Het Leeuwarder Mastoproer


Een al jaren slepende factiestrijd in Leeuwarden, die in 1608 - mede naar aanleiding van het vervolgen van de doopsgezinden - was begonnen, resulteerde op Nieuwjaarsdag 1610 in het befaamde Leeuwarder mastoproer, een geweldadig verzet tegen het streng calvinistische en conservatieve stadsbestuur wegens o.a. manipulaties bij continuering in functies en vergeving van ambten en toegeigening van opcenten, tegen de achtergrond van theologische kwesties (remonstranten, rekkelijken of Arminianen versus contra-remonstranten, preciezen of Gomaristen).

Gravure van het Leeuwarder Mastoproer (1610)

Een grote menigte rameide met een scheepsmast de deur van het raadhuis in waarbij de inventaris werd vernield. Volgens raadsheer en geschiedschrijver Johan van den Sande waren de betrokkenen 'meest libertinen, papisten, mennonisten en ander sectarisen'. Het oude stadsbestuur werd vervangen door een nieuwe magistraat, die minder lidmaten telde dan voor heen.

De nieuwe bestuurders wilden een verbeterd regeringsreglement, maar werden hierin tegengewerkt door gereformeerden met steun van stadhouder Willem Lodewijk. De gereformeerden fulmineerden tegen een nieuw regeringsreglement, want hierin zouden 'gespagnoliseerde, gecorrumpeerde, Papisten ende andere vyanden van 't gemeene-best' een plaats kunnen krijgen'.

De onenigheden liepen zo hoog op dat de Staten-Geraal in 1616 ingrepen. Het restultaat van deze factiestrijd was dat Willem Lodewijk vanaf januari 1617 kon steunen op een magistraat die in meerderheid weer uit gereformeerden bestond. 

Terug