Leeuwarden 1945-1965


Uitgegeven door het Gemeentebestuur van Leeuwarden ter gelegenheid van het afscheid van Mr. A.A.M. van der Meulen als Burgemeester op 28 februari 1966

Stadsarchivaris W. Eekhoff heeft in zijn nog altijd veel gelezen geschiedkundige plaatsbeschrijving de historie van Leeuwarden tot omstreeks 1845 te boek gesteld. Het vervolg daarop, tot ongeveer 1905, is geschreven door de latere archivaris mej. R. Visscher. Wie iets wil weten over de geschiedenis van Leeuwarden, van de oudste tijden tot het begin van deze eeuw, kan vaak met succes een beroep doen op deze twee werken.

Met de geschiedenis van het Leeuwarden van deze eeuw is het vaak moeilijker gesteld. Niet, dat het aan de documentatie over deze periode ontbreekt. Integendeel, na 1900 zijn de archiefkasten met méér materiaal belast dan in alle eeuwen daarvoor. Niet alleen is er in deze periode zeer veel gebeurd, ook heeft de papieren begeleiding van het gebeuren een zeer grote omvang aangenomen.

De belangrijkheid van deze periode, gekenmerkt door een sterke stedelijke expansie, met twee oorlogen als breuklijnen, doet sterk betreuren, dat tot dusver niemand zich geroepen heeft gevoeld het werk van Eekhoff en van mej. Visscher voort te zetten. Hoe verder 1900 van ons af komt te liggen, des te begerenswaardiger, maar ook des te moeilijker, wordt het de sindsdien verstreken tijd in de vele plaatselijke gebeurtenissen te ontleden.

Dit probleem staat op de achtergrond van de motieven, die tot de samenstelling van dit boek hebben geleid. De meerderheid van het college van burgemeester en wethouders (dat waren de wethouders zonder de burgemeester) heeft in 1965 het besluit genomen op 28 februari 1966 een verzamelwerk te doen verschijnen over een groot aantal aspecten van de gemeentelijke ontwikkeling in de eerste twintig jaren na de tweede wereldoorlog.

Daarvoor bestonden twee motieven. Het eerste was, dat in deze twintig jaren meer is gebeurd dan in welke periode van gelijke duur ook. Zo veel, dat bij de samenstelling van dit werk wel is gebleken, dat volledigheid een onbereikbaar ideaal is. De verschillende auteurs hebben een keus gemaakt uit feiten, die uit de dossiers en soms uit hun herinnering waren op te diepen. In dit boek zijn geen historici aan het woord; de schrijvers zijn mensen van de (in hoofdzaak gemeentelijke) praktijk, die in de keus der feiten en vooral in de verwerking daarvan veelal getuigen van hun actief meebeleven. Het tweede motief voor het samenstellen van dit boek ligt verscholen in de verschijningsdatum, 28 februari 1966 dus. Het is de laatste dag van de ambtsperiode van de burgemeester, die vrijwel al deze twintig jaren de eerste burger van Leeuwarden is geweest. Er scheelt een halve maand aan het twintigjarig burgermeesterschap, want de installatie van mr. A.A.M. van der Meulen geschiedde op 16 maart 1946. Daar staat tegenover, dat de heer Van der Meulen reeds direct na de bevrijding wethouder werd en al sinds september 1931 deel uitmaakte van de raad.

Dit, gevoegd bij de grote belangstelling voor de geschiedenis van de stad, die de scheidende burgemeester kenmerkt, maakt het niet twijfelachtig, naar het oordeel der wethouders, dat mr. Van der Meulen van harte zou hebben ingestemd met dit initiatief.

De initiatiefnemers laten in het midden, of het desgevraagd evenzeer de instemming van mr. Van der Meulen zou hebben gehad, zijn signatuur aan dit boek mee te geven, als een belangrijk kenmerk van de hierin beschreven bestuursperiode. Dit hebben de wethouders echter gaarne voor hun rekening genomen.

Inhoud

Terug