Hippische glorie


Het ‘harddraven’ was in de 19de eeuw de populairste Friese sport. Uit advertenties blijkt dat er tussen 1800 en 1850 2.847 wedstrijden waren, meest in steden en dorpen met een geschikt stuk weg, dat aan drie voorwaarden moest voldoen: recht, hard en droog. Op tal van plaatsen kent men nog de ‘Hurddraversdyk’ (die vaak, zoals in Joure, tot officiële straatnaam is verheven). Vanouds werd het ‘hurddraven’ ter gelegenheid van een paardenmarkt en/of een kermis gehouden en trad, net als bij het kaatsen, de kastelein als organisator op. Men reed op ‘paarden onder de man’ oftewel ‘van dek af’. Hoogtijdag was in Leeuwarden de ‘keningsswipedei’, waar om de door de koning uitgeloofde gouden zweep werd gestreden.

Tot 1865 was het Zaailand het decor van menige harddraverij. Hoogtepunt was de draverij om ‘eene fraaie, met goud gemonteerde zweep’, door de koning uitgeloofd. De schilder Jan Hendrik Matthijsen (1777-1855), sedert 1812 tekenmeester en schilder te Leeuwarden, legde in 1830 de ‘keningsswipedei’ vast. Het bijzondere van deze editie was dat koning Willem I te gast was, in gezelschap van zijn zoon, de Held van Waterloo, en zijn kleinzoon, de later als ‘gorilla’ berucht geworden Willem III. De drie Nassaus bevinden zich op het balcon van het Heeren Logement, het hoge gebouw rechts van het midden. De hoofdrol op de prent is echter weggelegd voor de winnaar, die vrolijk met zijn hoed zwaait.
Tot 1865 was het Zaailand het decor van menige harddraverij. Hoogtepunt was de draverij om ‘eene fraaie, met goud gemonteerde zweep’, door de koning uitgeloofd. De schilder Jan Hendrik Matthijsen (1777-1855), sedert 1812 tekenmeester en schilder te Leeuwarden, legde in 1830 de ‘keningsswipedei’ vast. Het bijzondere van deze editie was dat koning Willem I te gast was, in gezelschap van zijn zoon, de Held van Waterloo, en zijn kleinzoon, de later als ‘gorilla’ berucht geworden Willem III. De drie Nassaus bevinden zich op het balcon van het Heeren Logement, het hoge gebouw rechts van het midden. De hoofdrol op de prent is echter weggelegd voor de winnaar, die vrolijk met zijn hoed zwaait.

Leeuwarden kent een rijke drafgeschiedenis. De eerste drafbaan liep langs het Zaailand, aan de zuidkant van het plein. De aanleg van de Harlingerstraatweg bood in 1840 nieuwe kansen. Het eerste rechte stuk, dat bijna geheel op de oude Marssumerdijk werd aangelegd, werd meteen als harddraversbaan ingericht. De baan aan het Zaailand bleef tot in 1865 nog in gebruik voor draverijen die ter gelegenheid van de voorjaarsmarkten werden gehouden. Daarna zou de baan op de Marssumerdijk zo’n dertig jaar het monopolie bezitten. Hier hield de stad haar kermisdraverijen, die in 1792 door Magistraat en Vroedschap waren ingesteld. Op de gedenkdag van de slag bij Waterloo (18 juni) werden hier ook ’s Konings prijzen verreden, bestaande uit een gouden zweep en een gouden oorijzer. Vóór 1873 vonden deze draverijen beurtelings te Leeuwarden en Groningen plaats, maar sedert het laatste bezoek van koning Willem III aan Leeuwarden loofde deze jaarlijks de prijzen uit voor een harddraverij te Leeuwarden. Voor het laatst was dat in 1892. Toen was het met de draverijen op de korte 300-meterbanen praktisch gedaan. Ze werden verdrongen door de Engelse wedrennen op de lange baan, die een veel groter en anders ingericht terrein vereisten. Voor dit doel werd enige tijd het ijsbaanterrein aan de Bleekerstraat gebruikt, maar al gauw bleek dat deze baan te klein en te gevaarlijk was, vooral ook door het enorme aantal toeschouwers dat erop af kwam. Daarom nam men het initiatief tot de aanleg van een ruim sportterrein, dat behalve als renbaan geschikt zou zijn voor allerlei openluchtsporten en –spelen.

17 juli 1936: uitreiking van de gouden zweep door voorzitter Joh. J. Boelstra van de drafclub Wilhelminabaan aan A. Nottelman uit Schagen, die met het paard Clara Bascom als eerste was geëindigd. (Foto Ch. Gombault)
17 juli 1936: uitreiking van de gouden zweep door voorzitter Joh. J. Boelstra van de drafclub Wilhelminabaan aan A. Nottelman uit Schagen, die met het paard Clara Bascom als eerste was geëindigd. (Foto Ch. Gombault)

Het initiatief leidde tot de oprichting van de Friesche Sportclub tot Exploitatie van een Sportterrein in Leeuwarden, die vervolgens een stuk land aankocht aan de Harlingertrekweg. Deze naar de toenmalige koningin genoemde Wilhelminabaan werd op 9 juni 1905 ingewijd met de eerste langebaandraverij.

Terug