Bronnen in de database

Koopakten (ca. 29.000 records)
NH Dopen Leeuwarden 1603-1813 (ca. 88.000 records)
Trouw en ondertrouw Leeuwarden 1594-1812 (ca. 88.000 records)
Huwelijken Leeuwarderadeel (Noord en Zuid) 1594-1812 (ca. 11.000 records)
Stadsbegraafboeken 1687-1692, 1723-1805 (ca. 34.500 records)
Aanvulling op de Stadsbegraafboeken ca. 1550-1805 (ca. 16.500 records)
Aangiften van overlijden in de regio Leeuwarden t.b.v. het successierecht 1806-1811 (ca. 8.700 records)
Schoorsteengeldregister Leeuwarden 1606 (ca. 2.000 records)
Register der Quotisatie Leeuwarden 1808 (ca. 4.000 records)
Registre Civique Leeuwarden 1811 (ca. 3.400 records)
Register van manspersonen van 20 tot 60 jaar in Leeuwarderadeel 1812 (ca. 1.250 records)
Register van Leeuwarder Stemgerechtigden 1824 (ca. 6.000 records)
Volkstelling Leeuwarderadeel 1829 (ca. 5.000 records)
Hoofdbewoners Leeuwarden 1872 (ca. 3.500 records)
Leden Leeuwarder Groot-Schippersgilde ca. 1554-1823 (ca. 1400 records)
Protocol besteding wezen uit het Old Burger Weeshuis te Leeuwarden 1619-1824 (ca. 2.000 records)


Koopakten 1540-1811

Deze database is een bundeling van allerlei informatie over overdracht van onroerend goed. De oorspronkelijke toegangen zijn bijna alle meer dan 100 jaar geleden vervaardigd door gemeentearchivaris mej. R. Visscher. Aangezien er destijds nog geen ABC-standaard bestond, is de wijze van invoer van (dubbele) familienamen, namen van gehuwde vrouwen en weduwen, patroniemen, tussenvoegsels en voorletters vrij willekeurig geschied. Dit geldt tevens voor het scheiden van familienamen van voorletters en tussenvoegsels door een komma.

Daarnaast is het merendeel van de handgeschreven indexen in het verleden ingevoerd door typisten die weinig kennis hadden van Leeuwarder familienamen en toponiemen. Onvermijdelijk zijn hierdoor vele lees- en typefoutjes binnengeslopen in de namenvelden van kopers, verkopers en niaarnemers. Het is ondoenlijk gebleken om dit allemaal te controleren. Wel zijn alle straatnamen aangepast aan de officiële spellingswijze. Zie hiervoor ’W. Dolk, Leeuwarder Straatnamen’. Ook is soms extra informatie aan het opmerkingenveld toegevoegd.

Voornamen zijn incidenteel toegevoegd waar het de concordance op de proclamatieboeken betrof dan wel ruwweg de periode 1540-1592. Voor het zoeken op (een deel van een) naam wordt dan ook nadrukkelijk het gebruik van de wildcards (*) aanbevolen. Ook is bij de invoer van straatnamen niet altijd even consequent te werk gegaan. Soms is er een nadere aanduiding toegevoegd in de trant van ‘Blokhuis, bij het’ of ‘Bij de Put’. Straatnamen zijn pas officieel bij raadsbesluit vastgesteld vanaf de 19de eeuw. Hierdoor is vaak niet duidelijk of aanduidingen als ‘Bij de’, ‘Over de’, ‘Nevens het’ deel uitmaken van de straatnaam of dat ze als nadere plaatsbepaling zijn toegevoegd.

Ga naar 'Zoeken in alles'


NH Dopen Leeuwarden 1603-1813

Bij hoge uitzondering worden bij de hervormde doopinschrijvingen doopgetuigen genoemd. Pas in 1772 gaat men ertoe over om naast de doopdatum ook de geboortedatum te noemen. De naam van de moeder wordt pas vanaf 1727 structureel vermeld. Daarvoor slechts in uitzonderingsgevallen. Gedurende een korte periode in de 17de eeuw wordt ook wel een nadere adresaanduiding van de vader vermeld.In het resultatenscherm kunnen afkortingen voorkomen die mogelijk vraagtekens oproepen. Zo wordt in de loop van de 18de eeuw de kerk vermeld alwaar een kind is gedoopt: JK (Jacobijnerkerk), GK (Galileërkerk) en WK (Westerkerk). Een N.B. betekent dat de doopinschrijving meer informatie bevat zoals b.v. de naam van een of meer doopgetuigen, de naam van een natuurlijke vader in geval van buitenechtelijke verwekking van het kind. Ook worden regelmatig beroepen en/of functies van de vaders vermeld en in de 17de eeuw een enkele keer een nadere adresaanduiding van de vader.

Ga naar 'Zoeken in alles'


Trouw en ondertrouw Leeuwarden 1594-1812

Bij "opmerkingen" is door middel van een code aangegeven of het huwelijk heeft plaatsgevonden voor het Gerecht (xX), de Nederduits Gereformeerde gemeente (xNH), de Waals Hervormde gemeente (xWA) of een van de zeven R.K. staties (xRK). In geval van ondertrouw wordt een o-tje weergegeven (oNH, oX, etc.). Het getal slaat op het nummer van de bladzijde in het originele (onder)trouwboek.
Het kan voorkomen dat een voorgenomen huwelijk in de kerk of voor het gerecht werd geproclameerd, doch dat deze afkondigingen werden gevolgd door een huwelijksvoltrekking elders (attestatie). Indien niet blijkt waar het voorgenomen huwelijk werd gesloten of wanneer huwelijksproclamaties door ’spiering’ werden gestuit (d.i. bezwaar, bijvoorbeeld in geval van trouwbelofte aan een ander, of huwelijksvoornemens van minderjarigen zonder toestemming van ouders), is dit in de codering uitgedrukt als 1p, 2p, 3p, att.
Meer gedetailleerde informatie over de registratie van de N-H doop, (onder)trouw en lidmatenregistratie vindt u in het artikel dat door oud-archiefmedewerker Wim Dolk in 1986 werd gepubliceerd in ’De Vrije Fries’.

Ga naar 'Zoeken in alles'


Huwelijken Leeuwarderadeel (Noord en Zuid) 1594-1812

In deze database zijn de volgende huwelijksregisters opgenomen:

456. Leeuwarderadeel (Gerecht), 1613-1645*
457. Leeuwarderadeel (Gerecht), 1645-1731*
458. Leeuwarderadeel (Trouwboek), 1796-1802*
463. NH Gem. Finkum-Hijum, 1655-1810*
477. NH Gem. Stiens, 1619-1672, 1677-1811*
460. NH Gem. Britsum, 1599-1681, 1687-1810*
461. NH Gem. Cornjum, 1633-1810*
472. NH Gem. Jelsum, 1667-1810*
475. NH Gem. Lekkum-Miedum, 1772-1811
469. NH Gem. Huizum, 1763-1771
470. NH Gem. Huizum, 1772-1811
465. NH Gem. Goutum-Swichum, 1660-1810
467. NH Gem. Hempens-Teerns, 1693-1771
468. NH Gem. Hempens-Teerns, 1772-1811
480. NH Gem. Wirdum, 1622-1734
481. NH Gem. Wirdum, 1734-1772
483. NH Gem. Wirdum, 1772-1810
485. R.K. Par. Wijtgaard, 1744-1811

Uit de met een * gemerkte huwelijksregisters kunnen bij het Historisch Centrum Leeuwarden geen fotokopieën worden besteld! De originele huwelijksregisters van het Noordertrimdeel berusten namelijk bij het Fries Historisch en Letterkundig Centrum Tresoar. Middels het invullen van het bestelformulier van Tresoar kunt kopieën uit de betreffende bronnen bestellen. De nummers voor de huwelijksregisters corresponderen met de DTB-nummering van Tresoar.

Eveneens zijn toegevoegd de huwelijksinschrijvingen waarvan ondertrouw, proclamaties of Roomskatholieke/Evangelisch Lutherse/Doopsgezinde huwelijksinzegeningen te Leeuwarden hebben plaatsgevonden. Deze zullen dus tevens worden aangetroffen in de (Onder)trouwdatabase van Leeuwarden, 1594-1811.

De codes welke achter ’Gebeurtenis’ worden weergegeven slaan achtereenvolgens op ondertrouw (o), trouw (x), attestatie om elders te trouwen (a) en eerste, tweede of derde proclamatie (1, 2 of 3).

Ga naar 'Zoeken in alles'


Stadsbegraafboeken 1687-1692, 1723-1805

In de loop van de 17e eeuw werd er van overheidswege regelmatig aangedrongen op het aanleggen van begraafregisters, waarin zowel de doden zouden moeten worden geregistreerd die in kerken of op kerkhoven binnen de stadswallen werden begraven, als diegenen die per trekschuit de waterpoorten van de stad passeerden om elders te worden begraven. Gezien de veelvuldige resoluties die op deze voorschriften betrekking hadden, blijkt dat de kosters, die met de administratie over de aan hun toegewezen kerken en kerkhoven waren belast, het niet al te nauw namen. Pas in 1687 is er sprake van een sluitende registratie op de wijze die de Magistraat voorstond. Echter na vijf jaar kwam de klad er weer in, en duurde het tot 1723 voordat eindelijk de registratie van begrafenissen in de stad daadkrachtig ter hand werd genomen.

Anders dan de aanhef in het begraafboek van 1723 aangeeft, werden de buiten Leeuwarden begraven ingezetenen niet meer geregistreerd. Ook ontbreken de stadsarmen tot in de jaren zeventig van de 18de eeuw. Immers deze brachten toch geen penning in het laadje! Al met al is gebleken dat tot 1772 slechts een derde deel van alle binnen Leeuwarden overleden en gekiste ingezetenen ook daadwerkelijk werd geregistreerd. Na 1772 werd de registratie - althans van diegenen die in Leeuwarden werden begraven - vollediger. Binnen Leeuwarden waren twee kosters werkzaam die respektievelijk waren aangesteld om de grafgelden te innen van Oldehove en Westerkerk en van Jacobijner- en Galileërkerk. De naam van de kerk achter ’Begraafplaats’ wil dan ook geenszins zeggen dat de overledene in deze kerk is begraven, maar dat de koster van het betreffende godshuis het begraafbriefje had ingevuld en ingeleverd op het Raadhuis, alwaar een stadsklerk was belast met het bijhouden van de begraafregisters.

Mocht een in Leeuwarden overleden persoon niet in de reguliere begraafregisters te traceren zijn, dan kunt U proberen om via de database ’Aanvulling op de begraafboeken’ alsnog de overlijdensdatum (bij benadering) te achterhalen. Zie voor meer gedetailleerde informatie over de diverse kerkhoven, begrafenisgebruiken en regelgeving ten aanzien van het begraven op kerkhoven en in kerken, de Leeuwarder bijdrage aan Open Monumentendag in 1999.

Ga naar 'Zoeken in alles'


Aanvulling op de Stadsbegraafboeken ca. 1550-1805

Deze database bevat een aanvulling van 16.178 personen op de reguliere stadsbegraafboeken van Leeuwarden, die slechts over de jaren 1687-1692 en 1723-1805 bewaard zijn gebleven. Het bronnenmateriaal waaruit is geput, is zeer heterogeen.

Met betrekking tot de 17e eeuw is onder meer geput uit de volgende bronnen:

  • de in de stadsaktenboeken geregistreerde akten van verzegeling van sterfhuizen;
  • het vergezellen van overleden begunstigers van het Old Burger - en het Nieuwe Stads Weeshuis naar hun laatste rustplaats door verpleegden van deze instellingen, de zgn. 'begrafenissen met de wezen';
  • inventarisatieboeken, waarin tot circa 1650 met redelijke nauwkeurigheid de overlijdensdata werden aangegeven van vele overledenen wier nagelaten boedel geïnventariseerd diende te worden;
  • vermeldingen in recesboeken van met schulden beladen nalatenschappen, waarvan de aanvaarding door de erfgenamen in beraad werd gehouden;
  • registers van het Old Burger Weeshuis en het Nieuwe Stadsweeshuis, waarin de administratie bijgehouden werd van weeskinderen die overleden begunstigers vergezelden naar hun laatste rustplaats.

Voor de 18de eeuw is het belangrijkste bronnenmateriaal:

  • de doodkistenadministratie van het Nieuwe Stadsweeshuis;
  • de verzoeken tot opname van wezen in het Nieuwe Stadsweeshuis;
  • de bedelingsadministraties van de diverse armeninstellingen en de proveniersboeken van enkele gasthuizen;
  • registratie van overleden in de R.K. Staties, dan wel zij die zijn voorzien van de Laatste Sacramenten, resp. de 'defuncti' en 'uncti'
  • gravenleggers van het Oldehoofster- en het Jacobijnerkerkhof waarin de begraven stadsarmen geregistreerd werden die deels niet in de hiervoor genoemde Stadsbegraafboeken zijn opgenomen;
  • enkele ego-documenten, zoals een kasboekje van een provenier van het St. Anthony Gasthuis (Hans Knoopmaker), waar achterin alle sterfgevallen binnen het gasthuis gedurende de periode 1695-1716 zijn opgetekend;
  • een handschrift van de familie Siderius met familieaantekeningen vanaf de 16e tot en met de 18e eeuw.

Let op: Het cijfer achter pagina in het resultatenscherm kan duiden op een paginanummer, folionummer, dossiernummer of dagtekening!

Ga naar 'Zoeken in alles'


Aangiften van overlijden in de regio Leeuwarden t.b.v. het successierecht 1806-1811

Per 1 januari 1806 werden na bevel van de rijksoverheid, in verband met invoering van het successierecht, in alle Nederlandse gemeenten overlijdensregisters aangelegd.

In deze database zijn opgenomen de Registers van Overledenen van onderstaande gemeenten, c.q. voormalige grietenijen:

924. Leeuwarden
459. Leeuwarderadeel*
499. Menaldumadeel*
059. Baarderadeel*
420. Idaarderadeel*

Uit de overlijdensregisters van de met een * gemerkte gemeenten kunnen bij het Historisch Centrum Leeuwarden geen fotokopieën worden besteld! De originele registers van deze gemeenten berusten namelijk bij het Fries Historisch en Letterkundig Centrum Tresoar. De nummers voor de gemeenten corresponderen met de DTB-nummering van Tresoar.

Ga naar 'Zoeken in alles'


Schoorsteengeldregister Leeuwarden 1606

Vanouds werd in de Nederlandse steden een belasting op schoorstenen geheven. Voor elke in gebruik zijnde schoorsteen moest een bepaald bedrag aan belasting worden betaald. Dit schoorsteen- of haardstedengeld ging in Friesland in 1637 op in een nieuwe belasting, namelijk de zogenaamde ’vijf speciën’. Naast het schoorsteengeld werden het hoofdgeld, het hoorngeld, het paardengeld en het middel op de bezaaide landen onder deze nieuwe belasting samengebracht. De hier gepresenteerde bron bevindt zich in het Archief van de Rekenkamer van de Provincie Friesland (Fries Historisch en Letterkundig Centrum Tresoar). Vermeld worden de namen van huiseigenaren, bewoners, het espel of de wijk waar het huis stond en het aantal schoorstenen. In sommige gevallen wordt iets vermeld over de bedrijvigheid die in het pand plaatsvond.

Ga naar 'Zoeken in alles'


Register der Quotisatie Leeuwarden 1808

Deze database bevat de namen van de Leeuwarder ingezetenen die werden aangeslagen in de quotisatie van 1808. Dit belastingregister bevindt zich in het Oud Administratief Archief van Leeuwarden (inv.nr. M600). Naast vermogende (kostwinnende/rentenierende) ingezetenen werden ook de armste bevolkingsgroepen - bedeelden uitgezonderd - aangeslagen. Leeuwarden telde blijkens de volkstelling van 1807/08 ongeveer 16.500 inwoners. Met behulp van het in 1843 in druk uitgegeven Wijkregister, zijn aan de huisnummers met bijbehorende wijkletter als extra informatie de straatnamen toegevoegd. Pas in 1877 is de huidige huisnummering (per straat) ingevoerd. Aangezien in 1811 in Leeuwarden nagenoeg geen gevolg is gegeven aan de bij Keizerlijk Decreet uitgevaardigde verplichting om een familienaam aan te nemen en te laten registreren, dan wel een bestaande familienaam te laten vastleggen, biedt dit Register der Quotisatie een redelijk alternatief om te achterhalen wie al wel en wie nog geen familienaam had.

Tot invoering van de genoemde eerste nationale ’inkomstenbelasting’ werd bij Wet van 30 maart 1808 besloten. Dit ter aflossing van een Staatslening van 30 miljoen gulden waarop tegen een rente van 7 procent kon worden ingeschreven. Tot het uitschrijven van deze Staatslening was besloten, om het begrotingstekort dat was ontstaan te dekken, en ’tot goedmaking van zoodanige kosten, de gewone inkomsten te boven gaande, welke door de omstandigheden van den oorlog, waarin het Rijk is gewikkeld, ongetwijfeld zullen veroorzaakt worden.’ Jaarlijks zou volgens een departementale verdeelsleutel 3 miljoen gulden belasting worden geheven. Friesland moest hierin 300.000 gulden ofwel 10 procent bijdragen. Grondslag van deze belasting vormde de zogenaamde ’vertering’, ofwel de uiterlijke kenmerken van een bepaald consumptieniveau. Er werden van tevoren geen inkomensklassen vastgesteld. Pas achteraf moest verantwoord worden hoeveel de verschillende inkomensgroepen hadden bijgedragen. De heffing is, na eenmaal geïnd te zijn, bij de wet van 17 april 1809 afgeschaft en vervangen door een verhoging van enkele bestaande middelen. Uit analyse van deze belastingheffing kan gedetailleerde informatie worden verkregen over de lokale inkomensverhoudingen.

De gegevens over deze quotisatie bevinden zich grotendeels in het Algemeen Rijksarchief, Archief Ministerie van Financiën, 1795-1813, inv.nrs. 850-866. Zie voor een uitgebreidere beschouwing van deze quotisatie: J.L. van Zanden, Inkomen en inkomensverdeling in Nederland in 1808, een bewerking van de quotisatie van f 3 miljoen, Amsterdam (VU) 1983.

Ga naar 'Zoeken in alles'


Registre Civique Leeuwarden 1811

Volgens de Code Civil (of Code Napoleon), het burgerlijk wetboek, hadden mannen boven de 21 jaar het recht de leden van de ‘municipaliteit’ (een soort gemeenteraad) te kiezen. De lijsten van deze stemgerechtigden worden ’registres civiques’ genoemd.

De registers werden opgesteld door de plaatselijke overheid (mairie). Zij stuurde een exemplaar naar het departementsbestuur. Vaak hield men een tweede exemplaar ter plaatse. Aan de stemgerechtigde burgers werd een ‘carte civique’ uitgereikt, die dezelfde gegevens bevatte als de vermelding in de lijst. De cartes civiques zijn zeldzaam en worden slechts bij uitzondering in openbare archieven bewaard.

In deze oorspronkelijk handgeschreven nadere toegang op het Leeuwarder Registre Civique, vinden we achtereenvolgens het volgnummer, de familienaam of het patroniem, voorna(a)m(en), geboortejaar, beroep en het adres (wijkletter) van de betrokkene. Eventuele bijzonderheden worden in de kolom ‘Opmerkingen’ vermeld. Familienamen en patroniemen zijn in deze versie in één veld ingevoerd. Ook zijn de diverse varianten van een (familie)naam niet gestandardiseerd. Wel zijn er soms verwijzingen geplaatst, zoals bijvoorbeeld: ‘Adama, zie Adema’.

Ofschoon de oorspronkelijke lijsten soms in het Nederlands waren opgesteld, werden de gegevens meestal in het Frans vermeld. Zeker waar het de beroepen betreft, zou dit tot onduidelijkheid aanleiding kunnen geven. Iemand die als journalier te boek staat zal geen krantenverkoper zijn maar een dagloner, dit isl iemand die per dag in dienst was bij een werkgever en per dag betaald werd. Het cijfer achter de wijkletter duidt niet op een adres, maar op het paginanummer in het oorspronkelijke register.

Gepoogd is om met behulp van het zogenaamde Kohier van de Lantaarn-, Brandspuit en Nachtwachtgelden uit 1810 de juiste adressen en eventuele beroepen te achterhalen, hetgeen niet voor alle inwoners is gelukt. Voor deze gevallen is geprobeerd om de adressen toe te voegen vanuit het Register op de Patentplichtigen van 1815. Van deze optie is echter alleen gebruik gemaakt indien de betreffende persoon in dezelfde wijk werd aangetroffen als in het Registre Civique. Gemakshalve is er in een dergelijk geval vanuit gegaan dat de betreffende inwoner in de tussenliggende periode niet binnen de wijk is verhuisd, hetgeen in veel gevallen ook niet zal zijn gebeurd. Geheel zeker is dit echter niet. Indien een adres en/of een beroep vanuit deze laatste bron is toegevoegd is dit aangegeven middels het jaartal 1815. De overige adressen zijn toegevoegd vanuit het Kohier van de Lantaarn-Brandspuit-Nachtwachtgelden. Hoe volledig het Registre Civique is, valt moeilijk aan te geven. In ieder geval zullen de meeste ’armlastigen’ ontbreken.

Ga naar 'Zoeken in alles'


Register van manspersonen van 20 tot 60 jaar in Leeuwarderadeel 1812

Nadat in 1810 het Koninkrijk Holland bij Frankrijk was ingelijfd, werd door keizer Napoleon de conscriptie (militaire diensplicht) ingevoerd en werden in veel plaatsen zogenaamde registers van weerbare mannen aangelegd. Dit waren gezonde volwassen mannen, die voor de militaire dienst, de landstorm, schutterij of landweer konden worden opgeroepen. Deze registers werden doorgaans adresgewijs per plaats opgemaakt. Het hier gepresenteerde register van volwassen manspersonen van 20 tot 60 jaren is opgemaakt in 1812 en biedt naast namen, adressen, beroepen en leeftijden ook vaak gegevens betreffende de lichaamsgesteldheid van de ingeschrevenen. De dorpen die in de voormalige gemeente Leeuwarderadeel - dus het noorder- en zuidertrimdeel - liggen, zijn van noord naar zuid: Hijum, Finkum (w.o. Oude Leije), Stiens, Britsum, Cornjum, Jelsum, Miedum, Lekkum (w.o. Snakkerburen), Huizum, Goutum, Hempens, Teerns, Wirdum (w.o. Wijtgaard) en Swichum.

Ga naar 'Zoeken in alles'


Register van Leeuwarder Stemgerechtigden 1824

Het register van stemgerechtigden bevat namen van:

Leeuwarder mannelijke ingezetenen van 1824, exclusief gealimenteerden, vanaf de leeftijd van 23 jaar; dan wel vanaf de leeftijd van 18 jaar, wanneer redelijkerwijs mocht worden verwacht dat deze minderjarigen bij het bereiken van meerderjarigheid aan de gestelde eisen voor het stem- c.q. kiesrecht, vervat in het reglement van bestuur, zouden voldoen; of dat deze minderjarigen reeds op het moment van inschrijving voldoende belasting betaalden om het stem- c.q. kiesrecht over te dragen aan hun vaders die niet voldeden aan alle voor het stemrecht gestelde eisen; dan wel vrouwelijke ingezetenen, welke het stem-, c.q. kiesrecht op grond van de door hen betaalde belastingsom overdroegen aan hun meerderjarige zonen of echtgenoten die niet aan de gestelde eis van ¦ 20,-- of meer belastingbijdrage voldeden, doch wel aan alle andere gestelde eisen.

N.B. Aangevuld met in bovengenoemd register ontbrekende personen (w.o. gealimenteerden, ongehuwde vrouwen en weduwen) en beroepen, geschatte huurwaarden en huiseigenaren uit de Kohieren van het Stratenfonds en de Kohieren van de Lantaarn-, Brandspuit- en Nachtwachtgelden van de jaren 1824 en 1825.

De ruggengraat van deze ingang wordt gevormd door het "Register der Ingezetenen der Stad Leeuwarden, tevens bevattende de personen, die overeenkomstig Art. 2 en 23 van het Reglement voor het Bestuur der Stad Leeuwarden, gearresteerd bij ’s Konings besluit van den 5 Januarij 1824, No.50, bevoegd zijn tot de uitoefening van het Stemregt en om tot Kiezers te kunnen worden benoemd". (Archief Gemeentebestuur 1811-1850, inv.nr. 498).

De registratie van de Leeuwarder ingezetenen heeft per wijk in de periode van 25 september t/m 9 november 1824 plaatsgevonden:

25 sep. 1824 - 28 sep. 1824 Wijk A - huisnos. 1-288.
28 sep. 1824 - 29 sep. 1824 Wijk B - huisnos. 1-219.
30 sep. 1824 - 1 okt. 1824 Wijk C - huisnos. 1-300.
6 okt. 1824 - 9 okt. 1824 Wijk D - huisnos. 4-179.
8 okt. 1824 - 14 okt. 1824 Wijk E - huisnos. 1-417.
25 okt. 1824 - 28 okt. 1824 Wijk F - huisnos. 1-404.
28 okt. 1824 - 6 nov. 1824 Wijk G - huisnos. 2-243.
1 nov. 1824 - 2 nov. 1824 Wijk H - huisnos. 1-129.
3 nov. 1824 - 5 nov. 1824 Wijk I - huisnos. 1-345.
6 nov. 1824 - 9 nov. 1824 Wijk K - huisnos. 1-331.
28 sep. 1824 - 6 okt. 1824 Wijk L - huisnos. 2-276.
29 sep. 1824 - 8 okt. 1824 Wijk M - huisnos. 1-275.
6 okt. 1824 Wijk N - huisnos. 1-127.
7 okt. 1824 Wijk O - huisnos. 1-42.
9 okt. 1824 Wijk P - huisnos. 1-45.

Tot 24 okt. 1850 werden nog nieuwe ingezetenen ingeschreven die aan de gestelde eisen voor het Stemrecht voldeden, veelal door eigen aangifte.

Bij de aanleg van het register werden in principe alle mannelijke ingezetenen ouder dan 22 jaar ingeschreven (hoewel wat de leeftijd aangaat, op grond van art. 7 van het Reglement van Bestuur toch ook wel jongere personen - vanaf 18 jaar en ouder - worden vermeld). Doch gegeven het feit dat vele mannelijke bewoners van (onder)verhuurde "kamers" op één woonadres niet in het Register van Stemgerechtigden worden genoemd, lijkt er veelal een uitzondering te zijn gemaakt voor de geringste werklieden en zij die werden gealimenteerd door de diverse instellingen van armenzorg. Wel werden ook weduwen uit de gegoede burgerij ingeschreven, die zich beriepen op hetzelfde artikel in bovengenoemd Reglement van Bestuur, dat hen in staat stelde het stemrecht of kiezerschap op grond van de door hen betaalde belastingsom over te dragen aan hun meerderjarige zonen of niet gekwalificeerde echtgenoten. Van de mannelijke ingeschrevenen werden vermeld het woonadres (wijkletter + huisnummer), naam en voornamen, ouderdom op de datum van inschrijving, het aantal jaren dat men reeds in Leeuwarden woonachtig was, het bedrag dat betaald werd in de Verponding en verdere beschreven Rijksmiddelen, uitgezonderd het Patentrecht, of men wel of niet aan de Nationale Militie had voldaan (niet opgenomen in deze ingang op het register) en de datum van inschrijving in het register (alleen het jaar van inschrijving is vermeld in de ingang).

In de kolom aanmerkingen werd aangegeven of iemand, die aanvankelijk wel voldeed aan de gestelde eisen voor het stemrecht, onder het bodembedrag van ¦ 20,-- bijdrage in de Verponding en Rijksmiddelen was gezakt, en derhalve zijn stemrecht was kwijtgeraakt. Vaak is de oorspronkelijke belastingsom veranderd in een nieuw bedrag. In verreweg de meeste gevallen is het oorspronkelijke bedrag nog duidelijk herkenbaar, wat echter niet wegneemt dat er toch nog enkele vraagtekens overbleven daar waar dermate rigoreus is gekrast en geknoeid, waardoor deze bedragen niet meer konden worden achterhaald. In deze twijfelgevallen is een vraagteken achter het bedrag geplaatst. Verder werd aangegeven of het adres van de persoon in kwestie was gewijzigd, dan wel of hij was overleden of de stad had verlaten. Of dit laatste consequent is gebeurd is niet geheel zeker. Zie voor het complete Reglemement van Bestuur inv. nr. 454 van het Secretariearchief 1811-1851.

Vanwege de onvolledigheid van dit register, met name m.b.t. de vrouwelijke (beroeps)bevolking en gealimenteerden, is gepoogd door aanvulling uit diverse andere omslagkohieren ontbrekende adressen, personen en andere relevante gegevens aan deze nadere toegang toe te voegen, om de mogelijkheden van een sociale stratificatie van Leeuwarden rond 1825 niet onbenut te laten. Zo zijn van de kohieren van het Stratenfonds, aangelegd in 1819, om het op grote schaal bestraten van de stad en het onderhoud daarna te kunnen bekostigen, de hoofdkohieren van 1824 en 1825 en de twee supplementkohiertjes over dezelfde jaren, die de eigenaren van de percelen vermelden welke waren gelegen in stegen en achterbuurten, benut om de huiseigenaren toe te voegen. Een lacune echter vormen de percelen welke in onbestrate gedeelten der stad waren gelegen (woninkjes in gloppen en steegjes en achterwoningen aan binnenplaatsen en binnentuinen etc.), alsmede die, welke in de buitenbuurten (Vliet, Camstraburen, Oldegalileën, Stadsbuitensingel, Achter de Hoven) waren gelegen. Dit nadeel kon niet door raadpleging van andere kohieren worden gecompenseerd.

Verder wordt in de Stratenfondskohieren de aard van het betreffende perceel vermeld (woning, pakhuis, stokerij, zeepziederij, etc.), alsmede de lengte (in Ned. ellen) die het perceel langs de openbare straat inneemt. Voor wat betreft de geschatte huurwaarde van de percelen, alsmede de in het Register van Stemgerechtigden ontbrekende personen (voornamelijk niet gekwalificeerden voor het Stemrecht) en niet in het Register van Stemgerechtigden vermelde beroepen is teruggegrepen naar de kohieren voor de Lantaarn-, Brandspuit- en Nachtwachtgelden van de jaren 1824 en 1825. De recapitulatie van beide kohieren vond plaats op resp. 20 december 1824 en 22 november 1825, en zullen derhalve in de daaraan voorafgaande weken zijn opgemaakt. Dit moge een verklaring vormen voor het feit dat de ene keer het kohier van 1824 en dan weer het kohier van 1825 overeenkomt met de bewoningstoestand zoals weergegeven in het Register van Stemgerechtigden. Ook worden in het Register van Stemgerechtigden wel personen op een bepaald adres vermeld, dat met geen van de beide LBN-kohieren overeenkomt. Mocht een persoon uit laatstgenoemde kohieren zijn toegevoegd, dan is het adres gemerkt met een asterisk (*), en duidt het inschrijvingsjaar op het jaar waarin de persoon in dat kohier op vermeld adres is aangetroffen. Ten overvloede misschien is in zo’n geval tevens in de kolom opmerkingen aangegeven of de persoon in het LBN-kohier is aangetroffen in 1824, 1825 of in beide jaren. Ook een toegevoegd beroep is gemerkt met een asterisk.

Voor wat betreft de geschatte huurwaarde van de percelen, kennen de LBN-kohieren uit de betreffende jaren hetzelfde nadeel als de kohieren van het Stratenfonds: wederom worden de buitenbuurten niet vermeld! Dit nadeel kon echter worden ondervangen door raadpleging van het LBN-kohier van 1819, dat wel tegemoet komt aan de gewenste volledigheid. Vergelijking van reeds bekende huurwaarden in de binnenstad heeft aangetoond dat er tussen 1819 en 1824/25 geen hertaxatie van de huurwaarde heeft plaatsgevonden en dat derhalve door toevoeging uit een ouder kohier het plaatje van 1824/25 niet zou kunnen worden verstoord. Verder verdient het aanbeveling om ter vergelijking en aanvulling, bronnen als patentregisters, volkstellingsregisters uit 1829 en 1839, kadastrale leggers (vanaf 1832), etc. te raadplegen. Vanaf 1832 worden in de LBN-kohieren, indien een perceel meerdere gezinnen herbergde, de geschatte totaalhuurwaarden van percelen uitgesplitst in tiendedelen per gezinshoofd, zodat het geflatteerde beeld uit de voorafgaande jaren, waarin een simpele arbeider soms een huurprijs van meer dan honderd gulden leek te moeten betalen, meer wordt genuanceerd. Ook werden naast de LBN-kohieren registertjes van oninbare posten aangelegd (1817-1834), waarin tevens de reden van het in gebreke blijven werd vermeld: armoede, gealimenteerd worden, geen huisraad bezitten, etc. Helaas zijn de deeltjes over de jaren 1824 en 1825 niet bewaard gebleven, doch in veel gevallen zullen de deeltjes uit 1823 en 1826 nog overeenkomen met de bewoningstoestand van 1824/25.

Het verenigen van gegevens uit omslagkohieren van verschillende signatuur in één index kent naast het voordeel dat daardoor de totale beroepsbevolking in een breder perspectief kan worden beschouwd, ook het nadeel dat de weergave van de bevolking in ieder kohier slechts een momentopname is. Hierdoor is het onvermijdelijk dat personen dubbel, met soms een verbasterde familienaam, worden vermeld op meerdere adressen.

Enige relevante artikelen uit het Reglement van Bestuur zijn o.a.:

"(art. 2) Voor stemgeregtigden worden gehouden zij, die ten minste gedurende het laatst verloopene jaar ingezetenen der stad, of van derzelver grondgebied geweest, en nog werkelijk op het oogenblik zelve ingezetenen daarvan zijnde, den ouderdom van 23 jaren hebben vervuld, jaarlijks in de verponding, en verdere beschrevene Rijksmiddelen, buiten het patentregt, betalen niet beneden de twintig guldens, aan de wettelijke verpligtingen aangaande de nationale militie, naar aanleiding der grondwet op hun gelegd, tot op het oogenblik toe hebben voldaan, en niet vallen in de termen van uitsluiting, bij het volgende artikel bepaald.

(art. 3) Van de uitoefening van het stemregt zijn uitgesloten zij, die in dienst zijn, of pensioen genieten van eenige vreemde Mogendheid, buiten autorisatie des Konings; die zich in staat van geregtelijke interdictie bevinden, als mede die, aan welken geregtelijk een raadsman is toegevoegd; die in staat van faillissement zijn; die cessie van hunne goederen gedaan hebben; die een crimineel vonnis hebben ondergaan, door geene nadere uitspraak of beslissing krachteloos gemaakt; die ten tijde van de stem-opening nog in staat van criminele beschuldiging zijn.

(art. 7) Zij, welke gehuwd zijn, het zij in gemeenschap van goederen, of daar buiten, met vrouwen, die de bepaalde somme in de bovengemelde belastingen opbrengen, zullen, ofschoon ter zake van hunnen eigen aanslag niet bevoegd, niettemin ter uitoefening van het stemregt worden toegelaten, wanneer zij de overige vereischten in zich vereenigen; zoo als ook de vader van een minderjarig kind, hetwelk de bepaalde somme in de belastingen opbrengt, wanneer hij uit eigen aanslag niet reeds tot het stemregt mogt bevoegd zijn, tot de uitoefening van hetzelve zal toegelaten worden, indien hij de overige vereischten bezit, hetgeen even zeer het geval zal zijn ten opzigte van een meerderjarigen zoon, of eenen der meerderjarige zoons van eene moeder weduwe, welke zich in gelijk geval bevinden mogt.

(art. 8) Zoodanige moeders-weduwen, welke verlangen zouden, dat die uitoefening geschiede, zullen verpligt zijn den genen van derzelver zoons, door wien zij, bij voorkomende gelegenheden, de uitoefening tot wederopzeggings toe begeeren verrigt te hebben, aan het stedelijk Bestuur kenbaar te maken, om daarvan de noodige aanteekening te kunnen houden tot narigt; terwijl het voorschreven Bestuur de moeders-weduwen, voor zoo verre die aan hetzelve mogen bekend zijn, of door hetzelve ondersteld worden in de termen te dezen te verkeeren, met de vorenstaande bepaling zal bekend maken.

(art. 9) Het zal onverschillig zijn, of de opgegevene zoon gehuwd, of ongehuwd is, en al, of niet, bij de moeder inwone, mits hij, den ouderdom van 23 jaren vervuld hebbe, en alle verdere vereischten (dat omtrent de belastingsbetaling alleen uitgezonderd) in de stemgeregtigden gevorderd wordende, bezitte, voor zoo verre hij namelijk niet reeds uit eigen hoofde het stemregt uitoefent, daar er door eenen persoon niet meer dan eene stem kan worden uitgebragt.

(art. 23) Niemand kan binnen de stad kiezer zijn, ten zij hij den ouderdom van 25 jaren heeft vervuld, binnen het Rijk of deszelfs koloniën geboren is, of brieven van naturalisatie bekomen heeft, of wel bij wetduiding voor een inboorling der stad, of met eene burger dochter gehuwd zijnde, gedurende de laatste drie jaren, en voor een inboorling van het Rijk of genaturaliseerden, gedurende de laatste zes jaren, stads ingezeten is geweest (zonder dat echter afwezendheid ten gevolge van bedieningen, door of van wege den Koning opgedragen, in deze hinderlijk zal kunnen zijn), en voorts jaarlijks in de verponding en verdere beschrevene Rijksmidddelen, buiten het patentrecht, op den voet der stemgeregtigden betaalt eene som van ten minste vijftig guldens.

Tot kiezers zullen daarenboven niet kunnen worden benoemd zij, die van eenig ambt, post, of bediening, door den Koning mogten zijn ontzet, of wel ontslagen, anders, dan met vermelding, dat zoodanig ontslag op hun verzoek, of honorabel is gegeven, zoo lang zij door den Koning van de onbevoegdheid, om benoemd te worden, niet zullen zijn ontheven.

Ook zal tot kiezer niet kunnen benoemd worden hij, die aan eenen reeds benoemden kiezer in den eersten of tweeden graad van bloedverwantschap, of zwagerschap bestaat. Twee personen, zich zoodanig bestaande, te gelijker tijd wordende benoemd, zal het lot tussche hun beslissen; terwijl voorts de bepalingen van art.48, 49 en 50 ook in deze zullen toepasselijk zijn."

Ga naar 'Zoeken in alles'


Volkstelling Leeuwarderadeel 1829

De volkstellingsregisters van 1829 (en 1839) zijn belangrijke bronnen, omdat in die periode nog maar in een beperkt aantal plaatsen bevolkingsregisters waren aangelegd. De registers zijn in veel gemeenten bewaard gebleven en berusten in de gemeentelijke archieven. De registers zijn opgezet zoals de bevolkingsregisters van 1850: per huisadres bieden zij gegevens over de inwoners. In tegenstelling tot de latere bevolkingsregistratie bieden de volkstellingsregisters slechts een momentopname van de samenstelling van een gezin op een bepaald tijdstip, in dit geval 1829.

De dorpen die in de voormalige gemeente Leeuwarderadeel liggen liggen, zijn van noord naar zuid:
Hijum, Finkum (w.o. Oude Leije), Stiens, Britsum, Cornjum, Jelsum, Miedum, Lekkum (w.o. Snakkerburen), Huizum, Goutum, Hempens, Teerns, Wirdum (w.o. Wijtgaard) en Swichum. (Dit is het noorder- en zuidertrimdeel).

Ga naar 'Zoeken in alles'


Hoofdbewoners Leeuwarden 1872

Adresboeken kunnen worden beschouwd als de voorlopers van onze huidige telefoongidsen. Lange tijd hebben beide naast elkaar bestaan. Het publiceren van een adresboek hing echter in sterke mate af van de bevolkingsomvang van de betreffende gemeente. Drukkers en uitgevers zagen slechts brood in het het uitgeven van adresboeken die betrekking hadden op de grotere plaatsen. Zo nu en dan werden ook adresboeken voor de gehele provincie uitgegeven, zoals voor de provincie Friesland in 1916, 1928 en 1948.

Net als tegenwoordig was de uitgever afhankelijk van adverteerders die de uitgave financieel mogelijk moesten maken. Het oudste bewaard gebleven adresboek voor de stad Leeuwarden dateert van 1857. Vanaf 1906 werden de inwoners van het toen nog in Leeuwarderadeel gelegen dorp Huizum eveneens in de Leeuwarder adresboeken vermeld.

Het adresboek van 1872 geeft behalve de namen, adressen en beroepen van de hoofdbewoners tevens aan of de betreffende ingezetene kiezer was van Leden voor de Gemeenteraad (G.R.) of van Leden voor de Provinciale Staten, de Tweede Kamer én de Gemeenteraad (P.S.).

In 1971 verscheen het laatste Leeuwarder adresboek. De telefoon was toen inmiddels gemeengoed geworden. De adresboeken zijn - zij het met enige hiaten - op de leeszaal van het Historisch Centrum Leeuwarden op microfiches raadpleegbaar.

Ga naar 'Zoeken in alles'


Leden Leeuwarder Groot-Schippersgilde ca. 1554-1823

Voor het overzicht van de leden van het groot-schippersgilde is gebruik gemaakt van de rekeningboeken van het groot-schippersgilde. Hierin werd de betaling van de gildegerechtigheid vermeld. In de rekeningboeken staan ook de begrafenissen van gildeleden en hun echtgenotes genoteerd. Voor het gebruik van de gilde-ornamenten tijdens begrafenissen moest namelijk een geldbedrag, het baargeld, worden betaald. In het overzicht zijn de namen van de echtgenotes zijn met een asterisk (*) gemerkt.

Voor het overzicht is tevens gebruik gemaakt van de lijsten van gildebroeders, waarin schippers voor 1650 aangetroffen zijn. Van de gildebroederszonen is aangenomen dat zij afkomstig waren uit Leeuwarden of omgeving, aangezien hun (voor)vaders het burgerrecht van Leeuwarden verworven hadden.

De leden staan genoteerd in volgorde van de plaats van herkomst. De geboorteplaatsen zijn met een asterix (*) gemerkt. De plaatsen van herkomst en geboorteplaatsen zijn toegevoegd uit o.a. de burgerboeken, de beroepenklapper op de ondertrouwboeken en de trouwboeken.

Meer informatie over Friese Grootschippers en Buitenvaarders willen wij u hierbij verwijzen naar:  http://www.schippersgilden.nl/

Ga naar 'Zoeken in alles'


Protocol besteding wezen uit het Old Burger Weeshuis te Leeuwarden 1619-1824

In de protocollen van besteding (Archief OBW, inv.nrs. 124-127 en 129) werd vastgelegd bij wie de weesjongens werden uitbesteed, voor welk ambacht zij werden opgeleid, de vergoeding welke de betreffende ambachtsman aan het weeshuis diende te voldoen en de periode dat de pupil bij zijn meester onder contract stond. Afhankelijk van de leeftijd van de weesjongens werden deze contracten steeds weer voor een aantal jaren verlengd, totdat na het bereiken van de meerderjarige leeftijd uitzetting volgde. De meeste weesjongens worden dan ook meerdere malen genoemd. Ook kon na enige tijd blijken dat een weesjongen totaal ongeschikt was voor het uitoefenen van een ambacht, waarna uitbesteding bij een andere patroon volgde. Zo kon een kleermakersgezel wegens zweterige handen na verloop van tijd bij een timmerman of koperslager worden geplaatst. Soms kwam het voor dat met wezen wegens hun weerbarstige houding geen land te bezeilen viel, zodat de patroon genoodzaakt was bij de voogden van het weeshuis zijn beklag te doen. Dat wezen wegliepen was dan ook geen uitzondering. De meesten echter zouden na het voltooien van hun opleiding nog vele jaren als gerespecteerde vaklieden deel uit maken van de Leeuwarder gemeenschap.

Ga naar 'Zoeken in alles'

Terug