Stadswandeling multicultureel Leeuwarden


NB: Dit betreft een concept. De komende weken wordt de tekst verder bijgeschaafd. Waarschijnlijk wordt deze stadswandeling t.z.t. in boekvorm gepubliceerd. Suggesties tot verbetering zijn welkom.


Inleiding
Nieuwkomers in Leeuwarden zijn van bijna alle tijden. Romeinen, Franken, Bonifatius en andere Angelsaksische predikers, Vikingen en handelaren uit Hanzesteden hebben Leeuwarden of omgeving bezocht op doorreis of zich zelfs hier gevestigd. Vanaf de 15e eeuw trok doorlopend een stroom migranten uit met name midden en noordelijk Friesland naar Leeuwarden op zoek naar werk en veiligheid. Tussen 1500 en 1813 was ongeveer 10% van de bevolking hier ter stede militair. Het garnizoen bestond in de regel uit huursoldaten, die vaak afkomstig waren van verre; vooral uit Duitse regio's, maar ook uit Wallonië, Schotland en Zwitserland. Ook Spaanse, Franse, Russische en Canadese militairen hebben hun (genetische) sporen nagelaten. Tegenwoordig trekt de NAVO-vliegbasis veel militair - en technisch ondersteunend personeel van buitenlandse origine voor kortere of langere tijd naar Leeuwarden.

Verslagen van buitenlandse reizigers zijn talrijk. Al in de 17e eeuw deden reizigers uit met name Frankrijk, Italië en Engeland Leeuwarden aan. Opvallend vonden ze het vele aanwezige water, de mooie paarden en koeien én de vrijgevochten vrouwen. Edmondo de Amicis beschrijft Leeuwarden in 1876 als volgt:
"Leeuwarden ziet er uit als een groot dorp. De straten zijn meest alle zeer ruim, met breede grachten doorsneden en buitengemeen kleine huizen, die rood, lilla, aschgrauw, lichtgroen, kortom in alle kleuren van de huizen te Broek geverfd zijn (...)Van alle steden van Nederland is Leeuwarden de stad waarin een Italiaan zich het verst van zijn geboorteland voelt. De straten waren leeg, alle deuren gesloten. Het was me of ik door een verlaten en onbekende stad rondzwierf, die door mij ontdekt was. Ik zag die vreemde huisjes aan en zeide met verwondering tot mijzelf, dat daarbinnen toch dames, piano's, boeken die ik ook gelezen had, kaarten van Italie, photographieën van Florence en Rome moesten wezen."

Aantoonbaar vanaf de 18e eeuw, maar waarschijnlijk al eerder bezoeken buitenlandse artiesten en kwakzalvers ook Leeuwarden. Eerst vooral tijdens marktdagen en de roemruchte kermis, maar later ook in zalen. Zo geeft een gezelschap vrijgelaten negerslaven enkele optredens in Zaal van der Wielen (Schaaf). Vanaf eind 18e eeuw nemen ‘lapkepoepen' uit Mettingen e.a. Westfaalse dorpen langzamerhand de textielhandel over. Nu nog is een groot deel van de Leeuwarder middenstand van Westfaalse afkomst. Denk daarbij aan namen als Schweigmann, Brenninkmeijer, Zelle, Slauerhoff en HaverSchmidt. Naar verhouding was er eveneens veel migratie uit Italië. Met name in de 19e eeuw vestigden ambachtslieden uit enkele Zuid-Zwitserse en Noord-Italiaanse dorpen zich in Leeuwarden. Rond 1900 waren veel prostituees afkomstig uit Duitsland.

De opvang van vluchtelingen is eveneens niet nieuw en niet of nauwelijks afwijkend van andere grote en middelgrote steden in de noordelijke Nederlanden. Protestantse Walen (eind 16e eeuw) en Hugenoten (eind 17e eeuw) vonden onderdak in Leeuwarden. De Franse filosoof en wiskundige Descartes heeft nooit in Leeuwarden gewoond (zoals wel werd beweerd), maar waarschijnlijk omstreeks 1635 de stad bezocht vanuit zijn tijdelijke woonplaats Franeker. Overigens trok de Franeker Universiteit die internationaal zeer goed stond aangeschreven, tal van buitenlandse studenten en hoogleraren, veelal afkomstig uit Oost-Europa naar onze contreien. Voor een enkeling was de vrije wetenschapsbeoefening en het tolerante klimaat in de Nederlanden reden om zich hier blijvend te vestigen. Zo was de Leeuwarder burgemeester Nicolaas Arnoldi, één van de meest invloedrijke ingezetenen van de stad en tevens persoonlijk secretraris van diverse leden van de stadhouderlijke familie, een kleinzoon van de uit Polen afkomstige Franeker hoogleraar theologie Nicolaus Arnoldi. Vanaf het midden van de 17e eeuw komt de migratie van Joden uit Polen op gang. Nieuwkomers met geld waren welkom, maar arme migranten veel minder. Het gewestelijk gezag nam dan ook maatregelen om ‘heidenen' (zigeuners) en ‘arme smouzen' zoveel mogelijk te weren. Kennelijk haalde het niet veel uit, want de Leeuwarder joodse gemeenschap groeide snel. Omstreeks 1870 bereikte deze zijn grootste omvang met circa 1200 zielen. In de eerste decennia van de twintigste eeuw, en met name in de crisisjaren dertig, trokken veel Joden weg uit Leeuwarden, vaak naar Amsterdam. In 1941 telde de gemeenschap, vóór de deportaties begonnen, nog 665 leden. Ongeveer 80% van de Leeuwarder joden kwam om in de Tweede Wereldoorlog. Een groot deel was zo ingeburgerd dat ze Liwwadders spraken en Fries aandoende namen als Drielsma en Feitsma aannamen. Een steeds groter aantal Leeuwarders van Joodse afkomst vestigde zich buiten de Joodse buurt, keerde zich af van tradities en trouwde soms zelfs gemengd. Aan de andere kant was de Leeuwarder Joodse gemeente erg orthodox en de laatste gemeente in Nederland die het Jiddisch gebruikte (tot 1880).

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden ook in Leeuwarden Belgische vluchtelingen opgevangen en Engelse en Duitse militairen geïnterneerd. In de Tweede Wereldoorlog waren hier behalve veel Duitse militairen (het vliegveld was van groot belang) ook Russische krijgsgevangenen en dwangarbeiders. Begin jaren vijftig was er sprake van de opvang van een klein aantal statelozen en Hongaarse vluchtelingen. In de periode 1950-1962 komen vrij veel indo's - door het Indonesische gezag als meelopers van de 'Blanda's' weggetreiterd - naar Leeuwarden. Deze groep komt voor een groot deel terecht in de Schepenbuurt, maar integreert daar wonderwel. Vanaf de jaren 60 druppelen er enkele Spanjaarden, Joegoslaven en Grieken e.d. binnen als gastarbeider. In 1966 zijn dat er nog maar 14. In 1970 komt de eerste groep gastarbeiders naar Leeuwarden. Het betreft ca. 25 Marokkanen die werken in de blikfabriek. Ze krijgen onderdak in een oud herenhuis aan de Willemskade. Vanaf begin jaren 70 is er eveneens weer sprake van de komst van zigeuners (veelal uit Joegoslavië).

Vanaf medio jaren '70 vestigen zich grote groepen niet-westerse migranten in Leeuwarden. Van 1975 tot 1980 zijn dat in hoofdzaak inwoners van ons voormalige rijksdeel Suriname - de Prins Frederik Kazerne in Leeuwarden behoorde samen met Hotel "De Bleek" (hoek Bleeklaan-Groningerstraatweg) tot de eerste en grootste opvangcentra voor 'rijksgenoten' - en die nog tot vijf jaar na het uitroepen van de onafhankelijkheid van hun geboorteland in de gelegenheid werden gesteld om zich zonder enig beletsel in Nederland te vestigen. Na de militaire coup van Desi Bouterse cum suis, en - nog weer later - het uit de weg ruimen van de politieke tegenstanders van dit regime (de 'decembermoorden') volgde nog een geruime periode van een tamelijk coulant toelatingsbeleid voor zogenaamde 'spijtoptanten'. 

Eveneens in de tweede helft van de jaren '70 volgde met de komst van Vietnamese bootvluchtelingen een heel andere groep nieuwkomers, gevolgd door Turken, Marokkanen, Irakezen, Bosniërs, Kosovaren, Iraniërs, Somaliërs, Afghanen en vluchtelingen uit voormalige de sovjetrepublieken van diverse etnische signatuur. Sommige vluchtelingen komen op uitnodiging, anderen in het kader van gezinshereniging, het aanvragen van politiek asiel, vanwege oorlogsgeweld of andere redenen. Betrekkelijk nieuw is de komst van Oost-Europeanen en studenten van Stenden University uit China e.a. Oost Aziatische landen. Dat geldt eveneens voor profvoetballers en andere betaalde sporters, die van over de grens komen. De grootste groep vormen inmiddels de (Turkse en Irakese) Koerden. Overigens telt Leeuwarden ook nogal wat inwoners afkomstig uit naburige landen als Duitsland en Ierland. Een flink deel van de horecaondernemers is niet in Nederland geboren. Je kunt ook in Leeuwarden exotisch eten: van Portugees tot Thais. De halalslagerij en de Oosterse groentezaak of toko zijn eveneens ingeburgerd. Zelfs de Limburgse vlaaienbakker (op de hoek Tuinen-Voorstreek) is van allochtone afkomst.

Friese organisaties als Fryske Akademy, Fryske Rie, Fryske Klub, Liet en ook de Ljouwerter Skotsploech hebben veel internationale contacten. De nadruk ligt daarbij vooral op uitwisselingen met andere Europese taalminderheden.

Migratie is zeker niet alleen rozegeur en maneschijn. Allochtonen zijn vaak oververtegenwoordigd in wijken met goedkope huizen en in de criminele statistieken, drugsscene en prostitutie. Prostituees zijn de laatste jaren veelal van Oost-Europese of Latijns-Amerikaanse herkomst. In de Blokhuispoort was tot kort voor de sluiting zo'n 70 % van de gevangenispopulatie te beschouwen als allochtoon. Sinds enkele jaren mag Leeuwarden zich rekenen tot de zogenaamde 'Antillengemeenten'. De laatste decennia vestigen zich hier namelijk in toenemende mate (laaggeschoolde, kansarme) rijksgenoten uit onze caribische gebiedsdelen. Na enige jaren van 'aklimatisering' in met name de grote steden in het westen van het land, 'ontdekten' deze groepen in de loop der jaren ook de middelgrote steden waaronder Leeuwarden. Nog steeds houden deze migratiestromen van en naar de Antillen stand, waarbij de vaste woon- of verblijfplaats van deze groep medelanders - velen wonen voor kortere of langere tijd in bij familie - niet altijd even helder wordt vastgelegd.

Enkele bekende en geslaagde (ex) Leeuwarders van allochtone afkomst zijn Farshid Bashir, momenteel het jongste 2e kamerlid (aller tijden) en Ciao Mei, internationaal werkend danser (in o.a. de videoclip van Thriller van Michael Jackson). Voorbeelden van geslaagde Leeuwarders van Joodse afkomst zijn talrijk.

Buitenlandse invloeden zijn er veel en op onverwachte plekken. De Oldehove lijkt geïnspireerd op torens in Zuidwestelijk Duitsland. De bouw, verbouw en inrichting van het stadhuis is deels verricht door Italianen, Fransen en Oost-Europeanen. De bestrating van de Nieuwestad e.o. is enkele jaren geleden vernieuwd met uit China afkomstige keitjes. De bouw van de Kanselarij is geïnitieerd door het Spaanse gezag. Zelfs het wapen van Leeuwarden, de staande leeuw die relatie wordt gebracht met Sint Vitus, is te beschouwen als een invloed uit het zuidoostelijke middellandse zee gebied. Het stadsdialect, het Liwwadders, zou volgens sommige deskundigen in de 16e eeuw zijn ontstaan door de invloed van Brabantse ambtenaren. Het oudst bestaande orkest in Leeuwarden, de Amalfi's, ontleende in 1945 haar naam aan een voormalig strijdtoneel van Canadese militairen in Italië. Leeuwarder straatnamen als Zwitserwaltje en Spanjaardslaan, de zeeheldenbuurt, de Transvaalwijk, de Indische buurt en sommige straten in Nijlân herinneren aan grensoverschrijdende contacten. Zo ook enkele oude huisnamen en gevelstenen. Leeuwarden was ook vroeg met de introductie van exotische producten als tabak (begin 17e eeuw), koffie (eind 17e eeuw), vuurwerk (17e eeuw), de aardappel, ijs (eind 19e eeuw), nasi (eind 1930), patat en hasj. Ook innovaties als boekdrukkunst (1506?), gasverlichting (geïntroduceerd door de Engelsman John Bryan in 1845), spoor (1863), fiets (1869) en film (1896) kwamen tamelijk vroeg naar Leeuwarden. Aparte vermelding hier verdient Tjitze de Boer (Wirdum 1866-Den Haag 1942), filosoof en letterkundige, die zijn carrière begon als conservator-bibliothecaris bij het Fries Museum. Hij verkreeg internationale faam met zijn Geschichte der Philosophie im Islam (1901).

Friesland was door de eeuwen heen veel meer een uitstootgebied dan een immigratieland. Dus trokken ook veel Leeuwarders naar elders op zoek naar een beter leven of om andere redenen. Nagenoeg zeker zijn enkele Leeuwarders op kruistocht gegaan naar Lissabon, Jeruzalem en Egypte. Leeuwarder kooplieden deden in de middeleeuwen Oostzeehavens aan. Tientallen Leeuwarders raakten in de 17e eeuw, na te hebben aangemonsterd op een 'Oostinjevaarder' in gevangenschap in Noord-Afrika. De meesten kwamen na lange jaren voor veel losgeld vrij. Anderen sleten de rest van hun leven als (galei) slaaf. Zo werden twee zonen van de Leeuwarder kunstschilder en burgemeesterszoon Pieter de Valck tijdens een studiereis naar Italië in Genua dronken gevoerd en onder valse voorwendselen meegelokt om vervolgens te belanden op de Barbarijse (lees: Noordafrikaanse) galeischepen. Er is nimmer meer iets van hen vernomen. Peter Stuyvesant, die zijn gymnasiumtijd in Leeuwarden doorbracht, maakte carriere in de WIC; onder meer als gouverneur van Nieuw Amsterdam. Zijn grafsteen ligt nog in New York. Ook veel gewone Leeuwarders gingen naar de Oost of West. Of de nog immer in de overlevering voortlevende heroïek en de door oud-premier Jan Peter Balkenende zo bejubelde V.O.C. mentaliteit ook werkelijk zo door tijdgenoten is ervaren, daaraan kan worden getwijfeld. Onze voormalige rijksgenoten overzee zullen daar wellicht iets genuanceerder over denken. Zo ook Onno Zwier van Haren, in de 18de eeuw woonachtig aan Bij de Put, die als één van de eerste Nederlanders in de door hem geschreven en in  1769 door Abraham Ferwerda (uitgever Leeuwarder Courant) uitgegeven tragedie 'Agon, sulthan van Bantam', de door de V.O.C. veroorzaakte misstanden op Java aan de kaak stelde .De in Leeuwarden geboren architect Hans Vredeman de Vries werkte omstreeks 1600 in o.a. Gdansk en Praag. Adellijke lieden maakten soms een zgn. grande tour door Europa. Jhr. Tiberius van Eminga uit Goutum bracht in het midden van de 17e eeuw o.a. een bezoek aan Venetie en Rome. Leeuwarder boterhandelaren hadden klanten in Engeland. Ook bedrijven als Frico, Condens en cichoreifabriek Bokma de Boer hadden veel internationale contacten. Fries vee gaat al eeuwen via de Leeuwarder veemarkt naar andere streken en landen. Van burgemeesters Beucker Andreae en Patijn zijn verslagen van reizen door resp. Italië en Griekenland (rond 1840) en Cambodja (ca. 1900) bewaard gebleven. In de 20e eeuw werd verblijf in het buitenland steeds gewoner; alhoewel iemand die in de jaren 1930 in het Franse vreemdelingenlegioen diende vanaf terugkeer in Leeuwarden als Piet Marokko werd aangeduid.

Deze route leidt uitsluitend door het hart van de binnenstad. Het mag duidelijk zijn dat ook elders in Leeuwarden multi-cultureel erfgoed valt te ontdekken. Denk daarbij bijv. aan (voormalige) moskeeën, de migrantenkerk (The Ark of Covenant Church) aan het Zuidvliet, de Mormonenkerk (Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen) aan de Sophialaan en asielzoekerscentra, alsook aan de panden Zuidergrachtswal 15 en Achter de Hoven 114-e van Marokkaanse organisaties. Ook binnen het oude stadscentrum is streven naar volledigheid eigenlijk onbegonnen werk. De nadruk ligt op de Nieuwestad en omgeving, maar ook niet alle zaken aan de Nieuwestad waar iets multi-cultureels aan kleeft worden genoemd in dit verhaal. Lucardi (juwelen) en Hunkemöller (lingerie) bijvoorbeeld zijn reguliere filiaalzaken die betrekkelijk laat naar Leeuwarden zijn gekomen. Stichters zijn overigens wel resp. een Italiaan en een Westfaal.


Stadswandeling

Groeneweg-Heer Ivostraatje

Groeneweg 1 - Historisch Centrum Leeuwarden
Het Historisch Centrum Leeuwarden (HCL) is vrij toegankelijk voor iedereen die iets wil weten over de rijke geschiedenis van Leeuwarden en omgeving. In de bibliotheek van het HCL bevinden zich een aantal bijzondere werken over de relatie van Leeuwarden en de Leeuwarders met het buitenland. Opmerkelijk is bijvoorbeeld de eerste Nederlandse vertaling van de Koran uit 1641 door S. Schweiggere: De arabische Alkoran, door de zarazijnsche en turcksche prophete Mahometh, in drie onderscheyden deelen begrepen: van der Turcken religie, gheloove, aelmoessen, vasten, ghebeden, bedevaert na Mecha, met t'samen sijn gods-diensten, ende ceremonien, wetten ende rechten (...). Uniek is een Nederlands-Russisch woordenboekje uit 1813 ten behoeve van communicatie met de toen in Leeuwarden gelegerde kozakken. Waarschijnlijk is het boekje samengesteld door een Leeuwarder van Pools-Joodse afkomst.

In de uitgebreide archiefcollecties van het HCL zijn heel veel gegevens over de inwoners van de stad te vinden, waaronder de vele buitenlanders die zich er de laatste eeuwen tijdelijk of permanent hebben gevestigd. Opvallend is bijvoorbeeld het grote aantal Duitsers in de Leeuwarder burgerboeken (1540-1800); registers waarin werd aangetekend welke personen het burgerschap van de stad verwierven. Ook de volkstellingen en de wijk- en bevolkingsregisters uit de negentiende eeuw geven een goed beeld van de bonte verscheidenheid aan inwoners. In de vaste presentatie Het verhaal van Leeuwarden bevindt zich een brief (met handtekening) van Johan Adams, de tweede president van de VS. Leeuwarder patriotten onderhielden contact met de Amerikaanse opstandelingen.

Prinsentuin e.o.
De beeldhouwer Pier Pander is opgegroeid in Drachten e.o. en heeft het grootste deel van zijn leven in Rome gewoond. Hij rond 1900 gevierd in binnen- en buitenland. Pander had veel connecties in de upper ten van Leeuwarden, zodat hij hier draagvlak kreeg voor het realiseren van de Pier Pandertempel (1924) en later zelfs een Pier Pandermuseum (1954). De Italiaanse beeldhouwer Ernesto Gazzeri kreeg van Pander opdracht om zijn gipsen ontwerpen van de vijf beelden in de tempel uit te voeren in marmer.

Ter plekke van Tresoar was vroeger de eerste joodse begraafplaats in Friesland. Recent onderzoek heeft de identiteit onthuld van Jacob de Joode, de man die in 1670 de begraafplaats stichtte. Dit blijkt een zoon te zijn van Mozes Ury HaLevy, de Emdense rabbijn die in 1602 naar Amsterdam kwam en aldaar de eerste Spaanse en Portugese Joden onderrichtte in de joodse gewoonten en gebruiken. Naast de familie Jacobson zijn ook de in Leeuwarden wat bekendere familie Dwinger naar alle waarschijnlijkheid afstammelingen van deze Jacob de Joode. De begraafplaats werd in de Tweede Wereldoorlog zwaar geschonden doordat de bezetter er een loopgraaf dwars doorheen had laten graven. Ook was de ommuring grotendeels verdwenen. Gras en vooral brandnetels schoten hoog op tussen de enkele nog overgebleven, scheefgezakte zerken. De houten schutting die de uit 1786 daterende begraafplaats aan de Groeneweg gedeeltelijk had omgeven, was gedurende de laatste oorlogswinter in de Leeuwarder kachels en fornuizen verdwenen.

Bij de ingang van de Prinsentuin aan het Tournooiveld was in het verleden de tweede joodse begraafplaats te vinden. Ook deze begraafplaats raakte verwaarloosd. Na de oorlog ontbrak het de sterk gedecimeerde joodse gemeenschap aan financiële middelen om beide begraafplaatsen weer in hun oorspronkelijke staat terug te brengen. De stoffelijke resten en de grafzerken werden zoveel als doenlijk was naar de nieuwe (sinds 1833) joodse begraafplaats aan de Jelsumerstraat overgebracht. Een tweetal ter plaatse aangetroffen gebedsrollenkokers bevinden zich in het Fries Museum. Op 11 juni 1952 stemde de gemeenteraad in met het voorstel van B.&W. tot aankoop van beide percelen. Een jaar later werd het terrein aan de Groeneweg doorverkocht aan het Rijk ten behoeve van het bouwen van een gedeeltelijk ondergronds centrum ten behoeve van het korps Luchtwachtdienst, afdeling Friesland. Tegenwoordig is het restant van dit complex in gebruik als 'popbunker'.

Op de grens van Boterhoek en Groeneweg (ter plaatse van de AFUK) stond tot 1935 het hofje Goozen, een gasthuisje waar arme Jodinnen een rustige levensavond vonden. Een mooi antiek poortje gaf toegang tot dit rustoord. De geschiedenis van deze instelling gaat terug tot 1859 toen de Israelitische gemeente 16 woninkjes rond een bleekveld aankocht. Het complex werd destijds het Oranjeklooster genoemd.

In maart 1908 arriveerde een ‘troep' zigeuners met paarden en wagens in de stad. Deze oorspronkelijk uit Hongarije afkomstige zigeuners hadden domicilie in Utrecht en kwamen om optredens te geven. Ze vonden onderdak in logement De Vriendschap in de Boterhoek!

Doelestraat 8 - Coulonhûs/Fryske Akademy
Anthony Coulon werd geboren in Frankrijk in 1682 en vluchtte met zijn familie eind 17e eeuw als Hugenoot naar Amsterdam. Begin 18e eeuw vestigde hij zich in Leeuwarden als bouwmeester van de Friese stadhouders. Coulon liet omstreeks 1713 hier voor zichzelf een chique woonhuis bouwen. Het deftige pand bevat nog vele authentieke elementen. De grafzerk afkomstig van zijn graf in de Westerkerk, is eind vorige eeuw in de tuin achter het Coulonhûs herplaatst. Coulon heeft grote invloed gehad op de 18e eeuwse bouwstijl in Leeuwarden en Fryslân (de 'Hollandse' Lodewijk XIV-stijl). Hij werd vooral bekend als architect van het Princessehof. Coulon is in 1749 overleden. Zijn werk werd voortgezet door een van zijn zoons die als bouwmeester voor stadhouder Willem V werkte. Een andere zoon werd uitgever van de Franeker Universiteit. Een zijtak noemde zich later Vitringa Coulon.

Sinds 1938 is de Fryske Akademy hier gevestigd. De contacten van de Fryske Akademy met internationale (taal) wetenschappers in het kader van bijv. het Mercatorproject brengen met name bezoekers uit Wales, Baskenland en andere Europese regio's met officiële minderheidstalen.

Nieuwestad 9 - stadskantoor/Asielzoekerscentrum Burmaniahuis
Mogelijk stamt het adellijk geslacht Burmania, dat in de middeleeuwen deze plek bewoonde, oorspronkelijk uit Westfalen en is de naam afgeleid van Burmann.
Het Burmaniahuis zoals we het nu kennen dateert uit 1875. Bernardus Hopperus Buma was de opdrachtgever van de nieuwbouw, die in de plaats kwam van het indrukwekkende - maar ongetwijfeld naar de eisen van de tijd veel minder comfortabele - huis dat men liet slopen. Van dit oude Burmaniahuis, in oorsprong een stins, resten slechts enkele (binnen)muurdelen. Het pand, met een steeds maar uitdijende nieuwbouw, is bijna een eeuw gebruikt door de Algemeene Friesche Levensverzekeringmaatschappij en opvolgers.

Toen het complex leeg kwam te staan en serieuze kopers of huurders uitbleven, besloot de gemeente het pand vanaf 1989 enkele jaren dienst te laten doen als asielzoekers-centrum, totdat de bewoners het nieuwe centrum in Lekkumerend in 1991 zouden betrekken. Het geschikt maken van het Burmaniahuis als opvangcentrum voor tweehonderdvijfenzeventig personen bracht nogal wat kosten met zich mee, ruim zes ton, maar daar stond weer tegenover dat het drieëndertig banen opleverde. In datzelfde jaar werd de beslissing genomen om het Burmaniahuiscomplex, na ingrijpende nieuwbouw, te bestemmen tot nieuw stadskantoor. Luxe was dit asielzoekerscentrum niet te noemen. Soms leefden er 7 personen in één ruimte. De meeste kamers hadden geen slot op de deur.

Kleine Kerkstraat-Burmaniastraatf

Kleine Kerkstraat 43 - Kijk Kijk/Firma Arzoni
In het pand van de damesmodezaak "Kijk Kijk" vestigden zich in de eerste helft van de negentiende eeuw de gebroeders Arzoni. De Arzoni's waren van oorsprong Italianen, die zich relatief vroeg in Leeuwarden vestigden. Anthoni Arzoni werd in 1788 in Italië geboren en trouwde in 1814 in Leeuwarden met Grietje Meijers. Zijn twee zoons Willem en Anthoni begonnen in de Kleine Kerkstraat een zaak in paraplus en precisie-instrumenten. De Arzoni's maakten en verkochten thermometers, weegtoestellen en waterpassen, maar ze zijn vooral bekend geworden door hun barometers. Het maken van weer- en meetinstrumenten was een bedrijfstak waarin in de negentiende eeuw veel Italianen werkzaam waren.

Kleine Kerkstraat 32 - Geboortehuis Samuel Isaacs
In het pand Kleine Kerkstraat 32 werd in 1804 Samuel Meyer Isaacs geboren. Het Joodse gezin waarin hij opgroeide verhuisde in 1814 vanwege de economische malaise in de Franse Tijd naar Londen. De familie was orthodox en Samuel en drie van zijn broers werden rabbijn. Samuel arriveerde met zijn Engelse vrouw in 1839 in New York en werd daar rabbijn van de Elm Street B'nai Jeshurun synagoge. Hij was de tweede rabbijn in de Verenigde Staten die preekte in het Engels in plaats van in het Hebreeuws of Duits. Juist het gebruik van de Engelse taal maakte Isaacs tot een invloedrijk man. Hij benadrukte de eigen Joodse identiteit en was een voorvechter van Joodse rechten. Isaacs steunde vele welzijnsorganisaties. Halverwege de negentiende eeuw begon hij met zijn zoons een eigen Joodse krant.

Bagijnestraat
Op de hoek Bagijnestraat noordzijde-Kleine Kerkstraat stonden in de 17e eeuw de cavaleriestallen, een soort van kazerne. De wereldberoemde vestingbouwkundige Menno van Coehoorn heeft in zijn jonge jaren als kapitein een tijdje boven de stallen gewoond. Hij is gedurende een groot deel van zijn leven actief geweest in de Zuidelijke Nederlanden. Koning Lodewijk XIV heeft geprobeerd hem over te halen in Franse dienst te treden.

Op de hoek van de Bagijnestraat-Bollemanssteeg stond eeuwenlang de Latijnse school. Kleermaker-zendeling en tabaksplanter Mattheus Teffer kwam in een inmiddels gesloopt pandje aan de Bagijnestraat zuidzijde ter wereld. Toen hij in 1878 op 51-jarige leeftijd na een schipbreuk in de Oost gered werd, deed hij de gelofte gestand dat hij een ziekenhuis zou stichten in zijn geboortestad Leeuwarden. Hij kocht een pand in de Bagijnestraat en richtte daar in 1880 het Diaconessenhuis in. Teffer ging terug naar Indië en werd daar in 1895 rooms-katholiek. Hij stierf in 1907 in Ambarawa (Midden-Java).

In logement Propsma op de hoek Bagijnestraat-Anthonystraat werden vanaf 1949 nasi- en bamigerechten aangeboden. Eén van de gebroeders Propsma had kennelijk tijdens zijn verblijf in Nederlands-Indië inspiratie opgedaan.

In het midden van de jaren 80 was in de Bagijnestraat (in de garages van de voormalige brandweerkazerne) ook even een illegaal naaiatelier gevestigd met Turkse werkneemsters.

Kleine Kerkstraat 19 - Italiaans Restaurant Pizzeria Giovanni.
Dit restaurant is één van de jongste pizzeria's in de stad. De zaak wordt geleid door een geboren Tunesiër. Leeuwarden telt momenteel 36 pizzeria's.

Kleine Kerkstraat 18 - La Ligna/Het Engelse Waepen
Ergens in dit deel van de Kleine Kerkstraat Oostzijde stond eind 16e eeuw de herberg Het Engelse Waepen. In die tijd (1585-1587) was de graaf van Leicester landvoogd van de Noordelijke Nederlanden namens koningin Elisabeth. De soldaten van de graaf steunden de opstandelingen in de oorlog tegen Spanje en waren populair. Zo nu en dan waren er ook in Leeuwarden Engelse huursoldaten gelegerd.  

Schavernek

Nieuwestad 5 - El Gusto
Een sfeervol 19e eeuws pandje, compleet ondergedompeld in typisch Spaanse sfeer. De eigenaren hebben zelf jaren in Spanje gewoond. Concreet vertaalt hun passie zich in een winkel vol Spaanse streekproducten: zelf geïmporteerde wijnen uit La Rioja, La Mancha en Navarra, maar ook een groot assortiment delicatessen en kadoartikelen.  

Nieuwestad 12 - juwelierszaak De Gouden Engel
Het Schavernek was vanouds horecagebied. Al in de 17e eeuw is er sprake van prostitutie aan het Schavernek. Er werd in herbergen aan het Schavernek ook geronseld voor de V.O.C. en het was hier tot ca. 1850 een komen en gaan van trekschepen uit omliggende steden. Ter plaatse van Groot Schavernek 9 stond destijds het Sneker veerhuis. De eerste officiële Elfstedentocht werd in 1912 vanuit Hotel Weidema (Groot Schavernek 9) georganiseerd. Ook reizigers van verre kwamen hier aan in Leeuwarden. De Pruisisische taalgeleerde en historicus B.G.Niebuhr verbleef in 1808 in het Franeker veerhuis, een logement op de hoek van Klein Schavernek en Nieuwestad, maar niet tot zijn tevredenheid: ‘een herberg voor uit de schuit aankomende en afreizende lieden. Onze kamer was niet grooter en ter nauwernood zo hoog als de zijd-kajuiten op de Kieler pakketbooten, onder de pannen, en slechts door een houten beschot van eene andere kamer afgescheiden, waar lieden van allerlei slag logeerden'. Tot enkele jaren geleden zat hier de bekende drogisterij Biegel. Drogist is overigens een Jiddisch woord.

Groot Schavernek 3 - Restaurant El Toro/Israëlisch steakhouse
Op 19 april 1980 werd door Emile Juda Polak op Groot Schavernek 3 het Israëlisch steakhouse en grillroom "Jeruzalem" geopend. Het was samen met Polaks broodjeszaak in de Grote Hoogstraat één van de eerste Israëlische eetgelegenheden in de stad. Polak was een geboren Israelier en toen pas sinds een jaar of 5 in Nederland, hoewel achterneef van de bekende Alexander Pola(k). Hij trouwde met een Nederlandse. De kok kwam uit Pakistan en had op het menu o.a. falafel, shoarma en houmous. Zelfs de wijn kwam uit Israel. Aan de muren hingen fotoreproducties van Jeruzalem. De zaak was succesvol maar ging na enkele jaren in andere handen over en verder onder naam "Bethlehem". In 1984 werd de nieuwe eigenaar zwaar verwond met een mes door een voormalige werknemer uit Algerije. De laatste jaren zit hier (Spaans) tapas restaurant annex steakhouse El Toro onder leiding van de Egyptenaar George Youssef.

Groot Schavernek 5-7 - Restaurant Kota Radja
Volgens overbuurman (en amateurhistoricus) Hans Jorna waren de gevels van het afgebrande Kota Radja uit het begin van de 19e eeuw, maar zaten elders in het complex nog oudere elementen. De huizen hadden vroeger al een horecabestemming. In 1824 worden beide panden uitgebaat door een kastelein, resp. Sterkenburg en Arzoni. Cornelis Witteveen begint in nr. 7 omstreeks 1845 een hotel. Het hotel bestaat bijna een eeuw onder de naam Hotel Elzenga. Nr. 5 krijgt een andere functie. Omstreeks 1900 zit er een huis, rijtuig- en decoratieschilder; enkele jaren later Bijlstra's leder-, schoen- en fourniturenhandel. Bijlstra vergroot het pand in 1918. Omstreeks 1950 is nr. 5 kantoor en 7 een pakhuis. In 1957 wordt nr. 5 verbouwd tot meubelzaak. In 1965 vraagt Hsu Hua Mei, woonachtig in Den Bosch, vergunning aan om het pand tot restaurant te verbouwen en daarmee is de vestiging van het vierde Chinees Indisch restaurant in Leeuwarden een feit. In 1971 wordt ook nr. 7 bij het restaurant getrokken. Na wat onenigheid tussen de gemeente en de eigenaar ligt er nu toch een plan tot nieuwbouw van het restaurant.

Klein Schavernek 12 - De Deurloop/Firma Fazzi
In de volksmond werd het Klein Schavernek eind negentiende eeuw wel "Klein Italië" genoemd. Er vestigden zich veel immigrantenfamilies uit Noord-Italië en uit het Zwitserse dorpje Bignasco, waar ook Italiaans wordt gesproken. Eén van de nieuwkomers was Jacopo Fazzi uit het dorpje Cune in Toscane, die in 1871 in Leeuwarden aankwam. Jacopo kocht in 1893 het pand Klein Schavernek 12, waar hij de eerste beeldengieterij van Friesland begon. De tuinbeelden werden vooral geleverd aan de "upper class". Twee van Fazzi's creaties schijnen nog aanwezig te zijn in de muziekkoepel in de Prinsentuin. Jacopo's vrouw Geeske verkocht in het huis ijs naar Italiaans recept. De Fazzi's waren ook actief als stukadoors. Na de Tweede Wereldoorlog restaureerden zij onder andere plafonds in de Kanselarij, het Provinciehuis en het Gerechtshof. Het bedrijf zat toen al aan de Harlingerstraat. Het huis aan het Klein Schavernek werd in 1930 verkocht. Naar verluidt heeft de nieuwe eigenaar de kleimodellen die Fazzi had achtergelaten allemaal in het water van het Schavernek gekieperd, waar ze langzaam zijn opgelost.

Klein Schavernek 14 - Firma Zanoli
Ook op Klein Schavernek 14 vestigden zich aan het einde van de negentiende eeuw Italianen. Het huis werd in 1896 gekocht door de schoorsteenvegers Guiseppe Laloli en Carlo Zanoli. Zanoli was ook mozaïekwerker en maakte de in die tijd populaire terrazzostoepen, waarvan er inmiddels heel veel zijn verdwenen. In de Kleine Hoogstraat is nog een van de weinige overgebleven Zanoli-stoepen in Leeuwarden te vinden. De Italianen hadden als schoorsteenvegers een goede naam, mede door hun grote vakkundigheid. De eerste Italiaanse schoorsteenvegers vestigden zich al in het midden van de achttiende eeuw in de stad. Ook de bekende Leeuwarder familie Del Grosso stamt af van een Zwitserse schoorsteenveger.

Klein Schavernek 18 - Dactylo/Firma Giacomazzi
Iets verder op het Klein Schavernek kocht Carlo Zanoli nog twee panden, die in 1916 werden afgebroken. Het nieuwe pand op nummer 18 werd verhuurd aan de gebroeders Guiseppe en Marco Giacomazzi, die evenals Zanoli actief waren als schoorsteenvegers en terrazzowerkers. Het pand van de firma Giacomazzi werd in 1989 afgebroken en vervangen door de huidige nieuwbouw.

Klein Schavernek 26 - Fardin's/Moulin Rouge
Het huis op de hoek van het Klein Schavernek en de Westerplantage werd eind negentiende eeuw gebouwd voor juffrouw Emma Louise Ruft. Zij was een Duitse en dreef in het pand een bordeel, waar vooral Duitse meisjes werkten. Ruft zelf woonde in het naastgelegen huis, waarvan het verhaal ging dat het door een ondergrondse gang met het bordeel was verbonden. Het huis van lichte zeden werd in 1905 gesloten. Waarschijnlijk was dit pand het eerste in Nederland, dat als bordeel werd gebouwd. Later bood het onderdak aan de populaire dancing "Moulin Rouge". Een gedeelte van het pand werd sinds 1984 gebruikt door Fardin's Tapijtatelier voor de handel in Perzische tapijten.

Mata Hariplein, Ruiterskwartier en Zaailand
Zowel Café Zelle als het Mata Hariplein herinneren aan de beroemde danseres annex spionne, ook al heeft die verder niks met dit plein te maken. De fietsenzaak aan dit pleintje heeft een Oost-Europese bedrijfsleider. Om de hoek aan het Ruiterskwartier een Grieks restaurant en een Döner kebab.

Ook de schouwburgen aan het Ruiterskwartier en de markt met kermis (en circus) op het Zaailand/Wilhelminaplein brachten en brengen grensoverschrijdende contacten mee. In de oude stadsschouwburg (tegenwoordig de Friesche Club) trad in 1849 een zangroep uit VS op bestaande uit zwart geschminkte blanken. De zogenaamd Indiaanse (in werkelijkheid Engelse) kwakzalver Sequah bezorgde De Harmonie uitverkochte zalen rond 1890. Vietnamese loempia's zijn al sinds de jaren 70 op de markt te koop. Van 1966 tot 1992 stond hier ook de patatkraam van Anton Moerman. Zijn ouders (een Belgische moeder) hebben vlak na de oorlog de patat in Leeuwarden geïntroduceerd.
Justitie is tegenwoordig de grootste werkgever in Leeuwarden. Aan de rechterlijke macht zijn al decennia lang tolken verbonden. Het Paleis van Justitie is rond 1850 gebouwd met Russisch geld!

Op de plek van het voormalige waterleidinggebouw aan het Zaailand was begin jaren 1950 in een noodgebouw (een model emigrantenwoning!) het Indisch Chinees restaurant Bumbo gevestigd. Het restaurant werd uitgebaat door de (Indo) familie Zeer. In de jaren 1930 zat in de zuivelbank (één van de voorlopers van de Frieslandbank) de Alliance Francaise.


Molensteeg-Haniasteeg  

Haniasteeg 7 - Engelse lakenfabriek, later Stadsarmenhuis
In 1685 richtten George Neale en Robert van den Hoge een verzoek aan Gedeputeerde Staten om een lakenfabriek te mogen oprichten. De Friese bewindslieden waren zeer ingenomen met het plan van de Britten, omdat het de stad Leeuwarden veel werkgelegenheid zou opleveren. Aan de ondernemers werd de tuin van het Martenahuis toegewezen, waarin al spoedig "Het Engelsch Huis" verrees. Overigens werkten er niet alleen Engelsen en Schotten in deze lakenhal. Ook de Fransen werd het in 1686 toegestaan om van het werkhuis gebruik te maken. Dit was zeer tegen de zin van de Engelsen, die er al in 1688 de brui aan gaven. De Fransen zetten de lakenfabriek nog tot 1691 voort, maar beëindigden in dat jaar eveneens de productie. Het Engels Lakenhuis werd daarna in gebruik genomen als Ammunitie-, Geweer en Rusthuis en later als militaire kazerne. In 1831 werd daar ter plekke een armhuis gebouwd. In 1884 werd daar een doofstomme 'zigeunerachtige' vrouw ondergebracht. Als ‘stadsverzorgingshuis' bleef het instituut tot 1974 deze functie vervullen. Halverwege de jaren tachtig is het gebouw geschikt gemaakt voor bewoning.

Nieuwestad

Nieuwestad 55 Copini brillen
Dit pand herbergt een opticiensgeschiedenis van ruim 75 jaar. De oorsprong van het geslacht Co(p)pini is wat schimmig. Waarschijnlijk is de eerste Copini (Alexander) in Nederland in 1811 vlak na de geboorte achtergelaten in Rotterdam door zijn ouders. Vader Philippo Coppini, een vermaard Italiaans koorddanser trad o.a. op aan Duitse vorstenhoven en op Nederlandse kermissen. Eind 19e eeuw vestigen Copini's zich vanuit Sneek aan de Voorstreek 86. Begin 20e eeuw was er een horlogemaker Copini gevestigd aan de Nieuwestad 83. Later ging de juwelierszaak Copini naar Peperstraat 11 en nog later naar Winkelcentrum Zaailand. Opticien Leo Copini was lang een van de meest vooraanstaande middenstanders in Leeuwarden. Vandaag de dag zullen de aangeboren kwaliteiten om te kunnen balanceren op het slappe (politieke) koord het kersvrse   Leeuwarder NLP-gemeenteraadslid Alex Copini zeker goed van pas komen. 

Nieuwestad 63 - Club Noa/Woonhuis Titia Bergsma
Hier werd in 1786 Titia Bergsma geboren, de dochter van de advocaat en latere rechtbankpresident Ennius Bergsma. Haar welgestelde familie vertrok in 1811 naar Den Haag, waar Titia in 1815 trouwde met Jan Cock Blomhoff. Een jaar later vertrokken Titia, haar man en hun pasgeboren zoontje Johannes naar Nederlands Indië. In Batavia kreeg Blomhoff het bericht dat hij was benoemd tot opperhoofd van Deshima, de Nederlandse handelspost bij Nagasaki in Japan. Op 16 augustus 1817 zette Blomhoff met zijn gezin voet op Japanse bodem. De komst van een Westerse vrouw was in het gesloten Japan in die tijd streng verboden. Vijf weken na haar aankomst moest Titia op last van de Japanse keizer vertrekken. Zij keerde terug naar Den Haag, waar ze in 1821 overleed. Haar kortstondige verblijf op Deshima heeft een grote indruk op de Japanners gemaakt. Titia werd als eerste Westerse vrouw in Japan vereeuwigd op vele prenten en tekeningen. Tot op de dag van vandaag zijn in Nagasaki beeldjes en andere voorwerpen te koop waarop zij staat afgebeeld. Voor Noa was op de begane grond een aantal jaren café Montmartre gevestigd.

Nieuwestad 69 - De Dikke van Dale/restaurant Hong Kong
Bijna een halve eeuw lang was hier restaurant Hong-Kong gevestigd. In 1956 was dit het tweede Chinese restaurant van de stad. Sinds 2001 zit hier grand café De Dikke van Dale.

Nieuwestad 72 - Luxen Intersport/Gevelsteen "'t Turks Hooft"
In het huis Nieuwestad 72 was eeuwenlang de gevelsteen "'t Turks Hooft" ingemetseld. De bijzondere steen is in de vorige eeuw overgedragen aan museum Het Princessehof en later ingemetseld in nieuwbouw aan de Minnemastraat. Hoewel de precieze herkomst van de gevelsteen onbekend is, is zij een typisch voorbeeld van turkomanie. In de zeventiende eeuw bestond er in gegoede kringen in Nederland een fascinatie voor Turkije en voor ‘Turkse' producten, zoals tulpen, koffie, specerijen en oriëntaalse kleding.
In de jaren 1930 zat hier dameshoedenzaak Maison Chic van mej. G. Zelle.

Nieuwestad 84 - Bosma Fashion/banketbakkerij J.G. Frehe
De oorspronkelijk uit een Westfaalse familie stammende Johannes Gijsbertus Frehe vestigde zich in de tweede helft van de negentiende eeuw als banketbakker aan de Sint Jacobsstraat in Leeuwarden. In 1893 opende hij zijn tweede zaak aan de Nieuwestad 84. Naast luxe banketbakkersproducten verkocht Frehe ook chocola, koffie, thee en wijn. In 1924 breidde hij zijn zaak aan de Nieuwestad uit met een lunchroom. Tot enkele jaren geleden woonde er nog een echtpaar Frehe (boven) in het pand.

Nieuwestad 99 - De Broodtrommel/eethuis Cafetaria
Op 29 augustus 1936 adverteerde de heer Tjipke Ozinga, uitbater van eethuis "Cafétaria" aan de Nieuwestad 99 in de Leeuwarder Courant: "Wegens ons enorm succes, elken dinsdag en woensdag Nassi-Goreng (origineele indische rijstschotel) - 45 cent". Sedert 12 mei 1936 was de heer Ozinga samen met echtgenote Jantina Ozinga-Schreur uitbater van deze lokaliteit aan de Nieuwestad, recentelijk bekend als Galerie Van Hulsen. Op zijn trouwdag - 19 november 1935 - wisselde deze oorspronkelijk uit Wijnaldum (1932) afkomstige assistent-accountant plotseling van beroep en stond vanaf dat moment als ‘houder van een restaurant' te boek. Op 29 november 1935 werd door beide echtelieden op de hoek van de Weaze (nr. 12) en de Peperstraat het eerste Leeuwarder Snelbuffet "Cafetaria" geopend. Al na een half jaar later betrok Ozinga het veel grotere pand aan de Nieuwestad. Het bevolkingsregister geeft echter niet prijs waar hij en/of zijn echtgenote ervaring met de ‘oosterse keuken' hebben opgedaan. We kunnen aannemen dat in 1936 voor de eerste maal in Leeuwarden Chinees-Indisch kon worden gegeten.

Nieuwestad 98 - Firma C&A Brenninkmeijer
Vanuit Westfalen kwamen er vanaf de zeventiende eeuw grote aantallen Duitse marskramers naar Friesland. Omdat hun koopwaar voor een belangrijk deel uit textielgoederen bestond kregen de reizende kooplui in Friesland al snel de bijnaam "Lapkepoepen" ("Poep" was in die tijd een volkse benaming voor een Duitser). De marskramers sprongen in een gat in de markt en zetten hun waar vooral af in afgelegen plattelandsgebieden, die een slechte verbinding hadden met de stad. Toen het weggennet in de negentiende eeuw werd verbeterd en de boerendames liever ‘naar de stad' gingen om hun kleding te kopen, sprongen de reizende Duitse handelslui ook daarop in. Zij gaven hun marskramersbestaan op en openden winkels om hun koopwaar aan de man te brengen. Een zeer bekende Lapkepoepen-familie is de familie Brenninkmeijer. De broers Clement en August reisden in de eerste helft van de negentiende eeuw als marskramer door Friesland en begonnen in 1841 hun eerste textielmagazijn in Sneek. Het eerste winkelfiliaal voor de verkoop van confectiekleding werd daar in 1861 geopend. Een Leeuwarder vestiging aan de Nieuwestad volgde in 1881. In de eeuw die volgde werd C&A een internationaal concern, dat vandaag de dag in zestien Europese landen is gevestigd. Een reden voor het succes was de grootschalige reclame. Het huidige karakteristieke pand van C&A aan de Nieuwestad is in 1917 gebouwd naar ontwerp van architect P.M.A. Huurman uit Groningen. Het pand kan worden beschouwd als het eerste echte warenhuis in Friesland.

Nieuwestad 100 - Feitsma textiel
Benjamin (Beike) Feitsma begon hier een textielzaak rond 1930, die hij zelf ook wel Feitsma's Ongeregelde Winkel noemde. Hij maakte reclame met leuzen als 'wij zijn niet te evenaren, voor zulke prijzen kocht u nooit, daar kan niemand tegen aan' en ‘Voor schorten groot en klein moet u bij Feitsma zijn'. Beike bekleedde allerlei bestuursfunctie in Joodse verenigingen, maar was ook actief binnen voetbalvereniging Frisia. Bijna de hele familie Feitsma kwam om in de 2e WO. In de oorlogsjaren werd het pand bij de zaak van Käller getrokken. Feitsma's damesmode onder leiding van Martha, zus van Beike (en vrouw van Joseph Sanders) zat enkele jaren in Nieuwestad 76 (en eerder aan Bij de Put).

Nieuwestad 102 Mexx/Käller herenmode
In 1917 is hier gevestigd magazijn de Komeet onder leiding van de gezusters M. en D. Vergnet met vooral herenmode, parapluies en wandelstokken. In komt 1930 Victor Käller met (‘betere') herenmode (voorheen Tweebaksmarkt 42) in het pand. Käller stamt uit een lapkepoepengeslacht van Mettingen. Hij adverteert met zijn kleermakerij die gebruik maakt van Engelse stoffen, later ook met sportkleding en ‘exclusieve' herenkleding. Een bekende reclameleus: ‘koopt Käller coupe'. De zaak bestaat tot eind jaren '80 als Käller Men shop.

Nieuwestad 109 - Schweigmann Jeugdmode
Margaretha Maria Schweigmann- van der Borg begon als 20-jarige jonggehuwde in 1885 een zaak in kinder- en babykleding in Wirdumerdijk 41. Haar man had met zijn broer een eigen zaak in manufacturen. De zaak zat later achtereenvolgens in Wirdumerdijk 24 en 29. Schweigmann Jeugdmode heeft tegenwoordig filialen in Drachten, Heerenveen en Zwolle. In de jaren 30 gaf oma Schweigmann de leiding over aan haar dochters Lucia, Francisca en Maria. Pas in 1954 kwam er een man aan het roer van de firma. De zaak is vooral groot geworden met de verkoop van blauwe en rode matrozenpakjes van de merken Delana en Bleyle.

Nieuwestad 113Cecil Store vrijetijdskleding
Eind 19e eeuw enkele jaren woning (en advocatenkantoor) van Piter Jelles Troelstra. De hier in de jaren 30 gevestigde zaak had toen al de (deels) Engelse naam ‘Sports' House De Krokodil'.

Nieuwestad 115-117 Ziengs schoenen
Vanaf ca. 1900 tot in de jaren '70 zit de firma Brenninkmeijer en zonen in ‘hoek Weerd' met damesmode en ook trouwkleding. In een personeelsadvertentie uit 1911 wordt nadrukkelijk een RK winkelmeisje gevraagd! In de jaren '20 ontving men bijna elke dag ‘nouveautés. Ook Holka waterproof regenmantels waren destijds zeer gewild. ‘Nieuwste stoffen en aparte modellen tegen zeer voordeelige prijzen'. Het Joodse gezin Van Reens-Crefeld woonde aan het begin van de jaren 1940 op 117 boven. In juli 1943 vond dit gezin de dood in kamp Sobibor. In de jaren 1970 wordt de officiële naam Modehuis BZ.

Nieuwestad 116-118 - Hennes & Mauritz/modehuis Dechesne
De oorsprong van het bedrijf Dechesne is te vinden in Franeker, waar in het jaar 1825 Bartholomeus Hubert D. (1803-1875) afkomstig uit Boirs in de Zuidelijke Nederlanden (nu België) zich als strohoedenfabrikant/verkoper vestigde. De tweede generatie voegde de fabricage van petten aan het bedrijf toe en vergrootte het verkoopgebied eerst binnen Friesland en daarna in de rest van het land. Een Dechesne besloot na familieonenigheid, in Leeuwarden een eigen zaak in dames en kinderhoeden te beginnen. Na zijn huwelijk met een Leeuwardense, vestigde hij zich in 1913 het onderste gedeelte van het pand Voorstreek 12. De behoefte aan uitbreiding deed hem in 1921 het pand aan de Nieuwestad 118 aankopen en betrekken. In 1931 werd de hoofdvestiging van Franeker naar Leeuwarden verplaatst. Het naastgelegen pand no. 116 werd in 1933-1934 door een verbouwing bij de oorspronkelijke zaak getrokken. In de loop der tijd zijn er ook Dechesne-vestigingen opgezet in onder meer: Groningen 1922, 's-Hertogenbosch 1923, Enschede 1927, Tilburg 1930, Nijmegen 1959 en Utrecht in 1965. De filialen droegen de naam van "'t Hoedenhuis Dechesne" of. 't Modehuis Dechesne'. Het volledig fabriceren van hoeden en petten is reeds in de beginjaren van de 20e eeuw overgegaan op het voornamelijk nog modeleren en garneren van kale hoeden, gemaakt van bij de fabriek gekochte nog ongevormde cloches en capelines. Daarnaast bleven onderhoud en reparaties tot de werkzaamheden van de eigen ateliers behoren. De terugloop, met name in de tweede helft van de zestiger jaren, in het dragen van een hoofddeksel deed vele filialen in het land sluiten. In 1972 verlegden de overgebleven vestigingen hun hoedenbranche naar die van de dames- en vrijetijdskleding. In het begin van de jaren 1980 houdt de firma op te bestaan.

Nieuwestad 120 - Cool Cat/Burmann
Eind 19e eeuw was er al een firma Burmann in een pand aan Over de Kelders gevestigd. Het bedrijf verkocht 'witte goederen', waarmee vooral ondergoed werd bedoeld. In 1922 verhuisde de winkel naar de Nieuwestad. Klanten waren nagenoeg uitsluitend vrouwen, hoewel er (in de jaren '20) ook herenondergoed te koop was. Corsetten, bh's, directoires e.a. lingerie, maar ook pyjama's, luiers en verpleegsterskleding zaten in het assortiment. Burmann maakte veel reclame in kranten e.d. en had in de regel een fraai ingerichte etalage. In 1987 stopte de firma Burmann, toen al een tijdje de Ladiesshop geheten.

Nieuwestad 124-126 Hema/Gerzon
Tot 1918 stond hier herberg Het Gouden Wagentje, die te beschouwen is als de oudste bekende horecaonderneming van de stad. In 1924 opent Eduard Gerzon van NV Gebroeders Gerzon's Modemagazijnen te Amsterdam hier in een nieuwe pand een filiaal. Er wordt kleding en lingerie verkocht. Het is een grote zaak met wel 60 winkelmeisjes in dienst, waarvan een aantal gymnastiekclub De Gerzongirls vormden. Het werd toentertijd beschouwd als één van de mooiste winkels van de stad. Omdat de familie Gerzon Joods was, werd de zaak in 1941 onteigend door de Duitsers. Later kwam er het gewestelijk arbeidsbureau en in 1954 de Hema.

Nieuwestad 137 Mercure/Gebr. Kuhlmann
De gebroeders Kuhlmann nemen in 1899 de textielwinkel hier ter plaatse over van de gebroeders Brenninkmeijer. De zaak van Kuhlmann zat voorheen in de Sint Jacobsstraat. Mej. Kuhlmann wil in 1904 uitsluitend een dienstbode met een RK achtergrond. Tot in de jaren dertig worden hier o.a. dekens, ondergoed, sport- en nachtkleding verkocht.

Nieuwestad 139 - Be One/Melksalon F.H. Niehüser
Aan het begin van de 20e eeuw was hier de melksalon van Niehüser gevestigd. Niehüser was van Duitse oorsprong en RK.

Nieuwestad 150 - Vroom en Dreesman/Winkel van Sinkel
Ook hier ter plaatse innoveerden Westfaalse kooplieden. De broers Herman en Joseph Sinkel, die in Leeuwarden al een filaal van hun zaak in Amsterdam hadden, lieten in 1845 tussen Nieuwestad en Ruiterskwartier een winkelpaleis bouwen 'met groote magazijnen en ongeveer dertig vertrekken'. Er werkten alleen al tientallen winkelmeisjes. En er was 'van alles te koop; potten en pannen en groene erwten met stroop'. Decennia lang draaide de zaak erg goed, maar toenemende concurrentie en de economische crisis betekenden in 1892 sluiting. Het complex werd weer opgedeeld in kleinere panden. De opvolgers waren in de regel streekgenoten. Peek & Kloppenburg richtte in het hoofdpand een kledingmagazijn in. Later zat er 'De Zon'. In de jaren 1930 kwam er een filiaal van Vroom en Dreesman, die in Leeuwarden in Nieuwestad 110 begonnen. Zij maakten er weer een groot warenhuis van te vergelijken met dat van Sinkel.

Nieuwestad 156 - Manfield schoenen/Herberg "In de Oyevaer" en apotheek
In de zeventiende eeuw was in het pand Nieuwestad 156 herberg "In de Oyevaer" gevestigd. De oorspronkelijk in het huis ingemetselde karakteristieke gevelsteen met de afbeelding van een ooievaar werd later overgebracht naar Weaze 38 en nog later naar het Fries Museum. In het logement huisden soms bedenkelijke types. Eén van hen was de Armeens-Perzische dief Jacob d'Yvan. Hij reisde met zijn baas Abjid Dysarkis door Azië en Europa om dure zijden stoffen, sieraden en edelstenen aan de man te brengen. d'Yvan was eigenlijk een slaaf van Dysarkis, maar won in de loop der jaren zoveel vertrouwen bij zijn baas dat hij ook zelfstandig met de kostbare handelswaar op pad mocht. In het najaar van 1704 kon hij de verleiding niet weerstaan om uit de handelsvoorraad geld en diamanten sieraden weg te nemen. Vanuit Amsterdam nam d'Yvan met zijn buit de wijk naar Leeuwarden, waar hij onderdak vond in de Oyevaer. Daar kreeg men via de veel gelezen "Amsterdamsche Courant" al snel lucht van de diefstal. Jacob d'Yvan werd gearresteerd en veroordeeld tot een strenge geseling en een verbanning voor de duur van vijf jaar.

Ruim anderhalve eeuw na de arrestatie van d'Yvan werd het huis Nieuwestad 156 in gebruik genomen als apotheek. De gaper aan de gevel herinnert daar nog aan. Gapers zijn een typisch Nederlands symbool van de drogisterijbranche, bedoeld om de vaak ongeletterde klanten attent te maken op de verkoop van geneeskrachtige middelen. De gaper aan de Nieuwestad is overigens een replica; de echte gaper bevindt zich in het informatiecentrum van het HCL. Gapers zijn afgeleid van vroegere reizende drogisten die in kleurige kostuums hun medicamenten als marskramers aan de man brachten. Veel van deze reizende drogisten waren buitenlanders, waaronder Moren. Vaak hebben gapers daarom een uitheems uiterlijk en soms ook een donkere huidskleur.

Waagplein e.o.
Rond 1800 stond op de Lange Pijp een guillotine opgesteld. Deze typische Franse nieuwigheid is waarschijnlijk slechts twee keer gebruikt in Leeuwarden. De Liwwadders vonden er niets aan, want ze zagen heel weinig doordat het spektakel zich nogal dicht bij de grond afspeelde. Ze waren gewend aan ophangingen op een hoog schavot.
Rond het midden van de 19e eeuw waren de kermis en de meeste marktfuncties verplaatst naar het Zaailand. Tot die tijd brachten deze functies internationale contacten naar dit stukje binnenstad. Schoontje ‘Neine' Cohen was een populair stadstype, een straatventster van Joodse afkomst die met haar waren (vooral sinaasappelen) een vaste plek had op het Waagplein rond 1900.

Heerenwaltje 1
Na het sluiten van Paloeloe aan de Wybrand de Geeststraat hadden de Surinaamse en Antilliaanse gemeenschappen behoefte aan een onderkomen met een open soos-functie. In 1982 kon dankzij rijks- en gemeentelijke subsidies de voormalige bierhandel aan het Heerenwaltje 1worden betrokken. Het moest een centrum ‘met een administratieve, educatieve, voorlichtende en groepsopbouwende functie' worden. Een herhaling van Paloeloe wat steeds meer een bar werd, moest worden voorkomen. In dit pand kwam dan ook een documentatie-bibliotheekruimte, spreekuur voor een maatschappelijk werker, cursussen Papiamento, Hindi, budgettering, fotografie, dans en muziek e.d. Het centrum had duidelijk ook een provinciale steunpuntfunctie. De Federatie Friesche Surinaamse Antilliaanse Organisatie ‘Eendracht' kreeg een coördinerende functie. 10 jaar later bleek het centrum niet langer levensvatbaar en ging het op in een groter verband. Tegenwoordig is er een studentensociëteit in het pand gevestigd.

Nieuwestad 162 - Hennes & Mauritz/Woonhuis August Brenninkmeijer
De grondlegger van het C&A-concern, August Brenninkmeijer, woonde in de jaren 1881-1882 in het statige woonhuis aan de Nieuwestad 162. Zijn pand is in de jaren dertig afgebroken en vervangen door de huidige bebouwing. Na zijn vertrek uit Leeuwarden vestigde August, die inmiddels een steenrijke textielbaron was geworden, zich opnieuw in zijn geboorteplaats Mettingen. Tientallen jaren eerder was hij daar samen met zijn broer als Lapkepoep zijn carrière in de textielhandel begonnen. In 1929 vestigde Schweigmann Woontextiel zich op dit adres. De firma kwam van de Wirdumerdijk 24. Omstreeks 1885 was de grondslag voor het bedrijf al gelegd door August Schweigmann, die het grootste deel van zijn leven nog als rondreizend lapkepoep actief was. Zoon Joseph Schweigmann bleef 55 jaar (tot 1969) verbonden aan de firma. Het pand werd in 1939 compleet verbouwd. De lift was destijds hypermodern.

Wirdumerdijk

Wirdumerdijk 5 - Bakker Bart/Flottow-Voss
Flottow-Voss was één van de eerste textielmarskramers die zich permanent in Friesland vestigden. Het bedrijf werd gesticht door Georg Voss uit Mettingen, die samen met zijn schoonvader Flottow in 1797 een zaak begon in Bolsward. De Leeuwarder vestiging werd in 1891 geopend. Aanvankelijk heette de zaak alleen Flottow, omdat in Leeuwarden al andere telgen uit de familie Voss onder hun eigen naam in de textielhandel actief waren. Toen die bedrijven door C&A waren opgekocht, werd de naam Voss aan de bedrijfsnaam toegevoegd. Tot 1996 was Flottow-Voss gevestigd op de hoek van de Wirdumerdijk en de Peperstraat. In dat jaar verhuisde de zaak naar Naauw 1. Enkele jaren geleden werd het bedrijf na een bestaan van meer dan twee eeuwen opgeheven.

Peperstraat zuidzijde- Covers & Co.
De zuidzijde van de Peperstraat is in de jaren 1930 geheel weggebroken en vernieuwd. Rond het midden van de 18e eeuw woonde hier de drukker Abraham Ferwerda. Hij gaf niet alleen boeken uit, maar is in 1752 ook de oprichter van de Leeuwarder Courant, voor veel Leeuwarders en Friezen een belangrijk venster op de wereld. In de 18e eeuw maakten zelfs een Lutherse en een Waalse predikant deel uit van de redactie. Met hun verlichte ideeën pleitten ze voor tolerantie ten aanzien van andere godsdiensten. Op de hoek van de Peperstraat zuidzijde en Nieuwestad woonde Wopke Eekhoff (1809-1880), archivaris, uitgever en boekhandelaar. Hij was een erudiet en bereisd man.
Een groot deel van de begane grond van de nieuwbouw aan de Peperstraat werd in 1936 in gebruik genomen door de firma Covers & Co., Speciaalhuis in Damesmode, met ook vestigingen in enkele andere steden. Deze textielzaak kwam van Nieuwestad 86 en bleef tot in de jaren '90 aan de Peperstraat gevestigd. Ook de familie Covers had roots in Mettingen.

Nieuwestad 168 - Greving en Greving opticiens
Op de hoek van Nieuwestad en Wirdumerdijk, in koffiehuis De Os, afgebroken in 1875, werd begin 18e eeuw het biljartspel in Leeuwarden geïntroduceerd. De uitbater, Jan Herlein (van Amsterdamse komaf) was een bijzondere man te noemen. In 1718 publiceerde hij hier zijn Beschryvinge van de volk-plantinge Zuriname, het allereerste boek over deze kolonie. Het koffiehuis was destijds een venster op de wereld. Het bestuderen van beschouwelijke tijdschriften en kranten was een vast onderdeel van het koffiehuisritueel.

Wirdumerdijk 2-4 Hi/Herenmode W.F.M. Roling
Hermann Rohling, later Roling, komt in 1860 naar Leeuwarden. Hij werkte als winkelbediende bij Bahlmann textiel naast de Winkel van Sinkel. Hij had daar een kamer en tekende vanuit zijn zolderraam een deel van de Nieuwestad. De tekening wordt in het HCL bewaard. Rohling trouwde met Cisca Drontmann en richtte in 1870 aan de Voorstreek een eigen zaak op samen met Wreesman (uit Frankfurt). Bijna een eeuw lang blijft de zaak bestaan, eerst aan de Turfmarkt en de Tuinen en vanaf 1889 aan de Wirdumerdijk. De eerste generatie is nog een echte reizende lapkepoep. Tussen 1905 en 1943 runt de wed. Roling met haar winkelbediende Aafke Lambrechts (begonnen op haar 16e) de zaak. In 1966 stopt de firma Roling.

Wirdumerdijk 10 - Peek en Cloppenburg
In maart 1898 openden Peek en Cloppenburg hun modemagazijn aan de Wirdumerdijk 10. Eerder was het bedrijf gevestigd op Nieuwestad 38. Ook ‘P&C' waren van oorsprong Westfaalse Lapkepoepen. Anders dan bijvoorbeeld C&A en Flottow-Voss heeft de firma Peek en Cloppenburg zijn wortels niet in Friesland. Het bedrijf had al vestigingen in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Leiden en Groningen voor het zich in de Friese hoofdstad vestigde. Er is in Leeuwarden ooit actie gevoerd tegen Peek en Cloppenburg omdat er uitsluitend katholieke werknemers zouden worden aangenomen. Het filiaal is begin deze eeuw opgeheven. De naam staat nog op de gevel.

Wirdumerdijk 18 - Doopsgezinde kerk
De doopsgezinde gemeenschap is sinds eeuwen internationaal georiënteerd met contacten tot in de VS en Rusland. Al rond 1600 kwam een Doperse groep op deze plek bijeen. De in Leeuwarden geboren en getogen broers Obbe en Dirk Philips behoorden met Menno Simons in de 16e eeuw tot de meest vooraanstaande doopsgezinden. Het voorterrein is inmiddels Menno Simonsplein gedoopt. Het karakter van een schuilkerk is nog enigszins herkenbaar.

In het nieuwe Doopsgezind Centrum achter de kerk werden eind jaren 1970 en begin jaren 1980 Hindoestaanse sociaal-religieuze en culturele manifestaties gehouden. Het festijn onder de naam ‘Srimad Bhagavad Maha Jag' duurde maar liefst drie dagen.

Wirdumerdijk 30-32 - Arke/Tea- en lunchroom Kessler
Ph. Kessler was weliswaar een innovator, maar geen geslaagde zakenman. In dit hoekpand (de voormalige herberg 's Lands Welvaren) heeft hij allereerst een delicatessenzaak. Van 1912 tot 1920 op de bovenverdieping tevens een lunch- en teamroom, waarschijnlijk de eerste in Leeuwarden. Ook nieuw waren de ‘croquetten' die hij daar verkocht. Een groot succes is het allemaal niet. Met behulp van zijn familie begint hij in 1917 in Wirdumerdijk nr. 27 een bioscoop. Deze bioscoop komt in het nieuws met relletjes, in de jaren vijftig tijdens de vertoning van Rock around the clock en in de jaren zestig met een controversiële film over Afrika.

Mercuriusplein
Het terrein tussen winkelcentrum het Zaailand en Amicitia werd tot voor kort gedomineerd door de Mercuriusfontein. Dit prestigieuze beeldhouwwerk werd in 1923 door de Oostenrijker Bredow ontworpen. Waarschijnlijk berust het verhaal dat het beeld ooit is afgekeurd voor Buenos Aires op een misverstand. In 2008 is het object gedemonteerd en verwijderd in afwachting van herplaatsing op de Wirdumerpoortsdwinger (voor de Beurs).

De omgeving tussen Mc Donalds en Mercuriusplein is al sinds de jaren 1990 een geliefde hangplek. Vanaf najaar 2001 werd dit gebied vrij plotseling centrum van de drugshandel in Leeuwarden. Deze handel werd gedomineerd door Antillianen. Een en ander ging gepaard met steek- en schietpartijen hier ter plaatse. Inmiddels is het wat rustiger.

Wirdumerdijk 34 - Beursgebouw (bibliotheek)
In de jaren 1878-1881 werd het beursgebouw gebouwd op de resten van de vroegere Wirdumerpoortsdwinger. Het monument is een ontwerp van de bekende stadsarchitect Thomas Romein. De eerste verdieping van het gebouw werd gebruikt als beurshal voor de handel in granen, peulvruchten, aardappelen en andere akkerbouwproducten. In tijden van crisis werd de ruime beurs ook benut voor de opvang van groepen vluchtelingen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog verbleven er Belgische evacués. In mei 1940 werd het gebouw gebruikt voor de opvang van Joodse vluchtelingen, die waren geëvacueerd uit kamp Westerbork. Het ging daarbij vooral om Joden met de Duitse, Oostenrijkse en Poolse nationaliteit.

Ayttasteeg-Weaze

Ayttasteeg
De Ayttasteeg is niet echt representatief meer te noemen. Toch stond op de hoek met de Weaze ooit de voorname woning van Viglius (Wigle) van Aytta. Viglius was rond het midden van de 16e eeuw een van de belangrijkste ambtenaren in de Nederlanden. Hij woonde toen in Brussel en is later in Gent begraven. Een gevelsteen in de steeg herinnert nog aan het oude Ayttahuis. Later woonde Willem Lodewijk van Nassau, de eerste Friese stadhouder nieuwe stijl hier tijdelijk.
Vlak voor de Ayttasteeg op de Weaze vond in 2002 een geruchtmakende schietpartij tussen Antillianen plaats.F

Weaze 43 - voormalige Amrobank/"Muntenburg"
Oorspronkelijk bevond zich op deze plaats de Juwsmastins, die rond 1690 werd verhuurd aan muntmeester Falconier. Het pand dankt daaraan zijn naam "Muntenburg"; iets waaraan de gevelsteen in de zijmuur nu nog herinnert. Het oorspronkelijke "Muntenburg" werd kort na de Eerste Wereldoorlog gesloopt en vervangen door het huidige pand, dat - heel toepasselijk - lange tijd als bank in gebruik is geweest. In het oude "Muntenburg" was in de Eerste Wereldoorlog het vice-consulaat van Engeland en Ierland gevestigd. Mr. J.M. Prillevitz, die met een Britse vrouw was getrouwd, was er vice-consul. Het gebouw werd in '14-‘18 ook gebruikt voor de opvang van Belgische oorlogsvluchtelingen.

Zwitserswaltje
De herkomst van de naam Zwitserswaltje is niet helemaal duidelijk. Mogelijk bestaat er een verband met de aanwezigheid van een Doopsgezind kerkje in de zeventiende en achttiende eeuw. Onder de bezoekers van de kerk zouden Zwitserse Doopsgezinden geweest kunnen zijn, die zich in 1711 na het verlenen van amnestie door de Staten-Generaal in Nederland hadden gevestigd. Nog waarschijnlijker is het dat de naam - die in de bronnen pas aan het einde van de achttiende eeuw opduikt - is ontleend aan de Zwitserse Grisons die op het nabijgelegen blokhuis (nu de Blokhuispoort) waren gelegerd. Ook kan de naam zijn ontleend aan een Zwitserse brouwer die in 1770 op de nabijgelegen Weaze was gevestigd.

Weaze 38 - Walhallah/Chinees restaurant "China"
Tot de Tweede Wereldoorlog sierde de gevelsteen "In de Oyevaer" de gevel van het pand Weaze 38. De steen hoorde eigenlijk thuis op de Nieuwestad 156 en herinnerde aan het daar gevestigde logement. Ook Weaze 38 heeft lange tijd een horecabestemming gehad. In 1952 werd er een van de eerste Chinese restaurants van Leeuwarden, "China" gevestigd. "China" ging in 1967 over in andere handen en werd toen een Chinees-Indisch restaurant onder de naam "Azië". Het bleef tot het begin van de jaren zeventig bestaan. Toen werd het pand in gebruik genomen door de seksclub "Walhallah", die er tot op de dag van vandaag is gevestigd. De prostituees komen veelal uit Oost-Europa of Latijns-Amerika.

Weaze 12 - Israëlische grillroom "Shalom"
In 1979 werd in de voormalige showroom van kantoorboekhandel Van Wieren de Israëlische grillroom "Shalom" geopend. Het bedrijf wisselde daarna verschillende malen van eigenaar en groeide uit tot een bekende Leeuwarder shoarmazaak. Hoewel de naam van de zaak anders doet vermoeden, was de klandizie van "Shalom" niet altijd vreedzaam. Het broodjeshuis was in het verleden meerdere malen het toneel van bloedige vecht- en steekpartijen.

Begin jaren 90 waren er meer 'Israelische' shoarmazaken: Tel Aviv (Groot Schavernek 27), Jeruzalem (Nieuwestad 3), Jossies Inn (Nieuwesteeg 12) en King David (Grote Hoogstraat). Daarnaast ook nog een behoorlijk aantal andere shoarmazaken. Opvallend voor die jaren was de late sluitingstijd. Men was vooral op (extreem) late stappers gericht.

Brol-Naauw

De Brol
Dit Brugplein stond vroeger ook bekend als Beulsbrug. Beulen of beter gezegd scherprechters brachten hier vooral in de 16e en 17e eeuw straffen tot uitvoering. Later vonden executies en lijfstraffen meestal plaats op het Blokhuisplein. De beulen woonden in de regel vlak bij hun werk, o.a. aan de Weaze Oostzijde. De eerste generaties beulen waren veelal afkomstig uit Westfaalse steden.

Tevfik Igli werd in 2008 op De Brol doodgeschoten. Hij was uitbater van kebabzaak Turqoise aan het Ruiterskwartier. De Turkse gemeenschap organiseerde een stille tocht van Ruiterskwartier via de Brol naar de Turkse moskee aan het Vliet. De hoofdverdachte (vrijgelaten wegens gebrek aan bewijs) was een concurrent. Hij had pizzeria Olympia in de Grote Hoogstraat in bezit. Die zaak werd vrij spoedig na deze affaire verkocht aan een Rus.

Oosterstraten e.o.
"Shanghai" in de Oude Oosterstraat 7 was een van de eerste Chinese restaurants in de stad.

Sinds ca. 1680 staat in de Nieuwe Oosterstraat (vroeger aan de rand van de stad) het kerkgebouw van de Evangelisch Lutherse gemeente. Vanaf het midden van de 17e eeuw was er sprake van een doorlopende immigratie van Luthersen uit nabije Duitse gebieden. Vooral de aanwezigheid van huursoldaten deed de gemeente groeien. Op de hoek van de Druifstreek en Nieuwe Oosterstraat werkt een Syrië afkomstige kapper. Verder op is Toko Anadolu is gevestigd.

Laurens (‘Sir Lawrence') Alma Tadema woonde als jongetje in het huis Uniabuurt 8 (Café De Ossekop), waar zijn vader een notariskantoor had. In 1870 verhuisde hij naar Londen en werd als kunstschilder een geliefd lid van de Britse society.


Berlikumermarkt 17 Reitsma bedden/Suren

In dit voorname pand met veel 18e-eeuwse elementen in het interieur werd in manufacturen gehandeld door Heinrich Karl Suren en zijn jongere broer Jacobus Paulus. De gebroeders kwamen uit Winterberg in Sauerland en waren begonnen als handelsreiziger alvorens een winkel te stichten. Heinrich Karl begon in 1861 in Grote Hoogstraat 5. Later zaten de broers in Grote Hoogstraat 6 en aan de Kelders alvorens zich te settelen aan de Berlikumermarkt. Ze bleven nauw contact met Duitsland houden en trouwden met vrouwen uit hun geboortestreek. Verschillende neven en nichten vonden bij hen voor langere of kortere tijd een werkplek. Ook al voor de Surens werd het huis aan de Berlikumermarkt gebruikt voor de textielverkoop, getuige onder meer de originele kastenwand in de winkel. De familie Suren woonde boven de zaak en liet in 1914 een nieuw pakhuis bouwen aan de achterzijde (Ossekop 4).

Groentemarkt 7 - pizzeria Pompeii/Jonio
Hier zit de allereerste pizzeria van Leeuwarden. In 1975 beginnen de 24-jarige Paolo Pizzatti Sertolli en de vier jaar jongere kok Toro Francesco in de voormalige slijterij van Plantinga een eethuisje. Er zijn dan 20 tafels die plaats bieden aan 80 tot 90 mensen. Enkele jaren later is de capaciteit 240. Pizzeria Jonio is iedere dag open van 11 uur 's ochtends tot 12 uur 's nachts. Paolo komt uit Noord-Italië en heeft drie jaar in Zwitserland in de horeca gewerkt voor zijn komst naar Nederland. De kok komt van Sardinië. Ze hebben met elkaar gewerkt in een pizzeria in Groningen. Paolo verklaart in een interview dat hij zich meer Nederlander dan Italiaan voelt en zo snel mogelijk de Nederlandse nationaliteit wil verwerven. In september 1980 maaikt Paolo zijn droom waar en begint aan het Ruiterskwartier zijn Italiaanse Restaurant 'Cala Luna'. De pizzeria aan de Groentemarkt wordt dan overgenomen door de huidige eigenaars Aldo en Hetty La Serpe. Aldo, afkomstig uit Napels, introduceerde er zijn typische pizza's naar Napolitaans recept en veranderde de naam in 'Pizzeria Pompeï'. Op dat moment zijn er al drie pizzeria's in Leeuwarden, in 1986 is dat aantal naar 6 gestegen. Tegenwoordig zwaait Aldo's neef Arturo de scepter in de keuken en treedt echtgenote Hetty al bijna 30 jaar als gastvrouw op. Inmiddels mogen de La Serpe's acteur Antonie Kamerling, de zingende strafpleiters Anker & Anker, het topmodel Doutzen Kroes, de voltallige Cambuurselectie en de leden van Britse rocklegende Black Sabbath tot hun cliëntèle rekenen.

De Kelders 1 - Franse paraplufabriek
Omstreeks 1842 vestigde zich in het hoekpand van de Grote Hoogstraat en de Kelders de Franse paraplumaker Pierre Noël, die de zaak midden negentiende eeuw overdeed aan Jean Pierre Lienard, één van zijn vroegere dienstknechten. Tot 1907 bleef het een Frans parapluhuis in de ware zin van het woord. In dat jaar werd het door de laatste Franse eigenaar Camille Rentier overgedaan aan de Duitser Leonard Eilers. De productie van paraplus was toen al naar de achtergrond verdwenen ten gunste van de verkoop van nieuwe en gebruikte regenschermen en van wandelstokken. Eilers' schoonzoon C. Jager nam de zaak in 1946 over. Karakteristiek was lange tijd het uithangbord van een paraplu, dat de gevel sierde.

De Kelders 15.
Hier zat Louis Cohen in galanterieën. Het gezin, met o.a. Alexander, woonde boven de winkel. Het geboortehuis van schrijver-journalist Alexander Cohen is afgebroken, maar stond op hoek van de Voorstreek met de Tuinen, tegen de gracht aan. Alexander Cohen woonde het grootste deel van zijn leven in Frankrijk.

Over de Kelders 8 In d'Engelsche Bijbel
Van 1614 tot 1619 woonde hier de dichter/boekverkoper Jan Jansz. Starter. Waarschijnlijk werd hij geboren te Londen in 1593 of 1594 en overleed hij in 1626 in Hongarije. Zijn ouders waren vermoedelijk John Startut, wever, en Alice Robynson, dissenters die in 1607 wegens verdrukking in Engeland naar Holland trokken. Via Amsterdam kwam Starter in 1614 in Leeuwarden terecht en trouwde datzelfde jaar met Nieske Hendricxdochter. Ook anderszins raakte hij goed ingeburgerd en onderhield hij contacten in de hoogste kringen. Starter werd zelfs beschermeling van stadhouder Willem Lodewijk. Hij schreef vooral minne- en drinkliederen en kluchten met een erotische inslag. Zijn meest bekende werk was de bundel 'Friesche Lusthof'. In 1617 was hij medeoprichter van de rederijkerskamer 'Och mocht het rijsen'. Calvinistische Leeuwarders spraken schande van de stukken. Starters laatste beroep was dat van geschiedschrijver in het leger van de Duitse graaf Ernst von Mansfeld. In 1953 werd aan de gevel van het pand een plaquette aangebracht naar een ontwerp van Auke Hettema. Als de winkels geopend zijn is de plaquette verscholen achter samengeschoven traliewerk. Het uithangbord uit de tijd van Starter, een groot boek met in gouden letters daaronder 'In d'Engelsche Bybel', is sinds lang verdwenen.

Over de Kelders 14/18 - Intertoys/Modehuis HB
H. Brenninkmeijer & Co. in 1880 met manufacturen ('winter en regenmatels voor dames en kinderen in alle grooten tot uiterst lage prijzen') was hier lang gevestigd. Na de oorlog werd de naam Modehuis HB. In 1996 overleed Hermann Brenninkmeijer, zoon van de oprichter. Hij was een betrokken burger en zat allerlei besturen.

Op de plek van Over de Kelders 18 stond tot 1924 een pand met een karakteristieke achttiende-eeuwse klokgevel, voorzien van een grote gevelsteen met de afbeelding van een moor ten voeten uit, de linkerarm rustend op balen tabak en in de rechterhand een bos tabaksbladeren. Opschrift "De Ionge Moor". Waarschijnlijk was in het huis eind achttiende eeuw een tabakswinkel gevestigd. Mogelijk dateert de steen zelfs nog uit de zeventiende eeuw; de herkomst is in dat geval onbekend. In 1924 werd de klokgevel afgebroken. De bijzondere steen werd toen geschonken aan het Fries Museum.

Over de Kelders 24
Hier zat in de jaren dertig F.J. Dröge, winkelier in gebruikte goederen, later speciaalzaak in onderkleding.

Over de Kelders 26 - Corset Royal/Maya's Grow
Decennia lang waren corsetten een must voor de moderne vrouw. Ook in Leeuwarden waren verschillende winkels gespecialiseerd in corsetten. Eén van die zaken was Corset Royal aan Over de Kelders 216, later 26, gedreven door de Joodse mevrouw K. de Bruin, geb. Cohen. De zaak startte in 1915 als filiaal van het Groninger Corsetten magazijn. Men betrok de corsetten vooral uit Amerika. De firma groeide in de jaren '20 en '30. Het assortiment werd verbreed met o.a. kousen en bustehouders.

Kelders 33 - Hari Haarmode/Firma Zelle
In 1839 begon Cornelis Zelle een pettenzaak op het adres Kelders 33, die in 1868 door zijn zoon Adam Zelle werd overgenomen. Adam Zelle produceerde zelf ook hoofddeksels, onder andere voor de stedelijke schutterij. In het huis zag Margaretha Geertruida Zelle op 7 augustus 1876 het levenslicht. Onder de artiestennaam "Mata Hari" verkreeg deze Leeuwarder dochter wereldfaam. Margaretha stamde uit een familie van Duitse handelslui, maar zij was wat je tegenwoordig "derde generatie" zou noemen. Ook haar vader Adam Zelle was al in Leeuwarden geboren. Na haar huwelijk in 1895 vertrok Margaretha naar Nederlands Indië, waar zij kennismaakte met exotische dansen. Nadat haar huwelijk was stukgelopen maakte Margaretha onder de artiestennaam "Mata Hari" (Maleis voor "Oog van de dag") furore als chique naaktdanseres. Haar Oosterse dansen sloegen aan omdat het publiek in het begin van de vorige eeuw een fascinatie had voor Azië. Margaretha Zelle vestigde zich in 1906 Parijs, maar gaf ook optredens in onder andere Wenen, Milaan en Monaco. Onder haar publiek waren veel mensen uit de "upper class", waaronder het Corps Diplomatique. Haar contacten met diplomaten van zowel Duitse als geallieerde zijde brachten haar tijdens de Eerste Wereldoorlog in een lastig parket. In 1917 werd Margaretha op beschuldiging van spionage door de Franse autoriteiten gefusilleerd. In de jaren 1970 werd voor haar geboortehuis een standbeeld geplaatst. Al vanaf de 18e eeuw woonden hier in de buurt leden van de familie Zelle. Het geslacht stamt uit Celle in Westfalen.
 

Voorstreek

Voorstreek 1 - Hotel de Doelen
Als voornaamste hotel van de stad o.a. verblijfplaats van de Zuid-Afrikaanse generaals tijdens hun geldinzamelingstournee in 1902. Botha en De La Rey verschenen op het balkon en werden toegejuicht door een menigte Liwwadders. Ze brachten ook een bezoek aan het stadhuis en de Grote Kerk. Ook daar verschenen grote menigten. Het (klein) geld van de collecte werd verzameld in lege patroonhulzen. Juli 1909 overnachtte hier het Amerikaanse gezelschap dat een plaquette in het provinciehuis officieel presenteerde. De plaquette herinnert nog aan de erkenning van de Amerikaanse onafhankelijkheid door de Friese staten in 1782. In 1944-1945 woonden hier Duitse militaire artsen. Het hotel speelde tot de afbraak in de jaren 1960 ook een centrale plaats in de sinterklaasviering.

Voorstreek 10 - Wereldwinkel
De derde wereldwinkel bestaat in Leeuwarden sinds 1971. Leeuwarden was de vierde plaats in Friesland waar een dergelijke winkel werd gevestigd, na Drachten Hindeloopen en Joure. De wereldwinkel begon ooit in de Doopsgezinde kerk aan de Wirdumerdijk en was daarna ondermeer gevestigd in de Vijzelstraat. Nadat de wereldproducten een tijdlang alleen per bakfiets werden verkocht, opende de Wereldwinkel in 1988 een zaak op de Westerplantage. In 1999 werd de winkel gevestigd op het adres Voorstreek 10. Niet alleen verkoopt de winkel producten uit de derde wereld, maar ook heeft zij in zekere zin een voorlichtingsfunctie over ontwikkelingslanden.

Voorstreek 11 - King Kong Records/Antiekhandel De Vries
Hier was vroeger de antiekhandel van Isaäc de Vries, een gerenommeerde antiekzaak, de oudste van de stad. Het magazijn telde minstens 12 vertrekken, waaronder een grote kelder en zolder. Bij de zaak hoorden ook nog 2 pakhuizen, één achter het pand en één in de Minnemastraat. De bekende verzamelaar Ottema kwam er vaak en graag. De firma (en het grootste deel van de familie) overleefde de oorlog niet.

Voorstreek 21 - Kinki kappers/Roling en Wreesman
Hier ontstond rond 1870 de firma Roling en Wreesman, in textiel en dekens.

Voorstreek 20 - Islamitische slagerij "Marhaba"
"Marhaba" ("Welkom") is de enige Islamitische slagerij in Leeuwarden. Het bedrijf slacht twee tot drie keer in de week zelf en is daardoor verzekerd van de aanvoer van vers ‘Halal' vlees. In het midden van de jaren negentig verhuisde de slagerij naar de Voorstreek. Daarvoor was het bedrijf gevestigd in het winkelcentrum Heechterp. De eigenaar is uit Egypte afkomstig.

Voorstreek 26 - Slauerhoff
Ook hier weer afstammelingen van lapkepoepen. De vader van de bekende schrijver Jan Slauerhoff verplaatste in 1906 zijn stoffeerderij en behangzaak van de overkant van de Voorstreek naar dit pand. Jan Slauerhoff heeft hier tot zijn studententijd gewoond. In de zaak zit nog een Slauerhoff
.

Voorstreek 27 - Feitsma
Vanaf 1923 was ‘Allemansgading' van Elie Feitsma hier gevestigd. De Joodse Feitsma verkocht vooral schoenen en manufacturen. Hij was een uitbundige adverteerder: 'wij zullen thans alles overtreffen, wat tot nu toe is aangeboden'; 'ijzersterke jongensschoenen' met 'onverwoestbaar rubber onderwerk',

Voorstreek 29 - Perzisch tapijthuis "Shiraz"
Het in 1938 opgerichte tapijthuis "Shiraz" opende in januari 1977 zijn deuren aan de Voorstreek. De zaak bood een ruim assortiment in Perzische tapijten en bezat tot zij haar deuren in 1994 sloot de grootste toonzaal in Perzische tapijten van Noord-Nederland.

Voorstreek 34 Noord-Nederlanse Boekhandel
De eerste Schweigmann in Leeuwarden vestigde zich hier in 1863.

Voorstreek 36
Hier was sinds het eind van de 16e eeuw herberg Benthem gevestigd. Mogelijk kwam de eerste eigenaar uit Bentheim.

Voorstreek 37 - Jagersma Naaimachines
Op 29 juli 1781 hertrouwde Catharina Johanna Koek met de oorspronkelijk uit Leeuwarden afkomstige Abraham Couperus. Deze Abraham is naar alle waarschijnlijkheid in 1752 in dit pand geboren. Drie jaar voor zijn huwelijk was hij in Malakka gearriveerd als soldijboekhouder en licentmeester van de VOC. Zijn carrière verliep voorspoedig en in 1788 werd hij benoemd tot gouverneur van Malakka. Het echtpaar Couperus-Koek had toen een dochter, Gesina (1784-1828), en een zoon, Petrus Theodorus (1787-1823). Er volgden nog drie dochters en een zoon die jong stierf.

In 1795 kwamen de Engelsen naar Malakka met een missive van stadhouder Willem V waarin de gouverneur verzocht werd de Engelse troepen als ‘beschermers' toe te laten. Na ongelukkig verlopende onderhandelingen en een nauwelijks gevoerde strijd gaf Abraham Couperus Malakka over aan de Engelsen, wat hem later - volgens D.K. Bassett ten onrechte - op beschuldigingen van hoogverraad kwam te staan. Uit die periode dateren enkele beschrijvingen van Catharina Koek, geschreven door Engelsen die kennelijk gechoqueerd waren hoe ‘aangepast' de Nederlandse bestuurders waren. ‘Ze [Catharina] kauwde onophoudelijk betel, en elke stoel in de kamer had een kwispedoor' (gecit. De Haan, Priangan 1, 252), bovendien kleedde ze zich ‘in the most unbecoming manner possible, a mixture between the Malay and the Portuguese' (gecit. Bosma en Raben, 63). Maar, voegde de laatst geciteerde, een Engelse kapitein, eraan toe: ze leek ‘very affable and well bred for a person never out of Malacca'. Catharina Koek zou echter kort daarna Malakka voorgoed verlaten.

De Engelsen brachten Abraham Couperus en zijn officieren als krijgsgevangenen over naar Tranquebar, een plaats ten zuiden van Madras (India). Hun families gingen mee en zo kwam ook Catharina Koek terecht in Tranquebar, waar in 1798 haar zevende en laatste kind, een dochter, geboren werd. Pas in 1807 lieten de Engelsen hen gaan en het gezin Couperus-Koek verhuisde naar Batavia. In 1811 volgde Couperus' benoeming tot raad van Indië, in 1812 tot raad van justitie in Soerabaja. Lang heeft hij die functie niet vervuld, want hij overleed er het jaar daarop. Catharina Koek is daarna, wanneer is niet bekend, naar Buitenzorg verhuisd. In 1823 is het door haar in een krant geplaatste overlijdensbericht van haar oudste zoon, Petrus Theodorus, getekend met ‘Buitenzorg'. Daar overleed zij zelf bijna twintig jaar later, in februari 1843.

Catharina Johanna Koek en Abraham Couperus worden beschouwd als de stamouders van de (Nederlands-) Indische tak van de Couperus-familie: hun zoon Petrus Theodorus was de grootvader van de bekende schrijver Louis Couperus. Deze was er trots op de achterkleinzoon te zijn van de gouverneur van Malakka en ‘maakte er geen geheim van dat hij zich als nazaat van een bepaald geslaagde familie beschouwde' (Bastet, 615). Maar noch Louis Couperus noch degenen die over hem schreven hebben veel aandacht aan de Couperus-stammoeder geschonken: ze blijft de vriendelijke, betel-kauwende maar toch welgemanierde en Indisch geklede echtgenote op de achtergrond.

Voorstreek 68
Hier zit 'de nieuwste en beste afroshop en kapsalon van Noord-Nederland'.

Voorstreek 80 - Norrod
In dit pand werd in 1835 de bekende dichter Francois HaverSchmidt (Piet Paaltjens) geboren. Ook zijn voorouders kwamen uit Duitsland.

Voorstreek 88 - Mama Mia Pizzeria
De neurofarmacoloog prof. dr. David de Wied (1925-2004), zoon van een Joodse slager, bracht een deel van zijn jeugd door in dit pand.

Voorstreek 106 - Kleurrijk Beraad
In februari 2002 werd in dit voormalige herenhuis een nieuw multicultureel centrum geopend door de toenmalige minister Van Boxtel. Kleurrijk Beraad biedt onderdak aan o.a. organisaties van Surinamers, Marokkanen, Turken, Bosniërs, Somaliërs, hindoes en Koerden. Op het gemeentelijk plan om zoveel mogelijk allochtonenorganisaties onder één dak te huisvesten werd aanvankelijk negatief gereageerd. Met name Turken en Marokkanen waren woedend omdat ze hun oude huisvesting aan de Zuidergrachtswal moesten opgeven.

Bonifatiusplein 20
Het vroegere Bonifatius hospitaal stond achter de Bonifatiuskerk aan de Voorstreek. Het ziekenhuis werd heel lang bestuurd door een congregatie van ziekenzusters uit Münster. Ook de eerste generatie verpleegsters kwam in de regel uit Duitsland.

Korfmakersstraat 13 - Turks restaurant "Kaya"
"Kaya" was het eerste Turkse restaurant in Leeuwarden en werd in april 1982 geopend door Ismail Kaya. Kaya - oorspronkelijk afkomstig uit Istanbul en jaren woonachtig in Deventer - was in 1980 een partnerschap aangegaan met zijn landgenoot Bülent Ceylan. Samen waren zij tot 1981 de uitbaters van Café "Royal" aan de Grote Hoogstraat 8. Orha Kaya, ex wethouder van Rotterdam, is een zoon des huizes. Sinds 2005 wordt de zaak geleid door Arif Demirci. Het restaurant werd in dat jaar uitgeroepen tot beste Turkse restaurant van Nederland. Om de hoek (Tweebaksmarkt 38-40) is Turks restaurant Saray gevestigd.
 

Naauw 10 - Malou/Modemagazijn De Bruin
De Bruin is te beschouwen als de laatste Joodse winkel in de stad. Tot ca. 1970 is deze zaak in damesmode hier gevestigd. Belangrijk was de verkoop van kousen. Enkele reclameleuzen: ‘de nieuwste tinten de beste kwaliteiten', ‘de laatste modesnufjes in een onovertroffen keuze'.

Sint Jacobsstraat

Sint Jacobsstraat 2- Young Men's shop/ De Toren van Babel
In de 16e eeuw was hier een herberg waar De Toren van Babel uithing. Het houten uithangbord wordt nog bewaard in het Fries Museum. Vanaf eind 17e eeuw was er in Nieuwestad 117 een gelijknamig logement gevestigd.

Sint Jacobsstraat 6 - Italiaans restaurant/pizzeria Etna
Sinds begin jaren 1980 zijn hier Italianen gevestigd. Decennia lang zat hier pizzeria Etna uitgebaat door Gianni di Rocco afkomstig van Carunchio aan de Adriatische zee. Dankzij vrouw en schoonfamilie sprak hij zelfs een aardig woordje Fries. In 1999 deed het restaurant mee aan een kunstproject met pizza's dat landelijke bekendheid kreeg.
Het oudste muurdeel van het pand is misschien wel uit de 14e eeuw (vanuit de besloten steeg goed te zien).

Sint Jacobsstraat 10 - Sleutelspecialist/Gebr. Käller
Op de hoek van de Klokstraat (tegenover de Phoenix) zetelden vanaf ca. 1920 de Källers, kooplieden in vitrage, manufacturen, dekens, bedden, lappen, japonnen. De oudste Käller reisde aan het begin van de 20e eeuw nog met koffers textiel. Gala kleding huren was ook mogelijk. Klanten -vooral boeren- dronken in de opkamer koffie of nuttigden daar zelfs jenever. Ook sigaren en spekpannekoeken werden er geserveerd. Kortom. Een gezellige boel. De oude Källers kwamen nog uit Mettingen en spraken half, Duits half Nederlands. Ze rookten uitsluitend pijp. Joop, een zoon en opvolger van Heinrich Käller, de overblijvende vennoot, overleed vroeg. Victor, een andere zoon en opvolger, ondervond problemen tijdens en na de oorlog. Hoewel hij geboren was in Leeuwarden, had hij nog de Duitse nationaliteit en moest hij dus dienst doen in de Wehrmacht. Een dag voor de bevrijding trok Victor zijn uniform uit en dook hij onder bij een boer in het Ouddeel. Toen hij zich na een week meldde kreeg hij huisarrest. Zijn kledingzaak werd onder toezicht van een ‘goede' Nederlander gezet, die dat net zo pijnlijk vond als Käller zelf. In 1951 kreeg het gezin alsnog de Nederlandse nationaliteit.

Sint Jacobsstraat 11 - Hotel de Phoenix
Deze monumentale patricierswoning werd in 1823 verbouwd tot een van de meest chique hotels in de stad. Belangrijke gasten werden van het station afgehaald met een omnibus van het hotel. In Jacobsstraat 9 werd de eetzaal gevestigd. In de jaren 1940-45 waren er Duitse militairen ondergebracht in het hotel. Sinds de jaren 1990 is het complex gerestaureerd en in appartementen verdeeld. In nr. 9 met de mooiste gevel van Leeuwarden zat vroeger koffiehuis Hof van Holland.

Sint Jacobsstraat 15 - Fahner leer
Hier had eind 19e eeuw de uit Mettingen afkomstige 'lapkepoep' Georg Bernard Flacke een winkel in manufacturen. Vanaf 1936 is er leerhandel Fahner (een familie van eveneens Zwitserse oorsprong) gevestigd.

Sint Jacobsstraat 25/27 -Klaes en Myra's/ Drontmann
De firma verhuisde in 1871 van de Berlikumermarkt naar dit pand. Het begin was kleinschalig, met één pand en als personeel mevrouw Drontmann en een winkelmeisje. Later kwam er een pand en ook meer personeel bij. Firma J.H. Drontmann en zoon deed in manufacturen, wat textiel als kleding en lappen e.d. inhield. Schorten en onderkleding vormde de corebusinss. In reclames noemden ze zich Het Flanelhuis en ook wel Schortenhuis. Er werd veel gebruik gemaakt van reclameleuzen als 'al onze artikelen monden uit in kwaliteit'. In 1954 vertrok de zaak naar Nieuwestad 110 o.l.v. zoon Johan Drontmann, die daar op een gegeven moment ca. 50 mensen aan het werk had.

Sint Jacobsstraat 18 - Yucatan/Kunsthandel Sanders
Salomon Sanders wordt in 1866 geboren in Sneek en leert het vak van spiegel- en lijstenmaker bij familie in Rotterdam. In 1889 opent hij in Leeuwarden zijn fabriek, magazijn en winkel van spiegels, lijsten, schilderijen en aanverwante artikelen aan Wortelhaven 83. Een paar jaar later vestigt hij zich in Jacobsstraat 1. De zaken gaan pas echt goed in 1898 na de verhuizing naar nr. 18. In de jaren 30 is Sanders de enige kunsthandel van betekenis in Friesland. In de kunstzaal boven de winkel zijn regelmatig exposities van schilders als Piet van der Hem en Germ de Jong. Salomon Sanders verwerft een vooraanstaande plek in de Joodse gemeente. Na het overlijden van Salomon in 1939 neemt zoon Louis de leiding van de zaak over. Daar werken dan ook zijn broer, echtgenote, een drietal knechten en een leerling. Op 5 november 1941 wordt de winkel door de Duitsers leeggeroofd, het sein voor Louis Sanders en zijn vrouw Froukje Polak om onder te duiken. Als de heer Zandstra en mevr. Van der Pol overleven ze (via 19 onderduikadressen) de oorlog. Een groot deel van de familie is niet zo fortuinlijk. In april 1946 adverteert kunsthandel Sanders weer in de LC. Zelfs na het overlijden van Louis in 1963 zet Froukje Polak de zaak nog 4 jaar op eigen kracht voort.
Sinds 1986 zit hier Mexicaans restaurant Yucatan.

Sint Jacobsstraat 24-26 F. Lampe en Co.
De firma Lampe in dekens, matrassen, bedden e.a. manufacturen begint rond 1870 aan De Kelders. In de Sint Jacobsstraat groeit de zaak uit tot de textielgroothandel van Friesland. In het pand stond een 12 meter lange toonbank met soms wel 5 mensen er achter werkzaam. Eigenaar Eduard L. ('dikke') Lampe (overleden in 1950) was een bekende Liwwadder. Hij was een graag geziene gast in het Oranje Bierhuis. Bovendien een verdienstelijk schaatser en een fanatieke zwemmer. Ter plaatse van de oude winkel staat nu nieuwbouw.

Sint Jacobsstraat 29 - Café Stars (voorheen Spoekepolle)
In 1847 bewoonde de opperrabijn van Friesland, Benedictus Dusnus (geboren in Praag), tijdelijk een deel van dit huis. Het pand is waarschijnlijk omstreeks 1880 ingrijpend verbouwd door architect W.C. de Groot. Toen werd er een magazijn van de uit Zuid-Zwitserland afkomstige schoorsteenveger Gregorie Gugliemina gevestigd. Later kwam het pand in gebruik bij de firma Filiponi en Begnudini, een zaak in paraplus, barometers, weerglazen, lorgnets, wandelstokken, brillen en toneelkijkers.

Sint Jacobsstraat 28 - Firma Bazzi
In 1913 werd door de Italiaanse ambachtslieden Attilio Bazzi, Guiseppe en Ilario Giacomazzi en Carlo Zanoli de firma A. Bazzi en Co. opgericht. Het bedrijf legde zich toe op "de schoorsteenvegerij en daartoe betrekkelijke metselarij, den handel in parapluies en wandelstokken en het uitvoeren van werken in kunstgraniet." Bazzi en Co was eigenlijk een voortzetting van de firma Filiponi en Begnudini, die zich in 1906 op dit adres hadden gevestigd. De zaak van Bazzi werd in 1923 overgedaan aan de gebroeders Andriessen. Aan het einde van de jaren twintig werd het pand een Frans wijnhuis.

Sint Jacobsstraat 33 - Griffie/Firma Filiponi en Begnudini
In de jaren 1880 begonnen de firmanten Filiponi en Begnudini op het adres Sint Jacobsstraat 33, noordelijke hoek Raadhuisstraatje. Filiponi en Begnudini vertrokken met hun bedrijf in 1906 naar Sint Jacobsstraat 28. Veel jonge Italiaanse schoorsteenvegers vonden in hun "schoorsteenvegershuis" op nummer 33 een onderdak. Zo'n tien schoorsteenvegersleerlingen woonden in het pension onder de strenge tucht van een huishoudster. Omdat zij hun bazen geen slechte naam mochten bezorgen kwamen zij buiten werktijd nauwelijks buitenshuis. Alleen op zaterdag, wanneer de was werd gedaan, en op zondag, wanneer de Rooms Katholieke kerk werd bezocht, kwamen de jongens op straat. Doordeweeks werden de gezellen al vroeg door de schoorsteenvegers opgehaald.

Sint Jacobsstraat 35 - Griffie/geboortehuis Richard Hageman
Richard Hageman (9 Juli 1881, Leeuwarden - 6 maart 1966, Beverly Hills) is een bekende Amerikaanse dirigent, componist en acteur. Zijn vader was o.a. muziekmeester van het Leeuwarder schutterijorkest. De kleine Richard groeide op in het pand dat tegenwoordig onderdak biedt aan de gemeentelijke griffie. Hij kon al op zesjarige leeftijd goed piano spelen. Ging in Amsterdam studeren en werd daar in 1899 dirigent van het Amsterdamse Koninklijke Opera Gezelschap. In 1906 kwam hij naar de VS als begeleider van Yvette Guilbert. Hageman bleef in de VS wonen en werd dirigent van verschillende gezelschappen. In 1939 ontving hij een Oscar voor het componeren van de muziek bij de John Ford western Stagecoach.

Hofplein 38 - Hoofdwacht
In 1688 liet het gewestelijk bestuur een nieuwe Hoofdwacht bouwen op de plaats van een oud wachthuis. De taak van de Hoofdwacht was bescherming van staten en stadhouder. In ieder geval een deel van deze soldaten was beroeps en kwam van over de grens. Vanaf 1844 kwam het gebouw aan de gemeente o.a. ter beschikking gesteld van de politie. In 1872 werd het aangrenzende pand in de Sint Jacobsstraat ingericht als woonhuis voor de commissaris van politie. Later kwam er ook een verbindingsgang met de Hoofdwacht. In de jaren 20 werd de Leeuwarder politie in vechtsporten getraind door een gevluchte Rus.

Raadhuisplein 36 - Stadhuis
Stadstimmerman Claes Bokkes Balck had in 1715 de dagelijkse leiding over de bouw van het stadhuis, maar architect Anthony Coulon en zijn leermeester Daniel Marot hebben zeker invloed gehad. Beiden waren hugenootse ballingen en hadden zodoende de invloed van de Franse Lodewijk XIVe stijl ondergaan. De Italiaanse stucwerker Joseph Barberino vervaardigde het prachtige plafond in het voorhuis. Zijn landgenoot Gio Battista Albisetti maakte in 1718 de schelp in het poortje van het voorhuis. De fraaiste zaal van het oude stadhuis, de raadkamer, nu kamer van de burgemeester, werd getooid met wandtapijten voorstellende de vier werelddelen (Australië werd nog niet meegeteld). Hiermee gaf het stadsbestuur te kennen, dat het vrije Leeuwarden, evengod als het machtige Amsterdam, deel uitmaakte van de wereldwijd operende Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. In 1760 werd het stadhuis uitgebreid met een nieuwe raadszaal in Lodewijk XV-stijl. Het plafond werd van fraai stucwerk voorzien door Jean Baptist Singer (waarschijnlijk van Franse afkomst). De kroonluchter kwam waarschijnlijk uit Venetië. Het meest opvallende schilderij in het stadhuis is 'Mozes en de 70 oudsten' van de Leeuwarder schilder Harmen Beekkerk. Het bijbelse tafereel drukt wellicht ook vroege patriotse denkbeelden uit. Het carillon is in 1686 vervaardigd door klokkengieter Claude Fremy en na de afbraak van de Nieuwe Toren bestemd voor het stadhuis.

Op 18 november 1813 arriveerde een dertigtal kozakken onder leiding van hetman Jesow Rebroff voor de Hoeksterpoort. Ze werden door een juichende bevolking binnengehaald en naar het stadhuis begeleid. De maire (burgemeester) onthaalde ze gastvrij, maar de communicatie ging moeizaam. Hulp bij het vertalen werd geboden door enkele uit Polen afkomstige Joodse Leeuwarders.

Bijna vanzelfsprekend kwam er bij de restauratie en herinichting van het stadhuis eveneens hulp van over de grens. Koperslagers uit Tsjechië, een loodbewerker uit Polen en Duitse leidekkers hebben gewerkt aan de restauratie. Beglazing werd in Polen gemaakt. De wandbespanning in de historische wethouderskamers zijn vervaardigd in Lyon. Het meubilair is volgens Italiaans en Deens ontwerp.
Tot slot kan opgemerkt worden dat in het stadhuis de verschillende stedenbanden (met Norwich, Orel en Klaipeda) vorm hebben gekregen; ook dat er sinds twee decennia raadsleden van allochtone afkomst werken op deze plek.

Klokplein-Grote Hoogstraat   

Grote Hoogstraat 15 - Shoarmazaak "King David"
De koffiebar "King David" werd eind 1978 geopend en was de eerste Israëlische grillroom van Leeuwarden. 'Nu ook in Leeuwarden. Het aparte Israëlische broodje shawarma', aldus een advertentie in de LC. Onder stappers in het centrum kent de shoarmazaak al jaren een grote populariteit. Een vroegere eigenaar werd onder nooit opgehelderde omstandigheden vermoord aangetroffen langs de Afsluitdijk. In de loop der jaren waren er regelmatig vechtpartijen in King David. Manuel Fetter kreeg in deze shoarmazaak ruzie met een Albanees, die hem even later buiten het pand doodstak. 

Grote Hoogstraat 26 - Mukkes Café/Firma J.B. Delea
Het schoorsteenvegersbedrijf van J.B. Delea vestigde zich in 1934 op het adres Grote Hoogstraat 26, dat voordien lange tijd als notariskantoor in gebruik was geweest. Delea hield zich net als zijn vader bezig met het vegen en herstellen van schoorstenen en het aanbrengen van zink- en granietwerk. Hij adverteerde met: "In het midden van de straat staat een huis met vier treden; En vanaf de Brol het hoogste huis; U vindt het zo en treft vast wel iemand thuis; Daar moet u voor alle schoorsteenwerk wezen." Het schoorsteenvegersbedrijf bleef tot eind jaren zestig op dit adres bestaan. In 1967 begon H. Delea er een koffiekelder onder de naam "1.7.2.", welke in 1969 werd voortgezet als bar-discotheek "Spiral".

Instana Indonesia van 'sambalkoning' Joop Westra was ooit ook in de kelder van dit pand gevestigd. Eind jaren 80 en begin jaren 90 was dit misschien wel het meest markante restaurant van de stad. Zo was er bijv. geen telefoon en zelfs geen keuken. Moeder maakte de authentieke Indische gerechten thuis in haar keuken, terwijl manlief het eten in de magnetron opwarmde. Toen het restaurant dicht ging, bleef de cateringservice bestaan. Overigens waren de Westra's helemaal niet van Indische afkomst.

Grote Hoogstraat 28 - pizzeria Sardegna
Vanaf 1980 baten Dante en Anny Meloni hier een pizzeria uit. In de eerste krantenreclame wordt melding gemaakt van 52 soorten pizza's.  

Grote Hoogstraat 30 - Steakhouse restaurant Oase/Bollehúske
De beroemde/beruchte broodjeszaak 't Bollehúske was in 1979 één van de eerste zaken die adverteerde met shoarma in het assortiment.

Grote Hoogstraat 35
Wapensteen met "I.V.Pruisen" en jaarstenen met "ANNO" en "1653". Herkomst onbekend, vóór de herplaatsing opgenomen in de collectie van Museum het Princessehof, in 1978 herplaatst aan de Grote Hoogstraat.

Eewal 

Eewal 4 - Firma Aug. Delea
G. Laloli trad in 1907 uit de firma Filiponi en Begnudini en begon met Aug. Delea een schoorsteenvegers-, terazzo- en granietvloerenbedrijf op de hoek van de Eewal met de Grote Hoogstraat. Gaandeweg kreeg het vegen en repareren van schoorstenen de overhand. Nog tot de dag van vandaag is "Delea" een begrip in Leeuwarden. Het bedrijf is sinds 1964 gevestigd in de Gymnasiumstraat.  

Hofplein 29 - Stadhouderlijk Hof
Vanaf het eind van de 16e eeuw resideerden de Friese stadhouders uit het huis Nassau in dit gebouw. De eersten bedienden zich vooral van de Duitse taal. Later werd er meer Frans gesproken aan het hof. Ook de eerste taal van Willem Lodewijk (Wilhelm Ludwig) voor wie in 1906 een standbeeld (Us Heit) werd opgericht, was Duits. De hovelingen kwamen ook dikwijls uit Duitse streken.

Anna van Hannover (1709-1759) was het eerste kind van de latere Britse koning George II, de reden dat zij zowel in Engeland als in Nederland 'Princess Royal' werd genoemd. Het ‘House of Hannover' heet tegenwoordig het ‘House of Windsor'. In 1734 huwde zij in Londen, met de latere Friese stadhouder Prins Willem IV. Samen staken zij de Noordzee over, reisden vervolgens via Amsterdam per jacht over de Zuiderzee om via Harlingen in Leeuwarden te belanden. Hier betrokken beide jonggehuwden het Stadhouderlijke Hof. Vanaf haar vestiging in Nederland -aanvankelijk in Leeuwarden, later in Den Haag - ontplooide de prinses veel muzikale activiteiten. Zij liet bij tijd en wijle 's avonds concerten geven door hofmusici en bespeelde daarbij zelf het klavecimbel. Toen haar echtgenoot eerst tot Stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe en in 1747 tot Erfstadhouder en Kapitein-Generaal en Admiraal van de Unie - de gehele Republiek der Verenigde Provinciën - werd benoemd, verhuisde de vorstelijke familie met vrijwel de gehele Friese hofhouding (ca. 120 personen) naar naar paleis Huis ten Bosch in Den Haag. Na de dood van haar man nam Anna van 1751 tot 1759 het regentschap waar voor haar enige zoon de latere erfstadhouder prins Willem V.

Links en rechts werden in 1795 gebouwen "gekraakt" om de Franse soldaten en hun paarden tot onderdak te strekken. Dat het nu bestemmingsloos geworden hof daaraan niet ontkwam, ligt wel voor de hand. Het gebouw werd een "logement voor de commandant of generaals van de troupes" en kreeg daarbij nog een aantal andere functies: huisvesting stadswezen, latijnse scholen, kleding- en levensmiddelenmagazijn en een hospitaal. In de kelders, waar de stadhouders hun keur van wijnen hadden bewaard, werden 150 gevangenen ondergebracht

Eewal 52
Een voorbeeld van een hoveling die dichtbij zijn werkgever woonde: Georg Walcke, "kleermaker van Sijn Hoogheit den Heere Prince van Orange en Nassau". De kleermaker liet in 1745 Eewal 52 ingrijpend verbouwen en hofarchitect Anthony Coulon een ontwerp voor de gevel maken. Beeldhouwer Jacob Sijdses Bruinsma -bekend van het snijwerk aan het orgel in de Jacobijnerkerk- leverde het natuursteenwerk en het rijke beeldhouwwerk in de geveltop en aan de voordeur, waarin zelfs een gekroonde schaar werd aangebracht. Het lijkt waarschijnlijk dat Walcke van Duitse herkomst is.

Eewal 56 - Centrum Tûmba
Het centrum Tûmba spant zich op de meest uiteenlopende manieren in om wereldburgerschap en gelijke behandeling te bevorderen. Door het geven van voorlichting en het optreden binnen het publieke debat schenkt het centrum aandacht aan onder andere fair trade, het tegengaan van discriminatie, armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling. Tûmba wordt gesteund door de provincie, NCDO, gemeenten en kerken. Tûmba ontwikkelde zich uit de Stichting Centrum voor Ontwikkelingssamenwerking, die al sinds 1981 in Leeuwarden actief is. Het COS verhuisde in 1996 naar de Eewal en werd toen samengevoegd met het gemeentelijke racismemeldpunt.

Door de dubbele breedte en rijke geveldecoraties is het pand Eewal 56 een van de opvallendste elementen in de zuidelijke gevelwand van de Eewal. Het werd in 1876 gebouwd voor de medicus dr. Marcus Baart de la Faille. Het perceel van Eewal 56 heeft altijd een dubbele breedte gehad. De bekende klokgieter Hans Falck van Neurenberg heeft er in 1633 een huis laten oprichten. Zo woonde hij niet ver van zijn klokgieterij in de oude kerk van Nijhove tegenover de Jacobijnerkerk. Falck, die hier o.a. een klok voor de Oldehove vervaardigde, verplaatste omstreeks 1640 zijn werkzaamheden van Leeuwarden naar Moskou. In Rusland was hij vooral actief als fabrikant van kanonnen.

Minnemastraat - Turks Hooft
In het huis Nieuwestad 72 was voorheen de gevelsteen "'t Turks Hooft" ingemetseld. De bijzondere steen is in de vorige eeuw overgedragen aan museum Het Princessehof en later ingemetseld in nieuwbouw aan de Minnemastraat. Hoewel de precieze herkomst van de gevelsteen onbekend is, is zij een typisch voorbeeld van turkomanie. In de zeventiende eeuw bestond er in gegoede kringen in Nederland een fascinatie voor Turkije en voor ‘Turkse' producten, zoals tulpen, koffie, specerijen en oriëntaalse kleding.

Poststraat 37 koffiehuis De Zone/Istanbul
Begin jaren tachtig was - nadat de eigenaar van de 'erotische uitspanning' de "Penny Bar" er na een jaar al weer een punt achter had gezet - op het adres Poststraat 37 korte tijd het Café "Istanbul" van de uit het Turkse Çorum afkomstige Bülent Ceylan gevestigd. Deze was op 7 december 1979 reeds een horecabedrijf - Café "Royal" - aan de Grote Hoogstraat 8 gestart, aanvankelijk voor zichzelf en later in partnerschap met Ismail Kaya (de latere eigenaar van het gelijknamige eerste Leeuwarder Turkse restaurant in de Korfmakersstraat). Bij de opening op 15 mei 1981 van Café "Istanbul" plaatste de heer Ceylan een advertentie met ‘speciaal aanbevolen' broodjes kalfsshoarma. Reeds in zijn vorige horecagelegenheid beweerde dhr. Ceylan bij hoog en bij laag dat de enige 'echte' shoarma uit Turkije kwam en van kalfsvlees (en dus niet van lamsvlees) diende te worden gemaakt en al helemaal niet van varkensvlees. Van dit 'klantenbedrog' betichte hij met enige regelmaat zijn naburige Israëlische conculega's. Café "Istanbul" was echter geen lang leven beschoren. Op 5 januari 1982 werd de zaak door een opvolger van Marokkaanse komaf andermaal omgedoopt in de "Penny Nightclub". Een jaar later zouden financiële problemen en broodnijd deze Mohamed Z. ertoe hebben bewogen om de naburige populaire nachtclub "Pussycat" in de MInnemastraat in lichterlaaie te zetten. Hiervoor werd hij op 5 juli 1983 tot 4 maanden gevangenisstraf veroordeeld. De zaak was op dat moment trouwens al weer door een andere exploitant overgenomen die er tot medio 1984 met nachtclub "Can Can" een gelijkgeïnteresseerd publiek probeerde naar binnen te lokken. In de jaren erna stond het pand nog bekend als de stripteaseclub "Manhattan", gay-bar "De Twee Kabouters" en Nachtcafé "Bruintje de Beer".

Eewal 75
Frederik de Haan (1863-1938) werd geboren in Voorstreek 295 (toen nog Dokkumerend), maar groeide op in het gezin van zijn tante en oom mr. Eilardus Attema (agent Ned. Bank en gedeputeerde) Eewal 75. Het pand naast het huis op de hoek van de Slotmakersstraat werd in 1907 afgebroken t.b.v. een nieuw bankgebouw. Hij doorliep het Stedelijk Gymnasium en vertrok in 1885 naar Utrecht voor zijn studie klassieke letteren. Direct na zijn promotie in 1892 vertrok De Haan naar Nederlands-Indië. Aanvankelijk voorzag hij daar in zijn levensonderhoud als huisleraar. Al snel raakte hij geïnteresseerd in de Nederlands-Indische geschiedenis en werd hij schier dagelijks op het landsarchief gesignaleerd. Dit leverde hem enkele tijdelijke aanstellingen op. Nadat hij een aantal publicaties op zijn naam had, werd hij in 1905 geschikt geacht als landsarchivaris. De talentvolle classicus was koloniaal-historicus geworden. Geheel in overeenstemming met zijn visie heeft De Haan zich gedurende zijn archivariaat uitsluitend met onderzoek en publiceren beziggehouden. En op dat gebied heeft hij uitzonderlijk veel gepresteerd. In De Haans tweede grote werk, Oud Batavia, ter gelegenheid van het driehonderdjarig bestaan van die stad in 1919, kwam weinig wierook voor. Het onderzoek hiervoor was niet uitsluitend gebaseerd op archiefstukken, ook de oude, hete, lager gelegen delen van Batavia werden door De Haan op zijn fiets, badend in het zweet, verkend. Oud Batavia is een schitterend boek (in 3 delen), dat men ook nu nog met genoegen leest. Dat ligt niet alleen aan De Haans grote literaire talent, ook het gekozen onderwerp stelde hem in staat zijn ironie en zijn spotlust de vrije teugel te laten, en dat spreekt aan. Hij beschreef namelijk vooral de zeden en gebruiken van mensen die hij met voorliefde 'Batavianen' noemde. Overdreven pronkzucht, cultuurbarbarij en inhaligheid, De Haan etaleerde dit alles met sardonisch genoegen. Strikt historisch een waarschijnlijk wat eenzijdig beeld. Hij die De Haan consulteert moet dus voorzichtig zijn, maar vooral niet vergeten te genieten. 'Eenmaal buiten de oude, vertrouwde archiefomgeving getreden, bleek de bezieling, ... zich in de koele Nederlandsche atmosfeer, spoorloos te hebben opgelost', zo schreef hij in zijn laatste publikatie. Bijna onopgemerkt overleed hij in 1938. De Haans historiografie draagt een zeer persoonlijk stempel. Hij was weliswaar een overtuigd koloniaal, schreef bijna uitsluitend over de Nederlanders en was daarmee een kind van zijn tijd, in zijn aanval op de glorie van het VOC-tijdperk stond hij echter alleen. En vooral de manier waarop hij door zijn zedenschetsen zijn tijdgenoten een spiegel voorhield, is onnavolgbaar.  

Eewal 86 - voormalig theepakhuis
Het pakhuis op nummer 86 vormt in meer dan een opzicht een uitzondering op de regel. Het verrees zo omstreeks 1895. De waterloop de Ee was toen al jaren gedempt en schepen hebben er hun lading nooit voor de deur kunnen lossen. Bovendien heeft het voor de opslag van uitheemse waar gediend: thee, aangevoerd van ver overzee. Dit luxe-aspect is door de Leeuwarder architect Hendrik Kramer tot uitdrukking gebracht in een voor een pakhuis ongewoon gedetailleerde voorgevel in een vooral naar de neo-renaissance neigende stijl. Opdrachtgever R. Dijkstra, theehandelaar, zal er flink voor in de buidel hebben getast.

Eewal 90 - Galerie Eewal/Voss & Co.
Een vroege lapkepoepenzaak was Voss & Co. Al in 1828 opende Bernard Voss een textielwinkel, die uitgroeide tot een textielketen. De firma zat op verschillende plekken in de stad. Rond 1900 was in dit pand B.J. Voss & zonen Dameskleding gevestigd.

Eewal 94
Op de hoek Eewal-Wortelhaven verrees in 1871 het eerste echte Post- en Telegraafkantoor in de stad. Op de verdiepingen was de woning van de directeur. Omstreeks 1890 brak hier een mierenplaag uit. En niet zomaar een mier, maar de uit Afrika afkomstige faraomier. Daarmee beleefde Leeuwarden een Nederlandse primeur van twijfelachtige eer. Deze kleine mier was irritanter dan de inheemse soorten. Het pand raakte eigenlijk onbewoonbaar, doordat de beestjes overal doordrongen: zowel in de keuken als in de bedden. Waarschijnlijk had de plaag een verband met de naburige bakkerij van Swilders. In 1905 werd het nieuwe postkantoor aan de Tweebaksmarkt betrokken. De faraomier zal daar vast aan hebben bijgedragen.


Slotmakersstraat -Bij de Put

Slotmakersstraat 18-20
In de gevel van het winkelhuis genummerd Slotmakersstraat18-20 bevindt zich een gedenksteen in Lodewijk XVI-trant met het Hebreeuwse opschrift "......." (Heil U Israël 1781). De steen is waarschijnlijk afkomstig uit het joods badhuis aan de Nieuweburen. In 1865 is de steen herplaatst in een nieuw badhuis aan de Slotmakersstraat, dat in 1931 is vervangen door het bestaande pand met winkels en bovenwoningen.
Al vanaf de 18e eeuw concentreerden Joden zich in dit deel van de stad. Vooral het plein Bij de Put kreeg een Jiddisch karakter. Eind 19e eeuw waren de stoepen hier soms volgebouwd met loofhutten. Na ca. 1900 speelde de Jiddische taal nauwelijks meer een rol. De Joodse gemeenschap had vele internationale banden. Al in de 18e eeuw waren er contacten met Jeruzalem. In 1914 werd in Leeuwarden een comité voor Joodse vluchtelingen opgericht. 10 vluchtelingen uit Rusland werden in Leeuwarden verzorgd. De meesten zullen naar de VS zijn vertrokken. Kort na WO 1 ontstond er als reactie op pogroms in de Oekraine een afdeling Leeuwarden van het Comité voor Joodse transmigranten. Voorzitter was dr. M. Vromen (tevens gemeenteraadslid) tot zijn vertrek naar Israel in 1939.

Slotmakersstraat 16
Sinds 1980 is er (voor heel Friesland) een nieuwe kleine synagoge aan de Slotmakerstraat nr. 16, waar in ieder de geval de Hoge Feestdagen in ere worden gehouden. Het interieur is afkomstig uit de in 1953 afgebroken synagoge in Gorredijk.

Bij de Put 1
Snoep- en chocolateriezaken waren in de jaren dertig allemaal Joods in Leeuwarden. Judikje Feitsma zat in het pand waar tot onlangs Buurke zat op de hoek van Bij de Put. Verder waren er nog een Feitsma in de Breedstraat, Jetje Culp in de Speelmansstraat en Van Velzen in de Sacramentsstraat.

Sacramentsstraat 19 - synagoge
Omstreeks 1745 werden twee huizen aan de Sacramentsstraat ingericht tot synagoge. Ondanks verbouwingen was het gebouw na enkele decennia weer te klein geworden voor de sterk groeiende gemeente. Het lukte om nog enkele naast gelegen huizen aan te kopen en er werd gekozen voor totale nieuwbouw op de plaats van de oude synagoge. Het nieuwe door Gerrit van der Wielen ontworpen gebouw, dat in 1805 gereed kwam, herinnert met zijn fronton en koepeltoren enigszins aan de zeventiende eeuwse Grote Sjoel in Amsterdam. De synagoge, die ruimte bood aan bijna driehonderd mannen beneden en tweehonderd vrouwen boven, moest in 1865 worden uitgebreid. Toen verdween de koepeltoren en kreeg de synagoge het huidige uiterlijk. De synagoge werd in 1948 opnieuw gewijd, maar bleek al snel te groot voor permanent gebruik. Het nagenoeg volledige interieur van de synagoge, inclusief de Tora-rollen, is in 1965 overgebracht naar het jeugddorp Kfar Batja, omdat de Leeuwarder synagoge veel te groot was geworden voor de door de Tweede Wereldoorlog gedecimeerde joodse gemeenschap. Alleen de Leeuwarder Menora, destijds geschonken door de familie Kan, voorouders van onder andere de bekende cabaretier Wim Kan, ging niet naar Israël. Die bevindt zich nu in het joods Historisch Museum in Amsterdam in de permanente expositie. Het gebouw is nu in gebruik als dansschool bij Saco Velt.

Breedstraat 65
In de Speelmansstraat woonde o.a. de schoenpoetsersfamilie Cohen. Dochter Roosje Cohen overleefde dankzij een huwelijk met een niet-jood de oorlog en werd een bekend Leeuwarder straatfiguur. Ter ere van Roosje is een beeldhouwwerk geplaatst bij de spoorwegovergang aan de Schrans. Op het adres Breedstraat 65, waar zij eveneens woonde, herinnert een plaquette aan deze tragische figuur.

Breedstraat 60
Hier werd de bekende predikant Ype Schaaf geboren. Schaaf was behalve chroniquer van Joods Leeuwarden aan het begin van zijn carrière ook zendeling in Afrika. Hij kwam ook regelmatig op NCRV-tv en werd hoofdredacteur van het Friesch Dagblad.

Breedstraat 48 Muziekcentrum Schaaf
Vanaf het begin van de 19e eeuw functioneerde dit zalencentrum ook als een schouwburg. Daarmee was ‘Zalen van der Wielen' nog eerder dan De Harmonie een venster op de wereld. Zo traden hier in 1850 bijvoorbeeld 40 ‘Pyreneesche bergzangers' op. In april 1892 bezocht William Booth, internationaal leider van het Leger Des Heils, hier een bijeenkomst van zijn organisatie

Nieuweburen
Het karakteristieke pand van ijssalon "La Venezia" aan de Nieuweburen 137 werd in 1911 gebouwd en is een van de eerste voorbeelden van betonbouw in de stad. Aanvankelijk werd het door de firma Jellema gebruikt als pakhuis voor kruidenierswaren. Eind jaren '30 vestigde Antonio Annibale Talamini zich in het gebouw om het ijsfabriekje dat hij in 1934 in Leeuwarden met anderen was begonnen alleen voort te zetten. Talamini Sr. kwam op achttienjarige leeftijd naar Nederland vanuit het plaatsje Vodo di Cadore in de Dolomieten. Tegenwoordig wordt de zaak gedreven door zijn dochter Tea en schoonzoon Gerard. Het pand werd ooit uitgeroepen tot het lelijkste gebouw van Leeuwarden.

Nieuweburen 113 werd in 1916 NH wijkgebouw, maar werd later voor van alles en nog wat gebruikt. Begin jaren 1970 kwam de Leeuwarder Esperantenclub hier bijeen. Ze organiseerden o.a. een Joegoslavische avond. Op de Nieuweburen zijn een mediterrane supermarkt, een aantal pizzeria's, een Thais restaurant en een grillroom gevestigd.

Bij de Put 10 - Atelier "De Wonderlamp"
In het pand Bij de Put 10 werd in 1985 het atelier "De Wonderlamp" geopend. Het was een met overheidssubsidie gefinancierd werkgelegenheidsproject, waaraan aanvankelijk tien vrouwen van Marokkaanse, Surinaamse en Turkse afkomst deelnamen. De kledingwinkel met atelier richtte zich vooral op Oriëntaalse kleding. Bij de opening werden de dames, die eerder met overheidssubsidie in het vak van naaister waren opgeleid, vergeleken met moderne Lapkepoepen.

Bij de Put 15 - Vrijmetselaarsloge/Woning van de familie Burger
De tegenwoordige loge van de vrijmetselaars werd in de jaren 1868 tot 1927 bewoond door de familie Burger. Prof.dr. Combertus Pieter Burger was de eerste rector van de Rijks HBS aan het Zaailand. Hij studeerde wis- en natuurkunde in Leiden en promoveerde daar in 1851. Op zijn Leeuwarder studeerkamer hing jarenlang het portret van de Afrikaanse prins Aquasi Boachi. Boachi was de zoon van de koning van Ashanti, één van de machtige negervorsten op de Afrikaanse Goudkust. Eigenlijk was Boachi een gijzelaar van de Nederlandse regering; zijn verblijf in Nederland vormde voor koning Willem I de garantie dat de afspraken die hij met Aquasi's vader had gemaakt zouden worden nagekomen. Aquasi Boachi studeerde jarenlang mijnbouwkunde in Delft en raakte daar met Burger bevriend. Onder het portret stond de tekst: "Aan mijnen vriend C.P. Burger. Delft den 9den mei 1850" en daaronder de gedrukte tekst " Die Freundschaft ist unabhängig von Alter, Stand, Entfernung, Volk, Religion und Verhältnissen; sie verbindet den kalten Norden mit dem glühenden Süden; ohne sie wäre diese Erde eine Wüstenei. Dresden, September 1849, Aquasi Boachi" Ook na Boachi's vertrek naar Nederlands Indië bleef de vriendschap met de familie Burger bestaan. Het portret sierde honderdvijftig jaar later de omslag van het boek "De zwarte met het witte hart" van Arthur Japin, dat de lotgevallen van de Afrikaanse prins beschrijft.

Jacobijnerkerkhof

Breedeplaats
In de winter van 1746/1747 maakte een groep zwitserse huursoldaten, onderdeel van de stadhouderlijke garde, het bijzonder bont. Hun uitjes ontaardden nogal eens in bloedige vechtpartijen. Ratelaar Johannes Beernt stuitte in de nacht van 27 op 28 februari op de Breedeplaats op een kermende vent, die door een sabelhouw gewond was geraakt. Wat bleek? Twee groepen Zwitsers waren bij de Wabbe Wissesbrug met elkaar slaags geraakt. Met getrokken sabels hakten de tegenstanders op elkaar in. Het conflict bleek te zijn ontstaan in een huis aan de Groeneweg, waar maar liefst 9 Zwitsers waren ingekwartierd. De volgende dag zaten er 3 verdachten in het hondengat onder het stadhuis, waaronder Gregorius Wies uit Zurich die bekende dat de drank hem tot gewelddadigheden had gedreven.

De Grote- of Jacobijnerkerk
De Kosterij en enkele andere onderdelen van het Grote Kerk complex dateren uit omstreeks 1230. Het gebouw functioneerde tot de hervorming in 1580 als Dominicaner klooster. Net als andere geestelijke gebouwen werd ook dit klooster gebruikt als pleisterplaats voor reizigers. Ongetwijfeld het belangrijkste interieurstuk van de Grote kerk is het orgel dat, sedert 1727, een groot deel van de westwand van de kerk vult. Het orgel is gebouwd in de jaren 1724-1727 door een Amsterdamse orgelbouwer die afkomstig was uit de Harz in Duitsland, Christian Müller. Müller heeft ook het oude orgel gerepareerd en overgeplaatst naar de Westerkerk. In december 1725 verhuisde de orgelbouwer met zijn gezin en enkele knechten naar Leeuwarden om het orgel te bouwen. We weten dit omdat zij zich op 16 december 1725 lieten inschrijven als lidmaat van de Lutherse gemeente. Hij kwam vlak achter de Grote Kerk te wonen, in de Poptasteeg. Schwarzburg, de belangrijkste leerling van Müller (en de bouwer van het orgel in de Waalse Kerk), woonde aanvankelijk bij hem in.

A.S. Levissonstraat 40 - Joodse school
De joodse School aan de Levissonstraat heette in het verleden de Dusnus-school. Deze school was genoemd naar een eerdere opperrabijn van Friesland. De joodse school is ontworpen door architect H.R. Stoett. De eerste steen werd gelegd door I.S. Turksma. De school wordt de laatste jaren gebruikt als dependance van OBS De Oldenije. Vanaf 1941 was de Dusnus-school de enige onderwijsinstelling voor joodse kinderen in de Friese hoofdstad - ze mochten nergens anders les volgen. Al snel werden de absentielijsten op de Dusnus-school schrikbarend lang. joodse kinderen doken onder of werden weggevoerd. In maart 1943 waren alle schoolbanken leeg. Het kind is er niet meer', zegt de Hebreeuwse tekst op één van de gedenkstenen voor de joodse school in Leeuwarden.

Het joods Monument op het plein voor de school is ontworpen door Kees van Renssen. Beschrijving: twee keramische gedenktekens bestaande uit een horizontale klaagmuur, die de ondergang van de joodse gemeente symboliseert. En een verticale mezoeza met davidster, als teken van hoop op een goede toekomst. De muur is bedekt met tegels waarop fragmenten uit de joodse periode van de school worden weergegeven. Zo zijn er rapportcijfers, een stukje uit een schoolschrift met Hebreeuwse letters en een toenemende absentielijst te zien.

De A.S. Levissonstraat (voorheen de Perkstraat) is genoemd naar A.S. Levisson die tussen 1935 en 1945 opperrabijn was in Friesland en Drenthe. Hij werd in 1943 naar Bergen-Belsen gedeporteerd. Toen de Engelsen in 1945 het kamp naderden werden de gevangenen, waaronder Levisson, geëvacueerd. Levisson is vlak voor de bevrijding omgekomen in een evacuatie-trein nabij Tröbitz, Oost-Duitsland.

Schoenmakersperk 2 - Natuurmuseum Fryslân/Nieuwestadsweeshuis
Jacobus Martinus Baljee was in 1752 in een Leeuwarder achterbuurt geboren en werd als als 15-jarige wees in het NSW opgenomen. Hij kreeg een opleiding tot chirurgijn en trad als zoveel wezen voor hem in dienst van de VOC. In Batavia maakte hij snel carrière en exploiteerde zelfs eigen plantages met duizenden slaven en andere medewerkers. Er werden koffiebonen, rijst, suikerriet, nootmuskaat, foelie, kaneel, kruidnagelen en kokos verbouwd. Ook vervulde Baljee een aantal hoge bestuursfunctie. Hij overleed kinderloos in 1823. Zijn kapitaal, na aftrek van andere legaten en de vrijlating van een groot aantal slaven, vermaakte hij aan het NSW. In 1834 volgde pas de finale afrekening. Op 9 september 1835, precies 83 jaar na de geboorte van Baljee, werd op de binnenplaats van het weeshuis op feestelijke wijze een gietijzeren gedenkzuil onthuld. De zuil is helaas verdwenen bij bouwwerkzaamheden.

Tussen 1797 en 1802 diende het weeshuis als onderkomen voor Franse soldaten; de weeskinderen vonden onderdak in het voormalige Stadhouderlijk Hof. Weesjongens werden verplicht tot dienst in het regiment pupillen van de keizerlijke garde te Versailles. Twee weesjongens hadden de barre tocht van Napoleon naar Rusland overleefd en ontvingen eind 1813 financiële ondersteuning.

Van 1941 tot 1945 waren er Duitse soldaten ondergebracht in het weeshuis. Gedurende het laatste oorlogsjaar werd het ook als Kriegslazerett gebruikt.

Grote Kerkstraat

Grote Kerkstraat 34 - Waalse kerk
In de Waalse kerk hielden de Frans sprekende leden van de hofhouding en het garnizoen sinds 1659 hun Hervormde diensten. Een deel had roots in Wallonië of Frankrijk. Sommige autochtonen ontleenden status aan het het lidmaatschap van de Waalse gemeente. Vóór de reformatie in 1580 maakte de kerk deel uit van het kloostercomplex van de Witte Nonnen, dat in 1507 was gesticht. Een aantal elementen uit de kloostertijd zijn nog te herkennen. In de kerk bevindt zich een orgel uit 1735 van orgelbouwer J.M. Schwartsburg. Zowel Schwartsburg als zijn leermeester Müller, de bouwer van het orgel in de Grote Kerk, waren afkomstig uit de Harz. Het orgel was een geschenk van Anna van Hannover, dochter van de engelse koning en de gemalin van stadhouder Willem Carel Hendrik Friso. De Waalse gemeente werd in 1888 opgeheven. Bij de restauratie in 1986 kreeg de kerk de okergele kleur die door de negentiende eeuwse stadsarchitect Thomas Romein vaak werd toegepast. Het ooit eveneens tot het kloostercomplex behorende buurpand is enkele jaren geleden met de huisnaam 'de witte non' getooid.

Grote Kerkstraat 41 - gevelsteen Aed Levwerd
Hier moet ooit een stins van de familie Cammingha hebben gestaan. De gevelsteen laat zien hoe dit versterkte huis er mogelijk heeft uitgezien. In de 15e en 16e eeuw was hier de Latijnse school gevestigd. Kinderen uit de Leeuwarder (en Friese) elite kwamen in dit pand voor het eerst in aanraking met Latijn, Grieks e.d. Waarschijnlijk hebben Viglius van Aytta en Peter Stuyvesant hier nog les gehad. Tussen 1585 1n 1587 resideerde er tijdelijk stadhouder Willem Lodewijk van Nassau.

Grote Kerkstraat 69 - gevelsteen ‘Wapen van Jeruzalem'
In het pand Grote Kerkstraat 69 zijn twee bijzondere gevelstenen ingemetseld, die oorspronkelijk uit het jaar 1641 dateren. Het wapen met twee gouden Jeruzalemkruisen op een zilveren veld herinnert aan een bedevaart naar het Heilige Land die mogelijk door een van de vroegere bewoners is ondernomen. Het pand is in 1759 herbouwd (het jaartal 1768 op de steen is niet juist) en daarna nog vele malen ingrijpend gewijzigd.

Grote Kerkstraat 71 - dansschool Leviet
In de jaren 1930 had H. Leviet hier een dansschool. Ook onderkomen van Joodse loterijclub De Hoop. Het Joodse gezin Leviet overleefde de oorlog niet.

Kleine Hoogstraat
In het midden van de 18e eeuw woonde in deze straat Adam Joseph Levy, die (via Emden ingevoerd) Japans porselein verkocht. Hij verkocht eveneens loterijbriefjes. Deze bemoeienis is te beschouwen als typisch Joods. In de 19e eeuw was hier ook een winkel met antiek porselein van de familie Hendriks. De eigenaren waren al in de 18e eeuw als lapkepoepen naar Friesland gekomen. De eerste generatie ging nog met een grote mand vol porselein op het hoofd de boer op.

Grote Kerkstraat 212
De eerste bewoners van dit adelshuis uit 1545 waren mr. Julius van Gheel, procureur-generaal aan het Hof van Friesland, en zijn familie. Daarna is het huis eeuwenlang door adellijke en patriciërsfamilies bewoond geweest. Bewoners waren o.a.Joachim Adreae, als voorzitter van de Staten-Generaal medeondertekenaar van de Vrede van Munster in 1648, Ulbo Aylva van Burmania, grietman van Leeuwarderadeel en ambassadeur in Zweden, Eyso de Wendt, directeur van de handel op China. De meest beroemde bewoner was natuurlijk Margaretha Zelle, beter bekend als Mata Hari. In 1883 was Adam Zelle, als gevolg van gelukkige speculaties met aandelen (waarschijnlijk in petroleum) dusdanig gefortuneerd geraakt dat hij het zich kon veroorloven om het toen nog altijd imposante hoekhuis Grote Kerkstraat 28 aan te kopen. Het gezin, dat met de dienstbodes toen uit 9 personen bestond zal wat krapjes in het bovenhuis aan De Kelders hebben vertoefd.

Beijerstraat
De Beijerstraat (1588 Clene Sint Jacobstrate, 1590 Beyerstraete) ontleent haar naam aan de daarop uitkomende poort van de baaierd, beierd, een passantentehuis voor behoeftige vreemdelingen, dat begin 16e eeuw aan het Sint Anthonij gasthuis werd verbonden.

Grote Kerkstraat 24 e.v. - De Hofwijck/Diaconiehuis
Van 1759 tot 1987 was hier ter plaatse het diaconiehuis oftewel het Hervormde verpleeg- en verzorgingshuis ‘De Hofwijck' gevestigd. Overigens op de nog intacte kelders van de middeleeuwse Holdingastins. Het diaconiehuis had ook een taak m.b.t. de opvang van vluchtelingen. Begin oktober 1914 werd een vijftal voor de Duitse inval gevluchte Belgen opgevangen. Als voornaamste voorwaarden werden gesteld: een protestantse achtergrond, meehelpen met huishoudelijk werk en geen kinderen. Kleding, voeding, zakgeld was goed geregeld. De vluchtelingen bezig houden was iets lastiger. De vrouwen waren meteen gaan breien. Onder de mannen bleek zich een aantal goede stoelenmatters te bevinden. Een enkeling verliet het Huis, kreeg enig meubilair mee en ging zelfstandig wonen. In mei 1917 trok het laatste Belgische stel weg ‘zeer dankbaar voor de behandeling'. Drie Duitse jongens verbleven in 1917 ook nog enkele maanden in het Huis.

In oktober 1950 werd op initiatief van de Verenigde Naties een aantal ontheemden uit de Baltische landen, Oekraine, Polen en Hongarije opgevangen door de Hervormde Kerk in Nederland. Een bejaard echtpaar uit Letland werd aan het diaconiehuis toegewezen. Het waren de uit Riga afkomstige bankbediende Edgar Stein, tachtig jaar oud en zijn echtgenote A. Stein-Cilinski. Waarschijnlijk gingen de contacten met de andere ouden van dagen niet vlekkeloos. Er zal enige communicatie in het Duits hebben plaatsgevonden, maar in notulen staat vermeld dat de familie Stein lastig was en een ontevreden indruk maakte.

Bollemanssteeg 64 - Grietmanshuis/Schwartzenbergshuis
In 1692 kwam het huis op de hoek van de Grote Kerkstraat en de Bollemanssteeg in bezit van de buurman, de eigenaar en bewoner van de Holdingastins, Georg Frederick baron thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg. Die moet het een en ander aan schulden hebben gehad, want zijn 'gesamentlycke crediteuren' verkochten het pand in 1697 aan Hans Willem baron van Aylva (deze naam spreek je uit als Aaluwe, dus geen familie van de Spaanse Hertog van Alva). In de koopakte werd het huis omschreven als 'seeckere huysinge cum annexis bestaende in twee beneden camers, keuckens, voorhuis, back etc staende in de Grote Kerckstraet'. Deze baron van Aylva was destijds een beroemd man. Als kapitein op het schip "Groot Frisia" maakte hij de tocht naar Chatham mee onder admiraal Michiel Adriaansz. de Ruyter. Door zijn verrichtingen in het leger van de Republiek der Verenigde Nederlanden kreeg hij de bijnaam 'den Ontzaggelijken Generaal'. Tot 1737 bleven de Aylva's eigenaar van het huis.

Grote Kerkstraat 29 - Bumabibliotheek
De Buma Bibliotheek is opgericht in 1876 uit een legaat van de classicus Dr. Lieuwe Annes Buma (1796 - 1876). In zijn testament heeft Buma een legaat opgenomen van een bedrag van 100.000 gulden (omgerekend naar nu ongeveer 1.000.000 euro) voor de oprichting van "eene bibliotheek voor de Grieksche en Romeinsche taal- en letterkunde, die gevestigd zal zijn te Leeuwarden, en de naam zal dragen van Buma Bibliotheek". De provincie Friesland accepteerde het legaat en liet in 1934 ir. Wouda (bekend van het Woudagemaal in Lemmer, dat op de Unesco erfgoedlijst staat) hier een bibliotheekgebiouw in neo-renaissancestijl bouwen. In 1970 werd de Bumabibliotheek samengevoegd met de Provinciale Bibliotheek (nu Tresoar).

Grote Kerkstraat 27 - Woonhuis Claude Fontaine
In dit pand aan de noordzijde van de Grote Kerkstraat oefende de bekende Franse boekdrukker Claude Fontaine in het midden van de zeventiende eeuw zijn ambacht uit. Hij heeft ondermeer prachtige plaatwerken gemaakt, die in het HCL worden bewaard. Op de gevel van Fontaines huis prijkte de tekst: "Die door bedrogh syn naesten schent; Die Woord en Waarheid bits ontkent; En met zyn tong het hert beliegt; Zijn ziel, maer Godt hij niet bedriegt." De decoratie is enkele jaren geleden opnieuw aangebracht.

Grote Kerkstraat 22 - Bijbeldrukkerij Jongbloed
In een aantal (deels afgebroken) panden aan de Grote Kerkstraat en Bollemanssteeg was Jongbloed gevestigd, de grootste drukkerij van bijbels, liedboeken e.d. ter wereld. De meeste bijbels in China bijv. schijnen in Leeuwarden gedrukt te zijn. Sinds de jaren 1990 zit het bedrijf in Heerenveen.

Grote Kerkstraat 20
Omstreeks 1815 heeft de uit Zwitserland afkomstige Henriette Henriod in nr. 20 kort een Franse kostschool voor meisjes. Eind jaren 70/begin jaren 80 woont hier dr. Barbara Harrison, directeur van het Princessehof.

Grote Kerkstraat 18 - Woonhuis van de Prins van Waldeck
Al sinds de zestiende eeuw speelden telgen uit de adellijke familie Van Waldeck een rol in het leger van de Republiek. Prins Ludwig van Waldeck verbleef in de jaren 1782-1783 in Leeuwarden en keerde met zijn regiment in 1787 naar Friesland terug. Naar aanleiding van de revolutionaire woelingen in dat jaar was de Duitse huurling als commanderend officier over de Friese troepen door de stadhouder aangesteld. In de jaren 1789-1793 huurde de prins het voorname herenhuis aan de Grote Kerkstraat 18, dat in 1683 was gebouwd. Bij een roekeloze aanval in de omgeving van Kortrijk sneuvelde Ludwig van Waldeck op 11 juni 1793 tegen de Fransen. In Leeuwarden liet hij aanzienlijke schulden na. Jerre Hakse, die in het pand tegenwoordig een expositieruimte heeft, noemde het huis "de prins van Waldeck" naar zijn meest roemruchte bewoner.

Grote Kerkstraat 11 - Keramiekmuseum Princessehof

Grote Kerkstraat 16
Hier was eind 19e/begin 20e eeuw de firma Menalda gevestigd, de grootste wijnhandel van Friesland. De aan de gevel bevestigde kruik herinnert daar nog aan. Ook is het pakhuisdeel nog goed te onderscheiden.

Grote Kerkstraat 11
Het stadspaleis Princessehof werd van 1731-1765 bewoond door prinses Maria Louise van Hessen Kassel, de weduwe van de op 23 jarige leeftijk bij de Moerdijk verdronken stadhouder Johan Willem Friso. Van het Friese volk kreeg zij - vanwege haar sociale opstelling t.a.v. minderbedeelden - de koosnaam Maaike Muoi of Tante Marijke. Ze was in haar dagen erg populair. Prins Johan Willem Friso die als veldheer tijdens de Spaanse Successie Oorlog meer in het zadel doorbracht dan dat hij thuis was, verongelukte in 1711 bij de Moerdijk toen hij naar Den Haag was geroepen i.v.m. beraad inzake de Hollandse erfopvolging. Zijn zoontje Willem Karel Hendrik Friso, de latere stadhouder Willem IV werd pas na de dood van zijn vader geboren. Tijdens zijn minderjarigheid (tot 1731) nam Maria Louise het stadhouderschap van Friesland, Groningen en Drenthe waar. In 1734 trouwde haar zoon met de Engelse koningsdochter Anna van Hannover, met wie zij niet goed overweg kon. In 1747 werd Willem IV van Oranje-Nassau ook uitgeroepen tot stadhouder van de andere gewesten van de Republiek. Toen ook hij in 1751 overleed, was zijn zoon Willem V nog maar drie jaar oud. Marijke Meu nam - na de dood van haar schoondochter in 1759 - andermaal het regentschap voor haar rekening.
Maria Louise had een belangrijke porseleincollectie. Uit de paleistijd kunt u nog een barokke eetkamer met goudleerbehang en een plafond van sierpleister bezichtigen in het museum. Tegenwoordig is in het Princessehof het Nationaal Keramiekmuseum gevestigd. Rond 1990 was hier een tentoonstelling gewijd aan Turcomanie. De wereldberoemde kunstenaar M.C. Escher is hier geboren in 1898.

Grote Kerkstraat 9
Anna Buma was een begenadigd dichteres en intellectueel. Zij was voor de tweede maal gehuwd met gemeentearchivaris A.van der Minne. Anna Buma was als één van de weinige vrouwen in haar tijd actief binnen de Fryske Beweging. In haar woning vonden regelmatig bijeenkomsten plaats van Friese schrijvers en intellectuelen. Later kwam zij in aanraking met het Nationaal Socialisme en werden er van tijd tot tijd hooggeplaatse Duitsers gesignaleerd - onder wie de archeologen Hermann Wirth en Arend Lang - die de Friese intelligentsia voor hun nationaal-socialistische karretje probeerden te spannen.

Grote Kerkstraat 12 - Binnenwerk/MMS
Begin 19de eeuw was er al een particuliere ‘Franse Dag- en Kostschool voor Jonge Juffrouwen' gevestigd. Toen de kostschoolhouder L.M.A. Waubert de Puisseau in 1828 uit Leeuwarden vertrok, nam de stad het gebouw voor f 7000,- over. Het pand werd in 1846 vernieuwd, maar haar functie bleef dezelfde. In 1875 werd de Franse kostschool omgedoopt in Middelbare Meisjesschool (MMS). De directrice van de kostschool, Mej. Rebecca Plaat, mocht haar functie behouden. Zij was streng maar rechtvaardig en was daardoor zeer geliefd bij haar leerlingen. Op de MMS werd de meisjes naast wetenschap en deugd, "fatsoen" bijgebracht. Bekende meisjes zoals de zusjes van Vincent van Gogh en Margaretha Geertruida Zelle (Mata Hari) hebben hier les gehad.

Grote Kerkstraat 10 - De gouden phoenix
Valentius Slothouwer was zo'n docent die je nooit meer vergeet. Op voorspraak van regentes Maria Louise werd hij in 1764 rector van de Latijnse school in Leeuwarden. Alledaags was Slothouwer allerminst. Hij was een meester in Romeinse lyriek, dichtte niet onverdienstelijk en wist de scholieren op uiterst amusante wijze de grammaticaregels bij te brengen. Theocritus, Homerus, Vergilius en Horatius kende hij van buiten en dat verlangde Slothouwer ook van zijn leerlingen. Zijn colleges gaf Slothouwer al wandelend, een levendige aanpak die opmerkelijke resultaten opleverde: tien van zijn leerlingen brachten het tot hoogleraar. De rector kwam in 1738 als zoon van Duitse joden ter wereld in Arnhem. Joost Halbertsma noemde zijn leermeester ,,zeer liberaal in poletiek en religie''. Weinig onderwerpen werden tijdens de lessen gemeden. De jongeren kregen zelfs praktische tips over de liefde. Slothouwer waarschuwde: ,,Van ene byzit wordt men 10 maal meer getyranniseerd dan een echte vrouw.'' Dergelijke levenslessen werden op een ernstige toon gedoceerd ,,die luid gelach of te grote gemeenzaamheid onmogelijk maakte''. Soms ging de leraar Latijn verder in zijn lesmethoden. Op marktdag werden in Leeuwarden veroordeelden gegeseld, gebrandmerkt of opgehangen. De deftigste burgers van de stad kwamen op dat verzetje af. Ook de gymnasiasten wilden zulke gruwelijke schouwspellen graag bijwonen. ,,Gij zijt begerig om dit yzingwekkende toneel by te wonen, en ik ben er niet tegen in de hoop dat het u van kwaad zal afschrikken'', stelde de rector op de dag dat een crimineel gedood zou worden. Toen eind achttiende eeuw de patriotten de macht overnamen, weigerde Slothouwer zijn trouw aan de Oranjes af te zweren. De rector werd de Latijnse school uitgezet, maar al gauw ontdekten de autoriteiten de rampzaligheid van hun besluit. Van de 43 leerlingen bleven er slechts 7 over. Veel leerlingen kozen voor onderricht bij Slothouwer thuis, in Grote Kerkstraat 10.

Terug