Deze transcriptie betreft slechts een deel van de dagboekaantekeningen (2 van de ca. 20 katernen). De eerste 30 pagina’s, handelende over de periode 24 januari t.e.m. 14 mei 1795, zijn overgetypt. De originele aantekeningen worden bewaard in het Drents archief te Assen, waar ze zich bevinden in het (fragment) familiearchief Suringar. Er wordt naar gestreefd om ook de andere delen van de dagboeken te transcriberen en digitaal beschikbaar te stellen.

De periode van de ‘omwenteling’en de komst van de Fransen in Leeuwarden wordt tamelijk uitvoerig door Suringar beschreven. De schrijver beperkt zich nagenoeg uitsluitend tot politieke en militaire gebeurtenissen. Ondanks het feit dat Suringar deel uitmaakte van het zittende patriciaat (een familielid was burgemeester, hijzelf had een functie bij de belastingen), lijkt hij redelijk objectief in zijn beschrijving. In de tekst wordt regelmatig verwezen naar bijlagen (meestal andere stukken uit het familiearchief Suringar, soms ook naar de Leeuwarder Courant).

Punten, komma’s, hoofdletters en alinea’s zijn aangepast. De enkele opmerkingen in de marge van het origineel zijn veelal tussen geplaats op de plek waar ze naar alle waarschijnlijkheid horen. Onderstrepingen zijn weggelaten. Een paginering was niet aangegeven en kon dus ook niet worden overgenomen.

Aanteekeningen zeedert den 24 janry. 1795 bij weege van dagjournaal van publicque zaaken.

Saturdag den 24 janrij. 1795 zag men den welbekenden fruitier ’t aller eerst met eene nationaale cocarde verschijnen, maar alles bleef zeer stil.

Zondag 25 d. M. Koon zettede de nationaale cocarde ook op, dog durfde er niet verder mee te gaan als twee deuren van zijn huis af.

Maandag 26 zag men veel menschen die dat voetspoor volgden. In den avond van deesen dag verscheen Do. Staal en Feugen, gecommitteerden van eenige burgers bij den heer Voorda en verzogten zijn wel Ed. bij den president van ’t collegie te gaan en daar verzoeken dat aan den wensch der burgerij, welke was, herstelling van ’t genoodschap en intrekking van de placcaten van 1787, en eindelijk de terug gaav der Fraterniteit voldaan wierd, waar op den heer Voorda, na dien last op zig genoomen te hebben, zig bij bovengem. praesident vervoegde en daar zijne commissie volgbragt. Den praesident, het voorstel gehoord hebbende, verzogt den Heer Voorda om zig in’t gezelschap dier persoonen te begeeven en haar aldaar aan te maanen, zig stil te houden en als geruste burgers en ingezeetenen te gedraagen Dien geheele week bleef ’t tamelijk stil, enkelde zag men met cocardes gaan.

Zaturdag 31 s’avonds na 10 uur wierd op straat gestrooit een aanmaaning aan alle militairen om zig met de burgers te vereenigen. Zie losse stukken no. 1.

Zondag den 1 febrij. vertrokken van hier eene commissie uit de staatsvergadering bestaande in de heeren Rengers Kempenaar en Haaren, gesterkt met den Heer P. Wierdsma als secretaris, naar Zwol om te zien of men niet eene capitulatie met den generaal Daandels ten voordeele onser provintie soude kunnen sluiten. Gemelde general welke reeds van de komst dier commissie verwittigd was door een andere commissie (zijnde Do. Staal en M. Koon, ’s daags voor de andere commissie vertrokken) gaf tot antwoord dat er geen capitulatie kon plaats hebben dat aan ’t verzoek der burgerij ten vollen moeste voldaan worden, waar op die commissie weeder vertrokken is en hierop donderdag den 5 geretourneerd is met boovengemelde rapport.

Vrijdag den 6 heeden was alles oproerig. Dan wierd door den een, dan door den ander aan den heer P.A. Bergsma, toenmaalige praesident van ’t mindergetal kennis gegeeven, dat aan ’t verzoek van de burgerij moeste voldaan worden, het welk ten gevolge had dat dien morgen de Fraterniteit weeder wierd geaccordeerd. S’nademiddags vergaderden een aantal van 200 persoonen bij G.O. van Kammen Over de Kelders en gingen van daar twee aan twee geschaarst, als in triumph naar ’t Fraterniteits huis. Zijnde toen bijkans vier uur, daar gekoomen, wierd dat gezelschap door Do. Joha geopend met eene aanspraak. als volgd (zie losse stukken No. 2). S’avonds van dien zelven dag was de eerste vergadering van ’t committé revolutionair aan ’t huis van Watze Ruitinga, waar de twee revolutie maakers Van Ommeren en De Borde, beide uit Holland hier voor twee dagen gearriveerd, door Rom (ook een dergelijke en reeds agt daagen daar aan huis gelogeerd) wierden geintroduceerd.

Saturdag den 7 is door de heeren staaten deezer provintie eene publicatie gedaan tot vernietiging van alle sententien in 1787. Zie placcaat Boek 1 st deel pag 1.

Zondag den 8 febrij. vergaderde op het raadhuis deeser stad s’morgens van half elf tot twee uur en s’avonds van vier tot neegen uur een committé Revolutionair van 20 persoonen.

Maandag den 9 d. heeft het guarnisoen alhier de orange cocarde afgelegd en een zwarte opgezet. Ook zijn de geweeren uit het ammunitie huis gehaald en na de Fraterniteit gebragt waar dezelve uitgedeelt zijn.

Dinsdag den 10 d. is door ’t steedelijk committé revolutionair bestaande in de burgers H. Borgrink, Pier Zeeper, Watze Ruitinga en J. Dijkstra, beneevens der zelve secretaris M. Koon, de magistraat en de vroedschap aangezegd zig voor half tien op t raadshuis te vervoegen. Daar koomende vonden alles reeds door een aantal gewapende burgers bezet. Binnen verzogt zijnde wierd haar ed. agtb. door den spreeker H. Borgrink in substantie gezegd dat de burgers van Leeuwarden niet langer door zoo eene onwettige regeering geregeerd willende worden, haar gelast had om die redenenen haar van haare posten te ontzetten, zo als deeden bij deezen, dat een ieder naar zijne woonplaats kon te rug keeren, kunnende verzekerd zijn dat in haare persoonen en goederen beveiligd zouden worden. Waar op de oude regeering in order van ’t stadshuis gingen. Toen den president tot aan den voordeur genaderd was, wien hem door meergemd. Rom (zig toen voor adjudant van den generaal Daandels uitgevende) sauvegarde aangebooden om veilig over straat te koomen, welk aanbod door den praesident zeer gepast beantwoord wierd, met te zeggen, dat haar geweeten haar sauvegarde was, dat zij zo geregeerd hadden, dat zij zulks niet nodig hadden. Waar op de leeden na afscheid van elkanderen genoomen te hebben een ieder zijns weegs ging. Om 10 uur wierd de clok geluid en een placcaat afgekondigd waar bij kennis wierd gegeeven van ’t ontslaan der stadsregeering en weeder aanstelling der provisioneele municipaliteit. Zie placcaat boek 1 st deel pag 2. Om 11 uur wierd den vrijheidsboom geplant. Den bakker Houtuijn was de ijverigste om ’t gat te graaven, schoon zijne beenen hem bijkans den dienst weigerden, door de groote hoeveelheid van spiritus die hij gebruikt had. De vergaderde menigte wierd niet moede met het roepen van hoezee. Kort na dien tijd wierd de nieuwe regering met veel plechtigheid voor ’t stadshuis door het committé Revolutionair onder eede genoomen. Kort na den middag wierd de geheele wirdumerdijk met burgers bezet. Een detachement wierd buiten de poort gezonden om de zedert 1787 gevluchte en gebannen persoonen, tegemoet te gaan. Om half vier waaren dezelve tot voor de poort genadert, waar een corps van circa 200 riene maagden alle in ’t wit gekleed en met nationaale strikken vereerd gereed stonden om haar te ontvangen. Annaatje Bakker verwelkomde haar met eene aanspraak (zie losse stukken no. 3) en de kus van broederschap. dit alles geschiede onder ’t bulderen van ’t canon en het speelen der clokken. Deze trein ging den dijk langs door eene geschaarde reij van burgers. Eene compagnie der zelve aan ’t hoofd gecommandeerd door Ladenius waar op een troup musicanten volgden en daar na de reine maagden, welke door de vlugtelingen gevolgd wierden, en de trein door de burgers die zig van tijd tot tijd agter aan voegden geslooten wierd. Deeze trein marcheerde door de St. Jacobsstraat verbij den Hoofdwagt tot voor ’t stadshuis, waar een ogenblik halte hielden en den carmagnole dans om den, dien morgen geplante vrijheidsboom, door de ingehaalde vlugtelingen gedanst wierd. De provisioneele municipaliteit ontving haar bij de zelve met de kus van broederschap, waar na Do. Joha en Staal met eenige der reinste maagden den dans beslooten. De reine maagden wierden onder een escorte burgers in ’t heeren logement geleid, waar zig verfristen, en zijn dien avond naar de Fraterniteit gegaan waar alles zaamgevloeit was en hebben de geheele nagt gezongen en gesprongen en daar meede de plechtigheid geeindigt.

Woensdag den 11 d. zijn op order der provisioneele municipaliteit der stad Leeuwarden de burger officieren aangezegt om s’nademiddags om den raadhuise te compareeren. Daar gekoomen zijnde in de bevelhebberskamer kwam er een boodschap of de heeren geliefden boven te koomen en wierden daar door den president C.W. Coulon met eene aanspraak begroet behelsende in substantie: Burgers daar ’t reglement van regeering in den jaare 1786 geëmaneerd, door ’t ontslaan van de regeering deeser stad vervallen is, zo koome ik ued. te communiceeren. Collonel, hoplieden en vaandrigs beneevens den secretaris, uitgemaakt hebende ’t malefaits gerechte deeser steede, dat wij leeden van de prov. municipaliteit der stad Leeuwarden goedgevonden hebben ued. van uwe posten te dimitteeren, zo als doen door deesen. Ued. gelastende om deesen avond voor neegen uuren alle ’t geene aan uwe post is specteerende hier op den raadhuise te bezorgen en gij Pluim, gij word gelast al ’t geene aan uw secretariaat behoord ook deesen avond te besorgen. De prov. municiplt. heeft reeds schikkingen gemaakt dat de rust en veiligheid in deese stad zal gehandhaaft worden, wenschende ued. alle voorspoed en zeegen. Waar op de gedimmitteerde officieren heen gingen, door een rij gewapende burgers in ’t voorhuis van ’t raadhuis geplaatst. Daar op wierd direct de klok geluid en een publicatie afgekondigt waar bij aan de volke die dimissie wierd bekend gemaakt als ook de aanstelling van den commandant Rom (zie Leeuwarder Courant 14 febrij. 1795). De gedimitteerde heeren bevelhebbers in dien tusschen tijd gesprooken hebbende hoe men de meening van de praesident weegens het bezorgen der goederen op den raadhuise moesten verstaan, committeerden uit haar midden den heer coll. Smeding, welke spoedig aan de heeren rapporteerde, als zijnde alle nog in de onderkamer bij Lourens, dat den praesident gesprooken had. Welke op voorengemelde vraag had geantwoord, dat zulks alleen zag op de geweeren. Dat de vaandels, trommen en ’t geen daar aan annex is, door de stads boodens volgens oud gebruik zoude afgehaald worden. Toen zag men spoedig de adelborsten naar het stadshuis gaan, met haar geweer en wapens, welke die aan eene commissie uit de municiplt. (die haar van uur tot uur verwisselden) moesten overhandigen. Welke comm., na de naamen en espels der adelborsten gevraagt en aangeteekend te hebben, aan dezelve voorstelden of niet geneegen waaren te blijven dienen. Door zommige wierd zulks aangenoomen en door anderen geweigerd. Die zulks aannamen konden haar geweeren wapens weeder meede neemen. De corporaals der ratelwagt wierd aangezegd dat haare posten als naar gewoonte moesten waarnemen en de wagt gelden volgens gebruik in vorderen en daar van kennis aan haar onderhoorige ratelaars te geeven. Om drie uur is door een detachement burgers, aan ’t hoofd hebbende den commandant Rom, ’t bord van de galg waarop de naam van Jan van der Wijk geschilderd was en dat zedert 1788 daaraan gehangen had (zie losse stukken No. 4) afgenoomen, wordende door den slagter Loyenga gedraagen. En bragten het naar ’t raadhuis en van daar naar de Fraterniteit alwaar ’t verbrand wierd. Op den zelven dag wierd door het committé revolutionair den Heer Eysinga aangezegd dat de predikanten F. Joha, P Brouwer, Kloek en Jelgersma aangesteld waaren tot leeden van het committé revolutionair in deese provintie en dat den heer president moest order stellen dat die predikbeurten door andere predikanten wierden waargenoomen. S’avonds om ses uur wierd de burger wagt betrokken door een aantal burgers waar van ’t commando voerde de coopm. I. Randolf.

Donderdag den 12 d. heeden morgen om elf uur zijn door ’t committé revolutionair groot 30 couriers gezonden om ten platten lande kennis van ’t gebeurde te geeven. Haar tevens aanmanende zich met haar te vereenigen, zoo als blijkt uit het stuk voor J.L. Huber aan de ingezeetenen der landprovintien geadresseerd (zie losse stukken no. 5). S’nademiddags om 2 uur is door Stapert (welke in zijn post als tamboer majoor gecontinueerd is) gesterkt met 4 tamboers in Keimpema espel omgetromt en om de huis of ses geroepen: Alle die geene die niet geteekend heeft, en nu nog geneegen is te teekenen die kan zig vervoegen op de stads schuttersdoele voor 3 uur zonder geweer en wapens. De burgers uit dat espel daar vergadert, hebben gestemd tot capt. Voormeulen, leutt. Adema, Vaandr. Nicolay. De wagt wierd betrokken onder de orders van den nieuwen leutt. Adema. Dien avond of nagt, zijnde reeds elf uuren, wierd op order van Beyma en Joha de staaten, collegie en mindergetal aangezegd om te vergaderen en eene resolutie te neemen, waarbij de ingezeetenen ten platten lande gelast wierden een nieuwe stemminge ten landdage te doen. ’T welk beslooten zijnde, zijn dien nagt de meeste boodens uitgezonden om daar van kennis te geeven.

Vrijdag den 13 d. s’morgens om 9 uur is door Stapert cs in Minnema en Oostminnema ’t zelve geschied als daags te vooren in keimpema en zulks in verders in alle espels geschied. Deezen morgen hebben 2 stadsboden en een bierdrager van de huisen der oude bevelhebbers de vaandels, trommen etc. afgehaald. De officiers geweeren waaren reeds woensdags avonds door Tilbach (den ouden exercitie meester der gedimitteerde schutterij) op het stadshuis bezorgd. De wagt wierd door de Haan van ’t Vliet gecommandeerd.

Saturdag den 14 d. deezen nagt wierd de wagt betrokken door P. Cats. Op dien dag is de stemminge ten landdage geschied in de kerken ten plattelande.

Zondag den 15 d. wierden de gedistingeerde banken in de vier kerken allereerst door eenige leeden van de provisioneele municipaliteit bezeeten. Door J.B. Nazette wierd dien nagt de wagt gecommandeerd.

Maandag den 16 d. zijn door de geheele provintie de grietslieden en bijzitters gedimitteerd en daar voor in ieder grietenij een municipaliteit van vijf persoonen verkooren. Zijnde in sommige de secretarien bedankt en in zommige weeder aangesteld . In de stad was alles zeer stil.

Dinsdag den 17. heeden morgen wierd door Stapert aan de burgers bij trommelslag bekend gemaakt dat s’nademiddags voor twee uur ieder voor de deur van zijn capitain moeste vergaderen, waar van gemarcheerd zijn tot voor ’t stadshuis waar eene kring formeerden. Hier op verscheen eene commissie uit het committé revolutionair, gevolgd van alle de leeden der municpaliteit, welke zig in de kring begaaven, waar op de Commandant Rom in handen van den praesident C.W. Coulon den eed afleide. Na zulks begaf den commandant Rom zig bij de nieuwe gestemde officieren en ontving van ieder, hoofd voor hoofd, den eed van getrouwheid. Gedagte commissie en leeden der municipaliteit zig weeder ten raadhuise begeeven hebbende, scheide de schutterij ieder tot zijn espels en alles liep stil af.

Om half vier deezen namdemiddag is door eene publicatie aan de ingezeetenen deeser stad bekend gemaakt dat de burger Jan Durks om lighaamsswakheeden niet langer in den post van municipaal konde fungeeren en om die reedenen in deszelfs plaats verkoosen hadden de burger Jan Reitses Blombergen, welke die post heeft aangenomen.

Woensdag 18 d. heeden morgen is gepubliceerd, eene publicatie van de representanten van ’t volk bij de leegers van het noorden en van Sambre en Meuse, N.J. Hausman, Joubert en Roberjot, over de goederen etc, aan Fransche geemigreerden toebehoorende (zie woensdagse Leeuwarder Courant van den 18 feb. 1795).

Donderdag den 19 d. heeden morgen om 9 uur vergaderden de burgers voor de deuren haarer capteins en marcheerden van daar naar ’t Ruitersquartier, waar alle post hielden behalven een detachement dat naar ’t raadhuis gezonden wierd onder commando van H. Beekerk en Gongrijp. welke detachement het committé revolutionair van het stadshuis afhaalden en vergezelden tot ’t landshuis, Tussen voor af gegaan door eenige burgers met twee stukken canon, welke daar meede op de cancelarijpiep bleeven staan, terwijl de gewapende burgers post vatteden voor ’t landshuis. Het committé revolutionair, zig toen in Oostergo begeeven hebbende, wierd door de president van ’t zelve, de apothecar H. Borgrink, eene aanspraak aan de aldaar bij elkander zijnde heeren staaten van Vriesland gedaan, waar bij gemelde heeren staaten van hunne posten wierden ontzet (zie losse stukken no. 6). De staatssecretaris Sminia door ’t committé gezegd zijnde dat konde continueeren bedankte zijn ed. daar gratieuselijk voor als hebbende reeds zijn post in de schoot zijner wettige souvereinen voor derzelver afzetting neergelegd, waar na de afgezette heeren staaten van Vriesland en secretaris vertrokken en dat huis aan ’t committé revolutionair overlieten. Na dit verrigte keerde bovennd. Comitté na de Fraterniteit, alwaar de nieuwe Provisioneele Representanten zig bevonden, en geleiden dezelve naar ’t landshuis onder ’t bulderen van ’t canon en speelende clokken ’t welk de geheele dag continueerde, tot in de kamer van Oostergo, waar door H. Borgrink verwelkomd en onder eede genoomen wierden (zie losse stukken no. 7) op eene instructie (zie placcaatboek 1st deel pag 4). Wordende dit om 2 uur aan den volke bij publicatie bekend gemaakt waar meede de werkzaamheeden voor ’t uitwendige an ’t committé revolutionair een einde naamen, de naamen derzelve zijn (zie losse stukken no. 8). Teegens 3 uur vergaderden de nieuwe provisioneele representanten van Vriesland en ontvingen teegens 4 uur een Huber aan de ingezeetenenHHcompliment van felisitatie door groot 90 burgers, aan haar hoofd hebbende den oud Raadsheer Vegelin. Ook wierd om dien tijd op ’t Waagsplein een vrijheidsboom geplant en daarom door de bij een geschaarde menigte, en door lieden die bij elkanderen in de Fraterniteit waaren, meenigvuldige maalen de carmagnole dans gedanst. De vrouw van Hajonides en Eringa waaren meede onder die welke ’t eerst den dans openden, een ieder die er voorbij ging wierd gepersuadeerd ja zelfs half gedwongen om daar aan deel te neemen.

Vrijdag den 20 zijn op de stadsdoele vergadert geweest, comissien uit de exercitie genoodschappen en vrijcorpsen deezer provintie, ingevolge de advertentie in de Leeuw. Saturd. Courant 14 febrij. 1795 door den burger Huber daar in geplaatst. S’nademiddags wierden de provisioneele representanten door eene commissie uit de genoodschappen gecomplimenteerd, aan ’t hoofd hebbende Ph. Meinsma.

Zaturdag den 21 heeden nademiddag is gepubliceerd de publ. over de rechten van de mensch (zie 1 st. deel pag 18). ’S avonds moest ieder burger een geslooten briefje aan zijn capitain voor 5 uur zenden wie dezelve tot collonel en tot vaandrik verkoos.

in de marge: [Heeden avond is door J.L. Huber op de Fraterniteit eene afscheidsredevoering gedaan (zie losse stukken no. 9), wijl dezelve als afgevaardigde na den Haag benoemd was.]

Zondag den 22 d. waaren de representanten reeds s’morgens om 11 uur vergaderd. S’avonds om ses uur was de eerste particuliere bijeenkomst van een aantal burgers in de beneeden kamer van de Fraterniteit om met elkanderen te spreeken over de oprichting eener volkssocieteit (zie hier over nader de dagblaaden van de volks of burger societeit).

Maandag den 23 zijn in Benthem vergadert bijna alle de leeden der voor de omwenteling bestaan hebbende burger clubs.

Dinsdag 24 d. zijn de militairen in de wapens verscheenen en haar door een commissie uit ’t collegie afgevraagd of zij dezelve getrouwheid aan de volksrepresentanten wilden betoonen als zij aan de voorige staaten beloofd hadden. Moetende daarop een ieder der officieren de hand van broederschap geeven. 3 officiers van de switsers van Guemoers hebben daar voor bedankt en haar dimissie genoomen.

Woensdag 25 d. is alhier afgekondigt de publicatie van de verdeeling der commissien (plac. boek 1 st d. pag 17) en over de vervulling der vacatures van predikanten (pag 24). Nog dien dag over t ophouden der bedestonden (pag 22)’. Heeden avond ten 9 uure was de eerste zitting der burgersocieteit in de 5 de Latijnsche school, bij welke geleegenheid J. Van der Veen ter opening der zelve eene korte aanspraak deed, wordende dezelve vervangen door A. Staal (zie dagbladen van de socieiteit pag 4).

Donderdag den 26 d. aavond ten 6 uuren was de tweede zitting waar in gestemd wierd eenige commites en derzelver secretarien (zie dagbl. Pag 6).

Vrijdag den 27 wierd afgekondigd de publicatie over ’t dragen van orange (zie plac. boek 1 st d: pag 26) en de continuatie der loopende lasten voor de tijd van een jaar (zie pag 28).

Zaterdag den 28 om elf uur is afgeleezen de publicatie weegens ’t vernietigen van ’t erfstadhouderschap (zie pag 14). Om half twaalf hebben wij hier voor ’t eerst de Franschen gezien, bestaande in 7 husaren en een capitein welke van de kant van Overijssel kwaamen. Na ‘t stadshuis gereeden zijnde, wierden aldaar door de municipalt. ontvangen en plaats ter logeering aangeweesen. Dien morgen vergaderden de voogden van ’t Stads Weeshuis om schikkingen te maaken dat dat huis opgeruimd wierd, wijl de verwagt wordende fransen, daar in op order der municipaliteit zouden logeeren. Gemelde voogden lieten door de stad bij trommelslag bekend maaken dat alle die geene die weeskinderen tegens kostgeld begeerden te huisvesten zig voor ½ moesten adresseeren, ’t welk van die uitwerking was dat s’avonds alle de kinderen reeds besteld waaren. Deezen nademiddag zijn door de verwer Leenhuis, de orange appelen boven de deur der Groote Kerk afgenoomen met hulp van eenige burgers en is daar voor eene jacobijnsche muts in plaats gesteld.

Zondag den 1 maart 1795 wierd in de kerken de publicatie voorgeleezen waar bij de bedestonden afgeschaft wierden.

Maandagen den 2 d. is afgeleezen eene publicatie van de provisioneele municiplt. over de inquartiering (zie losse stukken no. 10).

Dinsdag den 3 d. is den commandant Rom van hier na Steenwijk gereeden om van den Franschen generaal zig aldaar bevindende, het uur van zijn arrivement alhier te vraagen om in deese stad de noodige schikkingen, tot in haaling van dezelve te maaken.

Woensdag den 4 d. om 2 uur in den nademiddag was de geheele burgerij ten getalle van neegen hondert man in de wapens, en had zig in een trein van buiten de Wirdumer poort tot voor ’t stadshuis geschaard. Een detachement burgers een quartier buiten de stad getrokken zijnde, verwagte den aldaar den Franschen generaal Gaspar Thierry. Bij zijne komst aldaar wierd gemd. generaal door voormd. detachement, waar bij de musicanten zig gevoegd hadden, met een fraai musiek verwelkomd, terwijl op dien tijd de kanonnen der stads wallen gelost wierden en de klokken veele patriottische sairtjes (?) lieten hooren. Verders wierd den genl. door ’t detachement geescorteerd tot binnen de poort, waar een reij van 312 reine maagden op hem wagtende, waarna door den burgeres Annaatje Bakker gesterkt met den burgeres Vegelin van Claerbergen met eene aanspraak verwelkomt, waarna gemd. generl. verzeld van 37 husaren door de reij van gewapende burgers tot aan het stadshuis reed (zie de beschrijving van deeze geheele plegtigheid in de Leeuw. Courant van den 11 maart 1795). Gemelde generaal en 37 husaaren zijn bij de burgerij in gequartierd.

Vrijdag den 6 d. is afgeleezen een publicatie waar bij de assignaten bepaald worden op 9 str. (zie losse stukken no. 11).

Zaturdag den 7 d. zijn hier ingekoomen 700 man fransche infanterij (anders genaamd carmagnolen) welke zeer miserabel in de plunjes waaren. Een groote menigte derzelve hadden maar deekens om haar bloote lijf geslagen, waar in een paar mouwen gemaakt waaren, waar van 500 in ’t stads weeshuis zijn geplaatst en 200 bij de burgerij voor een nagt ingequartierd.

Zondag den 8 d. de 200 carmagnolen op gisteren bij de burgerij ingequartierd zijn heeden morgen naar Dokkum vertrokken. En is hier bij trompettengeschal ’t militaire pardon afgeleesen.

Donderdag den 12 d. wierd gepubliceerd de verdeeling van de committees (zie plac. boek 1 st deel pag 34), alsmede weegens ’t tappen na 8 uur s’ avonds (zie losse stukken no. 12). Op deesen dag zijn de poorten der stad Franequer weeder ingehangen (zie daar over nader de beschrijving van die plegtigheid).

Zondag 15 d. s’nademiddags om half 2 verscheen de geheele gewapende burgermagt in de wapens en posteerden zig op ’t Waagsplein, zo als ook de fransche husaaren. Teegen half vijf wierd aan de burgers geordonneert weeder af te trekken en de husaaren deeden een wandeling buiten de poort. Dit alles was geschied om den generaal Macdonald die verwagt wierd in te haalen. Toen er tijding kwam dat dezelve niet zoude koomen waaren de burgers niet wel te vreden, om dat vergeefs op zondag in de wapens verscheenen waaren.

Maandag 16 is afgekondigt over de uitvoer van rundvee (zie placcaat boek pag. 40).

Zaturdag 21 is een detachement van 7 man franse husaaren na Strobos vertrokken. Wierden 4 publicatien afgeleesen, in ’t placcaat boek 1 st. deel te vinden. Zal nu de afleezing der placcaaten niet meer melden, als bij extraordinnaire gelegenheeden, wijl alle de placcaten van ’t provintiaal bestuur in meermalen aangehaalde placcaat boek te vinden zijn en de juiste dag van afleezing onverschillig is.

Maandag 23 d. s’nademiddags vertrok van hier een detachement husaaren en keerden s’avonds om seeven terug met den Franschen generaal Macdonald en zijn gevolg zittende in twee koetsen met vier paarden bespannen.

Dinsdag den 24 d. heeden morgen verscheen het geheele gewapende burger corps, beneevens ’t gantsche guarnisoen, in de wapens om voor gemelde generl. te paradeeren.

Woensdag den 25 d. zijn hier de overige husaren van die brigade binnen gekoomen, met de geheele trein van veld equipagien, waar meede 36 waagens meede beladen waaren, welke husaaren bij de burgerij zijn ingequartierd.

Zaturdag den 28 d. is afgeleezen eene publicatie der municiplt. om briefjes op de deuren te plakken als men inquartiering heeft (zie losse stukk. no. 13). Heeden vertrok van hier den Franschen generl. Macdonald naar Harlingen, waar zondagavond een danspartij gegeeven heeft, en maandag hier weeder geretourneerd is.

Maandag den 30 d. heeden nagt om 12 uur was door de geheele stad de gewapende burgers aangezegd om s’morgens voor half agt in de wapens te verschijnen. Heeden morgen op dien bepaalden tijd verscheen in de wapens de cavallerij, zwitsers en guarde in ’t Ruitersquartier, de volontairen, husaren en burgers in ’t Zaayland. Toen trokken de cavallerij daar van daan tot voor ’t stadshuis. Alle de posten en wagten wierden verdubbeld. De militairen wierden van de hoofdwagt door de burgers afgelost. De paarden wierden voor de canonnen gespand, welke reeds geladen waaren en de canonniers met de brandende lont bij dezelve geplaatst. Ook waare de bagagie wagens geladen en ingespant. Kortom alles stond zoo, als of men de vijand zou te gemoed trekken, maar ziet tegens een uur op den middag kwam er order dat een ieder weeder naar zijn huis of quartier kon gaan tot nader order. Maar van de gewapende burgers moesten uit ieder espel 5 man in de wapens blijven welke in ’t Zaayland post hielden en vandaar teegens 2 uur naar de Latijnsche school marcheerden, al waar de volkssocieteitsleeden vergadert waaren, om van daar met eene plegtige optocht naar de Fraterniteit te trekken alwaar in ’t vervolg de clubsvergaderingen zullen gehouden worden. De geheele plegtigheid is beschreeven in de Leeuwarder Courant van 8 april 1795. Egter is in gemeld verhaal niet gemeld de naamen der president, vice-president en secretaris, welke hier volgen: president J.U. Dijkstra, vice president do. A. Staal, secretaris M. Koon. De 3 overige secretarien waaren C. Godschalk, Ph. Meinsma en Judocus Heringa, waar agter de bode Lijkle van der Meulen volgde met een papieren doos onder den arm. Ook waaren alle de leeden in ’t blaauw bekleed en met nationaale concardes voorsien, draagende een ieder der zelven een cartonnen medaille op de borst waarop geschreeven was Burger societeit. Zie verders bovengend. courant en dagbladen van de club. dinsdag is gepubliceerd een reglement van regering voor deeze stad (zie losse stukken no. 14).

Den 31 d. dinsdag is een verandering op ’s daags te vooren gepubliceerde regelement afgekondigt (zie losse stukken no. 15).

in de marge: [Eene commissie van de representanten op ’t stadshuis geweest en daar gecommuniceerd de staats res. op heeden genoomen (zie losse stukken no. 15a).]

Woensdag den 1 april 1795 heeden zijn hier binnen gekoomen een menigte wagens met 6 en 8 parden bespannen, voorzien met canon en andere ammunitie onder de naam van ligte artillerij, behoorende aan de Franschen.

Donderdag den 2 d. zijn de genrl. Macdonald en Thierry van hier naar Groningen vertrokken, is heeden gepubliceerd over de Fransche adsignaten (zie losse stukken no. 16).

Vrijdag den 3 d. zijn hier weeder 40 husaren binnen gekoomen, als ook 50 zieken welke op ’t Princenhof geplaatst zijn. Heeden had er een heevig dispuut plaats tusschen C.L. v. Beijma en den president der club, J.U. Dijkstra, wordende den president voor al wat leelijk was uitgescholden. Zaturdag den 4 d. is de Groote Kerk opgeruimd om te dienen tot een hospitaal van schurfde Franschen en zulks is door de municplt. bij publicatie bekend gemaakt (zie woensd. Leeuwarder Courant van 8 april 1795).

Zondag den 5 d. is de genrl. Thierry hier weeder geretourneerd, is voor de eerste maal de vroegpreek begonnen om 1/7 en s’avonds de dienst gedaan in de Wester en Gallileerkerken, volgens laastgemelde publicatie.

Dinsdag den 7 d. zijn meest alle de husaaren en een detachement van onse ruiters van hier naar Workum vertrokken om de volontairen die daar over de caserneering aan ’t muiten geraakt waaren, tot stilstand te brengen.

Donderdag den 9 d. is hier een groot schip vol Fransche zieken gekoomen welke in deekens gerolt naar ’t Hof zijn gedraagen. Heeden is de stemminge in alle de espels geweest, weegens een nieuwe municipaliteit volgens publicatie van den 7. April (zie losse stukken no. 17). Circa 300 menschen in deeze stad hebben zig daar toe laaten gebruiken.

Vrijdag den 10 d. heeden morgen om 1/9 is de nieuwe provisioneele municipaliteit afgekondigt. 5 nieuwe en 7 oude leeden waaren gestemd, maar door dat er veelen voor dien post bedankten is er tot 3 maal opnieuw gestemd. Teegens 4 uur had men eindelijk zo veel persoonen bij elkanderen dat de municipt. kon uitgemaakt worden, ’t welk toen weder gepubliceert wierd, zijnde als volgt: Hermanus Borgrink, Jan Ubles Dijkstra, Petrus van Gorkum, Jan Valk, Oene Gerrits Gorter, Rintje Ros, Egbert Miedema, Jan Karel Kutsch, Lolke Westerveld, Johannes van Asperen, Michiel Adriaan v.d. Wal en Johannes van der Veen. Heeden zijn alle de husaaren die bij de burgerij ingequartierd waaren in ’t ammunitie huis geplaatst, waar kribben gereed gemaakt waaren, om in te kunnen slaapen.

in de marge: [Heeden is hier de eerste algemeene hoofdvergadering der vereenigde vaderlandsche societeiten deezer provintie gehouden.]

Zaturdag den 11 d. is ’t detachement husaren en ruiters op den 7. deeser naar Workum getrokken, hier weeder met 18 gevangens geretourneerd, zijn de marechals de logis ook in ’t ammunitie huis geplaatst. Heeden morgen zijn de volontairen voor de eerste maal uitgetrokken om te exerceeren.

Zondag den 12. d. zijn dezelve om dezelve reeden weeder naar buiten gegaan. Ook zijn er 2 wagens met zieken aangekoomen en weeder in ’t hospital geplaatst.

Maandag den 13 d. om 3 uur ’s morgens is een detachement husaren van hier vertrokken. Ook zijn er weeder 2 schepen met zieken aangekoomen.

Woensdag den 15 d. is een detachement volontairen ingekoomen.

in de marge: [In eene extra vaderlandsche courant van heeden vindmen de artiqkelen van vreede tusschen Vrankrijk en Pruisen (zie losse stukken no. 18.]

Donderdag den 16 d. s’morgens zijn 2 bataillons volontairen met haare bagagie hier ingekoomen. De hier leggende volontairen zijn met 1 bataillon heeden morgen van hier vertrokken en naamen meeden 2500 broode, vlees, rijst en voeragie voor paarden. S’nademiddags zijn er weeder 28 husaren binnen gekoomen en bij de burgerij ingequartierd.

Zaturdag 18 d. zijn 800 man volontairen om de stad getrokken en in de dorpen buiten de stad ingequartierd, is de tweede hoofdvergadering der volkssocietieten deezer provintie gehouden. In dezelve is verhandeld, verscheidene belangrijke voorstellen (te vinden in de Leeuw. Zaturdagsche Courant van den 25 april 1795).

Zondag den 19 d. zijn de vier pensionarissen deeser stad, door de municipaltieit afgeet bij weege van extract resolutie.

Maandag 20 d. zijn weeder buiten om de stad groot 1000 man Fransche troepes, zo husaren als volontairen, en naar Groningen gegaan.

Vrijdag den 24 d. is H. Zetstra met militaire honeurs door de gewapende burgers ter aarde besteld. Zaturdag den 25. is op de kaasmarkt door de Franschen groot geweld geschied, neemende de boeren, haar kaas, boter en eieren af en nog vragt slaagen toe krijgende, waarop om 1/12 een publicatie door de municiplt. wierd afgekondigd tot geruststelling der boeren (zie losse stukken no. 19). Heeden is Ladenius als capitain van zijn espel afgezet.

Zondag den 26 april is de genl. collect. der reële goedschattinge afgezet bij weege van extract resolutie.

in de marge: [Ben ik als generaal collecteur afgezet].

Maandag den 27 d. is de eerste vergadering van de club s’avonds om 9 uuren begonnen, was de tweede vergadering van committeerdens uit de gewaapende genoodschappen in Friesland (zie Leeuw. Woensdagsche Courant van den 29 april 1795).

Donderdag den 30 d. heeden nagt is er een geweldig leven door de stad geweest tusschen de Fransche volontairen en Zwitsers. 4 van de laatste hebben tegens 10 van de eerste geslaagen. 1 Franschman is er gedood en 4 geblesseerd.
Vrijdag den 1 maij 1795 in eene nationaale courant van heeden vind men de praeliminaire articuleren die ’t committé van algemeene welzijn van Frankrijk aan de Bataafsche Republijk voorslaat (zie losse stukken no. 20).

Zaturdag den 2 maij is gehouden de 3de zitting van gecommdn. Uit de volkssocieteiten en clubs in Friesland (zie Leeuw. Satud. Courant van den 9 maij 1795). Niet tegenstaande de publicatie der municiplt. is er heeden morgen weeder ’t zelvde geweld geschied op de kaasmarkt als ’s weeks te vooren. Is deezen dag getromt dat de assignaten tot den 26. Deezer ontvangen zouden voldaan kunnende een ieder tot verwisseling dezelve op ’t stadshuis vervoegen. Men zegt dat het over de 50.000 gldn. bedraagt, dat verwisseld staat te worden.

Zondag den 3 maij 1795 heeden morgen agt uur is over de assignaten gepubliceerd, waar bij de livre (?) op stvs. gesteld word (zie placcaatboek pag 101). Deezen morgen waare de burgers van ‘t ... espel gecommandeerd om zonder geweer en wapens aan het huis van den Franschen generl. te koomen, om haare beswaren in te brengen teegens haare capitain Ladenius. Winkler was die geneene die het meest op hem te zeggen had, en was vrij brutaal teegens den genrl., welke hem daar voor met een schap in zijn G..(?) begroete, en de burgers ordonneerde Ladenius weder voor capitain te erkennen. Om half twaalf zijn 3 comp. volontairen naar Stiens, Hijum etc. uitgetrokken en 3 naar Oenkerk, Giekerk etc. Maandag 4 d. is door de Fransche generaal Gaspar Thierry eene ordonnantie in ’t ligt gekoomen en overal aangeplakt gevonden, waar bij geordonneert word een nieuwe proclamatie te doen, waarbij de assignaten haar cours behouden (zie losse stukken no. 21). Daarop is om een uur de repraesentant Tuinhout met de boode Beukens naar Groningen vertrokken om de genrl. Macdonald die daar was te spreeken over de behandeling van Gaspar Thierry, zijn eenige husaren uitgetrokken naar de Eems om met de daar liggende te verwisselen, wordende die hier weeder verwagt. Ook zijn er 60 zieke husaaren naar Franeker gezonden, om daar in een hospital geplaatst te worden. Om 7 uur sávonds is de genl. Gaspard Thierry naar Groningen vertrokken om met Macdonald en compliment aan den Pruisischen genrl. Mollendorf te Embden te maaken.

Dinsdag den 5 d. is de vrouw van Rinke Nollides door clubbisten met haare cartonne bordjes voor de borst ter aarde besteld.

Woensdag den 6 d. is de hr. Tuinhout weeder terug gekoomen, meede brengende dat Macdonald gesprooken had, en dat dezelve hem op zijne klagten geantwoord had, dat de genrl. Thierry wel gedaan had, en zoo hij hier zelvs geweest was dat hij ’t veel sterker zou getracteerd hebben. Donderdag den 7 d. is een detachement husaaren groot 152 man van Weener uit Groningerland hier binnen gekoomen en in ’t Stadsweeshuis ingequartierd. S’nademiddags heeft op ’t landshuis binnen gestaan eene commissie uit de club met afgevaardigden uit de andere departementen deezer provintie. Insteerende den spreeker A. Staal dat op haar ingeleverd adres tot vernietiging van ’t hof van justitie spoedig eene resolutie op wierd genoomen, waar na weeder vertrokken. Den genrl. Thierry is hier heeden weder geretourneerd.

Vrijdag den 8 d. zijn eenige waagens met zieken naar Franeker gezonden. De manschappen die tot de ligte artillerij behooren, zijn bij de burgers weg genoomen en in ’t stadsweeshuis gecaserneerd. S’nademiddigs is de publicatie waar bij de assignaten haar cours behouden gepubliceerd (zie placcaatboek 1 ste deel pag. 109).

Zaturdag den 9 d. is de genrl. Thierry naar Bolsward vertrokken. Heeden was er geen een boer met kaas of boter op de markt. Ook zijn er weeder 35 husaaren uit Groningerland gearriveerd.

Zondag den 10 d. den genrl. Thierry is hier weeder geretourneerd, dog is s’nademiddags weeder vertrokken. Heeden voordemiddag wierd de zoon van Blombergen geslagen door Switzers, omdat hij een Switzersche officier geinsulteerd hadde. Klagende ging dezelve naar den genrl., welke op die klagten antwoorde, dat de Switzers wel gedaan hadden, dat niet wilde hebben dat de Switzers geinsulteerd wierden, omdat zij zijne krijgsgevangenen waaren, en dat hij het leed haar aangedaan zou reekenen als of ’t hem zelfs waare geschied.

Maandag den 11 d. zijn er 27 husaren binnen gekoomen van Oterdum in Groningerland.

Dinsdag den 12 d. kwam hier de tijding dat de Oud Raadsheer Haarsma op de Rijp, door een verwers jonge Swart genaamd doodgeschoten was.

Woensdag den 13 d. is de genl. Thierry hier weeder van Bolsward geretourneerd.

Donderdag den 14 d. heeden nademiddag om 4 uur zijn de gewapende burgers voor de deuren haarer capitains vergadert en vandaar met compagnien naar de langepiep gemarcheerd. Na daar de bataillons geformeerd te hebben zijn de zelve naar ’t exercitie land getrokken, waar de genrl. Thierry met een commando husaren verzelt haar geinspecteerd heeft. Eenige leeden der municapaliteit naar buiten gegaan zijnde (om bij ’t inspecteeren praesent te zijn) tot aan het hek van ’t land genadert, wierden door de daar bij geposteerd zijnde husaaren gekeerd en op ’t zeggen dat zij municipalen waaren, wierd hun door de husaren toegeduwd: diable de municipalite ce sont tout des bourgres. De inspectie der gewaapende burgerwagt verrigt zijnde, zijn dezelve naar binnen gemarcheerd tot voor ’t raadhuis, naar een kring om den vrijheidsboom getrokken te hebben.

Terug