De Leeuwarder stadspoorten


door Meindert Schroor


De huidige stads- of singelgracht rond de binnenstad werd - goeddeels - in de jaren 1481-1494 gegraven. Tezelfdertijd kwam een drietal landpoorten (de Wirdumerpoort, de Onze Lieve Vrouwepoort en de Hoeksterpoort) tot stand. Ook bouwde men toen een viertal waterpoorten, waarvan een naast de Hoeksterpoort. De drie overige waterpoorten werden bekroond door wachthuizen boven het water. De Tuinster- of Vlietsterpoort werd zelfs geflankeerd door twee torens.

Leeuwarden werd tijdens de Tachtigjarige Oorlog versterkt (1582-1623) en van zeven dwingers (bastions) en twee ravelijnen voorzien. Men bouwde bovendien buitenpoorten of wachthuizen bij de landpoorten. In 1621-1623 kwam een kleine uitbreiding aan de zuidwestkant (Zaailand) van de stad tot stand. Zowel de buitenpoorten als de binnenpoorten en de waterpoorten werden in de jaren 1818-1841 gesloopt. Vervolgens werd de vesting verder ontmanteld en aan de westzijde en noordzijde omgezet in een stadswandeling in de Engelse landschapsstijl (Prinsentuin, Westerplantage).

Onze Lieve Vrouwepoort 
De Wirdumer- of Sint Jacobspoort
De Hoekster- of Sint Catharinapoort
De Tuinsterpoort

Klik hierboven voor meer informatie over de afzonderlijke poortgebouwen


 Onze Lieve Vrouwepoort

625-vrouwenpoort-1830
 Onze Lieve Vrouwepoort rond 1830

De naam Vrouwepoort is afgeleid van Maria, Onze Lieve Vrouwe. Zij was de patrones van de kerk van Nijehove. De oudste, in 1457 vermelde, Vrouwepoort was vermoedelijk uit hout opgetrokken. Hij stond aan de westzijde van Nijehove op de plek waar de Grote Kerkstraat de Oude Gracht (thans Sint Anthonystraat) kruiste. De nieuwe Vrouwepoort werd omstreeks 1482 ter gelegenheid van de aanleg van de nieuwe stadsgracht in steen uitgevoerd. Hij bevond zich aan het westelijke uiteinde van de Nieuwestad, niet ver van de kerk van Oldehove en was de voornaamste toegang voor het verkeer uit de richting Franeker en Harlingen. De eenvoudige poort werd in 1579 door een nieuwe vervangen. Die werd in 1612 met een poortwachtershuis uitgebreid en aan weerszijden van twee nieuwe ranke en spitse torens voorzien. Ter gelegenheid van de vergroting van het ravelijn (bastioneiland) voor deze poort werd in 1620 op dit weerwerk een buitenpoort gebouwd.

Ongeveer 100 meter ten zuiden van de Vrouwepoort stond de Lievevrouwewaterpoort of Schavernekspijp, naar de gelijknamige gracht, het Schavernek. Deze met een wachthuis bekroonde waterpoort werd in 1623 vernieuwd en diende sedert 1654 als provinciaal kruithuis. De waterpoort werd in 1859 gesloopt; na afbraak van het kruithuis in 1840.

Van de beide landpoorten verdween de buitenpoort al in 1820 en in 1837 werd ook de binnenpoort geslecht. De Vrouwepoortsdwinger tussen de buitenpoort en het Schavernek werd vervolgens door de bekende ‘architect van buitenplaatsen’, Lucas Pieters Roodbaard (1782-1851) in een wandelplaats, de Westerplantage, herschapen.


De Wirdumer- of Sint Jacobspoort

625-wirdumerpoort-1830
 De Wirdumerpoort rond 1830.

Een voorganger van de Wirdumerpoort stond op de kruising van de Sint Jacobsstraat met het Naauw. Vandaar de naam Sint Jacobspoort. Hij werd in 1456 als ‘stenena porta’ aangeduid. De aanleg van een nieuwe singelgracht in de jaren 1481-1494 maakte de bouw van een nieuwe poort aan de Wirdumer- of zuidzijde van de stad noodzakelijk. Zo verrees in 1494 aan het einde van de Wirdumerdijk de nieuwe Sint Jacobspoort, die meestal Wirdumerpoort werd genoemd. Deze poort werd in 1546 versterkt en aan de landzijde van twee achtkante hangende arkeltorens van 16 ½ meter hoogte voorzien. In 1613 werd de poort onder de stadswal door verlengd tot een doorgang van ruim 20 meter en tevens voorzien van een woning voor de poortwachter. In 1597 bouwde men op de noordoosthoek van het bastion dat vóór de binnenpoort lag de Wirdumerbuitenpoort. De stadsuitbreiding bij het Zaailand leidde in 1631 tot de aanleg van de Wirdumerwaterpoort, die de verbinding vormde tussen de Oude of Heerengracht (thans Wilhelminaplein) en de singelgracht. In 1822 werd de Wirdumerbuitenpoort geslecht en na de afschaffing van het poortgeld in 1831 was de beurt aan de fraaie Wirdumerbinnenpoort die in 1835 het loodje legde. De Wirdumerdijk werd vervolgens dwars over het oude bastion rechtstreeks in verbinding gebracht met de in 1831 gebouwde Zuider- of Wirdumerpoortsbrug.


De Hoekster- of Sint Catharinapoort

625-hoeksterpoort-1830
 De Hoeksterpoort.

Van de Hoeksterpoort is geen middeleeuwse voorganger bekend, of het moest de Jelgerapoort zijn die vermoedelijk aan het einde van de Pijlsteeg stond. De Hoeksterpoort werd in 1484 gebouwd ter gelegenheid van de aanleg van de nieuwe singelgracht rondom Leeuwarden. Hij ontleende zijn naam aan de noordoostelijke buurschap Hoek. Zijn andere naam, Sint Catharinapoort, is afgeleid van de gelijknamige patrones van de kerk van Hoek. Deze kerk bevond zich op enkele tientallen meters ten zuiden van de poort aan de Voorstreek O.Z. De Hoeksterpoort werd meteen van een waterpoort voorzien, waardoor het riviertje de Ee (thans Dokkumer Ee) de stad invloeide. De Hoeksterpoort was aanvankelijk een eenvoudige doorgang in de stadswal. Hij werd in 1543 en 1570 vernieuwd en in 1625 ter weerszijden voorzien van twee fraaie, spitse torens. De Hoeksterbuitenpoort kwam in 1584 tot stand na aanleg van het ravelijn, de Hoeksterdwinger, voor de binnenpoort. Deze buitenpoort werd in 1783 in Dorische stijl herbouwd. In 1831 werden zowel de binnen-, de buiten- als de waterpoort met de grond gelijk gemaakt. De nieuwe rijksweg (Groningerstraatweg) werd door de afgegraven Hoeksterdwinger aangelegd en een deel van de ravelijnsgracht (Hoeksterpad) gedempt. Op het ravelijn werd later een gasfabriek gebouwd en bevindt zich thans de parkeergarage.


De Tuinster poort

625-tuinsterpoort-1790
 De Tuinsterpoort rond 1790.

De Tuinsterpoort kwam als waterpoort in 1496 tot stand, na de voltooiing van de nieuwe singelgracht. Zij vormde de schakel tussen de gracht de Tuinen en de voorstad langs het Vliet. Dit was de waterweg naar het oosten die in het verlengde van de Tuinen lag. De Tuinster waterpoort werd in de 16e eeuw ook wel ‘de Cruysepijp’ genoemd. Het stadsbestuur dat er alles aan deed om de nijverheid en de nering langs het Vliet tegen te gaan stond pas in 1656 toe dat er een landpoort met een ophaalbrug van de stad naar het Vliet werd aangelegd. Naast de waterpoort met zijn twee forse uit het water opgetrokken torens verrees daartoe een kleine stenen poort. Deze bood een doorgang naar de brug door de stadswal ter lengte van circa negen meter bij een breedte van ruim twee meter. Vanwege de hoge onderhoudskosten en op verzoek van de inwoners van de Tuinen besloot het stadsbestuur om de Tuinster Land- en Waterpoorten af te breken. De sloop van beide poorten gaf in 1818 de eerste stoot tot de ontmanteling van de vestingwerken van Leeuwarden.

Terug