1. Demping van de gracht langs de Eewal en het Heerenwaltje

In 1871 dienden de bewoners van den Eewal en het Heerenwaltje een request bij den Gemeenteraad in tot demping van de gracht voor hunne huizen. In 1880 herhaalde men dit verzoek; men voerde hierbij aan, dat de gracht, als vaarwater, weinig meer werd gebruikt, dat zij bij lagen waterstand een ondragelijken stank verspreidde en wees op het wenschelijke van een breeden rijweg in het centrum der stad. Ofschoon de Raad de voordelen eener demping dadelijk erkende, moest het blijven rusten. Het plan werd echter niet uit het oog verloren en ten gevolge daarvan kocht de Gemeente in 1882 den molen “De Leeuw” met het daartoe behoorende molenaarshuis op den dwinger “Het Klein Fentje”, aan de Noordergracht ten westen van den Prinsentuin gelegen, aan, om door gedeeltelijke afgraving van deze hoogte de voor de demping benoodigde aarde te verkrijgen. De molen moest voor dit doel worden afgebroken. Bij de afgraving werd tevens de scherpe hoek van dezen dwinger ten behoeve van het grootscheepsvaarwater afgerond. De verlaging van den fraaien dwinger ontmoette eenigen tegenstand bij hen, die vreesden, dat Leeuwarden weer een gedeelte van zijn plantsoen zou moeten opofferen. In dit gemis heeft het Gemeentebestuur echter voorzien door het blijvende deel der hoogte in 1885 te laten aanleggen en beplanten.

Terwijl nu de voor de demping te bezigen grond gevonden was, deed zich een ander bezwaar tegen dit werk op: aan de gracht kwamen n.l. verscheidene kelders uit, welke bij het verdwijnen van dit water van licht en uitgang beroofd zouden worden. Deze kelders behoorden aan de eigenaars der aan de straat gelegen huizen. Voordat er een besluit genomen werd, wenschte de Raad er zeker van te zijn, dat er van hunne zijde geene moeilijkheden tegen de stot stand koming van dit werk zouden rijzen. Zoveel mogelijk kocht de Gemeente daartoe deze kelders aan, doch, waar de eigenaren niet tot den verkoop genegen waren, sloot zij met dezen overeenkomsten om de kelders aan, van gemeentewege van bovenlicht te voorzien. Toen de zaak zoover was gevorderd, nam de Raad den 9den December 1883 het besluit tot demping van den Eewal en het Heerenwaltje en in 1884 verdween hier de oude Ee, met hare hooge, groene wallen, hare steenen bogen en lommerijk geboomte, en het aardige Heerenwaltje met zijne huizen, die aan de eene zijde uit het water oprezen en door houten bruggetjes verbonden waren met de smalle kade aan den overkant. Jammer, dat bij zoveel practische verbeteringen dikwijls zooveel schilderachtigs moet verloren gaan.

Aan de demping van de gracht langs den Eewal en het Heerenwaltje, met de daarvoor noodzakelijk geworden verlaging van de Wortelhaven, legde de Gemeente fl. 80.000 ten koste, waarvan de rioleering alleen voor fl. 14.700 werd aanbesteed. In den loop van het volgende jaar werden op den Eewal jonge boomen langs de breede trottoirs geplaatst, die de vroegere smalle klinkertpaadjes hadden vervangen en bracht men de beide perken met heestergewas op het Gouverneurs- en het Hofplein aan. Daarmede was het werk voltooid, dat aan een der oudste gedeelten van de stad een geheel ander aanzien heeft gegeven

Nog zij hier vermeld, dat de Friesche Tuinbouw-Vereeniging, ter gelegenheid van de troonbestijging van Hare Majesteit Koningin Wilhelmina eene linde geplant heeft op het plein voor het Raadhuis. Om deezen boom, die thans reeds flink is opgeschoten, liet de Vereeniging “Voor Vaderland en Oranje” een monumentaal hek plaatsen en bood dit der Gemeente ten geschenke aan.


2. Demping van de Molensloot en van de sloot Oostersingel

Tot in 1884 liep ten zuiden van het Vliet en evenwijdig daarmee een smal slootje: de Molensloot, welke onder het Meekma-bruggetje in de stadsgracht uitmondde. Deze sloot was langzamerhand zoo vervuild geraakt, dat er uit hygienisch oogpunt herhaaldelijk bij het Gemeentebestuur op demping werd aangedrongen. De eigenaren verwaarloosden dit water geheel en de toestand werd dan zoo onhoudbaar, dat de Gemeente in 1884 de sloot overnam en het Molenpad, dat er langs liep, voor fl. 294 aankocht. De sloot werd nu gedempt, het Meekma-bruggetje gesloopt en het oude Molenpad verbreed tot een flinke straat.

Ook ten noorden van het Vliet liep achter de huizen van de Kapelsteeg in den Weerklank een slootje, dat bij het Fabers-bruggetje in de stadsgracht uitkwam. In 1888 werd dit bruggetje weggeruimd, men legde hier een duiker tot afvoer van het water en trok langs de gracht een walmuur op. In 1891 is bedoeld slootje echter ook weer gedempt.


3. Demping van de gracht loopende van de Tuinen, langs de Turfmarkt, de Tweebaksmarkt en het Zwitsersch Walletje, naar de Waeze

Nadat de Eewal in 1884 was gedempt, richtten ook de bewoners der Turf- en Tweebaksmarkten in 1885 een verzoek tot den Raad tot demping van de gracht, loopende van de Tuinen tot de Druifsbrug. Er verliepen eenige jaren voor dit denkbeeld ingang vond. Doch, toen in 1892 de walmuren dezer gracht zoo slecht waren geworden, dat zij dringend verbetering eischten, kwam de demping weer op het tapijt. De gracht toch was voor de scheep-vaart overbodig geworden en de kosten van het noodzakelijk herstel der wallen zouden tot een aanzienlijk bedrag klimmen, men sprak van omstreeks fl. 20.000. Tevens deed zich de vraag voor, of men de demping ook tot dat gedeelte van de gracht, dat van de Druifbrug tot de Weaze liep, zou uitstrekken. Na langdurige beraadslagingen besloot de Raad den 27sten September 1892 tot demping der gracht, loopende van de Tuinen tot de Weaze. Het duurde echter nog ruim een jaar, voor men tot de uitvoering van dit werk overging, daar in verband hiermede eerst het vaarwater langs de Tuinen werd verbreed, waarover straks nader.

In Januari 1894 werd de demping der gracht en het leggen der rioleering voor fl. 38.979 aanbesteed. In deze som was het maken der bestrating, dat in eigen beheer zou worden uitgevoerd, niet begrepen, terwijl het aanbrengen van brandriolen overbodig was geworden door den aanleg der waterleiding. Daarentegen moest de aannemer ditmaal zelf zorg dragen voor de aanschaffing der voor de demping benoodigde aarde. Bij dit werk verdwenen de Hooge Brug over de Tuinen, de Kleine Draaibrug aan het einde der Turfmarkt, de Canselarij-, Galileer- en Hillemapijpen, de Druifsbrug over de Keizersgracht, de Rhalapijp bij den Ossekop en de Ayttabrug op de Waeze. Aan de westzijde van de gracht langs de Druifstreek, ten zuiden van Gemeenteschool no. 1, rezen de muren van twee tuinen aan te koopen: zij verkreeg dit voor fl. 680 van het perceel Ossekop no. 11, doch de eigenaar van het pand Ossekop no. 13 was niet genegen een stuuk van zijn grond af te staan. Hier werd een nieuwe tuinmuur op de fundamenten van den ouden muur opgetrokken, waardoor deze nog steeds in de straat vooruitspringt.

Op het Zwitsersch Walletje droeg de Gemeente, ter verkrijging van een rechte rooilijn, een strook gronds over aan ieder, die aan de noordzijde der straat ging bouwen. Hier zijn langzamerhand reeds verschillende woningen gezet, of hernieuwd. Toen het werk gereed was, voltooide men het geheel door ten deele langs de trottoirs boomen te planten en twee perken met heesters op de Tweebaksmarkt aan te leggen. Thans doorsnijdt nog slechts een kanaal de vroeger zoo waterrijke stad van het noorden naar het zuiden, met een tak naar het westen. Hoe lang zal dit nog behouden blijven?


4. Verbreeding van het vaarwater langs de Tuinen

Daar de invaart van het vaarwater langs de Tuinen zeer nauw was, deed zich de behoefte aan eene verbreeding van dit kanaal dringend gevoelen. Daartoe kocht de Gemeente in 1890 de huizen Voorstreek 276 en Turfmarkt 2, welke met hunne zijgevels uit het water oprezen, voor eene som van fl. 10.555 aan, met het doel, om, door afbraak van deze panden, het benoodigde terrein te verkrijgen tot verbreeding van het water, loopende van de Meelbrug tot de Hooge Brug. In 1893 ging men tot de uitvoering van dit werk, dat voor fl. 15.560 aangenomen werd, over, nadat vooraf besloten was tot de demping der gracht langs de Turfmarkt en de Tweebaksmarkt. Men slechtte de beide woningen waarbij het aardige geveltje van het huis Turfmarkt no. 2 verdween: het daardoor vrij vallende terrein werd gedeeltelijk afgegraven en bij het vaarwater getrokken, gedeeltelijk tot een smalle kade aangelegd; de oude Meelbrug maakte plaats voor eene nieuwe met grootere doorvaartswijdte, en bij geven van eene veranderde richting aan de vleugelmuren van de Amelandspijp werd dit brugplein zelf aanmerkelijk verlaagd. De Hooge Brug over de Tuinen, welke vroeger voor voetgangers de gemeenschap tusschen de Turfmarkt en de noordzijde der Tuinen vergemakkelijkte, is bij de demping der gracht loopende van de Tuinen tot de Waeze afgebroken en sedert niet hersteld, daar de passage thans langs de nieuwe aangelegde kade plaats kan hebben.


Terug