Leeuwarder straatnamen

door W. Dolk

Inhoud

Verantwoording
Inleiding
Oudere straatnamen in de binnenstad
Oudere straatnamen buiten de grachten
De straatnaamgeving tot 1945
De straatnaamgeving in Huizum
De straatnaamgeving sedert 1945
Literatuur

U kunt de hele pagina lezen m.b.v. de schuifbalk of hierboven op een onderwerp klikken.

Verantwoording

"Naamlijst van straten, wateren, gebouwen, landerijen enz. binnen het rechtsgebied der Stad, tot in het laatst der vorige eeuw." Dat is de titel van een reeks gedocumenteerde artikelen over Leeuwarder plaatselijke aanduidingen. De reeks verscheen in 1936/37 in 27 afleveringen in de twee-wekelijkse krantenrubriek Tusschen Flie en Lauwers. Ruim tien jaar lang kon de archivist Nicolaas Jan Waringa in die rubriek mededeling doen van de resultaten van zijn intensieve naspeuringen in Friese archivalia. Hij verwerkte daarin ook gegevens die reeds eerder door anderen gepubliceerd waren, o.a. door Wopke Eekhoff en Rinskje Visscher, wat Leeuwarden betreft. Maar het grootste deel van de inhoud beschrijft eigen vondsten.

Uit deze eerste, min of meer systematische verklarende naamlijst nam de onderwijzer Cornelis Andriesse de tekst betreffende een 130-tal historische straatnamen over en vulde deze aan met gegevens uit biografische woordenboeken over personen die sedert circa 1870 vernoemd waren in de nieuwe wijken van Leeuwarden en Huizum. Deze alfabetische lijst van bijna driehonderd namen is opgenomen in de bundel Rondom de Oldehove, die in 1938 ten behoeve van het geschiedenisonderwijs aan scholen voor lager onderwijs in druk verscheen. Daarvan verscheen in 1952 een bijgewerkte herdruk; de stratenlijst was door Andriesse uitgebreid met intussen nieuw aangelegde en herdoopte straten, voorzover die naar personen waren genoemd.

Het verhoudingsgewijs lage aantal oudere straatnamen in de lijst van 1952 vormde een uitdaging tot aanvulling daarvan. Voortaan noteerde ik bij de raadpleging van archivalia in het Leeuwarder gemeentearchief [sinds mei 2002 Historisch Centrum Leeuwarden] ook de voor dit doel bruikbare gegevens (oudste voorkomen, spelling, verklaring). In de loop der jaren gingen die - toevallige - aantekeningen een kaartenbakje vullen. Toen ik in 1963 door het Nammekundig wurkferbân fan de Fryske Akademy werd opgeroepen om een plotseling uitgevallen spreker te vervangen, was dat bakje mijn redding. Bedoelde voordracht leidde er evenwel toe, dat ik min of meer geprest werd tot het maken van een speciaal straatnamenboekje. Daartoe dienden de oudere namen alsnog meer systematisch te worden nagegaan en - een niet zo aantrekkelijk karwei - de nieuwere voorzien te worden van benoemingsdatum en toelichting. Hoewel ik de uitgave nog graag wat had uitgesteld, kwam Leeuwarder straatnamen in 1969 van de pers; de Fryske Akademy zorgde voor de technische begeleiding. De onvolkomenheden beseffend, bleef ik aanvullingen en verbeteringen noteren, ook uit recente publicaties, vooral die van Meindert Schroor, en uit het ter beschikking gekomen gemeentearchief van Leeuwarderadeel.

Deel van de Leeuwarder binnenstad tussen Bagijnestraat, Bollemansteeg, Grote Kerkstraat en Kleine Hoogstraat, 1603, uitsnede stadsplattegrond J. Sems Nu, bijna dertig jaar later, meen ik de verzoeken om herbewerking van de tekst niet langer te mogen negeren. De herziening van de oude kopij bleek minder bezwaarlijk dan verondersteld; ook nu weer veroorzaakten de nieuwe namen het meeste werk. Met erkentelijkheid maak ik in dit verband melding van de steun van de heer G.O. de Boer, secretaris van de adviescommissie voor de straatnaamgeving, die tevens het register op de bestaande straatnamen voor zijn rekening nam. Dankbaar ben ik ook voor de hulp van àlle medewerkers van het Gemeentearchief [HCL], van vele ambtenaren van andere gemeentelijke instellingen en van diverse particulieren. Een door de directie van het Gemeentearchief [HCL] daartoe vrijgemaakte typiste slaagde er in, mijn wel wat rommelige tekst snel en efficiënt om te zetten in bruikbare kopij, de Fryske Akademy verzorgde weer de technische begeleiding; ook daarvoor mijn dank!

In dit werkje, in feite de (omgevallen) kaartenbak, worden alleen de plaatselijke aanduidingen binnen de stedelijke bebouwing van Leeuwarden toegelicht. Globaal is dat het gebied tussen Van Harinxmakanaal, Ouddeel, Bonkevaart/Kalksloot en de gemeentegrens met Menaldumadeel. Wat de datering betreft, een jaartal voor een straatnaam geeft aan, dat die naam in de weergegeven spelling in dat jaar is aangetroffen. Een officieel straatnaamgevingsbesluit is met dag, maand en jaar aangeduid. R. betekent, dat dit besluit werd genomen door de Raad (en niet door het College van B. & W.), en R.Ld. duidt aan, dat de Raad van Leeuwarderadeel dat deed. In de bezettingsjaren zijn enkele namen verleend door de burgemeester (B.), waarnemende de taak van het College. Van deze besluiten zijn alleen diegene vermeld, welke betrekking hebben op de verlening van nieuwe namen; de naamgeving van verlengingen bleef buiten beschouwing.

De huidige begrenzingen van de straten zijn niet in de tekst, doch in het als bijlage afgedrukte register op de officiële huidige straatnamen aangegeven. Ook zijn er nog een register op de verdwenen, vervangen en onofficiële namen (in genormaliseerde spelling) en een in 1888 gepubliceerde lijst van straten enz. toegevoegd.

Inleiding

Straatnamen hebben pas zin in grotere woongemeenschappen: in een gehucht heeft men er geen behoefte aan, tenzij misschien uit statusoverwegingen. Die speelden in vroeger eeuwen echter nog niet zo mee en een straatnaam werd alleen uit noodzaak geboren. Voor adressering had men deze evenwel nog niet nodig; daartoe gebruikte men eventueel huisnamen, vastgelegd op uithangborden en gevelstenen.

Grote Kerkstraat met Princessehof, ca. 1785 (tekening J. Verstege Leeuwarden (Nijehove) was in 1435 met Oldehove en Hoek onder één stadsrecht gesteld. Met het oog op bestuur en politie werd de stad verdeeld in kwartieren, in 1492 genaamd Streetstra, Kempama (samen het eerdere Nijehove), Auldahowstra en Hoeckstra espel. In de 16e eeuw bleef deze indeling gehandhaafd; Streetstra espel (naar dé straat, de Hoogstraat) was al in 1511 omgedoopt in Minnema espel (naar het huis van olderman Frans Minnema, aan de latere Voorstreek). (Keimpema espel ontleende zijn naam aan het huis van de Keimpema’s, in de Grote Kerkstraat.) Aanvang 17e eeuw, bij de uitbreiding van de bebouwing, werd het aantal espels vergroot tot tien en bij de nieuwe wijkindeling, vastgesteld door de Gemeenteraad op 7 april 1842 en toegepast in het Wijkboek van 1843, is - wat de binnenstad betreft - die oude indeling in espels gevolgd:
A Oost-Hoekster espel,
B Oost-Keimpema espel,
C Keimpema espel,
D West-Keimpema espel,
E Zuid-Oldehoofster espel,
F Noord-Oldehoofster espel,
G West-Minnema espel,
H Minnema espel,
I Oost-Minnema espel,
K West-Hoekster espel.
Daarnaast kwamen er toen nog vijf afdelingen of wijken, omvattende de woningen in de buitenbuurten en onder de klokslag: L (Grachtswal, Zuidvliet, Achter de Hoven), M (Noordvliet, Cambuur, Weerklank), N (Oldegalileën), O (Camstraburen, Arendstuin) en P (verspreide woningen ten noorden en westen van de stad).

Reeds 3 september 1806 had de Raad opdracht gegeven, al de huizen in stad en jurisdictie per wijk doorlopend te laten nummeren. Straatsgewijze nummering volgde bij Raadsbesluit van 23 maart 1876 m.i.v. 1 juli 1877 (hoewel er nog een aantal straten en pleinen bleef doornummeren), toen de binnenstad in veertien en de omstreken in dertien wijken werden verdeeld (A-BB, zonder naamsaanduiding). Deze indeling is gevolgd in het wijkboek van 1878; zij bleef bij de bevolkingsadministratie in gebruik tot circa 1939. Eerst bij Raadsbesluit van 26 juli 1961 is deze wijkindeling officieel vervallen. De wijksgewijze nummering in Huizum werd vervangen door een straatsgewijze bij de herziening van de Algemene Politie Verordening van Leeuwarderadeel op 5 november 1925.

Circa veertig jaar geleden werd er, met het oog op de komende volkstelling, weer behoefte gevoeld aan een wijkindeling van het stedelijk deel der gemeente Leeuwarden. De, bij besluit van Burgemeester en Wethouders van 23 november 1959 ingevoerde twintig namen luiden: Binnenstad, Oldegalileën, Lekkumerend (15 april 1995 Vrijheidswijk), Cambuur, Schieringen, Welgelegen, de Greuns, Oranjewijk, de Hoven, Bornia, Schrans, Nijlân, Toutenburg, Vossepark, Rengerspark, Bilgaerd (1 december 1970 Bilgaard), Aldlân, Stationswijk, Valeriuskwartier, de Magere Weide. Deze wijknamen worden wel gebruikt op de afdeling bevolking ter gemeentesecretarie, maar hebben in de praktijk verder weinig of geen ingang gevonden. Ook de Posterijen bleken, zeker na de invoering van de postcode, geen belangstelling te hebben voor deze onderverdeling van Groot-Leeuwarden (de benaming Huizum voor woningen in ’t Nijlân enz. heeft nog lang verwarring veroorzaakt).

Wij kunnen ons dus bepalen tot de namen der straten enz. Het woord straat is van het latijnse via strata afgeleid en betekent letterlijk een bestrate, verharde weg. Daar naast staat het begrip steeg, dat etymologisch samenhangt met stijgen en dus - althans oorspronkelijk - een stijgende weg aanduidt. In de middeleeuwen wordt tussen beide woorden wel onderscheid gemaakt: de straat is dan breder of aanzienlijker dan de steeg; dikwijls vindt men ze echter naast elkaar gebruikt voor dezelfde weg. Thans betekent steeg: smalle weg, nauw stadsstraatje en heeft het woord een wat pejoratieve klank. Denkelijk daarom zijn er in de verstreken eeuw door het gemeentebestuur geen nieuwe namen eindigende op -steeg verleend. 1 April 1968 verwierp de Raad (met 19-9), in verband met consequenties voor andere stegen in de binnenstad, met name de Nieuwesteeg, een voorstel van de vaste commissie voor de straatnaamgeving om de naam Bollemanssteeg te vervangen door Bollemansstraat.

Van de 1062, thans bij de gemeenteadministratie in gebruik zijnde plaatselijke aanduidingen in het eerder omschreven gebied eindigen er 545 d.w.z. ruim 51%, op -straat, in 1969 waren er 536 straten (op 818, 65%), in 1888 55 (op 273, 20%). Daarnaast bestaan er 102 wegen (1969 39; 1888 13), 41 pleinen (30; 7), 28 stegen (40; 59), 14 dijken (12; 2), 15 lanen (10; 3), 10 buren en buurten (12; 25), 9 wallen en walletjes (10; 10) en nog wat markten, grachten, kades enz. De rubriek diversen (zonder de gebruikelijke uitgangen) groeide tussen 1888 en 1997 van 75 naar 304 (waarvan 71 states!). Bij de 242 locale toponymen, die voor het jaar 1850 in gebruik waren, kwamen de stegen met 85 of ruim 35 % op de eerste plaats, gevolgd door 41 straten, 10 markten, 7 buren en buurten, 7 wallen en walletjes, 5 wegen, 5 dijken, 5 kloosters etc. Voor 1600 telde ik hier 70 aanduidingen, waarvan 27 straten en 9 stegen; daarna komen er in verhouding steeds meer stegen. De vorm van de binnenstad was voor de volgende eeuwen immers vastgelegd. Er was daarin vrijwel geen plaats voor nieuwe straten, dus werden de achterterreinen toen volgebouwd. Zo kwamen er tussen 1650 en 1750 89 nieuwe aanduidingen bij, waarvan 50 stegen en 6 straten, welke laatste (b.v. Reigerstraat, Hofstraatje) overigens in onze ogen weinig van stegen verschillen.

Men kan proberen, de voorkeur voor een zekere uitgang te dateren, doch de getallen zijn daarvoor wat klein. Misschien zou het bij klooster mogelijk zijn. In 1606 werd de naam Bagijneklooster voor het eerst aangetroffen voor een groep huisjes rond een binnenplaatsje op het terrein van het voormalige klooster der grauwe bagijnen, waaraan het zijn naam zal hebben ontleend. En dan ontstaan, in of kort voor 1786 het Zalmklooster, 1788 het Brandjeklooster, 1794 het Arendsklooster en 1823 het Oranjeklooster. Aan verband met een klooster behoeft hier niet te worden gedacht - de naamsafleiding is van drie van de vier bekend - wel zijn het steeds kleine woninkjes rond een binnenplaatsje, een hofje dus. Het kan dus zo zijn, dat tegen het einde der 18e eeuw het woord klooster deze betekenis verkreeg, maar het is natuurlijk ook mogelijk en zelfs waarschijnlijker, dat men vóór die tijd in Leeuwarden geen hofjes bouwde: we kennen immers in de binnenstad ook geen andere namen met -hof.

Uit de 18e en 19e eeuw dateren ook onze gloppen: in de Weerd, in de Sint Jacobsstraat, in het Krommejat, in de Poststraat en de Kalvergloppe in de Boterhoek. Eerst in het Wijkboek van 1843 en op de kaart van 1845 verschijnen de Druifstreek, de Voorstreek en onze eerste laan, de Romkeslaan of Laan van Tulpenburg, maar dat zijn door de archivaris-uitgever Eekhoff voorgestelde namen.

De huidige vervaging van de betekenis van woorden als straat (verharde weg tussen rijen huizen in een bebouwde kom), weg (smalle strook grond in een landschap, gebruikt en geschikt gemaakt voor verkeer), laan (weg, aan beide zijden met één of meer rijen bomen beplant) en dijk (oorspronkelijk waterkering, in het Fries ook weg in het algemeen) blijkt wel uit de benamingen van delen van de al voor 1940 geconcipieerde, 1967 voltooide ringweg: Julianalaan (1939), Stepensonviaduct (1963), Heliconweg (1937), Valeriusstraat (1931), Dammelaan (1965), Prof. mr. P.S. Gerbrandyweg (1963), Archipelweg (1941), Franklinstraat (1934), Julianastraat (1919), Pieter Stuyvesantweg (1952), Drachtsterweg (1970) en Aldlânsdyk (1964). Sedert 1959 is er geëxperimenteerd met straatnamen zonder de gebruikelijke uitgangen. De eerste poging (ambachtswerkplaatsen) mislukte, maar 1965 volgden met meer succes de waterschappen, 1967 de weide- en stinzenflora en 1977 de adelshuizen.

De Brol, ca. 1650 Straatnamen gaan in de meeste Noord-Nederlandse steden niet verder terug dan de 14e eeuw. Hier kennen we als oudst gevondene Weaze (1406), Schotstraat (1425), Weerd (1442) en Brol, Hoogstraat en Minnemastraat (1458).

Aanvankelijk wilde ik de oudere straatnamen in de binnenstad opnemen in de volgorde, waarin deze namen opgetekend zijn gevonden, doch dit leverde een weinig bevredigend resultaat op. Het lijkt mij nu beter, de stad a.h.w. door te wandelen en de op onze route liggende straten te bespreken, d.w.z. die, waarvan de namen niet door de overheid zijn gegeven; de in de laatste eeuw officieel toegekende namen volgen later.

Tussen haakjes is zoveel mogelijk aangegeven, in welk jaar een daarbij afgedrukte spelling van de betreffende naam werd gebruikt. Vindplaatsen heb ik i.v.m. plaatsruimte en leesbaarheid niet vermeld. De oudste aanhalingen zijn voor een belangrijk deel geput uit de Oud- friese oorkonden van P. Sipma en O. Vries, waardoor het mogelijk is, dat de Friese vormen voor 1550 verhoudingsgewijze te veel accent hebben gekregen. Er zijn echter ook hollandstalige stedelijke e.a. archivalia (als rentmeestersrekeningen e.d.) uit die vroege jaren geraadpleegd. Sedert de tweede helft van de 16e eeuw vormden de stedelijke consentboeken (overdrachtsacten van onroerende goederen) de belangrijkste bron, maar ook kohieren, plattegronden en rechterlijke archivalia als informatieboeken (verklaringen van getuigen en verdachten in criminele zaken) leverden belangrijke gegevens op. Nog later komen dan de volkstellingsregisters van 1829 en 1839, de wijkboeken van 1843 en 1878, de staat van de buurtwegen, openbare rij- en landwegen en voetpaden in de gemeente Leeuwarden, idem die van Leeuwarderadeel, beide uit 1850, en gedrukte straten- en stegenlijsten van Leeuwarden uit 1856, 1865, 1888 en 1904 (zie de literatuuropgave). Over de oudere namen op het voormalig territoir van Leeuwarderadeel is helaas veel minder bekend. In de proclamatieboeken dezer grietenij van voor 1811 komen nog vrijwel geen namen van straten en wegen voor.

Literatuur

C. Andriesse, "Namen van straten, bruggen enz in de gemeente Leeuwarden", Rondom de Oldehove, Leeuwarden 2 1952, 278-306.
W. Dolk, "Nieuw licht op het Oud Panwerk", Freonen om ds. J.J. Kalma hinne, Leeuwarden 1982, 148-157.
W. Eekhoff, Wijkboek van Leeuwarden, Leeuwarden 1843.
W. Eekhoff, Geschiedkundige beschrijving van Leeuwarden, 2 delen, Leeuwarden 1846.
Rients Faber, Huzumer nammen, Wytgaard 1996.
G. Gosses, "De Klokstraat en de klokken van de Nieuwe toren", De Vrije Fries 39 (1948) 119-123.
J.J. Spahr van der Hoek, "De Piperstrjitte", Fryske Plaknammen 14 (1965) 56/7.
J.J. Kalma, "It Blokkepaed lâns", De Pompeblêdden 19 (1948) 66-69.
J.J. Kalma, "Earherstel fan Snakkerbuorren?", It Heitelân 26 (1948) 218/9.
J.J. Kalma, "Op ’e Wease", Fryske Plaknammen 3 (1950) 42/3.
H.A. Lassche, Huizumer dorpskerk, Huizum 1977.
"Lijst van de straten, stegen, sloppen en gloppen in de gemeente Leeuwarden", Woningonderzoek in de gemeente Leeuwarden 1903-1904, H. Thorn Prikker, Leeuwarden 1904, bijlage III.
S.J. van der Molen, "Oud en nieuw uit het zuidertrimdeel van Leeuwarderadeel" (1933), Op eigen manneboet op nammen út, Leeuwarden 1985, 39-40.
T. Romein, "Opgaaf der lengte en breedte van de in de stad aanwezige gangen of stegen, die minder dan 1,5 el breed zijn", Memorie betrekkelijk maatregelen ter bevordering van den algemeenen gezondheids-toestand in de gemeente Leeuwarden, Leeuwarden 1856, 121-123.
T. Romein, "Staat van de wegen, straten, pleinen en voetwegen te Leeuwarden", Rapport ... omtrent de verpligting tot het onderhoud van openbare en bijzondere straten en wegen in de gemeente Leeuwarden, Leeuwarden 1865, bijlagen B - D.
S., "Het doel, de betekenis en de waarde van straatnamen, De aanwinsten te Leeuwarden sinds mei 1926", Leeuwarder Nieuwsblad 28 augustus - 25 september 1937.
Meindert Schroor, "Laat-middeleeuwse namen van de klokslag van Leeuwarden", It Beaken 53 (1991) 161-200.
M. Schroor, Prekadastrale atlas fan Fryslân, diel 7 Ljouwert: de klokslach 1828/1700/1580. Leeuwarden 1994.
P.Sipma en O. Vries, Oudfries(ch)e oorkonden, 4 delen, ’s-Gravenhage 1927-’77.
"Straten en straatjes, stegen en gloppen, buurten en onderbuurten, grachten, kades en singels, wegen, paden en landbuurten, pleinen, plantsoenen en tuinen", Geneeskundige plaatsbeschrijving van Leeuwarden, Ph. Kooperberg, ’s-Gravenhage 1888, 41-47.
R. Visscher, "Iets over de namen van straten ten noorden van het Nieuwe Kanaal", Leeuwarder Courant 15 februari 1904.
R. Visscher, Leeuwarden van 1846 tot 1906, ’s-Gravenhage 1908.
N.J. Waringa, "Naamlijst van straten...", "Tusschen Flie en Lauwers", Leeuwarder Courant 12 september 1936 - 25 september 1937.
Johan Winkler, "Leeuwarder straatnamen", De Navorscher 19 (1869) 197-201.
Johan Winkler, Friesche naamlijst, Leeuwarden 1898.
Wijkboek der gemeente Leeuwarden, Leeuwarden 1878.

Terug