijzondere toebereidsels en verschikking van het nest plaats had, even of men wist, dat de komst van het wijfje aanstaande ware. Hoe oplettend wij de huishouding dezer dieren ook gade slaan, wij blijven ten aanzien van deszelfs vroeger of later te rug komst altoos even onkundig, van het weder hangt zulks volstrekt niet af, want het verleden voorjaar was fraai, en toen kwamen zij eerst in April dag aan dag en thans alle dagen harden wind, bijkans storm, zoo als den 25 en zeer onstuimig komen zij veel vroeger althans het mannetje; zoude het ook konnen zijn? dat zij bij hun vertrek, verstrooid van elkanderen geraken, zich in verschillende landen, gedurende hunne afwezigheid, ophouden, zonder van elkanderen te weeten, de terugreis vroeg of laat aanvangen? maar dan is het zonderling dat het mannetje altoos eerst komt.

Gister kwam mijn zwager van Deerzum, ons een bezoek geven, welke sedert den 23 mijn zoon te Achlum

Blz. 35

had bezogt, en ons van denzelven berigte, dat hij in een goeden welstand ware. De Domeni hadde in den verleden winter veel geroeid, en thans met nieuw plantsoen weder aangevuld, waartoe mijn zwager hem behulpzaam was geweest, welke het nieuw geboomte ook te Sneek hadde gekogt en van daar naar Achlum gezonden.

Den 31 Maart, heden hebben wij het verschuldigde in ’s Rijks lasten, dezer maand weder ontvangen, de registers gesloten, en hier mede overgegaan tot de Staten en Stukken betrekkelijk deze maand op te maken, om op den 2 April te verantwoorden, dewijl den 1ste op een zondag invalt.

Tot heden nog zeer onstuimig en harden wind, zoo dat over het geheel de maand maart zeer woest geweest is, waardoor zeer veel schade is toegebragt. In Gelderland inzonderheid zijn aanmerkelijke dijkbreuken, een menigte huizen en plaatzen door de daar op volgende overstroomingen vernield, veele schepen op zee vergaan, en binnenlands in ons gewest, gedurende zeer hoog water, waardoor een menigte polders geinundeerd; dijken, dammen en molendijken weggespoeld: zoo dat door de onstuimigheid dezer maand over het geheel onberekenbare schade en onheilen zijn aangebragt, in sommige oorden van ons gewest, zegt en schrijft men, dat het water nagenoeg zoo hoog geweest is, als tijdens den vloed, elders even hoog en nog elders hooger, schoon het water hier ook hoog is, is het in lang zoo hoog niet als tijdens den vloed; maar wij hebben meest een afwaaijenden wind, Z.W. ten Westen en N. West; evenwel vreest men als de wind er toe diende, dat het hier ook ontzettend hoog

Blz. 36

zal worden, dewijl alle binnenlandsche waterweeringen verbroken, het water over geheel Vriesland, uitgezonderd Westergoo, kan heen en terug vloeijen; nergens heeft men van doorbraken in de zeedijken gehoord, en dit is een geluk voor Vriesland schoon de winden niet dienen om te stroomen, kan men hier troosten, dat niet tegenstaande het hoog water, het evenwel zoet is.

Den 29 bevoorens is op het landshuis te Leeuwarden de Steenweg openbaar besteed voor 340000 Gld. n.l. de aarden baan benevens het daar op benoodigde zand van Leeuwarden tot Meppel en de vloering van hier buiten Akkrum, en aangenoomen door Hollanders.

Den 3 April. Het weder is mattig, doch zoo onstuimig niet als vooren, het water is nog zeer hoog, het welk een stremming aan de postwagens aanbrengt; zoo had ons Domeni, onder anderen zijn zoon, student te Groningen bepaald, om met den postwagen, maar op het hooren, van derzelver belemmeringen, dadelijk te rug geschreven, om met de gewoone trekschuit te huis te komen, en wel bepaaldelijk voor den 3 April, ten einde de keuring te ondergaan door de Militie raad. Hoe moeilijk zoodanig eene reis van Groningen tot hier en hoe veele beletselen voor de studeerende jeugd in hunne studien ook aanbrengt, niet tegenstaande alle bewijzen van vrijstelling wegens deszelfs godgeleerde studien voor handen waren en aan voormelden Raad, voorgelegd, het mogt niet baten, de gem. student moest op tijd en plaats door den Raad uitgeschreven, compareeren, en zoo veel te meer, om dat het nog twijfelachtig was, of hij

Blz. 37

vrijgelot was of niet? uitwijzens het Nummer, door deszelfs jonger broeder bij de trekking voor hem getrokken. Even het zelve wedervoer des schrijvers zoon in 1823, schoon vrijgelot, moest hij evenwel de keuring ondergaan; zulks alles zoo veel te vreemder, dewijl Beekhuis ook student in den godgeleerdheid, in den verleden jare zijne tegenwoordigheid, nog bij de loting, nog bij de trekking is gevraagd geworden, gemelde zijn broeder student in de Chirurgij ook in Groningerland is aangelot, waardoor zijne moeder, de wed. Beekhuis in de noodzakelijkheid gebragt is geworden, voor dezen haren zoon een remplaicent te koopen, zoo als zij thans rede gedaan heeft, maar deze remplaicent zoekt allerlei uitvlugten, waar door zij zich in ongelegentheid bevind, zoo als doorgaans het geval is, nadien men geen ruggesteun heeft van de Regeering en doorgaans van zulke lediggangen misleid wordt, zij nemen bij het verkoopen eenig geld op hand en als zij dit ontvangen hebben, zoeken zij op allerlei wijze het accoord te vernietigen; ten einde weder in de gelegentheid te zijn, om geld met gelijke bedriegerijen, door een nieuw accoord, of aan een ander door zich als remplaicent te verkoopen, te bekomen.

Den 14 April. Sedert eenigen tijd uitmuntend schoon weder, gedurende 3 dagen donder, hoewel in de verte, zoo was het den 12 l.l. ’s avonds omstreeks Ferwerderadeel zwaar onweder, wij zagen wel den Blixem, maar hoorden bezwaarlijk den donder. Het weder blijft deus niet tegenstaande schoon, waardoor de landen met gras voor

Blz. 38

voorzien worden; dit zoude des te grooter voorregt zijn door de schaarsheid van Hooi; maar om dat het water zoo hoog is, dijken en dammen weggeslagen zijn, hebben de lagere gedeelten van ons gewest, daar geen genot van, om dat het in sommige oorden nog een waterplas gelijkt, waar door veele boeren in de grootste ongelegentheid met hun vee zijn; doch in dezen omtrek ziet men al veel jongvee in het land, schoon de landen hier wel hooger, evenwel week zijn, en vrij wat trappen, des schrijvers landen staan die vooren meestal tot boven toe met water en kan daarom nog niet besluiten het vee uit te laten.

De boter zakt, gister was de markt 33 Gld 50 Cents de granen worden ook slapper. De vette koeijen hebben mede een merkelijke daling ondergaan, de prijs was voormaals 20 Cents het oude en thans 15 Cents waar door de zoodanigen, welke vette koeijen houden een groot verlies moeten ondergaan, zoo heeft mijn zwager te Goutum nog 16 stuks onverkogt.

Den 21 April. Het water zakt zeer langzaam ook daar door wegens de sterke Regen, die er onder anderen ’s nachts den 17 gevallen is, de landen zijn zeer week, en staan hier en daar met waterplassen.

De Scharren op de pollen zijn ook weder over 1827 verhuurd, door elkander komen ze mij nu te staan op 34 guld. mijn zwager te Hallum heeft 15 schar gehuurd, waarvan 3 voor mijne Rekening tezamen

Blz. 39

dus op 104 Gld, dit is buitengewoon duur, het welk toegeschreven word, aan de schaarsheid van het Hooi, dewijl de boeren er op bedagt zijn, om zoo veel land te mieden als mogelijk is, en daarom de hokkelingen op de pollen besteden.

De weide voor ieder jongbeest komt dus op 17 Gld als men de waarde nu berekend, waar voor zij mogelijk thans verkogt konden worden, mag men veilig daar van de middelprijs stellen op 25 Gld waar door zoodanig een beest 42 Gld Allerheiligen aanstaande, zoude moeten bedragen, doch naar andere jaren gerekend, de middelsom niet hooger als 32 gld kon genomen worden, zoo dat dit een schadelijk slot van 10 gld ieder beest oplevert. Niet tegenstaande zulks, kan evenwel de aanfokkerij niet nagelaten worden door den boer, schoon het profijtelijker zoude zijn, of het jongvee te koopen, of dit niet doende zich van melkvee steeds te voorzien, hier door zoude hij in staat zijn om meer koeijen te melken, het welk het voordeeligste zoude zijn boven alles, vooral als hij zich ook van de schapen ontdeedde, welke gedurende deze laatste jaren zeer veel schade aangebragt hebben.

Den 24 April sedert eenige dagen stroef en koud weder met afwisselende Regen, hoewel de hooge dijk de geregtigden aangezegd is namens het Bestuur, om te slegten, en wijders in een goeden staat

Blz. 40

schouwbaar te houden, kan dezelve tot heden om den regen niet in een goeden staat gebragt worden, waardoor dezelve zeer weinig met rijtuigen bereden wordt, doch dewijl het heden marktdag te Leeuwarden is ziet men veel paarden passeeren; doch om dat het thans geen aangenaam weder is, zoo als wel andere jaren, maar koud, heeft de schrijver geen lust om deze paarde markt te bezoeken. Het water verliest aanmerkelijk, trouwens de wind diendt er ook gunstig op, steeds Noord en zoo als heden Oostenwind.

Het Gouvernement heeft een algemeen Collect aan de huizen der Ingezetenen te doen, uitgeschreven, ten behoeve der door de jongste overstroomingen geworden ongelukkigen in Gelderland, tot dien einde is heden van wegen ons bestuur, mijn zwager als gelastigde van voors. bestuur met een besloten bus aan ons huis geweest, ter inzameling van een vrije gift, hij hadde nog vijf huizen in ons dorp behouden, en het kwam hem voor, dat er tamelijk wel gegeven wierd; trouwens het zoude ook zeer ondankbaar voor de vriezen zijn, indien zij hunne geldersche naburen niet in nood bijstonden, daar zij de meedogentheid over hunne rampen, zoo wel in den watersnood als de geledene ziekten, zoo aanmerkelijk ter ondersteuning ook van elders hadden ondervonden. Als de opbreng van dit Collect tot onze kennis komt, zullen wij het melden.

Blz. 41

Den 7 Mei, sedert de voorige afwisselende goed en somtijds allerschoonst en groeizaam weder, waar door de beste landen, vol gras zijn, en de beesten in het algemeen volop hadden, ten ware de landen behoorlijk droog waren; maar door het hooge water en de afwisselende somtijds sterke regen, zoo als gister en de verledene nacht verzeld van koude en noordenwinden, vertraagd dit inzonderheid de koeijen van de stal in het land te laten. Veelen zoo ook mijn naaste buurman, hebben, bij het gunstige weder, waar onder ook bij gebrek van Hooi, de beesten in het land gelaten, doch welke heden nacht verschrikkelijk leden, niet alleen maar de landen geweldig trappen.

De ringrups is thans uit; niet tegenstaande wij een verbazende menigte ringen uit de boomen gedaan hebben, ontdekken wij nog dagelijks welke ons ontglipt waren. Zoo is het allerwegen, waardoor die gene welke zich de moeite niet doen, om ze uit te nemen, verzekerd konnen zijn, dat zij weinig of geene appels zullen bekomen. Wij hadden dit reeds in den verleden jare voorzien, blijkens onze aanteekening van dat jaar in de maand van Julij.

De beesten zijn in een goeden prijs vooral het melkvee; de boter geld 30 gld en daarboven.

De materialen, zoo als steen tot de straatweg beginnen de aannemers hier en daar sterk aan

Blz. 42

te voeren. Zij hebben, althans hier niet, nog geen begin met het aarden bed gemaakt; doch men zegt dat zij spoedig een begin zullen maken.

Den 16 Mei, sedert mijne voorige, onstuimig en koud; uit noodzakelijkheid, hebben veele boeren opvolgende het vee in het land gebragt; heden allerschoonst weder, hebben wij onze beesten in het land gelaten, na alvoorens de dieren en winterdieren en die kalven moesten in het land gebragt te hebben.

Men heeft begonnen ook op Barrahuis langs het Ouddiep, dat nog bevaarbaar is, steen tot de straatweg aan te voeren. Heden was er verschil onder de opzienders tot het werk, waaronder eenen Johannes Rondema van Wijtgaard, deze beweerde dat het profijtelijker voor de aannemers ware, de steen dadelijk aan den dijk, langs de Wirdumer vaart, en wijders langs de Werpster en andere opvaarten, te voeren, daar in tegendeel de andere opziender (honnebaas in het vriesch) de steen langs de Sneeker vaart wilde uitgezet hebben, en van daar met wagens opwaarts aan den dijk brengen, tot groot overlast van de boeren. De eerste met reden, de Aannemer overtuigende, is dadelijk besloten, om volgens zijn gevoelen de steen aan te voeren waar door de schepen in de Sneeker vaart liggende, gelast zijn, te vertrekken, en zich naar de Wirdumer vaart te begeven zoo als zij ook dadelijk begonnen zijn te doen.

Blz. 43

Den 22 Mei, sedert allerschoonst groeizaam weder; de landen staan overvloedig met gras, en groeit dagelijks, waar door de miedlanden vol loopen, en de uitzigten tot overvloedig hooi, in dezen omtrek allergunstigst zijn. Elders in de lage streeken ziet het er bedroevend uit door het hooge water, de landen, die boven komen, zijn zwart of met lang of vlot gras zoodanig voorzien dat de lage landen wel groen schijnen, doch de oppervlakte onder water staat; dagelijks is het zeer warm, waardoor vrijdag verleden den 18 Mei gedurende den nadenmiddag tot in den nacht een afwisselend onweder in het zuid, oost ten noorden bestond, en na de slagen van donder en Blixem te oordeelen, aldaar gedurende een geducht onweder moet gewoed hebben; van hier tot het westen bleef de lucht genoegzaam onbewolkt althans niet meer dan afdrijvende ligte wolken.

De boter was op gemelden vrijdag 32 gulden, de kaas 16 a 17 gulden, dus buitengewoon duur, na den tijd te rekenen, want men heeft doorgaans omtrent dezen tijd de boter op het aller goedkoopste.

De Wijtgaarder Dijk op Marwird uitgaande is wegens het hooge water tot hier toe genoegzaam onbruikbaar geweest, zoo door afspoeling als anderzins, waarom het Bestuur op aanklagte besloten heeft dezelve te doen ophogen, door het slaan van paaltjes de hoogte ramende, naar welke op den 20 l.l. de besteeding bij percheelen is geschied voor ongeveer 114 gulden

Blz. 44

aangenomen door meest Wirdumer arbeiders; ook is ten zelfden tijde aan de eigenaars der landen ten noorden van Wirdum van de Barten tot de Zwichumer Dijk het voetpad van de Hem bepalende, gelast het zelve ter hoogte van de geslagene paaltjes te brengen, nadien nu niet alleen, maar ook in voorgaande jaren, het zelve des winters bij hoog water onreisbaar ware.

Ook zijn van wege het Bestuur door medewerking des Gouverneurs de Sneeker genoodzaakt geworden, de Sneeker Trekvaart van Schenke Schans tot de Bozumer Dam te hoogen welke des winters bij hoog water over liep.

Den 26 Mei. Niet tegenstaande het onstuimige van veel regen verzeld, is het heden schoon weder doch op den achtermiddag onweder, west ten noorden verzeld van donder en Blixem, roerende dreef het onweder Oost en West voorbij, waardoor wij geen regen kregen, en tegen den avond allerfraaist weder.

Gister was de boter ter markt zeer graag, de prijs is mij nog niet bekend, de kaas het hoogst 18 gulden. Pieter Sierks Piersma heeft naar zijn vermoeden rede de varkens ziekte, althans de kentekenen van die ziekte meent hij duidelijk te merken, 5 had hij reeds verloren, dit is naar andere jaren te rekenen iets zonderling, vermits die ziekte zich althoos in het najaar eerst openbaart.

Men voert hier op Barrahuis verbazend veel steen tot de straatweg aan; in dezen omtrek heeft men nog geen begin tot de aarden baan gemaakt, veel min zand aangevoerd. Daar de weg volgens de besteding de Pishorne-

Blz. 45

Dijk afsnijd, en de straatweg dwars door mijn Buurmans en andere landen van de Dijkhuizen tot ten naasten bij aan ons Pijpke, bepaald, heeft men gister bakens geplant en paaltjes op de Dijk gesteld, om de rigting van de straatweg aan te wijzen; ingevolge deze teekens, heeft de hooge dijk nevens ons land de bepaalde rigting, waardoor de schrijver waarschijnlijk zal bevrijd blijven, dat men geen klei uit zijn land, daar nevens liggende, behoeft af te graven.

Den 31 Mei, den 28 l.l. zijn wij begonnen te maaijen, de landen staan overvloedig, en beloven een uitmuntend hooi gewas, het schoone weder sedert onze laatste, bevorderd ongemeen de vruchtbaarheid, heden zoel, en in de verte steeds donder.

Heden hebben wij de Rijks Belastingen voor deze maand weder ontvangen, de boeken gesloten, de Staten opgemaakt om morgen te verantwoorden.

Gister is van Rijks en mijns Buurmans wegen, het land dat de straatweg door zijn land wegneemt getauxeerd, benevens de vermindering van dat zelve land daar door in waarde.

Den 16 Junij. Men dachte bevoorens, dat de arbeiders zeer schaars te bekomen zouden zijn, door de menigvuldige aanbestedingen van ’s lands werken, zoo wel dijkshoogingen als waterweeringen, ook ten aanzien van de straatweg; maar de inlanders konnen niet tegen de buitenlanders werken welke

Blz.46

welke buitenlanders zich dan ook tot zoodanige werken zich overal laten vinden, zoo als onder andere plaatsen, bij de 3 roomers, alwaar men sedert eenigen tijd een aanvang gemaakt heeft, met den aarden baan tot de straatweg, dwars door alle landen regt toe regt aan op Irnsum, het is een verbazend werk, en trekt, inzonderheid de verwondering aller ingezetenen. Het is uit hoofde zoo als gezegd is, dat de inlandsche arbeiders zich beter bevinden in hunne gewone bezigheden te laten gebruiken, waarom er gister een menigte zoo als andere jaren, zich op de markt aanboden in den onleegtijd te besteden, zij zijn allen niet besteed, dewijl de boeren of maar rede begonnen zijn te maaijen, of die rede al een geruimen tijd gemaaid hebben, door het koude en ongure weder, welke wij eenigen tijd gehad hebben, het hooi niet gerijpt heeft, zoo spoedig geen aanvang durven maken; evenwel als men voortaan goed zonnenschijn en droogte krijgt, dan zijn er veelen die een begin met den hooioogst konnen maken en daarom zijn er gister ook vele onleegtijders gewonnen, de schrijver heeft er drie, en rede 9 pondematen gezweeld en het hooi in de schuur, heden zouden wij weder zweelen, maar het heeft in den jongsten nacht een weinig geregend, zoo dat wij daar van moeten afzien. Ook ontbreekt het ook niet

Blz. 47

aan buitenlandsche maaijers, zoo als in andere jaren; de boeren stand lijdt om genoemde werken, dus in het allerminste niet, aan benoodigde werklieden.

De boter en vooral de kaas, houden op volgende Markt dagen genoegzaam prijs, de boter gister 28 en de kaas 19 gulden.

Mijn zoon de Dos van Achlum, is hier gedurende een week uit van huis geweest, en heeft den 10 l.l. te Wirdum gepredikt. Wij hebben gedurende de familie te Wanswerd en Hallum ook bezogt, dien ten gevolge hebben mijn zwager en ik, een uitstap naar de pollen gedaan en bevonden ons vee aldaar in bloeijensten toestand, het gras was er overvloedig, en het water in den nieuw aangelegden dobbe, zoet en drinkbaar, het geen veel tot den welstand van het aldaar weidend vee aanbrengt. Mijn zoon is den 14 weder naar Achlum vertrokken.

Tot hier toe heeft men in onzen behoor nog geen aanvang met den aarden baan gemaakt. Het zand daar toe benoodigd is ook aanbesteed, een Hardegarijpster Ingezetenen, heeft het aangenomen te leveren, hier en daar begint men aan te voeren, maar door het water verlies, zal deze aanvoer aller moeijelijkst worden, vooral in dezen omtrek.

De steen voert men nog dagelijks hier op Barrahuis aan, ook bij Unia pijpke en overal

Blz. 48

waardoor opvolgende een ontzettende hoeveelheid aangebragt wordt.

 

De student J. v.d. Zwaag in de letteren en de student A. Beekhuis in de Theologie hebben te Groningen gecandideerd, en ieder in zijn vak een loflijk examen afgelegd, ook heeft de student J. Vlaskamp te Franeker een prijslijk examen in de Chirurgicale weeten schappen gedaan, en is daar door tot de beoeffening dezer kunst toegelaten, en zal zich dien ten gevolge tot de uit oeffening dezer wetenschappen waarschijnlijk als Chirurgijn te Witmaarsum neerzetten, zoo dat het tot hier toe uitmuntend met onze Wirdumer studenten gaat.

Den 18 Junij, gister hebben wij den aanvang van den nieuw aan te leggen straatweg op de 3 Roomers gezien, men was al zeer met den aarden baan gevorderd, gaande daar regt toe regt aan, door de landen heen, om dat men zulks bij percheelen besteedde, was de weg nog afgebroken en niet aan elkanderen in deszelfs strekking gehegt, ook daarom, wijl de noodige waterlossingen door de straatweg moetende loopen, nog niet opgemaakt en gemetseld waren. Het is een verbazend werk, de arbeiders en werklieden zijn over het algemeen vreemden, zoo als wij bevoorens zeiden men noemtze Brabanders. Ook gaat de spraak dat de strekking van de baan, regt langs het midden pad zal loopen en hier niet dwars door het land, zoo als de eerste besteeding ware.

Blz. 49

Den 19 Junij, de onleegtijd gaat traag voorwaards, door het gedurig donker weder, rijpt het hooi zeer weinig; te meer wijl het eerste over het algemeen jong gemaaid is, het geen tot nog toe gezweeld is, en thans gezweeld word, durven de boeren uit zorg voor te veel broeijen niet in huis brengen, althans dat weinigje dat wij reeds binnen hebben, broeit al genoeg.

De Ojevaars hebben loopende dit jaar een jong zoo groot als een eendvogel buiten geworpen, en voeden thans vier stuks, dus meer als in andere gewoone jaren; zij vorderen zeer in wasdom, en beginnen bijna hunne volkomene grootte te krijgen, het is verwonderlijk, dat zij zoo spoedig in groei toeneemen, en tevens verwonderlijk dat de ouden deze gulzige dieren van het noodige voedsel konnen voorzien, dat zij genoeg voedzel aanbrengen, blijkt uit hun toenemen in grootte.

Den 21 Junij, donker, door het zware hooi, konnen wij weinig aan het zweelen doen, schoon onze buurlieden, wegens ligter hooi, steeds in het hooi werken en in oogsten, wij verlangen dus zeer naar zonnenschijn.

Den 9 Julij. Sedert eenigen droogte en zonneschijn, waardoor de boer thans een spoedigen voortgang maakt met den hooioogst, wij kregen den 7 l.l. het hooi binnen 179 rooken groot en klein door elkanderen, mijn buurman A.H. Palsma benevens Anne Pieters Hiemstra, hebben insgelijks op den zelfden dag gedaan gekregen. Overal broeit het hooi, zoo als mijn zwager te Deerzum, welke mijn vrouw en ik

Blz. 50

gister met den wagen bezogten; de meeste boeren hadden aldaar gedaan.

Den 12 Julij. Gister was het de bepaalde dag om te visschen met den angel volgens jaarlijks gebruik, met ons gewoon gezelschap, zoo als wij tot dat einde ’s morgens om 4 uur rede onder zeil waren; maar wij troffen het ook zeer ongelukkig wegens het koude en ongure weder, en vingen ook niets, om 7 uren ’s avonds kwamen wij thuis vermoeid en ongereed.

Ik melde bevoorens dat mijne vrouw en ik mijn zwager te Deerzum jongstleden bezogten; maar deze was ’s morgens vroegtijdig uitgereden om mijn zoon te Achlum te bezoeken, mijne dochter was thuis.

Door het hoogen van den aarden baan tot de 3 Roomers was de weg al wat moeilijk te berijden hier en daar en wordt dagelijks moeilijker, om dat men dat werk op onderscheidene plaatsen van tijd tot tijd voortzet. De benoodigde steen tot de straatweg is rede aangevoerd. Het zand daar toe word steeds zoo veel mogelijk met schepen aangebragt, eene groote hoeveelheid is rede hier en daarop geschikte plaatsen aangevoerd, zoo als onder anderen onder Wirdumer behoor te Wijtgaard en op de werp, maar is op verre na nog niet aangebragt; men heeft te Wijtgaard de Kamp agter de buren en op de werp de ijster ten Zuiden van de werpster vaart afgehuurd, het zullen om zoo te zeggen, als de geheele massa aangevoerd is, aldaar duinen van zand gelijken.

Blz. 51

Visser benevens zijne vrouw, zijn van Groningen bij Dos van der Zwaag uit van huis, welke benevens de student van der Zwaag ons op den agtermiddag van den 9 bezogten gedurende hun verblijf onder het genot van een kopje thee alhier, kwam mijn zoon van Achlum met mijn zwager van Deerzum, ons onverwacht bezoeken, tot blijdschap van ons allen, en tevens ook van den Luitenant Visser en den jongen Heer van der Zwaag, zij hadden onderling tijdens het verblijf van mijn zoon te Groningen zoo gemeenschappelijk met elkanderen verkeerd, en zonder van elkanderen te weeten, kwamen zij zoo toevallig hier tezamen, de avond wierd aangenaam met elkanders gesleten, waarna de Heeren weder na Wirdum en mijn zwager naar huis keerden. De Dos bleef hier ’s nachts en volgende tot den 13 Julij op welken dag Visser en zijne vrouw ook weder zijn vertrokken.

Den 16 Julij. Het weder als vooren, droog en noordenwind waar door de onleegtijd hier een spoedigen voortgang heeft gehad, de meeste boeren hebben gedaan, of staan op het ogenblik om gedaan te krijgen. De boter prijs was den 13 l.l. 30 gulden en de kaas 18½ guld. De beesten houden prijs de marktdagen zijn alle weeken vol om te verkoopen en worden door de kooplieden in menigte opgekogt, om naar elders te vervoeren. Het transport geschiede voor-

Blz. 52

maals langs de hooge dijk hier voorbij, maar op den 13 l.l. was de passagie bij de Bozumer dijk gesloten waardoor het vee over den Bozumer dam moeste gedreven worden en van daar langs die hooge dijk tot de Dille en verder opwaarts. Om dat de aarden baan hier en daar zoo ook onder Wirdumer behoor op verscheidene plaatsen wordt gehoogd, was deze maatregel zeer noodzakelijk, wijl de menigte beesten in koppels gedreven, de glooijing van den baan door het op en aftrappen zouden schenden, des niet tegenstaande word de hooge dijk nog dagelijks bereden, doch hier en daar wegens het hoogen met zeer veel moeite, zoo is onder anderen bij Unia pijpke op onderscheidene tijden veel moeite geweest bij de hooging van de losse modder op en af te rijden, de wagens zakken in en de paarden om er zich door te redden hebben geen krachten genoeg om de wagens door te trekken, maar blijven steeken, dit heb ik in de verte gezien dat veel moeite baarde, de paarden moeten als dan uitgespannen en de wagen door menschen uitgebragt worden, zoo wierd er gister avond bij een diergelijk geval onder anderen nog een geruimen tijd gesleten eer men weder op de reed kwam. Deskundigen rijden om zulks te mijden, agter Barhuis om de Swichumer dijk op langs de groene weg en komen bij Unia Pijpke weder op de hooge Dijk of aarden baan.

Blz. 53

Den 19 Julij. Tot hier toe droogte, de drukte der boeren in dezen omtrek bestaat thans in het uitbrengen der ruigscherne, sommigen hebben gedaan, waar onder ook de schrijver.

Gister hadden de Gecommitteerden der Brand Societeit alhier gevestigd, comparitie, om volgens jaarlijks gebruik het tarif op te maken van vee hooi en granen, in deze Societeit verzekerd; bij welke gelegenheid een nieuw tauxateur provisioneel benoemd is Geert Bleeksma mr. Timmerman te Roordahuizum in plaats van J. Tjaarda ontvanger te Weidum voormaals mr Timmerman, welke om vermoedelijke opzettelijke fraudes in zijne Administratie van ’s Rijks Belastingen, thans in de gevangenis is geplaatst.

Gister kwam mijn zoon van Achlum hier met de Chais, welke zich in het Huwelijk staat te begeven met eene dochter van juffrouw Beekhuis alhier.

Eindelijk is ook de aarden baan afgestoken door de landen van mijn Buurman A.H. Palsma, beginnende hier bij ons Pijpke en schuins daar door bij de Dijkhuizen weder uitkomende, waardoor de hoek van de Pishorne dijk wordt afgesneden. Tot hier toe bleef dit gedeelte onaangeroerd, nadien er zoo veel bedenkingen bij het Gouvernement wierden ingedient dat het veel geschikter ware, de Steenweg regt toe regt aan langs het binnenpad te leggen, heeft het zelve zich eindelijk aan het eerste beraamd plan, volgens het bestek gehouden men heeft er thans met graven een begin gemaakt.

Blz. 54

Den 26 Julij, steeds sterke droogte en heete zonneschijn den 22 l.l. bezogte de schrijver, welke ’s morgens te Leeuwarden in het 4 uur schip ging, om zijn zoon te bezoeken, die toen te Zweins moeste prediken; aangenaam wierd de Dos verrast mij aldaar toen hij kwam, onverwacht aan te treffen; na de predicatie gingen wij te zamen naar Achlum, ’s maandags gingen wij om de nieuwe werken te Harlingen te zien, er wierd een diepe kolk n.l. gegraven, 100 voeten in het vierkant na alvoorens de oude sluis weggenomen en het water afgedamd en uitgemalen te hebben, het was tot op een verbazende diepte uitgegraven, men wierd bijna duizelig in het nederzien, deze kolk zou men bevestigen met heiwerk om dus op een goeden en vasten grond, een nieuwe sluis weder in plaats te stellen, en als dit gelukte beloofde men zich veel goeds, zoo wel tot stroomen als waterkeering. Aangenaam bragt de schrijver zijn tijd bij zoon tot den 24, vertrok en kwam gezond en wel ’s avonds de zijnen te huis weder zien.

Den 2 Aug. bezogte de schrijver met zijne vrouw te zamen met Juffrouw Beekhuis en hare dochter M. Beekhuis, de aanstaande Bruid, met de wagen mijn zoon te Achlum; het was gedurende de dag zeer heet, wij hadden behalven dat een goeden reis, de student Beekhuis de Broeder was reeds bij mijn zoon en bleef tot Zondag, wanneer hij voor mijn zoon zoude prediken.

Gedurende deze droogte wordt de hooge Dijk


Blz. 55

tamelijk sterk bereden, en is vrij effen, niet tegenstaande, de baangravers er steeds aan werken en hoogen, de benoodigde aarde en klei, graven zij uit de naastgelegene landen, en kuilen dezelve zoo dat het in geen jaren weder gevuld kan worden; gedurende de droogte kan dit bereden worden, en bevestigen hier door tevens de opgelegde aarde. De steen op veel plaatsen langs den dijk opgestapeld, werken zij in smalle strooken zoo veel tot het vloeren benoodigd op de kant langs, bij der hand; ook handelen zij op gelijke wijs met het aangevoerde, en thans nog aan te voeren zand, op dat wanneer de aarden baan klaar is, zij onverlet aanvang konnen maken met vloeren, maar deze is op verre na nog niet klaar.

De Ringen waren op den 26 l.l. op nieuw in de boomen te Achlum al weder gezet.

Den 8 Aug. den 5 l.l. bezogte ik een nacht mijn Broeder te Wanswerd thans op de Streek te Birdaard woonende onder Wanswerder behoor. Hij heeft mei l.l. Wanswerd verlaten, voor de functie van onderwijzer bedankt hebbende, en neemt aldaar den post van Rijks ontvanger waar. Den 7 bezogten ons mijne zuster en zwager van Hallumer mieden, benevens twee hunner zoons. Heden kwam onze zwager van Deerzum. Het is nog tamelijk wel te rijden, wegens de droogte.

Blz. 56

Den 4, hadden wij hier hevige donder, verzeld van zware regen, waar door de weg zeer onbruikbaar was; dit kwam ongelukkig voor die geene welke ’s morgens uitgereden waren, om stroo van den Bouwkant te halen, waar onder ook des schrijvers volk, zij kwamen des niet tegenstaande zonder ongeluk ’s avonds met twee wagenvragten koolzaad stroo thuis. De meeste hadden wit stroo gehaald, hier en daar waren er omgestort of in de nieuwe Dijk blijven steeken. Door de nieuwe Dijk verstaan ik het opgehoogde gedeelte of gedeelten dat de wagens moesten passeeren en thans door den regen zeer diep inreden. Het stroo is thans duur, en vooral om de schaarsheid het koolzaad stroo, voor ieder wagenvol moesten wij 3 Gulden betalen, waar van nooit voorbeeld geweest. Op andere jaren wierd er doorgaans een of een eentweede gulden betaald, het witstroo twee een tweede tot drie gulden en meer, eenmaal heb ik er vijf Gld. voor betaald.

Zonder stroo kan men volstrekt niet, doch met twee wagenvollen kan men zich bekwam redden. Gaarn wilde ik nog een wagenvol wit stroo, maar men ziet doorgaans geweldig tegen het haalen, want men rijdt meestal ’s morgens vroeg uit en komt vaak bij onweder of regen thuis.

Blz. 57

Den 9 Aug. steeds droog. Ook maken de aarden baan bereiders thans het zandbed tot de straatweg; dit werk is verbazend moeijelijk door dien de dijk wegens de droogte en het gebruik zeer hard en onbruikbaar om te graven is, zij werken dit bed uit met houweelen en andere daar toe dienende gereedschappen, de besteeders wilden maar tien stuivers van de Roede uitlooven, doch de arbeiders welke ik daar over sprak zeiden dat een gulden niet te veel ware. Het spreekt van zelven, dat dit werk zeer langzaam voortgang neemt, vooral als zij er geen meer werklieden toe gebruiken, als er thans mede bezig zijn. Het zand voeren zij met een zoort van karren met een paard bespannen aan bepaalde en af te meetene hoopen langs den dijk, dewijl zich hier toe een menigte vreemden laten gebruiken, gaat dit werk al spoedig voorwaarts; zoo ziet men van de stad tot hier en verder opwaarts op eenige bepaalde afstand zulke hoopen, en worden nog steeds opgereden van die plaatsen waar het zand met schepen aan gebragt en dagelijks nog aangevoerd wordt. De spraak gaat, dat het gebruik van den Dijk tot eenigen tijd verboden zal worden, om dat men in de aanstaande week een aanvang met vloeren zal maken.

Blz.58

Den 13 Aug. Onstuimig, ten gevolge van een hevig onweder, het welk gister, vooral onder den morgen Godsdienst heeft gewoed, verzeld van sterke regen, afwisselende tot heden morgen, thans tegen den middag is het eenigzins droog. Deze regen hinderd de werkzaamheden aan den Dijk, men ziet althans geen zandkarren nog kruiwagens met steen langs den baan, de weg is van Barrahuis tot Wijtgaard voor de Rijtuigen gesloten doch van Barrahuis langs de zwichumer wijders de groene weg tot Wirdum en van daar tot Wijtgaard voor de reed open.

Men zegt dat in dit gesloten gedeelte een aanvang met vloeren zal gemaakt worden, en zoo veel mogelijk bij gedeelten, ten einde de minste stremming aan de reed toe te brengen.

Men hoort thans overal van aanstekende ziekten, zoo hier als elders, doch tot nog toe niet zoo hevig als in het voorleden jaar. Een lijkwagen, met zeven rijdwagentjes reden dit op het ogenblik voorbij, misschien het lijk van Johannes Oevering zijne vrouw in de buren woonachtig, welke op den 10 l.l. zeer haastig overleden is, nalatende verscheidene kleine kinderen, waar onder een, van maar weinige weeken; om dat zij van Goutumer behoor ware, zal zij mogelijk aldaar in familie graven begraven worden. Zulks te zien is altoos aandoenlijk, vooral als er zulke kleine kinderen nagelaten worden.

Blz. 59

Den 15 Aug. Gister Wirdumer Kermis, van jaar tot jaar verminderen de kermis aangelegenheden, zoo was het thans, hoewel de schrijver er verleden jaar wegens zijne ziekte geen kennis van draagt, maar men zegt dat het toen ook niet veel te beduiden had. Zeer weinige menschen trof men bij de tegenwoordige gelegentheid aan, trouwens door de afwisselende en somtijds sterke regen, is het bijna ondoenlijk om de wegen met rijtuigen te passeren, dewijl van Barrahuis tot Wirdum en van Wytgaard tot derwaarts bijkans de reed met gevaar verzeld gaat, zoo is onder anderen de werpster dijk daar door onaangenaamer te passeren niet alleen wegens de holle spooren, maar ook door de zandschepen welke dikwijls schuine zeilen voeren of door het wapperen van dezelve in het heen en terug van de werp zeilen, de paarden schuw zijn, en men vaak in de noodzakelijkheid is om af te klimmen en de paarden bij den toom te houden, tot dat de zelve zeilen gestreken zijn, en men als dan schoorvoetende kan voorbij trekken. Doch wat zal men hier over klagen?, den drang en loop der tijden moet men zich getroosten. Een aanzienlijk gezelschap was gister bij mijn zoon te gast, waar onder mijne vrouw en ik, heden trekken wij met onze kleinen weder derwaards. Ook is de Dos van Achlum hier. Wij bragten in familie

Blz. 60

waar onder mijne dochter en zwager van Deerzum den dag bij mijn zoon aangenaam door; mijne vrouw was met onze zes kindertjes, bij mijne dochter en zwager te Wirdum ingevolge verzoek en begeerte gedurende den dag.

Heden Nadenmiddag wierd de eerste steen aan de straatweg gelegd tusschen Wijtgaard en Barrahuis en wel bepaald tusschen unia Pijpke en de slotten. De Gouverneur dezer provincie zoude volgens geruchte de eerste steen leggen; maar een der onder opzienders heeft het gedaan, welk bij deze gelegenheid ongeveer een elle breedte over de geheele weg vloerde, ongeveer in een half uur 500 klinkers verbruikende, naar welk getal te rekenen, deze in staat zoude zijn van de 12 tot 14000 steenen in eenen dag te vloeren.

Den 20 Aug. De ziekten en Koortsen nemen van dag tot dag de overhand, zoo dat het in dezen omtrek en overal thans weder van een bedenkelijke aard wordt; ons chirurgijn Vlaskamp heeft het zeer druk van den vroegen morgen tot den laten avond, wordende daar door vaak verhinderd om tijdig de patienten te bezoeken, zoo als de schrijver onder anderen het ook ondervond, zijnde sedert eenige dagen niet wel, ontbood gister morgen den Chirurgijn,

Blz. 61

maar dezelve kwam eerst heden morgen, deze schreef de ongesteldheid aan het tegenwoordig heerschend muffe en drukkend weder toe, indien dat niet veranderde, hadde men zijns oordeels hevige ziekten te verwachten. Over het algemeen, betuigde hij, waren de ziekten niet zoo hevig als in het voorgaande jaar, maar als de luchtgesteldheid niet veranderde vreesde hij voor het ergste, ook is des schrijvers eene meid niet wel, de jongste knecht heeft ook Koorts gehad, zoo mede een der kleinste zoontjes.

Den 1 Sept. Overal hoort men van zieken, dagelijks vermeerderende, doch ook afnemende, zoo is de schrijver sedert 14 dagen ziek, doch aan de beterhand, maar zeer zwak, heden heeft hij sedert de eerste maal, huis en tuin omgewandeld; de meid is nog weg, doch de kleine knecht volkomen gezond, maar de groote knecht is intusschen weder ziek geworden en den 30 vertrokken, zoo gaat het hier, zoo gaat het overal. Men hoort hier niet van zeer gevaarlijke zieken, maar wel dat het van sommigen van langen duur kan zijn.

Het Gouvernement heeft mijn zoon gemachtigd tot de Administratie van ‘s-Rijks Kantoor gedurende de ziekte of zwakheid van den schrijver.

Blz. 62

Den 5 Sept. het weder blijft droog, waar door het nagras dat gemaaid goed geoogst wordt. Er is thans een overvloed van gras voor het vee.

De ziekte heerscht nog steeds zeer sterk in dezen omtrek opvolgende worden de menschen ziek, doch niet zeer gevaarlijk, langzaam herstellen de zieken, zoo ook de schrijver, is zeer zwak, het schijnt dat er met de ziekte, dadelijk een verval van krachten plaats grijpt, schoon de Chirurgijn de schrijver voor verscheidene dagen heeft verlaten, zal hij weder geneesmiddelen tot versterking moeten nemen, ook is mijne vrouw onpasselijk geweest, doch schijnt iets beter.

Den 2 bevoorens is mijn zoon te Franeker getrouwd en ’s achtermiddags door Dos Laarman te Achlum kerkelijk ingezegend, alle mijne kinders te Wirdum en Deerzum hebben deze plegtigheid bijgewoond, waarvan de schrijver en zijne vrouw om de ziekte niet hebben konnen tegenwoordig zijn even als des voorgaanden jare bij de Intrede zoo dat juist een jaar geleden den 3 September mijn zoon zijn Intrede deedde en den 2 September daar na getrouwd is, de naaste familie van de Bruid waren ook tegenwoordig.

De dijkwerkers werken steeds het zandbed uit, dit

Blz. 63

kost verbazende veel moeite met houweelen en andere daar toe dienende gereedschappen is men steeds met alle inspanning van krachten bezig om dit bed ter behoorlijke diepte uit te werken; zand en steen is voor een groot gedeelte op de kanten zamen gebragt, ten einde als men vloert de materialen bij der hand te hebben; tusschen Wijtgaard en Barrahuis is men met de straat al eenigzins gevorderd.

Het passeeren met rijtuigen, wordt door de omwegen zeer moeijelijk, overal wordt gelegendheid gemaakt om naar de stad te konnen rijden; zoo is de reed van de 3 Roemers door Roordahuizum over Tjaard en Wirdum en van daar tot Barrahuis aangelegd, wijders gebruikt men de weg tot de pishorne Dijk en van daar het voetpad regt toe regt aan tot de stad, over al daar vereischt wordt, barten met leuningen over de sloten geslagen te hebben. De dijkwerken gaan zeer langzaam voorwaards bij gebreke van de vereischte werklieden; trouwens de straatwerkers, als geheel afgescheiden van de baanwerkers, hebben tot hier ook niet konnen werken, wegens de agterlijkheid van de baan, maar zoo als wij even zeiden, zij maken aanvang met vloeren, en men zegt dat de aannemer van de straat, een partij werkvolk om te vloeren, ontboden heeft.

Den 8 Sept. de zieken vermeerderen dagelijks, gister wierd

Blz. 64

aan het Gemeente Bestuur opgave gedaan van het aantal zieken onder Wirdum en Zwichum, en bedroeg het getal over de 70, waar van rede 3 gestorven zijn: een kleine jongen en twee bejaarde manspersoonen, genaamd Pieter Joukes en Broer Dooitzes Eekma, gebruiker van het zoogenaamde Besprek.

Vlaskamp ons Chirurgijn was hier gister en zeide dat hij tusschen de 260 en ’70 patienten hadde. Verleden jaar schreef men dit mede aan de drukkende Hitte toe, doch thans heerscht opvolgende Noordenwind, verzeld van droogte en afwisselende koelte.

Ook is de varkens ziekte sedert een maand elders hevig ontstoken, en openbaart zich hier en daar onder Wirdumer behoor.

Den 18 Sept. Er wordt thans zeer veel spoed met vloeren gemaakt, overal althans nevens ons zijn op kleine afstanden ploegen bezig, en vloeren bij perchelen, kleine jongens handlangen de steen, welke op de kant rede geplaatst is, zoo als wij voormaals melden, en verdienen daags van 6 tot 10 stuivers, naar mate van de grootte en vermogens. De reed is hier volstrekt gestremd ook naar Wirdum, dit geeft onbegrijpelijk veel ongemak door alle de omwegen welke men moet nemen om naar de stad te rijden, voor de gene welke dit nog kunnen doen waar van echter de meeste uitgesloten zijn.

Het is thans ongemeen mooi zonneschijn weder sedert eenigen tijd; gister was het Bergumer Kermis, de ziekte houdt zijnen loop en vermeerderd, ook sterven hier nog al menschen zoo wel inboorlingen als vreemden en dit is ten aanzien der vreemden nog aandoenlijker, omdat zij verre van vrienden en nabestaanden gescheiden zijn.

Blz. 65

Den 26 Sept. de ziekten blijven genoegzaam op dezelfde hoogte, sommige herstellen zeer langzaam anderen worden ziek, of worden met koortzen bezogt.

In den verleden week, hebben den Heer Beijma en Sierdsma, de acten van deelneming in den Brand Societeit wegens aangave van vee, hooi en granen benevens andere aangaven van gebouwen in de herberg te Wirdum geteekend, te zamen met mijn zoon als Boekhouder om de menigte hebben de Heeren daar toe anderhalven dag ter teekening besteed.

De studenten v.d. Zwaag en Beekhuis zijn ook weder naar Groningen vertrokken, na alvoorens verzekering bekomen te hebben, dat de ziekte aldaar zoo hevig niet woedde als wel de gerugte daar van ging.

De bestrating neemt een spoedigen voortgang het ontbreekt aan zand, anders zoude dit werk van de 3 Roemers tot de stad ras gedaan zijn.

Het weder is sedert eenige zoel en broeijig ten gevolge daar van ziet men opvolgende weerlicht in den verleden nacht hoorde men nabij donder, doch niet sterk.

Er is overvloedig gras voor het vee, zeer veel hooi is in deze dagen gewonnen; de laatste Leeuwarder markt dag, was de prijs der boter 32 en de kaas 17 ½ Gld. de beesten houden een goeden prijs.

Blz. 66


Den 9 Oct. tot hier toe droog en aangenaam weder echter dreigt het thans tot regen, het weerglas is ook vrij wat gezakt, gedurende deze droogte, hebben de straatwerkers zonder eenige verhindering kunnen voortwerken, zoo als ook het aanvoeren van benoodigd zand, dagelijks zijn hier op Barrahuis 8 zandkarren aan den gang, welke het zand van de Werp aanrijden, dat met schepen langs de werpster vaart aangevoerd wordt, deze vreemde karlieden verdienen ’s daags 4 gulden de man, welke verbazende kosten alleen bedraagd het zand. Men berekend dat van Unia Pijpke tot het naaste Barrahuister Pijpke, de kosten van het zand duizend gulden zouden bedragen. Het vloeren is van Wijtgaard tot de stad bijkans gedaan, eenige vakken zijn nog open, als: nevens Barrahuis, een gedeelte over mijn Buurmans land, de Dijkhuizen en de schrans, doch zijn op gemelde plaatzen, dagelijks bezig met vloeren, zoo dat het zich laat aanzien, indien het niet aan benoodigd zand ontbreekt, het welk om tot bed te dienen en de straat te overdekken, dat men eerlang onverlet zal konnen rijden.

De zoden welke zij benoodigd hebben, om de kanten van de straat te dekken, snijden zij maar ongevraagd, uit de naastgelegene landen, zoo als des

Blz. 67

schrijvers land, naast de straatweg, daar door ook van verscheidene roeden ontbloot wordt, indien dit de landeigenaren niet vergoed word, lijden zij daar door veel nadeel; want het zal wel 1 of 2 jaren aan houden, eer het land weder begroeit, dewijl de diepte der zoden ongeveer een hand breed beloopt.

Gister heeft des schrijvers volk twee wagenvollen aardappels van Kornjum gehaald, de algemeene prijs is thans 8 Stuivers.

Den 20 Oct. heden zwaren mist, Oostewind en Zons verduistering; tot heden heeft men sedert eenigen tijd het fraaiste weder gehad, warm met zonnenschijn; waardoor de straatwerkers ook op aandrang, zeer veel spoed hebben gemaakt. Ten dien gevolge heeft den Heer Gouverneur dezer Provincie, gister in de Vriesche Courant doen aan kondigen: dat de straatweg van Leeuwarden tot de 3 Roemers op den 1 Nov. aanstaand open voor de Rijtuigen zoude zijn, om te passeeren en dat er nevens Goutum aan het Pijpke en te Wijtgaard aan de Dijkhuizen slagboomen zouden geplaatst worden tot het ontvangen van tol.

Heden voor 8 dagen bezogte ik mijn zoon en dochter te Achlum, welke ik wegens mijne ziekte sedert dat zij van hier vertrokken en daar na getrouwd waren niet gezien had; bevond hen in den besten welstand, zij

Blz. 68

waren zeer verheugd, mij zoo geheel onverwacht aan te treffen, te hooren en te zien; schoon ik met het grootste genoegen gedurende 4 nachten aldaar verbleef, had ik evenwel door de aanklevende zwakheid dat genoegen niet, welke ik bij een volkomen welstand, anders wel zoude genoten hebben, en zij wegens de bezorgdheid over mij, ook wederzijdsch zouden hebben gesmaakt, ten gevolge waarschijnlijk van de reis, had ik ’s avonds op den eersten dag van mijn bezoek reeds Koorts, welke mij gedurende mijn verblijf aldaar, inwendig min of meer bijbleef; gaarn had ik mijn zoon hooren prediken, maar om dat hij te Hitzum moeste prediken durfde ik die reis met hem niet ondernemen, en moest daar van afzien.

De prijs der boter was gister te Leeuwarden 33½ en de kaas 16 gulden. De markt was vol vee, en grage koopers. De varkens zijn duur, de schrijver heeft op volgende voor 6 magere varkens uit het land, met wei gevoed en 6 weeken voor mei oud circa 95 Gld gemaakt, heeft nog 4 voor zich zelven 2 a 3 om te mesten en een zeug. De aardappels dalen in prijs, in partij wordende tot 5 of 6 stuivers verkogt.

Men zegt dat de Heer Gouverneur heden de straatweg in oogenschouw zal neemen, en heeft dit ook werkelijk gedaan, waarna de straat ook direct weder gesloten is.

Blz. 69

Den 22 Oct. heden Oostewind verzeld van regen en koude. Men heeft de sluitingen op de straatweg tusschen den 20 en 21 gesloopt en weg gestoten, ten einde dezelve met rijtuigen te passeeren tegen de oogmerken van het Gouvernement, dien ten gevolge heeft men volgens Gouvernements wegen heden de sluitingen weder hersteld hegter en sterker dan te vooren, zoo dat de straatweg volstrekt niet kan bereden worden, als alleen hier en daar, waar men anders van alle gemeenschap zoude uitgesloten zijn; deze maatregel is wel noodzakelijk, wijl de straat tot de 3 roemers wel geheel gevloerd, maar met het benoodigde zand nog niet is voorzien.

Den 30 Oct. Het weder is bij afwisseling wel vogtig doch tevens schoon, zoo dat de beesten zonder letsel van koude weiden, en zich van overvloedig gras konnen voorzien; wij melken noch 7 Emmers.

De Gouverneur heeft gister aangekondigd in de dingsdagsche Leeuwarder Courant: dat de Straatweg voor het hoornvee provisioneel is gesloten, om het nieuwe aardenwerk niet te bederven: dat de belanghebbenden, hun vee van Irnsum naar Leeuwarden zullen moeten drijven langs den ouden weg, over Rauwerd, de Dille, Boxum, Ritzemazijl enz. of over Irnzumerzijl, Friens, Roordahuizum, Wirdum, Goutum en wijders door de landen op Leeuwarden, doch dat de gene aan de Straatweg

Blz. 70

woonende, gehouden zullen zijn: hun vee, langs dezelve vast te leiden, tot het naaste bijpad, en wijders tot de plaats der bestemming.

Deze maatregel van het Gouvernement is voor de straatweg van zeer veel belang; want door de drift van het vee, in het tegenwoordig jaargetijde, wanneer er weekelijks bij honderden heen en te rug naar en van de markt te Leeuwarden in groote koppels gedreven worden, waar onder een menigte ook langs deze Contreijen zouden de nieuwe werken aan de straat tot verbreding en vastheid langs de beide zijden gelegd, geheel bederven.

De belanghebbenden onder Wirdumer behoor, welke hun vee op de pollen buiten dijk hebben, waar onder de schrijver, laten heden door de gebruikelijke drijvers, dezelve thuis halen, schoon aldaar een overvloed van Gras is, en naar het zeggen, uitmuntend tieren vooral daar er tot nog toe geene stormen hebben plaats gehad en dien ten gevolge geen hoog water, over gelopen, waar door het gras of de weide bedorven zoude zijn, heeft men echter geoordeeld, dat het best ware om in tijds thuis te halen, wijl het jaargetijde zoo ver gevorderd is, dat men dagelijks voor onstuimig weder bloot staat, en in het begin van de volgende maand eene maansverduistering moet plaats hebben.

Blz. 71

De ziekte en Koortsen heerschen overal nog zeer overvloedig, de menschen kunnen naauwelijks tot voorige gezondheid geraken, wegens aanhoudene zwakheden, het is eene wonderlijke ziekte en eenerlei bij alle menschen gelijk, ons Chirurgijn heeft tot drie onderscheiden tijden mij verlaten, en thans weder van medecijnen voorzien, er schijnt naauwelijks een volkomen herstelling bevorderd te kunnen worden.

Den 5 Nov. Wij melden van het te huis halen van het vee van de pollen, gedurende dien dag was het in ’t begin wel aangenaam, maar afwisselende regen en vermeerderende wind, totdat ’s nachts en volgende dag uit het noordwesten een hevige storm woedde, des vloeiden de pollen zeer hoog door de opstuwende zee, over, tot ongeluk van het aldaar loopend vee, niet alleen dat de weide bedorven is, maar men zegt, dat er ook eenige verlooren zijn, althans mijn zwager op Hallumer mieden, heeft een allerschoonst enter paard verlooren, en het zelve tegen een Kadijk dood aangespoeld gevonden. De Deerzumer waar onder ook mijn zwager hadden de hunne nog niet te huis gehaald hoe het daar mede afgeloopen is, heb ik nog niet gehoord. Wij hebben dan het geluk gehad 34 stuks onder Wirdumer ingezetenen behoorende juist tijdig te huis gehaald te hebben, waar toe men zeer toevallig tot dit tijdstip daar te boven besloot, n.l. volgens Advertentie was de straatweg den 1 Nov. open, waar door de passagie indien men al toe liet de straatweg te gebruiken, met de tol zoude bezwaard zijn. Des Gouverneurs besluit in het hoofd gemeld, was ons toen nog niet bekend.

Blz. 72

Ten gevolge van het openen der Straatweg, is dezelve op den 1 Nov. niet sterk wegens het onstuimige weder, bereden, maar op den 2den zijnde marktdag zoo veel te meer, de watering wegens den menigvuldigen regen, was op sommige gedeelten den straat, zoo het scheen zeer nadeelig, want hier door waren de steenen meer los dan vast, althans op zulke gedeelten reden diepe spooren, zoo dat de straatwerkers veel moeite zullen hebben, om te vervloeren en zulke plaatsen te herstellen; doch het grootste gedeelte der straat, al waar de oppervlakte geen letsel van het water hadde kon het sterke rijden, met allerlei zoort van rijtuigen zeer wel verduren.

Het is al iets zonderlings, bevoorens konde men de hooge dijk omtrent dezen tijd, naauwelijks met laarzen gebruiken wegens de drift van vee als anderzins, het was althoos een moeras, thans is het een straat waar langs men zoo wel te voet, als met het rijtuig zonder een voet morsig te maken kan reisen, dit geeft gedurende de herfst en het wintersaisoen, een gemak waar van der vriezen voorvaderen en het tegenwoordig geslagt, zich geen denkbeeld konde vormen; toen men van dezen aan te leggen straatweg begon te spreeken zagen de vriezen dit werk genoegzaam voor een harsenschim, en geloofden dat het onuitvoerbaar ware, ja dat het wegens de moeilijkheid van de aanvoer der materialen onmogelijk zoude zijn - en ziet! thans is er een straatweg.

Blz. 73

Den 13 Nov. gister en heden schoon weder, doch sedert onze vorige afwisselende regen en onstuimig.

Tot heden loopt het vee nog buiten, bij droog weder kan het zelve nog eenigen tijd weiden; want de landen zijn tamelijk van gras voorzien, het welk groen en voedzaam blijft, dewijl men volstrekt geen vorst gehad heeft - het vee houd prijs, de boter zakt, zoo ook de kaas.

Men zegt, dat de straatweg op een halfuur afstand tot Akkrum gevorderd is, er wordt met alle magt gewerkt, om volgens de besteding over 1827 dit gedeelte af te werken. Indien de Heer Gouverneur dezer Provincie, zich niet veel aan dit werk had laten gelegen liggen, dan was de straat op de helft niet ten einde gebragt.

Bij den aanvang vreesde men van zeer veel overlast van het vreemde volk, doch in dezen omtrek heeft men er volstrekt geen ongemak van gehad; de dijk en straatwerkers, besteedden zich gedurende den arbeid aan dit werk, zoo veel mogelijk bij de naastbij zijnde arbeiders in de kost, als op de werp, dijkhuizen, als anderzins, te Wijtgaard, Roordahuizum en de 3 Romers waren een menigte.

In het eerst, is er aan de huizen die zich Barrahuis noemen en het arbeiders huisje bij ons Pijpke inbraak geweest, waar van bij Albert Everda aan de westkant van de straat in de molkenkelder, bij de andere Jouke Keimpes in de vuurhutte en de arbeider in huis.

Blz. 74

Uit de molkenkelder is eenig eetwaren gestolen, waar onder gekookt vleesch, de pan waar in het zelve stond heeft ons knecht in den verleden week, in het hekkelen uit de sloot bij de straatweg gehaald, en aan A. Everda weder bezorgd, uit het Arbeiders huisje hebbenze wat zakgeld en eenige eetwaren gestolen bij ligten dag, en uit de vuurhutte voors. weinig van belang. Deze dieverij bij den aanvang van den straatweg reeds gepleegd, verwekte zoo als bevoorens zeide onder de naastgelegene aan de weg eenige vrees en bekommering, doch sedert heeft men nergens van zulke dingen in dezen omtrek gehoord; doch tusschen den 9 en 10 dezer is in het huisje op Barrahuis aan de Swichumer dijk staande, bij Abe Douwes Dijkstra wel eer Barrahuister schipper en thans koemelkerij bedrijvende een oud man en oude meid, als eigenaar bewoond, ingebroken, de oude niet wel konnende binden, hebben de schurken hem groen en blaauw geslagen, de meid tot hulp toeschietende hebbenze door slagen bloedende wonden aan het hoofd toegebragt; dewijl de oude nog bij de 200 Gulden in huis hadde, hebben zij dat niet konnen vinden maar zich met eenig zakgeld en anders moeten vergenoegen, waar na zij vertrokken; de oude wekte terstond Jouke Keimpes zijn naaste buurman deze gaven Kennis aan het Bestuur, en dit aan de Justitie; de procureur met de Dienaars nader informatie ten gemelde huize nemende, verklaarde de oude dat hij de dieven niet kende, dewijl hunne gezigten met

Blz.75

doeken bewonden ware, maar vermoedde dat het die gene wel konden zijn, waar mede hij onlangs rusie gehad hadde, deze hadden hem gedreigd dat zij hem gedachtig zouden zijn, en dat waren zulke en zulke lieden op, deze aanduiding herdachten de dienaars zich en dat deze perzonen slechte kwanten waren, en zeer wel bij hun bekend; nadien het tegen de avond was en Saturdag reisden de straatwerkers ieder naar huis, en deze aangewezene kwanten hoorden in de stad. De procureur en dienaars reden met den verdekten wagen hen tegen, en troffen deze vermoedelijke kwaaddoenders onder meer anderen digt bij de 3 Romers aan, zij werden dadelijk door de dienaars gevat, gebonden en zoo gevangen naar de stad gevoerd.

Den 15 Nov. tot nog droogte. Gister hebben de Kerkvoogden ingevolge de wet een staat van begrooting over 1828 gemaakt, en tevens onder elkanderen geloot, wie moet afgaan, het lot is op de schrijver gevallen; op den 19 dezer zijn van wegen het Grieteny bestuur, de hervormde Floreenpligtigen opgeroepen ten einde deze staat der begrooting voor te dragen en een nieuw Kerkvoogd te stemmen.

In den verleden week is mijne dochter van Deerzum te Wirdum uit van huis gekomen, ten einde de familie aldaar te bezoeken, bij gelegenheid dat mijn zoons vrouw van een zoon bevallen is, en ook tevens bij hare andere zusters wederkeerig een nacht of twee door te brengen, en ziet zij word aldaar zoo niet gevaarlijk althans zwaar ziek, en ligt thans in dien

Blz. 76

toestand, afgescheiden van haar man en lieve kindertjes bij mijne dochter te bed, het is heden de 8ste of 9de dag dat zij aldaar ligt, hare man bezoekt haar wel nu en dan een nacht, maar de groote boerderij en de 4 kleine kinderen, gebieden hem te huis te zijn, wij verlangen zeer, dat zij aan haar huisgezin weder gegeven moge worden, hetgeen bij een goede beterschap nog wel eenigen tijd zal aanhouden. Schoon zij uitmuntend bediend wordt, is het met dit alles aandoenlijk, dat zij van haar huisgezin dezer wijs verwijderd zijn moet, en de uitzichten, om derwaarts weder te keeren, nog zeer donker zijn! Hadde zij geweeten, dat haar zulk een zware ziekte zoude treffen dan ware zij niet uit van huis gegaan, zoo weinig weeten wij wat de dag van morgen zal baren!!!

Den 17 Nov. Aanhoudend schoon weder, waar door het vee tot genoegen graast. Gister was het marktdag te Leeuwarden; de markt was opgepropt vol van vee, van onderscheiden zoort, vette vare melke opzetters, hoklingen en kalvers, grage koopers. Het is een lust zulk een aantal beesten, bij goed weer, en zoodanig eene gelegenheid te aanschouwen vooral als men in aanmerking neemt, welk een schoon gewest Vriesland aan vee fokkerij oplevert welk een rijkdom en fleur dit aan de veehouders aanbrengt en tevens een goed bestaan aan den boerenstand verzekert en daar door welvaart onder alle standen

Blz. 77

der geheele maatschappij verspreid, vooral dewijl een goeden prijs voor boter en kaas, daar mede verzeld gaat.

De aanvoeging is dit alles in aanmerking nemende van het grootste belang; want bij zulke tijden van overvloed worden er nooit beesten van elders ingevoerd, maar het is een produkt, dat eigen gronden van vriesland opleverd, veel meer als het gewest voor zich zelven behoefd, hoe veele duizenden van schoone vette en melke beesten worden jaarlijks niet uitgevoerd, en welke schatten keeren daar door niet in den boezem der ingezetenen en dit alles door opkweeking en aanvoeding? Schoon er nog buiten dien nog een menigte kalvers, door gemeene lieden, om te slagten, gekogt worden.

Den 22 Oct. thans eenigzins uit het N. Westen buijig verzeld van hagel en sneeuw; den 19 l.l. werden wij ’s avonds aangenaam verrast door de overkomst van onze zoon en dochter van Achlum; zij verblijven hier tot den 24 dezer.

De beesten loopen nog uit; doch als het weder tot meerder onstuimigheid mogte overgaan, zullen zij op het spoedigste gestald moeten worden.

Den 19. hebben de hervormde Floreenpligtigen de Staat van begrooting door de Kerkvoogden voorgelegd, vastgesteld; in plaats van den afgaanden Kerkvoogd, de schrijver weder verkooren en doen Continueeren wijders drie perzoonen gestemd, om te staan over de Rekening van 1827.

Heden wordt mijne dochter, welke aan de beter hand is

Blz. 78

met de verdekte wagen, naar huis gevoerd, schoon hare zwakheid geenszins anders toeliet, zulk eene reis naar Deerzum te ondernemen, vorderen nogtans den drang der omstandigheden, en hare kindertjes en de belangen van haar huisgezin en bedrijf, hare tegenwoordigheid; wij hoopen dat deze verbrenging, na alvoorens de uitterste voorzorg van dekking als anderszins gedaan te hebben, geen letsel aan hare verdere herstelling moge toebrengen.

Den 27 Nov. sedert eenige dagen vorst met sneeuw verzeld van onstuimigheid, ten gevolge daar van zijn opvolgende, de melke beesten gestald, waar onder ook de Schrijver den 23 l.l. het melkvee op de stallen heeft gebragt, niet tegenstaande er nog wel een goede voorraad van gras in de landen is, de jongbeesten als mede de kalvers en paarden loopen nog uit, te meer wijl het dooi weder is.

Het slagten van vee tot slagten geweid voor eigen huishouding, is thans in dezen omtrek en elders de orde van den dag, de schrijver heeft de zijne ook geslagt, hebbende 154 lb smeer, wegende te zamen met het buik vleesch 941 lb oud gewigt, waar van accijns betaalde 14 Gld 54½ cents, dit beest koste de schrijver in de weide 71 Gld en was voornemens het zelve te verkoopen, konnende 130 Gld gelden; maar om dat het meer volgens vermoeden, waardig was, en om dat mijn zoon gaarne de helft wilde hebben, besloot de schrijver het zelve met hem te slagten, en bleek dan

Blz. 79

bij de uitkomst, dat het meer waardig was, dan er op geboden is, behalven de helft van dit beest, heeft de schrijver ook een bulle geslagt, wegende wel 500 lb, twee varkens om boven dien nog te slagten worden nog gemest.

Den 23 l.l. was de markt te Leeuwarden van alle soorten van vee, zeer vol, de prijs levendiger dan de voorgaande marktdag, de boter 34 a 35 Gld. in prijs.

Den 3 December, sedert de voorige vorst afwisselende onstuimig, doch heden helder met vorst. Den 1 dezer zeide men dat de Heer Gouverneur de straatweg tot bijna Akkrum in oogenschouw zoude nemen, als dit gebeurd is weet ik niet, want het was op dien dag zeer onstuimig vooral des morgens, ik zeide tot bijna Akkrum; dewijl een klein gedeelte aldaar nog niet gevloerd is.

De Koortsen houden over de bevolking nog aan, geen huis is er bijkans van bevrijd, zoo heeft de schrijver 4 kleine kinders min en meer aan deze ziekte laborerende, het welk sedert weeken heeft geduurd doch tusschen de koortstijden zijnze gezond. Ook heeft de Schrijver nog niet tot zijne voorige krachten en volkomene gezondheid konnen geraken zoo als er veelen zijn - hij laboreert sedert weeken, als een gevolg der ziekte aan een drooge kuch en bij wijlen een hevige hoest, vooral des nachts.

Het melkvee is in dezen omtrek meest gestalt hoewel er nog zijn, die eenigen hebben buiten loopen.

Blz. 80

Den 18 December heden buitengewoon onstuimig met harden wind uit het Zuiden en nieuwe maan als de wind uitschoot naar het noordwesten, dan hadde men bevreest te zijn voor de zee dijken, dewijl de wind nu sedert eenige dagen sterk uit het zuiden woei, en de oceaan daar door ongemeen opgezet zal zijn.

Het is te dezer tijd een lust de straatweg te wandelen, overal is het vuil en modderig, doch zoo dra men de straatweg bereikt, is het even als of men in een droog jaarsaisoen verplaatst is zoo effen en droog, zonder zich in het minste te bevuilen, kan men op zijn gemak dezelve bewandelen; met den regen is het zand op de straat effen gespoeld; men merkt door het menigvuldig gebruik der rijtuigen, hoegenaamd geene inspooring of oneffenheden. De aannemers moeten deze werken zeer kundig zijn, het was anders in een zoo kort tijdsbestek onmogelijk zoo voldoende iets daar te stellen.

Den 14 l.l. veilde het Gouvernement om de straatweg met boomen te beplanten; doch er zijn geen briefjes ingekomen en heeft dus geen voortgang gehad.

Den 15 hebben wij ons jong vee gestald, en hebben thans 38 Stuks Hoornvee op, benevens 2 paarden.

Mijn Buurman A. Palsma jong vee, loopt nog uit.

Blz. 81

Den 22 December, het weder is zoo zacht sedert de jongste dagen, dat men zich daar over moet verwonderen, evenwel met afwisselende regen.

Twee schepen ter walvisch vangst in het voorjaar van Harlingen uitgegaan, waar van het eene vergaan en het ander met vijf walvisschen tijdig binnen gekomen, hebben wij vergeten op tijd te melden, de manschappen van het verongelukte schip zijn behouden.

De boter was gister marktdag te Leeuwarden 31½ Guld.

Woensdag den 19 dezer hebben de Kerkvoogden volgens jaarlijks gebruik, rekendag met de timmer en ambachtslieden, klokluiders en andere voor zoo veel in betrekking tot de Kerke administratie zijnde, gehouden; daar de Kerkelijke goederen aanzienlijk in voorige jaren, door den opbreng der 1/5 en 1/6 der Corpora, zijn verminderd, is er thans lang zoo veel op dezen dag niet te doen als vooren.

Den 17 l.l. is mijn zoon van Wirdum naar Achlum gereist, om zijn broeder te bezoeken en is den 19 te rug gekomen, met berigt dat Dos en zijne vrouw, welvarende waren.

Blz. 82

Wij sluiten dit jaar als vooren met een opgave van ’s Rijks Belastingen over dezen jare in deze Gemeente, waar onder Swichum, geheven.

Ongebouwde Eigendommen

 

21917-18

Gebouwde Eigendommen

 

1332-25

Personeele belasting

   

A Primitief

99-33

 

B Suppletoir

1540-92

 

C Suppletoir

270-90

 

D Suppletoir

72-24

1983-39

Patenten

   

[onleesbaar]

282-63

 

Suppletoir

8-35

 

2de Suppl.

6-85

 

3 -

10-33

 

4 -

7-56

315-72

totaal

 

25548-54

veefonds

 

102-905

   

25651-445


Blz. 83

In het vee fonds zijn aangegeven:

1456 Runderen boven de twee jaar

751 - beneden de twee jaar

2207 totaal twee duizend twee honderd en zeven

Accijnsen

Gemaal

675-415

Geslagt

1640-465

Dranken

13-785

Zegel

144-12

Geld Billetten

6-825

Gemeente Opcenten

885-15

Dito perceptiekosten van gem. opc.

26-555

totaal

f 3392-315

Pensioen fonds

29-51

 

f 3421-825

Grondlasten enz.

25651-445

totaal de belastingen

f 29073-27

 


Blz. 84

Behalven de voorengemelde ’s Rijks Belastingen hebben de ingezetenen nog te hoeden de dorpslasten, des dorps omslag 200 Gulden onderhoud van dijken en wegen, vaarten en waterlossingen, Pijpen Zetten, Barten, ganghouten en voetpaden, onderhoud der gealimenteerden, daar te boven ieders privaat onderhoud, en dit alles over eene bevolking van ruim 900 zielen.

Wie moet dan zich met ons niet verwonderen, waaruit alle die uitgaven gevonden worden.

Wij moeten evenwel ten slotte hier bij nog aanmerken, dat gedurende dit jaar ten aanzien der Boerenstand, buitengewoon voordeelig is geweest. Ook blijkens des Gouverneurs tegenwoordigen staat, waar toe wij alle beminnaars des vaderlands ook ten dezen opzigte verwijzen.


Wirdum den 31 December 1827
D.W. Hellema
Rijks Ontvanger


Terug 
Naar 1821-1826
Naar 1828
Terug naar de inleiding

De dagboeken van Doeke Wijgers Hellema (1766-1856)

 

Het HCL heeft gemeend er goed aan te doen om alvast als voorproefje de eerste twee - inmiddels geredigeerde en gecontroleerde - delen van de dagboeken van Doeke Wijgers Hellema op deze website ter beschikking te stellen. Met de blik op oneindig is de afgelopen jaren het bij tijd en wijle moeilijk leesbare negentiende-eeuwse handschrift door de heer Jochum Hoekstra van Doarpsargyf Wurdum/Swichum ingeklopt en heeft hij samen met diens broer en medebeheerder van ’It Doarpsargyf’, de heer Minne Hoekstra tevens de controle op fouten voor zijn rekening genomen. Daarnaast verdienen de heren Hendrik Algra voor het selecteren van de meest vermeldenswaardige feiten en Jan Kalff voor het redigeren van de uiteindelijke teksten alle lof voor hun onvermoeibare inzet. Het ligt in de bedoeling om binnen enkele jaren alle aantekeningen met de nodige aktiviteiten daaromheen, op deze plaats aan het publiek ter beschikking te stellen. Op deze wijze kan een ieder kennis nemen van de ’petite histoire’ - het dagelijkse leven - van een agrarische samenleving in een tijd die al bijna twee eeuwen achter ons ligt en waarvan niemand meer, zelfs niet uit directe overlevering, nog kennis draagt. Wat hield de mensen destijds bezig? Hoe beleefden zij bepaalde hoogtijdagen en wat waren de volksgebruiken met betrekking tot geboorte, huwelijk en overlijden? Op welke wijze ging men om met voorspoed en tegenslag en maakte men zich druk om alledaagse en minder alledaagse zaken? Het wordt u allemaal uit de doeken gedaan door Doeke Wijgers Hellema.

Doeke Wijgers Hellema werd geboren op 3 april 1766 te Wanswerd. Hij werd in Grouw opgeleid tot onderwijzer en trad in Wanswerd op zestienjarige leeftijd in functie. Later werd hij benoemd in Wirdum, alwaar hij ook rijksontvanger werd. Hij stapte uit het onderwijzersambt om boer te worden onder Barrahuis. Hij was kerkvoogd van de Nederlands Hervormde gemeente in Wirdum. Hij was ook lid van het Friesch Genootschap en een van de oprichters van de O.B.A.S. Lees hier zijn autobiografie in PDF-formaat.

Naast zijn dagboeken heeft Doeke Wijgers Hellema nog drie belangrijke handschriften nagelaten, te weten:

  1. Een (onvoltooide) geschiedenis van Wirdum, vooral wat betreft kerkelijke zaken. Een afschrift hiervan vindt men in het Tresoar te Leeuwarden.
  2. Een, Tegenwoordige Staat van Wirdum", waarin de huizen een voor een worden beschreven met, derzelver" inwoners, en waarin verder een schets wordt gegeven van de zeden, gebruiken en werkzaamheden van de bevolking van zijn dorp. Deze tegenwoordige staat is in het jaar 2.000 in druk verschenen. Het origineel bevindt zich in het Tresoar te Leeuwarden.
  3. Een geschrift, dat gezien kan worden als een gedenkschrift, tevens als een soort verantwoording, met veel meer een persoonlijk karakter. Dit geschrift verdient een nadere analyse.

De tekst van Doeke Hellema's dagboek, die nu op de website van het Historisch Centrum Leeuwarden staat, probeert zo dicht mogelijk te blijven bij het handgeschreven origineel.

  • Als Hellema zich merkbaar vergist, is niettemin het handschrift gevolgd.
  • De eerste officiële spellingregeling voor het Nederlands dateert van 1804. Die heeft Hellema (geboren in 1766) dus niet meer op school kunnen leren. Deze spelling-Siegenbeek is overigens nooit erg populair geworden. Als Hellema slecht, inconsequent of rommelig heeft gespeld of geïnterpungeerd, is dat gewoon overgenomen.
  • Samenstellingen die Hellema als twee woorden vermeldt, zijn meestal aaneengeschreven aangezien uit zulke gevallen soms een interpretatieverschil kan voortkomen.
  • Onleesbare passages worden in een voetnoot vermeld.
  • Soms laat Hellema een paar centimeter blank, met de duidelijke bedoeling iets later aan te vullen; als hij dat echter niet gedaan heeft, is dat door [...] weergegeven.
  • Naarmate de auteur ouder wordt, vermindert zijn gezichtsvermogen; daardoor ontstaan gaandeweg ook meer fouten, bv. verdubbelingen van woorden. Ook in dit geval is niets veranderd of verbeterd.
  • Door Hellema gekopieerde tekstfragmenten, vaak uit de krant, zijn gecursiveerd.

Naar dagboekfragment 1821-18261827, 1828, 1829, 1830, 1831, 1832, 1833, 1834, 1835, 1836 , 1837, 1838, 1839, 1840, 1841, 1842, 1843, 1844, 1845, 1846, 1847, 1848, 1849, 1850, 1851, 1852, 1853, 1854, 1855, 1856.

Download, raadpleeg of doorzoek de dagboekfragmenten hier in één pdf-document of MSWord-2010-document

Bezoek ook de familiewebsite van Margreet Nauta

Terug

De dagboeken van Doeke Wijgers Hellema (1766-1856)

 

1829

Blz. 1

Het is bij den aanvang van dit jaar, dat wij weder een begin maken, met onze aanteekeningen. Omtrent minder of meerdere belangrijke zaken welke in den loop van dit jaar zullen voorvallen, zullen wij kronijks gewijze, indien God ons het leven spaart, Wirdum betreffende, vervolgen zoo als wij bevoorens gewoon zijn te doen.

Den 3 Januarij N. wind met nachtvorst, sedert de voorige onstuimig, doch heden goed weder; men heeft sedert een paar dagen op den avond ook weerlicht waargenomen.

Op den 1sten is volgens jaarlijks gebruik de Diakonie rekening opgenomen en gesloten, de afgaande M. de Vries voor zijne goede Administratie bedankt, en in deszelfs plaats mijn zoon W. Hellema tot zijn opvolger aangesteld, en in plaats van den afgaanden ouderling, B. Vogel aangesteld Anne v.d. Zee. Ook is op dringend verzoek van het Grietenij Bestuur mijn zwager P. Hiemstra als Armvoogd gecontinueerd.

Ook is op den avond van den 1sten volgens bestaand gebruik, door de Brandmeesters R. Rinsma en W. Hellema des Brandspuits aangelegenheid geregeld, en de diensten van de thans invallende afdeeling der Wirdumer ingezetenen

Blz. 2

bepaald, om direct uitgereikt te worden.

Het nog verschuldigde op 's Rijks belastingen over den jare 1828 is op het laatst der voorgaande maand door den schrijver ontvangen, en op eenige weinige posten na, behalven het oninbare geheel aangezuiverd. Voor het invoeren der personele belastingen, was de schrijver in staat aloos op het uitgaan van het jaar te sluiten en 's Rijks belastingen zuiver zonder een penning schuldig te zijn en zonder een eenig oninbare post, als dan over het afgeloopen jaar te verantwoorden, zie onze voorige aanteekening.

Op den 2den hebben wij verantwoord, als mede de beschrijvings Billetten van het personeel aangevangen rond te doen brengen; het een en ander heeft verbazend veel drukte gegeven. - Gedurende deze werkzaamheden is mijn zoon steeds werkzaam tot de repartitie der deelnemers onzer Brandsocieteit wegens de Brandschade over 1828 geleden, zie onze voorige aanteekening daar van.

De prijs der boter was dezen dag als vooren n.l. de hoogste ruim 30 Guld.

De Kerkvoogden hebben eene aanschrijving van het Grietenie Bestuur: dat voortaan voorgenomen is het tractament van den onderwijzer wegens school en Kerkedienst ter som van f 225-00 altoos door de Kerkvoogdij alhier betaald, voortaan, dat is van den 1 Jan. laatstleden, ten laste der Grietenij te nemen en uit derzelver kas kwartaals gewijze zal voldaan worden, nadien alle gezindten een gelijk belang bij den onderwijzer

Blz. 3

hebben, behalven wegens den dienst als Koster, Organist enz. mede onder gemelde tractament begrepen, daar voor tot een tegenlast onder de Kerkvoogdij zal verblijven, het gewoon onderhoud van de school en schoolhuizinge benevens de schoolmeubelen; een gelijk deel hebben alle ingezetenen zonder onderscheid van Godsdienst aan de tooren wegens het gebruik der klokken en het uurwerk, welke mede tot onderhoud der Kerkvoogdij verstrekken, en daar om deze ontheffing allezins billijk mag geoordeeld worden. - Ten gevolge dezer aanschrijving heeft de schrijver thans administrerende kerkvoogd, den onderwijzer E. de Haan, het verschuldigde tot den 1 Jan. 1829 rede voldaan en betaald.

Den 5 Jan. N.O. wind met vorst, verzeld van een weinig sneeuw, heden bezogten onze kinderen uit de buren ons, en na een kopke thee en anderen verkwikkingen genooten te hebben, vertrokken in schemeravond weder naar huis. De beschrijvings Billetten van het personeel zijn aan de huizen der Ingezetenen rond gebragt.

Den 10 Jan. Sedert de voorige met een weinig vorst en sneeuw zeer zacht, de landschepen vermisten evenwel gister marktdag, doch de trekschepen waren er uit alle steden, hoewel gister een weinig dooi, blijft de oppervlakte van den grond met sneeuw bedekt.

Heden morgen ziet het er meer vorstig uit, het vriest meer, en de winter neemt een meer ernstiger gedaante.

Blz. 4

De beschrijvings Billetten zijn binnen, het voorlopig Kohier opgemaakt en bij de Administratie ingezonden om executoir verklaart te worden, overigens worden de schatters van het personeel verwacht, om de schatting te doen.

Den 20 Januarij sedert onze vorige aanhoudene vorst, zoo dat het ijs overal sterk genoeg is, om met paard en sleed gebruikt te worden, doch veel meer met schaatzen, schoon het afwisselende een weinig sneeuwt, en daar door de oppervlakte van het aardrijk met sneeuw bedekt blijft, wordt er steeds gezorgd, dat er behoorlijk baan geveegd wordt, door gemene lieden, welke vrijwillig zich daartoe laten vinden, en waaraan de schaatsrijders eene kleinigheid afstaan, waardoor deze lieden die anders om de vorst niet werken konnen en vaak ook niet werken willen een daghuur verdienen. Tot hier toe is de winter zeer draaglijk, hoewel afwisselende sterke vorst en hevige koude, onder anderen op vrijdag den 18 dezer.

Den voorleden week, hebben de schatters van het personeel in deze gemeente hunne werkzaamheden geeindigd, de schatting aan den schrijver ter handen gesteld, en waar van het Kohier eerlang staat opgemaakt te zijn, om aan de adminstratie ter executoir verklaring ingezonden te worden.

Mede zijn de Kohieren van de grondlasten over 1829 executoir verklaard, en aan de schrijver geworden

Blz. 5

waar van de kennisgevingen aan de belasting schuldigen in de loop van deze maand staan uitgegeven te worden om het 1/12 voor het einde daarvan, nog te ontvangen.

De Gecommitteerden van de brand Assurantie Societeit vergaderden volgens jaarlijks gebruik den 17 l.l. in 's Lands Welvaren te Leeuwarden; staande die vergadering, heeft mijn zoon als Boekhouder rekening en verantwoording gedurende zijne administratie over 1828 gedaan bij welke bevonden wierd dat er salvo calculo vijf en twintig honderd gulden in kassa ware, niet tegenstaande de deelnemers van vee hooi en granen van de jaarlijksche contributie waren vrijgesteld en aanzienlijke uitgaven van zegels en Assurantieboeken hadden plaats gehad; zoo dat de rekening met genoegen opgenomen en na volkomen welbevinding gesloten is - mede is ter dezer vergadering het Kohier van den omslag over de deelhebbers ten gevolge van de jongstgeledene brand, gearresteerd, waar van de belasting door den bode der societeit volgens de reeds vervaardigde kennisgevingen van stonden aan zullen worden ingevorderd. - het een en ander heeft aan mijn zoon verbazend veel drukte veroorzaakt. -  vervolgens is besloten J. Tjaarda voormalige tauxateur dezer societeit (zie onze vorige aanteekeningen) door den Boekhouder kennis te geven, dat hij als tauxateur ontslagen is en de toenmalige provisioneel aangestelde tauxateur

Blz. 6

in plaats van provisioneel vast te continueren. - Aanstaande vrijdag mede volgens jaarlijks gebruik, zijn de deelnemers opgeroepen ingevolge advertentie in de Courant tot dat einde geplaatst, om in plaats van twee gecommitteerden Dirk van der Woude wegens Rauwerderhem en Willem Pieters Brouwer wegens Leeuwarderadeel als afgaande, twee nieuwe te stemmen of te doen continueren.

Gedurende deze vorst is de Straatweg voordat men het ijs konde gebruiken, veel met paard en sleed bereden.

Andrie Dooitzes Smeding waar van wij bevorens melden, heeft thans zijn verschuldigde op de Floreenen betaald, zoo dat de gehele omslag der hervormde floreenpligtigen ter somma van dertien honderd vier en vijftig Gulden geheel is aangezuiverd, waar mede de schrijver over den jare 1828 veertienhonderd gulden schuld, het resterende uit de kas genomen, ten laste der Kerk heeft afgelost.

Den 22 Jan. Sedert de vorige sterke vorst en hevige koude welke door alle spleten in de huizen doordringt zoo dat de vorst zich tot aan de haard aan allerlei vogtige voorwerpen min en meer naar de gesteldheid der wooningen hegt. Eetwaren vatbaar voor vorst en welke niet goed verzekerd zijn, zullen veel schade lijden en wel inzonderheid voor de behoeftige lieden daar door tot grooter armoede gedrukt worden. Deze vorst

Blz. 7

langzaam ontstaan, is altijd vermeerderende en dagelijks heviger.- De liefhebbers van schaatsrijden worden daar door van het aangename dezer liefhebberij beroofd; inzonderheid de zoodanigen welke gaarne bij zoodanige gelegenheid hunne vrienden en goede bekenden bezoeken; zoo wierden wij onder anderen met onzen zoon de Domeni van Achlum gister nacht met een bezoek verblijd, welke gister weder met de jongste zoon van de wed. Beekhuis zijn zwager tijdig vertrok inzonderheid, zal het wel zeer kleumeren zijn, de hardrijderij welke thans overal plaats heeft en volgens aankondiging in de Courant gister te Sneek zoude plaats hebben, bij te woonen.

Den 24 Januarij, sedert de vorige tot heden nog heviger vorst verzeld van harden oosten wind, en daar door nijpende koude; des niet tegenstaande zijn behalven Sneek, nog de volgende hardrijderij gister in de Courant aangekondigd als: heden te Leeuwarden waar van de prijs een gouden zakhorologie de premie een zilveren tabaksdoos: te Ylst prijs een gouden zakhorologie premie een zilveren dito op maandag den 26 dezer, Franeker mede op den 26 dezer, prijs zeven gouden Willems, premie drie gouden dito Harlingen den 28 dito, door mannen en vrouwen prijs vijftien gouden Willems, premie vijf dito gouden tien gulden stukken. Met paard en sleed te Kollum den 26 prijs fraai Belletuig, dito hoofdstel en leidsel, te Dronrijp prijs een extra fraai bewerkte, zilveren tabaksdoos.

Blz. 8

Gedurende dezen winter zijn al weder verscheidene menschen verdronken. Zoo wierd onder anderen uit Wolvega berigt: dat 3 menschen in een wak reden waar van door de naastbijzijnde boer en zijn knegt twee gered zijn en de derde benevens de knegt van de boer welke deze mede tragte te redden en zich daardoor te veel aan het gevaar bloot stelde, beide verdronken.

Wegens de nijpende koude was er gister marktdag te Leeuwarden weinig te doen, en zal ook heden velen te rug houden om de hardrijderij bij te woonen.

De vergadering van gecommitteerden en deelhebbers der Brand Societeit, heeft gister in 's Lands Welvaren plaats gehad, er waren maar vier gecommitteerden als den Hr. Beijma den Hr. Wageningen, den schrijver W.P. Brouwer benevens den Boekhouder en maar eenige deelnemers tegenwoordig, doch door welke ook de werkzaamheden tot dat einde bepaald, als het stemmen der afgaande gecommitteerden bevoorens gemeld, waarbij dezelve gecontinueerd en verdere aangelegenheden verrigt werden.

Ten gevolge der hevige vorst, klaagden gister sommige menschen, dat de een dit deel en een ander weer een ander deel op de reis naar de stad vervroren waren, ook de schrijver, neemt eenige dikte in het aangezigt waar, ten gevolge zeker van de snijdende koude.

Blz. 9

Den 27 Januarij, heden dooi weer Z.O. wind mist. Wij hoopen dat wij de winter agter den rug hebben, althans de nijpende koude, hoe bang zal misschien de behoeftige klasse deze gevallen zijn; hoewel hier te Wirdum, de gemene lieden van onderstand wel zouden verzorgd geworden zijn indien men bangen nood hier of daar, in het een of ander huisgezin hadde ontdekt, schoon de behoefte dikwijls bij het verlaten van de winter eerst gevoeld wordt, dit zal daar in wel in het bijzonder aan de aardappelen het gewone onderhoud, vooral der schamele gemeente het eerst bevonde worden, vele zijn gevroren, en daar door oneetbaar en alzoo voor onderhoud verloren; doch alzoo deze zoo noodzakelijke levensmiddelen in den verleden herfst duur waren, is er geen groote voorraad bij de zoodanige voorhanden, dit is nog al iets van belang, omdat dezulke bijeen tegen overgesteld geval zich van een meerder voorraad zouden voorzien hebben. - Veel voorraad van aardappels zijn aan de bouwkant voorhanden, wij hoopen dat dezelve zoo verzorgd waren, dat dit aangenaam voedsel weinig of niets door de vorst geleden heeft, dan zal er genoeg voor geld te verkrijgen zijn, en de meer gegoedigde ingezetenen in de gelegenheid zijn, om de behoeftige te onder-steunen.

Den 28 Jan. een zachte en aanhoudene dooi, het aardrijk is reeds van sneeuw ontbloot, dit geeft ruimte voor het gevogelte, ook de eenden verstrooijen zich en fladderen overal daar de grond bloot is, tusschen de 70 en 80 eenden heeft se Schrijver dagelijks gevoederd, welke in dezen korten tijd ruim twee loopen boonen genoten hebben.

Blz. 10

Het water is gedurende de winter zeer gezakt althans de sloten en vaarten zijn met het ijs ingezakt, waar door de midden met water staat; niet tegenstaande wordt de Sneeker vaart op schaatsen en met paard en sleed gebruikt, heden had men de hardrijderij te Harlingen op de zuider haven bepaald, en als eene bijzonderheid bijgevoegd, dat dit nimmer misschien daar ter plaatse weder stond te gebeuren vermits de sluis vernieuwd en daar door gestopt en hier door stilstaand water in gemelde haven is; doch door de invallende dooi deze bijzonderheid thans ook geen voortgang zal nemen, en dus waarschijnlijk nimmer zoo iets daar ter plaatze zal gebeuren.

In de Courant van gisteren wordt uit Sneek berigt, dat de prijs van een gouden zakhorologie wegens het hardstrijden van 82 personen op den 22sten behaald is door eenen Halbe Huitema wonende te Hommerts; en volgens een berigt uit Leeuwarden dat dezelve Halbe Huitema op den 24sten insgelijks de prijs van een gouden zakhorologie aldaar van 24 der snelste rijders heeft behaald.

Vervolgens wordt behalven de voorensgemelde in dezelve Courant bekend gemaakt: dat er te Grouw een hardrijden op den 29ste zal plaats hebben, prijs een zilveren tabaksdoos; in de Lemmer den 30sten prijs een fraai gouden zakhorologie; op de Joure den 31ste prijs: vijf gouden Willems; te Hindelopen mede op den 31ste  prijs: een zilveren tabaksdoos de premies allen na rato. Met paard en sleed op de Dille den 29ste prijs een extra mooi Belgereid.

Het staat er dus toe dat van dat alles niets zal gebeuren, zoo is de magteloze sterveling volstrekt niet in staat, over het geringste in het werk der schepping als men het zoo mag noemen, veel min over weer en wind, regen

Blz.11

en droogte, vorst en dooi, te beschikken, hij moet zich alles laten welgevallen het zij lief of hem leed!

Gedurende dezen vorst is er geen markt van boter geweest nog te Leeuwarden, nog te Sneek.

Den 31 Jan. Het schijnt dat de winter zich herhaalt althans is het vorstig N.O. wind en heldere lucht; het ijs is door de weinige dooi bijkans bedorven voor de schaatsrijders vooral daar het ijs meestal tezamengesteld of ten minsten met sneeuw in het begin van den winter gevallen gemengd en alzoo bij de minste ontlating week wordt, even als in den winter 1826. Het is thans door het menigvuldig gebruik overal ingesneden en bekrast.

Wij hebben ons gedurende deze laatste dagen dezer maand bezig gehouden met het ontvangen der verponding, doch wegens den korten tijd sedert het ombrengen van een gedeelte der Billetten ook het grootste gedeelte der 1/12 maar ontvangen is.

De Billetten waren reeds door ons op den 23sten  aan den deurwaarder M. Jelgersma ter handen gesteld, maar deze een oud man zijnde heeft in het ombrengen van het voor hem gevoegste weder alleen maar gebruik gemaakt, anders zoude bij een vaardige ombrenging, waarschijnlijk het gehele montant ontvangen zijn. In het ontvangen hadden wij aangenaam weder; indien het zoo koud geweest ware, als voor eenige dagen, dan hadden deze werkzaamheden zeer moeijelijk geweest, vooral bij het schrijven, overboeken en opmaken der staten.

Blz. 12

Den 2 Febr. vorst, zeer schoon weder de wind west, het weerglas hoog: het ijs wordt met schaatsen, paard en sleed overal gebruikt, doch voor de schaatsrijders met meer moeite.

Heden verantwoorden wij de ontvangene Rijks belastingen; de Kohieren wierden voormaals na verloop van drie a vier maanden eerst executoir verklaard, waar door de belasting schuldigen ook de belastingen met meerder moeite wegens de grooter sommen bij een bragten, en betaalden, maar het tegenwoordig Gouvernement heeft er anders in voorzien, ten einde zoo veel mogelijk zonder tusschen tijd het 1/12 telkens kan betaald worden, van den aanvang van het jaar af; jammer is het maar dat men niet naauwgezet de Kohieren opzichtens de namen der belastingschuldigen inricht; het is telkens zeer moeijelijk vele namen die verkeerd gesteld zijn uit te vinden; alle jaren worden de staten van veranderingen tevens met alle verkeerde namen opgemaakt en ingezonden; maar het schijnt dat er geen gebruik van wordt gemaakt.

 Wij hebben verzuimd te melden, dat de beide studenten v.d. Zwaag, in den aanvang van Januarij en juist tijdig voor het digt water met de trekschuit naar Groningen zijn vertrokken; juist tijdig zeggen wij, omdat die jonge Heeren geen schaatsrijden geleerd hebben, vermits hun vader de overledene Dos v.d. Zwaag zeer tegen het schaatsrijden ware, vooral daarom wijl het leven er vaak

Blz. 13

mede gemoeid, of de grootste ongelukken door het somtijds gevaarlijk gebruik er mede verzeld ware, althans kwam hij telkens daar op neer, wanneer wij te zamen breedvoerig over dit anders zoo geliefkoosd gebruik spraken; alle tegenwerpingen, dat men anderzins voor allerlei ongemakken zonder het schaatsrijden ook blood stond nog het voordeel en genoegen om spoedig te reizen, niets kon tegen de gemaakte bedenkingen opwegen, en daarom zouden zijne zoons met zijne toestemming nimmer het schaatsrijden leeren, hoewel zij tot hunne jaren gekomen zijnde zich daartoe geneigd vindende, dit zelf zouden moeten weten maar niet als zij van de welmenende raad huns vaders gebruik wilden maken - doch dit weet men, wanneer iemand tot zijne manlijke jaren gekomen is, nimmer het schaatsrijden kan leeren, althans niet als zeer gebrekkig; de aller eerste jeugd en vervolgens de jeugdige jaren, worden daartoe vereischt om goede schaatsrijders te zijn. Hun vader kon zeer wel met de schaatsen te regte komen, en maakte in de eerste jaren toen hij hier predikant geworden was, er ook wel gebruik van.

Den 4 Febr. vorst zuiden wind, waterkoud. Er wordt zeer veel gebruik van het ijs gemaakt; de liefhebbers van schaatsrijden worden aanhoudend tot hardrijderij uitgenodigd, onder anderen de Harlingers welker voormalige aankondiging wegens de dooi, geen

Blz. 14

voortgang, op heden plaats zal hebben, het weder en ijs begunstigd thans deze hardrijderij met mannen en vrouwen. Ook volgens aankondiging in de Courant van gister heden te Grouw en morgen in de Lemmer en op nieuw den 6 te Koudum. Wijders zal er een Harddraverij morgen op de Stads Gracht met paard en sleed te Leeuwarden plaats hebben, prijs: zilveren tabakstafel tabaksdoos en dito comfoor, premie een zilveren tabaksdoos.

Onze dochter uit de buren is met hare beide kinderen; terwijl haar man P. Hiemstra als schatter van het Personeel, de schatting in de gemeente van Stiens reeds geeindigd heeft, maar thans nog bezig is in de gemeente van Jelsum.

Aangenaam wierden wij gister verrast met de komst van onze dochter en zwager te Deerzum en tevens met onze zwager van Hallumer mieden en twee zijner behuwd kinderen; zeer vergenoegd bragten wij den dag met elkanderen door, en op den avond reden mijne dochter en zwager mede naar Hallumer mieden, om de plaats welke zij aldaar gehuurd hebben, en mijne dochter onbekend ware, eens te zien.

De schrijver kan zich niet herinneren, dat er bij zijne jeugdige en wijdere manlijke jaren, zoo veel gebruik gemaakt wierd als sedert een twintig jaren van zoo vele wedstrijden op schaatsen althans dat er zulke aanzienlijke prijzen uit-

Blz. 15

geloofd wierden als thans; voormaals was het doorgaans een zilveren hegt of zoo iets, en die zoodanig eenen prijs behaalde, wierd bij de Vriezen zeer hoog geroemd. - De reden hier van mag daar wel in gelegen zijn: dat de Kasteleins toenmaals om een goeden winter aan verteeringen te maken, althans om hun voordeel daar bij te behalen zoodanig iets uitloofden; doch sedert het vereenigen door zoo vele onderscheidenen gezelschappen, tot onderscheidene einden te zamen gesteld, veelal vermaak tot doel strekkende; heeft men zich al langzamerhand vereenigd uit navolging om dit Friesch vermaak door het uitloven van aanzienlijker prijzen aan te moedigen; waar door niet zoo zeer een of ander  wel gelegen Kastelein wel eens een prijsje uitloofd, het welk naauwelijks eenigen naam heeft en daar door vervalt; maar door de bijdragen van de leden van aanzienlijke gezelschappen; welke veelal in de steden gevonden worden, worden de prijzen thans veel aanzienlijker, en meestal van stads wegen althans met voorkennis der regeering uitgeloofd, en hoe aanzienlijker de steden zijn alwaar de prijs uitgeloofd wordt, des te meer roem wordt er in gesteld van de winner van zoodanig eenen prijs. - Dit vorensgemelde zal dan de reden zijn, dat er zulke aanzienlijke prijzen uitgeloofd worden, want een gezelschap van aanzienlijke lieden kan meer geven, dan een arm kastelein.

Blz. 16

Den 5 Febr. dikke mist, doch tegen den middag reeds dooi weder. Gister na den middag dooi tegen den avond stofregen en vervolgens regen verzeld van vorst, zoo dat de oppervlakte van het aartrijk heden morgen met ijs bekorst, ware de straten en wegen voor de voetgangers naauwelijks gebruikt konnen worden; het geboomte en wijdere plantsoen glinsteren van ijs. Ten gevolge hier van is onze zwager P. Hiemstra, welke hedennacht hier geweest is, in den morgen op schaatsen den straatweg gereden naar Leeuwarden, om tezamen met den mede schatter Hania woonende in de schrans heden het werk der schatting in de gemeente van Jelsum te eindigen, waardoor zij deze werkzaamheden over 1829 in de bevoorens gemelde gemeenten hebben verricht.

Op den middag dooi weder, het ijs ontlaat zich van de boomen, en geeft een zonderling gedruisch bij het nedervallen, overal om huis en her benevens het ijs vertoont zich water wegens de regen, het ijs zal tegenwoordig met schaatsen om het insnijden niet wel te gebruiken zijn. - Het harddraven op de stadsgracht te Leeuwarden, zal heden wel voortgang nemen, het weder is zacht, en het gedruisch te Leeuwarden zeer hoorbaar.

Den 3 l.l. is zeer haastig overleden Hendrik Bonsma een eigenerfde boer en bejaard man op de Weiwiske (zie onze tegenwoordige staat) hij bezogte zijn familie te Bozum op schaatsen, hij bevond zich aldaar niet wel, een knecht reed met hem naar huis, doch zeeg agter dien neer en was levenloos, op een schuifslede bragt men hem dood te huis.

Blz. 17.

De 7 Febr. heden nacht veel sneeuw, thans Z. wind mist en zacht weder, wijders dooi en gedurende den dag een stillen regen, en dikke dampkring.

De overledene H. Bonsma wierd op een schuifslede alhier gevoerd, onder het gelui der klokken om het kerkhof gedragen, en daarna weder te rug op de slede gezet om te Hempens begraven te worden. Alleen de naast bestaanden, welke weinig in getal waren volgden het lijk. Hij laat eene weduwe zonder kinderen na, en heeft haar volgens testamentaire dispositie, in het vruchtgebruik zijner goederen gelaten.

Om den gestadigen regen liet ik mijne vrouw weten dat ik 's nachts te Wirdum bij mijne kinderen bleef omdat het morgen zondag ware, zij zond mij eenige klederen. Door den regen stond het ijs overal met water en de sneeuw was weg.

Den 8 Febr. Schoon weder, een heldere lucht met vorst, van buiten kwam men met schaatzen om den Godsdienst alhier bij te woonen, het ijs was niet alleen hard genoeg met schaatzen te gebruiken, maar het had zoo veel gevroren, dat het nieuwe ijs, het gebruik met schaatzen lijden konde, waar door het uitmuntend te rijden was. - Na het eindigen van den Godsdienst waren eenigen uit de Gemeente geneigd om Dos van Berkum te Garijp 's nademiddags te hooren, waar toe mijne kinderen in de buren de onderwijzer en eindelijk de Schrijver ook besloten. Zes met twee

Blz. 18

paarden met sleden en de overige op schaatzen te zamen veertien persoonen kwamen te Garijp, alle deze persoonen woonden aldaar den Godsdienst bij, na het eindigen dronken mijne kinderen en ik een kopje thee bij den Domeni, als oude kennissen uit hoofde zijner voorige standplaats te Wanswerd, de overigen elders, trokken daar na te zamen weder op reis; bij het schoone ijs en aangenaam weder, kwamen wij spoedig te huis.

De Kerk was aldaar even vol gepropt met hoorders als wel eer ook te Wanswerd, dewijl het algemeen gaarn Domeni van Berkum prediken hoort; hij is zeer ernstig en populair, en daar bij eenvoudig dat de onkundigste hem kan begrijpen.

Den 9 Febr. schoon weder met dooi, bij het dag worden, stond het ijs overal met veel water, waar door het blijkt, dat de dooi, reeds in den nacht of in den vroegsten morgen moet begonnen zijn het was anders niet mogelijk dat er zoo veel water op het ijs konde komen. Noorden wind, gedurende den dag bij aanhoudenheid vermeerderende dooi.

Zoo zonderling veranderlijk met het weder, zijn maar zelden voorbeelden, althans niet in dezen trap, eergister was het sneeuw regen en sterke dooi, gister het allerschoonste winterweder met vorst, tot laat in den avond reed men met zooveel genoegen op schaatzen, dat er gedurende den winter geen schooner dag en beter ijs geweest is, en heden weder alles water.

Blz. 19

Den 10 Febr. zeer schoon weder met vorst, het ijs zal weder goed gebruikt konnen worden, het heeft zoo veel den verleden nacht gevroren, dat het nieuwe ijs voor zoo ver het water er niet onder weg gezogen is ook gebruikt kan worden, de lucht staat droog en regt winterig, het weerglas is buitengewoon hoog geklommen.

Voor dertien Gulden boonen, heb ik rede aan de eenden gevoederd; de knechten zullen strak meer halen uit de stad, de prijs was verleden Zaturdag vijf Gld dertig Cts. de boter 37 a 38 Gulden.

Den 11 Febr. vorst, betrokken lucht, zuiden wind, koud, gister bij het mooije weder, reed ik voor de eerstemaal 's nademiddags naar Deerzum; de Sneeker vaart was uitmuntend te schaatsrijden, een kopje thee aldaar gedronken te hebben, reed mijn dochter onder geleide van haar man tot aan het Weidumer houd mede te rug, mijn zwager verliet ons aldaar, en mijne dochter met mij, om hier een nacht uit van huis te blijven; heden morgen is zij naar het gebuurte gekeerd, om aldaar dezen dag de familie te bezoeken, alwaar haar man nadenmiddag gewacht wordt om haar weder te huis te halen.

Mijne beide knechten, zijn heden morgen om plaizier met mijne voorkennis naar Harlingen gereden, nadat zij alvoorens een Arbeider Evert Kleiterp gedurende den dag in hunnen plaats gesteld hebben om de bezigheden in de boerderij waar te nemen; zij waren ongemeen vergenoegd, dat ik dus over hen beschikte, en op mijn voorstel, hen deze uitspanning toe voegde.

Blz. 20

Uit Harlingen wierd gister in de dingsdaagsche Courant gemeld de dato den 4 Febr.

"Dit gewest, hoe zeer zich ook ten allen tijde in de kunst van schaatsrijden, boven andere onderscheidende, leverde dezer stede een schouwspel op als welligt elders de bewondering van eenige duizenden aanschouwers immer verworven heeft.

Vermits nu dit tooneel in deze Stad nimmer haars gelijken heeft gehad, en voortaan niet kan of zal hebben.

Door de thans bestaande afdamming der Zuider of Binnenhaven van die der Buitenhaven was dezelve in het afgeloopen najaar zoo, van de winterlage der alhier gewoonlijk binnenkomende zeeschepen, als voor den geweldigen stroomgang en uitwatering naar zee, ten eenemaal bevrijd gebleven."

Hoofdzakelijk komt dit berigt wijders hier op uit: Dat deze Binnen of zuider haven eene breedte van 235 en eene lengte van 1035 voeten beslaat en dus bij het gladde ijs eer geschikt tot deze wedstrijd met mans en vrouwen welke heden plaats heeft gehad (4 Febr. n.l.)

Dat men erkentelijk ware voor de goede directie om dit feest alle luister en goede order bij te zetten, zoo aan de kant der politie als stedelijke schutterij; dien ten gevolge zag men zoo wel van de schepen als elders drie of vierhonderd zoo vlaggen of wimpels waaijen.

De renbaan voor het hardrijden bestemd had eene lengte van 611 en een wijdte van ruim 62 Friesche voeten.

Eene tent voor ververschingen van allerlei soorten, hadde men gezorgd.

Eene waarschijnlijke berekening van twintig duizend aanschouwers waren tegenwoordig, 4 veldstukjes en eene ouverture van blaas instrumenten kondigden het oogenblik der wedloop. Dat de prijs werk behaald van 15 gouden Willems door Halbe Hommerts Huitema van de Hommerts en deszelfs mededingster Tjaltje I. de Jong van IJlst, de premie

Blz. 21

van vijf gouden Willems, werd behaald door den bekenden hardrijdenden 43 jarigen Atze Geerts Atsema van Terzool en deszelfs mede dingster Riemkje P. Febbesma van Warga.

Dat de snelle voortgang dezer overwinnaars ongelooflijk was, volgens naauwkeurige waarneming de baan in elf seconden aflegden.

Deze snelle voortstuivende kracht wekte de verbazing van alle aanschouwers, terwijl dit volksfeest met een vrienden maaltijd, waar ook de overwinnaars met hun die het laatst hadden gewedijverd, mede aanzaten, werd besloten. - Zoo ver het hoofdzakelijk bericht, het slot voegen wij hier woordelijk bij.

"En hier mede zouden wij ons verslag van dit feest konnen eindigen, wanneer wij nog niet eene bedenking voor allen even belangrijk hadden in het midden te brengen, dat namentlijk, het welk hebbe plaats gehad op den zelfden 4 Febr. toen voor vier jaren onze stad bij de schriktooneelen van gierende en huilende stormen in dezen algemeenen worstelstrijd der elementen met eene geheele vernieling bedreigd werd en zonder welk noodlottige toeval dit ons tegenwoordig volksfeest nimmer ware tot stand gekomen, door dien er als dan de omschrevene afdamming niet zoude hebben plaats gehad."

Uit de Lemmer wordt berigt de dato den 6 Febr. dat van de toen plaats gehad hebbende hardrijderij Tjeerd Faber Annema te Akkerwoude van de 64 rijders, den prijs van een gouden horologie of achttien gulden stukken behaalde, en Kornelis Sijbrens Kok van Delfstrahuizen de premie van eene zilveren tabaksdoos of drie tienguldenstukken, wijders nog tot aanmoediging van Jelmer Siezes en Jan Regnerus beide van de Lemmer ieder een tienguldenstuk; langs de baan ter lengte van 165 ellen 7 palmen zijn de beide snelste reden in 15 en 14 seconden afgereden.

Blz. 22

Den 13 Febr. Dooi N.W.wind, marktdag te Leeuwarden zijnde, reed ik op schaatzen derwaards. Er begon al een weinig water op het ijs te staan, doch in de te rug reis, veel meer, zoo dat die gene welke zich niet hoede, tot aan de kniën nat wierd; het weder is fraai en zacht.

Ten gevolge van het schoone en gladde ijs, is mijn zoon den 10 naar Achlum gereden den 11 is mijn zwager en den 12 mijne dochter en onzen onderwijzer en zijn 's avonds tezamen weder te rug gekomen; het weder neigde gister onder sneeuw tot verandering, het welk heden plaats heeft.

Den 14 Febr. Dooi, W. wind, zacht weder; voor het eerst in dit jaar hoorde ik heden morgen eene spreeuw of protter kweelen en zingen, zoodanig iets is geen teekenen van aanstaande vorst of koude.

Het hardrijden is thans over, ten minsten als het niet meer vriest. - Wij durven stellig schrijven, dat er nimmer een winter geweest is, dat er zoo vele hardrijden hebben plaats gehad, dat er zoo vele en zoo vele aanzienlijke prijzen en premien zijn uitgeloofd en gewonnen. - Het ijs heeft dus zeer veel vermaak en uitlokkens, verzeld van voordeelen voor de hardrijders, steden en plaatsen alwaar prijzen uitgeloofd worden, en daar door het te zamen lokken van eene menigte menschen, welke aan verteeringen bloot staan, althans die van verre komen - wijders kan spoedig reizen, om zijne zaken te doen, vrienden en familie te bezoeken. - Maar het ijs heeft ook zijn duistere zijde, vooral in het misbruik, dat daar mede verbonden is, levensgevaar, verminkte ledematen, afmattingen waar door het leven vaak er mede gemoeid is, althans ongesteldheden en zukkelen, en bederf van de gezondheid, losheid en ijdelheden, verkwistingen, verwarringen in het huishouden met een woord, over het geheel een ongeregelde maatschappij.

Blz. 23

Den 16 Febr. aanhoudende zachte dooi, wij melden bevoorens dat het ijs ook zijne duistere zijde hadde, vooral wanneer er misbruik van gemaakt wordt, zoo is onder anderen Kornelis R. Bootsma, een boere knecht alhier ten gevolge van het onstuimig gebruik van het schaatsrijden, zoowel bij den dag als bij den laten avond, en daar bij in het bezoeken van de herbergen voor geleden zweet, en bekleumingen ongesteld geworden, en na verloop van eene week gestorven. - Ook is zijn vader Romke K. Bootsma een bejaard man, aschman en tevens mede klokluider een weinig daar na, aan de gevolgen van eene hevige ziekte uit dit leven gerukt, hij laat eene weduwe en verscheidene kinderen na, welke door onvermogen aan de armvoogdije van Wirdum zullen geraken. - insgelijks is nog een boerenknecht aan de gevolgen van het misbruik van het schaatsrijden ongesteld, dienende bij Hyltje Greben op Barrahuister buren. Is dit hier zoo, hoe velen zullen er elders gevonden worden, die mede door het onmatig misbruik van het ijs, hunne gezondheid of bedorven hebben, zukkelen, of aan de gevolgen reeds overleden zijn.

Den 17 Febr. Het heeft den verleden nacht veel gesneeuwd, zoo dat de oppervlakte van het aartrijk dik met sneeuw bedekt is; de winter scheen ons bevoorens zoo zacht te verlaten, gister dacht ik (zijnde maandag), vrijdag varen de schepen; deze hoop is thans geheel verdwenen alles gelijkt barre winter. Zondag laatstleden heeft onze zeug tien biggen gekregen; in den aanvang daar van had hij reeds een blaar zoo groot als een dikke vuist,

Blz. 24

dit had een bekrompen aanzien, vooral na het bekomen van alle de biggen, dat de zeug sterk begon te bloeden, wij dachten dat de blaar gebroken was, maar dit schijnt zoo niet geweest te zijn; want tegenwoordig is alles in den besten welstand, en de blaar verdort langzamerhand.

Den 18 Febr. vorst, het heeft evenwel zoo sterk niet gevroren, dat het nieuwe ijs sterk genoeg is om te gebruiken; het weder is helder en schoon, maar den lucht niet scherp; de oppervlakte van het aartrijk is nog met een dikke sneeuw bedekt.

Het gevogelte begon met de aangename dooi zoo veel ruimte te krijgen dat het zich van genoegzaam voedsel konde voorzien, maar thans is dit magazijn van voorraad weder gesloten, ook voor de Eenden welke wij 72 in getal hebben, van voeder weder moeten voorzien.

Den 19 Febr. vorst, het ijs heeft weder de sterkte tot een matig gebruik, uitmuntend weder, O. wind.

De belasting van het Personeel over 1828 is ten aanzien van eenige der gemeene lieden nog niet binnen, wij hebben dwangbevelen uitgevaardigd voor zoo veel niet vatbaar op de staat der oninbare posten te konnen worden gebragt. De Deurwarder M.F. Jelgersma, heeftze reeds vervogd, tot aan arrest; het smart mij, even als de deurwarder welke een goed medelijdig man is, zoo te moeten handelen. Het is veel noodiger deze lieden te geven, vooral in dit saisoen, dan dat zij tot 's Rijks Bel. betalen.

Blz. 25

Den 21 Febr. dooi weer, verzeld van mist en afwisselend zachte regen; gister marktdag te Leeuwarden, ik reed 's morgens op schaatzen de Sneeker vaart derwaards maar het ijs was zwak, schoon een menigte menschen ook met sleden en anders langs dezelve reden, het Galgediep, tot aan het verlaat was sterker en goed te rijden; mijn zwager van Deerzum, was insgelijks de Sneeker vaart gereden, benevens een zusters zoon te zamen, mijne werkzaamheden te Leeuwarden verrigt hebbende, trokken toen te zamen tijdig naar huis en wijl de dooi rede inviel, durfden wij de Sneeker vaart niet gebruiken, maar reden op schaatzen, de binnensloten welke ook weinig deugden; na alvoorens het middagmaal hier genoten te hebben reed mijn zwager benevens mijn zuster zoon, om twee uur terug naar Deerzum, voornemens zijnde de sloten te houden, zonder zich op de vaart te begeven.

Er was dus bij dit misweer zeer weinig in de stad te doen. Zij loofden voor de boter 3 a 34 gulden, de wiet wordt zeer duur, de zak is tot negen gulden geklommen, vier Gulden betaalde ik voor dito zak tot beestevoeder voor de varkens.

Het aartrijk is rede van sneeuw geheel ontbloot. De Eenden flodderen op de landen en sloten. Voor 15 gld 75½ Cts voeder hebbenze rede genoten, en als het weer vriest moeten wij ons op nieuw voorzien.

Blz. 26

Den 22 Febr. zachte dooi, het is zoo aangenaam dat de winter ons verlaat; heden zondag morgen ging naar Wirdum om de Godsdienst bij te woonen; bij deze vacature hebben wij altoos maar een predikatie, volgens de thans bestaande wetten, konnen de predikanten met een predikatie in de vaceerende Gemeenten 's zondags en andere feestdagen volstaan; zulks strekt niet alleen tot nadeel van de Diakonie Administratie, maar heeft ook een nadeeligen invloed op de zeden want niet in de gelegenheid zijnde, om den Godsdienst bij te woonen, zoekt men allerlei tijdverdrijf om den rustdag het zij in vermaak of ledigheid of in gezelschap door te brengen. - Welk eene verandering? tijdens het leven van onzen predikant was men in de gelegenheid 's zomers twee en ‘s winters drie maal den zondag godsdienstig waar te nemen, en aldus stichtelijk te vieren - om elders te gaan heeft men des zomers wel, maar des winters weinig lust.

Bij mijne kinderen in de buren in gezelschap van de Weidumer nieuwe Domeni, welke heden morgen gepredikt en het avondmaal bediendt heeft den dag wijders door gebragt te hebben, ging bij den avond naar huis, het begon zeer modderig te worden, wijl de grond nog niet volkomen doorgedooid was, damp en zeer zacht weder, geen de minste togte, voelde ik, de eenden waren overal te velde, kwaakten en waren buitengewoon fleurig.

Blz. 27

Den 23 Febr. vorst N.O. wind, welk een verandering een ieder stelde zich voor, dat er spoedig ruimte in het wel haast open water zoude zijn vooral de gemeene man, welke de nood dringt om wat te verdienen; telkens, als de dooi, deze winter gedurende afwisselende, invalt is de hoop levendig dat men spoedig zal kunnen werken en een daghuur verdienen om het behoeftig en armoedig huisgezin te ondersteunen. Zoo ook gedurende de jongste aangename dooi, maar ook telkens verdwijnt deze hoop zoo als thans, het ziet er tegenwoordig naar weer en wind zeer winterig uit; het boere werk is bij open water thans zeer overvloedig, en door den langdurigen winter zal er veel ten agteren blijven. -

Dezen morgen heb ik de eenden weder gevoederd, de voorraad van boonen is verslonden en wij zullen ons op nieuw moeten voorzien; de eenden zitten thans weder met de koppen in de veeren, gisteren vlogen zij her en derwaards en vonden overvloedig voedsel; wij schreven voormaals, dat er zelden voorbeelden van zulke variérende winters geweest zijn en dachten toen niet, dat wij dit weder zouden moeten herhalen en telkens afwisselende van dooi en vorst zouden schrijven; uit het oosten wordt steeds in de Couranten vermeld, dat er maar zelden zulke strenge winters plaats hebben als thans.

Blz. 28

Den 24 Februarij, vorst O. wind, aangenaam winter weder. De oppervlakte van het aartrijk gelijkt bijeen schoonen winterschen dag, even als men het ijs overal met schaatsen gebruikt, trouwens het heeft zoo sterk niet gevroren dat het ijs overal gebruikt, evenwel zooveel dat het gebruikt kan worden; want een jonge uit het gebuurte is hier met een briefje op schaatzen, het welk inhield dat mijn zoon, behuwdzoon en onzen onderwijzer 's nadenmiddag van heden, hier een kopje thee zouden drinken.

Wanneer het zoo aanhoud met vriezen dan rijd men morgen bij goed weder op schaatsen, waar men wezen wil.

Den 25 Febr. Vorst, N. wind, het ijs wordt heden morgen overal gebruik, ook de Sneeker vaart.

Volgens aanmelding bevoorens zijn de theedrinkers op tijd gekomen, en den avond, tevens pannekoeken en anders tot verkwikking en behoefte genietend, aangenaam met elkanderen doorgebragt te hebben, 's nachts half 12 vertrokken.

Onze gesprekken bepaalden zich al veel over het bestuur der armen alhier, de behoeftige toestand der gealimenteerden, veelal door eigen schuld, dewijl niet spaarzaam en met overleg, de verleende onderstand gebruikten, welke de beste middelen zouden zijn, om deze lieden te onderhouden? vermits de ondervinding leerde dat de voorraad hen voor eenen geruimen tijd uitgedeeld nimmer toereikende ware zoo als onder anderen het

Blz. 29 

geval met de turf ware, sommigen waar onder een weduwe met een kleine jonge, vooral deze laatste hadden de diakens ¾ schuite turf laten bezorgen, in het midden van November l.l. en thans was deze voorraad verteerd, zoo ook vele andere na rato, zoo wel die der Diakonie als armvoogdij; en welke de beste middelen zouden zijn, om hun ondergeschiktheid te leeren? dewijl deze klasse van menschen doorgaans, de beste niet te na gesproken, respect nog eerbied bewezen aan die gene, welke zij als hunne verzorgers als hunne vaders moesten achten en eeren!

Wijders liepen de gesprekken over die der arbeidzame klasse alhier, welke door de aanhoudene winter verhinderd wierden om iets te verdienen, waar onder met een groot huisgezin bezwaard, dat deze nog daar en boven genoodzaakt en gedwongen zouden moeten worden, om het nog verschuldigde van het personeel over 1828 te voldoen welk een hardheid, door noodzakelijkheid opgeleid.

Overigens sprak men over de behoefte der Gemeente van een vasten leeraar, en hoe noodzakelijk het zoude zijn, dat de leden der gemeente zich vereenigden tot het beroepen van een zoodanigen predikant, welke zijn hoofdwerk er van maakte om door leer en godvrucht niet alleen de Gemeente te stichten en zaligmakende kennis te bevorderen, maar ook tevens tot de eeuwigheid voor te bereiden.

Onze Gouverneur berigte gister in dingsdaagsche Courant, tot waarschuwinge, dat er thans door alle zeesluisen gestroomd wierd.

Blz. 30

Den 28 Febr. gedurende de voorige tot heden vorst O. wind, heldere lucht aller aangenaamst winter weder, het ijs is steeds 's morgens uitnemend met schaatsen te gebruiken, doch; s nademiddags door de kracht der zon week en zwak, niet tegenstaande de aanhoudene vorst verzwakt het niet alleen daar door maar ook door de stroom; om onze werkzaamheden aan het Kantoor waar te nemen, rijdt ik telkens, op schaatsen derwaards en te rug.

Sedert de laatste dagen dezer maand, is het zeer druk aan het Kantoor, vooral heden voor de middag, dewijl de personele belasting tevens met de verponding moeste ontvangen worden. - Mijn zoon is thans bezig om de staten op te maken om maandag te verantwoorden, dewijl het morgen zondag de eerste is.

De loting tot de landmilitie, heeft voor Leeuwarderadeel gister plaats gehad, zes jongelingen van hier, moesten de loting ondergaan, waar van twee aangelot zijn.

Heden is begravenis geweest van eenen Klaas Haaijes vrouw, op de werp woonachtig, zij heeft lang gezukkeld en jaren lang een zuchtig en ongesteld been gehad, mijn vrouw en ik waren mede verzogt om het lijk de laatste eer aan te doen, maar wegens de drukte aan het Kantoor moest daar van afzien. Onze knechten evenwel, moesten Buurmans plichten doen, omdat de werp tezamen met Barrahuis een buren uitmaken voor de diensten wierd de buren aan het sterfhuis ook te eeten aangezegd: doorgaans zijn er twee mannen uit elk huis.

Blz. 31

Den 2 Maart vorst sterke O. wind; dewijl mijn zoon eenig ongemak aan de voet heeft, verantwoorde heden mijn zwager met mij de ontvangene belasting, wij reden op schaatsen derwaards, terwijl mijn knecht het geld tussen de 3 en 4000 Guld. op de aardkarre naar Leeuwarden reed.

Het stroomt zoo sterk, dat het ijs op de meeste vaarten vooral daar de stroom het meeste trekt al vriezende verdwijnt, stille waters en binnensloten is het ijs overal sterk genoeg om gebruikt te worden.

Heden nade middag dooi met een droge wind en lucht, het water begint op het ijs te staan misschien ook door het malen der polders.

Den 3 Maart. Vorst donkere lucht, zeer gematigd en stil; de dooi van gister is niet van aanbelang geweest, in plaats van de Sneeker vaart, worden de binnen sloten, met schaatsen en sleden gebruikt, zoo als heden morgen verscheidene daar van gebruik maakten.

De handopening tot het beroepen van een predikant is aan de Kerkeraad alhier geworden, zoo dat wij met de verkiezing konnen voortgaan.

De wed. v.d. Zwaag is sedert een geruimen tijd in een bedenkelijken toestand, zoo dat zij misschien niet lang meer leeft; ook is een der zoons te Groningen steeds niet wel, men vreest voor het verlies van zijne gezondheid.

Blz. 32

Den 4 Maart, dooi, N. wind, evenwel wordt het ijs nog gebruikt, althans een mijner knechten is met een brief langs de binnensloten op schaatsen naar de stad gereden.

Den 5 Maart. Vorst Z. wind verzeld van sneeuw, op schaatzen is een mijner knechten naar Wijtgaard gereden om de varkensnijder, welke een geboren vries en te Wijtgaard woonachtig, door zijnen vader boer aldaar geweest, tot dit bedrijf opgeleid, te verzoeken om onze biggen, welke sedert verl. zondag 14 dagen rede geboren waren en 10 in getal zijn, te snijden; sedert zijn in den omtrek van Wirdum goede toomen biggen gekomen, het is reeds vroeg in tijd, en als dit zoo voortgang neemt, dan zullen er een menigte biggen onder Wirdumer behoor komen.

De straatweg is voor de rijtuigen en voetgangers steeds uitmuntend te passeren. - Het heeft de gemakkelijkheid van de passagie, zeer bevorderd, dat men in den verleden herfst dezelve van de opgeworpen klei heeft ontdaan en gereinigd en toen met zand weder overstrooid, alles op hoog bevel en zulks met regt.

Het is daarom, dat er nimmer eenigen tijd voorbij gaat dat dezelve niet door een en ander meer en min, ook van rijtuigen zoo wel bij dag als avonds en 's nachts bereisd en bereden wordt, vooral in dezen tijd der loting, om te remplaiceren of zich te Leeuwarden voor den raad der recrutering te stellen. Ook om particuliere bezigheden vooral op marktdagen in de stad waar te nemen.

Blz. 33

Den 7 Maart, sedert de voorige dooi, zeer zacht heden mist N.wind, de Eenden plunderen zeer, dit is door gaans een teeken van koude.

Gisteren marktdag te Leeuwarden, de prijs der boter houdt zich niet staande, zij is tot 30 Gulden gedaald, voor 3 weeken was de prijs 37 a 38 Gulden  vele boeren hebben de boter, en wegens misweer, en omdat zij vermoedden, dat zij zeer duur zoude worden te rug gehouden.

De Engelschen zijn bij open zee dadelijk vertrokken met boter bevracht, thans zijn er al weder Engelschen te rug, om boter, te Harlingen binnen, Dokkum is den 5 l.l. doorgebroken; gisteren was Oosterwierum met 2 paarden de Sneeker vaart ook gepasseerd; Dronrijp voer ook, zoo dat het zich laat aanzien, dat de vaart spoedig open zal zijn waartoe het sterke stroomen, zeer bevordelijk zijn zal. Het was gister reeds veel levendiger te Leeuwarden dan bevoorens.

De Studenten v.d. Zwaag zijn gister morgen met de wagen op bekomen berigt, van de bedenkelijke toestand hunner moeder aangekomen, na dat zij de ‘s avonds te vooren van Groningen vertrokken waren, de jongste had in 6 weeken zijne kamer niet verlaten gehad, hij bevond zich evenwel beter dan men hadde verwacht, schoon deze nachtreis, voor een zwak jongeling geen gunstige onderneming ware, maar de toestand hunner moeder, drong tot deze overkomst.

Blz. 34

Den 5 l.l. is onze Ojevaar ook te rug, en heeft terstond zijn nest betrokken, zijnde ongeveer een half jaar afwezig geweest; wie zal ons zeggen, waar zij zich gedurende dien tijd hebben opgehouden? over wat landen en zeën, om der en herwaards, zijn gereisd; mogelijk dat zij zich nu en dan wel in de nabijheid van de Russische en Turksche legermagten bevonden, althans wel overgevlogen zijn? indien mogelijk zoude men wel gaarn hunnen weg weten en hen in het verblijf in vreemde landen bespieden.

Den 9 Maart, heden dooi, doch gister morgen was de grond bijkans hard gevroren, zoo dat mijne vrouw en ik met de wagen zeer bekwaam de Wirdumer dijk konden passeren, om de Godsdienst bij te woonen en daar na aldaar een nacht bij onze kinderen te verblijven; zoo als wij dan ook gedaan hebben, te meer wijl dezelven voorgenomen hadden ons bijeen nacht verblijf op olie [...onleesbaar...] meer koeken te onthalen, ten dien einde woonden wij gister avond een aangenaam gezelschap van onze kinderen en wijdere familie, onder het genot van wel voorziene en gebakkene tevens zeer smakelijke oliekoeken, bij. Na aldus tot ongeveer 12 uur bij elkanderen geweest, verwijderd een ieder tot de zijne, en wij sliepen wijders tot het morgenlicht, ik verliet hen heden middag, terwijl mijne vrouw 's nadenmiddags de kraamvisite op de werp bij haar broeders dochter de vrouw van Lammert Sikkema zoude bijwoonen; gisteravond laat vorst, doch thans dooi.

Blz. 35

Den 11 Maart nachtvorst, anders goed weer N. wind; den 9 l.l. 's nadenmiddags is een droevig ongeluk te Wirdum gebeurt; een jonge vrouw, welke met overvallen bezogt ware, sedert een geruimen tijd, zoude eenig werk op het stal verrigten, althans heeft men haar na het gemis van een korten tijd, met het hoofd benedenwaards in het water gevonden, en na alle middelen beproefd te hebben levenloos bevonden te zijn, tot groote ontsteltenis van haar man ouders en zuster, zij laat drie kindertjes na, waar van de jongste pas een half jaar oud is. - Zij woonden allen te zamen en maakten een huisgezin, waar van de vader sedert lange jaren beroemd verwer en glazenmaker alhier, nemende haar man dit bedrijf ook kundig, sedert het introuwen een werkzaam deel in de menigvuldige bezigheden. 

Den 10 l.l. is het wijfje Ojevaar ook weder te rug en paarden dadelijk, het scheen dat het mantje haar reeds verwachte, althans meenden wij, zoo als in voorige jaren ook gebeurde, zoodanige teekenen te bespeuren, dat thans ook de terug komst verwacht wierd.

Den 12 Maart nacht vorst, heden wierdt de vrouw bevoorens gemeld 's voordemiddags 11 uur volgens gebruik ter aarden besteld, 21 mans en 19 vrouwen volgden het lijk; het is doch bedroevend, dat men van het gewoon kostbaar en ondoelmatig gebruik, om lijken ter aarde te bestellen niet kan of durft afgaan. Ons onderwijzer had de voorgang.

Blz. 36

Den 16 Maart, sedert de vorige, sterke nachtvorst heldere lucht Oosten wind. Indien men niet zoo ver in het voorjaar gevorderd ware, zoude deze vorst misschien met een nijpende koude verzeld gaan. In de binnensloten en gragten aan het noorden gelegen is nog dik ijs, gister morgen was op zulk een sloot van mijn naaste buurman met schaatzen gereden. - Des niet tegenstaande waren de landschepen van elders verleden vrijdag ter markt; de Bakker aan de noordkant van de kleine buren, was met verbazende moeite de haven ook uitgebroken, het ijs was aldaar op het dikste nog wel een steentje dik.

De markt was zeer levendig, de boter zakt en de granen houden geen prijs. Een boter kooper gaf mij zijns bedunkens daar van deze reden; de Engelschen hadden 14 dagen te lang zich te Harlingen moeten ophouden, eer zij met de boter naar Londen konden vertrekken dewijl de zee niet open was, hier door was de boter opgestapeld, en ook de granen zakten, een natuurlijk gevolg dat de boter geen prijs konde houden.

Den 17 Maart sterke nachtvorst, heldere lucht O.wind; de grond is zoo hard telken morgen, dat hij niet te bewerken is, op den nadenmiddag door de warmte der zon, is hij wel eenigzins ontdooit

Blz. 37

en daar door zoo morsig en glad, dat het moeilijk te reizen is. Het water zakt intusschen en het staat er wel toe, door de droge maart, dat het water wel tijdig genoeg zal weg gevloeit zijn.

De Ojevaars schijnen al eijers te leggen, gister misschien het eerst, want zij bewaren zoo zorgvuldig het nest, dat de een den anderen telkens vervangd om uit te vliegen, zij zitten zonder tusschen pozing zoo plat op het nest even als of zij sedert een geruimen tijd gebroed hadden; een zonderling verschijnsel voorwaar! hoe zorgvuldig bewaren zij de eijers? zij schijnen een gevoel te hebben, dat bij het opstaan en verlaten van het nest, de vorst de eijers zouden bederven; zoo dra dezelve daar van aangedaan waren al was het ook maar voor een keer.

Den 24 Maart, sedert de vorige nachtvorst verzeld van droogte N.N.O. wind.

Ingevolge onderlinge overleg, zijn A. Palsma en ik den 18 l.l. naar Oosthem gereist, om Doms Witteveen kennis te geven, dat de gemeente van Wirdum, hem gaarn tot haren predikant verlangde over alle de aangelegenheden wederzijdsch met elkanderen te spreken, den middag aldaar doorgebragt te hebben, zonder van wederzijden eenige beloften te doen, namen een hartelijk afscheid en kwamen 's avonds met de schuit ongeveer 7 uren thuis.

Blz. 38

Den 21 's voordemiddags deedde de schrijver Rekening en verantwoording over zijne administratie der Kerkvoogdij over 1828, voor eene, tot dat einde, van de hervormde floreenpligtige, benoemde Commissie, en is na welbevinding dezelve gesloten tevens als administrateur over 1829 gecontinueerd.

's Nademiddags hielden de hervormde floreenpligtige ingezetenen onderlinge bijeenkomst om met elkanderen tot het beroepen van Dos Witteveen te besluiten, en is na raadpleging algemeen daar toe besloten, tevens A. Palsma en de schrijver bij eenigheid van stemmen, belast met alle de werkzaamheden tot de beroeping tot dat einde na afloop daar van, op den zelfden avond in bijeenkomst met de Kerkeraad, is besloten op het spoedigste met de beroeping voortgang te maken, nemende Kerkeraad op zich om de Consulent welke hier 's anderen daags moeste prediken van het een en ander kennis te geven, en dan bij advertentie aan de floreenpligtigen, kennis te geven, dat de stemming op den 14 April bepaald is.

Den 23. hebben op convocatie van het Bestuur van het Friesch genoodschap, de leden comparitie gehad in het Heeren Logement te Leeuwarden

Blz. 39

onder voorzitting van de Crane oud professor. In deze vergadering is onder anderen besloten tot het drukken van een eigenhandig handschrift van Janke Douma uit de 15de eeuw, in folio over de 500 pag. groot, wijders tot het bekomen van eenige handschriften betrekkelijk de Friesche taal en geschiedkunde te Oxford aan de bibliotheek aldaar voorhanden, en zulks op aanbieding van de Engelsche geleerde Bouringh, onlangs zich tot dat einde in Friesland zich opgehouden hebbend, alle de werkzaamheden afgelopen zijnde, heeft men eenige Heeren tot gewone en buitengewone leden aangenomen, als ook tot Honoraire leden, onder anderen de voors. Engelsche geleerde Bouringh, Valk, Ambassadeur te London, wijders een en ander Duitsche Professors, en tevens met een pragtige maaltijd besloten.

Den 1 April, heden hebben wij verantwoordinge van 's Rijks Ontvangsten van den voorleden maand gedaan, na alvoorens in de laatste dagen dier maand ons onledig daar toe gehouden te hebben.

Tot den 29 l.l. sedert de voorige aanhoudene nachtvorst, evenwel is het weder wel eenigzins verandert, meer en min vogtig, doch koud, zooals heden N.W. wind.

De gemeente verklaard zich eenparig voor Witteveen een menigte stemceduls zijn rede geteekend, of staan

Blz. 40 

aangeboden om geteekend te worden, ten einde op den 14 April eerstkomende ingevolge oproeping in de Leeuwarder Courant te dienen tot de beroeping van Dos Witteveen.

Den 8 April, groeizaam, sedert de voorige afwisselende regen, doorgaans verzeld van koud weder.

Den 4 bevoorens bezogte mijne kinderen te Achlum, hoorde mijn zoon den 5 tweemaal te Achlum prediken, den 6 was het voor hem een ledigen dag; gedurende dezen tijd bragten wij aangenaam met elkanderen door, zij waren zeer opgeruimd dat het ons nog gebeuren mogt zoo te zamen zijn, en verblijden zich zeer dat ik thans na een groot 30 weeken afzijn, hen hadde bezogt, schoon zij er zeer op stonden, om nog een nacht te verblijven, reisde ik evenwel den 7 te rug naar huis, en vond de mijnen bij mijne te huis komst zeer welvarende.

Volgens afspraak komen bij welzijn mijn zoon en Dochter benevens hun klein lief zoontje van Achlum na Paasch dat is den 21 April hier uit van huis, zij verlangen zeer naar de familie, en deze wederkeerig naar hun.

Honderd en tusschen de 20 en 30 Roomsch gezindten te Leeuwarden van allerleijen staat onderteekenaars van de bewuste petitie, maakt onder Inwoonders aldaar een onaangename indruk, en geeft aanleiding tot een groote verwijdering van die teekenaars - lijsten van alle die persoonen worden uitgegeven, een spotprent gaat daar mede verzeld, verbeeldende de 4 pastoren aldaar, in de gedaante van Apen.

Blz. 41

Den 15 April, sedert de voorige afwisselende regen waar door het water zeer hoog wordt, en indien het Gouvernement, niet gezorgd hadde, dat in den verleden winter sterk gestroomd ware, het water thans zeer de overhand zoude gehad hebben; de wind is steeds zuid en dus weinig gelegenheid om te stroomen.

Gister den 14 heeft men volgens oproeping der hervormde Floreenpligtigen Domeni C. Witteveen te Oosthem tot predikant met 630 stemmen in deze gemeente beroepen, geene stemmen waren tegen allen voor zoo veel de stemmen uitbragten voor. Dos Andræ van Warga en Dos Lemke van Roordahuizum waren consulenten. Het beroepingswerk onder gebed en dankzegging eerwaardig en tevens wettig verrigt zijnde, is de Kerkeraad met de Haan als Koster heden met de beroepbrief naar Oosthem vertrokken om de beroeping Dos Witteveen aan te bieden, de leden van de Kerkeraad daar mede belast zijn Klaas Haaijes Stellingwerf en Anne Johannes van der Zee Ouderlingen en Wijger Doekes Hellema Diaken, de mede diaken, Jakob Palsma, konde om noodzakelijke dingen deze reis niet mede doen. Het zuiver traktament is hier thans circa 1100 gld en dat van Oosthem 1400 gld, daar zijn drie dorpen gecombineerd en hier maar een tevens aanzienlijk; hoedanig een besluit Witteveen nemen zal, moet de tijd leeren. De Wirdumer gemeente staat tusschen hoop en vrees, of hij het aannemen of bedanken zal.

Blz. 42

Den 22 April, heden droog N.O. wind betrokken lucht, treurig, tot den 20 afwisselende regen, weinig jongvee ziet men nog in het land, die de hunne uitgebragt, hebbenze om het onstuimige weder terug op stal gezet, behalven mijn buurman A. Everda laatze gedurende het onstuimige weder loopen; het land is wegens den regen zeer onbevoegd om het vee uit te brengen.

Gister den 21 mooi weder, zijn mijne kinderen van Achlum hier gekomen, wij hebbenze met de wagen uit de stad gehaald, tevens kwam mijn zwager van Deerzum hier ook en is heden morgen om 3 uur vertrokken om in het 4 uur schip te gaan en wijders naar Hallum te reizen, om noodige orders omtrent noodige werkzaamheden op zijn gehuurde plaats te stellen.

Heden hebben wij mijne kinderen met de wagen naar het gebuurte gebragt, om aldaar de familie wederzijdsch te bezoeken en tot van huis te blijven.

Gister heeft men een slechte kerel sedert lang van dieverij verdacht en van elders thans met zijn vrouw hier woonachtig, wegens op nieuw gepleegde dieverij gevat en te Sneek opgebragt.

Den 25 April, afwisselende regen koud N.O. wind, gister weekmarkt de boter 30 gld eenden eijers 36 Cents, de boter houd prijs, als mede de granen, sampt vette en kalve koeijen.

Blz. 43

Ten gevolge van het aanbieden van den beroep brief, heeft Dos Witteveen 14 dagen beraad genomen, te rekenen van den 19 April tot den 3den Mei; den 23 dezer hebben Dos en Juffrouw met een digten wagen zich hier laten vinden om nadere kennis van der gemeente plaatzelijke omstandigheden te nemen, de Kerkeraad en Kerkvoogden, hebben hen overeenkomstig de betrekkingen behoorlijk ontvangen en gedurende den dag met behoorlijke ververschingen en levens noodwendigheden onthaald; in tusschen de Kerk, Pastorie, school enz. nader bezigtigd hebbende, heeft men den dag, overigens aangenaam in de herberg doorgebragt, zonder dat Witteveen zich over zijn te nemen besluit, heeft uitgelaten, houdende zich aan zijne te vooren genomene bepaling, 's nademiddags om 4 uur, zijn zij weder vertrokken; men verlangt intusschen zeer na den uitslag dezer beroeping, en vooral dat hij het moge aannemen.

Een zonderling verschijnsel heeft zich op zondag l.l. namenlijk op paaschzondag te Leeuwarden vertoond, te weeten een Bruinvisch

Blz.44

vertoonde zich in de stads gragt, hij is de gehele gragt rond gezwommen en poogde zich door het verlaat te redden doch de buitendeuren gesloten hebbende trachte men ook de binnendeuren te sluiten om hem in de kolk te vangen, doch hij sloop alvoorens uit en redde zich weder in de gragt, eindelijk is hij door de Verwers Brug bij het Aanzentuin begeven in de Dokkumer Ee begeven, welke hij 's anderen daags tot aan Birdaard opgezwommen ware, aldaar heeft men hem door het werpen met steenen en anderzins belet verder te zwemmen, hij begaf zich spoedig weder te rug, met schieten kon men hem niet magtig worden, nergens hield hij zich op, en zwom zoo snel als iemand behoorlijk loopen kon, van tijd tot tijd zich boven begevende om adem te haalen, eindelijk heeft men hem met de Seine gevangen, en direkt aan wal de hals afgestoken, waar door hij geweldig bloedde, en stierf even als een slagtbeest. Men heeft hem in de stad en elders laten bezien, om daar door zich wegens de moeite schadeloos te stellen, eene menigte nieuwsgierigen hebben daar van gebruik gemaakt, en dezelve gezien.

Blz. 45

Men heeft dit geval zoo belangrijk gevonden dat men daar van een advertentie in de Leeuwarder Courant heeft geplaatst, van den volgenden inhoud.

"Leeuwarden den 23 April.

Op gisteren is alhier aan het publiek ter bezigtiging aangeboden, een Bruinvisch lang een el vijf en een halve palm en wegende 40 N. ponden, dewelke in de Ee bij het naburig dorp Wijns op maandag l.l. levendig is gevangen; het is meer dan waarschijnlijk, dat deze visch door een der zee sluizen naar de binnenwateren van dit gewest is gedreven, als zijnde dezelve hier in de stads gracht en op andere plaatsen des daags tevoren gezien"

P.S. op Tergragt heeft men hem gevangen.

Gister is mijn zoon de Dos naar Beetsterzwaag vertrokken, om zijn grootvader Dos Clock rustende predikant aldaar en thans 91 jaren oud te bezoeken. Waarschijnlijk preekt hij morgen aldaar, althans was dit de begeerte van den ouden man, om mijn zoon nog eens te hooren, maandag komt hij hier weer te rug.

Den 2den Mei, sedert de voorige altoos onstuimig tot op heden Z.W. gedurende de laatste dagen der maand hebben wij de maandelijksche Rijksbelastingen ontvangen en

Blz. 46

den 1sten dezer verantwoord. Mijn zoon is den 27sten te rug van de Zwaag gekomen en den 29sten naar Achlum vertrokken, latende zijne vrouw en kleine hier tot de nieuwe week. Gister weekmarkt, de boter was slapper, de granen houden prijs, de aardappels worden duurder, en gelden thans bij de partij ruim 85 Cents, de eenden eijers 37½ Cents.

Het was gister met de jongelingen tot de Militie aangelot een drukke aangelegenheid, door dien dezelve uit geheel dit gewest, den militaire stand aangeboden en overgenomen werden, een groote menigte had zich in het Zaailand tot dat einde bij een gebragt, alwaar de dienst van elk derzelver bepaald, en uitgenomen wierden, waar van een gedeelte tot de Cavallerie en de overige tot de Infanterie geschikt zijn - ten gevolge daar van zijn er heden morgen een menigte misschien de cavalleristen hier voor bijgegaan, mogelijk naar buitenlandsche plaatzen bestemd, en de andere naar Groningen verreisd om aldaar in guarnisoen georganiseerd te worden. 15 zijn er uit Leeuwarderadeel ingelijfd.

Den 9 Mei, sedert de voorige afwisselende regen, groeizaam, omdat de landen zoo nat zijn, worden de beesten nog binnen gehouden, schoon het hooi over het algemeen zeer schaars is - met alle bezuiningen zullen vele boeren den 12 Mei of eenige dagen daar na met hunnen voorraad kunnen reiken, de zoodanige namenlijk welke gewoon zijn jaarlijks over te houden; zommige

Blz. 47  

hebben al hooi gekogt het welk buitengewoon duur is, of anderen die dit niet konnen doen, de beesten in het land gelaten, de boter zakt de granen houden prijs, even zoo zijn de beesten in prijs gedaald, behalven koeijen met vleesch of die vet zijn, worden steeds getrokken en zijn duur.

Mijn broeder van Wanswerd benevens zijne vrouw en zoontje zijn hier den 2den uit van huis gekomen en den 4 vertrokken, latende zijne vrouw hier tot den 7 welke toen mede vertrok.

Mijn zoon van Achlum is den 5 hier weder gekomen om zijne vrouw weder te halen en zijn den 7den naar Leeuwarden vertrokken om de familie aldaar tot heden te bezoeken, en dan weder naar huis te trekken.

Den 5den heb ik mijne kinders te Deerzum bezogt, welke rede resolvatie maken om naar Hallum te verhuizen, gister hebben wij een schipper gehuurd voor 30 Gulden, om het vee over te voeren naar Tergragt.

Den 7den hebben wij Kerkvoogden ons onledig gehouden met het opmaken der omslag Billetten der hervormde floreenpligtigen, om op den 20 dezer de belasting daar op te ontvangen.

Dos Witteveen heeft op den bepaalden tijd, voor de beroeping van Wirdum tot der gemeente leedwezen bedankt. Wij zijn dan genoodzaakt om andermaal een keuze te doen.

Den 13 Mei. N. wind, verzeld van sterke droogte. Het water begint sterk te zakken, en de landen op te drogen dit

Blz. 48

is, voor tegenwoordig van het grootste belang, want er zullen maar weinige jaren geweest zijn, dat het hooi zoo algemeen verteerd is, de meeste boeren moeten uit volstrekte noodzakelijkheid het vee in het land brengen hoewel er genoegzaam voorraad van gras is, maar door de nattigheid niet geschikt om het vee te dragen, dus is de sterke droogte thans van het grootste nut, dewijl alle dagen en volgende van dag tot dag van de stallen in het land gebragt wordt en zal worden, trouwens de tijd is reeds daar en roept het vee in het land. - Ons hooi, daar wij sedert vele jaren overhielden, is ook op, heden hebben wij eenige uitgelaten en zullen morgen de rest uitbrengen.

Gister den 12 is mijn Zwager benevens zijn huisgezin van Deerzum, met zak en pak huisgeraden en inboel reeuw en beslag naar Hallum verhuisd, de goederen waren meest in schepen ingepakt, het vee zoo als wij voormaals melden, in een daar toe geschikt gehuurd schip overgebragt.

Het schoone en droge weder heeft ongemeen deze verhuizing begunstigd, zoo als het bij alle diergelijke gevallen voor de inwoonders van dit gewest welke verhuizen moesten dat altoos op den 12 Mei plaats heeft, van een onwaardeerbaar belang geschat moet worden.

Gister is hier Kerkvisitatie geweest, dat is, door een commissie van Predikanten, gelijk volgens jaarlijks gebruik in alle gemeenten plaats heeft, onderzoek naar de toestand der gemeente gedaan.

Blz. 49

Den 25 Mei heden sterke koude N. wind, sedert de voorige droogte, men verlangt naar regen, de lucht was gister broeijig waar door het scheen dat men ook regen had te verwachten, doch ten gevolge van de donderige lucht is het in een drooge koude Noordewind overgegaan.

De floreenpligtigen hebben goedgevonden, de verkiezing van een predikant aan de Kerkvoogden op te dragen, doch deze kunnen tot nog toe zich in de keus niet vereenigen.

Den 9 Junij noch als vooren sterke droogte N. wind schoon men niet zeggen kan dat het onvruchtbaar is, vorderen evenwel de mieden weinig wegens de groote droogte, en het lat zich aanzien, dat er geen genoeg hooi zal gewonnen worden. - Een ieder der boeren althans in dezen omtrek laat nog niet maaijen, in voorigen jaren was ik vroeg, thans heb ik met de maaijers bepaald om op den 15 eerstkomende een aanvang met maaijen te maken. - De beesten vooral het melkvee worden goedkoop; de boter rijst eenigzins zij is steeds een groot 20 Gulden de kaas 15 Gld, verleden marktdag waren de hoogste fandels 27 Gulden.

Tot lid van 't Kies Kollegie benoemd zijnde, hebben de kiezers ten getale van 23 een was er absent, Kiesvergadering te Bergum op den 1 dezer gehad, en aldaar zes staatsleden benoemd, allen met eenparigheid van stemmen. Na den afloop heeft een der benoemde staatsleden J. Alberda secretaris van Ferwerderadeel, de kiezers op de Bergumerdam ter maaltijd laten komen, en wel onthaald zijnde vertrokken 's nademiddags vijf uur, en kwam 's avonds half 8 weder thuis. - Den 3 daar aan volgen-

Blz. 50

gende zijn mijne vrouw en ik, tevens met een onzer kinderen met de wagen naar Hallumer mieden gereisd om onze dochter en zwager onlangs van Deerzum gekomen, een nacht te bezoeken wij bevonden hen alle wel, de boerderij was goed aan den gang, zij molken 29 koeijen, 's anderen daags kwamen wij weder in welstand te huis.

Den 15 Junij. Steeds sterke droogte, warm, wij zijn heden begonnen te maaijen, onze buren zijn reeds aan den gang. Den 10 bevoorens bezogten wij in familie mijne zuster en Zwager op Hallumer mieden; en zijn voornemens in familie mijn Broeder op de streek morgen te bezoeken.

Gister zijn Andle en ik naar Stiens geweest om Dos Esscher te hooren, doch hij nam als consulent de bevestiging waar van de naburige Dos te Finkum. - Steeds blijft de kans onzeker, welk predikant men hier zal stemmen.

Den 27 Junij groeizaam buijig, zoel. Den 16 bevoorens hebben wij in familie mijn Broeder bezogt en den 23 daar aan volgende onzen zwager te Goutum.

Den 22 had het Friesch genoodschap, hare tweeden loop van dit jaar, gewoone vergadering in het heeren Logement te Leeuwarden; men heeft in de onderscheidene afdeelingen verslag gedaan, van hunne werkzaamheden, de prof. de Crane, heeft eene doelmatige redevoering gedaan over A. Junius rakende deszelfs handel en wandel, gedurende zijn geheel leven tot aan deszelfs dood, waarna een kostbare maaltijd de vergadering gescheiden

Blz. 51

is en kwam 's avonds 8 uur te huis.

Ten gevolge van het onweder in den nacht tussen den 25 en 26ste Junij is er een boere huizinge in het Oudkerkster Klooster (van ouds Bethlehem) verbrand, een weinig van het huisraad is gered, overigens alles verbrand. De man was weduwnaar met eenige kinderen in geringe omstandigheden. De plaats was zeer bouwvallig tevens verassurandeert en behoorde de Kerk van St Nikolaasga; sedert is er sterke afwisselende regen gevallen, bevoorens tot aan dien tijd was het droog en zeer schoon weder, waar door de boeren in het hooijen sterk vorderden, maar thans niets verrigten konnen.

Den 9 Julij, sedert het bevoorens gemelde onweder is het afwisselende regen, waardoor de onleegtijd bezwaarlijk voorwaarts gaat; wij hebben nu ruim de helft gedaan.

Gister den 8 heeft men met eenparigheid van stemmen Dos Harders van Oostermeer enz. alhier tot predikant beroepen; of hij het aannemen zal of niet moet de tijd leeren.

Den 23 Julij, onbestendig sedert de vorige met afwisselende regen. De onleegtijd heeft een tragen voortgang gehad; den 16 bevorens hebben wij benevens onze naaste buren gedaan gekregen, overigens, zullen misschien in den loop van deze week de meeste gedaan krijgen. Er is nog al boven verwachting hooi gewonnen, door dien een ieder zoo lang met maaijen heeft gewacht als het mogelijk ware, en sedert de invallende regen niet onvruchtbaar geweest is; schoon groeizaam

Blz. 52

gaat het de boer echter niet voordelig, dewijl de boter zich steeds in eenen zeer lagen prijs houd. De markt is zeer zonderling de boterkoopers nemen de boter zonder prijs liefst van de boeren, maar enkele die een vasten prijs bedingen kunnen; de prijs wordt door een zoogenaamde schipper bepaald en daar mede is het afgedaan, alle de boter wordt daar na geregeld betaald.

Onze Ojevaars hebben vier jongen groot gemaakt, deze verlieten in het begin van Julij reeds het nest, en vliegen thans her en derwaarts maar houden zich in dezen omtrek op; in de andere maand nemen zij de groote reis naar een ander werelddeel aan. De trek daartoe hen ingeschapen is een zonderling verschijnsel der natuur.

Den 28 Julij, sedert de vorige afwisselende regen, den 25 's nademiddags hadden wij zwaar weer; in Baarderadeel zoude een beest doodgeslagen zijn, doch vordert nadere kennis. Den 23ste hadden de gecommitteerden Comparitie te Wirdum, in welke vergadering het nog resterend der brandschade den 14 Oct. 1828 te Grouw voorgevallen door den boekhouder uitbetaald wierd en hier mede die gehele schade ter somma van 3795 Guld. vergoed wierd. - Tevens wierd in deze vergadering het tarif van Vee hooi en granen voor een volgend dienstjaar vastgesteld; overigens is nog een provisioneele gecommitteerde te Jelzum, in plaats van Willem Pieters Brouwer van Stiens overleden, aangesteld.

De beroepene Domeni heeft bedankt, doch worden op nieuw pogingen aangewend om hem andermaal te beroepen, met verhooging van traktement.

Blz. 53

Onze Grietman Cammingha verlangt de brandspuit alhier aanwezig te zien werken, diensvolgens hebben Brandmeesters besloten, op morgen dezelve te laten spuiten, en de Grietman verzogt als dan tegenwoordig te zijn.

Den 4 Augustus, sterke wind, hedennacht heeft het buitengewoon geregend, het schijnt dat het gedonderd heeft even althans is het weder zoo.

Het onweder van den 25ste l.l. is zeer algemeen geweest en hier en daar buitengewoon hevig, te T'oppenhuizen of in dien omtrek is een boere huizinge en onder Oudkerk een rook hooi door het onderweder afgebrand.

De Brandspuit heeft de goedkeuring van het Grietenij Bestuur bij het probeeren onlangs volkomen weggedragen en dit zooveel te meer om dat de Brandspuit sedert 1803 reeds aanwezig en zoo wel onderhouden is.

Gister zijn in familie alhier tegenwoordig geweest namentlijk alle mijne 4 vookinderen met hunne mannen en vrouwen, zoo als Do van Achlum en zijne vrouw benevens de boer en vrouw van de Pastorieplaats aldaar, neef Draaisma en IJtje ook aldaar, Wijger en zijne vrouw, Dieuwke en haar man, kinderen uit de buren, benevens Kijke en haar man met hunne kindertjes van Hallumer mieden; den dag aangenaam met elkanderen doorgebragt te hebben vertrokken weder tijdig.

Den 1 Aug. l.l. zijn Andle en ik tezamen Kerkvoogden naar Dos Harders te Oostenmeer geweest, om het een en ander over de herhaalde beroeping op dezelve uit te brengen af te spreken en hem met de wijze van de verhooging des inkomens, ingevolge besluit van de voornaamste floreenpligtigen particulier hier over teza-

Blz. 54

men geweest, bekend te maken, schoon geen stellig antwoord bekwamen, heeftmen echter hoop, dat hij het beroep zal aannemen.

Niettegenstaande de vruchtboomen buitengewoon door de zoogenaamde wolf beschadigd zijn geweest, belooft men zich echter een beter appel dan verleden jaar, dewijl de boomen over het algemeen wel voorzien zijn, hoewel wij voor eigen behoefte genoeg hebben, zijn de boomen thans zoo vol niet als voorleden jaar.

Men ontdekt aan de bouwkant een schadelijke rups vooral aan de zomervruchten, onder anderen aan de boonen, vlas, aardappelen, enz., ook elders in de haver, waar door sommige landen geheel afgevreten zijn, en de boer genoodzaakt is genoemde landen weder te ploegen.

Gister is de zoogenaamde Konings zweep verreden, door het schoone weder passeerden derwaarts langs de straatweg een groote menigte rijtuigen, niet tegenstaande de zware tollen, wordt zulks met den tijd een gewoonte, hoewel voorzeker zooveel niet wordt gereden als wel voormaals, toont men zich door gaans daar mede: het is een heerlijke weg, dit lokt dan weder uit; de opbrengst der tollen over het geheel en vooral het naaste tolhuis aan de stad, alwaar alle zijdwegen tevens gesloten zijn, zal verbazend zijn; want van hier naar de stad en weder te rug bedraagd de tol voor een wagentje met een paard bespannen twintig Cents.

Heden in den nadenmiddag afwisselende sterke regen, geen dag gaat er doorgaans voorbij zonder dat het min of meer regent.

Den 10 Augustus, sedert de vorige droog weder met afwisselende zonneschijn, waar door het gras zeer overvloedig is, het staat er dus wel toe dat er nog veel nagras zal gemaaid worden, althans zijn wij voornemens nog veertien

Blz. 55 

veertien pondemate te maaijen, over het geheel is te weinig hooi gewonnen, doch door het te namaaijen als het goed wordt geoogst, kan dit een aanmerkelijke hoeveelheid nog opleveren. In dezen omtrek is dus geheel geen of althans zeer weinig hooi verkogt, de prijs was elders zeer hoog, mijn Neef Draaisma te Achlum hadde 8 a 9 weiden voor zeventien Gulden het stuk afgeleverd: zoo duur heb ik uit andere oorden van ons gewest niet gehoord dat het verkogt is.

De markt was verleden vrijdag en zoo ook de vorige marktdagen te Leeuwarden vol vee, geschikt vee derde kalfs en vroeg melk, vindt nog al grage koopers om uit te voeren, waar van de middelprijs steeds op zeventig gulden mag geschat worden, de minderzoort naar kwaliteit; trouwens ons gewest is thans van overvloed van vee voorzien en indien er geen tijdige verzending plaats hadde, zoude de prijs in de herfst aanmerkelijk konnen gedaald zijn, een ieder moet verkoopen; indien wij om het hooi zoo als andere jaren de stallen vol zetten, dan moet ik bovendien nog zes verkoopen en zoo gaat het een ieder.

De boter kan bezwaarlijk prijs houden, 24½ gulden was de hoogste prijs van de beste verkogte boter.

Den 5 l.l. zijn onze nabestaanden Broeder en Zusters in familie hier te zamen geweest, na dat 's voordemiddags elders veel geregend hadde, was het overige van den dag droog en schoon weder; den dag met elkanderen aangenaam doorgebragt te hebben, vertrokken 's avonds tijdig; hoe dankbaar moest men dit erkennen, nog in de gelegenheid gesteld te worden, zoo aangenaam bij elkanderen te zijn.

Blz. 56

Den 8 l.l. heeft de controleur Bouricius ons Kantoor geviseerd, dit was reeds de derde maal in de loop van dit jaar, onlangs was de hoofd Inspecteur Veening hier tot het zelfde einde - T'elkens bevond men alle papieren en stukken tot het Kantoor der dir. Bel. en accijnsen betrekkelijk volkomen te sluiten. - Dit geeft altoos een aangename gewaarwording en te vredenheid in het gemoed; gerust kan men altoos hoe onverwacht ook zijne superieuren afwachten, deze juistheid in de Administratie heb ik grootendeels aan mijn zoon te danken, hoewel ik mij niet behoef te beklagen, dat ik voormaals toen alleen het Kantoor in de kragt van mijn leven, bestuurde, minder juist en actief ware als thans.

Den 15 Aug. alles zeer nat wegens de afwisselende sterke regen; sedert eenige dagen zoel met afwisselende onweder - de Wirdumer Kermis hebben wij bij onze kinderen in het gebuurte doorgebragt, ook waren tegenwoordig onze zoon den Dos van Achlum en zijne vrouw benevens neef Draaisma en zijne vrouw, te zamen met een digten wagen. Het was gedurende de Kermis dat voormaals met een dag en nacht plat afgedaan waren, doch thans twee a drie dagen duurt, even als in voorgaande jaren. - De buikspreker Lantinga waar van wij vier jaren verleden roerden heeft op den tweeden en derden avond, onder eene menigte toekijkers voor ieder 30 Cents, zijne gaven weder laten horen en zien.

Den 13 is Dos Harders voor de tweede maal gestemd en den 15 hebben de floreenpligtigen zijn inkomen met 50 gld verhoogd, met welke stukken de Kerkeraad heden naar Oostermeer vertrokken en hoopen het aannemen terug te ontvangen.

Blz. 57

Den 17 Aug. De regen valt bij afwisseling somwijlen zeer sterk zoo los neer, een ieder verlangt na droogte, sedert het laatst van Junij is het bij afwisseling altoos nat.

Dos Harders heeft het beroep aangenomen, waar van op den 16 de eerste afkondiging is geschied; op den 17 des voorgaanden en dus op den dag zijnde zondag des jaars 1828 overleed onze vorige Leeraar Dos W. v.d. Zwaag; hetwelk als eene bijzonderheid kan worden aangemerkt.

Op heden was Dos Harders met zijn vader voornemens geweest een reis naar Wirdum te doen volgens afspraak met de Kerkeraad, doch als het regende zoo als het heden afwisselende doet, zoude hij morgen komen.

Er is overvloed van gras, maar als het niet veranderd dan zullen de landen schielijk trappen; het maaijen van nagras is reeds aan den gang.

Den 22 Aug. thans aangenaam weder, doch sedert de vorige afwisselende regen verzeld van onweders vooral den 20 dezer. Den 19 is Dos Harders hier met zijn vader geweest. Mijn zoon uit het gebuurte naar Achlum een paar nachten, wij verwachten hem heden terug.

De Ojevaars zijn reeds merendeels verdweenen, enkelden houden zich hier nog op, vooral een welke 's nachts doorgaans een der schoorsteenen tot zijn verblijf neemt, of dit een der ouden is, heb ik nog niet gemerkt.

Blz. 58

Den 24 Aug. Nog altoos afwisselende overvloedige regen en harde wind, heden storm wind.

Het hooi dat nog niet gezweeld is, ziet er niet gunstig uit het heeft een geelachtig aanzien. Met deze harde wind, zullen de granen op het veld, welke tegen het rijpen zijn, geweldig lijden - volgens advertentie in de Couranten, wordt het staande graan ook in andere landen van de rups aangetast. Deze rups is groen, een halve vinger nagenoeg lang met vier pooten voor en agter twee, voorzien, ik heb ze niet gezien, maar zoo zijnze mij beschreven, de voortgang hunner verwoesting is bijkans ongelooflijk; iemand vertelde mij dat een zeker boer 's avonds dit ongedierte eerst in een stuk graan hadde bemerkt, doch dat dit zelfde stuk land 's anderendaags reeds kaal gevreten was. Dit Insect heeft ook al zijne vijanden, n l. onder anderen de schierstinsen, zoo als ze in de land taal genoemd worden, waar deze zich ophouden, kan men zich verzekerd houden, dat die plaats door de rups aangetast is. - Het koolzaad wordt dagelijks bij droog weder gedorscht, dit werk wil ook niet voort, dewijl het maar enkele stonden treft dat het dorschbaar is; het zaad is duur en vooral het eerste dat wel gewonnen ware, tot 12 Gulden de mudde; wij hebben verleden zatur-

Blz. 59  

dag een wagenvol koolzaadstroo gehaald van Stiens, ons volk reden met twee wagens uit; maar om de modderige wegen aldaar, heeft men maar een tevens konnen vervoeren en de andere lege wagen agtergelaten, om bij de eerste gelegenheid van daar te halen het welk heden zoude geschied zijn, maar om de zware regen hebben wij daar van tot nog toe afgezien.

De boter was verleden marktdag nog de vorige prijs zoo ook de kaas. De koemelkers boer heeft daar door een slecht uitzicht; om de boven matige huur te maken, de zulke nl. welke boven anderen de plaatzen duur in huur hebben.

Den 25 Aug. Zeer onstuimig verzeld van harden wind, en buitengewone regen; den verleden nacht afwisselende donder, zoo dat het tegenwoordig luchtgestel, niets anders als een vergevordert herfstweer teekent; het is overal zoo nat dat dijken en wegen bijkans onbruikbaar zijn; het doorgaande wederzijdsch onderhoud is telkens over het buitengewone weder, de menschen kijken over deze bedenkelijke toestand daar bij elkander bedroefd aan.

Mijn zoon, de onderwijzer en Chirurgijn uit de buren zijn deelgenoten van een wel verzekerd (zoo ik meen) te Amsterdam gevestigd weduwen en wezen fonds; maar waar van het berigt van ingekomen is, dat de directeur verdweenen ware, ten gevolge daarvan

Blz. 60

hebben genoemde personen aanschrijving bekomen van de correspondenten te Leeuwarden en elders woonachtig, om heden te Leeuwarden te compareren, ten einde met elkanderen over de belangen van dit fonds te raadplegen, zoo als zij dan ook derwaards gereisd zijn.

Mijn zoon berigte mij zoo even dat zij heden in hunne bijeenkomst eene Commissie van drie perzonen hadden benoemd (n.l. den Heer Alberda Notaris, Sinnema Correspondent en de griffier Gosliga) welke met de barge heden nacht naar Harlingen en morgen vroeg met de stoomboot van daar, naar Amsterdam zouden vertrekken ten einde onderzoek te doen na gemelde fonds en als dan te handelen, zoo als zij zouden verstaan te behoren.

Het mantje Ojevaar heb ik heden op de schoorsteen nog gezien, en klepperen gehoord, terwijl anderen hoog in de lucht met ronde kringen oostwaarts zweefden. Als deze naar de hun aantrekkende landen verhuisden kan ik niet met zekerheid zeggen, maar wel gissen.

Het weder is tegen den avond droger geworden, het weerglas is ook geklommen, doch de lucht is nog koppig.

Den 27 Aug. heden weder regenachtig, gister mooi weder met afwisselende zonneschijn; wij hebben toen een gedeelte van ons liggend hooi gezweeld, schoon het lang niet rijp en droog ware in oppers gezet, om naderhand te weeren; doch op den avond kwam er een bank in het zuiden tot het westen en de

Blz. 61 

wind kromp tot het zuidoosten een voorteeken van onweder, zoo als het zich dan ook weder openbaart en dreigt, het schijnt dat het weer bijzonder nat is, dat het tot geen droogte kan komen.

Den 1 September, N.W. sedert een paar dagen droog, waar door er veel hooi binnen gebragt of gezweeld wordt; wij hebben 9 pondemate nieuw gras gezweeld en ook in huis, nadat het vooruitgezien ware, is het nog tamelijk wel binnengekomen en dus boven verwachting, heden zijn wij weder begonnen te maaijen in 5 pondemate bij de buren en hoopen dat het weder ons daar en anderen moge gunstig zijn, vooral wijl de Werpsterdijk thans om te hooijen onbruikbaar, en wijl wij dezelve passeeren, zijnde met zet en barten daar aan belend.

Heden is in den vroegen morgen het lijk van den Hoog Welgeboren Heer, jonkheer Schelto Hessel Roorda van Eijsinga Ridder van de Orde van den Nederlanschen Leeuw, Lid van de Ridderschap en van de Staten van Vriesland en Grietman van Doniawerstal den 27 Aug. l.l. te Langweer in den ouderdom van 49 jaren overleden, op de landhoeve van den Oud Gouverneur Jr. Abinga van Humalda op de daar toe vervaardigde grafstede, even als deszelfs vader in den verleden jare bijgezet; met dit onderscheid, dat toen als ook nu de lijkdragers alle Wirdumer ingezetenen, maar thans vreemde waren, met het veerschip van Langweer, toen een wonnevragt van Leeuwarden.

In de laatste dagen der voorgaande maand hebben wij ons onledig gehouden met het ontvangen van de verponding, vee fonds, patenten Rijdersgeld enz. en heden verantwoord.

Blz. 62

Den 5 Sept. mooi weder verzeld van droogte, den 3 l.l. hebben wij nog een wagenvol koolzaadstroo van Stiens gehaald, de dijken beginnen op te droogen, waardoor heden een menigte hooiwagens de straatweg hier voor bij passeeren en met koolzaadstroo te rug komen. - Met het mooije weder kan alles te regt komen, althans heeft de natuur een veel gunstiger aanzien. Er wordt dagelijks hooi gezweeld of te huis gebragt; hetgeen wij thans gewonnen hebben broeit zeer sterk, ten gevolge daarvan hebben wij er in gesplit.

Elders in de nabuurschap, schoon niet onder Wirdumer behoor, ten minsten zoo veel mij bekend is, heerscht de varkens ziekte, en er sterven veel.

De magere varkens uit het land worden duur verkogt, de algemeene zoort ruim 14 Gulden het stuk, er zijn alle weeken een groote menigte op de markt, koeijen en rundvee, zoo wel vette, als melke, en vroeg melke een groote menigte.

Daar het scheen dat de Ankers der Kerk zich niet in een goeden toestand bevonden, hebben wij die laten onderzoeken en daar het noodig ware nieuwe gehegt, de banken in de Kerk, welke reparatie onderworpen waren, hersteld. Ook zal het Hek aldaar vergroot en zoo noodig vernieuwd worden.

Den 12 Sept. Regen, gedurende voorleden week heeft men een goede droogte gehad, waardoor er veel hooi

Blz. 63

en granen ingezameld zijn, doch gister nademiddag en sedert tot dit oogenblik is alles weder nat en herfstachtig.

Den 10 en 11 heb ik mijne Dochter en Zwager een paar nachten op Hallumer mieden bezocht, welke zich wel bevonden, na den aldaar ook op de andere mieden woonende zuster en zwager wederkeerige bezoeken gegeven te hebben, gingen wij 's vrijdagsmorgens in het Hallumer schip naar Leeuwarden en mijne bezigheden aldaar verrigt hebbende kwamen 's middags in welstand bij de mijne.

De wind schiet terwijl thans schrijf met kracht en hevigheid naar het noorden verzeld van stortregen, morgen volle maan en verduistering. Dit verwekt al weder bekommering voor hoog water, en dit zoo veel te meer, wijl de pollen alwaar honderden van beesten weiden bij zoodanig weder bedreigd worden van de zee over te loopen, en als dan de weide bedorven en de beesten schade lijden.

Van wegen het Grietenij Bestuur worden de Kerkvoogden verzogt een staat op de geven van de Kerke inkomsten en uitgaven, ten gevolge van een Rekwest door de Kerkvoogden aan Z.M. den Koning gedaan, om het alterum tantum van 50 gulden tot verhooging van des Predikants traktement uit 's Rijks kas te genieten; met welke werkzaamheden nademiddag met mijn medekerkvoogd A. Palsma zal belasten.

Blz. 64

Den 17 September, heden fraai weder met droogte, sedert de voorige aller onstuimigst, tusschen den 13 en 14 is er zooveel regen gevallen, dat het water overal ruim een half voet en elders veel meer gewassen is, de laagste landen staan overal onder, het hooi drijft in het water, en indien men geen betere herfst en vermindering van water verkrijgt, dan is het met de weide in de laagste landen gedaan.

Ten gevolge van de afwisselende onweders welke dit onstuimige weder verzelden is er tusschen den 12 en 13 een boere huizinge afgebrand, bij de nieuwe Zijlen agter Dokkum.

Door hooi broeijen is er een huizinge en schuur op de Joure en pas een week of veertien dagen geleden een te Dragten en een te Langweer afgebrand.

Het nagewonnen hooi te weeten, dat van voor verleden week is een schroomlijke broeijing onderworpen. Wij hebben verscheidene gaten in de kleine golle gesplit en gister avond in de lengte midden wel ruim een halve roede behalven de gaten gedold. Daar het hevigste broeit is het hooi zwart; Jan Dirks Valkema split en werkt er dagelijks in, insgelijks Pier Stornebrink heeft er den verleden zondag den gehelen dag in gesplit.

Den 14 ben ik weder op sterk en dringend verzoek naar mijne dochter en zwager op Hallumer mieden gereisd welkers outst zoontje gevaarlijk van een zinkking koorts aangevallen is, bij mijn vertrek van gister, scheen het wat ruimer; ook is mijne zuster aldaar onpasselijk.

Blz. 65

Den 19 Sept. steeds afwisselende regen; het water is zoo hoog in de sloten dat dezelve niet behekkeld konnen worden, voorts is er om de nattigheid op het land weinig te doen, waar door de arbeiders weinig verdienen, wij zijn nog bezig geweest om de ruigscherne over het land te brengen, maar om de regen moeten wij dit werk staken, er zit nog voor een dag werken.

De berigten van Hallumer mieden zoo wel ten opzigte van mijner kinderen zoontje, als ook van die mijner zuster, waren gister zijnde marktdag te Leeuwarden, niet ongunstig.

Op zulke dagen komen er uit alle oorden van ons gewest daar ter stede, om zijne bezigheden waar te nemen, en het mist zelden, dat bij zoodanige gelegentheden familie en vrienden elkander spreeken, vooral uit der boeren en kooplieden stand, waar door men dus alle weeken wederkeerig elkanders toestand verneemt. Voor de maatschappij is de marktdag aldaar aller belangrijkst, de toestand van ons bijkans geheel gewest en daar onder koophandel neering enz. wordt openbaar en bekend. De drukte het gewoel op de straten en marktpleinen is dezen dag verwonderlijk, ja bij kans ongelooflijk, wat er niet omgezet wordt.

De boter en kaas houden dezelve hoogte, schoon de kaas matig in prijs is, zal de boter der boerenstand ongemeen drukken, zij is sedert mei door elkander 5, 6 a 7 Gulden te goedkoop, men hoopt steeds na beterschap, maar deze negotie gaat gedurende haren eigen gang.

Blz. 66

Den 22 Sept. steeds afwisselende regen, zoel en damp weder; de wegen zijn bijkans onbruikbaar, evenwel zijn er gister Bergumer Kermis, nog al vele rijtuigen de straatweg gepasseerd, trouwens deze Kermis is ook nationaal een ieder die kan en maar eenigzins in de gelegenheid wil daar na toe, niet zoo zeer om zich op de Kermis te vermaken, maar om te rijden, en zoo de menigte van rijtuigen te zien niet alleen, maar ook de ongelegenheden bij te wonen, welke daar mede verzeld gaan; want de verscheidenheid van zoodanige gevallen zijn niet zelden of om te lagchen, of zich te verblijden, dat er geen armen en benen, wagens chaissen en allerlei slag van rijtuigen gebroken en doorgeboord, of de paarden op de loop en over de kop gejaagd worden, velen moeten zich verblijden daar zij met hun rijtuig zoodanig in de menigte der beklemde rijtuigen ingesloten zijn, dat zij soms maar eenige treden op en voorwaards geschoven konnen worden, en dierwijze vaak op een verdrietige, vervelende als het ware kruipende den weg passeren konnen. Het eindelijk besluit van dit feest is 's nademiddags op den Aanzentuin de trein op de te rug komst door de reijen van een onzachlijke menigte nieuwsgierigen aldaar te zamen gevloeid, af te wachten en te zien door passeren; het gematigde weder heeft dit feest begunstigd.

Volgens aanschrijving moest de vergadering van het Friesch genoodschap in het Heeren Logement, gister te Leeuwarden bijwonen, maar om dat ik als mede directeur van de Brandsocieteit alhier, verzogt wierd door den Heer Beijma, thans lid der gedeputeerde staaten, en tevens

Blz. 67

voorzittend lid der gecommitteerden te zamen met P. Sierdsma, Assessor van Baarderadeel en tevens mede gecommitteerde, welk alhier in de herberg de Acten van inschrijving in gemelde societeit door mijn zoon in gereedheid gebragt met de inschrijvingen te verifieren en voornemens waren te teekenen, hen te adsisteren; zoo vorderde de belangstelling in de Brandsocieteit dat ik van deze vergadering tot mijn leedwezen moeste afzien, en zulks door een brief aan den Heer Amersfoordt Rector te Sneek en secretaris of penningmeester dezes genoodschaps af te schrijven.

De Heer Bijma en Sierdsma en tevens mijn zoon als Boekhouder, waren, door mijn geadsisteerd, met de voorzeide werkzaamheden van 's morgens half 9 tot 's avonds 6 uur bezig, zonder eenig tijdverzuim, dan alleen een burgermaal tusschen beiden tot behoefte te genieten.

120 acten van gebouwen watermolens magazijnen, winkels enz. daar onder begrepen en 471 Acten van vee, hooi en granen, werden post voor post volgens gebruik, geverifieerd en alzoo door genoemde Heeren geteekend, om na den afloop dezer maand, door den bode rondgebragt en aan de deelnemers uitgereikt te worden.

Jaarlijks wordt deze sociëteit uitgebreider en aanzienlijker, de inschrijvingen zijn in dit jaar met ruim driemaal honderd duizend gulden vermeerderd, en heeft thans eene hoogte van bijkans vier millioenen guldens bereikt.

Daar doorgaans zoodanige oprigtingen op den duur geen stand houden, is in tegendeel onze Brandsocieteit van zulk eenen aard, dat die van jaar tot jaar meer zekerheid en vastigheid bekomt, niet alleen wegens het bestuur, maar ook vooral wegens de inrigting; schoon wij sedert de oprigting tusschen de 20 en 30000 gld door den brand schade leden, en vergoeden

Blz. 68

bij omslag opvolgende altoos goedwillig gecontribueerd, belet zulks niet de deelneming af te schrikken, maar veel eer te gereder toe te treden, zoo dat verre weg de meesten in deze grietenijen Leeuwarderadeel, Ydaarderadeel, Rauwerderhem en Baarderadeel, den omvang dezer Societeit, reeds deel genomen hebben en opvolgende nog deel nemen, waar toe de kosten zeer gering zijn, doch evenwel toereikende om de Administratie gaande te houden niet alleen, maar bij het vermeerderen der kas, of bij gelegenheid van brandschade, of de contributie bij het inschrijven te verminderen, dezelve niet tot een aanzienlijk kapitaal te doen toenemen.

Gedurende dezen zomer dat is sedert den 25 Junij zijn er in ons gewest zes boere behuizingen afgebrand als te Oudkerk, Langweer, Nieuwe Zijlen door onweder, Joure Dragten door hooibroeijen en onlangs te Appelscha door onvermelde oorzaak.

Den 26 Sept. het schijnt dat het weer met de nachtevening een keer tot droogte neemt, althans is het heden zoo vris en droog, dat er geen beter weder, om te wenschen over blijft, schoon het gister marktdag te Leeuwarden met een zoele lucht 's voordemiddags door een tezamentrekking boven en in den omtrek der stad, aldaar gedurende een of twee uren ongemeen regende, even wel schijnt dit niet algemeen geweest te zijn, althans hier heeft het weinig geregend, die bui scheen zich uit het noorden een bestaan gegeven te hebben.

Van volksziekten hoort men weinig, behalven van de mazelen welke gedurende de nazomer hier en

Blz. 69

daar sterk algemeen woedden, onder anderen te Stiens en meer andere plaatzen en steden; thans heeft deze ziekte zich te Wirdum geopenbaard welke opvolgende meer en meer de kinderen begint aan te tasten, op dit ogenblik zijn er twee mijner kinderen van aangedaan, de outste van mijne dochters kinderen in de buren is reeds daar van hersteld, de jongste heeft dezelve gelijktijdig met mijn dochtertje Klaaske, aldaar om de school in de kost gekregen.

Den 5 Oct. sterke regen en wind. De laatste dagen der verleden week schoon droog weder alles begon toen een ander en gunstiger aanzien te bekomen en men dachte toen dat om een schoone herfst, een ieder welke nagras uitstaan hadde, heeft hetzelve binnen gebragt, schoon er nog veel is, dat gezweeld moet worden, zoo heeft een boer van de Klamp nog 9 pondematen liggen en een menigte rooken op het land staan, welke hij verleden Zaturdag gezweeld heeft.

Verleden Zaturdag, waren mijne vrouw en ik ter begravenis verzogt om eenen Gerrijt Pieters Gosling boer op wel eer Jousma state, thans in eigendom bij den Heer Oud Gouverneur, en alwaar de Eijsingas thans bij gezet zijn (zie onze vorige aanteekening) de laatste Eer mede aan te doen; 's avonds op de thuis reis begon het te regenen, en sedert gem. 3 october heeft het afwisselende geregent, waar door het saizoen weder een droevig aanzien bekomen heeft.

Blz. 70

Den 9 Oct. heden marktdag te Leeuwarden, de boter en kaas houden dezelve hoogte. Sedert de voorige sterke afwisselende regen verzeld van donder en Blixem, zoo zijn onder anderen 6 koeijen van een en dezelve eigenaar te Terzool doodgeslagen; de man n.l. den 6 of 7 dezer 's morgens zijne koeijen zullende melken vond er 3 dood daarna in een ander land daar naast ook zullende melken vond er insgelijks 3 dood; dit mag wel als eene bijzonderheid aangemerkt worden niet alleen, maar dat deze beesten in verschillende landen liepen. - Door de ontzettende regen vooral van gister avond, is het overal winterwater geworden, de sloten zijn hier tot boventoe vol, elders in lagere contreijen staat alles onder water waar door een menigte boeren in de grootste ongelegenheid zijn, de beesten moeten van dezulke op de stallen, en ook van het algemeen, indien er geen verandering en beterschap komt, want de voorraad van gras is spoedig vertrapt en vernietigd; de droevigste ongelukken zijn elders door het onstuimige weder verzeld van wervelwinden, stormen en waterhozen aan huizen, boomen en overstromingen, gebeurd. -

De aardappels rijzen dagelijks in prijs, en zijn thans tot 80 en 90 Cents geklommen een groote kwantiteit zit nog in de grond, en konnen niet gedold worden voor dat wij een drogen tijd krijgen; in Zeeland zijn een groote kwantiteit verdronken, het welk op de lage landen van ons gewest het geval ook is, om de schaarsheid van elders, wordt er veel uitgevoerd.

Blz. 71

Den 10 October, de natuur schijnt thans tot rust gekomen te zijn, althans is het heden allerschoonst weder, met een drooge wind; indien zulks opvolgende plaats mogte hebben, dan kan er veel te regte komen, hoewel het wintergraan niet gezaaid konde worden, zoo zoude zulks nog konnen geschieden, indien de landen leden om te ploegen en te bearbeiden. Velen hebben aan de bouwkant, waar onder mijn Zwager, de haver en garst nog niet binnen, dewijl hij mei l.l. op de plaats kwam en toen een langdurige droogte inviel het land bezwaarlijk konde bewerkt worden en nog minder het gezaaide aan het gewas konde komen, waar door zijn graan niet dan laat kan worden geoogst.

Wij melken van 30 koeijen thans ongeveer 8 emmers melk, ons buurman veel minder. Van de 10 biggen welke wij gewonnen en gevoed hebben, zijn er 7 verkogt waar van 3 onlangs voor 15 gld. ieder, en verleden nog 4 voor 18½ gld. het stuk, dus te zamen 119 gld. 2 mesten wij en de zeug loopt in het land, welke door mij geschat worden op ongeveer 60 gld. zoo dat 10 biggen zonder eenige kosten alleen zuip en wei tot voeding gediend hebben tot hier toe ongeveer 180 Gulden opbragten. - De kalvers integendeel hebben om te verkoopen een zeer geringe waarde, en konnen tot aan voeding in die betrekking weinig opleveren, de moeite en drank op verre na niet vergoeden.

Blz. 72

Den 14 October, sedert de vorige begon het langzaam op te droogen; maar heden in den vroegen morgen tot den middag, heeft het buitengewoon geregent, zoo dat alles thans weder water en modder is.

Het ziet er met den boerenstand bedenkelijk uit, een ieder der boeren heeft er meer beesten dan behoefte, en moet daar om veel verkoopen, dewijl het hooi schaars gewonnen is; en daarom geen genoegzame voorraad voorhanden en bij de meesten het gras reeds vertrapt en vertreden is. Ik heb 5 jarige zware vare koeijen ieder voor 28 gulden verkogt; en het staat zoo als het thans schijnt, dat zij nog veel goedkooper worden zullen; bij gewoone jaren stalt een ieder zoo veel hij genoegzaam kan, daarom koopt hij dan meermalen om op te zetten, en thans moet hij afbreken geschikt of ongeschikt om op te zetten vinden geen koopers; het is eigentlijk om te bedroeven, die beesten welke ik verkogte geven nog maals bijna 2 emmers melk, en het is niet om weder op te zetten, en een goed gemaak te winter daar van te genieten om aanstaande jaar te weiden; maar om te slachten en het vleesch uit te venten, een zoo zullen er bij honderden weg geruimd worden. Op het oogenblik zien ik die goede beesten nog weiden en zulk een kwantiteit van melk vergaderen, daar zij aanstaande week en opvolgende naar de slachtbank zullen gevoerd worden, het jammert mij maar wat zal ik zeggen!! de hand op de mond leggen en zwijgen!!

Wij hebben de bulle reeds geslacht, welke bij alle boeren, zoo spoedig mogelijk van kant gemaakt of staan van kant gemaakt te worden.

Blz. 73

Den 15 Oct. heden harde N.W. wind in den voormiddag verzeld van buijen, thans droog, gister avond om 6 uur een oogenblik dood stil, schoot de wind van het Z.W. ten Westen naar het noorden altijd vermeerderende, zoo dat men om 8 uur en gedurende een gedeelte van den nacht een zware storm hadde, van ongelukken heb ik niet gehoord, het afvliegen van het bord en raamt op de schoorsteen, verzeld van het breken van eenige dakpannen is al het letsel dat wij daar door bekomen hebben.

Het is zeer te vrezen dat de pollen overgeloopen zijn! en is dit zoo dan moeten wij onze 6 jong beesten daar weidende thuis halen, waar door wij in nog bekrompener omstandigheden wegens het gras konnen geraken.

De mazelen zijn thans zoo algemeen dat er bijkans geen huis van bevrijd is, 5 van mijne kleine kinderen zijn er van aangetast, waar van twee volkomen hersteld zijn en twee aan de beter hand, de jongste loopt er met over de vloer, en op een na de jongste zijnde de zesde is nog volkomen gezond. Mijn zoon in de buren heeft ook 6 kinders waar van twee hersteld twee er aan laborerende, en de overige beide kleinste nog geheel vrij.

De timmerman B. Vogel heeft 5 kinders waar van de jongste een eenig dochtertje van 8 a 9 jaren is heden morgen aan de mazelen overleden, tot bittere droefheid der ouders, en van velen die deel in hun verlies nemen.

Wij zijn aan het turven, dat ook niet best te doen is, het vuur kost 26 gulden, twee vuren of 8 wagenvollen slaan wij op.  

Twintig korven aardappelen, hebben wij in huis a vijfentachtig Cents, van scheep ons aangebragt.

Blz. 74

Den 19 October heden een schoon drogen dag, verzeld van zonnenschijn, en een frisschen zuiden wind.

De mazelen nemen steeds voortgang, vijf mijner kinderen nagenoeg hersteld, terwijl de laatste er rede van aangetast is, te Wirdum gaat het over het geheel gewenscht, een kind is er aangestorven zoo als wij gemeld hebben, velen zijn rede hersteld of staan hersteld te worden; dat deze ziekte hier zeer algemeen is, kan men daar uit afleiden; dat in dit regenachtig zaisoen doorgaans 60 a 70 kinders ter school gaan, den 17 l.l. maar 14 in het school waren, en wel dezulke die reeds gezond waren, waar onder ook een mijner dochtertjes Klaaske.

Den 16 l.l. is een boere spul met een kwantiteit vee, hooi en granen, zoo als men zegt te Giekerk afgebrand; de brand nam reeds 's nademiddags aanvang, en heeft tot laat in den nacht geduurd, mogelijk bij echt berigt hier na meer van.

Den 21 October, tot nog droog en schoon weder. Gister is er boelgoed te Wirdum in de buren geweest, gehouden door den Notaris Alberda ten huize van wijlen Lysbeth Sjoerds Andringa, een oud Wirdumer familie, na dat een menigte huisgeraden mans en vrouws klederen goud en zilver verkogt waren, wierden de goederen van een der diakonie gealimenteerde verkogt; alvoorens lieten de Kerkvoogden estrikken uit de pastorie zaal en eenig oud hout van het hek uit de Kerk verkoopen, zoo dat dien dag van 's morgens tot 's avonds duister, besteed is om boelgoeden. 

Blz. 75

Den 2 November, tot den 28 der vorige droog en sedert aller onstuimigst, afwisselende hagel en donderbuijen gedurende den verleden nacht menigvuldige regen en heden stil zacht weder.

Den 26 tot den 28 zijn mijne vrouw en ik met de trekschuit een nacht bij onze dochter en zwager op de Hallumer mieden en de volgende bij mijn Broeder op de Streek uit van huis geweest, mijne zuster en zwager op de andere mieden waren tevens bij ons op de mieden, de vrienden waren allen welvarende, en bevonden bij onze te huis komst alles ook wel.

Gedurende het laatst der maand hebben wij ons onledig gehouden met het ontvangen van 's rijks belastingen en worden heden verantwoord; tevens heeft de controleur volgens een nieuw voorschrift opzettelijk de afschrijvingen der Billetten met die der registers vergeleken, en alles wel bevonden. Deze werkzaamheid vordert veel tijd, doch is een uitmuntent voorzorg der Administratie niet alleen om de fouten die bij ons hier en daar wel in de datums bestonden, maar ook om de fraudes te ontdekken, zoo als de ondervinding leert, dat er nu en dan bestaan en dezulken der ontvangers welke zich daaraan schuldig maakten, doorgegaan zijn. - De controleurs moeten dezer wijze alle de Kantooren hunner controles bezoeken, en zal veel werkzaamheid voor hun aanbrengen. Met alle deze voorzorgen is het mij altoos geruststellend dat men zeker wel fouten maar nimmer opzettelijke fraudes zal ontdekken.

Blz. 76

Den 12 Nov. het weder is sedert de voorige afwisselende droog, doch opvolgende worden de beesten gestald, den 9den hebben wij 10 stuks melke opgezet, de overige loopen nog, het is om dat men vreest dat er geen genoegzaam voorraad van hooi is, dat de beesten nog uitloopen, er moest thans geen beest in het land loopen zoo zijn de landen vertrapt en er loopen nog bij honderden.

Merkelijk is de prijs van het vee beter dan men verwachte en zoo als voor 3 a 4 weeken, toen was een ieder bevreest, dat men zijn vee voor eene kleinigheid zoude moeten missen, gelijk er toen ook eene menigte vooral oude jarige koeijen voor 14 tot de 20 gulden verkogt wierden allen om te slagten voor gemene lieden ander naar rato, doch thans is het beter, vooral de geschikte beesten om op te zetten.

De markten zoo te Sneek als Leeuwarden zijn opgepropt vol, doch worden door veele kooplieden gekogt om uit te voeren, waar onder Steenwijkers en van elders. - De prijs der boter is ruim 30 gulden, doch er wordt weinig gemaakt, in dezen tijd wierd er in andere jaren nog veel boter op de marktdagen om te verkoopen gevoerd, doch thans is het aldaar buitengewoon ledig, men ziet op zulke tijdig weinig drukte in de waag. Wij melken van 24 bijna 3 emmers in den verleden week heb ik nog een melkkoe verkogt voor 35 gulden, dezulke wierden in andere jaren voor 40 en 50 guld. verkogt, schoon de prijs thans zoo hoog niet is, wordenze doch voor een matige prijs verkogt.

Blz. 77

In het begin dezer maand zijn de pollen onder water geloopen, waar door mijn zwager onze beesten liet halen en in zijn land brengen en 's anderen daags zijnde den 3 Nov. hebben mijne knegten ze van daar thuis gehaald langs de Dokkumer trekweg van Tergragt, dús langs een zeer geschikte weg, dewijl deze trekweg in dit loopende jaar bepuind en uitmuntend in het gebruik geworden is.

Den 9 Nov. 's avonds om 8 uur is Domeni Harders met zijn huisgezin benevens eenig huisraad met het Garijpster veerschip door ons besteld van Oostermeer hier aan de Pastorij gekomen, nadat wij in de voorige week met een schuite, het grootste gedeelte der huisgeraden, boeken en anders van daar hebben laten halen.

Tot onze groote verwondering is de Approbatie nu kort geleden eerst aan Dos Harders te Oostermeer gekomen, en maakte dadelijk zijne gemeente bekend dat hij aanstaande zondag dat is den 8 Nov. zijn afscheid aldaar zoude prediken en den 15den zijne intrede te Wirdum zoude doen. Hij verwachte dat wij gelijktijdig ook de Approbbatie zouden ontvangen hebben, doch wij wisten van niets tot dat wij den 4 berigt van zijn Eerw. ontvingen, waar op mijn zoon en Anne van der Zee, leden van den Kerkeraad dadelijk naar Oostermeer trokken, en met zijne Eerw. zijne overkomst regelden zoo als wij bevoorens melden, het schuite schip door ons bedongen en op dit pas nog thuis zijnde, gelijktijdig afzonden om de huisraad te halen zoo als wij melden.

Blz. 78

Den 16 Nov. heden sneeuwvlagen en onstuimig, sedert de voorige afwisselende vorst. Den 12 hebben wij nog 8 stuks melke, den 14 de rieren en kalvers opgezet, de jong beesten of eerste kalfs rieren loopen nog uit.

Gister den 15 heeft Dos Harders zich aan deze gemeente verbonden met de woorden van de Zaligmaker Zalig is hij die aan mij niet zal geergerd worden. Niet tegenstaande het zeer onstuimig ware, was er eene talrijke menigte toehoorders; hij is bevistigd door Andræ als Consulent.

Den 14 bevoorens kwam mijn broeder en zijne vrouw van Birdaard of de Streek hier, voornemens om Dos Harders intrede te hooren; zoo als wij dan 's zondags morgens met de hooiwagen met twee paarden bespannen ondernamen naar Wirdum te reizen, doch dewijl het zeer vorstige geweest ware, was dit zeer moeyelijk te doen, dierwijze dat mijne vrouw en mijns broeders vrouw op de Werpster Dijk half weg zich niet meer durfden wagen, uit vrees dat de paarden in het water zouden storten, afklommen met moeite de reis verder naar Wirdum te voet afleiden; regen en wind verminderden of verzwakten het ijs gedurende den dag, dat mijne vrouw zich met een scheepje dewijl zij zeer zwak op den gang is, tot aan de Werp liet brengen, en toen op de wagen welke na kwam, verder naar huis reisde, benevens twee mijner dochtertjes en mijns Broeders vrouw, mijn broeder en ik te voet, dus alle te zamen behouden aankwamen, schoon deze reis aller moeyelijkst geweest ware, verblijdden wij ons echter, dat wij allen met genoegen de Intrede van ons Domeni hadden gehoord. De beide studenten van der Zwaag waren op bekomen berigt van Groningen herwaards gekomen om deze intrede te hooren.

Blz. 79

Op den 11 bevoorens is een boere huizinge te Beers afgebrand door hooibroeijen, de voorhuizinge benevens het vee en vele boere gereedschappen zijn behouden gebleven; dus al weder een ramp voor onze brandsocieteit. - Als eene bijzonderheid mag men aanmerken dat gedurende de oprichting dezer Societeit de brandschaden in Baarderadeel meest plaats hebben, in Idaarderadeel zijn gedurende maar twee boere plaatzen afgebrand, eene kleinigheid van circa 400 gulden in Leeuwarderadeel en eenige vergoeding van geen 50 gulden, welke de Blixem aan afsplintering aan het materieel van een boere schuur in Rauwerderhem, heeft toegebragt zijn alle de duizenden van brandschaden wegens het afbranden van boere huizingen door hooibroeijen en den Blixem ontstaan in Baarderadeel vergoed gedaan - hoe groot deze brandschade van de jongst afgebrande schuur bedraagt is mij nog niet officieel bekend. - Onlangs zou er door den Blixem eene boere huizinge onder Kollum en de Stins te Bergum ingeslagen en verbrand zijn, doch waar van tot nog toe geen zeker berigt ontvangen hebbe - Maar dit is eene bijzonderheid dat gedurende het onstuimige weder afwisselende donder Blixem en weerlicht daar mede verzeld gegaan is, en wanneer de natuur tot kalmte zal komen, moet de tijd leeren?

Onlangs meenden wij, aangenaam en zacht weder te zullen hebben, maar wierd aldra weder door onstuimigheid vervangen.

Blz. 80

Den 18 Nov. zacht weer met eenig vorst; thans hebben wij de overige jongbeesten op stal gezet; gedurende het onstuimige weder, zijn de beesten welke uitliepen, waar onder onze twinterrieren zeer vermagerd - om dat wij de varkens nog mesten, konden de beesten niet gestald worden, ten gevolge daarvan, en omdat ik vrees de voorraad van hooi niet genoegzaam te zijn, heb ik heden twee twinterrieren en een kalf verkogt te zamen voor vier en dertig guld. een klein prijsje voorwaar, maar behalven de magerheid zijn deze beesten niet zonder gebreken; ik heb bovendien 2000 lijnkoeken gekogt voor 240 Gulden en hoope hier mede 28 koeijen die kalven moeten 6 kalvers 15 schapen en 2 paarden, tezamen met de voorraad van hooi, door den winter te krijgen.

Den 16 zijn mijn broeder en zijne vrouw weder vertrokken, en onverwacht is mijne dochter van Hallumer mieden bij ons uit van huis gekomen en heden vertrokken; aangenaam is het zoo wederkeerig elkanderen te ontmoeten, vrede en eensgezindheid binden behalven naaste bloedverwandschap de talrijke uitgebreidheid van kinders en familie tot een hart en zin, mogten wij daar maar regt dankbaar voor zijn, om den Heere te leven.

Blz. 81

Den 25 November, koud N.O. wind verzeld van sneeuw waar door het aardrijk met sneeuw bedekt is, de vorst is wel niet sterk, doch sedert de voorige tot den 20 goed weer, maar sedert vorstig afwisselende, thans ziet het er zeer winterig uit, wij hoopen echter niet dat de winter zal invallen, als dan zal de gemeene man veel te lijden hebben, wijl alle winter behoefte vooral de turf nog niet aangevoerd is meer de schuld van de wed. Boomsma, welke met het brengen van de arme turf is belast, dan de arme voogden, dan de Diakens, dan de bestuurders van het Besprek; want deze vrouw voorziet eerst de meer gegoedden, om derzelver leverantie niet te verliezen, de armen kan zij altijd krijgen? - Wij hoopen dat de voogden en bestuurders, zich op een volgenden tijd zich niet aan eene eenige vrouw, zonder huisgezin zullen binden, om van deze de arme menschen de turf te doen toevoeren, en deze behoeftige lieden daar door in de grootste ongelegenheden te laten komen, dewijl er meer ingezetenen schippers zijn, wier bedrijf en kostwinning het is altoos met turf te varen, dat is die turfschippers zijn.

In de nacht van den 18 tot den 19 is weder eene boere huizinge te Giekerk afgebrand, dit is de tweede sedert korten tijd aldaar, zie onze aanteekening pag. 74. Wij hebben van beide geen naauwkerurig berigt, voorloopig wordt er gezegd, dat alles verbrand is, hooi en granen benevens 13 stuks hoornvee 17 zouden gered zijn, doch wij hoopen bij goed bescheid het een en ander te melden.

Blz. 82

De gemeente van Wirdum verheugd zich rede in het bezit van haren Leeraar te zijn, er zijn alle reden om de voorzienigheid te danken, het dezer wijs bestuurd te hebben, dat de harten der floreenpligtigen tot eensgezindheid en  spoed tot de beroeping en omstandigheden daar toe betrekkelijk, geneigd zijn, de Aprobatie bleef wel wat lang uit, doch kwam toch tijdig om in zulk een ongunstig saizoen, nog bij goed weder over te komen.

Den 1 December, koud O. wind verzeld van eenig vorst, zoo als het afwisselende gedurende onze vorige heeft plaats gehad; op den avond van den 25 en de daar aan volgende nacht, was er zeer harden wind uit het Oosten, waar door zeer veel schade en ongelegenheden bijgebragt is, in dezen omtrek werden vele huizen en schuren min en meer beschadigd, elders konden de veer en andere vragt schepen niet op de plaatzen der bestemmingen geraken, niet alleen wegens den storm, maar ook wegens den vorst en jagtsneeuw, het ijs klemde zich zoodanig aan de schepen, dat zij voor noch agterwaards konden geraken, maar vaak midden in de vaarwaters vast klemden; donder en Blixem hadden zich in dezen onstuimige nacht, onder het gieren van den wind gemengd, het water zette zich in dezen omtrek wel een voet hooger.

Blz. 83

Sedert is tot hier toe de scheepvaart belemmerd, de trek en andere schepen liggen, evenwel is Dokkum gister doorgebroken en heden zoude Harlingen varen.

Den 26sten 's avonds is te Eestrum een herberg afgebrand, door wat oorzaak is onbekend aan ons.

Den 27sten hebben de Gecommitteerden van de Brand Societeit vergadering gehad in 's Lands Welvaren te Leeuwarden, om te besluiten hoe veel de repartitie de deelnemers tot de brandschade onlangs te Beers hebbende plaats gehad ter somma van tusschen de vijftien en zestien honderd gulden de 1000 ingeschrevene waarde, zoude bedragen?

Een staatje door mijn zoon als boekhouder aangeboden, bleek dat veertig Cents tot dezen omslag toereikende zoude zijn, om gemelde som te vinden, en is ook daar toe besloten - verder is op grond van het Reglement besloten eene premie van 50 gld aan de Brandspuits Gasten te Weidum uittereiken, welke door hunnen vlijt, veel hadden bijgedragen, tot behoud van de vooreinde en een aanzienlijk partij hooi; bij deze gelegenheid wierd aan de brandspuits gasten van Wirdum toegekend eene premie van 25 Gld, wegens het gehele behoud van huis en schuur, in den jare

Blz. 84

1826 door het toebrengen van een allerspoedigste hulp om den brand door hooibroeijen ontstaan in een boere huizinge in de Noodeind â„– 7, te blusschen.

Ons Domeni, heeft heden en gister het eerst, onderwijs in de Godsdienst verleend aan de getrouwden en ongetrouwden, van deze laatsten het mannelijke en het vrouwelijke geslacht op onderscheidene uren, zoo als voormaals gebruiklijk, wij hoopen dat deze eerstelingen en voortaan van een uitgebreid nut voor de Gemeente mogen zijn, God gebiede daar over zijnen zegen!

Gedurende het laatst der voorgaande maand ontvingen wij de verponding, welke heden met de ontvangene accijnsen over deze maand zijn verantwoord. Bijzonder druk is het gedurende den slachttijd aan het Kantoor, het welk thans vroeger dan andere jaren is aangevangen, eerst wegens de slachtbeesten, om dat het te vroeg gestald moeste worden, en daar na de varkens, om dat het melkvee noodig de zuip heeft. - Wij mesten evenwel nog twee varkens, hoewel het vee noodig gesteund moet worden, wij melken groot 2 emmers, en de weinige karnemelk, daar van komende is niet toereikende om de mestvarkens en de zeug welke rede bij de beer geweest is, vol op te voeden.

Blz. 85

Den 2 December, gedurende den dag harden oosten wind, met vorst. Het ijs begint voor de liefhebbers van schaatsrijders bruikbaar te worden; het is er dus ver van daan, zoo als wij bevoorens melden, dat de schippers zouden beginnen te varen, dat Dokkum doorgebroken ware en Harlingen ook zoude varen. - In tegendeel laat het zich aanzien: dat op den vierden dezer, marktdag te Leeuwarden velen op schaatzen in plaats van op schepen derwaards zullen reizen. - Een ieder verlangt naar open water, en vooral de gemeene en andere lieden, welke nog niet van turf zijn voorzien, de voogden hebben eenigzins daar in voorzien, door het uitreiken aan de Gealimenteerden een kwantiteit takken. - De turf zegt men, welke nog in veenen voorhanden is, is zeer slecht, zoo dat het niet mogelijk zoude zijn, of schoon het open water ware, drooge aan te voeren, en goede bruikbare turf te leveren.

Tot nog toe heeft men den loop der natuur niet uitgevonden, om met zekerheid te bepalen, hoedanig weer en wind in de toekomst zullen zijn? Door weerkundige tafelen, welke met alle naauwkeurigheid gehouden worden, is de toekomst nog niet ontwikkeld; de dwaze sterveling, zoude bij zoodanige uitkomst in maatregelen treden, welke hem der toekomst zoude verzekeren, maar dit heeft de onafhanglijke schepper voor zich zelven behouden.

Blz. 86

Den 3 December; sterke oostenwind met vorst, ten gevolge van het vriezen, wordt de Sneeker vaart thans met schaatzen bereden. - De winter valt dus met kragt vroeg in, althans rekent men dit vroeg te zijn, dewijl er nog zoo vele onafgedane zaken zijn, waar op gerekend wierd, voor den winter in order gebragt te zullen zijn; hoe leert dit ook al den mensch zijne afhanglijkheid, wij herhalen ons bevorens gezegde: er hang een sluijer voor de toekomst welke het scherpste vernuft, door alle mogelijke berekeningen, waarnemingen en afmetingen niet zal oplichten om daar in te zien? men veroorlove ons deze aanmerkingen, schoon niet tot ons bestek dienende, het een en ander perst ons zoodanige bespiegelingen, om Gods wijs Bestuur ook in de wisselingen van weer en wind te aanbieden!

De vrouw van onzen Chirurgijn Vlaskamp was voor eenigen tijd uit van huis gereisd met haar jongste kind naar Achlum, zijnde eene zuster van mijn zoons de Domeni's vrouw, met voornemen om aldaar eene week door te brengen, maar ziet het misweer valt in, de schepen liggen, en moet dus over den tijd blijven geheel anders dan zij zich had voorgesteld. - Het huisgezin vordert hare te huis komst, de man verlangt naar zijne vrouw, en de vrouw naar den man en hare kin-

Blz. 87

dertjes; eindelijk besluit Vlaskamp zijne vrouw met een digten wagen te laten halen, zoo als dan gister ook gebeurd is; deze reis met een klein kind, tegen een sterken kouden wind, was zeer gewaagd, doch als de noodzakelijkheid vordert, weet men niet wat kan?

Bij gebrek van bijzonderheden, zal men mij veroorloven dingen van weinig belang en familie aangelegenheden te schrijven, dienende alleen maar om de tegenwoordige gesteldheid des saizoens te melden.

Zommige paarden loopen hier en elders nog uit, als mede de schapen, welke bijeen kale vorst, wel land konnen houden; hoewel er weinig aanmoediging is om schapen te fokken, dewijl de prijs van weidschapen en de wol zeer laag is, zeggen de boeren in het algemeen dat de schapen te weiden, aan de boerderij behoord, schoon er weinig uitkomt; in den verleden jare hadden wij zes weidschapen en in het verloopen jaar gene, de tien lammeren toen aangefokt verkoopende en thans tien lammeren in het afgeloopen jaar gefokt zijn in dezen verloopen herfst onverkogt gebleven, zoo dat thans behalven vijf melke tien gelden tezamen vijftien over den winter denken te houden.

Den 4 December, heldere lucht Oosten wind met vorst; het ijs heeft genoegzame sterkte voor verscheidene agter elkander te schaatsrijden, zoo als de Sneeker vaart thans op dezen marktdag overvloedig gebruikt wordt. Dewijl mijne vrouw

Blz. 88

met twee kinderen naar Leeuwarden op de hooiwagen als het beste geschikte rijtuig, om tevens de boter aldaar heen en andere dingen als boonen voor de eenden enz. terug te voeren gereisd is, om eenige aardigheden voor de kleine kinderen tot St Nikolaas geschenk, welke met een paar dagen invalt te verblijden.

Hoewel zoodanig eene reis geen meldens waardig is roeren wij dit alleen om de bijzonderheid van St Nikolaas.

Tot nog toe heeft men ook onder de hervormden dezen dag uit de Roomsche Kerk herkomstig nog als een blijden dag voor de kinderen bewaard, en worden telken jare hernieuwd en alzoo levendig gehouden; het is waar de geschenken hebben wel eene andere wijziging als voormaals, althans voor een gedeelte; want behalven het zoogenaamde St Nikolaas goed bestaande in gebakken zuiker en ander deeg, naar de vorm van onderscheidene afbeeldingen van menschen dieren visschen enz. is St Nikolaas bedagt om ook overeenkomstig deze verlichte eeuw, allerlei aardige en somtijds niet min kostbare kinderboekjes de kinderen aan te bieden, waar door de heilige Sint onder alle standen aan het aankomende geslacht zijne hulde en waarde blijft behouden. - De mannen beschouwen dit wel als beuzelingen vaak, maar de tedere harten der moeders kunnen het onmooglijk van zich verkrijgen, om zoo hard te zijn, dat zij haar gelieft kroost, na alvoorens zich van een genoegzaam voorraad dezer toegedagte geschenkjes voorzien te hebben, en op St Nikolaas avond, in hozen en schoenen, en in allerlei lijfdragt der kinderen te vondeling gelegd te hebben, bij het opstaan op dien heuglijken morgen, het innerlijke genoegen niet te hebben, hoe dezelve uit hoeken en hornen hunne weggestopte klederen tot opspringens toe te zien opschommelen. - Dit is dan ook de voorname reis van mijne vrouw

Blz. 89

koud en ongedaan kwamen zij goed en wel te huis en verblijdde mij, dat zij bij zich zelven voldaan was over het aanschaffen der noodwendigheden tot St Nikolaas geschenkjes te zullen dienen.

Er wierd nog veel boter ter verkoop op de markt aangeboden, maarveel bleef onverkogt, om dat de prijs tot 26 gulden gelooft wierd en dus naar der boeren zin te weinig, zoo als mijn Zwager van Hallumer mieden, welke met het verkoopen van ons boter is belast, ook dagte, waarom onze boter de zijne en ook die van mijn zuster en zwager met de wagen weder te huis kwam.

Men zeide dat de stad vol volk ware, door de menigte om te schaatsrijden.

Den 5 December, heldere oosten wind, met vorst, aangenaam weder, het ijs is overal sterk om met schaatzen te gebruiken, zoo sterk dat paard en sleed van het eerste toe gevroren het zelve zouden konnen gebruiken, indien de harden wind en stroom niet een menigte kleine en groote wakken gewrogt hadden, welke thans opvolgende digt zijn.

Den 12 December, sedert de vorige aanhoudene vorst, doch stil aangenaam weder, heden Z. wind en koud. - Bij het schoone weder, wordt het ijs druk bereden, den 8 bezocht mijn zoon de Domeni van Achlum ons, de familie in de buren gezien te hebben, reeds nademiddags met Dos Dijkstra te zamen terug naar huis.

Blz. 90

Den 9 reed ik 's morgens naar mijne dochter en Zwager, op Hallumer mieden, alwaar mijn kinders uit de buren te zamen met Domeni Harders ook kwamen, ‘s avonds reden wij in gezelschap te rug, na de dag aangenaam met elkanderen aldaar doorgebragt te hebben. Mijn broeder en zijne vrouw bevonden zich ook aldaar.

Den 10 kwamen mijne kinders uit de buren te zamen met ons domeni en zijne vrouw op schaatzen hier 's nademiddags op een kopje thee en andere ververschingen, den avond tot 10 a 11 uur aangenaam met elkanderen doorgebragt te hebben vertrokken bij lichten maan op schaatzen van hier.

Den 14 December aangenaam helder met vorst; de winter is thans en gedurende zeer zacht; voorwaar een gunstige bestiering der voorzienigheid, niet alleen dat de koude zeer gematigd is, maar ook dat alle noodwendige behoeften over ijs met sleden konnen ver en aangevoerd worden, zoo worden onder anderen de turf met sleden aangevoerd, mijn zwager in kwaliteit als armvoogd heeft dezer wijs verscheidene honderden stuk a vijftig Cents de honderd aan de gealimenteerden laten uitdeelen, welke nog al tamelijk bruikbaar is.

Gister zijnde zondag heeft ons domeni den dienst te Ydaard 's morgens moet waarnemen, een student of kandidaat preekte hier 's nademiddags.

Blz. 91

Den 16 December, zeer zacht min en meer vorstig, sedert de voorige, buitengewoon aangenaam is het te schaatsrijden, men kan overal zonder schroom het ijs gebruiken en daar bij wordt men niet door sneeuw of iets anders belemmerd, hetgeen als eene byzonderheid wel mag aangemerkt worden, dewijl gedurende den zomer, den herfst tot op den invallende vorst afwisselende regen heeft plaats gehad en sedert opvolgende droogte. - Het tegengestelde had in America plaats volgens berigten mogten het de outste lieden aldaar niet geheugen, zulk een sterke en langdurige droogte beleeft te hebben, zoo als de outste lieden alhier niet mag gedenken zulk een sterke en langdurige afwisselende regen beleeft te hebben.

Schoon het ijs overal sterk is, zijn er desniettegenstaand drie menschen in de Bergumer meer verdronken, veroorzaakt door het overklimmen van een ijskist.

Wij hebben verzuimt te melden: eene plegtigheid, welke wij te Leeuwarden bijwoonden bij de wijing van de nieuwe kazerne aangevangen te bouwen 1827 en thans voltooid waar van een advertentie in de Courant van den volgenden inhoud: 

"Leeuwarden den 7 December 1829

Heden werd de nieuw gebouwde kazerne binnen deze stad prijkende met den naam van Prins Frederik, ingerigt ter huisvesting van veertien honderd man, plegtig door de stadsregering aan het garnizoen ten gebruike afgestaan. Na dat om een uur over de stedelijke schutterij door den Heer Gouverneur van de provincie en de heeren Burgermeester en Wethouders eene wapenschouwing was gehouden, begaf zich de raad van de stad, aan welke de Heer Gouverneur van de provincie de eer aan deed, haar bij die gelegenheid te vergezellen, gevolgd door het Korps

Blz. 92

officieren van de Schutterij, ten twee uren van het Stadshuis naar de Kazerne, alwaar het garnizoen, bestaande uit het flankeurbataljon der 8ste afdeeling infanterie, geschaard stond en de trein onder het muzijk van het korps muzykanten, der genoemde afdeeling voor deze plegtigheid uit Groningen herwaars gekomen, door de militaire autoriteiten werd ontvangen. Nadat de trein zich in de Kazerne had begeven, rukte het garnizoen mede binnen, en daarop droeg de heer Burgemeester het gebouw aan den heer Plaatselijken Kommandant over, na afloop van welke plegtigheid waar bij zeer vele aanschouwers tegenwoordig waren en die door schoon weder begunstigd werd, de trein zich weder naar het stadshuis begaf, terwijl daarna door de stads regering aan de civile en militaire autoriteiten een pragtige maaltijd is gegeven, welke negentig personen met hunne tegenwoordigheid vereerden".

Den 19 December sedert de voorige betrokken lucht en dreigt tot verandering of sneeuw, althans het weerglas begint van tijd tot tijd te zakken. Gister marktdag te Leeuwarden, de boter blijft genoegzaam op dezelfde hoogte van 26 gulden, er was zeer veel volk in de stad door het stille weder en weinig vorst, zeer gematigd, wordt een ieder tot schaats rijden uitgelokt. - Ook worden de liefhebbers van hardrijden opvolgende op verschillende plaatzen uitgenoodigd, om naar uitgeloofde prijzen en premiën te dingen; aanstaande maandag den 21 dezer, onder anderen biedt Franeker een prijs van 100 gld aan den winder en eene premie van 30 gld aan den naastvolgenden strijder.

Ik hoorde iemand deze aanmerking daar over maken: dat de Burgemeester aldaar, dit uitgeloofde geld, wel beter hadde konnen gedeponeerd hebben, om in den nood der armen, welke door den vroegen winter zeer zal toenemen, ook met deze uitgeloofde prijs en premie te voorzien! indien nl. de uitlovers dit

Blz. 93    

geld tot des Burgemeesters dispositie hadden willen afstaan, mogelijk had dan wel dien Heer, daar van eene uitreiking aan den noodlijdenden gedaan; dit zou mijns oordeels juister gesproken zijn, schoon de regeering wel aldaar deszelfs consent aan deze wedstrijd verleende.

Den 27 December sneeuw, sedert de voorige felle vorst zoo dat de winter opvolgende zonder eenige afwisseling zich staand houd. Turf en hout voor zooveel de noodige behoeft betreft, is hier en elders, met sleden of andere toe vervaardige voertuigen, over ijs, uit de wouden aangevoerd; den 23ste  inzonderheid was het nijpende koud, afwisselende evenwel tot hiertoe. - De winter is vroeg begonnen, waar door vele schepen bevragt met alle benoodigdheden, hier en daar inzonderheid met aardappelen bevroren liggen. Ook zegt men liggen er schepen buiten op de wadden bevroren, van waar men in den verleden week dagelijks noodseinen zag, zonder eenige mogelijkheid echter om er bij te komen, hoe het thans met de felle vorst daar mede gesteld is, weet ik niet.

Den 21ste zijn mijn zoon zijne vrouw, Vlaskamp en zijne vrouw benevens hunne moeder naar Achlum geweest, nadat mijn zoon de Domeni den 20ste na alvorens thuis gepredikt te hebben op schaatzen gekomen was, den nadenmiddag Godsdienst alhier bijwoonde, en hier een nacht vertoevende 's anderen daags met genoemd gezelschap weder naar huis reisde.

Op den zelfden dag ben ik in gezelschap met mijne dochter en zwager op schaatzen naar Hallumer mieden gereden, mijne dochter en zwager aldaar gezien te hebben het overige van dien dag bij mijne zuster en zwager op de andere mieden doorbragt alwaar mijn broeder ook was, 's avonds behouden en wel te huis tijdig weder te rug kwam; zoo dat men over het geheel elkanderen steeds wederzijdsche bezoeken geeft, ten welken einde wij dit roeren om een denkbeeld van de algemeene toestand te maken.

Blz. 94

De jonge Heeren v.d. Zwaag zijn bij gelegenheid van de Kers vakantie te huis waar van de outste die in den loop van dit jaar gekandideerd, den 18 December alhier gepredikt heeft; de moeder welke thans na het verlaten van de Pastorie sedert October in een particulier huis woonde, en sedert den dood van haar man Dos v.d. Zwaag zukkelachtig was, doch haar zoon prediken hoorde, maar sedert zoodanig te rug viel dat zij op den 24 's morgens overleed. Aldus zijn dezer jonge Heeren ouders elkanderen na verloop van ruim anderhalf jaar door den dood opgevolgd, en zijn daar door wezen geworden, op een tijd dat zij den bijstand hunner ouders met raad en daad in hunnen akademischen loopbaan zoo zeer behoefden, althans naar ons inzien.

Den 23 hielden de Kerkvoogden zich gedurende den dag onledig met het ontvangen der huur van de Kerkeplaats en het betalen der rekeningen van timmerlieden en overige diensten en kosten ten laste der Kerk. Waar bij voorgelezen is, een besluit van het Grietenie Bestuur inhoudende: dat de brandspuit alhier voorhanden, overgenomen werd ten algemeen gebruik voor de Grietenie, dat het onderhoud en de kosten daar van ook voor de Grietenij zoude verstrekken, dat de grietman opper Brandmeester en de tijdelijke Kerkvoogden tot Brandmeester en administrateurs der Brandspuit aangesteld werden, met verzoek om aan het Bestuur op te geven onder Brandmeesters en directeurs: aan wel verzoek dan ook is voldaan.

Op hoog bevel is dezer dagen een zeer naauwkeurige volkstelling geweest, waar bij bevonden is de bevolking van Wirdum te bestaan uit negen honderd negen en negentig zielen en waar van Gereformeerden,

Blz. 95

Roomschen en Mennonieten.

Wij zullen dezen jaargang sluiten met de opgave der belastingen over 1829 ontvangen.

 

Directe Belastingen

 

Grondbelasting

 

23757-45   

Personeel

 

2212-14½

Patenten

 

       311-15 

 

 

26280-74½

 

 

 

 

Accijnsen

 

Gemaal zonder gemeente opcenten

649-71 

 

 

Geslagt

1699-40 

 

Wijn

4-42½

 

Binnenlands gedistilleerd

286-36 

 

Collectief zegel en quitantien

164-10½

 

Consentgeld vervoeren gelei billetten

9-68½

 

Gemeente opcenten, zonder aftrek van 3 prCt

1652-50 

 

3 pr. voor proceptie Kosten van de Gemeente opcenten

49-57½

4515-77 

Vee fonds

 

      102-71½

     tezamen

 

f 30898-23 

Blz. 96

Gedurende zijn aangegeven om geslagt te worden en waar van wij de belasting voors. ontvangen hebben, zoo wel tot der gemeente eigen Compsumtie als uitvoer naar de stad, namenlijk

Stieren                 25
Ossen                    3
Koeijen                 66
Vaarsen               14
Pinken                   16
Kalveren               52

nugteren kalvers:

Schapen                454
Lammeren                74
oude Varkens          80
spalling Varkens    239

Wirdum den 31 December 1829                           

D.W. Hellema
ontvanger van 's Rijks Belastingen

Terug 
Naar 1828
Naar 1830
Terug naar de inleiding

De dagboeken van Doeke Wijgers Hellema (1766-1856)

 

1828

Blz. 89

Den 1 Jan. zagt weder zonder eenigen vorst volgens gebruik hadde de Diakonie Rekening des achtermiddags plaats en wierd bevonden dat er een batig Saldo bestond van S.C. f 154-00, dus bleek dat de afgaande Diaken Dooitzes Smeding, over 1827, zijn Administratie staande liquit met den jare 1826 ofschoon bij den aanvang zijner administratie plus minus 400-00 had ontvangen, waar van echter volgens besluit voor 500 Gld werkelijke schuld bij de Diakonie is aangekogt, uit de Collecten in de Kerk heeft staande gehouden; aanmerkelijke bijdragen voorwaar van de Gemeente, om gedurende een geheeljaar zoo vele armen zonder eenig fonds van voedsel en deksel te voorzien, alleen door vrijwillige liefdegaven; aanmerkelijk is het zeker, dat in voorgaande jaren zoo veel is overgegaard, dat er lands effecten konden aangekogt worden, en nog een aanzienlijke som in handen der Administrerende konde overgaan, om dadelijk in alle behoeften der Gealimenteerden te voorzien, zoo als dan de opvolger Markus de Vries, door de bovenstaande som ook weder in staat is gesteld, om aan de behoevenden dadelijk tot ondersteuning uit te reiken.

Blz. 90

Dus hebben wij in den aanvang van dit jaar gezien dat de Diakonie in eenen goeden staat is, en hoopen dat dit in het vervolg altoos het geval moge zijn, en dat de Gemeente door den bloei der Burgerstaat in staat moge zijn, om liefde gaven aan de armen uit te reiken, ja nog daar te boven toe te doen.

De Brandmeesters hebben insgelijks volgens gebruik de dienstdoende manschappen van dit loopende jaar, welke vierengedeelte thans aan dezen dorpe invalt, waar onder ook de schrijver ingeval van onverhoopte brand, de werkzaamheden aan den Brandspuit bepaald, en daar van aan de belanghebbende noodige kennisgevingen uitgereikt. Mijn zoon welke thans rekenschap van zijn Administratie te doen, heeft, daar van aan de Kerkvoogden kennis te geven, ten einde deze te zamen met de Directeurs der Brandspuit de rekening op te nemen en in plaats van den afgaanden een nieuwe Brandmeester te stemmen.

Ook zijn de personeel beschrijvings Billetten door des schrijvers zoon, welke gedurende de zwakheid van den schrijver, met het Kantoor van ’s Rijks Belastingen alhier van het Gouvernement gemagtigd is, vervaardigd om uitgegen te worden.

Blz. 92

Den 3 en 4 dezer is onze zwager van Deerzum, hier geweest om ons een nacht te bezoeken; de marktdag van den 4 was de prijs der boter 31 gld, het weder is gedurende zagt.

Den 9 Jan. den 5 l.l. is de vorst ingevallen welke tot heden aanhoud, niet tegenstaande heden zeer veel sneeuw gevallen is, zag gister en heden, een menigte schaatsrijders onbeschroomd overal en op de sneeker vaart her en derwaards zich begeven.

De student J. van der Zwaag welke benevens A. Beekhuis, gedurende de Kersvacantie thuis geweest zijn, op den 6 weder naar Groningen vertrokken, deze reis kan wel zeer bezwaarlijk geweest zijn; dewijl dezen dag tot aan Dokkum reisde, en de 7 van daar moetende vertrekken, om wegens den scherpen vorst, voor de trekschuiten veel moeite zal geweest zijn door te breken.

Den 11 Jan. Veranderlijk, doch een menigte liefhebbers op de schaatzen bezogten heden de Stad; den 4 l.l. hadden de Gecommitteerden van brand Assurantie Societeit vergadering in ’s Lands Welvaren te Leeuwarden, bij welke de Boekhouder dezer Societeit rekenschap en verantwoording over 1827 deedden,

Blz. 92

welke rekening goed bevonden en gesloten is met een profijtelijk slot van S.C. 2500 Gld; ook berigte de Boekhouder dat den Heer Beijma wegens Baarderadeel en Rintje de Jong wegens Ydaarderadeel thans uitvielen, en dat daarvoor in de volgende vergadering der deelneemers, eene stemming moest plaats hebben, de gecommitteerden verblijdden zich onderling dat onze Societeit in eenen goeden toestand zich bevond, op bericht van den Boekhouder , over de 3700,000, dat drie Millioen en over de twee maal honderd ingeschrevene waarde bestond dezer Societeit verzekerd.

Op heden hadden de gecommitteerden en deelnemers weder vergadering in ’s Lands Welvaren te Leeuwarden, bij welke de afgaande gecommitteerden bevoorens gemeld weder zijn gecontinueerd; ook is ter dezer vergadering besloten indien er voor October van dit loopende jaar geen brand inviel, de bestaande deelnemers wegens de verzekering van vee hooi en granen voor de volgende inschrijving vrijgesteld van de gewoone Contributie zouden zijn.

Den 12 dooi den 13 regen, den 14, 15, 16, en 17 vermeerderende vorst en nijpende koude, gedurende deze vorst wierd het ijs in de laatste dag met Bel-sleden bereden vooral op den 18 marktdag te Leeuwarden een menigte menschen reden op schaatzen, het we-

Blz. 93

melde van volk, bij veranderlijk weder, ’s nademiddags regen, waardoor, velen een nat pakje bekwamen vooral die zuidwaards aan moesten bij een sterken wind; ons zwager van Deerzum bezogt ons heden en onze dochter uit de Buren.

Schoon ik voormaals een liefhebber van schaatsrijden ware, heb ik tot hier toe de schaatzen nog niet gebruikt, uit hoofde mijner zwakheid, althans heeft de zorg van uit te gaan, nimmer zoo als nu de overhand over mij gehad, schoon ik gezond ben, heb ik mijne voormalige krachten nog niet bekomen. Drie a vier mijner kleine kinderen, zijn nog steeds aan de Koorts.

De jongste besteeding van het plantsoen aan de Straatweg van Leeuwarden tot Akkrum is doorgegaan, en zoo men zegt door een Bergumer aangenomen voor veertien duizend Gulden.

Den 30 Jan. den 19 bevoorens, bezogten mijne kinderen van Wirdum, hun oom, mijn broeder, thans op de Streek te Birdaard woonachtig op schaatzen, schoon door den invallende dooi, er hier en daar veel water op het ijs stond, hadden zij zonder hindering met plaisier in de heen en de terug reis de Wirdumer vaart de Dokkumer Ee, bereden; dit was des Zaturdags en des Zondags en maandags, gebruikte men de Ee nog met bevragte

Blz. 94

sleeden; doch niet tegenstaande den zachten dooi, was het ijs des woensdags weg, des donderdags voeren de schepen en des vrijdags den 25, waren uit alle oorden de marktschepen te Leeuwarden, sedert heeft men het alleraangenaamste weder; uit het voorgaande merkt men dat het weder gedurende den verloopen tijd, aller bijzonderts veranderlijk is.

Den 26 bezogt de Schrijver zijne zuster en zwager op de Hallumer mieden, den 27 zijn broeder op de voorengem. streek, den 28 hoorde hij te Wanswerd de afscheids preek van van Berkum thans te Garijp beroepen, en kwam den 29 behouden thuis. Deze bezoeken waren al eenigen tijd voorgenomen geweest dewijl sedert den aanvang mijner ziekte, aldaar niet geweest ware, en door de bij blijvende zwakheid deze reis van tijd tot tijd uitgesteld bleef.

Mijne kleine kinderen tot hier toe aan de Koorts laboreerend zijn thans zonder eenige geneesmiddelen daar van bevrijd; de ondervinding leert thans dat de Koorts door het gebruik van geneesmiddelen wel gestuit, maar niet geheel genezen wordt, althans zeer zelden; het is zeer bedroevend, dat de Koorts zoo algemeen overal heerschende is, onder klein en groot, oud en jong, zoo was mijn broeder voors. een bejaard man, ook aan de Koorts voor de derde of vierde maal; tusschen beiden als de Koorts over is, is men gezond en welvarende.

Blz. 95

Den 6 Febr. het weder is steeds zacht afwisselende regen en stofregen.

Wij schreven bevoorens: dat onze kleine kinderen bevrijd van de Koorts waren; doch sedert is daarvan een om den derden dag weder met den Koorts bezogt, of het mattig weder daar invloed op maakt is wel zeer waarschijnlijk.

Door het zachte weder zijn de Eenden ongemeen fleurig en trachten steeds de korven te bezoeken, wij hebben ten dien einde verscheidene uitgeleid, en verwachten als het weder zoo blijft spoedig Eijers.

De arbeiders hebben tot hier toe een besten winter, overal wordt hier in den omtrek en elders in den grond gewerkt vooral in de landen om uit te greppelen.

Het is zonderling te zien, hoe, de bevoorens om dezen tijd de onbruikbare Hooge dijk, thans een straatweg druk met reizende voetgangers en rijtuigen bereisd worden. Overal is het vuil om te gaan en onreisbaar met rijtuigen, doch zoo dra men de straatweg onder de voeten heeft, is het als of men in een droog saizoen verplaatst is. Men heeft rede een begin gemaakt langs de straatweg de grond afte perken, om de stamboomen te plaatsen.

Den 12 Febr. Sedert den 9 tot heden sterke vorst, gister reed men op schaatzen, zoo dat in een paar etmaal het ijs al gebruikt wierd.

Blz. 96

Onze dochter van Deerzum is met twee harer kinderen den 6 hier uit van huis gekomen met de Trekschuit; het plan was om heden of morgen met de schuit te rug te reizen, en ziet thans is het tamelijk sterk ijs, zoo wisselen gedurende dezen winter dooi en vorst zeer zacht en nijpend koud weder elkanderen steeds af.

De koortsen houden hier en elders gedurende stand of nemen toe; gister is een Tjisse Hoogeboom de bleekerij bedrijvende overleden, nalatende eene weduwe en twee kindertjes, wij voeren dit sterfgeval, om te herinneren, hoe bezwaarlijk het is, de aan de algemeene heerschende ziekte, laborerende, te boven te komen; zoo was dezen man, nog in de beste fleur zijns levens, ook in den nazomer ziek geworden en afwisselende aan de beter hand en telkens, weder te rug gevallen, eindelijk door waterzucht aangetast zoo kwijnende zijn leven eindigde. Behalven deze is eenen Andries Sijbrens behuwdzoon van mijne eerste vrouw aan de gevolgen der ziekte nog bedenkelijk zukkelende.

Ook is de schrijver nog niet bij zijne voormalige krachten, althans heeft dit een zorg om uit te gaan, nagelaten, voormaals bij hem onbekend, zoo was hij onder anderen een groot liefhebber van schaatsrijder, maar heeft gedurende den winter de schaatzen nog niet gebruikt, de lust daar toe ontbrekende.

De prijs der boter was den verleden marktdag 37 gulden de [...] tot 40 guldens.

Blz. 97

Den 15 Febr. nieuwe maan veranderlijk met een weinig sneeuw, doch tot heden morgen felle vorst. Wij schreven den 12 bevoorens dat onze dochter van Deerzum met 2 harer kinderen hier bewintert ware, doch des Nademiddags den 12 kwam haar man, en resolveerden dadelijk te vertrekken, zoo als dan ook gebeurde, met de kindertjes in de schuifslede. Den 14 kwamen onze kinderen van Wirdum benevens onzen zoon de Dos van Achlum met zijne vrouw, en vertrokken ’s avonds met elkanderen naar Wirdum, heden morgen kwam de Dos hier te rug, om weder naar huis te trekken, hebbende A. de Vries tot zijnen leidsman, terwijl zijne vrouw hier tot de nieuwe week zoude uit van huis blijven, zullende bij goed ijs, zijne vrouw als dan weder halen, zijn dienst riep hem thans tot zijne Gemeente.

Heden marktdag te Leeuwarden; de Sneeker vaart wemelt thans bij goed weder van schaatsrijders.

Den 13 hadde men Kerke Rekening, A. Palsma. mede Kerkvoogd deedde rekening en verantwoording over 1827, doch zelf absent zijnde wegens onpasselijkheid, bij welke gelegentheid de Administratie van ontvang en uitgaaf der Kerken goederen, in handen van den schrijver is overgegaan.

Onze zwager van Deerzum berigte ons heden den 15 dat hij den 12 bevoorens gemeld goed en wel met vrouw en kinderen waren thuis gekomen.

Blz. 98

Den 15 Febr. Men las in de Leeuwarder Courant van gister en de voorige navolgende Advertentie

Hardrijderij op schaatzen te Leeuwarden.

Op zaturdag den 16 Febr. 1828 gedenken eenige ingezetenen zoo eene doorgaande vorst en goed weder zulks toelaat, met bekomen Consent van Heeren Burgemeesteren en wethouders op de Stads Gracht achter den Princen Tuin aldaar, door Manspersonen te laten verhardrijden en vrij te vereeren: een fraai gouden zak Horologie tot prijs en eene zilveren zak tabaksdoos tot premie.

De Hardrijderij zal een aanvang nemen des voordemiddags ten tien ure; terwijl de Inschrijving plaats zal hebben op heden vrijdag den 15 Febr des voordemiddags van elf tot des nademiddags twee ure, bij P.N. Feugen, in het Vriesche Koffijhuis op den Wirdumer Dijk, alwaar na den afloop der Inschrijving de Loting zal plaats hebben.

Daar men verlangt de snelste Rijders te zien wedijveren, en in eenen dag de Hardrijderij te doen afloopen, zoo behoudt men zich voor, een naar omstandigheid te bepalen getal Rijders aan te nemen, zonder evenwel die genen uit te sluiten, welke vroegere prijzen of premien gewonnen hebben.

De toegangskaartjes tot de Baan voor vreemdelingen zijn te verkrijgen ten huize van P.N. Feugen voornoemd zoo ook op den dag der Hardrijderij bij den ingang der Baan.

Ten gevolge van deze en voorgaande Advertenties wierd de Sneeker vaart bijgewoon sterk bereden bij zeer matig weder, koppels menschen hegten zich aan elkanderen van hier op het oog te zien van de tien meer en min wel tot de twintig, en wierden steeds door anderen opgevolgd gedurende den voor tot den nadenmiddag, om deze hardrijderij te zien, welke ook voortgang heeft gehad onder een toevloed van een verbazende menigte menschen uit alle oorden te zamen gevloeid. De byzonderheden van deze hardrijderij heb ik nog niet verstaan, dewijl mijn volk tot deze vermaken vrijgelaten, mij niet konden berigten, vermits voor het einde dezer hardrijderij vertrokken waren; men had tot

Blz. 99

keurmeesters bij het hardrijden aangesteld, voormalige hardrijders, waar onder twee van Wirdum Pier Thomas Stornebrink en Tjamke Cnossen.

Men heeft op het Bozumer nieuwland, nabij de Bozumer dam een groote watermolen benevens een molenhuis in den loop van 1827 gebouwd, welke molen zoo als mij berigt is, ongeveer 900 pondematen heeft te bemalen, op den laatsten Januarij l.l. in zoo verre voltooid ware, dat hij konde malen, en bij die gelegentheid aan het oogmerk voldeedde; zeer begerig zijnde om dit werktuig tot verbetering der genoemde landen te bezigtigen, heb ik gister voor het eerst van dezen jare op schaatsen mijn gebruik daar van gemaakt, en met genoegen deze inrichting aldaar gezien.

Den 17 aangenaam weder met vorst en zuiden wind, de schrijver reed op schaatzen naar Wirdum, en woonde de Godsdienst des voor nademiddag en avonds Godsdienst bij, en reed weder op schaatzen te rug naar huis, dit was de derde maal het gebruik van de schaatzen; ten gevolge van het ijs en goed weder, was de Gemeente in lang niet voltallig ter bijwooning van den Godsdienst, maar her en derwaarts verstrooid, zoo was mijn zwager in de buren naar Achlum gereden, en verwachten hem met mijn zoon te rug om zijne vrouw af te halen.

Den 18. zacht weder met vorst, de Sneeker vaart werd zeer menigvuldig gebruikt, het was een lust te zien, hoe een menigte menschen gedurende den dag in de heen en te rug reize elkanderen voor bij zweefden, elkanderen steeds opvolgden, met zuiden wind.

Den 19. veranderlijk, in den morgen regen en door mist opgevolgd met sterken zuiden wind. Wij verwachten heden onze kinders uit de buren hier, met Dos van Achlum en onze zwager

Blz. 100

welke dan ook benevens Juffrouw Beekhuis ons tijdig bezogten, gedurende den gehelen dag en vertrokken ’s avonds 9 a 10 uur allen weder naar Wirdum; het overige van dezen dag, dooi en regen, ’s avonds goed weder.

Mijn zoon de Dos en zijne vrouw vertrokken mede met onze kinders naar het gebuurte op aandrang van Juffrouw Beekhuis bovengemeld welke hen gaarn nog een nacht bij zich wilde gelogeerd hebben, om dat zij den volgendag bij goed weder zouden vertrekken.

Men las heden in de Leeuwarder Courant het navolgende

Leeuwarden den 18 Februarij

De in de vorige Couranten aangekondigde schaatsrijdpartij heeft alhier op eergisteren plaats gehad; acht en veertig meerendeels der beroemste rijders van dit gewest, dongen naar den uitgeloofden prijs, bestaande in een fraai gouden zakhorologie, het welk eindelijk behaald werd, door Anne Gerkes Schaafsma, oud 25 jaren, wonende te Goïnga; (Grietenije Wymbritzeradeel) en de premie, zijnde eene zilveren zak-tabaksdoos, viel ten deel aan Wybren Pieters Speerstra, oud 26 jaren, mede te Goïnga woonachtig.

Dit feest begunstigd door het fraaije weder, is tot genoegen eener groote menigte aanschouwers afgeloopen.

 

Den 21 Febr. Heden is mijn zoon de Dos met zijne vrouw, ten geleide van A. de Vries naar huis vertrokken bij allerschoonst maar dooi weder; zij waren tot Franeker op schaatzen gereden, doch namen van daar de reis aan te voet, terwijl de Vries tijdig op schaatzen hier te rug ware, en ons berigte, dat onze kinders tot Franeker wel overgekomen waren, echter bij zeer zwak en wegens de dooi bijna onbruikbaar ijs; het stelde ons gerust dat zij van Franeker naar Achlum te voet zouden reizen.

Blz. 101

Den 24 Febr. sedert een weinig nachtvorst, waar door het ijs ’s morgens bruikbaar ware, dien ten gevolge reden mijn zusters zoon Doeke F. Memerda, welke hier uit van huis was en ik, heden morgen de Sneeker vaart, om onze kinders te Deerzum te bezoeken, bevond hen in goeden welstand; na alvoorens eenige verkwikking en koffij genooten te hebben, reden ’s middags weder naar huis, alwaar onze zwager van Hallumer mieden H. F. Huizinga zich bevond, welke met zijn behuwd zoon bovengem. ’s Nademiddags weder naar huis trokken.

De Sneeker vaart was zeer goed op schaatzen te gebruiken evenwel met behoedzaamheid, dewijl hier en daar het ijs zwak ware of reeds open wakken.

Gedurende dezen vorst, heeft niet, behalven het verdrinken van twee a drie personen, weinig van ongelukken gehoord, niet tegenstaande het ijs overal zoo sterk niet was, als wel het geval in voorige winters. De Advertentie des Gouverneurs, bevoorens geroerd: dat er steeds gestroomd zoude worden heeft er misschien niet weinig toegebragt, dat een ieder op zijne hoede ware.

De Dijkwerkers om gaten voor het geboomte te maken hebben wegens den vorst het graven moeten staken, niet tegenstaande de aannemer verpligt ware, om voor den eersten maart, alles tot planting gereed te moeten hebben; doch tegen de Elementen kan den zwakken sterveling niet werken nog strijden, en vernietigen vaak alle voornemens, besluiten en aangenomene plichten. Trouwens het zullen de aannemers bij zoodanige eene zwakheid misschien ook niet tot schade gerekend worden.

Blz. 102

Den 3 Maart, sedert de voorige zacht en dooi weder den 7, 8 en 29 l.l., zijn de trekschepen en eenige landschepen doorgebroken, waar door de markt te Leeuwarden op den 29 eenigen voortgang had, schoon zoodanige landschepen welke wijde wateren moesten gebruiken, wegens het aldaar nog voorhanden zijnde ijs, afwezig waren, de prijs der boter was 40 gld, de boeren 2 a 3 guld. bovendien.

De schrijver heeft bij wege van toenemende sterkte, het Kantoor weder op zich genomen, en dien ten gevolge de laatst verloopene week aan het Kantoor tot het ontvangen der verponding en wijdere Rijks belastingen gevaceerd, op den 1 maart daar aan volgende verantwoording gedaan.

Het gaten maken aan den straatweg neemt thans wakker voortgang; hier en daar heeft men voor den vorst bij open water hoopen zand begonnen aan te voeren, het welk tot overdekking der straat, in order brengen der pijpkes en onafgewerkte hoeken, zal moeten dienen, dewijl de straat wel gelegd, maar om den spoed, de hoeken thans afgesneden en geregd zullen moeten worden, zoo zal onder anderen bij A. Everda op Barrahuis ten westen van de straat, dezelve tot het hornleger aangelegd en de aldaar afgesneden worden, ten einde zoo veel mogelijk ook aldaar eene regtse strekking te doen hebben, althans om de korte bogt af te snijden. Dus doende en wegens de planting der boomen, zal er over 1828 nog zeer veel aan de straatweg te doen vallen.

Den 8 Maart heden zeer onstuimig, zuiden wind den 5 bevoorens storm n.w. wind, verzeld van hagelbuijen en nachtvorst, dien dag had de schrijver Comparitie

Blz. 103

met zijne mede Kerkvoogden, om met elkanderen te raadplegen, hoe men het geld zoude vinden, tot afdoening eener opgevraagde schuld ten laste van de Kerk; het was wegens den harden wind bezwaarlijk te reizen, vooral tegen den wind, op de thuis reis; men heeft nog van geen ongelukken gehoord. Gedurende is het zeer koud.

Den 6 kregen wij onze eerste Eenden eijers, gedurende het zagte weder bevoorens, bevreemde het dat zij niet reeds aan de leg waren, het geen ons echter denken deed dat er nog vorst op handen ware; voor en tusschen de elkanderen tot 3 malen toe herhaalde vorst, had men telkens zagt en als het ware Lenteweder, maar volgens de berigten gedurende dat, na de vorst opvolgende, zagte weder, zoo veel malen aardbevingen, welke laatste tot in de Nederlanden zich uitstrekte, zonder veel schade toegebragt te hebben, in Vriesland heeft men er echter niet van gevoeld.

Den 7 koude zuiden wind, marktdag te Leeuwarden de prijs der boter 35 gld de boeren 2 a 3 gld meer, op dezen dag is de eerste Ojevaar weder te rug gekomen, en heeft dadelijk met geklepper het nest betrokken.

Twee zusters dochters van Hallumer mieden zijn hier in het begin dezer week uit van huis geweest, twee zusters dochters van Goutum, welke beide laatste zich mei eerstkomende in het huwelijk staan te begeven, bezogten ons tevens op den 4 l.l. waar bij zich nog voegden onzen zoon en zwager benevens de onderwijzer uit de buren, deze vertrokken ’s nachts 12 uren, zoo dat wij gedurende den dag, tot laat in den avond een aanzienlijk, maar tevens een aangenaam gezelschap hadden.

Blz. 104

Den 10 Maart, zuiden wind met zonneschijn. De prijs der boter was den verleden marktdag te Leeuwarden tot 35 gld. gedaald. Gister na het eindigen van den nadenmiddag Godsdienst las onzen Leeraar ons eene bekendmaking van het Grietenie Bestuur voor: dat er op den 10 en 11 in deze gemeente een besloten bus zoude omgaan, tot het ontvangen van vrijwillige giften voor de gewapende magt, dat is voor de gekwetsten en verminkten in den slag van Waterloo. Alle jaren wordt deze inzameling herhaald, niet tegenstaande maar een kleinigheid telkens ingezameld wordt.

In den verleden week hebben de jonge lieden, welke in de jaren vallen, de loting tot de Militie ondergaan, van de 6 derzulker alhier zijn vier aangelot, waar onder een zoon van A. Smeding, waar voor een plaatsvervanger is gekogt of staat gekogt te worden, de overige zijn gemene lieden, en moeten trekken als zij gene gebreken hebben.

Een zoon van B. Vogel Mr Timmerman den vader behulpzaam in het timmeren, was voor dien dag der loting steeds onpasselijk, zoo zeer zag hij tegen dien tijd op, maar volkomen vrijgelot zijnde fleurde dadelijk op, en keerde weder tot zijne vorige gezondheid; een ieder was hier over verblijd, te meer daar deze ouders verscheidene zoons hebben, die opvolgende moeten loten, gene gegoede maar ijverige lieden en te zamen voor het talrijk huisgezin een goed stuk brood verdienende, evenwel in geval van aanloting, door het koopen van een plaatsvervanger zich zeer zouden agter uit gedaan hebben.

Een schoenmakers zoon alhier, welke zich voor een zoon van G. Gosliga, thans overleden, had verkogt, met verlof van Coeverden te huis, heeft zijn geld ontvangen, en teerd thans in ledigheid op die 400 gld. Indien maar van zulk geld een goed gebruik gemaakt was.

Blz. 105

Wij melden pag. 53 des vorigen jaars dat J. Tjaarda, ontvanger te Weidum, om vermoedelijke fraudes in zijne Administratie in de gevangenis was geplaatst; heden voor de Regtbank openbaar zal verhoord worden, ten welken einde een aantal getuigen uit die gemeente opgeroepen zijn, om in deze te regt zitting te getuigen.

Een verbazend opzien heeft deze gevangenneming overal verwekt, en niet minder de langdurigheid eer hij openbaar te regt gezet is, afwisselende gerugten voor en tegen zijn er gedurende in omloop geweest, algemeen kwamen de gerugten daar in over een, dat hij zich niet zoo zeer aan het Rijk, maar aan knevelarij, afzetting enz. aan de Contribuabelen had schuldig gemaakt.

Eindelijk is dan dezen dag aangekomen in welken alles in het licht zal gebragt worden, of gemelde Tjaarda schuldig of onschuldig zal bevonden worden. Behalven de getuigen zijn er zeer vele nieuwsgierige menschen van hier en elders naar Leeuwarden gereist, om deze te regt stelling bij te woonen.

Het gevangen nemen der inbrekers op Barrahuis bij eenen A. Dijkstra pag. 75 bevorens gemeld, is te onregt geweest. Deze 2 personen zijn volkomen onschuldig gevonden, en na ¾ jaars gevangen gezeten te hebben, vrij ontslagen, onder een schade vergoeding van 50 gld ieder althans als de gerugten waar zijn.

Men heeft evenwel gedurende de regte kwaad doenders ontdekt en gevangen genomen.

Heden werd ons het overlijden van een onzer buren op de Werp woonachtig een Kornelis Lammerts Sikkema

Blz. 106

aangezegd het was een bejaard weduwnaar, weleer benevens zijne vrouw als knecht en meid bij den schrijver dienende getrouwd zijnde, moest hij de kost met arbeiden winnen verwekte bij zijne vrouw een zoon, welke vrouw geen jaar daar na overleed, sedert weduwnaar in bekrompene omstandigheden deedde hij zijn zoon het Timmeren leeren, welke thans meerderjarig Timmermans knecht, een aanzienlijk loon verdiend.

Deze man altoos in behoeftige omstandigheden zijnde, steeds over zich zelven en zijnen zoon bekommerd hoe hij bij het klimmen zijner jaren zijn brood zoude bekomen, had het geluk dat zijn zoon deugdzaam van aard, en zelf Godsdienstig zijnde zich zeer op het leeren van zijn ambacht toelag, en met er tijd een goed loon verdiende; dit verruimde ’s mans omstandigheden aanmerkelijk niet alleen maar sedert een paar jaren geleden erfde hij van uitterlijk familie, een aanzienlijk sommetje, welke hem niet alleen zijn huisje op de Werp staande om te vertimmeren in staat stelde, maar ook in zijnen arbeiders stand voortaan onbekrompen te leven. - En ziet ten gevolge van de algemeene ziekt, word deze man ziek, zukkelde sedert en sterft. - Misschien had hij zich voortaan een onbekrompen leven voorgesteld, althans voorige bekommeringen waren opgeruimd, en ziet in dezen toestand rukt de dood hem weg, hij is niet meer! Zoo gaat het meermalen in de wereld met den zwakken sterveling! als hij zijne wenschen heeft bereikt om voorts een genoeglijk leven te slijten, komt de dood en maakt een einde aan alle zijne uitzichten en genoegens!!!

Het leert ons steeds, dat wij niet voor de aarde leven, maar dat een ander bestemming ons wacht, niet tegenstaande wij oud of jong rijk of arm, in hoogen of lagen stand, tevreden of in onrust en vol bekommering ons leven slijten. Wij keeren weder tot aarde, en verwisselen het zelve met de eeuwigheid - mogten wij dan zoo leven, als wij eens zullen wenschen gedaan te hebben.

Blz. 107

Den 17 Maart, aangenaam en groeizaam weder. Mijne dochter en zwager te Deerzum een paar nachten bezogt te hebben bevond heden bij mijne te huis komst de mijnen in goeden welstand.

Den 14 bevorens, is J. Tjaarda voors. door de Regtbank vrijgesproken, na alvoorens vier dagen te Regt gezeten te hebben; in deze zaak zijn 48 getuigen betrokken geweest waar van 31 voor en 12 tegen hem getuigden; Tjaarda bevoorens gemeld, is dadelijk op vrije voeten gesteld; dagelijks zijn een menigte menschen uit nieuwsgierigheid of belangstelling bij dit verhoor tegen woordig geweest en daar het vonnis uit te spreken, juist op dezen marktdag inviel, was het bij deze vrijspraak zoo ontzettend vol, dat niemand zich naauwlijks konde bewegen.

De prijs der boter was dien dag 34 gld. De vette koeijen worden gekogt voor ongeveer 3 St. of 15 Cents.

Gister is het wijfje Ooijevaar ook te rug gekomen; het mannetje scheen op dien tijd, de komst te verbeiden, althans zoo dagt ons; zich des vorigen daags rede daar toe voorbereid te hebben - zij paarden dadelijk.

De stamboomen ter beplanting van den straatweg, worden bij wagen vollen, langs den dijk gereden, en in de gaten tot dien einde gemaakt en weder half vol gesmeten afgelegd, om eerstdaags te planten.

Den 22 Maart, heden aller onstuimigst met zuiden wind gister marktdag was de prijs der boter boere markt 41 gld. In het voorjaar is het een lust om aan te schouwen hoe vol de markt is, van allerlei plantsoen, om te verkoopen aangeboden. De Eenden Eijers heb ik gedurende den legtijd van dit voorjaar verkogt voor 32½ Cent, gister had ik 12 snees.

Blz. 108

De beide jongste dogters van mijn broeder te Wanswerd of thans de Streek, zijn hier sedert 3 dagen uit van huis en gaan heden weer vertrekken.

Gister zijn de boomen, stamboomen n.l. nevens ons land op de straatweg geplant. Ook zal het planten aan de geheele straatweg van Leeuwarden tot Akkrum gedaan zijn, of staat met een dag of twee geplant te worden.

De arbeiders verdienen ’s daags 90 Cents. Overigens zal een aanvang met hakken van 2 stek langs de barden aan de straatweg worden gemaakt, terwijl vervolgens de overige ruimte met ander plantsoen zal voorzien worden.

Eenige Kieviets eijeren heb ik ook aan de markt gezien gister, de prijs ieder heb ik niet konnen weeten.

Gedurende de voorgaande marktdagen, zijn er altoos vette koeijen of Rundvee aan de markt, ook nugteren of gemeste kalveren, waarvan de eerste gisteren een groote menigte.

Den 25 Maart, thans heldere lucht en schoon weder, sedert de voorige zeer guur en onstuimig met nachtvorst; mogelijk zijn er wel ongelukken op zee gebeurt, althans bij zoodanig weer hoort men al veel van het vergaan van schepen.

Gister had men oproeping van Hervormde Floreenpligtigen, om over een voorstel van Kerkvoogden te besluiten, n.l. een schuld ten laste der Kerk ongeveer 4000 Guld. opgevraagd zijnde, of men tot vinding van deze gelden de vastigheden of effecten zoude verkoopen?. of een omslag over de Floreenen der hervormden te heffen?

Blz. 109

ieder floreen n.l. een gld. 3 jaren lang telkens? en is tot het laatste besloten, waar van proces verbaal is gemaakt, om te zenden naar het Provinciaal kerkbestuur ter bekragtiging. Tot deze heffing zal de schrijver jaarlijks moeten betalen 43 gulden, hebbende aldus gelijk getal Floreenen tot zijn last.

Den 27 Maart, droog met sterke nacht vorst den 25 bevorens schreven wij schoon weder, doch des nademiddags wierd het koud noorden wind, tevens vrij sterke donder, zonder veel regen, met een stijve en koude lucht uit het oosten. Den 26 ’s morgens aangenaam doch ’s nademiddags koud weder verzeld van hagelbuijen, zoo ook heden, des voordemiddags schoon zacht ’s nademiddags koud ooste wind.

Het uurwerk in de tooren te Wirdum is naar Leeuwarden om te repareren geweest, en thans weder te rug. Het ziet er fraai uit; wegens schoonmaken en verwen; men heeft sommige bossen van het gaande en slagwerk welke uitgesleten waren, vernieuwd, evenwel is het slagwerk, vooral betrekkelijk de hamer boven bij de klokken, nog niet in een goede order; ik heb het heden morgen nagezien en gelast aan Camminga de uurwerkmaker, wel toe te zien, dat het slagwerk zoodanig Bestuurd en geregeld wierd, dat de klok gemakkelijk sloeg. Dewijl deze man voor het eerst met dit werk is begunstigd geweest, kwam het mij bij de beschouwing voor, dat hij juist geen groot werktuigkundige ware.

Den 1 April, sedert de vorige koud en vogtig N. wind. Gedurende de laatste dagen van Maart hebben wij ons

Blz. 110

onledig gehouden met het ontvangen der maandelijksche verponding en het personeel; na den afloop heeft mijn zoon de staten opgemaakt, welke heden naar Leeuwarden om te verantwoorden getrokken is, gedurende dezen winter hebben wij maandelijks, het geld op het paard, door een mijner knechten naar Leeuwarden laten brengen, zoo ook heden. - Het geeft altoos eenig rust en genoegen als de maand weder verantwoord is.

Het is thans aller aangenaamst voorjaars weder ten gevolge daar van heb ik door mijn volk het land aan de straatweg alwaar de zoden afgenomen waren, in order laten brengen, na alvoorens het zelve met klaver en hooizaad bezaaid te hebben, wijders met paarde dong en ruig overdekt.

Men heeft tot meerder beplanting van den straatweg jonge Elsen langs dezelve gevoerd, om eerlang te planten.

Zaturdag den 29 ’s morgens 5 uur is mijne dochter te Wirdum en maandag den 31 maart ’s avonds 5 uur mijne dochter te Deerzum, bevallen ieder van een jonge zoon.

Den 14 April, heden schoon weder, doch den 5 bevoorens zeer onstuimig met sneeuw en zeer harden wind, op dien dag reisde naar Achlum om mijne kinderen te bezoeken, bevond hen zeer welvarende en waren ongemeen verheugd over mijne tegenwoordigheid, woonde ’s anderen daags, zijnde Paasch, den Godsdienst aldaar bij, en reisde den volgenden dag Paaschmaandag naar Harlingen, terwijl mijn zoon

Blz. 111

de vacature te Zweins moeste prediken; aan het land altoos gewoon, was het gezigt van schepen en scheepvaart van zoo veel onderscheidene zoorten en verschillende natien een nadenkende verandering en verwekte onderscheidene aandoeningen. Ik vertoefde bij mijne kinderen tot den 9 en reisde toen weder naar huis; den 12 bezogte mijn Broeder te Wanswerd op deze reis, was de student van der Zwaag, mede in het trekschip, om naar Groningen te reizen, welke gedurende de Paaschvacantie thuis geweest ware, te Birdaard nam ik afscheid van hem, woonde den 13 de Godsdienst te Wanswerd bij, en reisde ’s avonds weder naar huis.

De betrekking tot de familie en vooral tot mijne blinde zuster te Wanswerd woonachtig, en om dat ons Dos v.d. Zwaag te Weidum moeste prediken, en wij daar door alhier geen predikdienst hadden, deed mij tot deze reis besluiten.

Den 19 April, aangenaam lente weder, gister marktdag te Leeuwarden, de boter zakt, de prijs 27 de boeren misschien 30 gld, de Eenden eijers 35 hoenders eijers en 30 Kieviets eijers 35 cents. De markt was vol plantsoen om te verkoopen. Zeer vele koeijen opgevoederd, waarvan sommige vet en andere met goed vleesch, werden op de markt om te verkoopen geveild, van de prijs heb ik niet gehoord; het melkvee om uit te voeren, zijn bij de boer meest opgekogt, waar van dagelijks naar Holland gescheept worden, vooral aan de Ee kant van Leeuwarden tot Dokkum en elders. Hier heeft dit zoo veel geen plaats, nadien de boeren doorgaans zoo veel vee stallen als voor eigen behoefte noodig zijn. De overige worden meestal gevoederd, en dus verkogt.

Ook heeft hier het gebruik van het beste melkvee voor eigen behoefte te houden terwijl men elders de beste koeijen aan de kooplieden om uit te voeren verkoopt. Hier legt men zich aan veel te melken gelegen en elders op de aanvoeding, om schoon vee te leveren, en daar

Blz. 112

door zijn bestaan goed te maken. Mijns inziens wordt men thans ten aanzien van het hair van het vee al te zinnelijk - licht zwart bont met blessen voor de kop is de heerschende kleur over het algemeen, dit wordt zoo ver gedreven, dat men vaak spot met het vee, hoe schoon van statuur ook, welke anders gehaird zijn. - De schrijver houdt zich aan Roodbont, alleen daarom om dat zulk vee altoos bij de familie gehouden, onverschillig of het licht - doch liefst donker roodbont zij, terwijl mijne naast buren tevens ook roodbonte houden, doch met dit onderscheid dat het licht roodbonte met blessen zijn - overigens zijn onze beslagen te zamen waarschijnlijk meer dan 120, want de schrijver heeft alleen 38 en mijne beide buren ieder ruim zoo veel gestald, zonder dat een anders gehaijerde hier onder gevonden wordt. - Tijdens de veepest en naderhand werd er naar geen kleur oud of jong gezien, men rekende zich maar gelukkig als men zijn beslag gezond behield, of bij verlies daar van, andere weder in plaats konde koopen, dit was veeltijds toen boven het vermogen der boeren wegens de duurte, het vee was bijkans onbetaalbaar vooral de ziek geweeste, hoe oud en schraal van statuur die ook mogten zijn; men onderscheide deze om bedrog voor te komen, met de voor letter der Grietenie op de hoorens gebrand ter plaatze waar het beest te huis hoorde.

De schrijver geheugd nog de laatste veepest, hoewel toen omstreeks 1776 tot 1779 lang zoo erg niet als voorgaande veepesten, hoe groot de ellende onder de boerenstand ware.

Men nam zijn toevlugt wel tot het inenten, doch dit verslond niet alleen veel vee, maar ging tevens met de grootste bedriegerij gepaard.- Hoe dankbaar moest men niet zijn daar men steeds bij voortduring niet alleen van de veepest bevrijd blijft, maar ons gewest zulk een overvloed opleverd dat er jaarlijks bij duizenden van het allerschoonste vee naar buiten wordt gevoerd!! Dus in plaats van al te zinnelyk te zijn, behoorde men den goeden God dankbaar te juichen!!!

Blz. 113

Den 21 April, N. wind met regen verzeld van koud en guur weder, den 16 bevooren was mijn Zuster van Hallumer mieden alhier uit van huis, en vertrok den 19 bij allerschoonst zonneschijn weder; wij wandelden te zamen langs den straatweg naar mijn zwager te Goutum, welke een stuk land ten westen de straatweg nevens de dijkhuizen woont, alwaar zij tot heden zoude uit van huis blijven ik toefde daar mede tot den avond, de lucht was toen reeds koud met N.O. wind ver in het zuiden stond een donder lucht, men zag onderscheidene keeren de Blixem verzeld van donder - ten gevolge was het gister zeer koud verzeld van N. wind, ik woonde evenwel den voor en nadenmiddag Godsdienst bij, bij welke gelegenheid mijne dochter en zwager hun kind, waar van mijne dochter onlangs bevallen ware, ten doop hielden.

De werkzaamheden aan den straatweg, gaan onafgebroken voort, de brede hoeken worden hier en afgewerkt en op andere plaatzen aangevuld en regelmatig geslegt, om met geboomte te beplanten, welke in verbazende voorraad langs de straat in gaten gestopt liggen om geplant te worden. Eene menigte arbeiders zijn daar toe dagelijks met graven bezig, en verdienen alzoo veel geld wegens de gedurige werkzaamheden mogelijk dat de dagen huur niet te groot zijn, vermits het werk meest aangenomen wordt.

Wat er van de huizen op de straatweg staande, pijpkes enz. nog worden zal moet de tijd leeren, men zegt dat er omtrent deze dingen den voordragt aan den Koning gezonden is. De Kerk van Wirdum heeft voor ongeveer 60 jaren boomen aan de hooge Dijk, thans de straatweg,

Blz. 114

omstreeks Unia Pijpke, geplant, waar van nog 37 voor handen zijn, hebben de tegenwoordige Kerkvoogden een verzoek aan de Commissie van Toezigt gedaan, om deze boomen ten voordele van de Kerk te mogen verkoopen.

Ter dezer plaatze, draagt gemelde weg nog kenteekenen van voormalige waterkeeringen, hoewel over het algemeen maar een gewoone hoogte hebbende, is de hoogte daar nog zeer aanmerkelijk, misschien, dat er van tijd tot tijd tot de tegenwoordige hoogte afgegraven en over de naastgelegene landen gebragt is, ter dezer plaatze onaangeroerd gebleven zij, althans zoo veel niet afgegraven als wel over het algemeen, dit gedeelte op eenigen afstand te zien, vooral van de werp, heeft nog volkomen het aanzien van een hoogen Dijk - voor acht of negen eeuwen strekte dezelve misschien nog voor zeedijk - althans schijnt omtrent dezen tijd de middelzee tot land geworden te zijn, heden ten dage onder den naam van nieuwland bekend, waar op des schrijvers zathe en landen geheel gelegen zij, bij welkers aanschouwen dikwijls die herinneringen bij hem ontstaan: dit was voormaals zee, her door voeren de Romeinsche scheeps machten, om de Duitschers tot onderwerping te dwingen!! Wie weet wat hier wel gebeurd zij, mogelijk zijn hier wel bij ijsselijke stormen schepen vergaan, menschen in de diepte verzonken, mogelijk bij het uitgraven wierden er wel spooren van gevonden? - Dit is althans zeker, dat gemelde Dijk voor eeuwen de hooge dijk thans nog de hooge Dijk, en toen het nieuwe land heden ten dage nog het nieuwland word genoemd, dus blijven de herdenking aan den al ouden tijd, levendig.

Blz. 115

Den 22 April, heden paarde markt te Leeuwarden, ik begaf mij derwaards, om de voortbrengsels onzes gewest althans de koophandel van deze schoone dieren te aanschouwen, en mij daar door de welvaart van den Landbouw ook ten dezen opzichte te herinneren - Schoon geen kenner van paarden, dacht mij waren er die uitmunten, evenwel zoo talrijk niet als wel voorgaande jaren, mijn zwager van Deerzum veilde ook een schoon paard om te verkoopen.

Gister zijn de scharren op de Pollen verhuurd met de stuiver gelden voor 30 Gld. dus ongeveer 5 Gld minder dan verleden jaar. Ik heb er weder 3 schar door mijn zwager op de Hallumer mied gehuurd.

Den 24 April, heden Z. wind, verzeld van regen en onstuimigheid, die genen welke hunne beesten bevoorens in het land gelaten hebben, zullen zich daar over beklagen, hoewel zich dit meest tot jongvee bepaald; maar er zijn die uit nood daar toe gedrongen worden om de schaarsheid van hooi, zoo is het geval onder anderen van een zeker boer op Techum onder Goutum, welke gister 14 stuks van zijn melk vee in het land heeft gelaten, om dat het hooi opgeteerd ware; zoo klagen de boeren thans over het algemeen, dat het hooi buitengewoon minderd en in hunne rekening te kort schieten; de landen zijn schoon, er is wel voorraad van gras, maar het water is hoog en de landen week; er wordt gedurende zoo veel mogelijk gestroomd, maar door de veelvuldige regen, en het uitmalen van de Polders, blijft het buiten water telkens hoog, tot nadeel van het oningepolderde.

Blz. 116

Den 26 April, harde wind uit het zuiden, sedert gister verzeld van regen en regenbuijen; wij bragten gister morgen onze jong beesten in het land, maar deze hebben het ongelukkig getroffen bij zoodanigen regen en wind. -

Wij melden pag. 108, dat de stamboomen ten naasten bij geplant zouden zijn, zoo dachten wij althans; maar de overgeblevene ruimte, wordt tot heden met stamboomen en ander plantsoen beplant, een menigte arbeiders ziet men dagelijks werkzaam, met afgraven, spitten, verbreden, krooden, planten, inkorten en besnoeijen van het geplante, met een woord men laat geen kosten en moeite onbeproefd om deze weg een heerlijk aanleg te geven, en bij het groeijen van het geboomte, een Konings weg te doen uitkomen.

De Vriezen gewoon, om te bezuinigen, en daar door zich geen ongemakken te troosten, ondervinden thans met de straatweg dat het gemakkelijk is, zich ook hier in aan de weelde toe te geven, schoon zij thans ook het gerief daar van ondervinden houd ik mij verzekerd, in een ander geval, nimmer iets tot een straatweg te zullen afstaan, althans uit vrijen wil niet, zij zijn nog geheel niet van de vrijheids zucht hunner voorvaderen ontaard, het moet blijven zoo als het voormaals geweest is, het was tijdens onze voorvaderen zoo en zoo goed, het moet ons ook zoo goed zijn - dus redeneert een vries, vooral ten platten lande, schoon men niet ontkennen kan, dat hunne zeden, vooral die der steden vrij wat verbasteren, de onderscheidene gewesten naderen dezer wijs elkanderen wederzijdsch, mogt het maar zijn in vaderlandsch liefde, deugd en godvrucht, hier door en hier door alleen, zouden alle vreemde zeden buitengehouden worden.

Blz. 117

Den 3 Mei, heden allerschoonst weder, verzeld van N. wind en droogte. Den 1 dezer zijn de jongbeesten naar de Pollen, door een daar toe gehuurde drijver met een paar jongens tot zijn behulp, gedreven; bij deze gelegenheid ondervond men het onaangename van de Straatweg, daar door dat men het vee in koppels niet langs dezelve kon drijven, het plantsoen zou er door beschadigd konnen worden, het jongvee laat zich niet gemakkelijk leiden aan de hand, voor een aantal was dit onmogelijk, er wierd in een tegen overgesteld geval ook zoo veel leiders als er beesten zijn toe vereischt. Onze drijver hadde thans maar 16 stuks; maar men konde dezelve niet langs de straatweg drijven, men verkoos dan de Sneeker trekweg tot aan de Boxumer dam, een ieder moest dus zien om zijne beesten, het zij door barten als anderszins daar op te krijgen; en toen dezelve aldus bij elkander verzameld waren was juist de tolman van de Sneeker trekweg daar tegenwoordig, deze bragt in een hoogen toon, het regt van de trekweg bij, hier in bestaande, dat deze weg met geen vee mogte gedreven worden, en dewijl ik bij geval daar ook tegenwoordig ware, herinnerde ik hem, dat dit vee langs de Straatweg niet konde gedreven worden, dat hier volstrekt geen ander middel voor handen ware, als om dit klein gedeelte van de Trekweg tot de Boxumerdam te gebruiken, de Gouverneur had ons geen weg gewezen, dus moesten wij gaan daar wij best konden! toen vorderde hij in geen minder toon, tol van al dit vee, ik zeide hem dat ik dit niet konde geven, wel voor mij zelven maar ik hadde geen kwaliteit van mijne buren, en als hij hier mede niet te vrede ware, dan kon hij mij naderhand aanspreken zoo was mijn naam, welke ik hem noemde, en dat waren mijne buren.

Blz. 118

Den 8 Mei, heden N. wind, verzeld van zonneschijn en droogte, de greidlanden staan gedeeltelijk schoon, hoewel er zijn, die er zeer dor en raauw uitzien, misschien veroorzaakt door den gras worm.

Den 2 bevoorens hebben wij 10 stuks melkvee in het land gelaten, schoon het ons aan geen hooi ontbreekt.

Gister was het Stienser vee markt schoon het koud en regenachtig weder ware, was de markt evenwel vol vee, men rekende dat er wel elfhonderd stuks ware; een menigt kooplieden ook uit andere provincien vooral Hollanders waren tegenwoordig, het was een levendige markt, grage koopers. Mijn zwager van Deerzum kwam hier ’s morgens met de chais, ik reed met hem naar Stiens; het zag er daar wegens den regen en drift van het vee zeer morsig uit, maar leverde des niet tegenstaande aangename gewaarwordingen op, wegens den bloei en levendige handel van der vriezen rundvee welke schatten worden hier door ook in den schoot der natie uitgestort?

Het geboomte aan de straatweg begint al uit te botten, indien de groei mogte voortgang nemen, dan zouden de moeite en kosten wel beloond worden, en tot eer van den aannemer verstrekken, dewijl het veelen ongelooflijk schijnt, dat er in zulken harden klei plantsoen aan het gewas kan geraken; doch de kennis dier zaak, en vooral ook daar in, om de grond te bearbeiden en geschikt tot beplanting te maken, gaat dikwijls het begrip van het algemeen te boven.

Blz. 119

Den 10 Mei, zuiden wind, verzeld van droogte, heden hebben wij 16 stuks melkvee in het land gebragt, twee staan er nog op stal, waar van een kalven moet.

Gister marktdag te Leeuwarden, het weid en melkvee vooral goed zoort, vond grage koopers, er was veel vee. Oude varkens en Biggen was bij veelen gadinge en werden duur gekogt; men zegt dat de prijs der boter 20 Gld. ware schippers markt, de boeren misschien 5 a 6 gulden meer.

Den 8 bevoorens is A. Beekhuis student te Groningen te Leeuwarden door het provinciaal Kerkbestuur geexamineerd, en met lof tot Candidaat in de Godgeleerdheid gevorderd. Dus zijn er rede twee Wirdumers de Academische loopbaan afgetreden waar van de eerste mijn zoon, en deze zijn zwager, zijnde aan deszelfs zuster gehuwd; dat Vlaskamp in de Chirurgij bevoorens geexamineerd is, hebben wij bevoorens gemeld, als mede dat dezelve de practijk te Witmaarsum dachte uit te oefenen, waar van wij stellig konnen zeggen dat hij sedert met lof de uitoefening als Chirurgijn en vroedmeester al daar waarneemt. De Student van der Zwaag is rede in het derde jaar aan de Academie te Groningen, waar naar deszelfs jonger broeder in den loop van dit jaar na de groote vacantie bij welzijn mede trekt; sedert de reformatie zal er misschien geen voorbeeld zijn, dat op het platteland bijna gelijktijdig over eene bevolking van ruim 800 zielen, vijf jonge lieden uit een en dezelfde plaats, gestudeert hebben.

Blz. 120

Den 17 Mei, sterke oosten wind, met groote droogte, de beesten zijn in dezen omtrek, alle in het land, er is thans overvloed van gras. Nimmer heb ik gedurende weeken opvolgende zoo veel haantjes (althans zoo zijnze best op het land bekend) gezien, geheele troepen scharen zich bij honderden ja duizenden bij elkanderen, houden zich steeds in dezen omtrek, vliegen wel her en derwaarts, maar zetten zich al weder spoedig neder, misschien dat er overvloed van gewormte vooral de grasworm in den grond zit, waar op zij zich steeds vergasten, althans wijzen de landen zulks wel uit, zoo als wij bevoorens zeiden, dat er stukken land waren, waar van geheele plekken ruw en dor schenen, zoo dat door dit ongedierte de natuur eene zuivering vorderde, deze vogels, welke zich doorgaans in lagere kwartieren ophouden, herwaards lokte om overvloedig voedsel te genieten. Dus zorgt de schepper der natuur voor alle zijne schepselen en heeft altoos middelen in de hand als het hem behaagt, om het schadelijke weg te ruimen.

Gister was het marktdag te Leeuwarden, de prijs der boter is mijn nog niet bekend, maar zij is in een lagen prijs de markt was vol vee, doch slap in graagte.

Den 15 bevoorens zijnde hemelvaartsdag, zijn de zitplaatsen in de Kerk verhuurd, groot 20 gld minder, dan voorgaande jaren bedragende thans in het geheel ruim 190 gld.

Ook is op denzelfden volgens jaarlijks gebruik de Brandspuit geprobeerd, en wierd uitnemend welbevonden.

Heden bragt mijn zwager van Hallumer mieden met de Hooiwagen 100 schoven bedstroo welke hij voor ons gekogt had voor f 3-15- daar te boven 6 st. tol dus in het geheel voor 4 gld en 5 Cts.

Blz. 121

Den 22 Mei, sedert de vorige, sterke droogte thans veranderlijk en dreigt tot regen, verzeld van zuiden wind. Gister hebben mijne vrouw en ik benevens twee kindertjes naar onzen zwager en dochter te Deerzum met de wagen geweest, en bevonden daar alles wel, het was aangenaam en warm weder, de straatweg was voor een gedeelte tot de 3 Romers niet aangenaam te rijden, dewijl dezelve door sterken wind en droogte, grootendeels van het zand ontbloot ware, evenwel waren er zandwagens en arbeiders hier en daar bezig, om het zand aan te voeren en daar over te slegten.

Ten gevolge van eene uitgekomene wet op de schutterij, zijn de jonge lieden alhier van de 25 tot de 35 jaren, onverschillig getrouwd of ongetrouwd, met of zonder gebreken, heden opgeroepen op verschillende uren, om te compareren, op het Grietenie huis te Leeuwarden ten einde eene beschrijving te ondergaan. Meermalen heeft er eene opschrijving tot de schutterij plaats gehad, doch is ten platten lande altoos zonder gevolg geweest; maar het schijnt dat deze beschrijving van een eenigzins anderen aart is, of de daar uit vervolgens aangelotte ook in dienst zullen gebragt worden, moet de tijd leeren? indien dezulken tot den wapenhandel geschikt zullen worden, zal voor den landman en over het geheel ten platten lande, eene zeer ongepaste zaak zijn.

Mijns inziens, is het zeer merkbaar, dat er jaarlijks zoo vele jonge lieden, tot den Militairen stand aangelot en in werkelijken dienst gebragt, voor den landbouw gemist worden, het ontbreekt althans over het geheel aan werkboden, en geeft zeer veel aanleiding van de betamelijke ondergeschiktheid van dezulken vaak in dienst van den landman besteed.

Blz. 122

Den 31 Mei, sedert de vorige groeizaam met afwisselende regen en donderbuijen, evenwel niet algemeen, zoo is onder en in de naburige plaatzen, gedurende zeer weinig regen gevallen, op andere plaatzen meer en sommige min, zoo heeft het onder anderen in het noorder trimdeel, en vervolgens in dien omtrek op den 22 dezer aanhoudend eenige uren buiten gewoon geregend, terwijl hier en in dezen omtrek geen enkele drup gevallen is, dan op den 24ste is hier vrij wat water gevallen en sedert nu en dan meer en min, terwijl elders het weder niets regende; afwisselende hoort men donder, onder anderen ’s nademiddags van den 27ste vrij sterk, waar van echter geen schade bekwam, hoewel somtijds zeer nabij dreigende, zoo was bij voorbeeld een zoon van Andries Smeding onder Roordahuizum woonachtig, gedurende dat onweder voornemens om de gooten van het huisdak te klaren, een Blixem straal werpt hem neer, kruipende komt hij binnen huis, genoegzaam bewusteloos wordt hij van de zijnen opgeholpen en bevind eenige lammigheid in de leden, waarvan hij gister ten deele weder hersteld ware, althans was hij om zijne zaken waar te nemen op de marktdag te Leeuwarden tegenwoordig.

De prijs der boter was als vooren - het was een levendige markt vooral van het levende vee en onder anderen het rundvee.

Gedurende de laatste dagen dezer maand, hebben mijn zoon en ik ons weder onledig gehouden, met het ontvangen van de Rijksbelastingen, waar van mijn zoon thans bezig is de staten op te maken, om maandag te verantwoorden, wijl het morgen zondag is.

Blz. 123

Den 11 Junij, steeds buijig, sedert de voorige afwisselende regen, vergezeld somtijds van onstuimigheid, schoon er thans overvloed van regen gevallen is, heeft men juist geen evenredigheid van vruchtbaar weder om de steeds opvolgende koelte. Overal in dezen omtrek en elders is men reeds aan het maaijen, tot nog toe is er geen groot overvloed, van Hooigewas. - Wij zijn den 29 der voorgaande maand begonnen te maaijen, dus later dan wel de voorgaande jaren, om de weinige voorraad van aangroei.

Den 9 is mijn zoon van Achlum hier gekomen uit van huis, de knecht van mijn zwager te Deerzum hadde hem ’s daags te voren met de Chais gehaald, na dat hij alvoorens eerst in zijne Gemeente en ’s Nademiddags te Arum hadde gepredikt; zijne vrouw was rede den 2 dezer hier gekomen.

Den 8 dezer wierd de Kerkvoogden te Wirdum van den doodgraver aangezegd, dat de mond van eene Grafkelder aan den Heer Sijtzama toebehorende in de Kerk te Wirdum ingestort ware, aan de Noordermuur ten oosten de predikstoel; schoon onzigtbaar, was er, ergens door, bij hem een vermoeden van zoodanig geval ontstaan, en bij het ontbloten van een plank der vloering onder de vrouwen stoelen, had hij het wezentlijk zoo bevonden. Na het eindigen van den Nadenmiddag Godsdienst

Blz. 124

begaven de Kerkvoogden zich derwaards, en bevonden het alles zoo als hen gezegd ware; zij schreven dadelijk een brief aan den Hr. Sijtzama, hem van het geval kennis gevende, en ontvingen daarop ’s anderen daags een verzoek van gemelde Heer, om alles ten zijnen kosten naar hun lieder goedvinden te doen herstellen; mogelijk hier na wel eenige bijzonderheden van dezen grafkelder.

Met alle de oplettendheid, hebben wij niet konnen voorkomen, dat er niet nu en dan, maar dagelijks eene menigte ringrups zich openbaart, na deze telkens verdelgd te hebben, heeft, niet tegenstaande alle boomen doorgezien en weder van den ring gezuiverd te hebben ’s anderen daags, een andere nest of nesten tot verscheidene somtijds in getale, hier en daar in de boomen, gezet; indien over het geheel, de ringen zoo overvloedig gezet zijn, en na de evenredigheid van de moeite welke wij sedert het voorjaar, bijna dagelijks genomen hebben, om de ringen op te spooren en weg te nemen, te oordeelen, dan zal er weinig boomvrucht te voorschijn komen, en velen zich van de schoone appels beroofd zien, niet alleen maar de boomen bedorven, ons hof beloofd een overvloed van appels.

Blz. 125

Den 16 Junij, allerschoonst weder, verzeld van zonneschijn en droogte, het eerst gemaaide hooi, begint te rijpen; mijn zwager te Deerzum, waren reeds aan het zweelen, trouwens die kontreije en omtrek is het altoos wat voorlijker dan hier. Gister waren mijne dochter en zwager vandaar, te Wirdum.

Verleden vrijdag was het bij dit schoone weder op de marktdag te Leeuwarden opgepropt vol van menschen zoo wel om plaisier als eigen bezigheden; trouwens het was nog juist voor de onleegtijd, en daarom kon het de boeren uit alle oorden van Vriesland wachten, een plaisier reed naar Vrieslands hoofdstad te doen. De straatweg wierd meer dan ooit bereden, schoon de tollen zwaar zijn, scheen men dit maal daar voor over te hebben, hoewel eene menigte van Sneek en die kontreije over de Dille, langs de Boxumer dam en te rug over de Dille omreden, en dezer wijs 40 en meer Centen bespaarden, aan de beide slagboomen onder Wirdum en nevens de Dijkhuizen. Het Gouvernement veilde bij de minstaanneming het bouwen van zeven tolhuizen van Leeuwarden tot het Heerenveen, waar van volgens zeggen het eerste nader aan de stad zal gestigt worden, om de Boxumer Dijk mede onder de tolpligtigen te begrijpen, waar door alle omreden zullen benomen worden, ten ware de overzwetters verkozen over Ritzemaziel en langs de Marsumer Dijk naar Leeuwarden te rijden.

Blz. 126

Den 18 Junij, warm en zoel. Heden de 13de verjaardag van de overwinning der Bondgenooten over de Franschen te Waterloo, volgens besluit der Synode, Provinciaal Kerkbestuur in Vriesland en de daar op gevolgde aanschrijving aan de Predikanten, moest deze dag als een gedenkdag van Nederlandsch bevrijding van de overheersching der Franschen, Godsdienstig gevierd worden; maar deze betamelijke voornemens niet van Gouvernements wegen ondersteund zijnde, gaf dit in het platte land een algemene verwarring, ieder leeraar der onderscheidene Gemeenten in vriesland handelde hier in naar eigen weeten; zoo dat in de eene plaats geheel geen Godsdienst en op eene andere plaats weder eenmaal Godsoefening aangekondigd wierd, zoo hier ook te Wirdum, heeft men een morgen Godsdienst oefening alwaar de Gemeente vrijtallig verzameld ware, bijgewoond. Na de Godsdienst, zijn mijne getrouwde en aangetrouwde dochters uit het gebuurte, waar onder onze Domeni van Achlum zijne vrouw welke bij hare moeder nog uit van huis is, te zamen bij ons gekomen, om met elkanderen den dag hier door te brengen. De steden in tegendeel vieren den gehelen dag Godsdienstig.

Gister zijn mijne vrouw benevens een dochtertje te zamen met mijne zwager en zijne vrouw van Goutum met onze

Blz. 127

wagen naar mijne zuster en zwager op de Hallumer mieden gereisd. Het was een heette en drukkende dag, oost zuid oosten wind, verzeld van buitengewoone rookdamp, waar door de zon naauwelijks doorscheen, en daarom donkere lucht; tegen den avond hoorde men donder, maar konde niet zien hoe de lucht stond, wij resolveerden dadelijk om te vertrekken, om half 6 waren wij op reis, men hoorde de donder naderbij, eindelijk schoot de wind naar het zuidwesten met hevigheid, waar door de dampkring dadelijk van de damp en rook gezuiverd ware, en toen zag men het dreigende onweder ons te gemoet; wij kregen Stiens onder donder en hevige Blixem, doch nog geen regen, wij sloegen in een der herbergen dadelijk uit, en hier mede begon eerst de hevigheid van het onweder verzeld van zware regen; afwisselende dreef het weder af, maar wierd telkens van de op nieuws weder aanschietende donder luchten uit het zuiden gevolgd, het was gedurende hevig afwisselende onweder, eindelijk brak de lucht in het zuiden en klaarde, na dat de regen ook minderde, begaven ons groot 8 uur op reis, en kwamen om half 10 behouden en wel te huis, gedurende de nacht was er uit verschillende streeken weerlicht. Gedurende zoo hevig onweder, is het altoos geruststellender te huis te zijn.

Blz. 128

Den 20 Junij, groeizaam, met afwisselend regenachtig weder. Wij melden, dat op den avond van den 17 l.l. een hevig onweder woedde, behalven de merkbare nabijheid van het onweer, hier en elders opgemerkt, is er te Cubaard een schuur afgebrand, met eenig boere gereedschappen enz. doch waarvan het voorhuis bewaard gebleven is. Doorgaans laat een hevig onweder thans ontzettende gevolgen na, waar van als het geheugen mij niet bedriegd, in mijn jongelings en verdere manlijke jaren nimmer zoo veel gehoord hebbe, als in een reeks van de laatste jaren.

Trouwens men is thans zoo ver gekomen, dat men zich door deel te nemen in een Brand Societeit, of het plaatzen van donder afleiders, welks laatste evenwel maar bij zeer weinigen gevolgd wordt, voor den schade door den brand te veroorzaken waarborgt. Een godvruchtig hart, geeft het een en ander wel stof tot nadenken.

Den 21 Junij, heden morgen, warm met zonneschijn, voorde middag een broeijige lucht verzeld van een weinig donder en gedurende de middag regen, nademiddag een gebroken lucht verzeld van harden wind tot den avond vermeerderende waar door het gemaaide hooi en vooral de rooken over het land stoven. - Het wil maar volstrekt met de onleegtijd niet voort. Wij hebben rede al ons mieden gemaaid, het mad 33 Stuivers behalven’ s avonds brij en somtijds eeten, en nog maar ruim de ½ van 9 Pondemate gezweeld.

Blz. 129

Den 23 Junij heden allerschoonst weder met zonneschijn en droogte op den avond betrokken lucht N. west wind.

De schrijver tot gewoon lid van het Provinciaal genoodschap tot beoefening der Vriesche Geschiedenis taal en oudkunde benoemd zijnde, was het genoodschap aangeschreven, om de vierde vergadering te Sneek heden bij te woonen ’s middags half 12 in de herberg de stad Munster genaamd ten welke ’s morgens vroeg te voet naar Deerzum reisde, wijl de trekschuit vroeger voorbij voer dan verwachte, van daar bragt mijn zwager van Deerzum mij met de Chais naar Sneek. In deze vergadering waren 17 leden tegenwoordig, waar van de Grietman Beijma van Franekeradeel voorzitter en de Heer Binkes Secretaris was, onder de meer aanzienlijke was de vergadering tevens vereerd met de tegenwoordigheid van den Heer Gouverneur dezer Provincie als Honorair lid.

Den Heer Fontein hield eene breedvoerige lofrede over Caspar Robles tijdens de Spaandsche regering Stadhouder van Vriesland. behalven deze wierden de notulen der voorige vergadering gelezen en goedgekeurd, en tevens een voorstel gedaan om de volgende vergadering, welke te Leeuwarden zal gehouden worden, te beantwoorden; na het aflopen der werkzaamheden, vertrok de schrijver geen gebruik van de maaltijd makende, dewijl het te laat wierd, maar verkoos met het 4 uur schip te vertrekken niet tegenstaand ons Grietman Cammingha mij het vriendelijk aanbod deed, om met hem te rug te rijden.

Blz. 130

Den 7 Julij Zuidweste wind met afwisselende zonneschijn; den 5 bevoorens hebben wij de onleegtijd gedaan gekregen, na dat wij juist een dag over de 14 dagen daar mede bezig zijn geweest, ons buurman A. Palsma kreeg ’s nademiddags gedaan; wij hebben 131 wagens hooi gewonnen dus 48 minder dan verleden jaar, trouwens, wij hadden ook 8 pondematen mieden minder, gedurende dezen gemelden tijd, was het steeds schoon weder, en daar van sommige dagen zeer warm, tot drukkend heet, ten gevolge daar van was het op den avond van den 5 hevig onweder, vooral in het Oost Z. Oosten. een aangename regen verkwikte intusschen het dorstende aartrijk.

In het begin dezer maand, zijn de jonge Ojevaars van het nest gevlogen, welke, tot vijf in getal, hier, op het gewoone nest gekweekt, dat geslacht weder hebben vermeerderd; het is onbegrijpelijk dat in zulk een korten tijd, deze groote vogels van derzelver overkomst, paring, eijers leggen, broeding, opvoeding, tot hunne volkomenheid, konnen geraken, om het nest te verlaten, en alzoo door gedurige oefening, die sterkte te verkrijgen, dat zij eerlang met het geheele geslacht die groote overtogt konnen doen, naar de hun aantrekkende landen.

Blz. 131

Den 9 Julij, sterke Zuiden wind, afwisselende zonneschijn. Gister drukkend warm, ten gevolge broeide in het zuidoost een onweer, welke, met een hevigen wind ’s nademiddags alhier en meest ten oosten uitbrak, verzeld van sterke regen donder en Blixem; doch na een half uur brak de lucht, zoo dat het gedurende de avond goed maar zoel weder bleef. Op den laten avond was de lucht in het zuiden betrokken, en dreigde tot onweer welke van 10 a 11 uren hevig uitbrak, waar door in de wouden een sterke brand ontstond; met zekerheid kan men nog niet bepalen, waar het geweest is? onder de onzekere geruchten, schijnt het onder Giekerk plaatst gehad te hebben. Het was een geweldige brand, niet alleen hier en in den omtrek zichtbaar, maar zelf in de Stad, niet zoo zeer om den brand te zien, maar dat de lucht daar van rood was, en een vurig aanzien hadde. Hier na zullen wij, wanneer volkomene zekerheid meer van melden.

Den 14 Julij, afwisselende zonneschijn met regen buijen, sedert het voorengemelde onweder.

Het heeft zich bevestigd dat de laatstgenoemde brand te Giekerk geweest is, alwaar een boereplaats aan de Kerk of Pastorie behoorende geheel

Blz. 132

door het onweder is afgebrand met alles van boere gereed schappen en inboel, evenwel, zijn de bewooners levendig er uitgekomen; deze plaats was te Woudsend geassurandeerd.

Allerhevigst moet dit onweder in den omtrek van Groningen gewoed hebben alwaar volgens geruchten ook een boereplaats nabij de stad is afgebrand.

Heden passeeren veel menschen met rijtuigen de Straatweg naar Leeuwarden, om de Gouden Zweep te zien verharddraven, volgens gebruik op de eerste maandag in de Kermis; doch is door de Regering van Leeuwarden uitgesteld tot den 19 dezer, om de modderigheid van den Rijdbaan, door den regen.

Den 19 Julij heden passeeren nog veel rijtuigen de Straatweg; tot de harddraverij op de Gouden Zweep, welke heden zal verreden worden, hebben zich 26 liefhebbers hunne paarden laten inschrijven, ook uit andere provincien onder deze begrepen.

Gister marktdag te Leeuwarden en tevens Kermis, was de stad vol volk, en nooit zijn er op een dag, zoo veel Rijtuigen de Straatweg passeerd, zoo als mij heden de tolman te Goutum verzekerde. Mijne dochter en zwager van Deerzum, benevens mijn zoon en zwager uit

Blz. 133

de buren, na alvoorens eenigen tijd in de Stad door gebragt te hebben, bezogten ons in den nadenmiddag tot laat op den avond.

Een mijner kleinste zoontje heeft sedert eenigen tijd ongemak aan zijn schouder door eenen val geleden, met welke wij om den anderen dag naar Leeuwarden reizen, bij eenen van Gorcum sedert lange jaren geadmitteerd en beproefd ledezetter aldaar, het gaat uitmuntend en zal eerlang vrij welzijn volkomen genezen zijn.

Den 21 Julij. Heden in den aanvang van den vroegen morgen, en gedurende den avond van gister aller onstuimigst met hevige zuiden wind, vergezeld van opvolgend buitengewoone regenbuijen, echter zonder onderweder; hier door zijn een menigte menschen en vooral het jongvolk belemmerd om de laatste maandag van de Leeuwarder Kermis, volgens gewoonte bij te woonen, althans niet zonder een nat pakje; des niettegenstaande passeeren een menigte menschen met rijtuigen en te voet de straatweg derwaards, onder anderen ook onze beide knegts, derwijl wij rede de ruigscherne uitgebragt hadden, hadden zij ook vrij daar na toe te gaan, waar van zij ook gebruik maakten evenwel onder sterke regen en wind tevens ook voortgedreven.

Blz. 134

Het was bevoorens bij de Grooten alleen in gebruik overdekte wagens en zoogenaamde Koetsen te rijden; maar thans wordt het bij iemand, die het wat beter doen kan dan het algemeen, ook al mode een verdekte wagen te gebruiken, of sedert de straatweg een zoogenaamde bolderwagen onder de boerenstand aan te schaffen en vaak met linnen te overdekken; het laatste gebruik, brengen wij niet tot de weelde, maar in dien stand een nuttige inrichting, waar door men zelf zich niet alleen voor regen en wind beveiligd, maar tevens ook de produkten die men ter markt voert, of van daar weder te rug brengt.

Op den laten avond is het weder eenigzins gunstiger, maar sterke zuiden wind.

Den 22 Julij even onstuimig als den voorigen dag, zoodanig dat het saisoen eerder naar herfstijd gelijkt, dan aan dat der Hondsdagen, waar in wij sedert den 19 dezer gekomen zijn.

Op morgen was ons bepaald visschers feest gesteld, maar om het buitengewoone onstuimige weder, wordt dit tot nader gelegentheid uitgesteld.

Blz. 135

Den 24 Julij, schoon de wind niet zoo hevig waait, blijft de regen somtijds buitengewoone regen sedert de voorige afwisselende continueren, het ziet er buiten volstrekt herfstachtig uit; sommige in den omtrek hebben de onleegtijd lang niet gedaan, het hooi staat in den rook, bij menigte nog over de zwette, of ligt over het land, ook de zoodanige welke op nieuw weder begonnen zijn te maaijen, zoo als onder anderen mijn zwager te Deerzum, in beide gevallen bederft het hooi, en is wanneer er geen spoedige verandering en droogte komt, weinig waard.

Gedurende heden morgen heeft het geweldig geregend ook hier en daar verzeld van Donder, schoon in den voormiddag de regen opgehouden heeft, staat de lucht nog bijzonder waterachtig.

Te Roordahuizum bij ontvanger Idzerda de schoonvader van mijn zoon in de buren, verzorgt zijnde trekken mijne vrouw en ik benevens mijn zoons vrouw met de wagen derwaarts, om bij welzijn den dag daar door te brengen.

Den avond van dezen dag, zijn wij vroegtijdig te huis gekomen, na alvoorens gedurende den dag aangenaam met elkanderen doorgebragt te hebben.

Den 30 Julij, sedert de voorige afwisselende onweder verzeld van regen, wind, koude en warmte. Sommige in dezen omtrek en elders, hebben de onleeg-

Blz. 136

tijd nog niet gedaan, waar door het hooi bederft dat buiten is; vooral in de wouden en lage Contreijen staande landen door den menigvuldigen regen, onder water, waardoor het hooi dat gemaaid is, of weg drijft of niet geoogst kan worden, ook die mieden welke nog niet gemaaid zijn, bederven in het water en schieten vlotgras. Het ziet er dus in de wouden ellendig uit, men hoopte op een grooten voorraad van hooi, en ziet! hier in wordt men dus in die aangename vermoedens en uitzigten, door ongeziene wegen, teleur gesteld. Dit leert ons kortzigtige schepselen, om zich niet te veel op aardsche voordeelen schatten en rijkdommen te laten voorstaan.

Gedurende deze dagen houden wij ons onledig met het ontvangen van de twaalfde verschenen Rijks belastingen.

Zaturdag den 26, 27 en 28, bezogte ik een paar nachten mijne familie te Hallum en Wanswerd bevond hen wel, behalven mijne blinde zuster te Wanswerd, den 27ste woonde ik de morgen Godsdienst te Hallum bij, en was des maandags den 28 weder bij de mijnen en wijders aan het Kantoor.

Gedurende deze dagen bezogten mijn zoon en zwager uit de buren, de Domeni hun broeder te Achlum, en gedurende hun verblijf aldaar, verlostte de Domeni zijne vrouw op den nadenmiddag van hun eerste zoon.

Blz. 137

Den 4 Aug. sedert onze voorige steeds afwisselende onstuimig verzeld van harden wind en regenbuijen, de wind schiet wel eenigzins door het westen naar het noordwesten en noorden, maar krimt al dadelijk te rug, naar het zuiden of zuidwesten zoo als hij ook heden staat, de lucht vertoont zich wreed even als bij de Herfst met hagelbuijen met een woord het zaisoen vertoond zich sedert den aanvang der hondsdagen als in de Herfstmaand.

Des niet tegen staande wordt de straatweg naar de stad sterk bereden, aan een volgende passeeren hier rijtuigen, dewijl de zoogenaamde Konings zweep volgens jaarlijks gebruik, heden verreden wordt, waar toe zoo het schijnt zeer veel liefhebberij onder de Vriesche Natie gevonden wordt.

Op den 27ste der voorgaande, was den onderwijzer alhier om de inwijding van het nieuwe orgel te Lekkum te hooren, na alvoorens den schrijver verzogt te hebben, den dienst op het orgel in den nadenmiddag Godsdienst alhier waar te nemen, zoo als hij dit dan ook met lust gedaan heeft.

Blz. 138

Den 6 Aug. schoon afwisselende regenbuijen, is het weder thans zeer bedaard verzeld van zuidwesten wind.

Gister in den vroegen morgen hevige donder, afwisselende gedurende den dag tot laat in den avond, echter niet zoo sterk als des morgens, verzeld met afwisselende regenbuijen, welke op zommige plaatzen in dezen omtrek, tot hagel en elders tot ijs overging.

Tot onberekenbaar aanbelang, strekt in dezen tijd de straatweg, daar elders gedurende dezen tijd de wegen volstrekt onbruikbaar zijn. - Men heeft rede een aanvang begonnen te maken, met het bouwen van tolhuizen; dat nevens Goutum tot hier toe bestaande wordt nader aan de Stad gebragt, waar door Goutum ook ingesloten wordt. Er is zeer veel moeite aan vast, om het zand op de straat te houden, onlangs wierp men daar modder en klei over; maar dat was geheel verkeerd, dewijl bij de invallende regen, door het aankleven aan de wielen der rijtuigen, geheele vakken der straat ontbloot wierden.

Door het moedwillig schenden aan het geboomte aan de straatweg, heeft men onlangs zoo iemand ontdekt, en te regt in het huis van Correctie gezet, met opentlijke aanplakking van zijn naam.

Blz. 139

Den 9 Aug. het weder als vooren, gister naar de kant van Stiens hevige donder.

Den 7 bevoorens hebben de Gecommitteerden der Brand Societeit alhier, hunne vergadering ’s nademiddags in de herberg te Wirdum gehouden, ten einde volgens de wet, het tarif op te maken van vee hooi en granen, na naauwkeurige overweging heeft men weinig verandering in genoemde voorwerpen bevonden, waarom het tarif van 1827 zonder verandering voor dit jaar op nieuw gearresteerd is geworden. - Deze beide laatste jaren is men zeer gelukkig in deze Societeit voor brand bevrijd gebleven, zoo dat de kassa door de aangaven alleen tot de aanzienlijke hoogte, boven de 2500 Gld geworden is; maar dewijl het oogmerk dezer Societeit niet is, om sommen te vergaderen, als alleen voor zoo veel tot bestrijding der kosten noodzakelijk zij, dewijl de randschade bij wege van repartitie gevonden wordt, heeft men besloten gene kosten van de tegenwoordige aangave van vee, hooi, en granen, indien er voor October geen brand ontstaat van die gene, welke deze voorwerpen gewoon zijn te laten verzekeren, in te vorderen.

Dewijl de vergadering van Gecommitteerden, door de afwezigheid van S. Schouwstra wegens Idaarderadeel en D.S. v.d. Woude wegens Rauwerdehem, niet voltallig

Blz. 140

ware, heeft men ten aanzien der tauxateurs, alles in den tegenwoordigen vorm gelaten; namentlijk, door het gevangen zitten van J. Tjaarda zie voorige aanteekening heeft men provisioneel eenen Bleekstra tot tauxateur benoemd, en dewijl Tjaarda voorn. weder op vrije voeten is gesteld, heeft men thans niet konnen besluiten, om Tjaarda gem. post weder te doen aanvangen en voors. Bleeksma te bedanken of in het tegen over gestelde Tjaarda te bedanken en Bleeksma vast aan te stellen, maar deze zaak gelaten, totdat de gehele vergadering voltallig zoude zijn.

De Kerken zijn thans volgens de wetten voor de lijken gesloten, in zoo verre als voormaals plaats hadde, n.l. dat men zijne dooden in de kerken begroef of in de aldaar bestaande grafkelders bijzette. Zoo hebben wij pag. 124 van een grafkelder van den Hr. Sijtzama geroerd welkers mond ingestort ware, en door de Kerkvoogden namens Sijtzama dadelijk weder hersteld is geworden, wij zeiden dat wij misschien nog wel eens iets van dezen kelder zouden melden. Bij het openen bevond men deze kelder zeer gaaf en als het ware nieuw gemetseld, zeer groot, strekkende nagenoeg onder de preekstoel door, en van daar weder met een hoek in de Kerk op, behalven een plaatje heeft

Blz. 141

men na het uitbrengen van zeer veel water, welke daar in stond geen andere gevonden, schoon de doodgravers hun best deden, om uit verrot kistehout en doodelijke vuilnis andere op te spooren, schoon de kwantiteit verscheidene kisten teekende; dit plaatje behelsde de bijzetting in dezen kelder van eenen Hr. Sijtzama 1701 geboren en 1764 gestorven, in leven een hoog officier in dienst van de Staaten van dit gewest enz. de ouderdom van dezen kelder, nog hoe vele lijken daar in bijgezet zijn, heb ik tot mijn leedwezen niet konnen weten. - Naast deze ten zuiden is eene nog wel onderhoudene grafkelder voorzien van verscheidene kisten met plaatjes, bevattende lijkschriften, daar aan gehegt, welke voormaals door mij afgeschreven, maar verlooren zijn, aan dezelve familie behoorende; ten westen daar aan belend is een wel onderhoudene grafkelder aan de Eijsinga’s behorende, voorzien van een aantal vervallene kisten met lijkschiften op plaatjes. Onder het orgel en daar aan belend zijn nog twee grafkelders doch welkers monden gestopt zijn weleer, ook aan Ed. familien te Wirdum behoorende, zoo dat er ten minsten vijf kelders in de Kerk te Wirdum zijn, althans zoo veel als tegenwoordig bekend is. Trouwens zij strekken thans niet ten oogmerk waar toe zij bestemd zijn. - Dit zag men

Blz. 142

heden. Den Hoog Wel geb. Heer Frans Julius Johan van Eijsinga, vele jaren de aanzienlijkste ambten en Commissien te hebben bekleed tevens lid van de Ridderschap der Provincie Vriesland, overleed in het 77ste jaar den 4 Aug l.l. te Leeuwarden en wierd heden zonder eenige staatsie te Wirdum op de landhoeve van den voormalige Heer Gouverneur van Vriesland, wel eer Jousma State (zie onze oudheden en tegenwoordigen staat van Wirdum) in een daar toe op het allerspoedigste bereid graf gezet, op de ledige grond van het voormalig kasteel of zoogenaamde stins, met diepe en wijde gragten thans nog omringd, en waar over men na het overlijden van welgem. Heer een sterke Brug heeft geslagen en dus in haast een gemetseld graf, waar in het lijk geplaatste is, om voortaan overmetseld en dus besloten zonder weder te ontdekken gelaten zal worden. Tot twee of drie zulke graven is daar nog ruimte om gemetseld te worden, en wijders met behoorlijk geboomte omringd, in een wijde gragt rondom besloten. -

Zoo konnen de tijden veranderen, wel eer strekten de kerken tot bewaarplaatsen der dooden, weleer zette men de Edele overledene Eysinga’s in de grafkelder te Wirdum bij, thans worden de overledene van die familie in een graf geplaatst in die ledige ruimte van waar wel eer vooral in de Schieringers en Vetkoopers factie, geweld en heerschzucht wierd geoefend, en wederkeerig te vuur en te zwaard, weder geleden werd.

Blz. 143

Deze te grafzetting hadde heden morgen om 6 uur plaats, het lijk werd met een trekschuit langs de Wirdumer vaart aan de landen van deze plaats gevoerd en van daar op een wagen van de boer aan de hoeve gereden, afgezet op eene baar van de Kerk van Wirdum en door 16 dragers uit het gebuurte alhier, van boden voorafgegaan en drie der familie gevolgd over de brug gedragen en wijders in het graf dat juist afgemeten was, gezet.

De dragers werd de man 3 Gld. voor die dienst uitgereikt. De kist was zeer zwaar en fraai, met het wapen vercierd, en tevens een aangehegd plaatje waar op de hoedanigheid en leeftijd der overledene uitgedrukt was.

De achting voor deze familie en inzonderheid voor die der voorvaderen, welke zich voor de Kerk en het vaderland zeer verdienstelijk gemaakt hebben, heeft mij ook thans tot deze breedvoerige aanteekening ledig gehouden.

De fammilie der Kamminga’s is niet in kelders maar in de Kerk onder groote grafsteenen begraven, waar van de laatste in 1792 ’s nachts met lichten en flambouwen in staatsie van Goutum gebragt en in de Kerk begraven is. Zeer verdienstelijke mannen voor het vaderland heeft ook deze oude en echt Vriesche familie voortgebragt, welke inzonderheid van oude tijden af zich

Blz. 144

te Wirdum vestigden, zonderling dat zij van de toenmalige gewoonten der grooten geen gebruik van grafkelders hebben gemaakt, maar in de Kerk begraven wilden worden; trouwens het is niet zonder voorbeeld alhier dat alle grooten van dezelfde familie niet schenen te verkiezen na hunnen dood in een grafkelder bijgezet te worden, zoo is omtrent 1551 eenen Campstra in eenen steenen graf op het Kerkhof alhier begraven, overdekt met eenen grooten steen, waar op hij zelf gewapend en geharnasd levensgrootte uitgebeiteld staat, de regtehand uitgestrekt en ontbloot niet tegenstaande de familie in de Kerk begraven of bijgezet is geworden.

Onze Grietman Kamminga, heeft eenigzins daar in voorzien, om n.l. zoo na mogelijk na zijn dood, bij zijne voorouders begraven te worden, buiten de Kerk verscheidene graven op het Kerkhof gekogt ter plaatze alwaar zij het digst, bij de familie graven kan geraken.

Op den 7den l.l. is een groote Herberg te Akkrum op een kermis aldaar in den nacht afgebrand door eigen vuur, schoon hier niet in betrekking, konde evenwel van hier gezien worden, er zijn daarbij verscheidene menschen gekwetst.

Op den avond van heden afwisselende donder.

Hier en vooral elders hoort men weder van zieken. Onze Leeraar W. v.d. Zwaag, is ook onpasselijk sedert een week maar niet aan de gewoone ziekte, dien ten gevolge zal de Godsdienst morgen door een ander ’s nademiddags bediend worden.

Blz. 145

Den 11 Aug. even onstuimig als vooren, gister zijnde zondag vooral, woonde de morgen godsdienst te Goutum en de nadenmiddags te Wirdum bij, alwaar Dos Andræ van Warga voor onzen Leeraar den dienst waarnam. Ongemeen onstuimig was het weder, harden wind en geweldige regenbuijen met afwisselende donder verzeld.

Indien er geen spoedige verandering komt, dan ziet het met de granen er slecht uit, men verlangt zeer naar goed weer, vooral ook dat het water mag minderen; er wordt trouwens zoo veel mogelijk gestroomd, maar door de steeds bijkomenden regen, kan het water niet veel minderen. Het is steeds gewoon winter water, waar door het zich laat aanzien, dat er geheel geen althans weinig genot van de lage gras en miedlanden voor dit loopende jaar zal zijn, en dus een merkelijk deficit voor dit jaar der voortbrengselen van vee hooi en granen van dit schoon gewest zal opleveren. In dezen omtrek heerscht des niettegenstaande een groot overvloed van gras, waar door dagelijks gemaaid wordt of staat gemaaid te worden. Met het einde der hondsdagen, hoopt men dat de ongesteldheid der natuur een einde zal nemen, en tot rust en kalmte zal komen, het is alhier een gewoone denkwijze n.l. als het op den eersten der hondsdagen regent dan regent het gedurende dien tijd, en zoo ook droogte bij een tegenovergesteld geval.

Blz. 146

Den 13 Aug. het weerglas veranderd eenigzins, heden morgen schijnt het weder eenigzins beter. Gister Wirdumer Kermis, maar gister regende het des morgens en ’s avonds zoo buitengewoon als gedurende dezen tijd nog gebeurd is, men meent of hoopt althans dat het beter zal worden, maar wordt van dag tot dag erger; deze regentijd, wordt meestal van afwisselende donder verzeld, zoo als het gister avond door een ontzettende slag ook maar eenmaal plaatst had; de schrijver was bij zijne kinders in de buren, alwaar de familie mede tegenwoordig was, mijne vrouw had er geen zin aan, waar was thuis gebleven. Schoon er vele snuisterijen om te verkoopen werden uitgeveild waren er echter weinige koopers, de kermisgasten waren meest om den regen te huis gebleven, zoo als onder anderen mijne zuster en zwager van Hallumer mieden en zoo misschien alle de menigte die van verre moest komen, men hadde naauwelijks lust om buiten de deur te gaan, veel min om eene reis door water en modder te doen. Ik beklaagde de kramers, welke naauwelijks misschien en dat in zulk een weer een stuk droog brood hebben verdiend, waar van er die geen overdekte dissen hadden, zich zoo wat onder de boomen, tevens voor den regen bloot stonden, moesten behelpen.

Heden morgen trekken mijne vrouw gezamenlijk met onze kleine kinderen derwaards, om den

Blz. 147

dag bij onze kinderen op den tweeden dag, der zoogenaamde kermis, weder door te brengen. Ik heb bevoorens zoo veel van de Wirdumer Kermis gezegd, dat ik dit thans niet weder behoef te herhalen, het is altoos op zijn best genomen, jaarlijks familie en vrienden te zamen komsten, en allermeest kinderen vermaak verzeld van der jonge lieden wildzang.

Den 14 Noorden wind, verzeld van aanhoudenden regen, gister was het gedurende den dag aangenaam weder verzeld van droogte, waar door der kinderen kermis vermaak ongestoord voortgang konde nemen, op den voormiddag hadde men evenwel een dikke regenvlaag, zoo dat ook dezen dag, hoe aangenaam het weder ook ware, geheel niet zonder regen ten einde ging. Wij kwamen ’s avonds tijdig met onze kleinen behouden en wel te huis nadat wij den dag, bij elkanderen hadden gesleten; er was op gister vrij wat hoop tot droogte, maar thans is het vooral niet beter als te vooren.

De ziekte van onzen Leeraar wordt eenigzins bedenkelijk, ook is zijne vrouw, aan de Koorts, ik sprak haar heden morgen, en verschoonde mij Dos te zien, dewijl hij zeer zwak en ligt van hoofd is, gaarn en veel spreekt, en dies geen aanleiding tot meerder vermoeijing wilde geven, beloofde

Blz. 148

haar, bij welzijn eens weder te zullen zien en bij beterhand hem eenigen tijd, gezelschap te zullen houden.

Het is hier zoo niet, als elders daar zeer veel zieken zijn, zoo als te Warga en lagere contreijen, ook Rauwerd en dien omtrek, dat de chirurgijn veel drukte heeft, het is in dezen omtrek nog welvarende over het algemeen beschouwd, dagelijks in de naburige plaatzen worden de patienten door onzen Chirurgijn bediend, en veroorzaakt hem niet veel rust.

Den 15 Aug. Noorden wind, aanhoudenen regen, zonder afwisseling, heden marktdag te Leeuwarden; behalven de straatweg zijn de wegen voor rijtuigen bijkans onbruikbaar tot hier toe was het vee prijzig, maar thans zeer slap en weinige koopers, de handel daar in staat om zoo te zeggen stil, de landen trappen, een ieder houdt zijn vee zoo veel mogelijk buiten het nieuwgras, welke landen zoo vol loopen dat zij wel gemaaid konnen worden, en wanneer daar vee in gebragt, zoude de overvloed op het spoedigste vertrapt en vertreden zijn; het water hoogt dagelijks, het is ligt te denken, zonder er meer van te zeggen als er geen verandering komt, hoe treurig het vooral aan den bouwkant, er ook met de granen uitziet.

Blz. 149

Den 20 Aug. heden morgen allerschoonst weder zoo ook gister gedurende den gehelen dag, doch ook de laatste of eerste dag, dat de hondsdagen eindigden, en ook de eerste dag dat er sedert den aanvang daar van geen regen is gevallen; welke bij den uitgang daar van vooral de laatste etmalen, zoo menigvuldig is geweest, dat uitgezonderd de hoog liggende landen bij na alles overvloeid, over het algemeen, worden die landen welke met vee beslagen zijn getrapt en het schoone gras vertreden.

Den 16 bevoorens bezogte mijne kinderen te Achlum en waren bij die gelegentheid zeer verblijd elkanders aangezichten in welstand te mogen aanschouwen, ook ging het naar wensch met de jonggeboorene en tevens ook de moeder, welke het kraambed sedert eenigen tijd hadde verlaten.

Den 17 hoorde mijn zoon ’s voordemiddags te Achlum prediken en ’s avonds te Harlingen in de groote kerk, waar toe hij door een der stads predikanten welke uit van huis was, ware verzogt; dewijl wij lang voor kerktijd daar waren, bezag ik intusschen de stad, de nieuwe sluis, de aanvang der werken van de Zuider haven, welke reeds droog was gemalen. Het ergerde mij intusschen

Blz. 150

dat het werkvolk gedurende den zondag bezig was, aan het havendok te werken met heijen kruijen enz. Ook wierd er een Engelsch schip in de haven met boter bevragt, alle welke dingen, mij zeer vreemd waren, dat men dus den dag des Heeren in allen arbeid doorbragt, hoewel eigentlijk tot lof dier stedelingen gezegd moet worden, dat zij Godsdienstig zijn; ’s avonds 9 uur kwamen wij te Achlum aan de Pastorie te rug. Ik toefde daar tot den 19, en vertrok tot leedwezen van mijne kinderen, welke mij nog een nacht wilden houden van daar, en kwam ’s avonds 9 uur in wederzijdsche welstand bij mijne vrouw en kinderen en overig gezin.

De Gemeente van Wirdum is thans herderloos geworden zij heeft haren Leeraar op den 17 verlooren door die ziekte waarvan wij onlangs melden dat hij onpasselijk was geworden. Hij was een geleerd man, en zeer voorbeeldig in leven - en wandel; hij laat eene weduwe na, welke ook onpasselijk is en tevens twee zoons, waar van de outste in het 3de jaar aan de Academie te Groningen, en de jongste na het eindigen der vacantie mede derwaards zoude gaan; heden zal hij ter aarden besteld worden waar toe de Kerkeraad en Kerkvoogden mede verzogt zijn het lijk te volgen.

Blz. 151

Den 21 Aug. aangenaam zonneschijn weder, sedert het eindigen der hondsdagen heeft het niet geregend waar door alles een beter aanzien begint te nemen, schoon het water buitengewoon hoogt blijft, dewijl er geen of weinig gelegentheid is om te stroomen vooral dewijl de wind daar toe niet diendt, zijnde steeds Z. zuid West ten westen. Het water dat nogtans bij lage getijen geloost wordt is nog al aanmerkelijk, zoo als tijdens mijn verblijf te Harlingen op merkte, maar de hoeveelheid is te groot. Ook trekt de nieuwe zijl langs de Dokkumer Ee nog veel meer; maar dit komt niet in vergelijking als weer en wind regt om te stroomen, dienen.

Den 22 Aug. Afwisselende sterke regenbuijen; de hoop tot droogte, is weder verdweenen; sedert 2 a 3 dagen was het weer droog met zonneschijn, thans even modderig als vooren. Heden marktdag te Leeuwarden, de boter is gedurende tegen de 30 Gld in prijs de kaas tot de 15 Gld.

De advertentie heden van het overlijden van onzen Dos. in de Courant geplaatst, was

Heden morgen, omstreeks 3 uren, overleed, tot mijne en mijner beide zonen innige droefheid, mijn dierbare Echtgenoot W. van der Zwaag, in den ouderdom van 52 jaren en bijna 7 maanden, van welke ik ruim 25 jaren door een zeer gelukkigen Echt, met hem mogt vereenigd blijven.

Bijna 31 jaren heeft hij, in drie onderscheidene gemeenten, met een voorbeeldigen ijver den Evangeliedienst waargenomen.

Wirdum den 17 Aug. 1828 J.C. Martini

Wed. W. van der Zwaag

Blz. 152

Gedurende dezen dag afwisselende donder; de natuur schijnt niet tot rust te kunnen komen.

Ziekten en Koortsen worden hier ook van tijd tot tijd algemeener, doch niet zoo erg als wel elders. Varkens ziekte hoort men in dezen omtrek geheel niet, maar elders vooral naar den Bouwkant en langs de Dokkumer Ee, stervenze aanmerkelijk.

Den 25 Aug. thans eenigzins droog met afwissende stofregen W.N.W. Wind. Gister aangenaam en droog doch op den avond aanhoudene regen, het is daar door weder even nat als te vooren.

Gister Nademiddag sprak Ds Andræ van Warga de lijkreden over Dos v.d. Zwaag, voor eene talrijke vergadering. Hand. 14 : 24a was zijn text alwaar staat. - Hij was een goed man, vol des H. Geestes en des Geloofs.

Mijne dochter en zwager van Deerzum, waren bij de lijkreden mede tegenwoordig, en zagen gaarn, dat wij hen eens bezogten met den wagen, zoo als wij dan heden volgens afspraak gedaan hebben, n.l. mijn vrouw ons Akke en Lijkle benevens onze zwager Pieter Hiemstra uit de buren en ik, het was zeer morsig te rijden door den regen van gister avond; bragten den dag aangenaam bij elkanderen door, en kwamen op den avond tijdig bij de onzen te rug.

Blz. 153

Den 27 Aug. Gister en heden allerschoonst weder met droogte N. Wind. De graslanden zijn vrij wat week en trappen, maar door de droogte kan alles weder te regte komen, het water zal en door stroomen en door de trekking van een drooge lucht ook wel spoedig minderen, schoon het verbaasde hoog is. Mijn zwager uit de buren P. Hiemstra is belast met het ombrengen der kennisgevingen van den aanslag der hervormde floreenpligtigen dezer gemeente ten behoeve der Kerk, waar mede hij heden is begonnen tevens met het ombrengen der kennisgevingen van het vee fonds en de belastingen der Rijtuigen, welke deze maand door den schrijver mede moeten ontvangen worden. Het een en ander zeer veel drukte te meer daar mijn zoon aangesteld als plaatselijk ontvanger, de bezigheden daar door en door het boeken en in order brengen der menigvuldige aangiften in de brand Assurantie Societeit alhier welke den 3 Sept. tevens met de aangifte van vee hooi en granen zullen geteekend worden, zeer vermeerderd zijn.

Het namaaijen neemt steeds voortgang en het hooi dat thans rijp is, en niet te veel geleden heeft, zeer schoon gewonnen, zoo als de schrijver thans bezig is 8 Pondemate te oogsten.


Blz. 154

Den 1 Sept. gedurende de laatste dagen der maand schoon weder, doch in den vroegen morgen van heden, een ontzettende regenbui, zoo dat binnen een half uur, alle greppels en leegten met water gevuld waren, deze bui strekte in eene richting van geen groote uitgestrektheid van het zuidwesten naar het noordoosten verzeld van een donderslag. Op Tjaard bij voorbeeld was geen drup regen gevallen, maar te Wirdum en op Barrahuis alwaar de bui in een wijdere strekking zich richte stroomde het van water.

Gedurende de laatste dagen der maand hebben wij ons onledig gehouden met het ontvangen van ’s Rijks belastingen, en heden verantwoord.

Den 2 September, zeer schoon en droog weder sedert de regen van gister morgen. - Aangenaam werd ik heden middag bij mijne thuiskomst van Wirdum verrast; ik vond mijne zuster en zwager benevens een hunner zoonen van Hallumermieden alhier, om ons te bezoeken, bragten het overige van den dag aangenaam met elkanderen door, en vertrokken ’s avonds weder tijdig. - Onze meid is ook ziek, doch schijnt thans iets beter, dit veroorzaakte aan mijn vrouw en tweede meid zeer veel drukte.

Blz. 155

Den 8 Sept. sedert de voorige droog en allerschoonst weder. Dit deedt ons besluiten om de Domeni en Juffrouw onze kinders te Achlum met de wagen te bezoeken mijne vrouw twee onzer outste kinders (welke ik bij mijne tegenwoordige vrouw, zijnde zes te zamen, hadde, en vier voorkinderen, waar onder de Domeni, zijnde tien te zamen) en ik, wij reden den 6 bevoorens derwaards na alvoorens Harlingen aangedaan, en de stad enz. gezien te hebben, (het welk zeer nieuw voor mijne dochtertjes, waar van de eene 14 en de andere 11 jaren, was, die nooit de zee en zulke groote schepen gezien hadden) kwamen wij ’s avonds aldaar om 5 a 6 uur, het trof ongelukkig dat mijn zoon den 7 te Hitzum moeste prediken, wij gingen dan met ons beiden derwaards en na den dienst gingen wij weder naar Achlum, alwaar het middagmaal genoten te hebben, vertrokken mijne vrouw en ik met de wagen weder naar huis (mijne dochters bleven aldaar uit van huis) en kwamen ’s avonds half 8 behouden en wel bij ons gezin. Niet tegenstaande wij allerschoonst weder hadden was het in de uitreis voor den wind en zeer warm, daar door niet aangenaam, in de te huis reis was het niet minder warm, maar reden toen meest tegen den wind.

Blz. 156

Den 12 Sept. dreigt tot regen, sedert de voorige nu en dan donder. - Eenen geruimen tijd heeft men een allerschoonst weder gehad, waar door een menigte hooi gewonnen is, en nog geoogst staat te worden. Ook de granen zijn thans over het algemeen ingezameld, zoo dat alles op zijn tijd boven verwachting, met de landbouw gelukt, wegens de langdurige regentijd vreesde men inzonderheid voor het bederf der granen, doch niets heeft geleden dan de vroege orten lijn en koolzaden; de granen zijn daar door gedaald, en staan bijkans gelijk met den prijs voor den regentijd. De boter en kaas blijven genoegzaam op den zelfden middelmatigen prijs; heden marktdag, de markt was vol rundvee om te verkoopen, en geen grage koopers, tevens een groot aantal varkens wierden om te verkoopen geveild, en voor een stevig prijs gekogt; dit vee staat in prijs toe te nemen dewijl de ziekte dezer dieren elders een menigte verslind.

Zeer veele menschen laboreeren aan ziekten en koortzen, evenwel zoo algemeen niet als voorgaande jaren; hier en daar sterven ook nog al vele menschen.

Gister hebben de Heeren Beijma en Sierdsma, bene-

Blz. 157

benevens de schrijver en zijn zoon als Boekhouder (in plaats van den 3den dezer bevoorens gemeld) zich in de Herberg te Wirdum, onledig gehouden met het nazien en teekenen van de Acten van deelneming in de Brand Assurantie Societeit alhier; 150 a 160 nieuwe en weder op nieuw ingaande deelnemingen behalven tusschen de 400 en 500 op nieuw dat is voor een volgende jaar aangiften van vee, hooi en granen, waren voor handen. - De societeit bekomt dezer wijs een aanmerkelijke hoogte, en teekent aldus de algemeen goedkeuring dier schoone inrigting.

Op den avond van heden een hevig onweder van donder en Blixem verzeld van buitengewoonen regen.

Den 18 Sept. In het begin dezer week afwisselende regen, zoo dat het water bijkans dezelfde hoogte hadde; doch sedert droog weder, waar door het water vrij wat begint te zakken, daar door ook wijl de ooste wind sterk tot stroomen diendt.

A. Palsma bouwt in de buren een aanzienlijk burger huizinge naast het schoolhuis op de groote buren, voornemens zijnde om het zelve nog in den loop van dit najaar met zijne vrouw met er woon te betrekken, latende zijne plaats en aanzienlijke boerderij aan zijn jongsten zoon over, welke zich in het Huwelijk staat te begeven; ook laat de Chirurgijn Vlaskamp aanmerkelijk verbeteren en verfraaijen, zijne

Blz. 158

huizinge mede aldaar staande, zoo dat de groote kant in het gebuurte aanzienlijke huizen bevat.

Heden voor 8 dagen is de student v.d. Zwaag weder naar Groningen vertrokken, zijn jonge broeder, zouden mede derwaards naar de Academie, doch is sedert den dood zijns vaders zukkelachtig, en blijft dies bij zijne moeder de wed. v. d. Zwaag te huis.

Den 24 Sept. tot heden morgen allerschoonst weder, evenwel veranderlijk, betrokken en afwisselende damp, dreigt tot regen.

Maandag den 22 Bergumer markt, nimmer hadde men, aldaar, zoo vele rijtuigen gezien, ook zal het schoone weder selden zoo bij uitstek zacht, deze gelegentheid tot vermaak om te rijden zoo zeer begunstigd hebben. Het was tevens aldaar paarde en koe markt, zoo dat alle omstandigheden te zamen vloeiden, om de Bergumer ingezetenen veel voordeel op dezen dag aan te brengen.

De vergadering der leden van Vriesche geschiedenis oudheid en taalkunde was op dezen dag beschreven op het Zaailand in de zoogenaamde loge. De schrijver heeft de vergadering bijgewoond

Blz. 159

met meer genoegen, dan de voorige te Sneek gehouden, dewijl thans veel meer aan het doel van dit genootschap wierd beantwoord; er waren wel vele leden tegenwoordig, doch ook vele afwezig.

Ons klein zoontje is nog zeer ziek, wij waken alle nachten bij hem, om in zijne behoefte om te drinken en nooden bij te staan; hij wordt bedenkelijk zwak, evenwel zegt Vlaskamp, dat het hevigste van de ziekte geweken is; het heeft zeer veel moeite te medicijnen in te geven.

Wij hadden onze kinderen van Achlum, sedert Zondag volgens aanschrijven verwacht, maar dewijl des Dos vrouw, in de verleden niet te wel ware, is dit uitgesteld geworden.

Den 26 Sept. elders en vooral in het noorden Stiens en wijders buitengewoon op onze voorengem. geregend; doch sedert allerschoonst droog weder en door dien het water vrij wat zakt, wordt er in de lagere gedeelten van ons gewest, nog zeer veel hooi gewonnen.

Niet tegen staande het gister en heden Jouster markt ware, en vele menschen wegens het schoone weder derwaards gereisd waren, ontbrak het heden marktdag te Leeuwarden, niet aan een menigte rij-

Blz. 160

tuigen in de stad; ook derwaards langs de straatweg waar door de inkomsten der tollen aanmerkelijk zullen zijn, en waarlijk door de houders der rijtuigen een groot bezwaar aanbrengt, de schrijver onder anderen reist nog al veel met paard en wagentje, om bezigheden naar de stad, en kost hem telkens in de heen en de terugreis vier stuivers of twintig Cents.

Het nieuwe tolhuis, vordert aanmerkelijk in de opbouw en zal spoedig klaar zijn, waar door de tollen nog aanmerkelijker vermeerderd worden, wijl het nader aan de stad gebragt wordt, zoo als wij bevoorens melden.

Onze meisjes zijn gister van Achlum te huis gekomen met de schuit van Franeker, wij haaldenze, met de wagen van Leeuwarden, des Dos vrouw, was nog aan de Koorts, waar door hunne reis naar hier uitgesteld bleef; bij deze gelegentheid verzelde S. Westra voornaam Looijer te Achlum met zijn zoontje onze meisjes, en logeerde hier een nacht, om heden zijne bezigheden te Leeuwarden waar te nemen.

Den 23 bevoorens heeft de schrijver benevens zijne mede Kerkvoogden in de herberg te Wirdum zich onledig gehouden, met het ontvangen van des Floreens omslag.

Blz. 161

Den 27 Sept. heden buitengewoon warm, meer dan gister; het hooi dat thans geoogst wordt, zal wel goed rijp zijn, het kan midden zomer niet voordeeliger rijpen, dan thans op het midden gedeelte van den dag, ik zeg het midden gedeelte, wijl omtrent dezen tijd gedurende de meesten tijd van den voormiddag, door de daauw het aardrijk gras en hooi, niet behoorlijk gedroogd, en ’s nademiddags al schielijk weder door dampigheid ingetrokken wordt.

Den 29 Sept. sedert de voorige afwisselende regen verzeld van nu en dan donder, doch heden droog Z. W. wind; wij hebben ons gedurende het laatst dezer maand onledig gehouden met het ontvangen van ’s Rijks belastingen, om morgen te verantwoorden.

Den 4 October. Ooste Z. Oosten wind, droog sedert de voorige nu en dan regen verzeld van donder, doch hier is zoo veel regen niet gevallen als wel elders; gister markt dag, waar door veel rijtuigen de straatweg passeerden; op de vraag aan den tolman, hoe veel op zulk een dag, bij hem aan tol S.C. ontvangen wierd, gaf deze mij ten antwoord: ongeveer 40 Gld. voorwaar een aanmerkelijk bezwaar, voor het houden van rijtuigen, behalven de gewoone Rijks belastin-

Blz. 162

gen, daar van betaald moeten worden, komt de rijtuighouders met een paard, doch die twee paarden in de belasting aangeven, nog veel hooger, te staan.- Des niet te min is de straatweg van een onberekenbaar belang, zoo wel voor die gene, welke dezelve te voet, als voor die met rijtuigen, reizen.

Heden bezogten wij onze kinderen te Deerzum, welke beide sedert een geruimen tijd ongesteld en aan de koorts waren, doch overigens was hun huisgezin zeer wel, tot nog toe is men bezig zoo veel mogelijk hooi van de lage landen te winnen, zoo was onder anderen mijn zwager aldaar nog werkzaam om te zweelen en hooi te oogsten van zeven pondemate welke gedeeltelijk nog gelijk met het water stond.

Den 18 October sedert de voorige afwisselende onstuimig, ten gevolge daar van nu en dan donder, waarschijnlijk door de zonsverduistering van den 9 dezer.

De aanteekening tusschen tijds zijn ten agter gebleven, door dien mijne kinderen van Achlum sedert den 6 tot den 16 dezer hier uit van huis zijn geweest, en dus den misbaren tijd veelal besteed, om het zij hier of elders, in hunne tegen-

Blz. 163

woordigheid te zijn, zoo hebben Domeni en ik bij voorbeeld den 8 des morgens en zondag den 12 den gehelen dag, de Godsdienst te Leeuwarden bijgewoond den 13 zijn zij naar Hallumer mieden getrokken alwaar mijn broeder en zijne vrouw van de Streek te Birdaard zich ook bevonden, welke des avonds vertrokken, doch wij bleven tot dingsdag morgen, en reisden toen te zamen met mijne zuster en zwager naar Birdaard, om mijn Broeder wederkeerig een bezoek te geven, na aldaar het middagmaal genoten te hebben, vertrokken met de middags schuit en kwamen ’s avonds behouden te huis. Donderdag den 16 heeft mijn knegt hen naar Leeuwarden gebragt met de wagen, en zijn den 17 weder vertrokken naar Achlum tezamen met mijne behuwd dochter Jetske benevens haar kleinste zoontje uit de buren, welke daar tot maandag of dingsdag uit van huis zoude blijven.

Wij roerden pag. 114, dat de straatweg van de Werp te zien, nog geen hoogen dijk gelijkt, thans een effen gedaante aanneemt, wijl de bruiker van de plaats waar van wij ergens schreven, dat die zelfde plaats de hooge Dijk in overoude tijden gesloopt of zeer laag afgereden had, (onzes vermoedens namelijk) in dezen tegenwoordigen

Blz. 164

tijd, dit gedeelte weder naar zich neemt, en in een land brengt dat uitgegraven is, om de te diepe uit gegravene straatweg bevorens gemeld, weder aan te vullen en te stoppen, waar toe deze aarde tot veel beter einde zoude konnen gebruikt worden? te meer wijl deze voor het uitgegravene een aanzienlijke schade vergoeding erlangt. Indien zulks aan ons hadde gestaan, dan ware dit belet geworden, om aan deze plaats eenig genot van de aarde der hooge Dijk te doen hebben, wijl dezelve in voor tijden zich al te rijkelijk daar van heeft voorzien.

Gedurende den loop van dezen herfst zijn de Eenden zommige nl. hier en elders aan de leg gekomen; mijn zwager op de Hallumer mieden hadde ongeveer 60 eijers bekomen, mijn buurman A. Palsma, heeft ook eenden aan de leg, ook wij vonden een nest waar in een eend op verscheidene eijers zat te broeder, het welk wij roeiden. Dit zal elders ook wel bestaan. Wij merken dit als eene byzonderheid, wijl wij onzes geheugens nimmer zoo algemeen daar van gehoord hebben; misschien veroorzaakt door de menigvuldige regen, van het begin der Hondsdagen, en gedurende den herfst tot nu toe, afwisselende.

Blz. 165


Sedert een paar weeken is de jongste zoon van wijl. Domeni v.d. Zwaag ook naar de Academie te Groningen gegaan. Ook is er een zoon van Juffrouw Beekhuis te Franeker aan het Athenaeum, zoo dat er thans weder drie studenten van hier aan de hooge schoolen zijn; de ouder broeder pag. 119 gemeld is in den loop van dezen te Tjerkgaast tot predikant beroepen, en staat nog in den loop van dezen herfst derwaards te vertrekken, dewijl het beroepbrief onlangs van den Koning geapprobeerd is te rug gekomen.

Wij melden onlangs dat bij besluit der Gecommitteerden van de Brand Societeit alhier, de deelnemers van vee hooi en granen van de belasting der inschrijving, indien er voor October geen brand ontstond, in dit loopende jaar zouden vrijgesteld zijn; geen brand ontstaan, zijn de voors. deelnemingen zonder kosten uitgereikt en ten deele rondgebragt door den bode. Maar ziet den 14 dezer is er te Grouw een aanzienlijke boere plaats met huisgeraden en boere gereed schappen benevens hooi en twee varkens, door den brand verteerd! zoo dat deze Societeit daar door een brandschade is aangebragt over 4000 Gld.

Blz. 166

Op den avond van dien dag is behalven dezen brand, ook de Schillaarder Polder molen afgebrand, doch welke in onze Societeit niet opgenomen is, schoon derzelver Directie van dag tot dag voornemens was zulks te doen.

Den 23 October, gedurende onze laatste is het van dag tot dag allerschoonst weder, waar door men nog steeds hooi oogst, zoo is onder anderen nevens ons land over de Zwette vrij wat hooi gezweeld, waar van heden nog rooken gezien worden. Ook langs de straatweg en elders, zulks te zien omtrent dezen tijd, geeft een aangename gewaarwording.

De Floreenpligtigen zijn op den 27 opgeroepen om de Staat der begrootingen over 1829 der kerkelijke Administratie alhier, onlangs door de Kerkvoogden ontworpen vast te stellen.

Ook zijn tegen den zelfden dag de Gecommitteerden der Brand Societeit opgeroepen om de brandschade bevoorens gemeld en door hooi broeijen ontstaan, bij omslag in te vorderen vast te stellen na alvoorens besloten te hebben, hoe veel uit de kas daar toe zal dienen.

De Aardappels zijn gedurende een korten tijd

Blz. 167

verbazend in prijs opgeloopen tot boven de Gulden de korf, zoo ook de granen. Doch thans heeft er een merkelijke daling plaats, de aardappels zijn gister in de gragt verkogt voor 13 St. of 65 Cents.

De Appels zijn in Vriesland zeer schaars, zij worden na kwaliteit verkogt van 1½, 2, 3, tot 5 a 6 Gld. nl. de fijnste en beste zoort. De schrijver heeft des niet tegenstaande nimmer zoo veel appels gehad, tusschen de 40 en 50 korven, en dat is in vergelijking van de meeste boomen wegens de kleinheid zeer veel, mogelijk dat de schrijver alleen zoo veel appels en peeren hadde, als alle de vruchtboomen in de geheele uitgestrektheid van Wirdum, te zamen. Het welk wij als eene bijzonderheid aanmerken hoewel de meeste houders der boomen, geen vlijt aan wenden om dezelve van de rups en schadelijk ongedierte te zuiveren, waar van de boomen jaarlijks krielen, en waar aan wij in het voorjaar alle oplettenheid aan besteden, tot mijne kleine kinderen toe, die daar op bijzonder opmerkzaam zijn - doch als dit alleen de oorzaak daar van is kan ik niet zeggen, wij schrijven het vooral aan schadelijke nachtvorsten toe, welke dikwijls bij streeken vallen.

Blz. 168

Den 3 Nov. Het is sedert de vorige allerschoonst weder afwisselende wel eenig regen, waar door de landen en waar onder de laagste en platste zeer het trappen onderhevig zijn.

Op den 27 l.l. hebben de Floreenpligtigen de staten der begrooting vastgesteld. Ook zijn de Gecommitteerden der Brand Societeit ’s nademiddags in de Herberg te Wirdum vergadert geweest, en bij die gelegenheid besloten, dat er tot vergoeding van voors. brandschade ruim elf honderd Guld uit de Kas, en het resterende bij wege van omslag tot 80 Cents de 1000 Gld zoude gevonden worden, zijnde als dan toereikende om de gehele Brandschade te vergoeden.

Gedurende het laatst der voorgaande maand hebben wij ons onledig gehouden, met het ontvangen der verponding, en den 1 dezer verantwoord; op welken dag mijne knegten de jongbeesten van de pollen hebben gehaald er liepen nog wel een groote menigte, maar er waren ook al velen weg, waar onder die van Wirdum, Roordahuizum Deerzum enz.

De aardappels schenen laatst te neigen tot een verminderde prijs, maar zij houden als bevoorens prijs. Wij melken thans nog bij de 7 emmers melk; de prijs der boter blijft middelmatig, zoo ook de kaas; de schapen zijn goedkoop en dalen in prijs, zoo ook de varkens, de granen houden prijs.

De slacht tijd nadert. Veel bullen zijn reeds aangegeven en geslacht. De drukte aan het Kantoor vermeerderd zeer, door aangaven van het geslacht.

Blz. 169


Den 10 Nov. sedert den 4 dezes, is het met een heldere Oosten wind begonnen te vriezen; den 7 marktdag te Leeuwarden, en zeer koud, er was veel vee, waar van de jongere soort goed verkogt wierden; den 8 zijn de vaarwaters digt gevroren, zoo dat de trekschepen van Sneek bleven liggen; den 9 veranderlijk met sneeuw, zoo ook heden met afwisselende dooi weer. De landen zijn met sneeuw gedekt, waardoor het vee en gedurende dezen tijd zeer onrustig is, sommigen onzer buren hebben het vee op de stal gezet, doch wij hebben de stallen wel klaar gemaakt, maar het vee nog uitgelaten, wij melken nog 5 a 6 emmers met melk, evenwel als het land morgen vroeg van sneeuw ontbloot en goed weder is, dan laten wij de beesten nog loopen, doch in een tegengesteld geval, moet ten minsten gedeeltelijk ons melkvee op stal. - Indien wij de ruimte van hooi hadden, dan bragten wij al ons vee op stal, maar om dat het nog zoo vroeg in tijd is zou dit een lange winter geven, en daar veel hooi nemen. - Als eene bijzonderheid merken wij nog aan, dat de liefhebbers den 8 hier en daar op schaatzen reden, vooral de jongens langs de sloten. Leegten zijn er thans in dezen omtrek niet, wijl het water zeer gezakt en gedurende bij deze schoone gelegentheid weg gestroomd is, zoo dat wij thans zomer water hebben.

Den 11 Nov. het is zoo als wij wenschten, het weder was fraai het land van sneeuw ontbloot, en daarom hebben wij het vee nog uitgelaten.


Blz. 170

Den 18 Nov. het weder is sedert onze laatste zacht met afwisselende regen, waar door het land week en getrapt wordt, den 15 bevoorens hebben wij zes en den 17 daar aan volgende alle de melkebeesten op stal gezet, de kalvers en jonge beesten benevens een paard loopen nog uit; heden loopen nog geheele beslagen beesten in den omtrek van Wirdum en elders uit, schoon het weder zeer zacht is, is het land te week om het vee te dragen, waardoor een ieder in de noodzakelijkheid zal zijn om zijn vee te bergen. - De vette schapen zijn op verre na nog niet verkogt de prijs is van 8 tot 12 a 13 Gld de allerbeste, in den vroegen herfst zijn zij tot 15 gld geklommen, doch om dat de belasting zwaar het vleesch tien Cents, de vellen goed koop en het smeer niet duur zijn, konnen de slachters niet veel voor de schapen geven; de vette varkens koopt men voor 3 St. het oude lb.

Gedurende de laatste vorst en opvolgende waren de wilsters in dezen omtrek in een ontzettende menigte, de schrijver heeft echter niet boven de 30 gevangen.

De beroepene Domeni A. Beekhuis is voor eenige dagen naar zijne nieuwe gemeente Tjerkgaast vertrokken.

Onze tegenwoordige onderwijzer E. de Haan is heden naar Bolsward gereisd om naar de vacante stads school aldaar te dingen, morgen is het vergelijkend examen, men wil dat die school ruim 1900 gulden inkomsten aanbrengt en zal die van Wirdum dan wel 300 gulden te boven gaan.

Blz. 171


Den 20 Nov. het weder als vooren met damp. Mijn zoon is dagelijks bezig met de brandschade onlangs tot 3795 Guld. geleden, over de deelnemers omteslaan, dit geeft een verbazende drukte. Men gevoeld steeds het nut dat deze inrichting aanbrengt; sedert de jongste brand zijn opvolgende nieuwe deelnemingen ingeschreven; als eene bijzonderheid merken wij aan dat sedert het bestaan dezer Societeit verscheidene boere plaatzen afgebrand zijn, en zulks altoos in de grietenijen van Baarderadeel en Ydaarderadeel, Leeuwarderadeel heeft een kleine schade van bijna 350 gld en Rauwerderhem niets geleden.

Den 25 Nov. het weder zacht als vooren met zonneschijn. Den verleden nacht, is bij Hijltje Greben omstreeks Unia pijpke aan de straatweg onder Wirdum bij helder en lichtschijn maan, ingebroken en aldaar een aanzienlijk hoeveelheid kleedwaren, goud en zilver gestolen. Een Bureau in een der binnenkamers staande opgebroken hebbende, schenenze geen begrip gehad hebben, om de schuif uit te trekken, en met breken aldaar geen ingang konnende bekomen, waren de binnenladen verschoond gebleven, waar in een aanzienlijke som goudgeld lag. Waarschijnlijk dat deze schurken wisten dat deze boer verleden vrijdag geld ontvangen hadde voor 10 stuks vette koeijen; maar dit geld was niet in de binnenkamers maar elders geborgen; mijn zwager P. Hiemstra en A. Palsma hebben van het gebeurde

Blz. 172


aldaar informatien genomen, en aan den Procureur opgezonden; als de Justitie deze boosdoenders ontdekken zal moet de tijd leeren.

Den 23 bevoorens zijn door den Kerkenraad alhier tot ouderling benoemd A. v.d. Zee Bakker en mijn zoon W.D. Hellema tot Diaken in plaats van de op nieuwjaar afgaande Kerkeraadsleden.

Onze Buurman op Barrahuis Jouke Keimpes, is bij het tegenwoordig mooije weder begonnen het land te rollen waartoe de schrijver ook wel zin hadde, maar de zijne zit onder het hooi in de golle beloegd. Dit is wel geene gewoonte bij den Herfst, maar ik geloof dat het eene uitmuntende zaak is, beter als in het voorjaar, vooral als het weer zulks toelaat, zoo als tegenwoordig.

Heden hebben wij ons slachtbeest geslacht, welke op verre na, zoo zwaar niet is, als die van verleden de Bulle hebben wij [... onleesbaar...] sedert eenigen tijd in de Kuip, twee vette spallingen mesten wij nog om te slachten. De koehuiden zijn voor 3 Stuivers het oude lb. de 5 oncen verkogt, thans zijnze tot 2½ stuiver gedaald. Het slachten is tegenwoordig onder de boeren de orde van den dag.

De straatweg, wordt tegenwoordig van de vuiligheid, ontstaan door het overdekken met modder, gezuiverd. Om het zand te besparen, heeft men de straat door door geheel bedorven, althans om dezelve bij nat weder te berijden en te bewandelen.

Blz. 173

In den omtrek van Wirdum, loopen nog gehele beslagen melke beesten uit, trouwens het weder is zoo fraai, dat die beesten welke tamelijk wel van gras voorzien konnen worden, buiten zoo veel melk wel zullen geven als die gestald zijn, zij konnen daar te boven droog zitten op hunnen tijd ’s daags aangenaam weiden en rusten; bij schoonen zonneschijn.

Den 5 December heden en gister zeer zacht weder, den laatsten der voorgaande maand, zijnde zondag is de schrijver naar Wanswerd gereisd, om aldaar Dos J. Los, welke aldaar tot predikant beroepen ware van Peijse in Drente, deszelfs Intrede te hooren, en als dan de familie aldaar te bezoeken. - De Gemeente hadde zich vereenigd, ook bij de voorige mislukte beroepingen, tot dezen predikant bepaald, welke de beroeping aangenomen en tot aller genoegen en blijdschap overgekomen en deze zijne intrede gedaan heeft! mogten alle Gemeenten alwaar vacatures ontstaan; zo voorbeeldig tot onderling belang werkzaam zijn, de vacatures zouden dan tot behoefte der Gemeente beter vervuld worden dan de zoodanigen welke door een of ander van elders machtige floreenpligtige een begunstige predikant stellen en beroepen, zonder het belang der Gemeente of de algemeene geest dier gemeente in aanmerkingen te nemen, zonder ooit of

Blz. 174

immer onder deszelfs gehoor te komen, de gemeente moet er zich om lief of leed maar mede behelpen, er wordt er niet meer om gevraagd, al worden er nog zoo veel klagten over uitgeboezemd.

Zeer voldaan reisde na deze godsdienst oefening ’s avonds met de familie welke aldaar mede tegenwoordig was naar Hallumermieden en bleef aldaar twee nachten, nadien op den 1sten het weder zeer onstuimig was, met sneeuw verzeld van vorst, den 2den was het vorstig en goed weder reisde naar huis bevond mijn huisgezin tamelijk wel, gedurende waren mijne dochter en schoondochter uit de buren hier uit van huis met hare kleinste kinderen geweest, den 3den dooi weder verzeld van onstuimigheid en harden wind; te Amsterdam melde de courant heden, had op dien tijd een hevige orcaan gewoed, de schepen waren voor de ankers weggeslagen en de huizen beschadigd.

Ook melde de courant, dat er een aantal misdadigers wegens diefstallen en inbraken hun vonnis na eenige dagen teregtzittingen bekomen hadden, waar van drie tot de dood veroordeeld zijn, onder deze misdadigers waren er ook, die hier op Barrahuis waarvan wij pag. [...oningevuld gelaten...] melden de dieverij en moordadig geweld gepleegd hadden. Dank de justitie, welke zoo werkzaam is, in het opsporen van zulke booswichten, hoe veilig is daar door de maatschappij.

Blz. 175

Ten gevolge van de koude en het onstuimige weder hebben wij den 1 dezer de kalvers en den 3den daar aanvolgend de hoklingen of eerste kalfs rieren op de stallen gezet. - Die genen welke de jongbeesten toen niet binnen geleid hebben, weiden thans bij het zachte weder nog zeer goed, de landen zijn buitengewoon groen. - De boter houdt dezelve prijs; de granen willen goed van de hand - de duive boonen hebben mij de mudde 4 gld en 50 Cents gekost het beste slag meel tot voeder voor de varkens hebben mij ook 4 gld en 50 Cents gekost, het loopen.

Den 24 December. Wij hebben om de menigvuldige bezigheden zoo dagelijks niet bijgehouden met ons kroniek, wij zullen een algemeen berigt sedert het gebeurde onzer voorige aanteekeningen thans maar konnen melden.

Het weder is over het algemeen gunstig zonder eenigen vorst, doorgaans vogtig, tot in het laatst der voorgaande week wanneer het tot storm en onweder overging, evenwel was het weder op den dag der volle maan eenigzins bedaard tot gerust stellen over de zee weeringen, waar voor tegen dien tijd vrij wat bekommeringen waren; voor dit onstuimige weder heeft men ook donder en Blixem waargenomen en tevens afwisselende berigten van aardbevingen gedurende onze voorige, gelezen

koortzen heerschen elders en in onze bevolking algemeen bij aanhoudenheid, ook wel ziekten maar niet alge-

Blz. 176

gemeen, onder de sterfgevallen heeft onder anderen een jonge dochter een kindskind van mijne eerste vrouw na lang zukkelen door den dood ons verlaten, ook is onze mede Kerkvoogd Pieter Sierks Piersma, landbouwer op Gerritsma state (zie onze tegenwoordigen staat) zonder kinderen na te laten in den ouderdom van 3 a 64 jaren overleden.

Op den 17 bevoorens hebben wij volgens jaarlijks gebruik de kerke rekendag gehouden; als eene byzonderheid merken wij aan, dat het collegie van Kerkvoogden doorgaans bij zoodanige gelegenheid altoos voltallig ware, en er thans twee sedert een korten tijd door den dood vermisten n.l. onzen predikant en P. Piersma bovengemeld, zoo dat A. Palsma en de schrijver als Kerkvoogden met ons beiden, de bezigheden van ontvangen en uitgeven moesten waarnemen’ hoe broos en vergangkelijk is ’s menschen leven! hoe weinig is er op het leven van de mensch te rekenen! hoe onverwacht ontvalt ons vaak die gene waar in wij niet alleen in betrekking staan, maar waar in wij veel belang stellen! welke leeringen moesten wij t’elkens elken oogenblik voor ons zelven daar uit tot ons nut afleiden, om namentlijk ons voor de eeuwigheid voor te bereiden, dewijl wij niet een oogenblik ons zelven zeker zijn te leven! En dus het gene wij heden moesten doen, niet uitstellen tot den dag van morgen, hoe wel zouden wij ons daarbij bevinden, in alle onze geestelijke en tijdelijke betrekkingen!! Laat ik dit om met een woord van de sterfgevallen af te gaan, nog bijvoegen: die zich aan een ander spiegelt, spiegelt zich zacht.

Blz. 177

Andræ als consulent neemt hier de Catechisatie of het Godsdienstig onderijs waar: de Kerkvoogden wilden onzen onderwijzer met het onderwijzen in bijbelsche geschiedenissen gedurende dit wintersaisoen belast hebben, zoo als bij de voormalige vacature ook plaats gehad heeft; maar Andræ heeft dit niet toegelaten, volgens zijn zeggen op grond van de kerkelijke wetten, hij wilde in persoon godsdienstig onderwijs geven - de man is kreupel, daar om moet hem dit reizen wel moeijlelijk zijn doch hij schijnt wel anders te bedoelen; want nu hij zich daar toe gevestigd heeft, laat hij de onderwijzer godsdienstig onderwijs aan de jeugd geven, geheel strijdig met zijne voormalige schriftelijke en mondelijke betuigingen. - Hij heeft zich gelogeerd bij de onderwijzer daar toeft hij eet en drinkt, en legt gaarn bij den een of ander aanzienlijke een bezoek af, en zoo slijt hij tot het een en ander den gehelen dag. - De beide sleutels van de kist waar in de Gemeente aangelegenheden bewaard worden en welke hij begeerde bij den onderwijzer te plaatzen, waar van een bij den consulent en de andere bij den ouderling moeten verblijven volgens de wet, heeft hij aan de meester gegeven, en neemt boeken en papieren naar Warga zonder ruggespraak. - Met een woord, deze man speelt hier een zonderlinge rol, en het is voor den opmerkzamen niet onduidelijk te zien, dat hij baatzuchtige bedoelingen heeft. Ongelukkig zulke Gemeenten, welke met zulke dienaars belast zijn.

Blz. 178

Mijn dochter en zwager te Deerzum hebben hunne kinderen om gemoedelijke zwarigheden, niet laten vaccineren, zij wierden daar toe aangezogt van de Eigenaars der plaats hen ook in betrekking bestaande maar zij konden daar toe niet besluiten, waarom men alle drang redenen bezigde om hen over te halen eindelijk kwam het tot eene bedreiging, wanneer zij voor den 20 dezer geen schriftelijk bewijs van een Chirurgijn of Doctor dat hunne kinderen geënt waren inleverden, hen het gebruik der plaats zoude ontzegd worden, dat zij eigenaren n.l. door den Grietman Eysinga aangespoord werden zoo te handelen, en gebreke daar van zelven in ongelegendheid met den Grietman zouden geraken. - Mijn zwager door nood gepersd klaagde mij het onregt dat hem aangedaan wierd. Nimmer hoorde ik onverwachter nog met meer verontwaardiging, ik zeide hen dat hij zich zelven wel moeste beproeven uit wat beginsel hij de vaccine tegenstond, doch wanneer hij opregt geloofde, dat niet te moeten doen, dan moest hij God meer dan de menschen vrezen, en daarom volstandig blijven, zonder iets daar in toe te geven, geduldig de gevolgen afwachten - maar ziet er wordt staande een schoone plaats 120 pondem. groot bij besloten briefjes onder Hallum geveild, wij besluiten daar van gebruik te maken, het briefje wordt ingeleverd en reeds hebben wij mondeling berigt, dat mijn zwager die plaats toegekend is. De Heere regeert.

Blz. 179

Den 30 December, vorstig met Zuiden wind. Wij houden ons thans onledig met het ontvangen der belastingen, en veroorzaakt bij het uitgaan van het jaar zeer veel drukte. Voormaals hadde de schrijver nimmer een oninbare post, en was dus in de gelegenheid om op den laatsten dag van het jaar te sluiten; wanneer een over ander minvermogende niet in staat ware eindelijk zijn verschuldigde te voldoen, vulde dit dan uit zijn private beurs aan, zoo dat bij de laatste verantwoording van het jaar, alles verantwoord was, zonder een penning schuldig te blijven; dit was voor den schrijver, een aangenaam gevoel en tevredenheid, dat deze gemeente met het land liquit ware, en niets om te verantwoorden schuldig bleef. - Maar sedert de invoering van de personele belasting, blijven er altoos oninbare posten overig, meestal door de gealimenteerden veroorzaakt, welker wooningen door de schatters als schatpligtig beschouwd worden, en zulks altoos tot nadeel van het land. Indien de eigenaars dier wooningen er niet door bevoordeeld wierden, moesten de gealimenteerden van onderscheiden armen door de schatters beneden gesteld worden.

Blz. 180

Den 31 December koude zuiden wind met eenig vorst, doch dreigt tot onweer of sneeuw.

Wij melden bevoorens, dat de pijpkes in de straatweg niet met de straat in een en dezelfde lijn hersteld waren, en er dus over 1828 nog veel te doen overgebleven ware, doch alles bevind zich nog in denzelfden staat als toen wij dat schreven, wat de reden daar van zij weeten wij niet; maar dit is zeker dat de laatste hand om te herstellen daar nog niet aan gelegd is.

Sedert de 25ste zijn er een menige arbeiders aan de straatweg geweest, om de boomen aan te vullen, welke uitgegaan of door andere oorzaken weg geruimd waren; niet tegenstaande de feestdagen en de daar op invallende Zondag, wierd er door gewerkt, om volgens aanneming of gedreigde poenaliteit zoo als het gerugte zegt, voor nieuwjaar het plantsoen in een schouwbaren staat herstelt te hebben. Het Godsdienstig gemeen van alle gezindten alhier, heeft zich over dusdanig een doen, over de dezer wijs ontheiligingen van zon en feestdagen, geërgerd, en wensechte dat het Gouvernement zoodanige bedrijven, strengelijk mogte weeren! Overigens heeft het plantsoen aan de straatweg gedurende het eerste jaar, een weergalozen voortgang genomen.

Blz. 181

De studenten van der Zwaag zijn ten gevolge de winter vacantie van Groningen en D. Beekhuis van Franeker te huis gekomen.

Onze onderwijzer benevens eenige andere naar de school van Bolsward dingende zoo als wij pag. 170 melden, is van geen gevolg geweest, nadien de regering aldaar heeft goedgevonden die beroemde school aan de toen provisioneele aangestelde meester op te dragen en door deze dezelve te vervullen.

Gedurende den loop van dit jaar heeft men een nieuwe polder te Wirdum waar van de Wytgaarder en Tjaarder Dijken mede tot molendijken verstrekken. Ongeveer 120 a 130 pondematen zijn ingepolderd, waar onder het plaatske bij M. Jelgersma in gebruik. De eigenaren dier landerijen hebben hier door een aanmerkelijke verbetering bewerkstelligd, maar ook per pondemate tien gulden kosten moeten lijden. Het plaatske door Dirk Dorhout bij de Flapbrug aangelegd, heeft zich met het malen belast, dewijl de molen aldaar naastbij gestigt is, hij heeft een uitmuntende gang en is door Bienze Vogel Mr. timmerman alhier gemaakt, twee molens, welke een gedeelte van deze landen bemaalden, zijn door deze inrigting vervallen en weggeruimd.

Naastleger ten Noorden de Wijtgaarder Dijk welke

Blz. 182

tevens aldaar tot een molendijk verstrekt is mede een polder aangelegd en op de Zathe van Gerritsma State een molen gestigt bij P. Piersma sedert 1809 mede Kerkvoogd en den 17 December l.l. overleden in gebruik geweest. De Zathe naast deze plaats is in den loop van dit jaar bij deze tevens ingepolderd, en zulks behalven de verbetering dezer landen, mede een aanzienlijke verbetering aan het Wytgaarder voetpad daar gesteld.

Zoo zoude men over het algemeen aanzienlijke verbeteringen konnen bewerken, maar het algemeen wil zich zoo niet laten vereenigen, een ieder heeft zijne wijze van zien, de belangen zijn ook niet allen even gewigtig en aangelegen; veelal worden zoodanige dingen door den een of ander uit een partijdig inzigt uit een verkeerd beginsel beschouwd, waar door de belangrijkste plannen eener inrigtingen geen voortgang nemen, en wanneer het door de meeste magt in werking gebragt wordt, met zeer veel tegenstand verzeld gaat, zoo als onder anderen bij de indijking en aanlegging van de eerste polder plaats heeft gehad.

Dit heeft mede plaats, bij de betere instandbrenging van onze Kerkvoogdij, de meerderheid der hervormde floreenpligtige ingezetenen heeft tot een omslag er florenen besloten tot aflossing der schulden; niet tegenstaande de meesten derzelver goedwillig hunne contributie daar toe betalen, zoo moeten de Kerkvoogden echter een en ander tot betaling dwingen en hebben rede daartoe de dwang

Blz. 183

bevelen uitgevaardigd en zulks onder anderen aan een der belanghebbende ingezetenen Andries Dooitzes Smeding; het spijt ons dit te moeten melden.

 

Wij sluiten thans dezen jaargang met het volgende

 

Het bedrag der grondlasten gebouwde en ongebouwde eigendommen over 1828

 

23371 - 15

 

Personele belastingen

 

2278 - 89

Boeten op het personeel

 

11 - 84

Patenten 1 Suppletoir nog te wagten

 

345 - 32

   

25997 - 20

Vee fonds

 

102 - 905

totaal

 

f 26100 - 105

     

Accijnsen

   

Gemaal

633 - 465

 

Geslagt

1593 - 16

 

buitenl. wijn

43 - 09

 

binnenl. gedist.

94 - 54

 

Collect. zegel

145 - 805

 

Zegel van geld Billeten

5 - 90

 
   

2513 - 96

   

f 28614 - 065



Blz. 184

Dir. Bel. en Accijnzen

 

f 28614 - 065

Gemeente opc. op de accijnsen

1382 - 77

 

3% perc. kosten op Gemeente opc.

41 - 485

 

Pens. fonds

30 - 21

 
   

1454 - 465

   

f 30068 - 53


Zoo dat de Rijks en Gem. lasten behalven de dorps en andere private lasten, in deze Gemeente hebben opgebragt over den jare 1828 Dertig Duizend Acht en Zestig Gld en drie en vijftig Cents.

Einde van 1827 en 1828, waarvan de opbreng van Boter sedert Mei des laatsten jare tot hier toe de fandel door elkanderen vijf gulden minder heeft opgebragt dan over 1827. Dit veroorzaakt een aanzienlijk deficit op de inkomsten der greidboeren; want de boerderijen zoo als hier bestaan, maken door elkanderen die van 20 tot 30 koeijen en daar boven melken in dit tijdvak ten minsten 50 fandels Boter. Dit produkt levert dan een tekort bij des voorgaanden jare alleen in dit produkt twee hondert en vijftig gld en als de prijs tot aanstaande Mei niet veranderd drie honderd gulden en meer.

Blz. 185

Wirdum den 31 December 1828
D.W. Hellema
Rijks Ontvanger


Terug 
Naar 1827
Naar 1829
Terug naar de inleiding

De dagboeken van Doeke Wijgers Hellema (1766-1856)

 

1830

Blz. 1

Het wordt mij gegund nadien God mij leven en gezondheid in den gehelen loop van het voorgaande jaar geschonken heeft, met dit jaar volgens mijne wijze van aanteekeningen weder aan te vangen. Wat er in den loop van dit jaar gebeuren zal is mij onbekend; maar zal, indien God bij voortduring leven en gezondheid aan mij verleend, mijne aanteekeningen van minder of meerder belangrijke dingen zoo veel mogelijk vervolgen; met dien wensch dat het aangevangen jaar gedurende den gantschen loop ten aanzien van der boerenstand, en dus voor de gehele bevolking een gunstiger opkomst mag opleveren dan het voorgaande, schoon gelenigd, door een altijd opvolgende gezonde jaargang, eenige koortzigheid uitgezonderd, daar in niet minder gezegend zij, dan voormaals; met een woord, dat zegen en welvaart op de gehele bevolking over dit jaar moge rusten.

Den 1 Januarij, gedurende de vorige aanhoudene vorst, het ijs is zoo sterk dat het zelve met paard en wagens gebruikt wordt.

Volgens gebruik heeft de Diakonie rekening 's nademiddags plaats gehad, en de uitkomst lever

Blz. 2

de een voordelig slot, niet tegenstaande de vacature dewijl altoos des zondags maar eenmaal Godsdienst oefening hadden en de collecten dus ook in plaats van voormaals twee of drie keeren t'elkens, ook maar eenmaal geschiedde, evenwel na evenredigheid veel meer en voordeliger uitkomst gaf, zijnde na andere jaren pas honderd Gulden minder, ten bewijze dat de Gemeente overvloedige gaven heeft uitgereikt.

Op den avond van dezen eersten dag zijn volgens jaarlijks gebruik door Brandmeesters de diensten van de invallende of vervangende leden voor 1830 aan den Brandspuit geregeld, ten einde daarvan aan een ieder deszelfs aanstelling uitgereikt worde. - Dit geeft veel inspanning en bezigheid telkens; toen de schrijver Brandmeester ware hadden wij door gaans drukke bezigheid van 's avonds 5 tot 9 a 10 uur eer men zich volkomen konde verlaten, of de lijsten en daarop bepaalde diensten wel gesteld en op de kennisgevingen duidelijk afgeschreven te boek gebragt waren; met dezelfde naauwkeurigheid is men nog jaarlijks gedurende onledig.

De Brandspuit sedert 1802 aanwezig is tot den dienst, door een goed toeverzigt en onderhoud uitmuntend geschikt voormaals tot gebruik van onze plaats door de Kerkvoogden aangeschaft, heeft het Ed. Achtb. Grietenij Bestuur van Leeuwarderadeel goed gevonden, de Brandspuit tot een meer algemeen gebruik voor de Grietenij te eigenen, en de gemeente

Blz. 3

van het onderhoud en de kosten te ontheffen, waar bij verstaan is, de tijdelijke Kerkvoogden met het toeverzigt en bestuur in hoedanigheid als Brandmeesters te belasten terwijl de Grietman zich opperbrandmeester benoemd de kerkvoogden tevens gelast worden aan het voors. Bestuur nader op te geven geschikte perzoonen tot onder brandspuitmeesters en bestuurders, ten einde dezelve van wegen het bestuur worden erkend - aan welk verzoek door de Kerkvoogden is voldaan, en in plaats van mijn zoon, welke bedankt heeft tot mede brandspuitmeester mijn zwager Pieter Eelzes Hiemstra uitgekozen is, blijvende overigens het Bestuur als voren.

Den 6 Januarij heden nadenmiddag veranderlijk en gedurende den avond dooi.

Den 8 Januarij, gister sterke dooi en gedurende den nacht regen en wind, doch heden morgen weder vorst met aangenaam weder, ten gevolge daarvan waren de wijde wateren en vaarwateren uitmuntend te schaatsrijden, doch de naauwere vaarten wegens de dooi met water overdekt onrijdbaar, ten gevolge daarvan is de schrijver in plaats van op schaatzen te voet naar de stad gereisd, hetgeen zeer ongewoon en bijkans ongemakkelijk langdurig viel, aan het schaatsrijden naar elders gedurende vijf weeken zoo gewoon zijnde.

Heden marktdag en tevens vergadering van de gecommitteerden der Brand Assurantie Societeit in 's Lands welvaren te Leeuwarden; mijn zoon doet rekenschap over 1829, welke rekening goedgevonden, gesloten en geteekend is, na welks verslag gedaan is, dat de Sshrijver als gecommitteerde van Leeuwarderadeel en S. Schoustra wegens Idaarderadeel uitvielen, ten einde op de

Blz. 4   

naastvolgende volgende vergadering van gecommitteerden en deelnemers den 15 dezer, nieuwe te stemmen of voor de volgende 4 jaren te continueren. De goede staat waarin deze Societeit bij de rekening bevonden is, verdiend alle aanmoediging ten blijke daar van zijn er opvolgende nog nieuwe inschrijvingen.

Den 9 Januarij vorst, zuiden wind, volle maan, goed weder. De schrijver is voornemens op verzoek heden het lijk van Andries Dooitzes Smeding, welke op den 4den dezer overleden is na eene zukkeling van 8 weeken de laatste eer mede aan te doen; hij was een aanzienlijk landbouwer in deze plaats, hij laat eene weduwe en zes volwassene en getrouwde kinderen na. Zie over dezen perzoon onze voorige aanteekeningen en vooral onzen tegenwoordigen staat op het artikel de bewooners van Wirdum.

Op de gewoone wijze de begravenis bijgewoond te hebben, kwam 's avonds weder bij de mijne. Deze overledene man was gedurende zijn opvolgende leven, ongemeen dik geworden, schoon van een middelmatige groote, de beweging waar aan hij zich zeer gewende viel hem zeer lastig, zoo dat hij op het laatst zijns levens met veel moeite van zijne op het nieuwland de straatweg over staande huizinge de reis te voet naar Wirdum afleide; de kiste was daarom 7 duim wijdder dan de gewoone, de beneden einde van de kiste konde in de baar en de boven einde stond er boven op, een dwarshout over de draagboomen gelegd hebbende. - Dit gaf bij de opdragt een zonderling aanzien, bij het hoog opstaan van de kiste.

Blz. 5

Den 13 Januarij sedert de vorige afwisselende vorst en veel sneeuw. - De beschrijving of het Kohier van de personeelbelasting is reeds ter executie verklaring van ons bij de Administratie ingezonden, de aangaven dezer belasting zijn door de Ingezetenen op de schatters gegeven en zijn deze reeds bezig met schatten. - Ook heeft de Gouverneur de Kohieren der grondbelasting executoir verklaard met bevel omze aan de Rijks ontvangers te doen toekomen ter  invordering dezer belasting, waar van de drukte ons zeer op handen staat, om namenlijk bij het ontvangen de kennisgevingen op te maken rond te zenden en indien mogelijk bij het einde dezer maand te ontvangen.

De beide jonge Heeren van v.d. Zwaag, hebben dadelijk na het overlijden hunner moeder, de huishouding opgebroken, de huisgeraden hier en daar in bewaring gegeven het huis bij hunne moeder van A. Hooghiemstra in huringe ontruimd en gesloten en heden met de postwagen weder naar Groningen vertrokken.

Door het sterke ijs worden uit vele plaatzen van ons gewest uitnoodiging tot harddraverij met paard en sleed en hardrijden op schaatzen gedaan, doch door de invallende dooi en sneeuw tot nader gelegenheid uitgesteld, zoo bepaalde men onder anderen een hardrijden op zee te Makkum, en of zulks op morgen te Leeuwarden volgens de Courant van gister daar het tegenwoordig weder vriest maar het ijs door de sneeuw bedorven, dog door de baanvegers geveegd word, voortgang zal nemen, staat wel te denken, alles bij uitloving van zeer aanzienlijke prijzen en premien aan de winders.

Door de aanhoudene vorst belopen de kosten om de Eenden te voeden zeer aanzienlijk, ook moeten de schapen geheel van hooi bestaan, dewijl het land met sneeuw overdekt is, nu reeds al eenigen tijd.

Blz. 6

Den 17 Jan. Gedurende een paar dagen stil staand weder tusschen vorst en dooi. - Het hardrijden heeft op de stads gragt den 15 wel aanvang genomen en den 16 voltooid, maar om dat het nu een geruimen tijd onrijdbaar is, was er niet veel volk.

Ook heeft hardrijden op zee den verleden week wel aanvang genomen maar om den dooi het afdoen uitgesteld, namenlijk te Makkum.

28 Gulden was de boterprijs gister marktdag. Ook hebben volgens advertentie de deelnemers en gecommitteerden van de Brand Societeit gister in 's Lands Welvaren te Leeuwarden vergadering gehad en hebben den schrijver en Schoustra als gecommitteerden op nieuw gecontinueerd, en dewijl den Heer Beijma als voorzitter afwezig was heeft men mij het presidium bij die gelegenheid doen waarnemen. Ook is N. Hoginga prov. gecommitteerde in plaats van W. Brouwer overleden als vaste gecommitteerde verkoren.

Den 21 Januarij, min of meer dooi weer, gister aller onstuimigst met harden wind, sneeuw en regen.

Daar mijn zoon mede als schatter van het personeel is benoemd is hij benevens Hiemstra mijn dochters man uit de buren te zamen te Stiens bezig om te schatten, waarom ik mij belast heb gedurende deze dagen dat zij afwezig waren, de belangen van het Kantoor alleen waar te nemen - aldaar tevens een paar nachten logerende, wakende bij mijne schoondochter, mijn zoons vrouw, welke ziek is, haar dienende, gedurende een gedeelte van den nacht, hoopen echter dat deze ziekte spoedig in beterschap en herstellen mag afwisselen.

Blz. 7

Gedurende de afgelopen week is het zeer onstuimig geweest van wind en sneeuw, de sloten en vaarten zijn bijkans tot boven vol gejaagd, waardoor het land bloot is geworden.

Gedurende den afgeloopen week zijn er verscheidene sterfgevallen onder Wirdum geweest, een vader van een talrijk huisgezin en een grote boerderij in de noodeind drijvende van den R.C. godsdienst, werd zijn gezin ontrukt, een bejaard man voormaals een grote boerderij drijvende van den R.C. godsdienst overleed, een bejaard weduwnaar boere arbeider stierf tevens van den R.C. godsdienst, gister stierf mede een boer nevens de R. Kerk aan Wytgaarder buren en waar onder de andere ook behoren, welke een aanzienlijke boere huizinge en schuur bouwde, sedert een paar jaren, van den R.C. Godsdienst, zoo dat er vier niet min onaanzienlijke Roomschgezinden opvolgende in een zoo korten tijd der wereld ontrukt zijn. Heden stierf een boeren knegt van Anne P. Hiemstra, een arbeiders zoon uit de buren. 

Elders hoort men ook dat er vele menschen sterven schoon men van geen aanstekende ziekten althans in deze nabijheid niet hoort. Vlaskamp ons Chirurgijn verklaarde mij gister evenwel dat hij veel patienten hadde.

Den 25 Jan. mooi weer met vorst, welke den 22 dezer na voorgaande ontlating, met nijpende koude weder inviel, men meende dat de winter ons dreigde te verlaten, maar vruchteloos, dewijl het weerglas thans zeer geklommen is - elders wordt de nood zeer groot dewijl de arbeiders niets verdienen konnen, er wordt bij wijze van inteekening vooral aan den bouwkant in de dringende behoefte voorzien. In onze plaats is men noch niet tot dien maatregel gekomen, dewijl de nood alhier zoo drukkende niet is, als wel elders, trouwens

Blz. 8

de gemeene armen, dezulke welke niet gealimenteerd worden, genieten uit het besprek, aanmerkelijken onderstand, zoo als turf als anderzins; welke artikels vooral de turf onlangs met sleden aangebragt, in dien nood aanmerkelijk voorzien geworden is - terwijl elders de behoefte aan turf buitengemeen drukkende is, te meer wijl met sleden zooniet vervoerd konnende worden bij gebreke van goed ijs, door de menigvuldig gevallen sneeuw en daar op eenigzins afwisselende dooi.

Ook heeft de gouverneur dezer provincie door de Couranten laten bekend maken, dat er zoo veel mogelijk gestroomd wordt, hier door en wegens de sneeuw verliest hij ijs deszelfs kragt, althans wordt met zwaar geladen vragten niet vertrouwd.

De prijs der boter was verleden vrijdag 2 a 33 gld. doch konde geen prijs houden; de boter wordt per wagens naar Amsterdam vervoerd, en bevragt met 25 fandels min of meer, althans die hierlangs den den straatweg passeeren men zegt dat daar grote behoefte van dit Art. ook is. Overigens zijn de Engelsche schepen in Harlingen leggende reeds bevragt, en hebben reeds in den voor voorgaande week op de gelegenheid van een open zee gewacht om naar Londen te vertrekken of dit gelukt is, heb ik niet stellig gehoord; maar het schijnt wel zoo om dat de boter zooveel duurder geworden is. Trouwens het gemaak is gedurende den winter zeer gering om de schaarsheid van hooi, en zal nog wel eenigen tijd aanlopen eer de markt daar mede zal voorzien worden.

Blz. 9

Den 29 Jan. Vorst, sedert de laatste tot heden zonder afwisseling hetzelfde weer, anders stil en bedaard maar koud en sterke vorst.

Sedert de voorige de werkzaamheden aan het Kantoor alleen verrigt, wijl mijn zoon en schoonzoon zich te Stiens met schatten bezig waren. Gister had ik het ongemeen druk, wijl men kwam de verponding, waar van de aanslag billetten reeds voor 1830 bij ons uitgegeven zijn te betalen, tevens wordt het geschatte slachtvee, veeaccijns, schapen en varkens, waar mede de slachters gister mede ter markt trokken, het zij in stukken of gehele buiken vleesch, zooveel ik mij herinnere 19 Schapen en 3 varkens, daarbij kwamen de drie bakkers, om het belaste graan ten voordeele der Grietenie, zijnde van rijks wege met den aanvang van 1830 onbelast geworden; aan te geven, zooveel ik mij herinnere 5 mudden tarwe en 18 a 19 mud Rogge, en dit bij gedeelten, veroorzaakt een verbazende drukte, vooral ten aanzien van het slachtvee om dat het stuk voor stuk verimpost wordt, het lastigste voor mij was de accijnsen en de verponding telkens bij afwisseling te moeten bewerken; het slachtvee en de bakkers zijn weekelijks meer en min wel het zelfde, maar nu kwam de verponding er midden.

Er was gister veel boter ter markt van tijd tot tijd agter uit gehouden, maar de prijs 30 gulden, dus minder dan in den verleden week.

Den 30 Januarij felle vorst met stijve oostenwind gedurende de geheelen winter is de reis mij niet naar het Kantoor geweest als heden morgen, stijf tegen den wind, sneed de koude mij geweldig in het aange-

Blz. 10

zigt, schoon met doek omgewonden - even zoo kwamen de belasting schuldigen aan het Kantoor, klagende over de nijpende koude; niet tegenstaande den korten tijd ons gegeven na het executoir verklaren der Kohieren van de grondlasten, en daar na door het Grietenie Bestuur ons dezelven ter invordering aangeboden, de kennisgevingen daar uit gevormd en aan de belasting schuldigen uitgereikt niet tegenstaande dit alles, is er nog een aanzienlijk gedeelte van deze maand bij ons ontvangen. Mijn zoon is thans bezig om de staten ter verantwoording op den 1 Febr. om dat het morgen zondag is, op te maken.

Den 3 Febr. Sedert de vorige felle vorst, tot heden altoos vermeerderende, verzeld van stijven oostenwind en heldere lucht. De vorst is zoodanig in de huizen doorgedrongen, dat het tot den haard vriest, niet tegenstaande sterk vuren kan men naauwelijks beletten dat alle vogtige voorwerpen tot op den tafel, daar van aangedaan worden. - Deze toestand van den vorst en felle koude, zal grotelijks de ellende van een menigte menschen vermeerderen, bij het algemeen gebrek van turf en brandstof, behoefte aan voedsel en deksel vooral onder den gemenen stand. Aardappels bij vele menschen nog in voorraad, en tot nog toe buiten den vorst gehouden, zullen niet langer daar voor bewaard konnen blijven. - Van een aanzienlijk voorraad van appels voorzien zijnde, en in een goede kelder bewaard, zijn merendeels ook al gevroren.

Blz. 11

Ten gevolge van dezen vorst, althans men schrijft het daar aan toe, heeft men den 31 Jan. l.l. eene koopvrouw met een korfke koopwaren van linten en anders voorzien bij haar, tusschen de Him en Goutum op het vlakke land doodgevonden; eene vrouw misschien bij de 40 jaren. - Het Bestuur alhier daar van kennis gekregen hebbende, heeft bevolen het lijk bij de naaste boer te brengen, van daar is het in de buren gebragt alwaar spoedig een kiste gemaakt en daar in gelegd gister avond op het Kerkhof te Wirdum begraven is; met alle mogelijke nasporingen te Leeuwarden en op het Gouvernementshuis, heeft men niet stellig zeker konnen weten, wie dit mensch geweest is en waar te huis behoorde, evenwel wordt er vermoed, dat zij in de stad gehuisvesd is, op zich zelven of bij anderen inwoonende, zonder eenig huisgezin, haar kost langs de huizen met deze kleine koopmanschap winnende. 

Mijn zoon en behuwdzoon zijn gister weder naar Stiens getrokken om het nog overgeblevene van de Schatting van het personeel aldaar af te doen, ten gevolge daarvan heb ik den verleden nacht en gedurende dien tijd aan het Kantoor geweest.

Den 2 Febr. hadden wij in de dingsdaagsche Courant â„– 10 een geschiedkundig berigt van Sjaardama huis te Franeker en van de Kanselarij te Leeuwarden, beide wetenswaardige stukken.

Den 8 Febr. sedert de vorige felle koude en vorst afwisselende sneeuw en sneeuwjagt, dog heden morgen

Blz. 12 

zeer onstuimig en dooi, overal zelf op de bedsteden alwaar de uitwaseming gevroren, thans ontliet, en een sterke drupping ten gevolge hadde, en meestal vespreid door het dagelijksche woonvertrek in de schuur en het buithuis, waardoor de beesten het water van den huid droop en de stallen als het ware met water overgoten ware, eene grote ongelegendheid veroorzaakte. Doch wij en alle andere menschen, die zulks met ons gemeen hebben, zullen zich gaarn de moeite troosten, om te hemelen en alles weder te drogen en in order te schikken zoo dra het druppen ophout; want een ieder verlangde vaak met ongeduld, rijk en arm, dat deze felle koude en nijpende vorst, een keer mogte nemen, en deze benaauwde en zonder afwisseling langdurige winter ons mogte verlaten; mogte de dooi maar aanhoudende zijn en daar door ijs en sneeuw verdreven worden, opdat de landbouw en scheepvaart neering en hanteering, tot welzijn der maatschappij en vooral tot het leeningen van de drukkende behoeften van den gemenen stand, tot bloei moge geraken, en de langdurige ledigheid in een drukke werkzaamheid vervangen worde.

De felle vorst gedurende het laatst der voorgaande en tot hier toe dezer maand heeft inzonderheid het algemeen buitengemeen gedrukt, waar door nog vele levensmiddelen inzonderheid de aardappelen bedorven zijn. Wij hebben de beiden verlopen marktdagen niet te Leeuwarden geweest, er is volgens zeggen ook zeer weinig te doen geweest, binnenlandsch heeft men geen ijs konnen gebruiken, maar wel op meeren en wijde vaarten, heeft men nog altoos op schaatzen gereden.

Blz. 13

Den 9 Febr. heden zeer onstuimig en dooi, de sneeuw is merendeels gesmolten, waardoor het water over de landen buitengewoon hoog is; schoon telkens geadverteerd wordt namens den Heer Gouverneur, dat men gedurende met de zeesluizen stroomt, maar om dat de waterlossingen binnenlandsch gevroren zijn, heeft het overtollige water van de landen geen uitloop.

De Courant van heden bevat onder andere uit Harlingen dat er zes perzonen over ijs te voet van Terschelling aangekomen waren, als een gevolg van den fellen vorst, niet tegenstaande deze perzonen een ijsschip bij zich hadden, hadden zij er echter geen gebruik van gemaakt. Ook was de Maas zoodanig gevroren, dat men zich daar op allerlei ijsvermaak veroorloofde.

Deze Courant bevatte ook onder anderen een spookvertelling aan een voormalige koning van Zweden verschenen, als mede andere geen onaardige dingen.

Gedurende dezen winter hebben wij vier Eenden verloren, een grote 70 verspreid en zich  thans in het veld om hun eigen voeder te zoeken, waar door wij heden avond voor de eerste maal ophouden dezelve te voederen, met de zesde zak boonen waren wij bezig ieder zak ruim 4½ gulden.

Den 10 Febr. nog dooi weder; de watermolens beginnen reeds te malen, het water is door het smelten der sneeuw buitengewoon hoog, zoo dat het land over al sloten en greppels van water blinkt; als de dooi aanhoudende mag zijn, zullen wij ook spoedig van het overtollige water ontdaan zijn.

Blz. 14

Den 13 Februarij, sedert de laatste vorst dog door zonneschijn ontlatend; ten gevolge van den vorst rijdt men weder op schaatzen, vooral op openbare vaarten, daar het ijs op geborsten is, dewijl het overal nog sterk genoeg, zoo werd de Sneeker vaart heden nog bereden, en gister marktdag te Leeuwarden, werd de Ee algemeen met schaatsen en sleden algemeen gebruikt, dog toen was de Sneeker vaart niet te gebruiken; de lucht heeft thans bij flaauw zonneschijn geen vorstig aanzien, men hoopt steeds dat de winter ons moge verlaten.

De prijs der boter was gister 30½ gulden, sommige boeren houden te rug, nadien zij menen dat de prijs wel hoger zal steigeren, om dat het gemaak in het voorjaar om de schaarsheid van hooi geringer dan wel in andere jaren zal zijn; het zal wel bijzonder niet alleen daar door, maar van een open zee afhangen; aan den uitvoer; want zoo lang de boter ter plaatze harer bestemming niet gevoerd is, kan zij ter consumtie of tot andere einden niet gebezigd worden, en wat dit hooger in het voorjaar oploopt, wat de overvloed als dan de prijs ook wel kan afslaan.

Het nieuwe ijs op de sloten en anders, is sterk genoeg om gebruikt te konnen worden, zoo even reed iemand op de sloten hier voorbij en zoo even bragt de bakker ons met een sleed het brood tot de wekelijksche consumptie waar toe wij alle weken drie benoodigd zijn - waar in wij deze order houden en vele der boeren met ons: dat wij niet altoos het brood van en den dezelfde bakker ontvangen, maar bij afwisseling van de beide bakkers uit de buren alle vierendeels jaars elkanderen afwisselen.

Blz. 15

In de Couranten wordt opvolgende gemeld, dat de winter overal buitengewoon langdurig is, zelf in de zuidelijke landen alwaar men zelden of althans zeer gering de winter gevoeld, als in Frankrijk, Spangjen en Italien; men schrijft vandaar van het omkomen van menschen en dieren - ook waar men zelden vreemde vogels als ganzen en arenden, en welke in het noorden te huis behoren, worden in Frankrijk en elders geschoten. Ook de wolven dringen in menigte bij koppels van 3, 4 tot 8 of 9 incluis, uit de bosschen, en maken de velden en wegen niet alleen onveilig maar laten zich bij woningen en dorpen zien, waar door rede menschen verscheurd en ongelukkig zouden geworden zijn. In Zuidholland zijnze ook waargenomen, dog alhier heeft men tot nog toe, geen vreemd wild gedierte gezien.

Om dat de noodzakelijke goederen, niet als met wagens en karren vervoerd konnen worden naar andere provincien en van daar naar Friesland, Leeuwarden en elders, ziet men hier gedurig vreemde wagens langs de straatweg voor bij passeren, en dat die paarden als ook vele inlandsche met scherp beslagen zijn, om het ijs en de vorst lijdt de straatweg ongemeen, wijl dezelve op vele plaatzen van zand ontbloot is, en wegens den vorst niet kan overdekt worden.

Het mensch onlangs doodgevonden is bekend en behoord in de stad te huis, onder eenen der armen directien, welke de kosten hier, daarover gemaakt al moeten restitueren.

Blz.16

Den 18 Febr. sedert de vorige vorst, de winter wil ons nog maar in het geheel niet verlaten, thans koud en N.W. wind den 15 zijn hier op schaatzen geweest, onze Hallumer mieden vrienden, mijns dochters man en mijne zusters man benevens een der voorzoons; de Dokkumer Ee was uitmuntend te rijden dog de Sneeker vaart was gebrekkig geweest.

Er heerscht over het algemeen een zware verkoudenheid, zijnde tevens zeer langdurig, zoo dat de gene die er van aangetast zijn, in geen weken er afkomen, verzeld gaande met een zware hoest, ook mijn huisgezin kleinen en groten, dienstbaren en eigen, zijn de eene min en de andere sterk daar aan laborerende, ook ben ik zelf daarvan hevig aangedaan, mijn inziens veroorzaakt in de felle koude dagen agter een bij het vuur zitten; wij vuurden sterk en ik schreef toen de bijdragen tot mijne oudheden van Wirdum en de ijver waar mede ik mij daar toe verledigde, veroorlofde mij in dagen niet, dat is gedurende de felle koude, buiten te gaan was ik, ook gedurende de nijpende vorst, aan mijne levenswijs gewoon gebleven om uit te gaan, mogelijk had de verkoudenheid mij ook verschoond. De buitenlucht hinderd mij nu meer, dan eenigen tijd de felste vorst, ten bewijze dat mijn gestel thans zoo fris niet is als toen.

De eenden konnen wij met alle voorzorgen naauwelijks in het leven houden, 8 zijn er rede gestorven en indien de winter ons niet verlaat zullen er wel meer sterven, de winter is te langdurig en ten gevolge daarvan zullen er over het geheel bij duizenden gestorven zijn.

De boter was verleden vrijdag eenendertig Gulden, wat morgen de markt zal zijn, moet de tijd leeren.

Blz. 17

Den 22 Febr. Sedert de vorige vorst en heden nacht veel sneeuw, zoo dat de oppervlakte der aarde thans weder met dikke sneeuw bedekt is, verzeld van N. wind en koude.

Het is of men zich in het diepste van den winter bevind, zoo bar ziet het er uit, een bekrompen hart ontstaat er bij het afwisselen van ieder dag en nacht dewijl men bij het aanbreken van den nacht hoopt dat er des morgens eenige verandering in het luchtgestel zal zijn, ten goeden, des morgens op den avond, en zoo wisselen zonder eenige aanmerkelijke verandering dag en nacht elkanderen af.

Het is reeds lang winter, het blijft winter, en hoe lang zal de winter nog duren? men hoopt nu weder op morgen om dat het dan nieuwe maan en bij ons onzichtbare zons verduistering is.

Den 23 Febr. Het weder als voren, behalven dat in den verleden nacht buitengewoon veel sneeuw gevallen is; dit ondervond ik heden morgen eenige boodschappen in de stad te verrigten hebbende, reisde ik te voet derwaards maar door de dikke sneeuw, waarmede het aardrijk, de straatweg enz. bedekt is, viel het gaan zeer moeijelijk en zwaar, derwijze dat ik mij niet herinneren kan immer bij mijne thuiskomst zoo moede geweest te zijn; ook kan ik mij niet herinneren ooit zooveel sneeuw doorgewaad te zijn, dat wil zeggen dat de oppervlakte van het aardrijk, zoo egaal met sneeuw overdekt was; het moet zeer stil geweest zijn, toen de sneeuw gevallen is, anders jaagd de wind wel groote hoopen.

Blz. 18

Den 24 Febr. heden morgen vorst en sterke regen gedurende den gehelen voordemiddag, een zonderlinge tegenstrijdigheid in de natuur, vorst en regen, de sneeuw glinsterde overdekt met een korst van ijs, even zoo ook de boomen, waardoor de tederste takken zich kromden door de zwaarte van het steeds aanzettende ijs; eindelijk kreeg na den regen tegen den middag een zachte dooi de overhand, het ijs ontliet en de boomen schudden zich door een zuiden wind van hunnen overlast; thans op den avond is het nog dooiweer, men kan zien dat de sneeuw over het veld minderd, hier en daar wordt het gezigt door een kaal uitkomend plek min en meer gebroken; ook zoo merk men op de sloten eene ontlating ter plaatze waar de sloten niet gelijk staan met de oppervlakte van het land, door het voljagen der sneeuw onlangs door den harden wind.

Doch de mist is opgeklaard en de lucht gebroken, mogelijk heeft met den volgenden nachtvorst; althans zijn alle teekens nog tot vorst koud weer gedurenden den gehelen winter was de grep agter de koeijen van een opdrogenden aard, even als heden, ook de eenden pluimden, dit zijn bij de boeren al veel doorgaande merkteekenen van op handen zijnde koude.

Den 26 Febr. Tegen ons vermoeden, is het sedert de vorige aanhoudene dooi, den verleden nacht

Blz.19

inzonderheid heeft het zeer sterk gedooid, zoo dat de oppervlakte van het aardrijk bijkans van sneeuw ontbloot is; maar het is verwonderlijk hoe hoog het water in de sloten greppels en leegten is, het staat alles vol; te meer ons pijpke in de straatweg is met den aanvang der vorst gesloten geworden, zoo dat het water niet kan uitloopen als alleen door eene kleine opening dat de deuren niet te digt toegedaan zijn, het welk, wel eenig water langzaam doet verliezen, maar lang niet die kwantiteit welke met een open pijpke hadde konnen afvloeijen. - Indien de Gouverneur niet hadde gezorgd dat de Zee sluizen zoo veel mogelijk stroomden, dan hadden wij verbazend hoog water gehad.

Heden marktdag, dog om dat ik niet veel bezigheden aldaar te verrigten hebbe, blijf ik thuis en laat mijn kleine knecht derwaards gaan, om kleine boodschappen voor mijne vrouw te doen.

Gister heb ik steeds aan het Kantoor geweest om de verponding te ontvangen, waar mede wij steeds bezig gedurende het laatst der maand. De personeel billetten zijn op hoog gezag nog niet uitgegeven dewijl eenige veranderingen op handen, schoon zij aan het Kantoor sedert een maand in gereedheid liggen om uitgegeven te worden, alleen van de dienstboden wordt bij ons thans ontvangen tezamen met de grondlasten.

Blz. 20

Heden werd in de Leeuwarder Courant berigt: dat op den 15 Febr. 1830 van Stavoren 24 personen waar onder 5 vrouwen, 's morgens 8 uur op schaatzen naar Enkhuizen reden alwaar zij half 11 voordemiddags de haven binnen reden, zich aldaar van een gedenkteeken voorzien en eenigen ververschingen genoten te hebben, en tevens met een plank voorzien zijnde om zich over een slenk te redden, waar over zij des morgens met een ijsschol zich gered hadden, vertrokken te twee uur 's nademiddags van daar en kwamen 's avonds half 5 behouden weder te Stavoren aan.

Den 13 bevorens hadden 13 personen van Stavoren, twee schippers en twee inwooners van Warns, op dien dag ook op schaatzen de reis naar Enkhuizen en van daar weder te rug gedaan. - Men had zich van een lange lijn op deze reis t' elkens voorzien en waren digt aan elkanderen gereden vaak op zeer gladde en effene ijs velden; die van den 15 hadden het onaangename van mistig weer.

Den 1 Maart, aangenaam weer heden morgen eenigzins vorstig, gedurende het laatst der voorgaande maand hebben wij ons onledig gehouden met het ontvangen der verponding, en mijn zoon verantwoord heden de gelden enz. dewijl het misweer is, en de binnendijken ongeschikt om met den wagen te rijden zijn, heeft mijn knegt het geld met een onzer paarden gehaald tusschen de 2 en 3000 gulden; en dewijl mijn zoons schoonvader, de ontvanger van Roordahuizum, juist deze met een wagen, ook om te verantwoorden, elkanderen op den straatweg aantroffen, nam men ons geld van het

Blz. 21

paard, op den wagen, en reden toen te zamen naar Leeuwarden, waar door de knegt vrij was met het paard naar de stad te trekken.

Heden moeten de jongelingen, welke in de jaren der militie vallen, loten. Dien ten gevolge is mijn kleine knegt ook naar Leeuwarden getrokken, om te loten, vermits hij den ouderdom van 18 jaren bereikt heeft.

Ik hoop dat hij zal vrij loten, schoon hij zeer klein van perzoon is, en dog de maat niet heeft, zal hij egter ingeval van aan te loten, vijf aan een volgende jaren er voor moeten staan, om bij verkregene hoogte soldaat te worden.

Er waren verscheidene te Wirdum die in de jaren der loting vielen; onze knegt Hotze Sijmens Dijkstra welke nu ongeveer zeven jaren bij ons gediend heeft van Wirdumer geboorte, heeft â„– 37 getrokken, waar door het zeer te bevrezen staat, dat hij mogelijk invalt, nadien â„– 13 gerekent wordt â„– 1 te  zijn, en er 15 uit de Grietenij soldaat moeten worden, dus zijn er van 28 tot 37, maar negen tusschen beiden, welke door gebreken of onder de maat, ongeschikt tot den dienst zijn.

Den 3 Maart uitmuntend schoon en droog weder, dog sterke nachtvorst, waar door het te vrezen staat: dat de trekschepen zullen konnen doorbreken zoo als op den 4 en 5 dezer voor een jaar, de trekschepen ook doorgebroken zijn.

Blz. 22

Heden is onze Oojevaar tot onze blijdschap weder terug gekomen en heeft bezit van zijn nest genomen, waar dezelve gedurende deze langdurige ongestrenge winter zich opgehouden heeft? is al weder onze oude vraag! Dit weten wij stellig, dat het verblijf alwaar zich ophield, een genoegzaam onderhoud heeft aangeboden en aangeschaft, zeer onderscheiden van onze gewesten en een menigte aangrenzende landen; alwaar gedurende den vorst althans geen voedzel voor deze vogels in het allerminste te bekomen is geweest, om te bestaan en te leven.

Den 6 Maart, zonder eenige verandering allerschoonst en droog weder O. wind en sterke nachtvorst, en indien het voorjaar niet zoo verre gevorderd ware, zoude de vorst nijpende zijn. Men meende dat de schepen gister marktdag zouden gevaren hebben, maar door de sterke invallende vorst, is dit niet eens ondernomen te bestaan. De Engelsche schepen met boter bevragt zijn den 1 dezer en juist tijdig van Harlingen vertrokken en den 2 binnengekomen een ander Engels schip met ballast van Londen.

Door het vriezen kan men niet als den nadenmiddag dongslegten, door zonnenschijn zoo ver ontdooid dat ze maar even geslegt konnen worden telken dag. Misschien is het voor het land goed; maar des nadenmiddags de voetpaden slegt te gaan en de dijken onrijdbaar, dog des morgens is de grond hard. - De straatweg is van een onrekenbaar waarde, dagelijks

Blz. 23

passeren heen en te rug gedurige vragtwagens met allerlei produkten beladen. Inzonderheid met turf, welker gebrek hand over hand toeneemt, men voerd dezelve van het Heerenveen en elders naar den bouwkant alwaar het gebrek inzonderheid buitengewoon groot is.

Wij hebben verzuimd te melden dat op den [wit] Febr. l.l. op de landhoeve van den oud Gouverneur ter aldaar afgezonderde grafplaats, bijgezet is. Het lijk werd met een wagen ter plaatze gevoerd en even als de Eyzinga's bevorens gemeld ter aarden besteld, door dragers uit het gebuurte.

Den 8 Maart sterke nachtvorst schoon weder O. wind. Door den kragt der Zon, is het gedurende den middag ontdooijend. Ten gevolge van het sterke vriezen is mijn kleine knegt, heden morgen op schaatzen naar Warga gereden, om Reinder Boonstra van wien ik in de herst 2000 lijnkoeken a 12 guld. gekogt had en waar van rede 1200 vervoerd heb, aanzegging te doen dat wij de resterende benoodigd zijn, wijl wij aan koeken gebrek hebben. - Wij zullen thans hooi genoeg hebben, om de koeijen voortaan genoegzaam te voederen.

Den 10 Maart, heden aangenaam dooi weder gister avond ontstaan en steeds aanhoudende Z. wind ten gevolge van het ophouden der nachtvorsten is het Sneeker trekschip naar Leeuwarden, met twee paarden zonder hinder zoo het scheen hier voorbij gejaagd.- Dit gezigt was eenigzins nieuw, dewijl men sedert min of meer 15 weeken, thans nog voor 2 a 3 dagen, geen andere voorwerpen langs de Sneeker vaart passeeren zag, als schaatsrijders, paard en sleedjagers.

Blz. 24

Zoo hier zal het ook elders zijn, althans ziet men van hier zeilschepen in de Harlinger vaart; welk een verruiming zal dit te wege brengen? met den aanvoer der noodwendige behoeften, vooral de eerste behoeften des levens -

Gister den 9 is het wijfje Ojevaar ook te rug gekomen. Ook de eenden zijn buitengewoon fleurig kwaken, flodderen, vliegen op de korven, en vermaken zich op allerlei wijzen, de leeuweriken kweelen, de kievieten draaijen over de wieken, met een woord de gantsche natuur levert een aangenaam schouwspel op, eene gehele verandering zoo dat het schijnt dat deze strenge en langdurige winter ons thans verlaat.

Volgens kennisgeving is mijne behuwd dogter, de Dos van Achlum zijne vrouw den 6 dezer van een dogter bevallen, en bevonden zich in den besten welstand.

Gister is de man van de school maitres in 1829 van gouvernements wege te Wijtgaard op een traktament van 150 Gulden uit de grietenij kas, geplaatst, overleden, nalatende een zeer bezwaard huisgezin, van 6 a 7 kinderen, deze vrouw is onlangs als school maitres te Gorredijk beroepen; dog ontmoet zwarigheid, dewijl de vrouw hier aanzienlijke schulden opgelegd heeft, en dien ten gevolge bij het overlijden van haar man, onderstand van de diakens alhier heeft verlangd, welke haar dit ook zullen uitreiken, ten koste van St Anna parochje alwaar zij verjaard is - Hoe het vervolgens gaan zal met dit huisgezin moet de tijd leeren, hier te Wijtgaard heeft zij geen bestaan met zulk een groot aantal kinderen; Wirdumer Diakonie hoopen intusschen zonder bezwaar van haar af te komen.

Blz. 25

Den 13 Maart, heden harden wind W.N.West, verzeld van sterke droogte. De trekschuiten varen uit alle de steden; de landschepen uitwatering in de trekvaarten hebbende, waren velen gister ter markt te Leeuwarden, dog konden niet in de stad varen, wijl alle canalen in dezelve, nog niet gebroken maar met ijs bezet waren en het was  een onaangenaam gezigt, zoo vele vuiligheden, bij alle de pijpen over de canalen door de gehele stad verspreid, neergeworpen, opgehoopt te zien, zoo zeer, dat het misschien tot den grond, gezonken ware en boven het ijs bij de wallen uitstak.

De hoogste prijs der boter was 32 Gulden; indien de oude boter rede verkogt ware, dan zoude er weinig boter ter markt gebragt worden, om dat er zoo weinig gemaakt wordt.

Heden wordt de overleden man van de schoolmaitres te Wijtgaard ter aarde besteld, waar van de diakens te Wirdum in gld. de kosten dragen, en dien ten gevolge volgens gebruik ons predikant de voorgang hebbende met de Kerkeraad om het lijk mede te volgen, omdat zij beide ledematen waren, te zamen een kopje thee in de herberg te drinken, de kosten worden hen van St Anna vergoed om dat zij daar verjaard zijn.

Ons naaste buurman is heden begonnen te rollen ook begint men uit te dollen, dog de grond is nog niet geheel door ontdooit, het geen niet te verwonderen is, daar de felle en langdurige vorst zoo diep ingedrongen is. Het ijs heeft boven de 20 duimen dikte gehad, en het is te verwonderen, dat het zoo spoedig verdwijnt. Geene woudschepen waren gister te Leeuwarden, de wijde waters lijden zoo veel niet, door het stroomen.

Blz. 26

Den 18 Maart, sedert de vorige harden wind verzeld van droogte, dog gister middag eenigzins regenachtig.

Den 15 bevorens reisde ik met de trekschuit naar Hallumer mieden om mijne kinders op de noorder mieden nevens het tolhuis woonachtig te bezoeken, bevond hen wel, behalven hun outst zoontje laboreerde nog aan de koorts, 44 hoornbeesten en 3 paarden hadden zij op stal en stonden met het hooi tamelijk wel; aldaar aangenaam den tijd tot gister morgen doorgebragt te hebben reisden mijn zwager en ik te zamen naar de Zuider mieden om mijne zuster en zwager te bezoeken; bevond hen allen wel, en vertrok van daar 's middags met het Dokkumer schip te voet tot aan het tigchelwerk gegaan zijnde naar Leeuwarden, en kwam om 5 uur te huis, alwaar mijne dogter en behuwddogter uit de buren den dag bij mijne vrouw en huisgezin doorgebragt hadden.

De familie op de Hallumer noorder en Zuider mieden woonachtig en een kleine halfuur van elkanderen verwijderd hebben veel vriendschap met elkanderen, en bezoeken elkanderen steeds wederkerig.

Heden hebben wij ons eerste Eenden ei gekregen; ons Ojevaars zitten rede zeer bepaald op het nest, een bewijs dat zij al eijers hebben; dat er Kieviets eijers gevonden zijn, heb ik nog niet gehoord.

Groote boonen heb ik heden gelegd; de tuinlieden zullen het thans met deze droogte wel zeer druk hebben, met planten en pooten.

Het driejarig onderhoud der straatweg benevens het plantsoen wordt volgens advertentie in de Couranten op morgen aangeboden, openbaar te besteden.

Blz. 27

Den 23 Maart. Steeds harden wind verzeld van droogte. De boeren rollen bij deze schone gelegenheid hunne miedlanden, welke in den verleden jare, door de aanhoudene regen tot laat in den herfst, buitengewoon getrapt en dus oneffen waren - het is verwonderlijk te zien hoe effen de landen door het rollen worden, de grond is door den sterken vorst en daar door opvolgende drogen dooi, zoo bol en lenig dat de oneffenheden ingedrukt en slegt worden.

Gister den 22 had het Friesch genoodschap volgens aanschrijving te Leeuwarden hare voorjaars vergadering onder voorzitting van Professor de Crane. Vele zaken werden toen betrekkelijk de Friesche oudheid, geschiedenis en taalkunde behandeld. De Grietman Beijma, hield na den afloop daar van eene lofrede over de in het einde der 15de eeuw levende professor Farai Perœus, waar na de vergadering ontbonden werd en toen overgegaan om te balleteren tot de aanneming van verscheidene voor gedragene personen tot leden dezes genoodschaps, zullende alles met een aanzienlijke maaltijd besloten, dog vertrok alvorens, als niet beschouwende in verband te staan met den aard dezer inrigting, en aldus door onnoodige bezwaren, de contributie en bijdragen tot de noodige kosten tot dit genoodschap niet te vergroten. - Hebbende het genoodschap het dus ook begrepen, dewijl een ieder vrijheid gelaten wordt de maaltijd mede te genieten of niet.

De vergadering was bij deze gelegenheid zeer aanzienlijk door het aantal leden uit vele oorden van ons gewest tegenwoordig. Men heeft reeds aangevangen het handschrift van Janke Douwsma te drukken, ook waren er eenige afschriften betrekkelijk de Friesche geschiedenis in de boekerij te

Blz. 28

Oxford in Engeland voorhanden, tegenwoordig.

In het laatst der voorgaande week den 20ste dezer heeft de Controleur Bouricius tevens de functie van Inspecteur ad interim waarnemende, de stukken en registers van ons Kantoor geviseerd.

Den 31 Maart, sedert de vorige droogte, zoo dat deze maand gedurende zeer vris en droog geweest is, waar door over het geheel genomen, maar even regen gevallen is. Zelden heeft men zoo lang aanhoudene droogte; het wordt ook van zeer veel belang geacht voor al gedurende deze maand; de landen waren zeer vatbaar voor rollen, hetgeen algemeen gedaan is. Het gras begint uit te spruiten; Sijbe Leegsma op Tjaard heeft reeds de jong beesten in het land; hetgeen elders wel meer zal bestaan.

De prijs der boter was verleden marktdag te Leeuwarden de beste 8 a 39 gld. en gister te Sneek 40 a 41 Guld. De vette beesten zegt men zijn ook duur, de kalve ook na rato, zoo dat de boeren stand thans een goed uitzigt heeft, vooral als er maar genoeg gemaakt wierd en de prijs staande bleef.

Wij hebben ons in het laatst van deze maand onledig gehouden met het ontvangen der verponding enz. om morgen te verantwoorden.

Blz. 29

Den 6 April, koud en droog, gister nachtvorst, verzeld van hagel en sneeuwbuijen.

Gister hebben de Kerkvoogden zich onledig gehouden eenige noodige reparatien aan de Pastorie te besteden het welk door B. Vogel mr timmerman alhier aangenomen is voor 80 gulden.

Gemelde timmerman had alvoorens naar de stad geweest om een plaatsvervanger voor een zijner zoons te koopen, welke aangelot is tot de Militie, hij was niet klaar geworden niet tegenstaande hij 325 gld aan iemand geboden hadde.

Iemand, die een goed remplaicant koopt, moet tot de 400 gld met kosten en al besteden, indien hij zeker en veilig wil zijn, dat hij niet te leur zal gesteld worden.

Mijn kleine knegt is ook aangeloot hebbende â„– 37; maar om dat hij klein van gewas is en dus de maat niet heeft, tot de hoogte van een soldaat vereischt wordende is hij dit jaar vrij van den dienst, dog in het volgende jaar wordt hij weder gemeten, tot de 5 jaren successivelijk incluis, dan het 5de jaar de maat bereikt hebbende zal hij de volgende jaren moeten dienen, en dit is wel ongelukkig die het eerste, tweede, derde of vierde jaar te klein zijn, en dan vervolgens invallen, dezer wijs, raakt er selden iemand vrij van den dienst.

Den 10 April sedert de vorige allerschoonst weder tot heden middag, dog toen onstuimig en koud

Blz. 30

en dreigt tot onstuimigheid, morgen Paasch, bij het schoone weder, is het gelaat des aardrijks zeer veranderd, met een schoon groen begint het overdekt te worden, ten gevolge daar van heeft men hier en elders het jong vee uitgelaten, ook wegens de schaarsheid van hooi. - De boter was gister 40 gulden. De vette en kalve koeijen zijn zeer duur. Mijn zwager te Hallum heeft gister twee vet gevoederde vare koeijen afgeleverd voor 265 gulden wegende ieder groot 700 lb.

Des nademiddags om 5 uur hadden wij hier godsdienst oefening ten gevolge van den marktdag, zijnde voormaals een heilige dag; maar om dat de marktdag nu altoos des vrijdags is, heeft men goedgevonden den goeden vrijdag met eenmaal godsdienst oefening naar gelang van den bestgevoeglijken tijd ieders gemeente, af te doen; de Kerkeraad heeft voor den best gevoegden tijd alhier gemelde stond gekozen.

Hier en daar aan de straatweg zijn vele boomen gestorven, althans vertoonen geen leven, allermeest den eschdoorn. Dog de els neemt een spoedigen voortgang, waar door de straat met boomgewas een aangenaam bosschaadie eerlang het gezigt zal aanbieden, vooral als de stamboomen in groei zullen toenemen.

Blz. 31

Den 20 April, koud en onstuimige w. wind. Waarschijnlijk heeft het in den verleden nacht onweerd, althans had men sedert de vorige schoon weder en zacht, gister broeijig, gedurende heeft men avonds en nachts weerligt waargenomen op den 10 l.l. heeft het volgens de Courant in naburige provincien zwaar onweder geweest en op sommige plaatzen door het inslaan, brand doen ontstaan, menschen gedood en veel schade verwekt.

Mijne kinderen te Achlum, heb ik den 12 bezogt, reisde 's morgens te 3 uur van huis in het 4 uur schip en bevond mij te 7 uur te Franeker en 8 uur te Hitzum alwaar mijn zoon opwachte, om dat hij aldaar moeste prediken. Hij was zeer verrast mij onverwacht aan te treffen; na de predikatie met de jonge lieden gecatichiseerd te hebben reisden wij te zamen naar Achlum, alwaar met blijdschap van mijn behuwd dogter tevens ontvangen werd, bevond haar en de jong geboren benevens hun zoontje allen in den besten welstand. Aldaar een paar nachten doorgebragt te hebben, vertrok den 14 en kwam 's avonds bij de mijnen in goeden welstand. Sedert Augustus des vorigen jaars was ik niet te Achlum geweest.

Na de nademiddags predikatie den 18 l.l. hadden de Kerkvoogden benevens den predikant een te zamen komst in de Herberg, om met elkanderen te raadplegen aangaande het verwen der Pastorie, waar van een bestek voorhanden ware, de kosten daar van te hoog bevindende, heeft men besloten de Pastorie van buiten alleen te verwen en van binnen tot een volgend jaar te wachten. Waar van aan de beide verwers alhier een uitnoodiging gedaan is, om de kosten bij minst aanneming het werk aan hun te besteden.

Blz. 32

Den 27 April, heden allerschoonst weder. Sedert de voorige aller onstuimigst met zeer harden wind. Den 24 l.l. hebben ik mijne familie op de Hallumer mieden te Wanswerd en mijn broeder op de Streek een paar nachten bezogt, bevond hen allen meer en min in tamelijken welstand.

Ten gevolge van het mooije weder hebben wij de jongbeesten heden morgen in het land gelaten, ten einde ook op den 1 der volgende maand naar de pollen te brengen om alvorens aan de lucht en beweging tot die reis eenigzins voor te gewennen. De Pollen zijn thans tot ongeveer 24 guld. het schar geklommen.

Den 4 Mei sedert de vorige schoon weder, den 1 Mei hebben ons volk de jong beesten naar de pollen gebragt, en heden hebben wij 10 stuks koeijen in het land gebragt. Ons naaste buurman heeft zijn geheel beslag uitgelaten dewijl het hooi benevens het gekogte verteert was. Wij hebben vrij wat hooi overgehouden, en konnen de overige beesten een geruimen tijd na Mei op stal houden. - Overigens is het een grote weldaad der voorzienigheid, dat het thans overvloedig weert; want er zijn een menigte boeren, welke al het hooi vervoederd hebben, en daarom in de noodzakelijkheid zijn, om het vee in het land te brengen. De melke koeijen worden duur verkogt, maar inzonderheid de vette hetwelk een grooten zegen voor ons land is - de aardappels gelden een daalder de korf.

Blz. 33

Den 10 Mei, onstuimig verzeld van regen en natte sneeuw, Oostenwind, welk weder den 8 rede aangevangen heeft uitgezonderd de sneeuw; ten gevolge van dit gure weder, staan de beesten, welke opvolgende bij het mooije weder het zij uit noodzakelijkheid, het zij om dat den tijd er ware, in het land gebragt zijn, rond gaan te kleumeren; sommige boeren, die nog eenigzins van hooi voorzien waren hebbenze weder op stal gezet, ook wij hebben er van de tien welke wij reeds in het land hadden dezen morgen weder gestald, den 8 des morgens hadden wij het voornemen het gehele beslag uit te brengen, maar om dat de lucht toen dreigde tot regen, zagen wij er van af, en tot ons geluk hielden wij de beesten nog op stal, zoo als er vele in onze nabuurschap zijn, behalven agt melke en kalve rieren en twinter rieren en de 5 hoklingen op de pollen zijn uit, ook hebben wij de jonge kalvers welke in het land waren in de schuur genomen. - Het is te wenschen dat dit onstuimige door schoon weder moge vervangen worden, het zal er anders naar met den landbouw uitzien.

De aarden baan, om de stad, of het spanjers dijkje te maken, wordt met ijver voortgezet vooral ten doel hebbende, om een geschikte straat aan te leggen naar het nieuw aan te leggen Kerkhof zijnde eene terp in de nabijheid ten noorden van de stad, naar lang overleg, daar toe bestemd.

Blz. 34

Den 11 Mei. Het weder even onstuimig als de vorige laatste dagen; niemand kan zich herinneren omtrent dezen tijd zulk guur en koud weder beleefd te hebben.

Als eene bijzonderheid kan men aanmerken, dat de huiszwaluwen, welke in dezen tijd in schuren en elders nestelen en welke in menigte als aangename vogeltjes bij den boer althans hier om huis en in het hof rondzweven, ter opvanging van vliegen tot hun gewoon voedzel, gister in menigte gestorven zijn; twaalf stuks hebben de kinders doodgevonden, behalven de gene welke door de katten verslonden zijn, en zich hier en daar begeven hebben.

Den 12 Mei. Het weder is thans zeer bedaard, donkere lucht, en veranderlijke wind.

Twee zwaluwen schijnen hier overgebleven te zijn, althans ziet men maar dezelve her om zwadderen.

Zoo als hier is elders ook het geval met gedoodde zwaluwen, mijn zwager van Hallumer mieden is hier een nacht uit van huis geweest, deze berigte onder anderen ook, dat de zwaluwen aldaar mede gestorven waren, en al wat zorgen zij en ook wij aanwenden, om de zwakken welke zich met de hand vangen lieten, te koesteren om was het mogelijk bij het leven te houden, alles was vruchteloos, na eenigen tijd stierven deze ook - wat de oorzaak van deze nooit gehoorde of gelezene sterfte dezer vogeltjes zij, is mij geheel onbekend; het zij dat de langdurige harden wind, verzeld van een nijpende koude, de vliegen en insecten verborgen hebben, en daar door in de onmogelijkheid hun benoodigd voedsel te verkrijgen en dus uitgehongerd stierven. Of dat

Blz. 35

zij door de koude ongesteld geworden en langs dezen weg gestorven zijn. Het een en ander zal misschien door natuur onderzoekers eerlang stof tot opheldering geven.

Onze Ojevaars welke reeds jongen hadden zijn ook gestorven, althans werpen de ouden doode jongen buiten, en in plaats zij steeds in de eerste dagen van dit buitengewone weder hun kroost koesterden en overdekten, was deze voorzorg gister tot mijne verwondering opgehouden, althans zag ik dat zij treurig bij hevige regen en wind op het nest stonden, het geen nooit anders bij zoodanig onstuimige regen, terwijl dezer jongen nog klein zijn, het geval is, maar dit lostte zich heden op, toen de doode kiekens buitengeworpen werden.

Nog veel erger is het met de beesten gesteld, een menigte boeren welke hun vee buiten hadden, hebben een en meer stuks verloren, in het water of verstijfd van koude; zoo op het oogenblik heeft mijn buurman een dood rundbeest met de sleep te huis gehaald; verscheidene onder het behoor van Wirdum, heeft men het zelfde berigt en hoe velen zijn er niet, waar van men nog niet gehoord heeft. - Akelig was het op Hallumer mieden en in dien omtrek gesteld, sommige boeren hadden verscheidene niet alleen verloren, maar waren zoo bekleumd, dat zij dat misschien met de dood zouden moeten betalen. - Ook mijn dogter en zwager aldaar, hadden een koe en een paard verloren; de berigten van het vee op de Pollen zijn gunstig.

Blz. 36

Den 17 Mei, het weder is thans zeer gunstig en aangenaam. Den 15 bevorens hebben wij al ons benevens het weder opgezette vee ten gevolge van het verschrikkelijke weder, uitgebragt; een menigte boeren hier en elders, welke al hun vee in het land hadden, bragten ze weder op stal, behalven die geen hooi hadden waar onder ook mijn zwager, moestenze laten loopen en deze zijn het die de meeste ramp geleden hebben.

Den 25 Mei. Sedert eenige dagen tot heden allerschoonst vruchtbaar weder, de landen staan uitmuntent en het laat zich aanzien dat het maaijen vroeg aangevangen zal worden.

Gouvernements wege is er een opvrage geweest van het verlooren vee en de waarde daar van, ten gevolge van het onlangs verschrikkelijk onweder; niet alleen zijn hier maar ook elders de jonge Ojevaars gestorven; de zwaluwen zijn overal in menigte verloren geraakt. - Wij vermoeden dat hier maar twee overgebleven zijn, om dat wij geen meer na het overgaan der koude ontdekten, maar opvolgende zijnze weder vermeerderd, mogelijk van elders aangevlogen - als eene byzonderheid kan men nog aanmerken, dat er geen de minste vorst met de koude verzeld ging, maar een opvolgende Oost en noordooste wind, verzeld van regen en natte sneeuw scheen deze zoo zonderlinge koude aangebragt te hebben.

Ten gevolge van het mooije weder, zijn mijne vrouw, eene dogter en behuwddochter, benevens een voordochter

Blz. 37

van wijl. mijne eerste vrouw, te zamen met een overdekte wagen heden morgen 5 a 6 uur met eenen voerman, naar Achlum gereden, en behalven 's avonds een zwaar onweder gehad te hebben, na een zeer goeden reis tegen 11 uur 's nachts weder te huis gekomen; mijne kinderen te Achlum hadden zij zeer welvarende aangetroffen.

Gedurende den nadenmiddag dreigde een onweder het welk ongeveer 6 a 7 uur 's avonds alhier met opvolgende regen zich niet meer in de verte hooren en zien liet.

Den 1 Junij, harden wind, sedert de vorige aanhoudene onstuimigheid verzeld van regen en wind. Het onweder waar van wij op den 25 melden, heeft inzonderheid, volgen de Courant van heden te Amsterdam en in dien omtrek gewoed, menschen op het land doodgeslagen, veel schade veroorzaakt inzonderheid een menigte glazen verbrijseld door groote hagelsteenen en stukken ijs daar mede verzeld gaande, veroorzaakt.

De pinxterdagen waren ten aanzien van het weder niet aangenaam, gedurende welke het zeer regende vooral op den 1sten dag dat is den 30 l.l.

Gedurende de laatste dezer maand hebben wij ons onledig gehouden met het ontvangen van 's Rijks belastingen, en worden heden verantwoord.

Dewijl wij door den regen verhinderd wierden om de 5 bij de buren te bemesten, zijnde maar ten halven gedaan, zijn wij heden middag daar mede weder begonnen in hoop dat het weder ons zal toelaten, geheel te bemesten.

Blz. 38

Den 8 Junij steeds regenachtig; elders is het gewas zeer overvloedig, en belooft veel hooi, maar in dezen omtrek en vooral het nieuwland, is het schaars; door de menigvuldige regen en koude verzeld somtijds van stormachtig weder, schijnt het land alhier te veel bekleumd te zijn. - Evenwel zijn wij gister uit noodzakelijkheid begonnen te maaijen, de weidlanden en fennen beginnen zeer kaal te worden.

Ons Domeni benevens zijne vrouw en kind zijn in den verleden week naar Oostvriesland vertrokken om hunne familie aldaar drie a vier weeken te bezoeken, Andræ en van Dijk te Warga en Mantgum zullen twee zondagen aan een volgenden eenmaal telkens den dienst alhier waarnemen en op den derden zondag wordt er niet gepredikt.

Ten gevolge daar van heb ik mijne kinderen en familie een paar nachten bezogt. - en den 6 te Hallum de godsdienst onder het gehoor van den braven oude Domeni van Velden met zeer veel genoegen en stichting bijgewoond.

Den 14 Junij sedert de vorige opvolgende regen, de lage landen staan onder water, het ziet er voor den landbouw, vooral aan den bouwkant ook zeer bedenkelijk uit, door de nattigheid kan de bouwvrucht niet van het onkruid gezuiverd worden, het welk weelig tierd en daar door de vrucht onderdrukt; het hooi dat sedert 2 a 3 weeken gemaaid is, zoo als er naar de Sneeker contrije veel is, bederft, de weidlanden trappen, de wegen zijn bijkans onbruikbaar, kortom alles heeft een bedroevend aanzien.

Het gemaak bij den boer is in evenredigheid na voorgaande jaren zeer in mindering, een ieder klaagt, dat het melkvee weinig geeft, doch de boter geld ruim 30 guld. en de kaas 15 a 16 tulden.

Blz. 39

Den 3 Julij sedert de vorige afwisselende mooi weder waar door eenig hooi gewonnen is, dog telkens weder verhinderd door regen en wind, zoo dat de onleegtijd bezwaarlijk voortgang neemt, evenwel is het gedurende de 3 laatste dagen der vorige maand ongemeen warm geweest verzeld van zonnenschijn, zoo dat er toen vrij wat hooi verzameld is geworden en den 1 dezer maand ongemeen veel toestel gemaakt wierd om vervolgens spoedig en schoon hooi te oogsten, maar van den 1 tot den 2 's nachts regende het zoo sterk, dat het water niet alleen de greppels afstroomde, maar ook daar de landen niet wel afwaterden blank stond, dog heden morgen heeft het boven dien zoo buitengewoon geregend dat de sloten tot de boorden toe vol water staan, en het hooi in het water drijft, daar namelijk de uiterste einden van de akkers tot de sloten afdalen. Het is thans hier een aller bedroevends omstandigheid, maar hoe akelijk zal het er in de lagere gedeelten van ons gewest uitzien, het is tegenwoordig buitengewoon winterwater, hoe beklemd is niet de landman?, hoe zucht de werkman? de markten van Sneek en Leeuwarden zijn telkens vol van werklieden, om zich te besteden in de hooijing, maar moeten telkens onbesteed weder vertrekken; de bevolking lijdt dus ongemeen! te meer daar de meeste levensmiddelen zeer duur zijn; schoon de boter, het dierbaar suivel en de voornaamste opbreng der greidplaatzen, weinig getrokken wordt, de markten zijn buitengewoon slap, niet tegenstaande de helft minder boter gemaakt wordt dan bij gewone tijden, de prijs is thans 6 a 27 Gulden.

Blz. 40

De kaas houd prijs 16 a 17 Guld. het hooi is zeer duur, in dezen omtrek wordt geen genoeg hooi gewonnen, daar door ook wijl er een menigte hooi tot weidland aangelegd is, door de schaarsheid van gras; gedurende de voorzomer hadden de weidlanden de gedaante van herfst, door het ongure weder en den regen veroorzaakt, zoodanig dat men in den laten herfst niet aarselen zoude om de beesten op stal te zetten indien het land als dan zulk een gedaante hadde en zoo weinig kragt in het nog weinig voorhanden gras ware; elders zijn een menigte beesten op stal gezet, en worden met afgemaaide mieden gevoerderd, het welk, indien de werkzaamheden zulks gedoogden, nog het verkiezelijkste boven allen zoude zijn; eensdeels om dat zulke mieden daartoe gebezigd, op de stallen veel meer tot voedsel zoude strekken dan het zelve om te weiden, veel vertrapt en vertreden wordt, ten anderen zoude men het land bevrijden van te trappen, het welk thans algemeen het geval is. Met dit weder gaat er afwisslende donder mede verzeld. Sedert het passeeren van den langsten dag is het veel vruchtbaarder geworden, en indien men warmte en droogte mogte genieten, zouden de landen overigens overvloed van gras voortbrengen.

Gedurende de laatste dagen der voorige maand hebben wij 's rijks belastingen ontvangen, den 1 dezer verantwoord. - Ook zijn mijne kinderen, de Domeni van Achlum en zijne vrouw, benevens hunne beide kindertjes hier uit van huis gekomen op den 1 dezer.

Blz. 41

Den 5 Julij, heden schoon weder, dog ook tot gister avond hebben de plasregens aangehouden; waar door het water tot een ontzettende hoogte is geklommen; het is wonderlijk te zien, dat midden zomer, buitengewoon hoog winterwater alle lage landen, leegten en greppels bedekt; wel mag het geheugen, dat er in een oogenblik door een waterbui, genoegzaam alles onder water gezet wierd, maar dan telkens in een korten tijd verdween, maar thans konnen het de outste lieden zich niet herinneren, zoo midden zomer op den duur met zulk hoog water bezogt te zijn geweest. - Op deze hooge landen vischt men het hooi uit de laagten en greppels. Het hooi dat in menigte op de velden in rooken staat, is zeer plat door den regen gedrukt, en waarschijnlijk veel bedorven is, durft men nog niet ontbloten, althans niet inhalen; het hooi dat reeds een paar weeken gemaaid is, wordt bijkans door den groei van het nieuw gras onzigtbaar, en zal waarschijnlijk aan den grond rotten. Na den middag zullen ons volk keeren. - Den 3 bevorens is er in de wouden verbazende sterke hagel gevallen, opvolgende heeft het gedonderd, dog in dezen omtrek niet sterk.

Den 7 Julij heden sterke regen, wij hadden gister veel gelegenheid gemaakt, om heden te zweelen, en ziet alles te vergeefs, gister hebben een menigte boeren gezweeld, maar het niet goed, trouwens ons werk van keeren is te ook vergeefs, en thans het hooi daar door minder geworden - reeds hebben wij in het weinigje hooi dat wij in huis gekregen gedold, en was reeds meer dan koffij bruin.

Blz. 42

Den 8 Julij heden zeer onstuimig, verzeld van veel regen, de watermolens werken thans zeer vlug het overtollige water uit, dat sedert door een zagten wind het geval niet ware, tegen den avond klaart het weder en de wind wordt westelijker, wij hoopen en verlangen dat het een goed voorteeken van droog weder zij. - Akelijk ziet het er uit, schoon het buitenwater sterk begint te vallen is het echter nog zoo hoog: dat de lage miedlanden diep onder water staan. - Men schreef in het voorjaar dat wij een droog en koud jaar hadden te wachten, dog sedert het uitgaan van maart is het altoos nat en allermeest in de maand Junij bij het uitgaan, en den aanvang van Julij. - Hoe oplettend men ook de wisselingen van weer en wind gade slaat sedert vele jaren en telkens vergelijkt zijn de weervoorspellingen althans zoo even gemeld zeer tegenstrijdig tot hier toe uitgekomen! Hoe weinig weet de nieuwsgierigste natuur onderzoeker ons met zekerheid over de toekomst voor te ligten! dat wij ons dan niet daar op verlaten; maar in ootmoed en eerbied alleen het gods bestuur erkennen, en zijne voorzienigheid ook in weer en wind als afhankelijke schepselen dankend bewonderen en eerbiedigen!!

Den 17 Julij sterke droogte, sedert gedurende deze week schoon weder, ten gevolge daar van hebben wij gister den 16 de onleegtijd gedaan gekregen, wij hebben gantsch geen genoeg hooi gewonnen, met Gods zegen moeten wij na maaijen; ons volk hebben den 15 met een buitengewonen ijver 37 rooken binnen gehaald, iets zeer zeldzaams.

Blz. 43

Den 22 Julij. Sedert de vorige, droog en schoon weder, waardoor de boeren in dezen omtrek den onleegtijd opvolgende gedaan krijgen, en mooi hooi gewonnen wordt, ook door de langdurigheid velen voor de behoefte toereikend; elders is het hooi zeer overvloedig vooral naar de Hallumer, Wanswerder contreijen zoo als den 20 dezer in het doorreizen na mijne familie aldaar ondervond, hebbende toen een nacht bij hun doorgebragt; het hooi wordt voor 7, 8 a 9 Gulden verkogt.

Gister hebben de gecommitteerden van de Brandsocieteit in de herberg te Wirdum zich onledig gehouden met het teekenen der acten van de geexpireerden, welke voor vijf jaren weder ingeschreven zijn, en die der nieuwe deelnemers, tevens voor het volgende jaar het tarif van vee, hooi en granen opmakende. De societeit breid zich nog opvolgende uit.

De domeni van Achlum na alhier en vooral zijn vrouw eenigen tijd uit van huis geweest zijnde, zijn zeer spoedig vertrokken, dewijl aldaar zeer haastig overleden ware Ulbe Draaisma, Kerkvoogd en mede tauxateur van het Kadaster.

Te Leeuwarden wordt zeer veel aanstalte gemaakt, om den Koning benevens den Erfprins op morgen te ontvangen. De vlaggen waaijen reeds van de Toorens zoo wel ten platten lande als in de stad. Indien het weder zoo gunstig blijft zal de overkomst van onzen geliefden Koning zeer veraangenamen, en de menigte als dan naar de stad uit alle oorden van ons gewest doen toevloeijen.

Den 23 Julij, gister avond half 10 is de Erfprins benevens zijn zoon in 2 koetzen ieder met 4 paarden bespannen zonder eenige staatsje dit doorgereden; en wierd met veel eerbied onder een grooten toevloed ontvangen. - Doch onder een ontzettende menigte kwam heden middag 1 uur de Koning binnen na alvorens

Blz. 44 

het ontbijt bij den Heer Haarsma te Buitenpost genomen te hebben de stad was opgepropt van volk omdat het Kermis en tevens marktdag was; de Koning heeft een weinig na het inkomen, gehoor verleend het welk lang heeft geduurd.

Den 24 Julij een aanhoudene sterke regen heeft heden morgen, het mooije droge weder vervangen; een menigte boeren hebben den onleegtijd gedaan, maar velen hebben het hooi nog niet te huis, evenwel heeft men gedurende 14 dagen allerschoonst weder gehad, althans zoodanig, dat het meeste hooi op het hoog ingeoogst is; schoon het water ook veel gezakt is, staan de lage landen nog onder water, men hoopte dat deze landen door het droge weder en sterke stromen, eerlang zouden boven gekomen zijn, om daar van het hooi nog te winnen; maar thans is alles weer regen en brengt op nieuw veel water bij.

Dezen dag was voor de liefhebbers van harddraverij een feestdag, wijl des Konings zweep zoude verreden worden in plaats van den volgende maand, te meer wijl zulks in tegenwoordigheid van den Koning zal plaats hebben, waar door de menigte uit alle oorden van Friesland zouden uitgelokt zijn, om deze plechtigheid bij te woonen, hoewel anders geen liefhebbers van harddraven zijnde; maar door de sterke regen zullen er een grote menigte te huis blijven.

De tegenwoordige staat van Friesland door onzen Gouverneur vervaardigd, ziet thans het ligt over 1829, en levert ten aanzien van den landbouw, in vergelijking van voorige jaren geen gunstig resultaat, schoon in andere opzigten en vergelijking met andere jaren, beter dan gelijk staande.

Blz. 45

Wij schreven bevorens zie pag. 35 over het ongunstige weder dat daar door behalven het gevogelte een menigte beesten gedood waren waar van den Heer Gouverneur in zijnen meergemelden staat berigt dat er toen 38 paarden 917 runderen en 137 schapen omgekomen zijn, waar van de waarde geschat is op 44168 Gulden.

Den 28 Julij. Wij berigten dat den 24 l.l. een sterke regen viel, doch toen 's nademiddags is het weder opgeklaard en sedert is het sterke droogte met zonneschijn tot op heden.

Ten gevolge daar van is toen de zweep in tegenwoordigheid van den Koning, Kroonprins en hoogstdeszelfs zoontje van 13 jaren, benevens een ontzachlijke toevloed van menschen op het zaailand te Leeuwarden verreden, een Damwoudster paard, dat 's maandags de gouden zweep benevens in korten tijd bevorens nog vier van de aanzienlijkste prijzen in andere steden gewonnen had, is deze Konings zweep als de harddravenste ook toegewezen.

Des zondags den 25 heeft de Koning, de oude en jonge prins den Godsdienst onder het gehoor van Dos Boon Mesch 's morgens bijgewoond, de Kerk konde de toevloed van menschen lang niet bevatten, hoewel de groote Kerk te Leeuwarden zeer groot is.

De Kroonprins benevens de jonge prins zijn 's nachts daar aan volgende om 12 uur langs de straatweg over het Heerenveen en vervolgens vertrokken.

Den 26 heeft de Koning zich nog te Leeuwarden opgehouden, wanneer, zijnde de laatste maandag van de Leeuwarder Kermis, zich nog een ontzettende menigte menschen daar bevond.

Den 27 's morgens om 4 uur, is de Koning met een koets met 6 paarden bespannen, dit doorgereden en vertrokken.

Blz. 46

Den 30 Julij, heden als voren een heldere lucht zeer warm. Op den avond ziet men aan de kimmen vooral in het oosten donderkoppen.

De prijs der kaas was heden 17 a 18 gulden, van de boter heb ik nog niet gehoord. Over het geheel wordt er een derde gemaakt minder dan voorgaande jaren; de prijs der aardappelen was een en een tweede gulden.

Met de boomvruchten ziet het er allerslechts uit, de boomen hebben zoo veel geleden dat de bladeren afgevallen of verwelkt een doodsch aanzien geeft. Onze boomen beginnen op nieuw te botten of vertoonen jonge groene uitgeschotene bladen, nergens treft men appels aan, althans zeer weinige.

Door de warmte kan men naauwelijks de melk in de aaden voor zuren bewaren, wij hebben reeds het derde maal. De boter is buitengewoon week, en kon geen de minste beweging dulden of scholperde in de vaten, waar door misschien een menigte vaten afgestoken zijn.

Wij houden ons thans onledig om de verponding over deze maand te ontvangen.

Den 3 Aug. Sedert gister is het weder veranderlijk, schoon droog is de weersgesteldheid even als gewoonlijk na een onweder, hoewel wij bij het uitgaan van den buitengewoonen warmen week maar weinig donder alhier gehad hebben.

Gister hebben wij de ontvangene Rijks belastingen verantwoord.

Het boomgewas aan de Straatweg, vooral de Els heeft dit jaar een verbazenden voortgang genomen, met uitzondering evenwel van de stamboomen, waar onder de ijperen voor een kwijnenden aanzien hebben.

Den 19 Aug. sedert de voorige afwisselende regen, droog en schoon weder, doch voor een paar dagen is er onstui-

Blz. 47

mig weder ingevallen vooral heden verzeld van veel regen en Noorde wind.

Er is gedurende de voorgaande verbazend veel hooi gewonnen of staat nog gewonnen te worden, wij hebben nog ten minsten 13 pondematen, waar van 5 pondematen reeds gemaaid, 8 pondem. staat nog op wortel, indien wij geen mooi weder krijgen, dan ziet het er slegt uit voor het hooi dat nog gewonnen moet worden, vooral ook met ons 5 reeds gemaaid, alwaar buitengewoon veel op ligt; wij zijn wel voorzien van gras, maar over het algemeen is het zeer schaars. De prijs der boter als voren, de kaas steviger.

De straatweg op Groningen neemt een goeden voortgang, en zal in den loop van dit jaar nog klaar zijn althans van Leeuwarden tot aan de grenzen van Friesland.

De Wirdumer Kermis is den 10 dezer ingevallen, maar door het regenachtige weder was er zeer weinig te doen, den dag daar aan volgende 's nademiddags om 3 uur verloste mijne dochter in het gebuurte de vrouw van P. Hiemstra van een dochtertje, een zeer geruimen tijd was zij alvoorens zeer ongesteld en zwak, maar bevind zich thans naar den tijd en omstandigheden zeer wel.

De familie te zamenkomst is hier den 17 l.l. geweest mijn Broeder en zijne vrouw, deszelfs zoon en zijne vrouw, koopman in kruidenierwaren te Leeuwarden, mijne dochter en haar man, mijne zuster en haar man, van Hallumer mieden, mijn zoon en zijne vrouw en P. Hiemstra wiens vrouw zich in het kraambed bevond, uit de buren, benevens mijn zwager van Goutum en zijne vrouw, maakten tezamen met mijn gezin, het gezelschap uit, dat dezen dag aange-

Blz. 48

genaam en in welstand zich bij elkanderen bevond, en 's avonds zich scheide, dog mijn broeder en zijne vrouw bovengemeld en op de streek te Birdaard onder het behoor van Wanswerd woonachtig bleven hier tot 's anderendaags nademiddags in blijde vergenoeging; en bragt hen met het rijtuig tot aan het tolhuis, waar van zij te voet naar de stad reisden, om aldaar bij hunne kinderen boven gemeld een kopje thee te drinken en dan in het 4 uur schip naar huis te trekken.

Ons Domeni moet heden donderdag nademiddag een predikbeurt te Leeuwarden voor Boon Mesch een der Leeuwarders predikanten, welke afwezig is, waarnemen; mijn oogmerk is hem daar te hooren, dog voornemens zijnde tijdig naar de stad te gaan, wil ik alvoorens, het voortgezette werk in en om het aan te leggen nieuwe Kerkhof buiten de stad benevens het slegten van het Bolwerk van de dwinger bij de Hoekster poort en de aldaar te vervaardigen Brug, welke rede onder handen is, over de gragt aldaar eens bezigtigen.

Een Timmerman welke aan mijn huis tegenwoordig om te repareren is, hadde eergister naar Sneek geweest en met verwondering gehoord en gezien, de groote kwantiteit hooi, welke aldaar gewonnen was of stond nog gewonnen te worden.

Den 13 l.l. ontstond er 's avonds een ontzettende storm behalven, de kleine schaden hier en daar aan huizen, gebouwen en molens, is de spits van de Koudumer toren, afgeworpen.

Blz. 49

Den 20 Augustus, heden alleronstuimigst. Sedert gister avond voortdurende sterke regen, waar door het water opvolgende wast en hoogt. Door het onlangs drooge en schoone weder verzeld van sterk stromen door de zeesluizen was het water zeer gezakt, en ten gevolge daar van konden de lage landen gemaaid worden; maar thans zullen genoemde landen weder overvloeijen, en het hooi dat daar op gemaaid en niet gewonnen is, drijven. Men zegt: dat dit hooi, waar van veel liezen door het lang onder water staan, een mans lengte heeft en door sommige in schoven even als de granen gebonden en opgezet is om te drogen. - De turf begon ook zeer droog te worden, en wierd voor 33 gulden aangebragt. Ons schuitevoerder hadde voor ons beste aan gekogt maar stond nog in het veen, om wat droger te worden en alzoo eerlang te bezorgen; maar door den invallenden regen, zal het drogen niet veel voortgang hebben.

Het is heden marktdag. Mijn knegt is naar de markt om behalven anders ook een partij kaas te verkoopen, indien de regen niet ophoud, dan blijf ik thuis, mijne boodschappen heb ik aan mijn zoon en behuwdzoon P. Hiemstra, welke hier zoo even geweest zijn en naar de stad reisden, besteld.

Mijn zoon zoo even gemeld, berigte ons tevens dat ook zijne vrouw heden in den vroegen morgen verlost ware van een zoontje, en naar tijds omstandigheden alles wel ware.

Blz. 50

Gister ben ik naar de stad geweest, en heb met verwondering de bezigheden aldaar aangevangen gezien; het Spanjersdijkje is meer dan de helft verbreedt, om eerlang te bestraten naar het aldaar nieuw aan te leggen Kerkhof, zijnde een terp, welke met een gragt zal omring worden en waar mede zij thans bezig waren om te graven. Een verbazende kwantiteit zand en vloersteenen, waren rede tot de bestrating op het Aanzentuin te zamen gevoerd.

Het Bolwerk op de Hoeksterpoorts dwinger was grootendeels afgegraven en met schepen weggevoerd, een grooten rogmolen welke aldaar stond, was voorleden jaar door den harden wind rede beschadigd en is niet weder gerepareerd, maar in dien stand gesloopt, en waar van men thans bezig was alle raderen roeden en wijdere toebehoren opvolgende te scheep te vervoeren, waar na toe is mij onbekend.

De brug, welke over de gragt geslagen wordt om uit de stad dadelijk regt uit gemeenschap met de zwarte weg of de te nieuw aan gelegden straatweg en waar van de aarden bed zoo ver mijn oog reikte zeer gevorderd was, tot over de helft van de gragt met zware balken gestijd, was men thans ijvrig bezig met een zwaar heiwerk waar aan 14 a 15 man werkten, in te slaan. Aan de overkant dat is aan de stadskant, had men 

Blz. 51

reeds een steenen vloering uit het water opgewerkt na alvoorens dien omtrek met een puntstrijkdam van water ontlast te hebben, niet geheel over de gragt maar den omtrek van dit steenen hoofd alwaar de draaibrug zijne werking om te draaijen zal gegeven worden. - Alle deze dingen verwekken een bijzonderen indruk voor de Vriezen dat men zulke kostbare werken, en waar van deze nieuwe brug een aanhangsel is, in een voor den landbouw zoo zeer agter uitgaanden tijd, onder handen neemt, en wijders wegens tollen en onderhoud, zoo drukkende voor de ingezetenen moet worden, ook tot bezwaring van de scheepvaart; want thans heeft de gragt onmiddelijke gemeenschap met de Ee door de zoogenaamde verwers brug en welke voor de groote schepen om te wippen, eene belasting onderworpen is, of deze nu aanwezig zal blijven is mijn onbekend, namelijk de brug, of dat men die zal wegruimen dat wel zeer waarschijnlijk is, dewijl de nieuwe aan te leggen brug over de gragt daar voor in plaats is; maar voor rijtuigen welke aldaar in menigte passeeren, uit de bouwkant en van elders naar de wouden en weder

Blz. 52

te rug onbelast zijnde, zal men bij zoodanige gelegenheden langs het Aanzentuin naar de poort over de van ouds hoeksterpoorts brug en zoo wijders langs het afgegraven bolwerk de nieuwe brug zeker niet zonder belasting om naar de wouden of van daar, te geraken, moeten passeren - dog als het werk zijn volkomen beslag heeft, zal men er beter konnen over oordelen, maar althans zoo waren mijne bespiegelingen tijdens mijne bezigtiging. - Van hier begaf ik mij in de stad, dronk een kopje thee bij neef Hellema bevorens gemeld, en ging toen in de Kerk hoorde ons Domeni prediken over Job 5 : 18,19 reed na den godsdienst naar huis onder een sterken regen, het welk heden nadenmiddag onder een besloten lucht uit het noorden nog voortduurt.

Mijn knegt is van de Markt terug en heeft de kaas voor 20 guld. het schld verkogt, de prijs der boter kon hij toen nog niet weten.

Den 21 Aug. een even betrokken lucht verzeld van aanhoudende regen, als gister en eergister. Het water is bijkans weder zoo hoog als onlangs middenzomer. O! dat het de voorzienigheid behagen mogte ons droog weder te schenken, waar zal het anders met den landbouw henen.

In het voorjaar hadde men 3 aan een volgende verduisteringen waar van twee aan de zon en een aan de maan

Blz. 53

thans heeft men weder drie, waar van twee aan de zon en een aan de maan, de eerste aan de zon is rede den 18 l.l. gepasseert.

In het voorjaar den 23 Febr. nieuwe maan hadde men zon eclips den 9 maart volle maan, maan eclips den 24 maart daar aanvolgende nieuwe maan, weder zon eclips; thans den 18 Aug. nieuwe maan zon eclips, de volle maan den 2 Sept. maan eclips, en de nieuwe maan daar aan volgende den 17 Sept. weder zon eclips. Of deze zoo aan een volgende verduisteringen ook invloed hebben op dit regenachtig en zoo zonderling jaar, is voor mij duister.

Tegen den avond ben ik met aangetrokken laarzen naar het gebuurte geweest, mijne kinderen de kraamvrouwen, bevonden zich met de jonggeborenen naar tijds omstandigheden wel. - Mijn zoon en behuwd zoon waren thans en sedert eenige dagen bezig met de acten van deelnemingen van vee hooi en granen te schrijven en in het registratie register te boeken, bedragende deze deelnemingen een kleine duizend in het getal.

Den 1 September, heden morgen treurig, gister meest zonneschijn, dog sedert de vorige tot nu afwisselende regen, en meest zeer sterk; zoo dat het steeds nat en hoog water blijft. - Ten gevolge daarvan staan alle lage landen onder water en tevens bij duizenden weiden hooi zeer onlangs in de droogte gemaaid, drijven in het water; in de lage kwartieren zegt men: dat er boeren zijn

Blz. 54

welke nog geen hooi in de schuren hebben, althans zeer weinig, waar van de eene meer de andere minder en sommige geheel niets; de schoone hoop om meer dan genoeg te winnen is geheel verdweenen, althans met den voortgaanden tijd en aannaderende herfst zeer flaauw; het hooi dat uit het water en zooveel mogelijk het welk echter eene kleinigheid is, op droog land gewerkt wordt, heeft de waarde geheel verloren; gister hebben wij eenig hooi dat voor 14 dagen gemaaid is in de zonneschijn bijeen tamelijke droogte geopperd, en zouden heden alles in oppers tezamen brengen van de 5 pondemate maar het tegenwoordige treurige weder laat zulks volstrekt niet toe - thans wordt de 8 pondemate gemaaid, en indien wij het een en ander nog mogten goed winnen, dan zouden wij tamelijk van hooi zijn voorzien; want wij achten, dat er tusschen de 30 en 40 weiden op de beide stukken liggen zal.

In de laatste dagen der voorgaande maand, hebben wij ons onledig gehouden, met het ontvangen van 's Rijks belastingen, en wordt heden door mijn zoon verantwoord.

Gister hebben wij in kwaliteit als Kerkvoogden aan Andries Sijbrens Andringa, welke een huizinge benevens een stukje land daar aan belend en bezwaard met een watermolen, om tevens de Pastorie Kamp

Blz. 55

te bemalen, staande en gelegen ten zuid oosten van de Kerk en voormaals aan dezelve behoord hebbende, zijnde weleer bij de Roomsche tijden de vicarie toebehorende geweest, bij genoemde S. Andringa publiek van de Kerk aangekogt, toegestaan een pomp door de vaart te leggen in de Kerkeplaats om daar door bemaald te worden, en langs dezen weg gemelde te ontheffen van zijn watermolen - evenwel alles ten zijnen koste zoo wel wegens het leggen van den pomp, en wijder onderhoud van denzelven, blijvende zijn land des niet te min bezwaard met de waterlossing van de Pastorie Kamp.

Ook hebben wij in gemelde kwaliteit,met voorkennis van het provinciaal Kerkbestuur, het derde termijn wegens den omslag op de Florenen over den jare 1830, bij kennis gevingen aan de hervormde floreenpligtigen van Wirdum, verwittigd om deze belasting op den 9 Sept. eerstkomende te betalen.

In het laatst van Julij heeft men Karel de X Koning van Frankrijk ontroond, en een ander koning uitgeroepen het een en ander heeft veel gisting in Europa verwekt ook zijn er oproerigheden in ons rijk te Brussel in het laatst der voorgaande maand verwekt, ten gevolge daarvan worden alle verlofgangers opgeroepen om van stonden aan te marcheren, welke met boere wagens zullen weggebragt worden.

Eene requisitie van 60 paarden en 30 wagens, wordt

Blz. 56

heden Wirdum en Swichum aangekondigd, op nog nader te bepalen tijd, te moeten leveren met voerman en al. Om het krijgsvolk ten minsten op het Heerenveen zoo niet naar Zwol te transporteren.

Aan een opvolgende zien ik rede soldaten naar de stad optrekken; God behoede ons voor nader onrust en schenke onze ingezetenen den vrede!!!

Den Heer P. Beima voorzittend lid van de directie onzer brandsocieteit en tevens lid van de Gedeputeerde Staten van Vriesland, een zeer werkzaam, bedaard en verstandig man in alle zijne huislijke, dorps maatschappijs en staats betrekkingen, is tot droefheid van allen die in betrekking tot hem stonden en hem kenden na een langdurige sukkeling den 25 Augustus l.l. te Leeuwarden overleden in de ouderdom van 6 a 47 jaren, nalatende een weduwe met 8 kinderen, waar van de outste thans 20 jaar te Groningen studeert.

Eergister avond is een boere schuur enz. op het Oudland onder Stiens zoo men zegt afgebrand, het zelve zoude in onze brandassurantie zijn opgenomen, dog wij hebben nog geen bijzondere kennis daarvan; men zag van hier de vlam boven de stad steigeren en is door hooi broeijen ontstaan.

Blz. 57

Den 2 September, afwisselende regen en zagt weer.

Bij nader aankondiging van het Grietenij Bestuur van gister, moesten de geriquireerde Wagens en Paarden heden nacht te 2 uur in de Schrans zich laten vinden benevens de andere paarden en wagens van het middel en noorder trimdeel dezer Grietenij in requisitie gesteld ten getale van 150 wagens ieder met 2 paarden bespannen makende een getal van 300 paarden. - Aan welke requisitie zonder eenige bedenking is voldaan ieder boer leverde zijn contingint door het bestuur geregeld met alle bereidvaardigheid, en verkozen meestal zelf tot voerman van hunne eigene paarden en wagens het transport ter plaatze der bestemming te voeren, waar van de buren twee en twee volgens deeling van het bestuur geregeld, onderling nader zich verstonden, zoo dat mijn buurman en ik elk een paard, daartoe bestemden en ik tevens aanbood een mijner wagens, welke goed en sterk zijn, daartoe te doen dienen, maar hij verkoos een zijner eigen wagens, omdat hij daar mede beter bekend ware en zelf voerman wenschte te zijn, maar verzogte een mijner knegten met hem mede te trekken, het welk ik hem gaarn bewilligde, ik voer dit aan om aan te duiden, met welk een gezindheid zich een ieder der Ingezetenen in deze requisitie gevallen, zich beijverde om aan het oogmerk der regering te voldoen.   

Het was een aangenaam stille nacht, met bijna volle maanschijn, ik verkoos dus op te blijven met een mijner dochters, terwijl mijne vrouw en overige huisgenooten zich ter rust begaven - om tijdig mijn knegt te wekken, en met een paard daartoe bestemd, op bepaalden tijd,

Blz. 58

zich bij mijn naasten buurman vinden te laten; het gehele Wirdumer en Swichumer contingent moeten hier voorbij passeren het welk zich opvolgende hier omstreeks half 2 bevond. - Deze lege 30 wagens verwekten langs de straatweg, door stevig te rijden en hoorbaar weder een zonderling rumoer, bij galmen zomtijds zoo sterk als of het donderde, het welk zich tot aan de stad, dog afnemende te hooren was, en waren te twee uur in de schrans en tevens het overige van het contingent van de gehele Grietenij. - Het Bestuur schikte alle deze wagens in twee rijen naast elkanderen met een tusschen ruimte om een man door te laten, zijnde van het tolhuis dijkje langs de gehele schrans tot voorbij Mevrouw Brandsma geschaard; toen alles gereed en de wagens met stroo voorzien waren, kwam het krijgsvolk in stilte aan marcheren, welk in de nieuwe kazern zonder te mogen uitgaan ingesloten geweest waren, en aan niemand vergund zich met dezelve in te laten, vooral de laatste nachten niet; waar door het gepeupel en vooral de gemeene vrouwlieden zich niet ontzien hadden een aantal glazen van de Kazern, dog zonder eenig nadeelig gevolg in te slaan; men had hierbij misschien ten oogmerk, om geen kwaden geest onder het volk te verspreiden en hetzelve voor dronkendrinken als anders tijdens den aftogt te behoeden.

In de beste orde wierden de wagens met volk en overigens met bagage bezet, en omstreeks half 5 tot opvolgende half 6 was de trein hier door gepasseerd, en verwekte in een zeker opzigt ontzettende gewaarwordingen dat n.l. alle deze toerusting een gevolg was

Blz. 59

van kwade beginselen en dien ten gevolge rustverstoring en oproerigheden waar van dikwijls de onschuld en de verwoesting der maatschappelijke orde, de slachtoffers zijn.

Het dagligt brak aan toen de eerste wagens aanvingen te passeren en de zon was rede opgegaan toen de laatste voorbij was, schoon de gehele nacht schoon en helder maanschijn, was op dit stond juist eenig daauw als uit den grond opgegaan, waardoor het zien belemmerd wierd. Ik begaf mij met eenigen der mijnen daarom aan de straatweg om beter te zien, dog op mijn hornleger was het gedruisch en rumoer der wagens geweldiger als aan de straat, waarom mij te rug begaf en met mijne vrouw welke ik tevens gewekt hadde, ons te zamen over het geluid verwonderden, vreemder hadden wij nimmer gehoord, en vertoonde aan ons gehoor en ten deele aan het gezigt een flaauw schijnsel van den afgrijzelijken oorlog, met dit onderscheid evenwel, dat het krijgsvolk in dezen optogt den geestdrift aan den dag legde welke het zingen en juichen deedde, en dat gepaard bij het gedruisch der wagens en draven der paarden zal men eenigzins een denkbeeld konnen vormen, van het zonderling voor ons zoo vreemd schouwtoneel.

Omstreeks 12 a 1 uur kwamen de eersten weder terug na zich ongeveer anderhalf uur ter verversching en ook der paarden opgehouden te hebben, in de Schans was het volk overgenomen om die wederom op een gelijk tal wagens te plaatzen in het Herenveen op hunnen komst, wederom uit de daar aan grenzende Grietenijen gereguireerd, wagtende, mijn buurman tevens mijn

Blz. 60

knegt, waren onder de eerste terugkomenden op voorgemelde tijd te rug, terwijl de laatsten ongeveer 6 a 7 uur 's avonds voorbij reden, waaronder, die nog naar Stiens Hijum of Finkum moesten, misschien boere knegts of dezulken die zich gaarn lang ophouden en zich onder het drinken van sterken drank in de herbergen verlustigen waar van in den bouwkant zeer velen zijn.

Den 4 September, het weder als voren met afwisselende regen. Alle verlofgangers, waaronder ook Curasiers, waren tegen gister opgeroepen en reisden uit alle oorden van ons gewest toen naar de stad, welke ingekwartiert zijnde, gedeeltelijk heden morgen te voet hier voorbij passeerden, waarschijnlijk naar het Herenveen en verder opwaarts.

Men wil dat de oproerigheden voor al te Brussel zeer ernstig zijn, dat ten dien gevolge, de poorten voor den Erfprins, welke met een aanzienlijk leger derwaarts marcheerde, zouden gesloten geweest zijn, en bij weigeren van dezelve te openen, met geweld in die stad zoude gerukt zijn - wat hier van zij zal de tijd wel haast leeren.

Dagelijks zijn wij met het liggend hooi bezig zonder tot nog toe eenigzins van belang te vorderen, heden zoude ons volk de 5 pondemate opperen, 8 pondemate is reeds ook gemaaid, hoe dat wij het een en ander winnen zullen, konnen wij niet vooruitzien.

Blz. 61

Den 6 September, heden en gister regen, meer dan gewoon. Aller bedroevenst ziet het er met den landbouw uit, de granen rotten op het veld, en het hooi in het water, overigens hoort men nog hier en elders van brand en dreigende brand, door hooi broeijen ontstaan; zoo is er in het laatst van Aug. een boere gelegenheid te Folsgare en den 1 dezer een te Stiens afgebrand, welke laatste in onze Societeit voor bijna van 9000 gulden verwaarborgd ware maar voor de halve noed, dus voor buiten aan komenden brand voor onweder en brandstigting n.l., weshalven deze menschen alleen het afgebrande hooi ter somma van 1080 Guld. wegens eigen noed zal vergoed worden, het overgeblevene echter hier van nog afgetrokken. - De directie heeft bevorens de gebruikers menigmaal aangemaand om ook voor eigen noed hunne panden te laten inschrijven, dog telkens afgewezen, voorgevende dat zij wel op eigen vuur en licht zouden passen, nu ziet men dog te laat met leedwezen het misverstand.

Behalven dat onze Buurmans hooi onlangs dreigde in vuur uit te barsten, dat gelukkig voorgekomen is, als ook anderen; zoo dreigde bij Sybe Leegsma op Tjaard op den 4 dezer een rook van 30 weiden, op het hornleger buiten deur staande uit te barsten, maar het welk nog even tijdig door een bollooper gewaar-

Blz. 62   

schuwd, voorgekomen is. - Ons volk meende in den verleden nacht, brand waargenomen te hebben, naar den kant van Franeker.

De outste zoon van Dos v.d. Zwaag heeft onlangs voor het Friesch Kerkgenoodschap zijn examen afgelegd, en is toen onder de Friesche Candidaten opgenomen; ten gevolge daar van is hem te Foudgum en Raard in de Classe van Dokkum de predikantsplaats aangeboden, onder die bepaling echter dat hij zich alvorens moest verklaren, deze beroeping te zullen aannemen, eer dezelve op hem uitgebragt wierd, het welk hij dan ook gedaan heeft.    Men heeft toen dadelijk de uitschrijving tot eene beroeping gedaan, zoo als die gister in de Courant geadverteerd is.

Den 11 September, afwisselende regen, heden voor vier weeken zijn wij in de 5 begonnen te maaijen, waar van wij heden voor het eerst eenige weiden hooi thuis gehaald hebben, en zouden waarschijnlijk al het hooi daar van te huis gehaald hebben, indien een sterke regenbui verzeld van donder ons zulks niet hadde belet.

De 8 pondem. hebben wij ook in oppers gezweeld, maar konnen om de regen niet voortvaren, het slimste is, dat wij telkens het hooi moeten weeren, op den avond is het allerschoonst zonneschijn weder.

Blz. 63

Den 15 Sept. afwisselende regen, dog sedert den 12 tot heden nacht schoon droog weder, ten gevolge daar van hebben wij al ons nagemaaid hooi te huis gekregen en naar den tijd tamelijk goed gewonnen, vooral het eerste 16 weiden dat juist 4 weeken gelegen hadde, het laatste 18 a 19 weiden dat ongeveer 14 dagen onder weg was. - Het is ons dus gelukt, al hoe bekrompen het er uitzag ons voorraad van hooi met ruim 30 weiden vermeerderd te hebben.

Het Bestuur heeft het Zuider trimdeel op nieuw gerequireerd om 24 wagens ieder met twee paarden bespannen waar van Wirdum alleen 16 wagens met derzelver benoodigde paarden, op den 14 's morgens 4 uur in de Schrans soldaten naar het Heerenveen te transporteren; ten gevolge daar van hebben de naaste buren onder het behoor van Wirdum en Swichum 4 bij elkander geschikt - welke te zamen een wagen twee paarden en een voerman zoo dat 2 mijner buren ieder een paard, ik een wagen, en mijn ander buurman zijn knegt tot voerman volgens onderlinge schikking, aldus bespanden met de andere gerequireerden zich op gemelden tijd lieten vinden, zoo dat dit transport ieder wagen met 6 soldaten bevragt hier 's morgens met gezang der soldaten voorbij reed.

De onlusten schijnen in Braband nog zeer ernstig te zijn, en dat zal nog grootendeels afhangen, welke besluiten de Staten Generaal buitengewoon geconvoceerd daar omtrent zullen nemen, vooral ten aanzien van de scheiding der Zuidelijke en Noordelijke provintien het welk door de Brabandeers gevorderd wordt en daarboven nog andere stoute eischen.

Blz. 64

De gecommitteerden onzer Societeit zijn gister vergaderd geweest eensdeels om de Acten van deelneming te teekenen anderdeels om de schade door den brand te Stiens veroorzaakt te vinden, welke naar aftrek van 8 Koeseeten dat overgebleven is, 792 gulden bedraagt, en is besloten deze schade uit de Kas te vergoeden, zonder een omslag over de deelnemers te repartitiëren.

In kwaliteit als ontvanger ben ik benevens de zetters bij het Grietenij Bestuur geconvoceert om eene opgave te doen van de aanslag van eenige Nos uit het Kohier van de gebouwde en ongebouwde eigendommen, om elf uur daar mede begonnen zijnde, waren de werkzaamheden om 12 uur afgeloopen, en keerde staande naar Wirdum te rug, om bovengemelde vergadering van Gecommitteerden bij te wonen.

Den 16 September, goed weder zonneschijn zuid oosten wind. Ons nieuw gewonnen hooi begint al zeer sterk te broeijen, dog om dat het niet te droog was, zal het misschien door de wateragtige deelen, zoo sterk uitwazemen.

Vrijdag den 17 Sept. afwisselende regen. Heden morgen 7 uur verloste mijne geliefde echtgenoot Dieuwke Klazes Nicolay in het 40ste jaar haars levens van een welgeschapen zoon genaamd Sijtze, waardoor wij tezamen 7 kinderen in echt verwekten, en met de vier voor kingeren ben ik in het 65ste jaar vader van 11 kinderen, en grootvader van 17 kindskinderen en als mijne voordochter op Hallumer mieden, welke aanstaande is te bevallen verlost, dan zijn er 18 waar van dan de 4 jongste in den loop van dit jaar geboren zijn.

Blz. 65

Den 18 September, afwisselende regen, dog goed weder, gister donder, het water blijft nog zeer hoog, even tijdig hebben wij ons hooi uit de 5 tehuis gekregen wijl de Werpster dijk onmogelijk thans om te hooijen is te gebruiken.

Ieder Grietenij moet vier trekpaarden leveren waar van door dit bestuur gister aan Joost Greben particulier boer en op een na mijn naaste buurman commissie gegeven is, dezelve voor deze Grietenij aan te koopen.

De brand pag. 62 is te Makkum geweest en heeft een Panbakkerij met een verbazend kwantiteit turf in kolen gelegd.

Den 20 Sept. gister schoon weder, heden nacht een stijve droge zuiden wind, waar door sommigen vroegtijdig het nagemaaide hooi al begonnen te zweelen, dog om 8 uur 's morgens is al weder de droogte met een sterke regen vervangen.

Thans Bergumer Kermis, welke volgens gewoonte door den regen, niet druk zal bezogt worden. Het is anders zoo als wij bevorens breedvoerig melden een nationale Kermis.

Den 23 Sept. betrokken lucht, sterke zuiden w. staat tot regen. - Den 21 l.l. zijn de paarden in requisitie gesteld over dit gewest, te Leeuwarden geleverd; maar wierden deels afgekeurd, zoo wel wegens de duurte, als ook dat ze de vereischte hoedanigheden als de hoogte enz. misten.

Blz. 66

De belanghebbenden of eigenaren dier paarden, hebben door het aflaten der prijzen echter de meesten hunne paarden aan de keurmeesters van lands wege gesteld afgestaan en daar door het contingent voltallig geleverd. - Deze paarden moesten behalven gemeld vereischten jong zijn, en wierden dezer wijs meest van honderd en dertig tot honderd veertig, vijftig, zestig en zeventig gulden aangeschaft; de schrijver hadde er ook een paard, maar wilde het zelve onder de twee honderd gulden niet afstaan.

Gister hebben den Heer Wageningen en Siersma benevens den schrijver en zijn zoon, gedurende den dag in de herberg te Wirdum bezig geweest met het teekenen der polissen wegens deelneming der Brandassurantie societeit van vee hooi en granen, den Heer Wageningen als voorzitter in plaats van den Heer Beijma overleden.

Behalven het agter uitgaan van den landbouw komt daar boven nog bij, dat de schapen over het algemeen gallig zijn, vele boeren welke alle hunne schapen rede voor 1 a 2 gulden verkogt hebben, waar van dagelijks sterven, ook die ze aan gemene menschen weggeven; die 4 a 5 Gulden koopen, rekenen nog een goeden prijs te koopen; echter zijn hier van ook eenige uitzonderingen, mijn zwager te Hallum heeft de zijne verkogt voor 10 guld. ieder, wij hebben 11 weidschapen, twee melke en zeven lammen en alle deze schijnen nog gezond te zijn.

Blz. 67

Den 25 Sept. volkomen onstuimig herfstweder, verzeld van veel regen en wind; door de afwisselende droge stonden, wordt er nog al wat in het liggend hooi gedaan, met zwelen en te huis halen, zoo hebben een en ander mijner buren, gister nog al wat geopperd waar van de eene 3 en de andere 8 pondemate hadde liggen, en een derde mijner buren heeft voor 2 a 3 dagen 8 pondem. in huis gekregen. Een ander in de dijkhuizen onder Goutum, hadde een stuk blaauwgras in de lage kwartieren gehuurd waar van een gedeelte hooi met verbazend veel moeite bij een gezameld en te hoop gebragt hadde haalde hij gister met pramen en de schrans en wijders met hooiwagens te huis. Hij zeide mij dat hij nog 14 wagens behouden rekende, en deze hem ongeveer 100 gulden zouden komen te kosten. Dit hooi zag er zwart agtig uit, en hadde over het geheel nog al een goede geur, evenwel gemengd met schimmel. - Een ander naast het tolhuis hadde 9 pondematen liggen, waar van gister de grootste helft was gezweeld, en verkogte daar van de weide voor 11 gulden; maar dit was uitmuntend hoog lands hooi, het welk nog weinig of niet geleden hadde.

Die laatste leverde uit zijn schuurke oud of eerstgewonnen hooi, een paar wieden ieder 20 Gulden, maar dit is geen algemene regel.

Blz. 68

Den 6 October. Sedert de vorige afwisselende regen, dog tusschen droog en somtijds zeer schoon weder, zoo dat het thans meer droog dan nat is, evenwel is het gister en heden buijig verzeld van koude en hevige noordweste winden.

Volgens de berigten zijn de zuidelijke provintien merendeels in beweging, tegen het gouvernement gewapend opgestaan, verzeld van vegten, moorden en plunderen, dezer wijze, dat de armee van den staat, niet toereikende is om de muitelingen te bedwingen, maar de hulp of bemiddeling van vreemde mogendheden bereids ingeroepen is. - De Noordelijke provincien leveren met de grootste bereidwilligheid hunne contingenten van lotelingen, ook die in reserve gelaten, zijn gister opgetrokken, om naar Groningen te trekken en gewapend te worden; het ontbreekt ook niet aan vrijwilligers, zelf heeft zich een corps van 200 Studenten te Leiden en Utrecht op eigen kosten gewapend om tegen de vijanden des vaderlands uit te trekken.

Den 1 Oct. l.l. heb ik mijne kinderen te Achlum bezogt en kwam na aldaar tot den 5 bij hen doorgebragt te hebben, in welvaren weder bij den mijnen. Het was daar zoo ook hier rustig, evenwel vreest men van het gemene volk onrust, daar

Blz. 69

het jaargetijde zoo weinig voor den gemenen arbeider aanbood om te verdienen, niet alleen maar ook de levensmiddelen en daar onder de noodwenstige behoefte schaars en duur is; de aardappels gelden 1¼ gulden meer en min; de kaas van de 23 tot de 26 de Boter 35 Gulden en zoo alles na rato.

Den 12 October. Sedert de vorige aangenaam en droog weder. De toestand van het vaderland wordt van tijd tot tijd erger. De zuidelijke provincien hebben zich geheel afgescheurd, en vormen op zich zelven een afzonderlijke staat, wat de gevolgen daarvan wezen zullen moet de tijd leeren; de koning heeft den 5 l.l. eene proclamatie uitgevaardigd waar bij het vaderland in gevaar verklaard en elke nederlander te wapen geroepen wordt om het zelve te verdedigen, de schutterijen zijn mobil verklaard, waar van behalven vele vrijwilligers, de ongetrouwden heden uittrekken.

Deze proclamatie is over al verleden zondag met veel aandoening van de predikanten afgelezen en met indruk aangehoord, zoo als ik mij den 10 te Hallum bij mijne kinderen bevond, aldaar tevens in de Kerk dien ouden leeraar na het aflezen van gemelde proclamatie een nadrukkelijke rede tot aanmoediging van bidden en zich te wapenen hoorde bijvoegen. Ik heb aldaar twee nachten vertoeft.

Blz. 70

Den 19 Oct. Sedert de vorige droog en schoon weder, gedurende den gehele Zomer hebben wij zulk bestendig en aangenaam weder niet gehad - ten gevolge daar van wordt er nog zeer veel hooi gewonnen, de granen welke meestal zeer ligt zijn, behalven de boonen, die goed voortgekomen zijn, worden droog binnen gevoerd, de aardappels worden mede bij droog weder gedold, en zijn dezer wijze indien het thans droge weder zulks niet verhoed hadde, in plaats van rotten, droog en zuiver uit den grond gedolven.

Over het geheel of door elkanderen, levert het land de helft in kwantiteit minder aardappels dan wel bij vruchtbare jaren, zij zijn daarom zeer duur 42 fandels of tonnen ieder 11/10  gulden hebben wij van Beetgum thans in huis, twee vuren turf kosten mij 68 gulden, en alles zoo na rato.

De tijds omstandigheden zijn van dien aard dat men daar omtrent niet zekers weet. - Tot de wapening en teekeningen van ondersteuning  der huisgezinnen wier mannen uittrekken zijn publicaties uitgegeven, afgelezen en aangeplakt, zoo veel hier tot eenige functien in de administratie aanwezig zijn, hebben zich tot rustbewaring en oefening in de wapenen aangeboden, namentlijk de schrijver, zijn zoon W. D. Hellema, zijn behuwdzoon P. Hiemstra benevens A. Andringa en B. Vogel,

Blz. 71

wijders heeft de schrijver als ontvanger de gemeente bij aanplakking laten bekend maken dat de belasting schuldigen namens Z.M. verzogt worden, om hun nog verschuldigde in de grondlasten, het personeel en het patentregt over den loop van dit jaar, in eens aan te zuiveren.

De schutterijen welke moesten uittrekken hebben contra bevel bekomen om voor als nog terug te blijven.

Gister zijn wij ter begrafenis te Roordahuizum, geweest, de jongste voordogter van mijne eerste vrouw is overleden, zij laat behalven haar man Jouke Schaap vier kinderen na, de jongste ¾ jaar, mijn zoon de Dos van Achlum was er ook, welke wij thans hier verwachten, om heden weder naar huis te trekken.

Den 23 Oct. Sedert de voorige buitengewoon schoon en droog, ja zelf warm en zomer weder, waar door alle dijken en wegen niet alleen bruikbaar maar zelf effen en droog met rijtuigen gepassseert wierden; dog heden nacht heeft het geregent en thans is het damp en mistig weder.

Ten gevolge van het schoone weder, waren er gister marktdag te Leeuwarden verbaasde veel rijtuigen om plaisier, de stad was even als op

Blz. 72

eenen welgelegen zomerschen tijd, opgepropt met volk waar door het buitengewoon woelig op straten en pleinen was, het had een aanzien even als bij eenen buitengewoonen welvaart, onder het genot van eenen algemeenen vrede, diepe rust en onderlinge eensgezindheid; zoo geleek het op het uiterlijk aanschouwen: maar bij eene ernstige oplettenheid, was de druk op veeler aangezigten te lezen, niet alleen ten aanzien van ieders bijzondere betrekkingen, maar ook ten aanzien van de bedenkelijken toestand onzes vaderlands vrede en rust. - Bij de menigvuldige ontmoetingen was het eerst, vooral daar men mede in kennis ware, hoe dat de zaken stonden? dat men elkanderen onderhield. Niemand weet deze vraag op te lossen, die nog al wat meer, dan doorgaans anderen weten, zeggen altoos, wij weten het niet, over alles hangt een donkere sluijer, de erfprins is te Antwerpen en schijnt zich tot een hooft van alle Belgische belangen aldaar te vestigen, omringd van het leger van staat, als gelastigde van den Koning, de koning daar en tegen bemoeit zich uitsluitend met de Hollandsche zaken, zoo wel ten aanzien van de inwendige rust, als tot versterking en dekking van de noordelijke provincien, zoo dat alles een strijdig en twijfelachtig aanzien heeft; dog zoo veel schijnt zeker te zijn, dat de zuidelijke provincien afgescheiden van Holland, zich tot een onafhangelijken staat organiseeren, de tijd zal

Blz. 73

leeren wat er van Holland van Belgien met een woord van het Rijk der Nederlanden zal worden? In tusschen schijnt het naar aanleiding der nieuws papieren dat er eerlang een congres van vreemde mogendheden in 's Hage zal gehouden worden, om de belangen zoo wel algemene als byzondere te regelen.

De boter houd prijs, dog de kaas is een weinig slapper, over het algemeen zijn de levensmiddelen duur en worden van tijd duurder.

Den 3 November. Het weder is sedert een paar dagen aangenaam en bestendig, dog in het laatst der voorgaande week zeer onstuimig verzeld van hevig onweer. De rundbeesten zijn in een goeden prijs; de magere varkens worden van week tot week duurder ik heb opvolgende vijf verkogt voor ruim 15 gulden 't stuk. 7 weidschapen voor 14 gulden ieder en 4 voor 7 gulden 't stuk; de aardappels houden prijs en alles na rato.

De tijds omstandigheden verwekken veel ongerustheid; de Hollandsche grens-vestingen worden opvolgende van de Belgiers en de muitende inwooners bedreigd; Antwerpen is reeds ingenomen, dog word van de onzen welke zich aldaar in de Citadel geworpen hebben, zeer benaauwd. De stad stond op den 29 op 8 plaatzen in den brand, door het vuur der Citadel, en de flotille aldaar geposteerd, verwekt.

Blz. 74

Gister den 2 Nov. zijn vele schutters uit andere plaatzen van ons gewest te Leeuwarden geplaatst het getal wordt op duizend begroot, en worden bij de burgers ingekwartierd; de gewapende magt aldaar zoo wel schutters als soldaten en daar onder opvolgende een menigte vrijwilligers uit alle standen zijn rede naar de grenzen van Holland enz. vertrokken; dagelijks bieden zich nog vrijwilligers aan, de inwooners zorgen bij inteekening voor de behoeften der zoodanige huisgezinnen uit den gemenen stand; de schrijver heeft behalven de meeste Ingezetenen alhier weeks voor 75 Cents ingeschreven.

Namens den Gouverneur heeft het bestuur eene commissie alhier benoemd: bestaande uit A. Palsma, Assessor, D. W. Hellema, Ontvanger, A. Hooghiemstra, lid van den Raad, A. Everda, Pier Stornebrink, landbouwers, R. Sijbrandij rentenier en Pier Gosliga landbouwer te Swichum, welke belast zijn met het regelen van een nachtwacht, van den 15 Nov. te beginnen tot den 15 maart eerstkomende en zullen ons tot dat einde heden 's nademiddags 2 uur in de herberg laten vinden, om met deze werkzaamheden aan te vangen.

Wij hoopen dat het weder nog eenigen tijd droog en aangenaam zal blijven, om het vee uit te houden den 30 l.l. hebben wij de hoklingen van de pollen gehaald, welke ten oorzaak van het onweder gedeeltelijk overstroomd waren.

Blz. 75

Den 4 November, stijve zuiden wind, waarschijnlijk dreigt het tot regen.

Tot laat in den avond, hebben wij gister Wirdum en Swichum in negen wachten verdeeld: als Barrahuis de Him en daar onder Jousma buren n.l. de huizen aan de Swichumer Dijk, Wirdumer gebuurte, Tjaard, Noodeind en daar onder de Weiwiske, Braerder buren, met een gedeelte van Wytgaard daar onder, Wytgaarder buren en Marwird te zamen agt buren en eindelijk Swichum makende geheel eene wacht; van alle deze wachten ieder afzonderlijk lijsten geformeert zijnde, hebben een concept wet van de regeling der nachtwacht, de rondes huisvesting en wijders wat tot handhaving der goede orde en rust der Ingezetenen kan dienstig zijn, ontworpen, en het Ed. Agtb. bestuur dezer Grietenij ter bekragtiging aangeboden waar bij 80 pieken gevraagd worden, om de wachten eenigzins te wapenen. - Dezer wijs zullen alhier 's nachts 18 manschappen telkens op de wacht zijn.

Den 6 Nov. heden nacht sterke regen, thans goed weer, verzeld van sterke Z. herfst wind.

Gister marktdag was het zeer levendig in de stad wegens de menigte der schutters en vrijwilligers, waar van de meeste gemonteerd, en bij de burgers ingekwartierd, uit alle oorden steden en plaatzen van ons gewest aldaar verzameld, om maandag van Harlingen met veerschepen, naar Amsterdam en wijders naar 's Hertogenbosch getransporteerd te worden. - Ik zag met verwon-

Blz. 76

dering hoe Friesland nog zoo veel gewapend volk konde opleveren, daar alle de militie rede vertrokken waren. - Maandag moeten de rustende schutters alhier en van het zuider trimdeel op het tolhuis bij Leeuwarden zich laten vinden en die van het Noorder trimdeel heden te Stiens, door den grietman van Leeuwarderadeel, welke tot Capitein benoemd is, geinspecteerd en mogelijk georganiseerd te worden.

Den 7 Nov. afwisselende regen, anders niet koud.

Gister was ons Dos naar Grouw om te prediken ik reisde daarom naar Leeuwarden om aldaar ter Kerk te gaan, en resideerde tusschen Kerktijd bij neef aldaar; en woonde om 12 uur de parade der schutters bij, welke toen hun afscheid ontvingen van den Commandant Jr. Sijtzama het getal schutters, welke bestemd zijn om naar 's Hertogenbosch te trekken, bedroeg zes honderd, een aantal bleven nog in de stad, om op nader order te vertrekken, welke waarschijnlijk door de schutters uit het platte land zullen vervangen worden.

Den 29 l.l. is mijne dochter op Hallumermer mieden bevallen van een zoon, zoo dat behalven de geboorte van een eigen kind nog vier kinds kinderen in den loop van dit jaar geboren zijn. Dus heb ik behalven elf kinderen nog agtien kinds kinderen.

Blz. 77

Den 8 Nov. afwisselende mooi zacht weder met regen. Heden 8 uur 's morgens zijn de mobiele Schutters in 25 Trekschepen alle met vlaggen versierd onder geleide van het Corps Musikanten van Leeuwarden naar Harlingen vertrokken. de schepen waren van hier duidelijk gevlagd zichtbaar en het musiek afwisselende met het slaan der trommen hoorbaar. Alle deze bijzonderheden verwekten een zonderlinge aandoening. In den achtermiddag zijn de schutters alhier, bij het tolhuis door den Grietman geïnspecteerd en moeten woensdag den 10 te Leeuwarden compareren alle die gene, welke om huiselijke betrekkingen niet afwezig konnen zijn, is het geoorloft een remplaicent te schikken, dog bij gebreke daar van moeten zij zelf dienen; eenige te Wirdum zullen zooveel mogelijk daar van gebruik maken.

Den 9 Nov. het weder als voren, volgens de Courant is het corps schutters van Leeuwarden te half twee uur te Harlingen aangekomen, en waren te 3 uur aldaar in de veerschepen ingescheept. God geleide hen tot hunne verdere bestemming, en geve voor ons vaderland een heerlijke uitkomst!

Ons Chirurgijn is heden morgen naar Leeuwarden vertrokken, om de Schutters dezer Grietenij of deszelver remplaicents te keuren, men zegt dat er over de vierde half duizend schutters van het platte land eerlang te Leeuwarden worden verwacht, althans in dienst gesteld zijn.

Blz. 78

Den 13 Nov. goed weder Z.W. De beesten loopen nog in het land, opvolgende worden hier en daar gestald. Wij hebben nog geen beest op stal.

Er is over het algemeen geen gepraat, als van de tijds omstandigheden, schutters dienst, uittrekken, remplaiceren en vrijwillig aangeven; met een woord om het vaderland te redden daar voor te strijden, als een zaak welke weinig bekommering baart, niet alleen, maar de onderlinge aanmoediging en opwekking is verwonderlijk.

De Couranten leveren niet veel bijzonders de Prins van Oranje is te Londen, en men schrijft dat dezelve in conferentie aldaar met de gezanten der betrekkelijke groote mogendheden, waar bij zal resideren een gelastigde van het provisioneel bestuur der Belgiërs, zal treden, over de aangelegenheden van ons vaderland.

Een stilstand van wapenen met de Brabanders is tot 3 maanden verlengd. - De grensvestingen van ons voormalig gebied, worden in een geduchten staat van tegenweer gesteld; de grenzen zijn met alle de krijgsbenden der noordnederlanders gedekt, en vermeerderen dagelijks; men wil zich zonder de hulp van vreemden, met eigen volk staande houden, en zooveel mogelijk door eendragt redden.

Blz. 79

Mijne kinderen op Hallumer mieden en de verdere vrienden aldaar heb ik een paar nachten bezogt. Zij bevonden zich naar tijdsomstandigheden welvarende zoo wel met de jonggeborene als de kraamvrouw.

Den 18 Nov. sedert de vorige goed weder, over het algemeen hebben wij een uitmuntende herfst, waar door de bouwman met ploegen en zaaijen zijn wintergraan tot genoegen heeft bewerkt; en de koemelker, heeft boven verwachting lang geweid. Heden zijn wij voornemens 7 van ons zwaarste koeijen eerst op stal te zetten - zoo dat over het geheel veel hooi uitgewonnen is.

Den 22 Nov het weder als voren; wij hebben nog maar 12 koeijen op stal hebben 11 melke 5 hoklingen 7 kalvers en 2 paarden loopen nog uit.

Heden morgen zijn een kommande Soldaten van de stad hier voorbij marcheerd; men zegt dat zij de zware gevangenen in Vilvoorden gekerkerd van daar naar Leeuwarden met een veerschip getransporteerd hebben, alwaar zij in het tugt huis weder ingekerkerd zijn.

Terwijl Vilvoorden in handen der Brabanders is, zegt men dat zij de Hollandsche misdadigers ook niet langer op hun grondgebied wilden dulden, en daarom naar hier zijn vervoerd.

Blz. 80

Den 27 Nov. sterke oostenwind verzeld van koude en dreigt te vriezen. Den 24 l.l. hebben wij de overige melkekoeijen en heden de kalvers op stal gezet, 5 jongbeesten loopen nog uit.

Hedennacht zijn ongeveer 200 studenten van Groningen te Leeuwarden ingekwartiert geweest, en heden met tien trekschepen naar Harlingen vertrokken, om wijders naar de grenzen getransporteerd te worden.

De schutters van het land, waar van de getrouwden tot nog vrijgesteld zijn, zullen zoo spoedig mogelijk opgeroepen worden, om voor eerst te Leeuwarden georganiseerd en tot den dienst voor bereid te worden. - Men zegt, dat de in dienst te rug geblevene schutters te Leeuwarden, tot nog toe in guarnisoen, maandag eerstkomende zullen vertrekken, alwaar deze manschappen uit andere steden van ons gewest te rug gebleven, eerder zoo spoedig als mogelijk zouden wenschen te vertrekken dan langer in guarnisoen te Leeuwarden te blijven, het getal dezer schutters wordt op ongeveer vier honderd begroot.

Het nacht wachthouden alhier, is tot nog toe uitgesteld gebleven, waarschijnlijk om dat het bestuur de gevraagde pieken nog niet heeft opgezonden.

Het Congres der vreemde mogendheden in 's Gravenhage te houden, waar van wij bevoorens melden, heeft tot hier toe geen voortgang, maar wel dat er een zoodanig Congres te Londen bestaat.

Blz. 81

Den 6 December, het weder is steeds droog. N.en O. wind, de jong beesten blijven nog uit, ik had eenige lammeren, maar zijn van tijd tot tijd aan de galle, zoo als men dat noemt, gestorven, waar van nog een overig is, maar kwijnt ook aan dezelfde ziekte, de beide melkschapen zijn nog fris, althans vertoonen geen teeken van die ongesteldheid; merendeels in Friesland, de Wouden en nog eenige andere oorden uitgezonderd, is de massa van schapen door de galle verteerd, een menigte boeren hebben alle hunne schapen verlooren, of voor een kleinigheid verkogt; dezer wijze levert de boere stand, behalven de algemene tegenheden, ook nog dezen ramp. - Hier en daar sterft het rundvee ook aan deze een menigte varkens welke geslacht worden zijn min en meer aan deze kwaal onderhevig geweest.

De nachtwacht is onder het behoor van Wirdum reeds aangevangen. - De burgers waaronder de aanzienlijkste lieden, zelf van Adel, houden zelf in perzoon, dag en nacht wacht te Leeuwarden; het is een zonderling schouwspel in de stad, het onderscheid van stand, heeft in dat opzigt aldaar geheel opgehouden.

Blz. 82

Den 13 December. N.W. wind en was in den verleden zeer onstuimig en thans hevig, echter met afwisselende zonnenschijn, ten gevolge hebben wij onze 5 jongbeesten op stal gezet, zij hebben zich zeer goed onthouden; trouwens de landen zijn over het algemeen zeer groen, en men zoude haast geloven: dat gedurende het voorgaande drooge weder, het gras zich eenigzins ontwikkelde althans groende.

De geldleening of zoogenaamde Oorlogskosten, welks bedrag, de helft der grondlasten het geheele personeel en het patentregt alhier S.C. f 75000 Guld. volgens het Kohier, executoir, alhier moet geheven worden; de aanslag beneden zes Guld. is vrij gesteld en beneden de dertig gulden kan bij wege van afkoop met een vijfde gedeelte voldoen - deze belasting of heffing moet in 3 termijnen betaald worden, waar van het eerste voor of op den 15 dezer dog welke in eens betaald, geniet het voorregt van korting van 2 tin honderd der bet. de laatste termijnen, ten 2de ultimo december en het laatste januarij eerstkomende; het voorregt van korting of afkoop is tot den 15 geprolongeerd, dewijl de Kohieren vooral van het arrondissement Leeuwarden voor eenige

Blz. 83

dagen eerst invorderbaar verklaard, wegens de abuizen door sommige in het opmaken der Kohieren begaan, den 11 l.l. hebben wij het Kohier ontvangen, en van stonden aan ons belast met het invullen der Recipissen en Kennisgevingen en welke laatste, gister en vooral heden omgebragt worden, zoo wel onder het behoor van deze gemeente of die elders behooren, ten einde een ieder in de gelegenheid gesteld worde om voor of op den 15 gebruik te konnen, van het voorregt bij de wet toegekend.

Het een en ander heeft verbazend veel drukte bij ons verwekt, en zal ons bij het ontvangen der gelden op morgen en overmorgen, aan de meeste ingespannenheid, en toeverzigt doen bloot staan; indien mijn zoon niet met de noodige kennis, en de meeste bedachtzaamheid begaaft ware, zoude ik zeer tegen de moeijelijkheid van dit werk opzien; eenmaal echter, dat is bij den aanvang der Kon. regering in 1815, hebben wij mede de Oorlogskosten, zijnde toen het gehele bedrag der verponding ontvangen, maar de wijze hoe, is mij vergeten, evenwel staat mij voor dat wij ongeveer in 14 dagen, S.C. tusschen de 20 en 30 duizend gulden, alleen uit deze gemeente ontvingen.

Blz. 84

De wilsters zijn alhier gedurende maar bij enkele zwermen, het heeft mij maar eenmaal gelukt op den 7 dezer 12 en 18 telkens in een slag te slaan.

Den 16 Dec. den 13 harden wind, dog tot heden sedert schoon weder met vorst, zoo dat de land schepen liggen, doch de trekschepen varen.

Den 14 en 15 zijn wij onledig geweest de oorlogs kosten te ontvangen, en heeft ons verbazend veel drukte veroorzaakt gedurende de beide dagen, hebben wij zonder tusschen pozen, als alleen ‘s middags een weinig te eeten van den vroegen morgen tot laat in den nacht gewerkt. Het Kohier van deze geldleening bedraagt 14852 guld. en 35 Cts en hebben daarvan in deze 2 dagen 13300 gulden ontvangen en heden verantwoord.

Het is verwonderlijk dat bij dezen tijd zoo agter uitgaande bij den landbouw, en de drukkende belasting met alle gewilligheid zoo veel geld bijgedragen is, niet tegenstaande alle ingezetenen rijken en middenstand van geld ontbloot, een ieder der belasting schuldigen, over het geheel bij elkanderen gezammeld, om aan derzelver verplichting te voldoen, de maatregelen van het gouvernement wegens de afkoop en de korting

Blz. 85

van 2 pr. Cent, n.l. van de beide laatste Termijnen tevens met den eersten en dus in eens te voldoen heeft veel bijgedragen tot de spoedige betalinge; die beneden de 6 Guld. zijn vrij, beneden de 30 konden door afkoop betalen n.l. met het vijfde gedeelte te voldoen, waar van de meesten hebben gebruik gemaakt; de afkoop en de korting is tot den 20 geprolongeerd.

Den 20 Dec. alleronstuimigst N.W. wind dooi weer, het ijs heeft de sterkte gehad dat de jongens met schaatzen daar op reden.

De schutters van den 1sten ban, moeten morgen trekken naar Leeuwarden, men heeft de Kasern en de kleedwaren tot de monteering dienende aldaar in gereedheid gebragt.

Den 27 December, zagt winter weer met vorst en sneeuw, het ijs kan met schaatzen gebruikt worden, evenwel zit men niet veel schaatsrijders, omdat het ijs nog gene volkomen sterkte heeft.

De schutters van den 1sten ban, zijn op voorgemelden tijd, te Leeuwarden in de nieuwe casern geplaatst, schoon er maar zes grietenijen opgeroepen, zijn er rede 6 a 700, ieder grietenij heeft hare eigene officieren, waar van velen nog de vereischte kennis, tot der militairen dienst nog niet bezitten, en uit eigen volk gekozen zijn, heeft men aldaar, de noodige discipline, onder dit volk tot

Blz. 86 

nog toe niet konnen invoeren, schoon het sterkste en bloeijenste volk der natie waar van de meesten uit den boeren stand, en aan weinige ondergeschiktheid gewoon, zoude men evenwel die genen van hen, welke bereids onder den dienst geweest waren en hunnen tijd uitgediend hadden, heden een begin maken dezulken te monteeren en te wapenen, en met de noodige exercitien aanvangen en zoo opvolgende voortwerken tot datze allen gekleed en gewapend waren; en wanneer deze volkomen uitgerust zouden zijn, moesten er weder eenige grietenijen hun contingent leveren, telkens na genoeg een Battillon, zijn er alzoo over geheel Friesland ruim 4 Battillons, welke in gereedheid zijn, om bij de eerste oproeping gewapend te worden. - Behalven het eerste gemelde Battillon zijn te Leeuwarden nog ruim 200 vrijwilligers in werkelijken dienst en volkomen gemonteerd, waar door de casern thans bijna 1000 man bevat, en geschikt gemaakt wordt om nog over de 1000 man te ontvangen er stond eergister in de Courant dat dezelve voor 2200 man wel dra in gereedheid zoude zijn.

Ik sprak gister alhier een Wirdumer schutter welke benevens alle de Wirdumers, een uitstap her-

Blz. 87

waards deden, om voor eenige uuren hunne vrienden en bekenden te bezoeken, welke mij met het voorengemelde onderhield, zij waren in hunne eigene klederen, en over het geheel zeide hij, waren zij wel te vreden en gemoed, het eenigste dat hen het meeste hinderde, waren de koude voeten, wijl zij geen vuur zagen en altoos in der boeren stand aan houten klompen gewoon zijnde, eenigen onder anderen van de ligtzinnigsten veroorzaakten somtijds ongeregeldheden, dog men hoopte dat zij weldra, bij de volkomene wapening, tot beter order zouden gebragt worden; te half negen moesten zij weder in de casern zijn, en zouden bij hem te half 7 zamen komen om met elkanderen naar de stad reizen, hij was bij zijn Neef Lammert Sikkema op de werp, onder het behoor van Wirdum zijn ongeveer 30 en uit geheel Leeuwarderadeel nagenoeg 130 zoodanige schutters. Het een en ander geeft voor der boeren stand nog al eenige ongelegenheden maar het is op het ledigsten van den tijd, en men bediend zich van arbeiders, welke zich in plaats bij den boer besteden. Dezer wijs verdwijnt de bange vrees, welke men bij den herfst voedde hoe dat de arbeiders stand in den winter voor nijpend gebrek, zoude behoed blijven. - Wat is de mensch

Blz. 88 

kortzigtig, hoe weinig ziet men in de toekomst, geen sterfling had dezen ver uitziende tijd voorzien, voor weinige weeken was alles in diepen rust, en geheel Europa in vrede, en thans ook in naburige rijken alles in rep en roer - wat zal nog de toekomst baren? dit vraagt men elkander, dit schrijven alle nieuwspapieren, en de verlichste staatkundigen betuigen, deze vraag niet te kunnen beantwoorden.

Den 31 Dec. Sedert de vorige hebben wij ons onledig gehouden met 's Rijks belastingen te ontvangen, zoo ook ten aanzien van het tweede termijn der geldleening; waar van de ingekomene gelden tezamen ongeveer 2700 Gulden, te voet naar Leeuwarden gebragt zijn om te verantwoorden. Mijne knegten waren met de sleed van de straatweg langs de Werpster vaart, op schaatzen te Wirdum en met het voors. geld van daar weder tot aan de straatweg gekomen, maar omdat het ijs zoo zwak ware, en dooiweer, heeft men besloten om het geld te voet naar Leeuwarden te bezorgen en dus aldaar verantwoord. Niet tegenstaande den geldelozen tijd heeft het mij verwonderd, dat de ingezetenen de belastingen zoo nabij hebben aangezuiverd ook ten aanzien der geldlening, schoon er onder de Roomschen zijn die wegens de geldlening

Blz. 89

geen Cent nog betaald hebben en onder dezen den Heer Middachten, welke in het geheel bijna 700 Gulden moet voldoen; tot mijn leedwezen zal ik mijn toevlugt tot dwangmiddelen moeten nemen om dezulken tot betaling te noodzaken.

Den avond godsdienst volgens gebruik, besloot alhier den jaargang van 1830.

Gedurende 3 aan een volgende jaren, is het een verbazende natten tijd geweest, waar van dit laatste jaar zich bijzonder kenmerkt; evenwel is de herfst daar van en den winter tijd buitengewoon tot op heden fraai geweest. Des niettegenstaande worden de gevolgen vooral in den boeren stand dagelijks gevoeld. Hooi en granen zijn niet alleen schaars, maar veel zeer zeer slecht gewonnen. - Het gemaak van Boter en Kaas is in vergelijking van gewone jaren 1/3 of ten minsten 1/4 minder geweest. In die zelfde evenredigheid staat het ook met de granen; waar door het met het bestaan van den landman, zeer agter uit gegaan is, niet alleen daar door, maar de zoo voordelige schapenteeld, is bijkans door de galle verwoest. Men zet hier en daar maar enkele schapen welke overgebleven zijn, doch waar van de meeste rede van deze ziekte aangetast zijn, en weldra opvolgende zullen moeten sterven. Ik hadde behalven de weidschapen

Blz. 90

nog 7 schone lammeren, deze zijn ook opvolgende gestorven, twee melke schapen zijn mij overgebleven en deze lijken nog gezond. - Mijn zwager te Goutum, welke gewoonlijk S.C. 50 schapen houdt door den winter heeft geen een meer, en zoo zijn alhier de meeste boeren.

Was het hier maar bij gebleven, maar ook de varkens zijn er van aangetast, doch zoo hevig niet als de schapen.

Maar het aller nadeligste ondervind de vee man in het rundvee, waar van velen door dezelfde ziekte opvolgende sterven, sommige boeren niet enkelde, maar vaak een geheel aantal, welke rede gestorven zijn of eerlang zullen moeten sterven, vooral het jongvee.

Alle deze tegenheden zijn nog vermenigvuldigd door het uitbarsten der Belgische beroerten, en de geest des oproers door geheel Europa. In den nazomer in Paris aangevangen en opvolgende door alle Staten en Rijken verspreid, met een spoed, die alle begrippen te boven gaat. In onze vereenigde gewesten of de zoogenaamde noordelijke provincien, heeft men onder de Roomschen en vooral onder het slegte volk wel eenige sporen van dezen tuimelgeest ontwaard, maar toen over het geheel en dus geheel noord Nederland zich met een verheven geest aan den troon en onzen geliefden Koning sloot, met eenen moed die

Blz. 91

alle verbeelding te boven gaat, is deze boze geest weldra ondergedrukt geworden, en heeft dus niet tot des zelfs rypheid konnen geraken.

Evenwel zijn de gevolgen van dezen opstand, zeer bedroevend en worden de rampen daar door vermenigvuldigd. Door het vrijwillig opvatten der wapenen, en de oproeping der landstorm, zijn de hooge leerscholen, niet alleen van de studerende jeugd ontbloot, maar zoo vele werkzame handen den noodigen arbeid ontrukt, om gewapend in en om onze grensvestingen te staan en de oproerige zuidnederlanders indien zij daar toe lust hebben bloedigen tegenstand te bieden.

Danken moeten wij intusschen den Almagtigen, dat hij door zijne regerende voorzienigheid, den geest des bijstands onzer de natie aanporde om goed en bloed tot behoud van den Koning en het vaderland te veilen en ons tot hier toe daar door staande te houden. En zoo wij hartelijk wenschen, staande houden zal.

Wij zullen dan hier mede het jaar van 1830 sluiten, en alleen nog maar melden volgens gewoonte hoeveel deze gemeente tot 's Rijks en gemeente lasten, onder alle deze tegen heden heeft bijgedragen, en dat door eene bevolking van ruim duizend zielen onder het behoor van Wirdum en zielen onder Swichum, burgerlijk tot een gemeente vereenigd.

Blz. 92

Directe Belastingen

23757,45 

 

   Grondbelasting

10,99 

 

   Herbelasting

2272,07 

 

   Patenten

358,59 

26399,11

 

 

 

Accijnsen

 

 

   Geslagt

1541,38  

 

   Binnenl. gedistileerd

240,20½

 

   Collectief Zegel en quitantien

178,05½

 

   Cons. vervoer en gelei billetten

660,04 

 

   Gemeente opcenten

19,80 

2645,29

   Perc. kosten daarvan 3 PC

 

 

Vee fonds

 

             97,30

 

 

29141,70

Geslagt vee en waar van wij de bovenstaande belasting ontvingen.

Stieren                

   26

Koeijen          

44

Vaarsen          

18

Pinken     

      13

Kalveren

13

Nugteren kalvers 

114

Schapen          

321

Lammeren         

142

Oude varkens     

68

Spallingsvarken  

259

Blz. 93

Behalven de vorenstaande belasting heeft het Gouvernement zich in de noodzakelijkheid bevonden, wegens de ontstane onlusten bij wege van oorlogskosten eene geldlening uit te schrijven en waar van de beide eerste termijnen in de maand december moesten betaald worden en het overige in de maand januarij eerstkomende; en wij konnen ten slotte er bijvoegen dat het gehele bedrag, op eenige honderd Guldens na, rede betaald is; niet tegenstaande de algemene behoefte vooral ten plattenlande, ontstaan door drie aan een volgende natte jaren en waar van 1830 zeer bijzonder geweest is, zoo als wij bevorens melden het verlies van vee, zoo als wij van tijd tot tijd gemeld hebben, daar te boven de bekrompene inkomsten nog vermeerderende kan men de algemene goedwilligheid der Ingezetenen tot gemelde heffing niet genoeg bewonderen, dat het met een woord meer gedaan hebben, als zij konden doen, een paar Roomschen alleen maar, welke op tijd bij de Wet bepaald niet wilden voldoen, hebben wij gesommeerd.

Blz. 94

maar dit alleen was ook genoegzaam om hun verschuldigde te voldoen.

Het gehele bedrag der geldleening is als volgt:

De helft der grondbelasting

12418-96 

Het Personeel

2080-60½

verhoging

27-65 

Patent regt

  325-13½

   totaal

14552-35 

En dit tezamen met de vorens gespecificeerde belasting ter som  

 

29141-70 

   rendeert

43994-05 

Aldus heeft de Gemeente van Wirdum waar onder Swichum over 1830 aan den lande opgebragt drie en veertig duizend negen honderd vier en negentig Guld. en vijf Cent.

Wirdum den 31 December 1830

D.W. Hellema
Rijks ont
vanger

Terug 
Naar 1829
Naar 1831
Terug naar de inleiding