Kunstverzameling


Sinds 2005 is het beheer over de gemeentelijke kunstcollectie bij het Historisch Centrum Leeuwarden (HCL) ondergebracht, in 2006 gevolgd door het beheer over het Pier Pander Museum.
Alle objecten zijn gefotografeerd, opgenomen in een database en toegankelijk via de website van het HCL.

De gemeentelijke kunstcollectie bestaat uit de deelcollecties moderne kunst, historische kunst en kunstnijverheid.

De collectie moderne kunst bestaat hoofdzakelijk uit kunst gemaakt in kader van de Beeldende Kunstenaars Regeling (BKR) in de jaren zestig t/m tachtig van de vorige eeuw. Deze kunst hangt deels in de kantoren en gangen van het stadskantoor en stadhuis en is daarnaast ondergebracht in het depot van het HCL. In 2013/14 is het merendeel van de BKR-collectie ontzameld en teruggeven aan de betreffende kunstenaars of erven van overleden kunstenaars. De ontzamelde kunstwerken zijn nog wel raadpleegbaar via de website.

De collectie historische kunst is ondergebracht in het stadhuis en het Stadhouderlijk Hof.  Ook de bruiklenen (o.a. van het Fries Museum) die zich op deze locaties bevinden zijn via de website raadpleegbaar.

De collectie kunstnijverheid bestaat uit antiek meubilair en overige historische gebruiksvoorwerpen die worden gebruikt voor de inrichting van het stadhuis en het Stadhouderlijk Hof.

Gemeentelijke kunst in beheer bij andere instellingen en kunst(nijverheid) uit de verzameling van de voormalige gemeente Boarnsterhim zijn nog niet raadpleegbaar via deze website.

Virtuele tour

Stadhuis

Het oudst bekende raadhuis van Leeuwarden stond aan de Grote Hoogstraat. Na huisvesting op enkele andere plekken in de stad, kocht men in 1618 het pand van de familie Arentsma op de plaats van het huidige Stadhuis, dat tegenover het Stadhouderlijk Hof lag.

Vrede, welstand en daarmee de groei van de stad en haar bestuur zijn belangrijke redenen geweest voor de bouw van het nieuwe stadhuis. Ook speelde het verlangen naar prestige en het wedijveren met het Stadhouderlijk Hof een grote rol.

In 1713 besloot het stadsbestuur tot de bouw van een nieuw stadhuis op de tegenwoordige locatie. Van het gekochte gebouw (het huis van de familie Arentsma-Auckama) bestaan alleen nog de kelders, die bekend zijn onder de naam Auckamakelder.
In 1715 begon stadstimmerman Claas Bockes Balck aan de bouw van het nieuwe stadhuis. Een mogelijke betrokkenheid van Anthony Coulon is tot nu toe onduidelijk.
In navolging van de aristocratie en mode, koos het stadsbestuur voor de reeds langer bestaande hofstijl van Lodewijk XIV. Kenmerkend voor de barok is een duidelijk classicistische vormgeving.
In verband met de bouw van dit nieuwe stadhuis heeft het stadsbestuur vermoedelijk voor het eerst bewust kunst en kunstnijverheid gekocht of zelf opdracht gegeven tot het vervaardigen van specifieke kunst- en gebruiksvoorwerpen. Veel van die in opdracht gemaakte kunst is contextgebonden en heeft een symbolische of allegorische betekenis.

In 1760 werd het Stadhuis uitgebreid met een nieuwe en grote raadzaal (heden ten dage eigenlijk onjuist met Oranjezaal aangeduid). Het ontwerp was van de hofarchitect Pieter de Swart, stadstimmerman Jan Noteboom zorgde voor de uitvoering. Hier werd de nieuwste Franse hofstijl toegepast, namelijk de Lodewijk XV-stijl ofwel het rococo. De uitbreiding vond plaats aan de achterzijde. De hoofdingang werd naar deze nieuwe vleugel verplaatst en kwam daarmee tegenover het Hof te liggen, hetgeen van invloed is op de beleving en uitstraling van het hele raad.

Klik op de links in het rechter submenu om de virtuele tour door het stadhuis te starten.

Stadhouderlijk Hof

Friesland kocht voor zijn eerste echte stadhouder, Willem Lodewijk van Nassau Dietz, in 1587 een patriciƫrswoning aan het eind van de Eewal. In 1603 kwam het Dekemahuis aan de zuidzijde erbij en ontstond het Stadhouderlijk Hof met voorplein.
Het Stadhouderlijk Hof werd begin 18de eeuw (1709-10) gemoderniseerd in de hofstijl van Lodewijk XIV, de Franse barok. De ontwerpen zijn van de internationaal bekende architect Daniƫl Marot. De uitvoering was toevertrouwd aan zijn leerling, de alhier bekende Leeuwarder architect Anthony Coulon. Uit die tijd resteren onder andere de hoge trappenhal en de zogenaamde Nassauzaal.

Toen Willem Carel Hendrik Friso als stadhouder van alle Nederlandse gewesten in 1747 naar Den Haag vertrok, diende het Hof nog slechts als logeeradres voor de stadhouderlijke en later de koninklijke familie. In 1814 kocht koning Willem I het gebouw terug en werd het een koninklijk paleis. De laatste ingrijpende verbouwing was in 1881, toen het pand geschikt werd gemaakt als woning voor de Commissaris van de Koning. De hoge daken werden verlaagd, de muren bepleisterd en er werd een nieuwe ingang met een balkon geplaatst. Vanaf 1971, met een onderbreking (1995-2006), is paleis het Stadhouderlijk Hof eigendom van de gemeente. Aanvankelijk diende het paleis voor de huisvesting van gemeenteambtenaren en sinds het midden jaren 1990 als hotel. De kunstvoorwerpen zijn zoveel mogelijk in hun oorspronkelijke context bewaard gebleven.

Klik op de onderste link in het rechter submenu om de virtuele tour door de Nassauzaal van het Stadhouderlijk Hof te starten.

Terug