Elfstedentocht of niet. De promotie voor de stad was ook in 2012 weer geweldig: Leeuwarden staat weer op ieders netvlies. Veel mensen hadden al een hotelkamer gereserveerd met het oog op de tocht die op het allerlaatste moment toch geen doorgang mocht vinden. Wel werd op zaterdag 11 februari in Leeuwarden voor het eerst sinds 1997 de vermaarde schaatswedstrijd om 'De Gouden Bal' weer verreden. De wedstrijd voor vrouwen werd gewonnen door Janine Smit uit Heerenveen. Wat veel toeschouwers misschien niet zullen hebben geweten is, dat hiermee een traditie in stand werd gehouden die tot diep in de 19de eeuw terugreikt.

Wij zouden ze niet graag de kost willen geven, de Leeuwarders, die nog nooit van de Nieuwe Leeuwarder IJsclub hebben gehoord. Toch bestaat deze merkwaardige vereniging op 15 februari a.s. al 123 jaar. Zij pleegt alleen in zeer strenge winters actief te worden, wanneer er op de stadsgracht achter de Prinsentuin kan worden geschaatst. Haar hardrijderijen, in een ver verleden 'Achter de Gouden Bal' en in onze tijd zelfs 'Om de Gouden Bal', werden in de loop der tijden vermaard, vermaarder nog dan de organiserende vereniging zelf. Het winnen van de 'stadsprijs', in de schaduw van de oude Oldehove, op de baan van 'de Nieuwe Leeuwarder', is een eer die zich nauwelijks in woorden laat omschrijven.

De traditie van de 'Nieuwe Leeuwarder' stoelt op eentje die nog veel ouder is: het wedstrijdrijden op de korte afstand, niet op banen buiten, maar op de grachten binnen de stad. De eerste wedstrijd, waarvan, zwart op wit, gegevens zijn bewaard, was er een voor mannen op de stadsgracht in Sneek. Veel bekender, en daarom ten onrechte later dikwijls als de 'eerste officiële' wedstrijd aangeduid, bleef de hardrijderij van vrouwen op de eerste en tweede februari 1805 op de gracht langs de Westersingel in Leeuwarden. Daar deden niet minder dan 130 meisjes aan mee.

Hardrijderij voor vrouwen op de stadsgracht bij de Westersingel in 1812.

In de jaren daarna zijn er in verschillende steden en in strenge winters hardrijderijen voor mannen, vrouwen en paren op touw gezet door 'uitgeslapen' kasteleins, die tegelijk hoopten hun herberg vol te krijgen.

In 1840 was er sprake van een primeur - toen werd er in Dokkum een ijsclub opgericht, die de traditie van de voortvarende tappers overnam. Tien jaar later volgde Leeuwarden met 'De IJsclub', die haar wedstrijden dus hield op de stadsgracht achter de Prinsentuin. Of anders gezegd: 'Achter de Gouden Bal'. De 'Gouden Bal' was een herberg op de hoek van de Noordersingel en de Singelstraat.

Alleen de strengste winters maakten het rijden daar mogelijk en misschien juist daardoor werden ze zo gewild: met de belendende bolwerken als natuurlijke tribunes kon hier een sfeer ontstaan, die men elders nergens vond.

Wintervertier op de Noorderstadsgracht in 1848.

Maar het feit, dat hardrijderijen op dit punt maar eens in de zoveel jaar konden plaatsvinden, deed 'De IJsclub' tenslotte uitzien naar een ander terrein: in 1886, het oprichtingsjaar van de Friese IJsbond, verhuisde de vereniging naar een nieuwe ijsbaan aan de Bleekerstraat.

De eerstvolgende winters beseften de Leeuwarders wat ze met de rijderijen 'achter de tuun' aan waardevols hadden verloren. De Leeuwarders verlangden hartstochtelijk terug naar de winters van weleer. Op 15 februari 1889 werden hun gebeden verhoord en werd een nieuwe ijsclub opericht: de 'Nieuwe Leeuwarder IJsclub'.

Het bestuur van de nieuwe club deed er alles aan om de grandeur van de oude traditie hoog te houden. De rijderijen werden ware volksfeesten, met na afloop een optocht door de stad, een diner in hotel Amicitia en een feestelijke prijsuitreiking, altijd 'Frascati' genoemd, in 'Zalen Van der Wielen' (later Schaaf) in de Breedstraat. Onvoorstelbaar werden rond de eeuwwisseling de evenementen, waarbij 'Achter de Gouden Bal' letterlijk om spek en bonen werd geschaatst.

Maar de Nieuwe Leeuwarder IJsclub was natuurlijk net zo afhankelijk van het weer als haar voorganger was geweest en zo kon er bijvoorbeeld tussen 1913 en 1928 geen enkele wedstrijd worden uitgeschreven.

Geruchtmakend werden in de winters rond 1928 de wedstrijden waarbij cracks als Annie Zondervan en Martha Hemminga tegenover elkaar stonden - wekenlang werd er nog over deze titanengevechten nagepraat.

De hardrijderij om de Gouden Bal in 1954. Foto: Sj. Andringa.

In 1956 werd er voor de eerste maal niet meer achter -, maar om de Gouden Bal geschaatst: de prachtige prijs, een kostbare verguld zilveren bal, werd gewonnen door Martha Wieringa, die twee jaar later ook de tweede gouden bal in de wacht sleepte.

Na de strenge winter van '63 raakte de 'Nieuwe Leeuwarder' door gebrek aan winters in de versukkeling en tussen dat jaar en 1985 zag het bestuur nog maar één maal aanleiding om bijeen te komen. De vereniging was dan ook letterlijk op sterven na dood toen tijdens een Nieuwjaarsbijeenkomst van de Commerciële Club in 1985 aan de jonge Douwe Statema door Piet Pruis werd gevraagd of hij voorzitter van de Nieuwe Leeuwarder IJsclub wilde worden. Deze had echter nog nimmer van het bestaan van de betreffende club gehoord. Toch aanvaardde hij het voorzitterschap, en met verve naar deed blijken. Dankzij Statema's snelle aanpak was de vereniging binnen de kortste keren weer kerngezond en kon zelfs al heel snel de Gouden Bal weer verreden worden.

Op de bolwerken bij de Prinsentuin zagen in 1985 duizenden geestdriftige toeschouwers Els Meijer de ereprijs winnen. Een jaar later, in 1986, won ze weer, waarmee zij dus op een frappante manier het huzarenstukje van Martha Wieringa evenaarde. Nu moesten de Leeuwarders tien jaar wachten voordat het zinderende evenement op 2 februari 1996 weer werd gehouden. Ditmaal was het aan Nathalie ten Hoor uit Langedijke om met de eer te gaan strijken.

Anders dan de foto suggereert, kreeg Nathalie ten Hoor de 'Gouden Bal' niet zomaar in de schoot geworpen.
Anders dan de foto misschien suggereert, kreeg Nathalie ten Hoor de 'Gouden Bal' niet
zomaar in de schoot geworpen. Lees hier het verslag in de Leeuwarder Courant van 3 februari 1996.

De voorlaatste maal dat de 'Gouden Bal' werd verreden was op 9 januari 1997. Toenmalig kernploeglid Annamarie Thomas uit Bantega mocht zich door voorzitter Douwe Statema de Gouden Bal laten omhangen.

Hardrijderij om de Gouden Bal op 2 februari 1996.

Ook wijlen Auke 'de Sloper' was er destijds als de kippen bij om Thomas te feliciteren. Hij zal destijds ongetwijfeld één van de weinigen zijn geweest die de wedstrijden 'Achter de Gouden Bal' van 1928 en 1929 nog bewust had meegemaakt. En de Nieuwe Leeuwarder IJsclub? Deze kan na bijna 125 jaar nog steeds als 'very alive and kicking' worden aangemerkt.

Terug