Koning Karel Stuart II (1630-1685) van Groot-Brittannië liet zich tot twee keer toe scheren in Leeuwarden


Toen de deurwaarder van het Hof van Friesland, Sixtus Petrus Arnoldinus met zijn oorspronkelijk uit Engeland afkomstige vrouw en oudste zoon een reisje maakte van Leeuwarden naar London, zat er in Groot-Brittannië na de periode van Cromwells Commonwealth opnieuw een Stuart op de troon: Karel II. Arnoldinus beschrijft London zoals het eruit zag voordat het vijf jaar later door de Grote Brand van 1666 in de as werd gelegd.

Op 10 september gaf koning Karel II Wenceslaus Hollar (een graveur die leefde van 1607 tot 1677), de opdracht om een plattegrond te maken van de situatie na de brand. Zijn kaart laat de stad zien voor de brand en het verwoeste gebied. Collectie Koninklijke Bibliotheek - website: 'Het Geheugen van Nederland'

Ook geeft hij een levendige beschrijving van de gruwelijkheden welke de moordenaars van Karel's vader, Karel I - in sommige gevallen posthuum - ten deel vielen. Daarbij maakt Arnoldinus terloops een geringschattende opmerking over de houten galg op het beruchte Londense galgenveld Tyburn, welke op het punt stond te worden vervangen door een stenen exemplaar: 'De Galge is oudt ende van slecht hout ghemaeckt, sullende nu korts afghebroken worden ende een steenen in plaets gemaeckt, dat op de fatsoen van onse Galge buyten Leeuwarden', dus op dezelfde wijze zoals de Leeuwarder galg buiten de stad aan het Galgenrak (Harlingertrekvaart) zich tot het begin van de 19de eeuw aan de voorbijvarende reizigers van en naar Harlingen manifesteerde. Daarnaast noemt hij vele nog heden ten dage bestaande bezienswaardigheden in de Britse hoofdstad.

625-reisverslag-petrus-arnoldinus

Ook van de omslachtige en tijdrovende manier van reizen in de 17de eeuw krijgt de lezer een verhelderende indruk. Zo duurde het twee dagen om vanuit Leeuwarden Amsterdam te bereiken en nam de reis van Amsterdam naar Rotterdam zo'n 15 uur in beslag. Vervolgens voerde de reis via Hellevoetsluis naar Den Briel, om aldaar scheep te gaan. Eenmaal op zee moest men vanwege tegenwind terugkeren. Een tweede poging strandde op een zandbank en uiteindelijk na een derde poging ging men op 7 augustus voor Margate voor anker, waarna op 8 augustus de Thames kon worden opgevaren. Inmiddels waren de Leeuwarders 11 dagen onderweg! Daarentegen verliep de terugreis naar Leeuwarden een stuk voorspoediger. Op 23 augustus 's avonds om negen uur werd de terugreis aanvaard en arriveerde het gezelschap 's nachts om één uur in Gravesend, alwaar men in "De Gouden Engel" de nacht doorbracht. De andere dag werd 's middags om 15.00 u. ingescheept op oorlogsbodem "De Kat" welke onder bevel stond van kapitein Hoogenhoeck, waarop koers werd gezet naar Texel, waar men op 26 augustus aankwam. Op 28 augustus werd om 9.00 u. 's ochtends vanuit Texel in een Groenlandse sloep koers gezet naar Harlingen, alwaar men 's middags om 13.30 u. arriveerde. Na een reis per trekschuit van Harlingen naar Leeuwarden, welke eveneens vierenhalf uur in beslag nam, kon de familie Arnoldinus zich 's avonds om 21.00 u. 'Godt Almachtich in den hooghsten hemel sy danck' in hun eigen huis op bed neervleien. Afgezien van het oponthoud op diverse locaties had de reis in zijn totaliteit 39 uur in beslag genomen.

Van dit 'Memoriael' of dagboek zouden volgends Mr. Jacob Dirks, die in 1860 in de Friesche Volksalmanak aandacht aan dit reisverslag schonk, twee versies moeten bestaan. Eén versie - bestaande uit 14 pagina's - wordt nog altijd bewaard bij de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag en maakt deel uit van de Bibliotheca Duncaniania , oorspronkelijk onderdeel van de Stadhouderlijke Bibliotheek. Een uitgebreidere - 40 pagina's tellende - versie van het reisverhaal zou zijn gedrukt bij Wilhelm Geest, boekdrukker op de hoek van de Speelmansstraat en Bij de Put. In deze uitgebreidere versie maakt Sixtus of Sikke Arnoldinus melding van het feit dat Karel Stuart in 1658 tijdelijk in Amsterdam ten huize van ene Davison aan de Herengracht woonachtig was geweest.

Koning Karel II van Engeland (1630-1685)
Koning Karel II van Engeland (1630-1685)

In het najaar van 1658 zou de op de vlucht geslagen Britse troonpretendent - zijn vader Karel I was namelijk in 1649 door Oliver Cromwell en de zijnen afgezet en wegens hoogverraad onthoofd - een aantal Noordnederlandse steden hebben bezichtigd, waaronder Leeuwarden. Arnoldinus maakte hierbij de volgende kanttekening: 'Tot Leeuwarden is zijne Majesteit twee malen gebarbierd, in eene voorname ordinaire barbierswinkel, bij zich hebbende een heer, in Friesland wel bekend, zijnde de koning alzoo hier als elders, van verscheidene personen gezien.' 

Karel Stuart was evenwel niet erg sterk in het betuigen van dankbaarheid voor de genoten Nederlandse gastvrijheid: in 1666 liet hij tijdens de Tweede Engelse Zeeoorlog West-Terschelling platbranden. Karel was de oudere broer van Mary Stuart (1631-1660), prinses van Oranje en gehuwd met Stadhouder Willem II van Holland en Zeeland.

 Op 20 augustus 1666 is West-Terschelling door een inval van de Engelsen tijdens de Tweede Engelse Oorlog afgebrand. Op de prent zie je de aanval en de inwoners die per boot het wad op vluchten. Slechts 30 huizen, de Brandaris en de Sint Janskerk bleven gespaard. Collectie Historieprenten Provinciale Atlas.
Op 20 augustus 1666 is West-Terschelling door een inval van de Engelsen tijdens de Tweede Engelse Oorlog afgebrand. Op de prent zie je de aanval en de inwoners die per boot het wad op vluchten. Slechts 30 huizen, de Brandaris en de Sint Janskerk bleven gespaard. Collectie Historieprenten Provinciale Atlas.

De kinderen van  Karel I van Engeland. Schilderij van Anthony van Dijck uit 1637.
De kinderen van  Karel I van Engeland. Schilderij van Anthony van Dijck uit 1637.  Geheel links Maria Stuart en  in het midden met hond kroonprins Karel II.

Bekijk hier het ingekorte reisverslag (Bibliotheca Duncaniana - Koninklijke Bibliotheek Den Haag)

Bekijk hier de naaste familiebanden van Charles II van Engeland en Mary Stuart, prinses van Oranje.

Terug