10 april 1945

Zuster Anna ziet ge nog niets komen? Nog is alles rustig, nog zijn er geen Tommy’s in zicht. Vanuit Meppel wordt opgerukt naar Groningen?

De waterleiding werkt vandaag niet, maar ja komt het krap, de gracht is voor de deur en een emmertje water om de WC door te spoelen kunnen we daar altijd putten. Wel zijn de Duitsers meer aan het rijden met platte wagens; een paard ervoor en een mof ernaast, zo sjokt het geval zonder enthousiasme langs s’Heren wegen. Af en toe hoor je schieten, dan heeft een vliegtuig zo’n wagen ontdekt en paft er op los. Dan merken we dat we dichter bij het front komen te zitten.

 

3dochters

Thoma is voor het eerst naar school, wat maar half leuk gevonden werd; dat Marijke dicht in de buurt zat vergoedde veel aan onze kleine zwartkijkster die de laatste tijd een ongemakkelijk humeur krijgt.

11 april 1945

De B.N.O. melde vanmorgen dat de operaties der geallieerden stil staan vanwege de hoge verliezen en in afwachting van versterkingen. Ook de verboden krantjes geven geen nieuws. De stilte voor een nieuwe storm. De noodtoestand voor de waterleiding is afgekondigd zodat nu ieder met emmertjes over straat sjouwt. Gelukkig heeft Mevrouw Morrema een pomp waar we water kunnen halen.

Geen licht en geen gas zijn kleine plagen vergeleken bij het gemis aan water. Water dat Ger zo veel nodig heeft voor het spoelen van de luiers. Voor de oorlog wasten we onze handen met water en zeep, daarna met water en luchtzeep en nu met lucht alleen.


12 april 1945

Met Ger een weddenschap aangegaan om, ja waarom. Geld is het enige waar je nog om kunt wedden, dat de oorlog over 14 dagen voor Leeuwarden afgelopen is, dus dat we bevrijd zijn op 25 april. De Canadezen zijn de IJssel overgestoken en rukken op in de richting van Apeldoorn. Deventer werd bevrijd, rondom Meppel zware gevechten. Komt uit want vanmorgen dreunde het knapjes. Verder wordt er gevochten in Drente bezuiden Groningen. Dat is alles voor ons land.

In Duitsland zelf gaat de opmars heel wat vlugger, vooral in de richting van Berlijn waar de Tommy’s bijna even ver vanaf zijn als de Russen zodat de heren elkaar daar de hand kunnen reiken. Het lijkt er wat op dat Hitler het niet eerder opgeeft voor z’n hele land verwoest is en veroverd. De zin van dit alles kan ik niet begrijpen, binnenkort zal hij met z’n hele kliek onder moeten duiken, wil hij niet in handen van z’n vijanden vallen en krijgen we de vraag: Waar is Hitler? Zou hij voor burgermannetje kunnen spelen. Verslagen maar nooit verzagen zal misschien z’n devies worden.

Gelukkig loopt de waterleiding weer. Gisteravond na een dag waternood om half elf hoorde ik bij buurman Weda spoelen en ja werkelijk onze kraan beneden werkte. Samen met Ger trap op trap af om met emmers vol het bad te vullen. Doodop trokken we naar bed om twaalf uur.Vanmorgen liep de kraan boven het bad gewoon.... Weet dat nu eens: Men zegt dat 14 politieke gevangenen voor deze waterleiding stakerij doodgeschoten zijn? De namen weet ik niet. Behalve de waterleiding zijn er ook bruggen onklaar gemaakt door de ondergrondse, Vreemde bevelen geven de geallieerden aan de ondergrondse, je weet niet wat je er van denken moet omdat deze opdrachten ons onlogisch voorkomen.

Hitler heeft eens gezegd dat hij met militaire idioten te doen had, idioten die hem en z’n trawanten finaal van de kaart vegen. Uit Duitsland komen al veel mannen terug omdat alles in disorde is, de fabrieken weg en het eten op.Ondertussen gaat men van Duitse zijde voort ons bang te maken voor de derde wereldoorlog, alles wordt er met de haren bijgesleept. Natuurlijk zijn er tegenstellingen tussen de geallieerden en wie weet krijgen we over 25 jaar weer oorlog maar zou dat niet het geval zijn als Duitschland gewonnen had? We hebben het juk vijf jaar moeten dragen, God zij dank is het nu bijna  afgelopen, al kan de Nazi geest dan ook verder vechten zoals men ons voorhoudt. Spoken en geesten zijn er alleen in oude kastelen, laat ze elkaar daar maar bezig houden en achterna zitten.

Door de felle Tommy’s die we overdag zien vliegen en die de wegen en spoorlijnen afzoeken naar rijdend materiaal willen de vrachtrijders en melkboeren niet meer op paard en wagen zitten. Dus melkschaarste enz. Op 15 april zal nog precies een voorstelling gegeven kunnen worden, de laatste in dit seizoen wellicht. Komt dat zien, komt dat zien, hoe Jan Hagel z’n kornuiten kan vermaken.

Juffrouw Bender van de kleuterschool was gisteren jarig en daarom werden alle kinderen getracteerd op limonade en een koekje. Waar haalt ze het voor een dikke zeventig kinderen vandaan; knap werk in elk geval het was er, 70 glazen had ze niet en omspoelen onder de kraan ging ook niet, dus werd een disinfecterend middel gebruikt. Marijke kwam uit school thuis met een heel verhaal en tot slot zei mevrouw, mama hoor eens, juffrouw Bender had helemaal geen water maar om de glaasjes schoon te spoelen deed ze het met melk. Zo leuk joh!


13 april 1945

Ik mag m’n dagboek nu wel bij het uur bij gaan houden. De spanning stijgt ten top. Bericht van vanmorgen over het telefoonkantoor is dat patrouilles gesignaleerd zijn in Heerenveen. Voor de Engelse zender dat er troepen arriveerden in Appelscha, Haulerwijk, Noordwolde. Misschien vandaag nog groot alarm.

Twaalf uur. Dreunende slagen weerklinken, het vliegveld wordt opgeblazen. Rookwolken stijgen boven de stad uit. Acht uur. Nog altijd daverende explosies, de hele middag rammeldende ramen. Ondertussen deden een paar Tommy’s aanvallen op kolonnes op de straatwegen. Er is een druk gerij, alles richting Harlingen. L´Histoire se repète. In 1940 een maand later, was het precies zo, ook toen trok alles richting Harlingen en afsluitdijk. Soldaten op alle mogelijke fietsen trekken door, rammelende, ratelende vehikels met en zonder banden, dat is het Duitse leger. Het verschil met 1940 is niet gering.

De nog aanwezige auto’s trekken elkaar vanwege de verlopen toestand van de generators. In de krant van vanavond stond niet meer aangegeven wanneer het volgend nummer zou verschijnen, de heren schijnen dus al niet meer te rekenen op het voortzetten van de Friesche Courant.

Het eerste knipsel is de tijding van de drie jongens Wierda die nu in deze laatste oorlogsdagen nog doodgeschoten werden wegens hun ondergronds verzet met 11 anderen. Het tweede knipsel geeft een berichtje dat we voor kennisgeving aan zullen nemen. Gelukkig dat de Duitsers zoveel nettere en gezondere kerels waren. Het derde bericht is een typisch staaltje van de Duitse mentaliteit en een zich vastklampen aan de rokken der Voorzienigheid, die misschien nu nog de Duitse wapenen zal zegenen en de kansen doen keren. Hiernaast verder nog een stuk uit de N.S.B. getinte Zakenwereld waarin de schrijver zich afvraagt waarom er in Holland zo weinig te eten is. Ik kan de man gemakkelijk uit de droom helpen: Razzia’s, pesten, treiteren, mishandelen daar zijn onze beschermers sterk in.

Brief uit archief Miedema, aan vader en moeder 13-04-1945)


14 april 1945

Voor de brug bij Oudeschoot, die opgeblazen is, staan de Tommy’s. Het wachten is op groot alarm. Rijen zwarten en groenen op alle mogelijke fietsen, mannen, vrouwen, kinderen, koffers, dekens, alles richting Harlingen. Vanmorgen stond er vanaf het Burmaniahuis tot ons toe een rij auto’s vol Rexisten, volgepropt met pantservuisten, mitrailleurs, geweren en revolvers en verdere kampeeruitrusting.

Bij de Oldehove een grote vrachtauto. Op de treeplank een Duitser met z’n meid, de armen om elkaar heen, hij een banjo in z’n hand, zij luidkeels zingend, beiden in de lorum. Alle fietsen, rammelend en ratelend, hotsend en botsend worden op straat afgenomen. Revolver in de hand. Notaris Molenaar, rijdt krankzinnig genoeg, op een splinterneiuwe fiets statig de Nieuwestad langs, geklede jas, of hij van een begrafenis kwam. Een soldaat houdt hem aan, haalt de revolver te voorschijn, en notaris Molenaar kan verder lopen en de soldaat verder fietsen. Het zal de fiets een zorg zijn wie er op hem zit.

Aan de ene kant worden de fietsen gevorderd en aan de andere kant wordt alles van het vliegveld de goegemeente gratis voor niets en voor niemendal aangeboden. Plunderen, wegslepen, hoe meer hoe beter, half Leeuwarden is bezig om balken, planken, huisraad voor zo ver dan niet verwoest op kinderwagens te laden.

Verteld wordt dat de burgemeester, de inspecteurs en agenten voor zover dat ze de N.S.B. religie waren toegedaan, vannacht per brandweer ladder auto richting Harlingen vertrokken zijn. Nou, tabé dan!

Een stukje uit de Zakenwereld over de Belgische finantiële toestand na terugkeer van de eigen regiering. Het zal me benieuwen hoe of dat in ons land zal verlopen.

Vanmorgen heb ik maar een groot bedrag aan bankpapier weggebracht, zin om dat in huis te houden was er niet omdat we niet behoeven te evacueren. Nog wat zwart geld hebben Vader en ik, maar daar kunnen we wel een boekhoudkundige mouw aan passen. De auto ad ƒ 1.100,-- en de terug ontvangen belasting van ƒ 900,-- moeten nu maar geboekt worden. Effecten, spaarbank, bank, giro, kasgeld en het huis in de Goudsbloemstraat plus nog wat ondergedoken voorraden daar zullen we het mee moeten doen en zou dat allemaal voldoende zijn voor de verdieping op het pand Nieuwestad plus een nieuwe goederen voorraad? De komende jaren zullen uit moeten wijzen hoeveel we er door deze oorlog bij in geschoten zijn.


15 april 1945

Zondagmorgen. Is Leeuwarden nu een Duitse stad of is het een Canadeesche stad? Het is een dode stad. Uiterlijk dan altijd want vanbinnen is het levend, springlevend en o zo verlangend dat naar buiten te tonen. Hier en daar loopt een agent met een geweer in de hand, een paar mensen van de ondergrondse met handgranaten en machinepistolen, allemaal de rood wit blauwe banden om de arm, want Leeuwarden is bevrijd.

Voor alle ramen koekeloeren mensen en zien naar de dingen die komen gaan. Vijf Duitsers werden zo net opgebracht, meerderen zijn hen voorgegaan en nog meer zullen volgen. Niet alleen Duitsers maar ook N.S.B.’ers en meisjes die met Duitsers omgang hadden, alles sjokt het politiebureau binnen waar het een va et vient is van alle mogelijke mensen, de grootste helft verheugd en een ander deel met strakke gezichten die nu in de piepzak zitten. Toch is er nog geen Tommy in de stad.

Gisteravond om zeven uur zette de kolonne auto’s voor onze deur zich in beweging, waar telkens één auto een andere trok. Toch bleven er nog een paar staan. Een vreemd zoodje gestolen wagens en een nog vreemder zoodje samen geraapte inzittenden in alle mogelijke uniformen. Twee vroegen er om een glas water waarvoor onze evacuee Ans V. een paar Engelse sigaretten kreeg.

Om half acht volgde het gebim-bam van de Oldehove. Groot alarm! Alle mensen voor de ramen, toch nog enkelen op straat en op de fiets, hoe is het mogelijk, die dan ook prompt werd afgenomen. Ook een pastoor op een fiets met fladderende panden was de sigaar en kon verder lopen.

Om acht uur de straten uitgestorven, af en toe een met vol gas jagende auto vol Rexisten, soms groepen zwarten op de fiets die nog een goed heenkomen zochten in de richting Harlingen. De duisternis die snel inviel en die hen beschermen moest tegen Tommy’s. Af en toe een explosie, benzineopslagplaatsen, munitie die de lucht in ging.

Vader en Moeder zullen er in de Fonteinstraat wel meer van gemerkt hebben want het Vossepark zat vol benzinetanks. Totdat plotseling de kamer een rode gloed kreeg, steeds sterker, steeds feller en we naar boven vlogen om te zien waar het weg kwam. Het Weeshuis , de Ortskommandantur, stond in lichter laaie, enorme vlammen en nog meer rookwolken vol gloeiende as dreven over de stad. Een fantastisch angstaanjagend gezicht die felle brand. Hoe zullen de Duitsche steden er wel niet uitgezien hebben na een aanval? Loeiend en knetterend vraten de vlammen het gebouw op, een puinhoop achterlatend en dat alles omdat een paar vernielzuchtige vandalen hun woede bot willen vieren, en niet willen weten wat ze uitgevreten hadden. Ook het gerechtsgebouw en het station moesten branden maar de ondergrondse kon veel voorkomen. Regelmatig hoorden we gisteravond schieten en af en toe de slag van een ploffende handgranaat.

Nu vanmorgen rijden er twee motorboten op platte wagens, twee verstopte Belgische paarden ervoor, drie agenten met de revolver in de hand en wuivend met de andere naar de burgers voor de ramen, dat gaat ons huis voorbij. Steeds meer mensen worden met de handen in de hoogte opgebracht. De ramen komen open, men begint er uit te hangen, kunnen we de vlag haast uitsteken, 'waar zitten de Tommy’s?' maar de agenten weten ook niets. Om twaalf uur komt een groep agenten langs die naar boven riepen: Leve de Koningin, steek de vlaggen maar uit, de Tommy’s zijn op de Voorstreek en werkelijk even later reed de eerste tank onder daverende toejuichingen van de uit alle huizen dravende mensen voorbij.

Toen dat eenmaal te zien was en de N.S.B’ers in steeds groter aantallen opgebracht werden toen stroomden de mensen de straten op en was het overal oranje, tanks, vlaggen, gevechtswagens, vrolijke gezichten, ondergedoken auto’s der N.B.S. (Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten) en de onderduikers zelf die zich begonnen te vertonen.

Om drie uur was het al zo druk dat je over de hoofden kon lopen en steeds meer moffen meiden werden onder enorm gejoel, gefluit en geschimp naar het politie bureau opgebracht. N.S.B.’ers met het radiotoestel onder de arm, N.S.B.’ers met twee handen omhoog in plaats van met één, af en toe een por in de rug krijgend van een N.B.S.er om wat op te schieten. Opdringende mensen met wraakzuchtige gezichten, opgeheven vuisten, scheldpartijen, spitsroedenlopende landverraders, collaborateurs. Publiek dat schreeuwt om wraak. Hang, Kreng Hang.

En daar tussen door een grote tank volgepakt met jongens en meisjes die mee mogen rijden. Mensen aan de kant met hoeden en zakdoeken en vlaggen zwaaiend, een paar Tommy’s die vriendelijk groetend, en lachend een good bye terugroepen een groot bos tulpen op de tank vastgebonden met oranje vlaggetjes ernaast. Dat opbrengen van al die mannen en vrouwen is net een wilde beestenspul, af en toe een schot in de lucht als het publiek teveel opdringt, maar met zichtbaar genoegen wordt de hele verraderskliek te pakken genomen, de agenten en N.B.S.’ers kunnen zich uitleven na al die tijd dat ze zelf vogelvrij verklaard waren.

Ook mogen we weer tot 10 uur op straat komen wat op zich zelf al een zegen is. Alleen prettige dingen brengt de bevrijding, zelfs een paar Joden heb ik alweer gezien, maar wel bleek van het steeds in huis verkeren. God zij dank dat we het zootje moffen kwijt zijn. Was het gistermiddag druk, het is vandaag maandag nog veel voller op de straten. Leeuwarden heeft reden feest te vieren al is en blijft het een zeer droevig feit dat de veertien leden der ondergrondse juist een week voor de bevrijding nog gepakt en Woensdag door de Rexisten doodgeschoten werden na zo hevig gemarteld te zijn.

Gelukkig is Corrie haar vader er levend afgekomen na een ellendige week doorgemaakt te hebben. Een kwartier na groot alarm werd hij met twee anderen vrijgelaten. De laatste drie overlevenden. Op één dag werden er zeventig mensen uit de hele provincie vermoord. Het hoofd in elkaar gedrukt enz. waren de cellen leeg dan werden nieuwe slachtoffers opgehaald.

We zijn bevrijd en zullen niet mogen vergeten wat er allemaal gebeurd is, hoeveel gruweldaden er gepleegd zijn in naam van het voortbestaan van het Derde Rijk. Het is zo’n ellendige gedachte dat degenen die die gruweldaden pleegden daar vermoedelijk zelf van genoten en zouden al die moordenaars nu wel gepakt worden? Ze hebben op hun voorhoofd niet een kruisje staan. Maar nu zijn wij bevrijd, nu zitten de Duitsers zelf in de val, kunnen geen kant meer uit en worden één voor één of met hele groepen tegelijk hoge en minderen in alle kleuren, gevangen genomen, en kan het uitzoeken van de moordenaars een aanvang nemen. Alleen er zijn zo weinig die het na vertellen kunnen, want de slachtoffers zijn dood.

Ans V. beleefde het festijn dat toen ze als kind boven op een tank geklommen was, er een vrouw uit het publiek riep: Die meid liep in Roermond met de moffen. Een N.B.S.’er probeerde Ans te grijpen maar ze kneep er tussen uit. Over Ans heb ik in dit dagboek niets geschreven omdat ze een vreemde eend in onze bijt was, haar reputatie is niet vlekkeloos, ze gaat te gemakkelijk met mannen om, vooral mannen die nog wat te bieden hadden, heeft teveel zwarte prijzen kunnen betalen voor haar kleding, kon in een razend tempo aardappelen schillen. Wij vroegen niets, zij vertelde niets. Gisteravond wilde ze niet op straat komen, de schrik zat er danig in terwijl ze zich tegenover ons teveel vrij pleitte en te nadrukkelijk ontkende. De piene komt vansels!


17 april 1945

Ik ben de eerste die z’n verjaardag in vrijheid viert. Ook de eerste krant na de bevrijding kwam vandaag uit, veel nieuws staat er wel niet in maar de jongen die er mee liep te venten werden de bladen uit de handen gerukt. De opluchting die ieder voelt is niet te beschrijven, we zijn er doodop van, de werklust zit er ook niet in, ieder sjouwt maar wat op straat rond, ziet eens hier en ziet eens daar, praat met iedereen en lucht zo z’n gemoed. This is the B.B.C. calling, voor het eerst na vijf jaar weer in het openbaar, dat komt er uit Span z’n radio waarvan hij een luidspreker op straat gemonteerd heeft.

Zo leeft Leeuwarden op het ogenblik terwijl een schitterend oranje zonnetje voor een stralende begeleiding zorgt. Hoe genadig zijn er hier vanaf gekomen omdat Leeuwarden hospitaalstad was en de Duitsers in verdediging voor hun eigen mensen gevaar zagen, misschien leende het terrein er zich ook niet voor. Groningen werd wel verdedigd en moet nog al wat gehavend zijn voordat de Duitsers verdreven waren. De 4e naar huis toe. Gewaarschuwd werd dat de stad erg gehavend en voor een goed deel onbewoonbaar zou zijn. Alle mensen uit Roermond zitten te trappelen van ongeduld om weer naar huis terug te mogen gaan, over ander dingen praten ze niet.

Canadeesche pantserdivisie heeft ons bevrijd, terwijl veel Nederlanders daar bij ingedeeld waren. Gisteravond liep Buwalda in uniform met z’n vrouw voor het eerst na vijf jaar weer over de Nieuwestad, dat zal een weerzien geweest zijn. Dit leger heeft wat in z’n mars, elke soldaat heeft de beschikking over een motorfiets, een auto, een tank, een stuk geschut. Alles rijdt en vergelijk daar nu eens bij het afgetakelde Duitse leger dat zaterdagavond wegtrok. Ook het optreden is zo heel anders dan de moffen. Daar salueerde alles, klapte de hakken tegen elkaar en hier lijken al die mannen wel kampeerders, sportmensen ieder met z’n kleine tentje waarin b.v. achter in de tuin, gekampeerd wordt.

Kinderen rijden gemoedelijk op tanks mee, een enkele hoge kuiert met een wandelstok in de hand door de stad. Sigaretten, chocolade en boterhammen worden uitgedeeld. Patent zien die kerels er uit, hun eigen potje kokend op kleine kacheltjes. Moe kreeg een heel stuk ham cadeau, na vijf jaar een ongekende weelde. Het zijn geen mensen die hier gekomen zijn om te roven wat er maar te roven valt, deze mensen delen nog eens iets uit. Een slokje lusten ze ook wel, wel twee!

Bij de familie Westerhuis, de onderburen van Vader en Moeder in de fonteinstraat was een Canadees op bezoek geweest want overal stappen ze naar binnen of worden binnengehaald, die al wat veel bleek op te hebben. Een kopje thee werd aangeboden, in dank aanvaard, en de man zwaaide verder. De volgende dag, dat was gisteren, was deze soldaat er al weer, en opnieuw niet brandschoon, maar de familie was niet thuis of hield zich niet thuis. Cobi Westerhuis haar blote benen waren zeker het aantrekkingspunt geweest.

Toen ze bij de Westerhuizen niet open deden, werd er op de bel ernaast bij Vader en Moeder gedrukt en daar werd wel open gedaan. Onze soldaat stommelde de trap op. Moeder werd langdurig de hand geschut, een klopje op de schouder. Dear Mother! Toen tante Jinke het zelfde en Vader sloot de rij waarna de man zich zwaar in een fauteuil neer liet en begon te zingen. O God, hoe krijgen we hem weer naar buiten? Moeder de straat op om hulp, niemand thuis. Na veel gegesticuleer en praten lukte het Vader en tante Jinke om hem naar beneden buiten de deur te krijgen, toen onze vriend opmerkte: You are a friend of the Germans, zeker omdat het onthaal niet zo heel denderen was, toen vader in z’n verbouwereedheid Yes zei. De revolver zou te voorschijn komen, a friend of the Germans moest verslagen worden.

Tante Jinke riep nog snikkend van het lachen van boven af: No, we are Dutchman! De Canadees zwaaide af, mopperend over de ongastvrije ontvangst, geen borrel schoot er voor hem over! Tegen Tante Jinke zei een Duitser eind vorige week: wij soldaten gaan nu weg en Tommy’s komen er voor in de plaats. Hij wou er meer zeggen dat Tommy’s geen soldaten zijn, dat zijn kampeerders.

De opmars naar Amsterdam gaat niet vlot, alles wordt onder water gezet, Wel zijn er grote groepen Duitsers op de Veluwe geisoleerd maar de rest trekt zich terug achter de Waterlinie. Hoe Tiet en Willem bevrijd zullen worden? Voor Holland is het immers zo noodzakelijk dat de bevrijding vlug gebeurd elke dag langer maakt meer slachtoffers. Het sterfte cijfer wordt onrustbarend hoog. Wie weet hoe vlug het nog gaat, hadden wij begin vorige week gedacht dat we nu al vrij zouden zijn?

‘s Avonds is het hier op de Nieuwestad één groot festijn. Kinderen met lampions, een paar voorop met trommels, allemaal oranje mutsen op het hoofd. Hossende en dravende jongens en meisjes en ieder ziet het gewoel met vreugde aan. Canadeesche auto’s die in de mensenmenigte blijven steken waarna zo’n wagen wordt belegerd om handtekeningen die bij dozijnen worden uitgedeeld. Alle auto’s met een vlaggetje, alles even feestelijk. Leeuwarden totaal onbeschadigd, een der weinige plaatsen waar de muziekcorpsen der Tommy’s gespeeld hebben, de eerste grote stad die zo iets te beurt gevallen is. Alleen al dat we ‘s avonds weer tot 10 uur op straat mogen is een grote plaag minder. Piere Smits, een evacué van Moe, is op een van onze fietsen naar Roermond,


19 april 1945

Zo juist werd aangeplakt dat de Duitsers uit wraak ook de dijk van de Wieringermeer hebben laten springen waardoor het werk van jaren ook weer teniet gedaan is. De vandalen. Nog is de Afsluitdijk intact. Vanmiddag werd in alle kerken een dienst gehouden waarin vooral het vallen van de vele leden van de verzetsbeweging werd herdacht en hulde aan de Canadezen werd gebracht voor onze bevrijding. Het zal ook voor deze mensen een feest geweest zijn om zo te worden ingehaald, nu eens in een stad waarin niet gevochten is. In Groningen met z’n vele slachtoffers zou b.v. het concert dat vanmiddag door de Canadezen van Schotse afkomst werd gebracht niet op z’n plaats zijn. Waar hebben wij het aan te danken dat we er zo genadig afgekomen zijn?


20 april 1945

En nu staan we dan voor de wederopbouw, de afbraak door de moffen is geeindigd en nu kunnen we er weer aan denken hoe het zaakje zo goed mogelijk op poten valt te zetten. Het aantal rode strikjes, rode tulpen wordt al groot zodat de politieke gezindheid van degenen die dat dragen niet twijfelachtig is. Ik voor mij kan nog niet veel heil in Moskou zien, maar ja we zullen moeten wennen aan nieuwe politieke verhoudingen. De werkeloosheid en de ontreddering die zullen blijven na de feestvreugde van het ogenblik werken mogelijk het communisme in de hand. Als Holland nu eerst maar bevrijd is, dan kunnen we verder zien.

Hitler kan in een bijzonder gunstige tijd voor hem z’n verjaardag vieren, z’n land voor het grootste deel bezet, alle steden verwoest, de aanval op Berlijn begonnen. Deze man is stapelgek! Hoe Duitschland weer opgebouwd moet worden is voor mij een raadsel, daar zullen tientallen jaren voor nodig zijn, en de hongersnood staat er voor de deur, alles is ontredderd. Wie z’n gat brandt moet op de blaren zitten, en doelbewust stuurt Hitler op de totale vernietiging van z’n land aan, net alsof het land als een Phoenix uit de as zal herrijzen. Het beste zal zijn het hele zootje in eigen drek te laten zitten.

De vijf jaar die we kennis hadden aan de Duitsers zijn mooi genoeg geweest. De moffenmeiden en N.S.B. vrouwen moesten vanmorgen zich weer op het politiebureau melden. Ook een oudere “dame” was erbij waarbij het publiek direct begon te zingen: Ouwe taaie, jippi, jippi, jee ! Gejoel en zelfs gefluit zorgde hierbij voor begeleiding.


21 april 1945

Gisteravond een Canadees op bezoek gehad. Ans kwam met hem aanzetten om tien uur toen ieder binnen moest zijn, waarna we bij een petroleum lichtje en een glas geweckte pruimen met elkaar geconverseerd hebben. Ger had al eens tegen Ans gezegd, als je een nette vent ziet met een embleem op z’n pet of muts dan neem je hem maar eens mee naar huis. Het is dus niet om de man zelf te doen maar alleen maar om zijn souvenirs. Hij krijgt van ons een lepeltje. Vanavond zal Ans wel met hem naar een bal gaan dat in Spoorzicht gegeven wordt.

Van Dijk en Johan zijn ook weer terug in de zaak zodat het werk hervat kan worden. Het oppakken is afgelopen en nu maar eens rustig aan de slag. Ja, maar waar mee? Materiaal hebben we haast niet, nog wat pluizen en wat touw zodat er matrassen gerepareerd kunnen worden. Het ís in elk geval iets ... Verder de hele zaak schoon maken, opknappen en herstellen. Met van Dijk en Johan nogal wat strubbelingen gehad over het loon, de verzorging en de belangstelling in hun doen en laten tijdens hun graverij en tewerkstelling die ze van onze kant niet 100 % vonden. Helemaal ongelijk hadden ze niet. In Drente kregen ze hun loon van de Wed. Todt maar naar huis overmaken van bedragen liep niet zo vlot en niet zo ruim. Van Dijk z’n vrouw kon wel rond komen maar een vetpot was het niet. Johan was de laatste maanden ondergedoken geweest en kreeg dus geen uitkering en hij voelde zich als een spoorwegman die bevel tot staken van het werk had ontvangen en meende van z’n baas wel recht op uitkering van loon te hebben.

Teveel onze eigen belangen hadden voorrang, teveel zorgden we voor ons zelf; uit het oog uit het hart gold voor hen. De zorgen die we zelf hadden, de vrees nooit van de Duitsers af te komen, de vrees voor honger, en een zaak die geheel stop gezet was en niet meer kon bestaan, waren oorzaak dat we beide mannen deze winter ietwat vergaten. Van Dijk had het finantieel dus niet minder gehad dan wanneer hij bij ons gewerkt had kreeg wat kleren omdat die bij de graverij teloor waren gegaan en Johan hebben we een aanvulling op z’n loon gegeven voor de weken dat hij ondergedoken was. Nu maar werk bedenken zodat de fl. 60.00 loon per week weer boven water komen,  maar zo lang er geen kolen zijn zo lang staan de fabrieken stil.

De boeren leveren de melk weer aan de fabrieken, maar de fabrieken zijn er meer mee dan om verlegen want er is geen stroom voor de koelinstallaties. De waterleiding werkt nog, de centrale stookt op eierkolen. Er wordt verteld dat er in Limburg 800 vrachtauto’s met kolen klaar staan om hulp te bieden en met die vrachtauto’s kunnen een deel van de evacué’s weer naar huis terug.

Het gerij vandaag van Canadeesche auto’s, tanks, pantserwagens en geschut is enorm, de wegen worden aan puin gereden door het zware materiaal want het devies: Every family his own car geldt wel voor hen maar nog niet voor ons, in elk geval zullen er betere wegen moeten komen. Dat de zaak wat stuk gaat is niet zo erg, we zijn bevrijd.

Gisteravond onze Canadeesche vriend nog weer een paar uur op bezoek gehad waarbij hij deze foto, handtekening met adres en regiment teken meebracht. Ger kon hem blij maken met een zilveren lepeltje gemaakt van een halve gulden en een kwartje. Voor Ans werd een doosje zakdoekjes meegebracht “gekocht” in Aken. Aken dat door de bewoners was verlaten, een Duitse stad half verwoest gelijk als alle andere. De foto werd gemaakt in 1941 toen Jack Ramsden met veel anderen van de diverse Canadeesche regimenten in Londen (Canada) een bijeenkomst had voor het vertrek naar Engeland.

Ger en ik hebben gezellig met hem gesproken over alles en nog wat en wat een ruimere kijk gekregen op het wereldgebeuren waarbij we zo nauw betrokken waren maar waarin de Duitsers steeds hun zienswijze aan ons wilden opdringen. In het vuur van het gesprek overkwam mij a slip of the tongue toen ik als slot van een zin zei: und so etwas. Te lang hebben we Duitsers om ons heen gehad. Antipathie tegen de Duitsers had men niet, alleen de S.S. en de S.D. bestaan uit boeven en worden als zodanig direct gevonnist. Holland zit vol S.S. en ook S.D.

In IJmuiden wordt nu bij vloed ook al zout water binnen gelaten, zodat de ramp elke dag groter wordt. Nog twee weken schat men dat de ellende moet duren voor er een regeling getroffen is en de overgave geregeld wordt. Toen Ans gisteravond met haar Canadees een glas wijn, iets anders was er niet te krijgen in de Kroon, wilde drinken, moest dat voor een vriend plus een vriendin 50 sigaretten kosten. Met geld was niets te beginnen. Ongelukkig genoeg hadden ze maar 30 bij zich zodat ze de wijn niet konden krijgen. Was deze handelwijze correct tegenover onze eigen bevrijders? In business the fault of the Dutch Is giving to little and asking to much.

Een nieuwe maatregel is aangeplakt die zo van de Duitsers zou kunnen zijn overgenomen n.l. het is verboden de lonen te verhogen. 25 % Boven het peil van 1940, je mag geen arbeiders ontslaan en je moogt ze niet aannemen zonder tussenkomst van het arbeidsbureau. Twee jongens die het lazen, zeiden tegen elkaar het onderduiken begint weer. Maar veel van jongens die de laatste jaren niets uitgevoerd hebben zijn arbeidsschuw geworden. Ik kan me begrijpen dat de overheid de zaak nu in de hand wil houden om uit de Janboel te geraken.

De oorlog in Europa is voor een goed deel ten einde, hier en daar zitten nog groepen vechtende Duitsers, Denemarken en Noorwegen moeten nog bevrijd worden maar met 1 of 2 maanden is alles wel bekeken. In elk geval Hitler z’n voorzienigheid heeft gefaald.


23 april 1945

Een week lang zijn we al bevrijd, je kunt je het moeilijk voorstellen dat er geen burgers meer door de S.S. en S.D. opgehaald en gemarteld worden. Dat je weer veilig op een fiets kunt zitten, zelfs een radio open en bloot in de kamer. Het is een vreemd gevoel. De vlaggen zijn ingehaald in afwachting van de bevrijding van ons hele land en de terugkeer van de Koningin. Jaar en dag zagen we uit naar de bevrijding, en nu we die eenmaal hebben, beginnen we uit te zien naar betere tijden, zo blijven we haken naar een verandering en naar de dag van morgen.

Misschien komt het momenteel bij iedereen wel door het gejaagde gevoel dat we uit de laatste tijden hebben overgehouden. Ieder wil werken maar er is gewoon geen werk, ieder wil actief zijn maar je wordt tot toekijken gedwongen. Le roi est mort, vive le roi, maar je kunt met evenveel recht zeggen, de oorlog is over, leve de oorlog want nu al regent het politieke blaadjes en in al die blaadjes komt duidelijk naar voren de vastbereadenheid om te strijden, allemaal voor hetzelfde doel: een betere samenleving, maar dat prevelde Hitler ons toch ook altijd voor!

Is er genoeg werk, brood en spelen voor ieder dan valt de strijd ook wel wat mee, maar de eerste tijd zal aan brood in elk geval nog wel gebrek heersen en dat is genoeg om de balans naar de andere kant te doen doorslaan. In alle bevrijde landen komen op het ogenblik onlusten voor. Raar! Waarom zouden we er hier van verschoond blijven? Maar het is beter om ruzie te hebben in een land dat opgebouwd wordt dan in een land dat afgebroken wordt.

Ondertussen kuieren de Canadezen met de meisjes, lachen en begrijpen elkaar uitstekend, de taal der liefde is internationaal. Af en toe komt een lid van de ondergrondse tussenbeide want dan wandelt er een moffenmeid met een Canadees en dat is shocking. Wat ook shocking is, is het bedelen van de goegemeente om sigaretten, de tabak honger moet wel erg zijn! Zelf kan ik het me als niet roker niet voorstellen dat je een Canadees achterna zou lopen om te vragen om een sigaret.

De padvinders, het Leger des Heils, alles komt terug. Het metselen van de scheidingsmuurtjes kan weer beginnen. De reclame die buurman Span maakt met z’n nieuwe berichten is wel aardig. De mensen trappen elkaar de likdoorns van de voeten om toch maar het laatste nieuws te lezen en te horen. Hitler is en blijft in Berlijn in afwachting van de voorzienigheid die hem mee zal nemen naar de hemel denk ik. De Russen zijn nog maar twee of drie km. van het centrum van Berlijn verwijderd.

Heb je je Ausweis wel bij je vragen kennissen me geregeld op straat. En werkelijk, denk je dan toch nog even, heb ik hem wel in m’n portefeuille zitten. Gelukkig zijn ze overbodig, nu tenminste, andere papieren zullen er wel voor in de plaats komen. Is het niet een hoopvol vooruitzicht die bonnenlijst uit Limburg? Weelde noemen we zoiets, en als je het dan weer vergelijkt met Holland dan zijn wij weer onbegrijpelijk bevoorrecht. 4 ½ Miljoen mensen verdrinken en verhongeren daar.

De tijd die ging en de tijd die komen gaat, Mussolini met z’n orgeldraaiers, Hitler met z’n paradepassers kunnen binnenkort met elkaar in het hiernamaals hun geestverwanten op gaan zoeken die hen inmiddels voor gingen, en dan kunnen ze samen herinneringen op gaan halen. Wie dasz schön war!

Aangeplakt staat dat Engeland z’n grote transportvliegtuigen boven Holland zal laten vliegen om er voedsel uit te werpen. Laten we hopen dat de Duitsers het niet voor zich zelf inpikken. Zouden de Duitsers nog het fatsoen op kunnen brengen om de bevolking werkelijk de rantsoenen levensmiddelen ter beschikking te stellen? Alleen de Duitsers kunnen voor een juiste en billijke verdeling zorgen omdat de bevolking tegen zich zelf beschermd moeten worden. Zou men het verdelen overlaten aan het burgerlijk bestuur dan vrees ik voor hevige vechtpartijen. De honger doet de mens tot alles in staat zijn.

Het kolenprobleem hier is het grootste probleem, uit Limburg kunnen ze moeilijk hier gebracht worden wegens de vernielde bruggen over de grote rivieren maar bij Oldenburg in Duitschland zijn er genoeg en nu is men druk bezig om een spoorlijn daarheen weer in orde te krijgen. Boer de Jong uit Jellum kwam vragen of we weer melk wilden halen, de fabrieken kunnen namelijk niet draaien en de zaak wordt zuur. Graag natuurlijk want thee surrogaat is echt ook niets gedaan.

Een ander nieuwtje was de aanvoer van al die benzine voor de Tommy’s, pardon Canadezen. Tommy’s zijn Engelsen en daar hebben ze niet veel mee op. Teveel armen en weinig zeer rijken wordt niet de juiste samenleving geacht in Canada en dus ziet men de Engelsen met een scheeloog aan. Maar op de benzine terug te komen. Men heeft een pijpleiding naar Cherbourg vanuit Engeland gelegd, vandaar naar Nijmegen en dan maar tappen jongens. Zo ruim als de Canadezen benzine hebben, zo ruim is de melk op dit ogenblik. Ook de melkboer aan de deur levert volle melk zonder bon zoveel we hebben willen, dus hoefden we eigenlijk niet naar Jellum. In Workum werd 4000 liter in zee gegooid, men wist er geen raad mee.


25 april 1945

Vandaag liep de weddenschap die ik met Ger gesloten had over de datum van de bevrijding af. Glansrijk heb ik hem gewonnen, maar wie had gedacht dat we 10 dagen geleden al vrij zouden zijn. Prima strategen, wij beide. Ans en haar vriendin waren gisteravond met twee Canadezen uit die hen vroegen wat voor werk ze deden. Ans kon haar beroep wel uit duiden: Typist is gemakkelijk en begrijpbaar in alle talen. Thea, haar vriendin is kinderjuffrouw en om dat woord in het Engels te vertalen splitste ze het woord in tweeen: babylady. De beide Canadezen hadden zich krom gelachen.


27 april 1945

Gisteravond was Ans vroeg thuis maar tegen tien uur zei ze plotseling: Ik ga nog even uit, we dachten naar haar Moeder die enkele huizen verder met een ander kind ondergebracht is en waar ze een boodschap te brengen had of misschien wat te vragen had! Maar nee, de klok sloeg tien uur toen er gebeld werd en ze naar boven riep: Ik heb er weer één bij me. En werkelijk had ze in de gauwigheid kans gezien weer een Canadees mee naar huis te tronen.

We hebben de hele avond verder gezellig met hem gepraat, terwijl Ger als aandenken een wapen van z’n muts kreeg en Ans een half pakje sigaretten. Wij konden hem blij maken met het wapen van Friesland en een zilveren gulden. It is to much! In Italie waar hij gevochten had vertelde onze man dat het daar zo verschrikkelijk vuil in de steden was geweest, je liep er met de hand voor de neus en de broekspijpen omgeslagen door de straten.

Vele Italiaanse steden zijn verwoest omdat de Duitsers zich niet wilden overgeven terwijl de Italianen er al lang schoon genoeg van hadden. Hoe hij twee dagen krijgsgevangen was geweest maar nog weer kon ontsnappen omdat het front heel snel z’n richting uit bewoog. Als aandenken een kogelwond in zijn arm. Daarna in Frankrijk gevochten, hij was bij Arnhem aan de Rijn overgestoken enz., totdat in Leeuwarden het bivak voor enkele dagen kon worden opgeslagen waarna 9 dagen verlof in Engeland zou volgen. Het verhaal gehoord hoe een Canadeesche piloot met z’n toestel in de Rijn neergeschoten werd, zwemmend een eilandje kon bereiken, aan de daar aanwezige Duitsers verteld dat ze omsingeld waren en alleen die 200 man krijgsgevangen maakte. Ieder is zeer benieuwd naar de films van de overkant die binnenkort wel zullen gaan draaien als er weer stroom is.

Het is moeilijk naar Limburg te reizen of er vandaan te komen doch een enkele gelukt het. Kranten worden meegebracht waaruit hier drie knipsels. Een vrije pers die haar woorden mocht uitspreken zonder kans te lopen opgepakt te worden en naar een concentratiekamp te worden gezonden. In Roermond en Venlo werd door de Duitsers wel heel erg huis gehouden, er werd vernield wat niet meegenomen kon worden.

Gisteravond stond er in de krant dat de Duitsers het principe van voedselzendingen accepteerden maar ze vonden het beter dat dit per schip geschiedde. Zeker omdat dat wat langer duurt en er dan nog wat meer mensen van honger zullen sterven. Blijkbaar is men aan het onderhandelen over overgave zonder verder vechten maar dan wel vrijuit en geen onderzoek naar oorlogsmisdaden. Ik hoop dat een flink stuk uit Duitsland waaruit de bevolking verdreven wordt aan ons land wordt toegewezen als compensatie voor de vele verwoestingen die nu aangericht worden door het onderwater zetten van hele gebieden van ons land. Er is op straat nog altijd een drukte van belang van mensen die niets uitvoeren want zaken zijn er niet te doen en de fabrieken werken niet.

Ik wil graag verkopen, daar is de zaak voor maar alleen tegen nieuwe guldens en tegen vervangingswaarde. Wat de prijzen zijn daar heb ik op het ogenblik weinig kijk op nu er de laatste maanden geen enkele factuur binnengekomen is. Dat we grote bedragen aan belasting op zullen moeten brengen staat wel vast, als er dan toch maar zo veel overblijft dat we behoorlijk zaken kunnen doen en niet teveel geld op moeten nemen bij de bank om alles te financieren.

Een film en een mooie boekenlegger die Marijke voor m’n dagboek op school maakte. Zo komt ze dan met dit en dan met dat aardige ding thuis. Thoma vindt het nu ook al zeer gewoon om naar de kleuterschool te gaan en protesteert niet meer. De zandbak en de andere kinderen is een hele attractie.

Zojuist staat er bij Span dat er in Italie een algemene opstand uitgebroken is waarbij dus de resten van Mussolini’s schijnregering ook verjaagd zijn. De Engelsen maken er grote vorderingen en de Duitsers zijn voor een goed deel verslagen en gevangen genomen. Waarom de twee idioten het nog niet opgeven zal wel komen dat ze vinden dat het beter is om morgen dood te gaan dan juist vandaag. In steeds sneller tempo naderen de Russen en Amerikanen elkaar. Het is een kwestie van uren en ze kunnen elkaar de hand schudden. Altijd beter met elkaar dan tegenover elkaar al kan het er op den duur nog wel eens van komen dat weer Duitschland het Tournooiveld wordt van de derde wereldoorlog.

Göring heeft hartzwakte. Ja, we wisten ook al niet waarom de man eigenlijk afgetreden is, er was toch geen reden voor? Nu ja dat Duitschland voor het grootste deel veroverd is en dat de maarschalk geen vliegtuig meer bezit hoeft toch gen reden te zijn om af te treden? Wie weet welke ziekte Hitler uitdenkt, misschien raakt hij door de vele herrie wel eens z’n kop kwijt en wordt een zenuwleier van een armoelijer van een kleine man. Het is alle dagen een onbegrijpelijke opluchting dat we de moffen en hun trawanten kwijt zijn en dat het zo geruisloos is gegaan, dat is een nog groter wonder.

Tante Jinke kreeg bericht dat Titie en Wim in Harreveld slapende bevrijd werden. Jaap in Groningen had meer beleefd bij de fam. Pelig. Ruiten stuk en pannen op straat. Uit Nijmegen kwam bericht dat Gerda en Karel zonder kleerscheuren de bevrijding meegemaakt hadden. Veel wederwaardigheden maar geen enkele grote ongelukken. Uit Den Bosch een briefkaart van Auke de Jong en Wout Bos die daar heen hadden moeten vluchten wegens ondergrondse activiteiten in Dubbeldam, waren veilig door de linies gekomen. Bij Oom Wytse wel veel gestolen en kapot geslagen maar zo ver bekend geen verdere maatregelen. De bevrijding moet daar nog komen.

Zo juist liep er een meisje langs de Nieuwestad met een hoofd zo kaal als een k(n)ikker. Ze had een doekje over het hoofd gebonden maar de jeugd trok dat eraf. Een vrouw met een kale kop is een raar gezicht. Ik denk dat zelfs een mof zo niet met haar naar bed zou willen gaan, of is het juist een speciale attractie?

Voor zijn vaderland gevallen. Deze advertentie staan er de laatste dagen meer in de krant, de. N.S.B. en de N.B.S.’ers hebben onze vrijheid met hun leven betaald. N.S.B. en de N.B.S.’ers er ligt een wereld van verschil tussen. De Vrij, één van onze meubel leveranciers in de Joure, heeft onder z’n rekeningen staan: Van alles wat men koopt wordt de prijs snel vergeten indien het artikel goed is. Maar slechte leveranciers worden nooit vergeten.

Zou het met onze vrijheid ook zo gaan, zouden we de prijs die zo velen er voor betaald hebben ook vergeten? De slechte leverantie van de vijf jaar bezetting zullen inderdaad nooit uit de gedachten raken. Wel een pikante puzzle is dat De V. zo niet N.S.B.’er toch wel veel sympathie voor de Duitsers had. Eén der zoons was landwachter. Toch waren het geen mensen met een slechte inborst meen ik. Heb tenminste nooit iets in die geest gemerkt.


28 april 1945

Mussolini met z’n staf gevangen genomen toen ze probeerden de Italiaans-Zwitserse grens te overschrijden. Himmler zou de capitulatie van Duitschland aan Engeland en Amerika aangeboden hebben. Hitler en Göring zouden dood zijn. Alles is mogelijk.

Thoma wilde gisteravond niet slapen, was aan het zingen en springen in haar bedje waarop Mama luid stampend en quasi boos roepend de slaapkamer binnen stoof, Thoma als de wind onder de dekens verdween. Na Mama’s zedenpreek en de vermaning om nu toch eindelijk zoet te gaan slapen, merkte ze zoetjes op: En nu nog een pak voor de broek! Vanmorgen zei Marijke tegen Thoma toen Mama zich aan het aankleedde was: Thoma, moet je eens kijken, Mama heeft drie buiken, twee kleine en één grote buik. Thoma ziet dan eens, knikt, zegt niets, maar op rare ogenblikken komen rare zinnen tevoorschijn. Herinneringen, belevenissen daar staan de kranten vol van nu we ons weer vrijelijk kunnen uitten na vijf jaar nachtmerrie.

Gistermorgen sprak ik met een redacteur van een ondergronds blad De Koerier die ook z’n hele inboedel kwijt geraakt was en van de één naar de ander zwierf, zich wel op straat bewoog, een beetje oppaste en het leven dat hij leidde niet eens zo gevaarlijk vond. Hij vond de Duitschers niet zo slim in het opsporen, maar hun kracht zat in het toeval, het verraad, en de zenuwachtigheid van de slachtoffers die hun zinnen niet bij elkaar hielden. Hun hele opsporingsapparaat was niet zo groot in verhouding tot de hele Nederlandse bevolking, daarom moest de N.S.B. helpen. Alle slachtoffers die ze in hun vingers kregen werden daarom met alle middelen gemarteld om gegevens los te krijgen. Het martelen zelf werd misschien ook wel een voldoen aan de laagste instincten die er in die S.S.’ers en S.D.’ers leefden. Een gewoon mens kan het zich moeilijk voorstellen dat er bevrediging in martelen gevonden kan worden.


29 april 1945

De oorlog in Europa nadert z’n einde, hoogstens enkele dagen kan het nog duren. Belangrijker is echter dat de geallieerden voedsel pakketten boven Holland uit mogen gooien en de eerste serie bommenwerpers met voedsel zijn gestart. Voor velen komt de hulp te laat, maar de grote massa zal de vliegmachines schor van vreugde toejuichen. Tiet en Willem zullen er zich wel doorgeslagen hebben.

Zo juist een uitzending van de B.B.C. bij Span gehoord met hopen mensen om me heen die allen zichtbaar ontroerd mee luisterden naar een ooggetuige verslag vanuit een vliegtuig. Hoe de daken zwart van mensen stonden die allen met witte doeken zwaaiden. Na vier dagen onderhandelen werd de regeling getroffen, denkelijk hebben de Duitsers de honger van de bevolking gebruikt om hun eigen hachje te redden.

Op bepaalde plaatsen wordt voedsel uitgeworpen en daar verzameld, hoop doet leven. Rotterdam, Den Haag en Leiden werden vandaag geholpen met pakketjes voldoende voor 24 uur. Het is niet veel maar de morele steun doet er nog een een schepje bij. Mussolini met z’n handlangers zijn opgehangen. Hitler is stervende maar anderszins wordt er verteld dat hij nog steeds ridderorden met zwaarden en eikenhakhout uitdeelt.

Nog een beetje over de zaak, het personeel is weer voltallig behalve dat Nelly ontslag genomen heeft waar ik niet rouwig om ben. Werk is er niet, Jeltje kan moeilijk meer naaien, het garen is op en de machine naalden bijna. Kindermatrasjes van jute of liever vlas/papier damast en vlokken vulling waar nogal wat mot in zit. In een handvol vind je altijd wel een stuk of wat larven. De matrasjes kloppen, in de zon leggen, afborstelen, de beesten dood trappen en dat een paar dagen volhouden en dan één, twee, drie in godsnaam naar de klant. Gek, je hoort nooit wat! Matraspluizen zijn bijna op, touw is er nog wat meer, we kunnen dus nog matrassen repareren. Van Dijk tobt met kopspijkers voor de stoffering van een stoel of een divan. Een serie surrogaat artikelen zal ik maar bewaren, als is het zo moeilijk te beoordelen wat later lezenswaard is, en interessant voor andere ogen. Lege etalages, lege winkels, alleen hier en daar op zolder nog wat verborgen spullen, grote banksaldo’s, portefeuilles vol met bankpapier, maar kapotte schoenen.

 

30 april 1945

600 Ton voedsel uitgegooid door 250 vliegtuigen en vandaag meer als het weer toelaat. Dat is het nieuws uit Holland, voor ons zegt men is nog 450 ton steenkool voor de centrale gebracht op 150 vrachtauto’s. De capitulatie van Duitsland wordt spoedig verwacht misschien nog wel vandaag.

Een later bericht bij Span melde dat echter zelfs eens Churchill de overgave nog niet kon aankondigen en op vragen aan hem gesteld geen uitsluitsel kon geven. Wel kon hij verzekeren dat Engeland er vandaag de dag beter voorstond dan vijf jaar terug. Toen was het Engeland dat op het punt stond om verslagen te worden want uit gesprekken bleek wel dat men toen niet eens geweren had om zich te verdedigen. Hitler’s mistake die hem de oorlog deed verliezen terwijl de tweede blunder Rusland is geweest.


2 mei 1945

Nog steeds geen einde van de oorlog, men schijnt in Berlijn nog steeds tegen te stribbelen. De Canadees die we op bezoek hadden vertelde ook dat ze in Italie op een dag met de Duitsers een regeling hadden getroffen om niet op elkaar te schieten maar bij elkaar op bezoek waren geweest, ze hadden zeer gezellig met elkaar gepraat en geschenkjes uitgewisseld. Het was ongeveer een jaar geleden gebeurd. Na afloop waren ze weer naar eigen stellingen teruggekeerd en het schieten kon opnieuw een aanvang nemen. Vreemd, vreemd, ik meen dat het in de eerste wereld oorlog ook wel voorgekomen is.


3 mei 1945

Met Ans beleven we nog wel het een en ander, de maat is nog niet vol, ze moet eerst maar naar Roermond vertrokken zijn. Gistermiddag toen ze op straat wandelde met haar Moeder in de luipaardjas werd ze aangehouden door een N.S.B.’er die haar verschillende dingen vroeg en toch tamelijk goed op de hoogte bleek van haar naam, adres enz. Hij noteerde nog wat gegevens en verdween met de mededeling dat ze er wel meer van horen zou. Omgang met Duitsers in Roermond schijnt ze wel gehad te hebben en misschien ook hier in Leeuwarden. Het het zij maar eens afwachten wat er uitgezocht wordt en in hoeverre ze er last mee krijgt.

Ans heeft lange zwarte haren en het zijn ook wilde. Haar vader is dood, van een dak gevallen, de moeder heeft 10 kinderen, overal ondergebracht hier in de stad. Met Andringa haar eerste “kostbaas” kwartiergever staat er deftig op het evacuatiebevel, sprak ik onlangs over Ans en die zei: Meneer ze is zo “hiet”, ze valt alle jongens om de hals, of dat nu een Duitser, een Hollander of een Tommy is. Om de zonden van het gaan met moffen wat te Verkleinen komt ze nu af en toe met een Tommy aanzetten. De N.S.B. ziet daar echter op toe want te veel geslachtziekten heersen er en uitbreiding moeten we eigenlijk niet hebben. In oorlogstijd komen er teveel ongerechtigheden voor.

Gisteravond waren Vader, Moeder en tante Jinke bij ons op een kopje koffie en een gezellig praatje wat nu weer kan omdat we tot 10 uur op straat mogen komen. Een verademing. Om tien uur was de koffie op, de kachel bijna uit, daar wordt gebeld. Ans zal het wel zijn, voor haar nog een kopje koffie met een stuk eigen gebakken tarwe koek en dan naar bed. Toen ik de deur echter open deed stond Ans er wel maar ook twee Engelsen die ze mee getroond had. Toen we boven kwamen zette ik beide op een stoel in de eetkamer. Ans deed de mantel uit, Ger vloog naar boven om nog wat melk en koffie te halen en ik zat even met de beide heren alleen in ons eetkamertje om het discours te openen.

Om te beginnen vroegen ze me direct of Ans mijn dochter was! Wel een heel jonge vader had ik dan moeten zijn, ik weet niet precies of een jongen van veertien zo iets zou kunnen presteren. In elk geval heb ik hen geprobeerd uit te leggen dat ze uit haar woonplaats verdreven is door de moffen en bij ons als evacuee te lande gekomen is. Mogelijk ook hadden beide mannen hoop dat ik een hoerekast exploiteerde en dus kwamen ze op de koffie die Ger inmiddels klaar had. Ook een stuk koek werd er bij gepresenteerd en het gesprek kon beginnen over alles en nog wat. Toch was het met deze soldaten moeilijker praten dan met de Canadezen die duidelijker en langzamer vertelden.

De koffie en de koek werden niet opgedronken en opgegeten na de eerste hap. Sorry jongens maar we hebben niet beter. Na vijf jaar oorlog is dit nog het beste wat we hebben. Tegen twaalf uur vertrok het stel nadat de een tegen ons had gezegd dat hij een kok was. Ja, ik wil dan wel geloven dat hij onze koek niet lustte. Aan Ans vroegen we toen ze weg waren hoe ze toch in hemelsnaam zo vlug die twee achter zich aan had gekregen. O dat was helemaal geen moeite.

Ik liep ze voorbij, bekeek beide even en toen zeiden ze good bye. Ik ook bye, bye. Twintig passen verder keek ik even om, ze zagen me na en knikten me toe. Ik knikte ook en het stel zette zich in beweging en liepen me achterna. Ze vroegen me waar ik heen ging, naar huis zei ik, nu dan lopen we met je mee. Dat is best, en dat alles speelde zich af van het hoekje van de Nieuwesteeg tot aan ons huis. Ik denk dat beide soldaten andere plannen hadden dan koekhappen maar Ans is een volleerd iemand om mannen aan de haak te slaan en mogelijk kent ze meer kunstjes.

Dat was gisteravond, maar vanmiddag stapte een N.B.S. binnen met een arrestatiebevel voor Ans. Ze moest mee naar het politiebureau om daar verhoord te worden over haar escapades met Duitsers. Veel wijzer zijn ze niet geworden want Ans houdt stokstijf vol dat ze geen omgang gehad heeft met de moffen. We hebben haar aangeraden zich wat op de achtergrond te houden en ook vooral niet meer Engelse soldaten aan te halen daar haar gangen vermoedelijk worden nagegaan. Wie weet gaat ze spoedig met haar Moeder, broers en zusters naar Roermond terug.

Reparatiebedrijven van huizen moeten toch in de eerste plaats hun werk daar kunnen beginnen en de Moeder dreef de zaak nu de Vader dood is. De familie Smits bij Moe praat ook de hele dag over teruggaan, dag en nacht beheerst het hun eigen gedachten. Hun zoon is terug gegaan, klandestien, op een fiets van ons, die we hopen terug te zien, om in Roermond hun schoenmakerij weer op poten te zetten. Het huis was beschadigd, de voorgevel er voor weg maar de machines intact in de kelder behouden gebleven, niet gevonden en niet weggehaald.

Door de grote drukte die Moe van haar drie evacuees gehad heeft en de ellende met de kokerij want ze stoken nu met karton terwijl Mijnheer Smits op straat met een stok met een scherpe punt op het end alle papiertjes van de weg prikt die hij tegen komt, is Moe over haar toeren geraakt en moet het bed houden. De familie Smits zorgt nu voor Moe. Het komt me voor de dames elkaars bloed wel kunnen drinken.

Begin van de week was ik op het evacuatie bureau en daar waren de ruzies niet van de lucht. Leeuwarder kwartiergegevens luchten hun gemoed over hun evacuees uit Limburg en andersom natuurlijk. Het is g.v.d. voor en na, terwijl de slechtig heden van kostbazen en kommensaals breed uit worden gemeten. Over een ding zijn allen het eens, het evacuatiebureau met het personeel moesten ze de grond in stampen. Man ik loop m’n zolen kapot bij het sjouwen naar jullie kantoor, denk je dat ik voor jullie plezier op blote poten wil lopen en dat ik niks beters te doen heb. Ik wil m’n centen hebben en anders donderen die lui die ik in huis heb maar op, mijn vrouw is al zenuwpatiënt! Van de andere kant hoor je zeggen: Ja, de kast hebben ze vol eten en er is ook nog wel brandstof maar wij kunnen verrekken en het gaarkeuken eten vreten. Rot lui! Over het algemeen valt het wel wat mee en verdragen de mensen elkaar wel.

Pierre Smits heeft een fiets van ons mee, maar we hebben een andere teruggekocht voor 25 p. tarwe, 15 p. groene erwten en 10 p. gort. Het is voor de zaak een groot gemak. Gestolen goed gedijt niet maar rijdt wel. Het is een Wehrmachtfiets, cadeau gekregen door een vriendin van Ans van een Canadees, een door ons betaald met gort en groene erwten. Hoeveel zoenen is een fiets waard?

De oorlog loopt af, Berlijn is gevallen, Italië capituleert met de gehele Duitse en Italiaanse legermacht enz. Hoe hard is de toestand deze laatste maand veranderd, het lijkt er heel veel op dat men aan Engeland en Amerika de gelegenheid geschonken heeft om zo ver en zo vlug in Duitsland door te dringen, alles vanwege het bolsjewistise gevaar.

De voedselvoorziening in Holland is ook gewaarborgd, moeilijkheden voor aanvoer zijn er niet meer, zelfs lichters met steenkool komen aan; gisteren 300 vrachtauto’s met 1000 ton voedsel, 1000 bommenwerpers met 1700 ton, allerlei vergeten heerlijkheden, koffie, thee, chocolade, wittebrood enz. Met hoe enorm veel vreugde zullen al die gaven ontvangen worden, maar hoe moeilijk zal het zijn om rustig te blijven en toch doet de radio niet anders dan daarvoor te pleiten. Geen ongelukken meer de laatste paar dagen. Hoe is het ons zelf gegaan die eerste dagen toen we Canadeese auto’s zagen rijden, maar met hoeveel meer vreugde zullen die 300 zwaar beladen vrachtauto’s met voedsel door de hongerige bewoners in het Westen worden begroet.

Er wordt gezegd dat Hitler nu toch wel dood is, maar de man kan blijkbaar meerdere keren sterven. Hierbij komt me de mop in de zin die een poos terug werd verteld dat ze Hitler nooit konden begraven toen hij dood was omdat de dragers steeds maar moesten hijssen vanwege het hoera geroep van het publiek. Veel hoge Nazi’s en partijleden zijn onvindbaar, ondergedoken. Misschien is Hitler er ook wel tussen uit geknepen en wil proberen z’n activiteit voort te zetten in een land waarvan alleen nog maar een plattegrond van bestaat.

Hoe is Duitsland weer wat op te bouwen, hoe moeten 100 miljoen mensen er een bestaan vinden plus voldoende voedsel want deportatie op grote schaal staat hen ook nog te wachten want de Russen zullen hun eigen verwoest land zeer zeker niet vergeten. Hoeveel doden zou Hitler op z’n geweten hebben. Heil der Führer !

Saskia bestaat het om met zeven maanden in haar ledikantje te staan waar Mama niet weinig trots op is. Het is al een flinke meid, de sterkste van het drietal, want Marijke en Thoma konden er op die leeftijd niet bij halen. ’s Avonds voor het naar bed gaan kruipen ze nog even bij Saskia in het ledikantje en hebben de grootste pret. In dat kleine bedje met al die armen en benen is het om de war te raken, ze weten op het laatst zelf niet meer van wie nu al die ledematen zijn. Naar bed, naar bed zei Duimelot ....... en om zeven uur ligt het drietal onder de dekens. Marijke slaapt direct maar Thoma vindt het nodig om eerst nog wat versjes af te draaien. Jantje is gevallen met z’n neus op een steen, heelemaal alleen en da’s gemeen.

s’Avonds om kwart over acht holt ieder naar z’n straat waar de Oranje zender te beluisteren valt. Span heeft een luidspreker op straat hangen en een paar grote borden waar het nieuws op geschreven staat, Radio Vaartjes idem. Hele pakken mensen verzamelen zich om die tijd zodat de straten leeg zijn. Om half negen begint het geslenter langs de Nieuwestad weer als vanouds. Was het nu maar wat beter weer dan is dat slenteren wel aardig maar inplaats daarvan is het koud en nat erg nat zodat handschoenen en sjaaltjes weer voor de dag gehaald worden en de mensen in huis zitten te kleumen. Paarse vingers krijg je bij het schrijven en dat in de Mei. Maar een goede geest heeft voor vanavond voor warmte gezorgd, warmte die uit onze eigen gemoederen voortkwam.

De Oranje zender was op de gewone tijd van kwart over acht tot half Negen gehouden maar er werden geen bizondere gebeurtenissen aangekondigd en ik ging weer in huis waar ik met Ger overleg pleegde over Ans die nog nooit thuis gekomen was. Informatie bij haar Moeder leverde ook niets op. Plotseling op straat een hevig geschiet, meer dan normaal lawaai, geroep en gejuich, drie N.B.S. auto’s omhangen met (il) legale strijders die er heftig op los knalden raceden door de straat. Toeteren van jewelste. Zouden ze een hoge Duitse mieter te pakken gekregen hebben of een extra beroerde landverrader?

Mensen verzamelden zich, druk pratend, gesticulerend en ik rende de trap af, de straat op waar me van alle kanten verheugde gezichten aanzagen. Zou het waar zijn, zouden de moffen werkelijk gecapituleerd hebben? Ja het is waar, ik heb het zelf voor de radio gehoord, zei me iemand. Naar boven, de vlaggen uit, Ger een zoen, en ik de straat weer op waar de hel maar dan in goede betekenis begon los te breken. Overal mensen die uit de ramen hingen om hun vlaggen op te hangen. N.B.S.’ers die hun geweren en revolvers in de gracht leeg schoten, donderbussen en fluiters, voetzoekers, vuurpijlen alles daverde om je heen.

Hossende jongens en meisjes holden de Nieuwestad langs, flarden muziek, een luidspreker waar iemand halstarrig zijn nieuwshonger probeerde te bevredigen door alle stations ervoor te draaien maar alleen muziek en geleuter over grote overwinningen hoorde. Zou het nu toch wel zo zijn? Totdat we iemand spraken die rustig vertelde dat Nederland, de eilanden en Denemarken bevrijd zijn van de Duitse overheersing en dat de wapens neergelegd waren. Noorwegen en een klein stukje Duitschland hebben nog steeds niet gecapituleerd.

Steeds meer mensen holden op het lawaai af als motten naar een kaarsvlam uit alle straten stroomden ze de Nieuwestad op waar het gedrang schitterende afmetingen aannam. Vergeten was de koude, tintelend van opwinding en ontroering, het gemoed meer dan vol, feliciteerden mensen elkaar. O wat fijn, hoe ’n zegen voor de mensen in het Westen. Welk een uitbundingheid zal daar ook heersen en wat een zegen dat daar de hongersnood voorbij is en nu de aanvoer op stoom kan komen. Geen moffen, geen S.S., geen landverraders, weg met de hele troep, de pest der maatschappij.

Meer mensen komen op straat, donkerder wordt het, meer licht kogels, het regent, wat doet het er toe, we zijn vrij, het hele land is vrij. Tien uur werd het, elf uur, vier agenten opgenomen in de menigte, werden een fakkel in de handen gedrukt, er werd een kring gevormd, en met elkaar het Friese Volkslied gezongen, gejuich, hoera geroep en toen hoste de hele zaak verder. Vier agenten, vier onderduikers, vier N.B.S.’ers. Is de politie eerder zo geëerd, ze werden gevreesd, nu krijgen ze ovaties.

Morgen is er weer een dag, een dag vol vreugde, een dag met berichten. Hoe zou het in Holland zijn , hoe maken onze familieleden het, leven ze allemaal ? In veel gezinnen zullen berichten binnenkomen over doden, over door de honger geknoeiden, maar wij zijn vrij, vrij zijn de overlevenden.


5 mei 1945

Het einde der Duitse overheersing. Een uur lang beierden de klokken van de Oldehove vanmorgen om 8 uur, de klokken die zich op 14 april even zwakjes lieten horen. Ze luiden toen de Duitsers uit die met stille trom vertrokken, maar nu vanmorgen beierden ze voluit. Een nieuwe tijd, een nieuw geluid, de bronzen klokken die meer vreugdevolle uren in hun hoge ouderdom aan de mensen konden inluiden. Zouden ze even feestelijk in 1813 te horen zijn geweest? De klokken van de Oldehove, een blij gevoel maakt zich van je meester als je die weer hoort. Vijf jaar zwegen ze en nog is het een wonder dat de Duitsers ze niet weggehaald hebben. Ik wil nu niet meer aan die moffen denken wat die allemaal gedaan hebben maar bij het ogenblik blijven en in de toekomst zien.

Nu zijn de etalages leeg maar ieder heeft z’n beste beentje voor gezet om ze zo aantrekkelijk mogelijk te maken met oranje, met foto’s van tanks, van jeep’s met reclame platen en caricaturen van Hitler doen natuurlijk opgeld. We drinken ons dronken aan de vreugde van het ogenblik, de kater morgen komt vanzelf.

Bij al die feestvreugde zit Ans in de penari want moet als Moffenmeid voor de Engelsen gaan werken. Vrijdagmiddag ging ze naar het politiebureau met een verklaring van een werkgever in Roermond waarin die schreef dat ze zuiver op de graat was, maar ze werd toch maar vast gehouden en ergens aan het werk gezet waarna ze die Vrijdagavond pas tegen negen uur thuis kwam, midden onze feestvreugde van het vieren der bevrijding. De dame is nu van ’s morgens half acht tot s’avonds half negen onder de pannen, en tussen de pannen want ze moet ergens afwassen zodat we ze bijna niet meer thuis hebben.

Meneer pastoor kwam ook nog informeren naar dit schaapke van ’s Heeren kudde maar kreeg van Ger de wind van voren omdat hij niet al te best op dit beestje gepast had toen de Duitsers er nog waren, het was natuurlijk riskant om een meisje aan te pakken dat teveel relaties bij onze damalige beschermers had. Ook wij wisten nooit waar ze middagen lang uithing. Corrie wilde niet met Ans wandelen en wilde nog minder met haar van doen hebben. Corrie die een zuster had die ook nog wel eens naar duitsers keek, Corrie die een zwager had, die één van de veertien mannen was die nu pas enkele weken terug, bij Dronrijp doodgeschoten werd, als lid van de ondergrondse.

Om nu te weten hoe de vork in de steel zat met Ans ben ik naar het bureau van de politieke opsporingsdienst geweest en daar zat de Heer v.d. Wal waar we net meubels aangeleverd hebben vanwege z’n ondergrondse activiteiten als redacteur van de “Koerier”. Hij vertelde met dat wanneer er een arrestatiebevel tegen een meisje wordt uitgegeven dan is het voor 99 % zeker dat ze omgang met Duitsers had.


6 mei 1945

Zondagmorgen, wat zullen de kerken vol zijn, vol mensen die misschien niet zo vaak in een bedehuis verschijnen maar nu met vol gemoed toch dank willen brengen voor de verlossing van de overweldiger. Alle dagen feest, feest door vrije mensen die voor het eerst weer eens een behoorlijk maal te eten gekregen hebben en nu hun vreugde kunnen uitten mede omdat ze geen werk hebben.

Dit laatste halve jaar zal door de thans levende generatie nooit vergeten worden en tot in lengte van dagen aan kinderen en kleinkinderen verteld die met grote ogen naar al die verhalen zullen luisteren, hun ouders of Opa of Oma mensen vindende die in een tijd leefden te slecht om waar te zijn. Zo iets zou nu niet kunnen gebeuren zullen die kinderen over vijf en twintig jaar denken! Wie zal het zeggen? “Honni soit qui mal y pense” staat er op de speld die Ger kreeg van de Canadeesche soldaat die we op bezoek hadden en die zo’n ding op z’n muts droeg. Honger maakt smalle pensen of wel Te smaden is hij die van anderen slecht denkt. Wat Rusland betreft, die te modderen zit in Polen, wil ik niet slechts denken maar vertrouwen in de vredelievende plannen van dat enorme rijk heb ik ook niet direct.

Bertha Postuma, een nichtje, is thuis gekomen, erg vermagerd, maar gezond, zodat ze van haar onvrijwillige verblijf in de Harz wel spoedig op zal knappen. Ze werd een paar maanden geleden gearresteerd, verdacht van medeplichtigheid bij het drukken van een illegaal blad. De eigenlijke daders, haar verloofde en a.s. schoonvader waren onvindbaar waarom zij werd meegenomen. Ze werd na eindeloos verhoord te zijn van de ene gevangenis naar de andere gesleept en belandde uiteindelijk in een grote ondergrondse fabriek van V wapens in de Harz. Twaalf uur werken en weinig eten valt niet mee terwijl er om de andere week inplaats van overdag ’s nachts gewerkt moest worden.

De bevrijding geschiedde begin april door de Engelsen die hen weer wat op de proppen hielpen met geschikt voedsel waarna de reis naar huis aanvaard kon worden in een vrachtauto die beschikbaar gesteld werd. Voor een paar vrouwen die een baby verwachten was het brood nodig dat ze naar huis terug konden keren. 50 Vrouwen uit Groningen en Friesland die als politieke gevangenen de Moffen in handen gevallen waren, veelal omdat de echtgenoten niet vindbaar waren, konden terugkeren. Bertha had enkele keren gefingeerde brieven, door de S.S. toegezonden gekregen alsof haar vader en haar verloofde die eigenhandig geschreven hadden met het verzoek toch maar te bekennen enz. Gelukkig had ze alles gewantrouwd en niet gereageerd.

De buren van Moe, de familie Schrijver had een geschikt meisje als evacuee maar die kon bij haar familie in Berlikum komen en verdween dus. Op een morgen stond dus een nieuwe evacuee voor de deur, een heel oud, een heel vies, mannetje met een plunjezakje op de rug en een grote “pruim” achter de kiezen. De schrik was groot en een zenuwachtig gelach aan tafel ook, want “Pake Pruum” knoeide hartverscheurend en smakte nog erger zodat de familie Schrijver al gegeten en gedronken had voor ze zelf een hap in de mond staken. Pake at zowat met de vingers. Het is anders een best mannetje dat de hele dag op straat tussen andere kringetje spuwers bivakkeert. Toch is Pake al wat netheid bijgebracht en toen hij ook nog wat kleren van Mijnheer Schrijver kreeg, voelde hij zich een hele meneer en probeert daarnaar te leven.

De wrijving van Moe met haar evacuees hoopt zich steeds meer op totdat de een of andere dag de bom barst, Moe die het zo keurig netjes in huis heeft en de familie Smits die dat larie vindt nu ze zelf bijna alles kwijt zijn. Hopelijk kunnen de Smitsen spoedig terug naar Roermond. Wat zal dan alles een goede beurt krijgen, de schoonmaak en wrijfwoede zal dan geen grenzen meer kennen. Ze moet dan eerst maar wat bij ons komen om de emoties uit te vieren.


8 mei 1945

Het is vandaag de officiele feestdag in geheel Europa wegens de capitulatie van Duitsland aan Amerika, Engeland en Rusland op gistermiddag half drie. Het leed is geleden en vreugdevuren kunnen alom oplaaien, terwijl het in New York zo vol op straat was dat het verkeer stil gelegd moest worden.

Andere bazen, andere methoden maar het is altijd beter bij een rijke heer chauffeur te zijn dan als arme drommel een kar te moeten schuiven waarop. Hitler zat. Vooruit moeten we toch. Gisteravond was het natuurlijk weer een enorm geknal, gepaf en gefluit op straat van voetzoekers, lichtkogels enz., alles vanwege de vrede in Europa. Vrede op aarde moet nog komen, is het morgen niet, dan wellicht overmorgen. De Jappen zullen wel eieren voor hun geld gaan kiezen en verstandiger zijn dan de Duitsers. Algehele verwoesting is ook niets gedaan dunkt me, maar ja smaken verschillen, en ’t is waar de Jappen houden veel van harikiri. Wie weet ook in dit opzicht.

Het misdadigers zoodje van S.S. en de S.D., de landwachters, de W.A. is nu onschadelijk gemaakt en dat is voor Holland de verlossing. De Moffen hadden 400 misdadigers, moordenaars en dieven uit onze gevangenissen gehaald, ze gevraagd te tekenen voor de S.D. enz. ze een revolver in de hand gedrukt en bevel gegeven handlangersdiensten te verrichten en voor verader te spelen tegen de bevolking. Zo kregen deze mensen de vrijheid en vrijheid om goede Nederlanders te terroriseren, uit te plunderen en te beroven.

Goed dat is verleden tijd en we hebben weer een eigen regering met Prof. Gerbrandy, al heeft de man een stem als Peter Pech. Vanmorgen was hij in de stad, meteen z’n familie een bezoek brengend. Leeuwarden op z’n best, geheel bevlagd, niet verhongerd, fleurige gezichten, mooi zomerweer, alles even feestelijk, al is er niets om mee feest te vieren.

Geen draaimolen voor de kinderen want er is geen stroom. Door dat stroom gebrek is het electrisch scheren ook over en laten veel mannen hun baard staan. Zaterdagmiddag waren we bij de fam. v.d. Veen onze buren op receptie omdat hun zoon Johan trouwde en daar troffen we een dominee met baard in embryonale toestand zoals mijnheer v.d. Veen opmerkte, die met gemengde gevoelens naar die stoppels keek. Deze categorie mensen neemt deze tijden extra te pakken, voorraden hebben ze niet veel, hun stand brengt mee zich niet teveel te verlagen tot het opscharrelen van hun kostje zoals een werknemer dat kan doen. Het zijn juist deze mensen die gaar keuken eten eten. De geestelijke rust waarin de dominee verkeerde deed hem echter over de kleine materiele zorgen hier op aarde heen stappen.

Ondertussen vieren we feest, allemaal feestdagen. Teveel vind ik want gewerkt wordt er maar half en je wilt zo graag weer aan de slag. Dat steeds loon en kosten betalen zonder dat er wat voor terug komt wil er bij mij niet in. Momenteel werken we zes uur per dag, meer heeft geen zin want het is een zoeken om de dag vol te maken. Als eerst de fabrieken maar weer werken, kolen en grondstoffen. Bij onze overburen, Morrema, was een knecht die vond dat hij een dag vrij moest hebben om feest te vieren want hij was zo lang onderduiker geweest en kon nu weer op straat komen. Was dat de enige vrije dag geweest tuurlijk, maar eerst vrij bij de bevrijding van de stad, toen bij die van het land en tot slot van Europa. Het wordt teveel van het goede. En wie zal dat betalen, lieve zoete Gerritje? De baas, de baas, de baas, want die het senten sat! Mevrouw Morrema betaalde de hele winter door zelfs de tijd dat de man in Drente werkte en daar verdiende. Je zou zeggen dat de man deze gang van zaken waardeerde door extra aan te pakken. Maar nee, de man moest uitrusten van het onderduiken.

Tot nu toe is het in onze zaak wat de arbeidsvrede betreft rustig. Ik zit bij de radio en zie naar buiten, op straat lopen mensen voor C en A en zien in de etalages alle foto’s van “pakjes van die kleine man” te bekijken. De klok van de B.B.C. tikt monotoon de seconden weg, tik, tik, tik, zonder ophouden, tot plotseling het slagwerk begint te lopen en acht zware slagen aftelt. Direct er na de omroeper: This is the B.B.C., Mr. Churchill is speaking, en een ieder op de hele wereld die zit te luisteren weet wat er gezegd zal worden. De oorlog in Europa is geeindigd, op 8 mei 1945. Hoorbaar geemotioneerd spreekt Churchill z’n korte rede uit en de vrede heeft z’n begin gevonden. Hoe lang hebben we aan dit ogenblik gedacht. Op straat is alles nog precies hetzelfde. De mensen voor C en A zien nog altijd voor de grote spiegelruiten naar de foto’s van kleding. Het is verwonderlijk, je ziet eens om je heen, doch alles is hetzelfde gebleven.

En nu het slot van het drama Ans. Gistermorgen kwam op hoge benen binnen stappen een N.B.S.er met veroveraars blik die Corrie die de deur open trok mee wou nemen. Corrie die liever in een kring om een Duitser heen liep dan hem een hand gaf. Corrie was dus niet degeen die hij moest hebben. Ger kwam erbij en toen kreeg zij een standje over het niet melden van Ans bij de N.B.S. Maar aangezien en bijaldien Ger nu niet bepaald op haar mondje is gevallen is was de N.B.S.’er heel vlug in een gewoon mens veranderd. Z’n hoge benen werden normale benen.

Maar in elk geval, Ans was er niet die werkte bij haar Canadezen. Gisteravond kwam ze even thuis en vernamen we dat ze naar een bal ging, een fuif aangeboden door de veertien Engelse officieren die de vrede wilden vieren en aangezien er veertien mannen waren moesten er ook veertien meisjes komen. Toen ze hoorde dat ze zich bij de N.B.S. moest melden, en dat elke dag, was haar antwoord: “O, dan ga ik nog maar even. Ans gaat altijd nog maar even”. De commandant der Engelsen zei echter tegen haar, als de N.B.S., je weer eens opnieuw lastig valt, dan stuur je ze maar naar mij toe.

Uitgedost en wel met knalrode lippen, veel poeier op de wangen vanwege de teint die nu niet zo rooskleurig is, zo stapte Ans weer naar haar eigen gevangenis toe om een dansje te doen met een van haar eigen cipiers. Dat ze ’s nachts niet thuis zou komen daarvan was ik vrijwel zeker, want het huis Willemskade 14 heeft wel meer dan dertig kamers, allemaal met radio en wastafels en denkelijk twee persoons bedden, dus van alle gemakken voorzien. Ze is ook niet thuis gekomen, want ziet u Mevrouw het werd wat laat en toen ben ik maar niet meer gekomen, ik heb bij een ander meisje geslapen. Dat andere meisje zal wel een broek aan gehad hebben, overdag dan altijd.

Meisjes zoals Ans die niet zo veel en niet zo vaak drank gebruiken zijn natuurlijk zo maar in de olie en dan valt er nog wel wat te versieren. Aan de andere kant zijn die moffenmeiden allemaal geroutineerde mannen-om-de-vingers-winders en daar past Ans wel tussen. Het zal wel niet de eerste keer zijn dat ze op zo’n fuifje aanzit alleen waren het toen de Duitsers die de lakens uitdeelden waar ze ’s nachts tussen kropen.

Toen Ans vanmiddag thuis kwam hebben we haar meteen maar opgezegd, ze kan nu beter maar niet meer thuis komen. Morgen gaat haar moeder met de andere kinderen naar Roermond terug, Ans blijft hier, ze krijgt van de N.B.S. geen toestemming om te vertrekken dus bestendiging van de “zonde” bij de Engelsen. Zonderling dat haar moeder er niet meer werk van maakt om Ans mee te krijgen en in het rechte spoor te houden. Ze laat haar kind hier achter. Hadden wij straffer tegen Ans op moeten treden, lag het op onze weg om haar af te houden van haar escapades. De episode Ans is afgelopen en haar kamertje uitgemest.

Zo juist sprak de Engelse koning tot z’n volk dat onder leiding van Churchill een verloren oorlog in het jaar 1940 alleen Duitsland bracht de laatste slag niet toe en verloor alles. Onbegrijpelijk nuchter en zonder vrees te tonen bleef Churchill toen z’n land zonder leger tegenover het zwaarbewapende Duitsland stond dat geheel Europa in z’n macht had. De 20 km. zee redde Engeland voor het eerst weer 1 tankdivisie opgebouwd had, werd die ene divisie met veel tam tam naar Afrika gestuurd. Churchill ging er van uit, die ene divisie kan Engeland toch niet redden als Duitschland werkelijk van plan is Het Kanaal over te steken, wellicht kan hij in Afrika beter werk doen. Achteraf zeer logisch, evenals het vertrek der Koningin naar Engeland in 1940.

Vijf jaar lang heeft ze haar mening en inzichten kenbaar kunnen maken door de radio. Nu plukt ze daar de vruchten van, want zij kan terug keren bij een volk dat haar accepteert en zich om haar schaart. In België is de Koning in het land gebleven en hem direct door de Moffen de mond gesnoerd en later zelfs verbannen. Daar heeft men thans heftige politieke ruzies, de ene helft wil de Koning niet meer terug, de andere helft juist wel. Net of er in de wereld niets beters te doen valt dan ruzie en oorlog te maken.

België is er dit keer genadig vanaf gekomen, daar zal de opbouw lang niet die moeite en zwarigheden opleveren zoals bij ons, waar de moffen meer weggesleept werd vooral het laatste halve jaar. Het laatste halve jaar waarin de Duitsers de laatste stuiptrekkingen deden. Het was niet echt leuk om bij dat sterven van dat beest aanwezig te zijn. Het sloeg zo wild om zich heen met z’n staart en z’n grote bek in de laatste tijden van z’n bestaan en maakte nog zo veel slachtoffers.


9 mei 1945

Een paar dagen geleden toen we bij Moe op bezoek waren hoorden we van het vertrek van de fam. Smits naar Roermond en begonnen weer over de fiets waar Pierre niets over schrijft. We kregen de indruk dat ze zich er af wilden maken maar daar hebben we teveel moeite voor moeten doen om dit vehikel te krijgen. Een kistje sigaren, een bedstel, een paar pond boter, dat alles moest geruild worden om een rijdbaar karretje te krijgen. Onbetaalbare dingen als sigaren en boter zijn waar bij wijze van spreken, moorden voor gedaan worden, dus het lenen van de fiets aan Pierre, had hij wel als een zeer speciaal aanbod moeten beschouwen. Net zoals ik het buitengewoon waardeer dat v.d. Beld in Deventer mij zijn fiets leende toen ik in de penari zat. Zevenaar!

Gisteravond nog eens naar Moe toe om met de fam. Smits te praten en daar hoorde ik dat er een brief met bericht ontvangen was. De fiets van Pierre en z’n zwagers waarop ze vertrokken waren zijn hen in Zevenaar door de Canadezen afgenomen omdat ze er niet mee op de wegen mochten komen vanwege de grote transporten. Ze werden opgeborgen en zouden worden nagestuurd naar Roermond heette het. Laten we de fiets die Pierre nooit had mogen afgeven maar op onze buik schrijven. Ik kan z’n handelwijze niet goed billijken. De Heer Smits hebben we nu een kaartje laten ondertekenen dat hij ons een fiets in een behoorlijke staat terug zal leveren- Later in normale omstandigheden zal al dat zwoegen om een fiets ietwat vreemd aandoen dan zul je je karretje misschien wel weer onbeheerd ergens kunnen laten staan. Nu is dat niet mogelijk, met slot en al worden ze in serie weggediefd.

We moeten er maar op vertrouwen dat de fam. Smits zich aan hun woord houden en dat we werkelijk een fiets terug zullen zien. Hoe het zij op het ogenblik hebben we het vehikel van de Wehrmacht waarvan je armen doodmoe worden bij het sturen. Door de platte kussentjes banden heeft het voorwiel een eigen mening gekregen en wil steeds een andere kant op dan de man die op de fiets zit. Het is een houwen en keren om van het lawaai maar niet te praten om het beestje in het rechte spoor te houden. Op deze fietsentransactie rust namelijk totaal geen zegen.

Maar het is nu vrede, er vallen geen bommen meer, er worden geen mensen meer uit hun huizen gehaald, de vernietiging van mensen en materiaal is opgehouden en ter ere van die vrede zou je zeggen dat alles in een klap anders is, maar nee veranderen doet er niemendal. Bij alle feestvreugde heeft een N.B.S.’er struikelend z’n geweer afgeschoten waar een paar kinderen het slachtoffer van geworden zijn. Twee jongens hadden zich geschminkt als Hitler en Mussolini en het was zo druk om beide knapen heen dat ze bijna plat gedrukt werden en in die herrie werd de N.B.S.’er zowat omver gedrukt en struikelde. Wat doet zo’n vent nu met een geweer op straat?

De verhalen over de gruwelen die in Duitsland gepleegd werden komen nu pas los en blijken veel erger te zijn geweest dan iemand had kunnen denken, de kranten geven elke dag meer nieuws over wat er nu eigenlijk gebeurd is. Tot nu leefden we buiten veel dingen, een belangrijk feit is dat er duizenden en duizenden werden doodgemarteld. Twee overlijdens advertenties van twee Nederlanders, een N.S.B’er en een N.B.S.’er die beide voor het Vaderland gevallen zijn, maar de ene noemt er het Volk bij en de andere de Koningin.

Nu de Duitsers weg zijn krijgen we de Joden terug, een teken dat het leven weer normaal wordt. Ik denk dat het anti semitisme wel wat zal zijn toegenomen omdat die mensen wat met andere ogen worden bekeken dan voor de oorlog, mogelijk niet zo welwillend. Er is wat teveel over hen gesproken en geschreven en daar blijft wel het één en ander van hangen. Ik hoorde van een gezin waar een Joods echtpaar vier jaar lang was ondergedoken, een prestatie en een opgaaf voor de mensen. Nu deze Joden weer in eigen huis terug zijn begonnen de opmerkingen en verwijten los te komen inplaats van dankbaar te zijn dat ze niet in een of ander concentratie kamp opgesloten waren. De Joden zijn me nooit zo sympathiek geweest wegens de ervaringen uit de zaak van voor de oorlog, ze zijn veelal te pienter, misschien vervolgde Hitler hen daarom ook zo genadeloos.

Vreemde dingen kun je ook nog met hen beleven. Hoe is het te rijmen dat een Duitse officier onder kan duiken bij een Jood, wie weet of die Jood voor 15 april niet bij de officier onderdak gevonden had. Het ene zou niet gekker zijn dan het andere. Vreemde geschiedenissen zijn er altijd geweest dus die blijven ook, maar Joden hebben een andere gedachtengang dan wij en om de man die je vijf jaar lang naar het leven gestaan heeft nu te huisvesten dat is meer dan Joods, dat is Christelijk. Je weet ook niet hoe zo iets finantieel geregeld werd.

De verduisteringsplicht is opgehouden en we mogen dus weer alle kamers in een zee van licht baden, vooral een zee, als je het met een druppel moet doen want het schamele petroleum lampje moet ons helpen de weg in het donker te vinden. Als klap op de vuurpijl om in stijl te blijven met de avonden waarin nu zo veel van die dingen de lucht ingaan, bleek dat de auto nog in leven is en in onderdelen in een garage in Sneek staat. We konden hem terug kopen voor het bedrag dat we er voor betaald gekregen hadden plus de montage kosten die de garage houder er aan gehad heeft.

Eerst leek het me te mooi om waar te zijn om zelf weer een auto te hebben maar bij nader inzien ben ik van deze transactie afgestapt en heb hem aangeboden aan de Verkeersinspectie met het verzoek wanneer er weer nieuwe auto’s op de weg komen, dat mij dan een wagen inplaats wordt aangeboden. Een oude auto waar we geen emplooi voor hebben, een wagen die te klein was, een wagen vol met onkosten is een te duur bezit. Dank U. De fl. 1100,- die we voor de wagen kregen zouden er voor de oorlog fl. 200,- geweest zijn en voor welk bedrag t.z.t. nieuwe wagens te koop zijn, ik weet het niet.


Vrijdag 11 mei 1945

Van de zwarte handel hoor je op het ogenblik niet veel, eten is er genoeg en goederen zijn er gewoon niet. De bonnenlijst die vandaag vrijdag 11 mei uitkomt vertoont weer suiker, wat meer brood en vlees. De mensen knikken elkaar toe en zeggen: we gaan de goede kant uit, en bij de gedachte van een schepje suiker in de koffie of thee dat ook nog komt, likken we ons de lippen af. Suiker is een kostelijk product.

De oorlog in Europa is voorbij maar hoe vaak zijn onze gedachten bezig met hetgeen gebeurd is, hoe vaak worden we herinnerd aan de voorbije jaren, hoe lang zal het moeten duren voordat alle wonden die geslagen zijn een beetje door de tijd geheeld zijn.

Vanmiddag werd er voor de radio gesproken over het gevonden massa graf bij Woeste Hoeve op de Veluwe waar 117 Nederlanders op een rij werden neergezet en één voor één werden doodgeschoten. Enige dagen moesten de lijken aan de kant blijven liggen als een afschrikwekkend voorbeeld. Op een der grootste S.S. ploerten Rauter was een aanslag gepleegd en de 117 werden omgebracht. Het café’tje Woeste Hoeve waar Ger en ik een paar jaar terug zo vaak in de schaduw van twee grote beukenbomen een glas limonade dronken toen we de vacantie doorbrachten in de Wipselberg, een vacantie die niet zonder gevolgen bleef want Thoma kwam negen maanden later.

Door het hele land zijn dergelijke moordpartijen gebeurd, dan vielen hier een aantal dan daar, het zoeken naar schuldigen was veelal teveel moeite want de Duitsers gingen er van uit dat ons hele volk schuldig was aan het niet accepteren van het nazi-isme. Het nazi-isme dat de vloek der maatschappij betekende omdat het aangehangen werd door misdadigers. Juist misdadigers zijn in Duitsland aan het bewind gekomen en hebben alle macht in handen gekregen. Het waren mensen met een flinke dosis verstand die studie van de misdaad maakten en het daarin verder brachten dan het gangsterdom in Amerika dat daar ook enige jaren kon bloeien maar door passende maatregelen ten val gebracht werd. Gelukkig straft het kwaad zich zelve.

Moe haar humeur en gezondheid is ineens 100 parten beter geworden want de evacuees zijn weg! Ze komt een week bij ons op verhaal komen en dan schoonmaken jongens! En komt dan over een week of wat het gas ook weer dan is veel leed geleden en worden de Russen zover mogelijk weggesmeten of inelkaar getrapt. Onbetrouwbaarder kacheltjes moeten er nog uitgevonden worden want de ene dag werken ze als bezeten en de andere dag verdommen ze het vierkant.

Hitler is dood, gezien deze advertentie, Hitler die een duizendjarig rijk wou stichten wat mislukt is, nu moeten Amerika, Engeland en Rusland er de schouders maar onder zetten om het volk brood en spelen te verschaffen. De eerste arbeiders die in Duitsland gewerkt hebben beginnen terug te komen, ook een zwager en een broer van Jeltje zijn gesignaleerd maar een andere broer en Jetje haar verloofde daar is nog niets van bekend. Twee en een half jaar duurde hun afwezigheid zonder dat er veel berichten binnen kwamen. De verhalen komen los.

Vanmorgen werd voor de radio gezegd dat in Amsterdam ca. 10000 mensen van honger gestorven waren, en 5 tot 10 duizend nog aan honger oedeem lijden zodat armen en benen opzwellen. Tiet schreef dat de toestand in Den Haag nog erger was. Allemaal oude paperassen die nu wel ingeplakt kunnen worden. Voor later wel aardig om te laten zien ons zwoegen om vrij te blijven al is het wat heulen met de wolven in het bos om als zakenman op alles “Nee” te moeten zeggen was niet goed mogelijk. In elk geval dat is nakaarten en ik heb meestal “Ja”gezegd, en met mij de meeste anderen.

In de kranten van de laatste dagen wordt er gevraagd: Hoe was Uw houding tijdens de bezettingstijd?

Negatief: N.S.B., 5 %.
Positief: Ondergrondse, 5 %,
Niets: De Massa, 90 %.


De masssa waar ook ik tot behoorde want ik heb zoet voor de Duitsers gewerkt, heb een radio ingeleverd, ben regelmatig een beetje in overtreding geweest, heb flink gekankerd. Een troost is er, alleen stond ik niet. Maar juist omdat de tegenwoordige krantenmensen, de politie, de overheid uit de 5 % Positieven bestaat zien ze op de Massa neer.

Het was Multatuli die schreef: Publiek ik veracht U! Multatuli die of N.S.B.’er of een N.B.S.’er geworden was, want voor 1940 zat er aan de N.S.B. nog wel een ideeel tintje. O men had het zo goed met de Massa voor. Trouwens nu ook. Toch zit er meer karakter in de N.B.S. want die mensen zijn door het aanschouwen van de vele ellende die de Duitsers over ons brachten, in een zeer gevaarlijke tijd naar voren gekomen terwijl de N.S.B.’ers (ik spreek dan over de mensen met een uitgesproken mening, beslist niet de profiteurs van later in de oorlog) met de Duitsers mee het gevaar ingingen, een gevaar dat voor hun ogen groter werd naarmate de oorlog langer duurde, want ook voor hen moest het duidelijk zijn dat het spel vergokt was.

De uitwassen die het Nat. Socialisme de laatste jaren ook hier in Nederland aannam buiten een enkele beschouwing latend, want alleen daarnaar gezien is het een raadsel waarom iemand nog lid zou willen zijn en blijven van de N.S.B. De partij toch, die de Duitsers in alles hielp hun praktijken door te voeren. Maar dat is allemaal al weer verleden tijd.

Om dichter bij huis te blijven, Burg onze buurman woninginrichter hier op de Nieuwestad heeft al moeilijkheden met z’n personeel die om loonsverhoging vroegen. Het stond in de krant dat maar liefst eens 25 %, en dat in een zaak die bijna niets meer opbrengt want bij hem is het natuurlijk ook niets beter dan bij ons. Ik weet wel dat ze van fl. 30,00 per week niet veel beginnen kunnen, er is van te leven maar meer ook niet. Trouwens voor dat “meer” kun je toch niets kopen, dood eenvoudig omdat wij en iedere andere zaak, volkomen leeg is.

Van Dijk trof het gisteren ook weer zeer beroerd want van z’n twee kinderen die aan het zwemmen waren in de Kleine Wielen werden alle kleren en schoenen gestolen hoewel ze in bewaring gegeven waren. Ze zitten al zo krap in hun spullen en iets nieuws is niet te kopen. Textiel is er doodeenvoudig niet meer. De dieverij is ontstellend groot, maar hoe kan het ook anders. De N.B.S. had in de eerste dagen van de bevrijding fietsen nodig die graag werden afgestaan maar het grootste deel is verdwenen of de eigenaren nu woest zijn of niet. Het lijkt er op dat iemand die nog wat bezit met schele ogen wordt aangekeken: Een Zwarte handelaar, natuurlijk! Arbeiten Mensch zou een Mof schreeuwen, en dat is wel de beste remedie tegen de krapte, maar tot nu toe merk je van dat werken bitter weinig, er wordt wat op straat rond geslenterd.

Het is te hopen dat de regering komt met grote projecten die direct kunnen worden uitgevoerd en waarvoor weinig materiaal nodig is. Ondertussen komt de steenkool en beginnen de fabrieken weer iets te doen. Het aanvoeren van steenkool gaat niet zo vlug want het moet per vrachtauto gebeuren, de treinen rijden niet en de waterwegen zijn versperd door kapotte bruggen maar er komt iets, zelfs de bioscoop zal een paar keer per week gaan draaien, want de elektrische stroom begint het mensdom weer uit de penari te halen. Span heeft nu al twee windmolens op de bioscoop staan, het is een gezellig gegier maar af en toe krijg je het gevoel dat de hele zaak met bioscoop en al de lucht ingaat. De propellors brullen er soms over. 12.00 uur.

Er loopt een optocht N.S.B.’ers langs die nu moeten graven of liever dichtgooien de tankaanvallen en mangaten op het vliegveld allemaal dingen die wij voor 15 april allemaal gemaakt hebben. Een stel N.B.S.’ers er naast met een groot schiet geweer in de handen, hun nieuwe bazen. Alles in afwachting van het Tribunaal dat zal moeten oordelen over goed en kwaad. Vijf jaar lang hebben we één kant van de medaille moeten bekijken nu komt de andere kant ook weer eens boven.

De nieuwe bazen die hun het heft in handen hebben vertellen dat alles wat voor 15 april gebeurde is verkeerd en wat na die datum plaats vindt is goed. Het is waar 95 % van de bevolking is het met de handelwijze en de uitoefening van het recht eens zoals het thans gebeurd. Het recht is nu recht, maar had Duitschland nu eens gewonnen en het is er heel dicht bij geweest, dan was het recht ook recht geweest want de overwinnaar heeft altijd gelijk. Uiteindelijk en op den duur zouden de lijnen waarlangs recht gesproken zou kunnen worden op beide manieren wel bij elkaar komen al zouden ze nu wel veel verschillen.

De Nazi wereldbeschouwing, al kun je niet best van een “wereld” beschouwing praten omdat het een door de rest van de wereld veroordeelde leer is, heeft maar een zeer beperkt aantal aanhangers. Aanhangers die voor een groot deel oorlogsmisdadigers zijn, tenminste in onze ogen. In hun eigen ogen zijn het natuurlijk de brengers van de blijde boodschap die in een wrede wereld het onderspit moest delven. Op ten strijde voor de derde wereldoorlog, eenmaal zullen we alles overwinnen, met of zonder Voorzienigheid, met of zonder het recht want wat krom is maken we wel recht. Hoe zit het eigenlijk in Rusland? Allons enfants de la patrie, le jour de gloire est arrivé. Enzovoort. Hiernaast wat advertenties en stukjes uit de krant die voor zich zelf spreken.


16 mei 1945

Gistermiddag met andere woninginrichters een vergadering gehad over de loonsverhoging en besloten werd het werkplaats personeel 25 % verhoging te geven maar hoe moet het met het winkelpersoneel dat met de handen over elkaar zit? Het is zuur als de één het wel krijgt en de ander niet. Al mag dat winkelpersoneel blij zijn dat de baas het loon betaalt, ergens anders valt ook niets te verdienen want er is nu eenmaal nog geen handel.

Op die vergadering waar we tussen haakjes voor het eerst weer eens een kopje thee (echte) met suiker kregen want een N.B.S.’er trouwde er in het hotel, kon in vertellen dat ik net in de krant gelezen had dat we onze voorraad meubelen moesten inventariseren en opgeven aan het een of andere bureau die er dan denkelijk wel raad mee weet, ons nog een papiertje in de portefeuille drukkend waar we wel belasting mee kunnen betalen terwijl het nog een groot vraagteken is waar we later en voor welke prijzen we iets terug kunnen kopen.

Van de 10 aanwezigen was er slechts één bij die nu het vrede was, eerlijk z’n voorraad wilde aanbieden er op vertrouwend dat de overheid ook eerlijk spel speelt. De vervangingswaarde theorie wordt echter ten enenmale afgewezen. De rest van de aanwezigen was niet van plan om de laatste resten waardevast goed voor bankpapier in te ruilen. Fijn, het geknoei staat weer voor de deur, we gaan op dezelfde voet voort. Slaapkamers zonder factuur, bureaux dat ledikanten zijn met een douceurtje onder de tafel enz.

Vanmorgen lag er een dikke enveloppe in de bus met textiel inventarisatie formulieren. Leuk hé? Hoe te doen met de 100 M. matrasdamast van ongeveer fl. 1.50 per meter waar we ze voor kochten terwijl dit soort nu ongeveer fl. 4.50 ? zal gaan kosten. Eerst sanering van het geld en klare taal der overheid en dan wij ons standpunt bepalen, maar nee we mogen met een blinddoek voor in een doolhof lopen en tot slot nakend blijven staan. Per slot kunnen we de blinddoek dan altijd nog om de leden slaan, dan hebben we toch wat. De overheid verwijt ons natuurlijk in Friesland dat we onze zaken nog hebben, niets verwoest, alles intact, en dat is voldoende reden om dankbaar te zijn en zoet alles op te geven.

De nieuwe tijd zet met zwartigheid in want Gerbenzon vertelde dat bij hem gisteren een Engelsman in de winkel kwam om een zilveren sierdoosje te kopen. De prijs was fl. 25.00. Als ik er nu 50 sigaretten voor geef vroeg de officier bij monde van een Hollander die bij hem was en als tolk fungeerde. Gerbenzon schudde van neen maar toen merkte de Nederlander op: Goed, ik betaal U fl. 25.00 en ik krijg die 50 sigaretten van meneer, wijzend op de Tommy. Die sigaretten zijn een gulden per stuk waard zodat daar een weekloon mee te verdienen is. Gerbenzon spijtig dat hij niet een wat hogere prijs voor het doosje vroeg.

Het is op het ogenblik geen tijd voor bonafide zakenlui die zijn niet handig genoeg en zitten aan teveel voorschriften gebonden maar zwarte handelaren zonder boekhouding die beleven gulden dagen. Behalve dan af en toe een dikke strop in de bonnenhandel want alle rantsoenbonnen werden voor een paar dagen ongeldig verklaard, er waren mensen bij die voor een dikke duizend gulden aan boterbonnen hadden zitten en nu op de koffie (surrogaat) kwamen.


19 mei 1945

Het is vacantie voor de kinderen waardoor ze met hun vriendinnen Koosje en Grietje in huis en op straat spelen in het voorjaarszonnetje. Veel plezier natuurlijk, maar ook de ruzies zijn niet van de lucht. Jantje lacht en Jantje huilt. Koosje vertelde vanmorgen tegen Ger met een verheerlijk gezicht dat ze morgen Pinksterzondag, bloemkool zouden eten en aardbeien met slagroom toe. Lekker hoor! Marijke die het niet hebben kan dat een ander meer dan haar heeft, schepte direct op: Nou, maar wij eten nog veel fijner, wij krijgen vanmiddag “koeiensoep”en dan nog eens zuurkool met aardappelen of apedappels zoals Thoma zegt en dan nog “klimop” toe.

Marijke had ’s morgens aan Ger gevraagd wat ze zou eten en toen had Mama het deksel van de pan opgetild en Marijke laten ruiken aan de heerlijke geur van de ossenstaart groentesoep. Van een os had Marijke nog nooit gehoord maar van een koe wel. Nou en “hangop” en “klimop” verschillen niet zo veel, zo iets kun je gemakkelijk verwarren, wat dan ook prompt in het kleine kinderkopje gebeurde.

Stel je het volgende tafereel voor: Een zonnige huiskamer waarvan de tuindeuren wijd open staan en uitzicht op mooie bloemen temidden van een fris groen gras tapijt dat prachtig onderhouden is. In de kamer een grote ronde eettafel in het midden en daaronder een oude vinnige dame van bijna 93 jaar, een stok in haar hand en om haar heen allemaal tassen en koffers. Nog een oudere vrouw van omstreeks 60 jaar zit ook onder die tafel en in haar handen een emmer, een doogewone zinken emmer. Die emmer werd af en toe over het hoofd van de oudste dame gezet.

Heus, ik lieg niet, het is waar gebeurd, maar er gebeuren meer gekke dingen tegenwoordig en al is dit Tafereel ook nog zo lachwekkend, in de tijd dat beide vrouwen onder de tafel zaten en de oudste dame geregeld met haar stok om zich heen sloeg om te voelen of alle koffertjes en taschjes er nog waren, toen werd er niet meer gelachen, toen was er die grote bezorgdheid van de dienstbode voor de mevrouw die haar de emmer over het hoofd van de 93-jarige deed zakken als was het een duikerklok, toen werd er in Groningen heftig gevochten tussen de Duitsers en de Canadezen terwijl de granaten door de lucht gierden, de mitrailleurs ratelden en overal in de stad huizen branden.

Wanneer die belevenissen achteraf verteld worden dan wordt er om gelachen maar gelachen is er niet toen het gebeurde. Buitenstaanders hebben altijd gemakkelijk praten die hebben die bepaalde angst niet mee gemaakt hoe in datzelfde huis in de gang ook 6 Moffen stonden die op Tommy’s schoten waardoor de kogels over en weer rond vlogen en de ruiten verbrijzelden. Jullie moeten weg gaan, dit is mijn huis, en vinnige tikken van het stokje op de grond begeleiden haar woorden. Ruhig Mutterchen, ruhig, was het antwoord. Later speelden de Canadezen het toch klaar om de Duitsers te verdrijven en te overmeesteren waarvoor een Tommy een omhelzing van Annie Rodenburg, haar grootmoeder in ontvangst moest nemen.

Groningen is behoorlijk toegetakeld, veel huizen uitgebrand, een paar honderd burgers gedood, enkele wijken verwoest door granaat voltreffers terwijl ook een 150 Canadezen er het leven bij ingeschoten hebben. In elke stad waarin nogal wat gevochten is wordt ook meer feest gevierd dan bij ons, worden de N.S.B.’ers feller behandeld, worden de moffenmeiden kaler geknipt. In Deventer waar ik deze week de fiets van van der Beld terug bracht was nog elke avond feest tussen de puinhopen van de vele verwoeste huizen.

Deventer ziet er treurig uit, 500 huizen zijn verdwenen de rest is beschadigd, overal kapotte ramen door bombardementen, door afschieten van V-I en V-II en ten slotte door de gevechten in de stad bij het uitdrijven van de Duitsers. In veel straten lopen rails voor kipkarren om het puin weg te brengen. De huizen hebben kartonnen ruiten en midden in dat karton een gat met een stuk glas ervoor om er door te kijken en om wat licht in de kamer te hebben. Het vervelende is dat het karton niet watervast is. Bij de fam. v.d. Beld was de beschadiging niet het allerergste, wel veel pannen van het dak, ruiten stuk, en een scheur in de schoorsteen waardoor de kachel niet meer wilde trekken, en ook een binnenmuur was ontzet, maar het huis was bewoonbaar.

Gelukkig was er niemand gewond en begon de hele familie weer wat te groeien na de zenuwslopende tijd van het in de kelder zitten. Vliegtuigen naar de kelder, en dan maar weer naar boven om het huiswerk verder te doen, bommen en granaten stonden alle dagen op het menu. Af en toe een inslag van een mislukte start van een V-II die er is zonder dat iemand hem kan horen aankomen omdat de snelheid groter is dan die van het geluid. Weg een halve wijk. De bedoeling was dat Londen een stukje verder geegaliseerd werd maar dat pakte verkeerd uit, door een fout in het besturingsmechanisme. Van je hela, hola, hou er de moed maar in. He, he, we hebben het er levend afgebracht, zo was de stemming in Deventer van hen die geen slachtoffers in de familie hadden. Toch is het aantal doden en gewonden in verhouding tot de verwoesting niet zo groot, hoe kan het ook anders, de verhouding van de inhoud van een huis tegenover die van een mens is ook 100 tegen 1.

De tocht naar Deventer ging in vlot tempo zodat ik er om half drie al was ondanks het omrijden omdat veel kapotte bruggen in de route liggen. De terugtocht ging nog vlotter, met een autobus zonder banden naar Zwolle met een vrachtauto naar Meppel en met een Canadeese radiowagen naar huis na een nacht bij de familie v.d. Beld geslapen te hebben. Tien uur weg en half drie thuis.

Auto’s volgeladen met terugkerende evacuees uit Friesland rijden je voorbij, auto’s met koffers, met pakken, met kinderwagens, een schilderachtig gezicht hoe hele kolonnes auto’s je voorbij rijden. Mensen die zo verlangendzijn om weer naar huis terug te keren en daar wellicht de boel verwoest terug te vinden. Veelal leeggeplunderd. De aansluiting die ik had was zeer vlot, alleen in Zwolle moest ik een eindje lopen om de platte vrachtauto op te pikken die later met een zeventig K.M. vaart een zeer slechte weg langs vloog, mij blauwe billen bezorgende.

Met het invullen van de textiel en de meubel formulieren wacht ik nog maar even, dat heeft zo’n haast niet. Eerst goederen met nieuwe prijzen kopen en dan pas verkopen. Annie Rodenburg met haar verloofde heb ik een slaapkamer aangeboden tegen de prijs die het over een half jaar ongeveer moet kosten wanneer het geld gesaneerd is en we weer iets over de prijzen weten, dus de vervangingswaarde theorie.

Allerlei kennissen gaan trouwen en komen nu bij ons aanzetten om hen te helpen aan meubelen enz. en zien wat beledigd als ik probeer ze met een zoet lijntje de deur weer uit te krijgen. Wat heb ik aan dat geld, meer papier waar niets voor te kopen is. Het is een stom vervelende tijd wat zakendoen betreft, moet je kennissen nu wel of niet helpen. Een N.B.S.’er of een oorlogsslachtoffer moeten geholpen worden uit ons laatste restje voorraden al spijt het je van weer zo’n transactie. Gekke wereld!

Misschien is deze opvatting niet juist en is het voor de goodwill van de zaak veel beter om zo veel mogelijk te helpen en de voorraden wel op te geven aan de distributiedienst waar men dan wel vriendjes heeft die de vergunningen krijgen. Hebben we daarvoor 5 jaar gezwoegd om je voorraad uit de handen der moffen te houden wordt gezegd, maar die opmerking is niet juist, we hebben gezwoegd om de voorraad uit handen van het publiek te houden. Nu zo goed als in de oorlog omdat goederen waardevoller zijn dan geld. A

an de verkeersinspectie gaven we op dat we onze auto wel wilden overdoen aan iemand die er om verlegen zat als hij dan t.z.t. een nieuwe kunnen krijgen als het voor weer zin zou hebben er een vrachtauto op na te houden. Vrijdagmorgen kwam er iemand die me fl. 200,- in de hand drukte waarna ik een briefje schreef dat ik het eigendomsrecht overgedragen had zodat we nu dus uiteindelijk fl. 1300,- voor de wagen ontvingen. Of het veel of weinig is kan ik niet beoordelen. Die fl. 200,- is natuurlijk zwartigheid want de officiele prijs is fl. 1100,-.

Ger fl. 100,- en Vader en Moeder fl. 100,- want voor de huishouding want geld uit de kas nemen zonder opschrijven doen we nu niet meer, we eten het zwarte geld maar op teneinde eventuele moeilijkheden te ontgaan wanneer het bankpapier ingeleverd moet worden. Een maatregel die waarschijnlijk geacht wordt om de centen te saneren. Hiernaast een poststempel in V trant want hoe schermden de Duitsers een paar jaar terug met hun V tekens: V is Victorie want Duitsland wint op alle fronten. Dat was 1942.


24 mei 1945

Johan is weg, ruzie gehad en hem weggestuurd, nog steeds over het zijn’s inziens te kleine bedrag dat ik hem voor deze winter uitbetaalde n.l. fl. 75,- inplaats van fl. 120.00 waarop hij recht meende te hebben. De reden van gedeeltelijke betaling was z’n werken voor O.T. met fl. 37,50 per week, z’n korte tijd dat hij nog maar bij ons werkte, geen huishouding te onderhouden, goed het was weinig in zijn ogen. Zaterdag ging het nieuwe loon in van fl. 13,00 per week inplaats van het vroegere bedrag van fl. 7,75 maar ook die fl. 13,00 werd te laag bevonden. Hij wilde niet meer bij ons werken, bleef een dag uit boosheid weg en toen heb ik er maar een eind aan gemaakt.

Alles het gewone liedje zolang er te veel geld in omloop is en je buiten het distributie pakket niets kan kopen, hij helpt z’n Moeder nu thuis wat in de huishouding, sleept met melk en groenten en heeft het daar druk mee. Ook de militaire oproepingen beginnen snel te komen en Johan valt in de termen, mogelijk dat z’n Moeder hem daarom ook graag nog wat thuis heeft. De bevolkingsregisters worden weer in orde gemaakt waar de laatste jaren enorm in geknoeid werd om mensen vrij te houden van werken in Duitsland. De Heer Sinnema, hoofd afd. bevolking, is in een concentratiekamp overleden vanwege z’n hulp aan onderduikers.

Hoe het ook zij, Johan is weg waar ik niet rouwig om bent want met onwillige honden is het slecht hazen vangen, er komt natuurlijk ook bij dat ik haast geen werk voor hem kan bedenken. Aan de andere kant is de werkschuwheid ook geen zeldzaamheid. Twee werkmensen van de gemeente, een tuinman en een straatveger, de een leunend op z’n schep en de ander zittend op z’n kar waren in de Fonteinstraat op de dinsdag na Pinkster tegen elkaar aan het kankeren. Ja zei de een tegen de ander, we hevve het nog slechter as bij de Dutsers want ik kon gister (dat was Pinkstermaandag) nog werke.

Gelukkig dat de man nog kon werken want binnenkort komt er in deze overgangstijd natuurlijk een grote werkloosheid wanneer de duizenden mensen uit Duitsland terug zullen keren. Het oproepen van het leger zal aan de andere kant weer open plekken geven waar gewerkt werd dus verschuivingen alom. Een dictoriaal gezag gevraagd om de plannen in het belang van het land door te voeren. Konden we het Hitler zelfs nog maar vragen!


28 mei 1945

Het wegvoeren van de 140000 Duitsers is begonnen maar we krijgen ze hier in Leeuwarden niet te zien, de route gaat over Heerenveen, Drachten, Assen vanuit het grote kamp bij Den Helder. Gisteravond voeren er drie zeer grote Duitse Rode Kruis boten door de Willemskade op weg naar Harlingen of Den Helder om gewonden op te halen. Enorme kasten die maar precies door de bruggen konden manouvreren. Massa’s mensen op de walkanten die niets zeiden maar wel veel dachten, af en toe kon er één z’n mond niet houden en begon te zingen: “Denn wir fahren, denn wir fahren, gegen Engeland, plons, plons”. Alles zat op die schepen door elkaar, officieren en minderen, maar een ding hadden ze gemeen, ze keken gemeen. Maar ze rookten! en dat was het publiek weer een doorn in het oog.

Goed we leven vrij, we leven blij, al is die vrijheid en die blijheid natuurlijk maar zeer betrekkelijk want je went er zo gauw aan, en dan rijen de dagen zich weer gewoon aan elkaar alsof er niets gebeurd is. De voormalige inspecteurs van de politie van Leur en Huiskes die er met de brandweerauto van door gegaan zijn, werden in Amsterdam aangehouden, maar waar zit burgemeester Schönhard?

De bioscoop draait weer, maar gas hebben we nog niet. Het zou beter andersom kunnen wezen, maar ja alles op z’n tijd. Directeur Z. is van z’n functie ontheven door het Militair Gezag M.G. (militair gezanik) wegens het beschikbaar stellen van z’n bedrijf aan de Duitsers. Hetzelfde gebeurde met R. uit Hotel de Kroon en nog enkele andere hotel-houders. Men had moeten onderduiken en het bedrijf het bedrijf maar moeten laten. M.G. is zeer principieel, goed mogelijk van andermans geld. De wijzer van het recht slaat nu weer teveel naar de andere kant door. Het is nu de andere 5 % die het te zeggen heeft, die zal zeggen wat goed en kwaad is, de vervolgde en gedoemde 5 % uit de oorlogsjaren wijst ons als vriend de feilen waaraan wij laboreren. Met gebogen hoofd zullen we ja en amen moeten knikken.

Uit Amsterdam bericht ontvangen dat het met Tiet en Willem goed is, geen nadelige gevolgen ondervonden van de hongersnood. Alles best, tot ziens. Maar dat kan wel even duren want Holland is in quarantaine. Van Ameland bericht ontvangen dat Libertempo begin maart werd afgebroken maar dat het hout nog op Ameland was, opgeslagen in het kerkje aan de Badweg, maar hopen dat we het weer mogen opbouwen. Volgend jaar met de kinderen weer in ’t eigen huis?

De strijd om Indie te bevrijden van de Jappen is voor ons land begonnen, men is bezig het kader op te roepen, en Fokke v.d. Veen onze buurman heeft zich opgegeven als tandarts vrijwilliger. Hetzelfde heeft Wim Nolke gedaan die als dokter al naar Brussel vertrokken is. Tante Jinke en Titi gaan zo spoedig mogelijk naar Arnhem terug om hun huis bewoonbaar te maken. Ongeveer 240.000 man moet ons land leveren voor de strijd om Indie en ca. 30.000 man bewakingstroepen in Duitsland, die aantallen gaf. Prof. Gerbrandy aan z’n broer op werd mij verteld.


30 mei 1945

De maand is haast om en we beginnen met fleur aan een volgende maar doen ondertussen niet veel. Werk is er voor van Dijk en Jeltje nog genoeg al begint het materiaal op te raken. De pluizen en de vulling voor de reparaties zijn bijna uitgeput, maar eenmaal komt de dag dat we ook weer eens een factuur van een fabrikant ontvangen, misschien zelfs twee.

De inkoop van de maand september 44 tot en met mei 45 fl. 3450,00 en de verkoop fl. 23250,00. De inkoop van dit jaar was fl. 700,00. Het werkeloos toezien, het voor afwisseling wat houtjes hakken, eens op de “bouw” ons nutstuintje kijken, allemaal dingen die niets om het lijf hebben. Nu is dit alles niet zo erg maar je stelt je het verleden te mooi voor met een volle winkel maar dan vergeet je er bij te denken de moeite die het kostte om klanten te trekken. Onze zaak is goed omdat hij drijft op het vroeger verdiende geld maar eigenlijk moeten huur en rente van het in de zaak gestoken kapitaal ook verantwoord worden en dan is het economisch resultaat nu niet zo daverend meer.

In Limburg komt de kolen delverij niet zo best op gang, machines ontbreken en de delvers kunnen voor hun geld niets kopen. Toch schijnt het dat er in het zuiden als weer eens een costuum verkocht kan worden aan mensen die alles kwijt zijn, zelfs schoenen wordt er verteld. Onze maatschappij is als een doodzieke patiënt, gemarteld door de Duitsers die nu in een ziekenhuis terecht gekomen is waar de geallieerde dokters om hem heen staan met wat beter voedsel, met een opwekkend woord en zo het een bij het ander het beestje weer op poten trachten te zetten. De komende jaren zullen wel evenveel moeilijkheden opleveren als de afgelopen tijd, misschien nog meer, maar ze zullen van een ander soort zijn en niet meer zo direct om het naakte levengaan.

De mijnenvelden om de stad worden nog niet hard opgeruimd en de boeren zitten met het koopje. Het gras groeit hard en de koeien zien er verlangend naar, maar aankomen, ho! Gisteravond was ik bij boer de Jong, ’t Heechterp, die ook al alles in het werk gesteld had om die gevaarlijke dingen opgeruimd te krijgen, maar geen enkele kans. Hij werd van het kastje naar de muur gestuurd. Toevallig kwam er net een man die aanbood om de mijnen te bergen voor fl. 10,00 per stuk. Voor verschillende boeren had hij dit kunststukje al verricht. Over de mijnenvelden heen ligt prikkeldraad maar de koeien stappen er vlot in, een goede afscheiding bestaat er niet, en het hele stuk land is dus onbruikbaar. Er zijn dus mijnen die in particuliere handen vallen. Omdat er nog eigenlijk niet een stevig gezag is die de zaak in handen neemt worden er nog allerlei dingen op eigen houtje gedaan, ieder wil vlugger dan de overheid het bij kan benen.

Laten we Hitler oproepen, die kan door het gejuich van het publiek toch nog niet begraven zijn, dan hebben we tenminste een dictator die het te zeggen heeft. In elk geval leven we in een tijd die knappe energieke kerels aan het roer vraagt. Het is natuurlijk ook zo dat hoe moeilijker die taak hoe meer knappe stuurlui er aan de wal staan die hun critiek nu aan de open baarheid mogen prijsgeven. Vijf jaar was er één enkele levensbeschouwing en moesten wij onze mond houden. In 1940 kwamen de Duitsers met een kant en klaar burgerlijk bestuur aanzetten, nu moeten we uit de chaos zelf maar weer zoiets te voorschijn toveren.

Marijke en Thoma kregen vanmorgen van Corrie twee stukjes chocolade omdat Corrie kennis maakte met een Canadees. Het waren geen grote stukken maar fijn waren ze wel en een kinderhand is gauw gevuld, al wil ik niet beweren dat een grote mensenhand ook niet zo vlug gevuld is tegenwoordig met zo’n stukje chocolade van 2 x 1 x 1 cm. De beide kinderen kwamen beneden om mij van dit present te vertellen, elk had een stukje in de mond en het andere in de hand maar het aard van beide is wel zo verschillend. Het kan ook in de leeftijd zitten.

Marijke zei direct tegen Thoma, pas op hoor dat Papa het niet krijgt, en er achter aan, lekker joh. Toe Marijke geef Papa nu ook een stukje, ik zou het zo lekker vinden, maar ik kon Marijke maar niet verleiden. Bij Thoma lukte het direct, daar werd me een hapje aangeboden. Even later gingen beide hummels naar de kleuterschool, terwijl Marijke haar lekkers al op had maar Thoma haar stukje stevig in haar handje knelde. Om twaalf uur kwam ze echter luid huilend thuis, de chocola op school vergeten. Te goed bewaard, hoe vaak er aan gelikt?

Vanmiddag is er een kinderfeest ter ere van de bevrijding waarheen Marijke als Roodkapje, Wim Reitsma (Cor haar broertje) als pias en Thoma als Thoma, gegaan zijn. Een leuk gezicht die verklede kinderen van al de Nieuwestad gezinnen, hoe lang is het geleden dat zo iets mocht en kon? In de Duitse tijd was er weinig feestelijks aan om op moffenmanier feest te vieren, de Nederlandse wijze voldoet beter, maar nog dreunt Hitler’s paradepas nog steeds in onze oren.

Zouden de geallieerden wel beseffen wat de Duitsers in de vijf jaar tijd aan verwoestingen onder ons volk aangericht hebben. Telkens krijgen we het gevoel dat de behandeling weinig streng is. Waarom sigaretten voor de Duitsers? Waarom tien moffen met een paard en wagen naar huis te laten trekken, terwijl dat paard herkend werd door een boer hier in de omgeving die z’n beest dringend nodig heeft om te ploegen? Of wordt er niets begrepen en is over tien jaar alles vergeten en vergeven? De Nazi partij, de S.S. en de S.D. zijn uit het Duitse volk zelf voort gekomen zij het dat de aanleiding aanwezig was, toch moeten we op blijven passen om een eventuele herhaling te voorkomen.

De telefoon werkt weer wat toch een groot gemak is. Om alles af te lopen valt echter niet mee. De mensen van het telefoonkantoor hebben prachtig werk verricht om de 32 KG. dynamietlading onder de ogen van de moffen te vervangen door houten blokjes in hetzelfde gewicht en zelfde kleur. De vrijdagmiddag voor de bevrijding vond de omwisseling plaats en werd niet bemerkt, behalve toen het te laat was. Met een paar ijzeren stangen koelden de moffen hun woede toen maar. De schade valt echter mee, zodat we nu weer telefoon hebben. Nog wel niet buitenuit, maar ook dat komt klaar. Even geduld, s.v.p.


4 juni 1945

Het drama met de auto wordt steeds ingewikkelder. Nu kregen we van de luchtbescherming een verzoek om fl. 300,- te storten voor het restant der aanwezige gasinstallatie. Lichtendaal beweert dat hij de wagen van ons gekocht heeft maar ik kan niet best iets verkopen wat mij niet toebehoort maar al had ik dit gedaan er is mij nooit bericht gestuurd dat de auto uigerust werd met gas. Ik wist niet toen de garagehouder uit Sneek kwam, dat de wagen op methaangas liep. Fl. 300,- voor zo’n installatie is ook veel te weinig want de kosten waren indertijd fl. 1500.-Lichtendaal, een der grootste zwart handelaren hier uit de stad schijnt de installatie niet te willen afstaan waarop de Luchtbescherming er mij voor aanspreekt omdat ik eigendom van de gemeente zou hebben verkocht. Het Rijk, de Gemeente en Lichtendaal moeten elkaar maar in de haren zitten. Bij de verkoop is natuurlijk de hele gaskachel vergeten.


5 juni 1945

Deze advertenties stonden gisteravond in de krant. Gelukkig komt er dus wat brandstof want van Dijk b.v. had voor z’n vrouw twee stoelen stuk geslagen zodat die opgestookt konden worden om warm water voor de was te krijgen. In veel gezinnen zal er van het meubilair wel niet zoveel meer zijn overgebleven. Ook met het oog op het overspannen raken van veel huisvrouwen vanwege de omgang met “de rus” is wat brandstof  dringend gewenst.

Waar je tegenwoordig ook komt het is in de huiskamers vaak een smeerboel omdat in dat vertrek ook veelal wordt gekookt. Kom je binnen dan moet je in de regel even wennen vanwege de walm die de rus om zich heen verspreidt en vind je de huisvrouw op de knieen voor hem zitten met een rood gezicht met een breipen in de hand, pulkend in z’n gat om meneer lucht te verschaffen en biddend of hij z’n best wil doen om gare piepers te verschaffen.

Over piepers gesproken, er worden momenteel zo veel verscheept dat de Westersingel vol met ladende schepen ligt, drie vier rijen dik liggen ze aan de wal. Het is een prachtig gezicht al die bedrijvigheid en het herinnert aan de tijd een paar jaar terug toen het vliegveld door de Duitsers vergroot en versterkt werd om met hun zware bommenwerpers Engeland te bestoken. Hierover zagen we gisteravond in de bioscoop een film in het voorprogramma.

Wat hebben we hier in Friesland in een paradijs geleefd en niets meegemaakt. Eerst vlogen de Duitsers over ons heen zonder bommen te laten vallen en later deden de Tommy’s hetzelfde. Honger hebben we niet gehad, evacuatie was ons vreemd, verwoestingen werden niet aangericht, al wil het niet zeggen dat we niet genoten hebben van de zegeningen van de Nazi’s, maar het zijn niet meer dan druppels geweest die langs onze vette huid denkelijk door de volle melk, heengegleden zijn.

Na alle herrie van de laatste jaren willen we feest vieren, muziek, dansen, toneel, bioscoop en hoe ouder hoe gekker want Papa danst! Ger en ik nemen les met een aantal kennissen in hotel Stadzicht , het gammele café op de Groningerstraatweg. Na ons komt een troepje, die er de jassen bij uittrekt want dansen is warm werk. Hé, hé, want de dansmeester brult aan één stuk door; voor, zij, sluit, voor, zij, sluit en de pianist bewerkt z’n instrument. Van je hele hola hou er de moed maar in zullen beide denken als ze het aantal krukken aanzien dat rond huppelt om klaargestoomd te worden voor de a.s. openbare les of wel soiré dansante.

Na de vele buurtfeestjes was Marijke in de stemming gekomen om bij elke gelegenheid opgetogen te raken. Toen ze dan ook vorige week op een morgen met Ger vier kleine meisjes van zeven jaar op straat tegen kwam, geheel in het wit die hun eerste communie moesten doen, vond ze het prachtig. Even later bij de Katholieke Kerk op de Voorstreek stonden daar nog veel meer van die kleine witte bruidjes en Marijke juichte direct: “Hier is het buurtfeest Mama, toe laten we even zien”.

De strubbelingen in de hogere regionen van de textiel- en meubeldistributie zijn groot want de heren aan het boveneind zetten elkaar af en de verwijten over en weer van heulen met de vijand zijn niet van de lucht. Al met al geef ik mijn voorraad niet op en met mij de meeste winkeliers en fabrikanten zodat het zakenleven nog steeds stil staat. Een tweede factor is de onzekerheid over ons geldwezen en de koopkracht van de nieuwe gulden. We zijn nu acht weken bevrijd maar een regeling is er nog niet gepubliceerd en dus wachten we nog maar even.


Brief meubelfabriek Waalwijk (14-06-1945)


16 juni 1945

Dit is een dagboek en daar wilde Ger me even aan herinneren, en aangezien ze vindt dat in een dagboek alles staan moet, moet er ook vermeld worden dat ik vanmorgen een stuk papiertapijt op verkeerde lengte afgeknipt heb. Ik was het met haar opinie niet eens dat het een dagboek is want ik heb meer dagen overgeslagen, trouwens zo’n geschoten bok is veel te dik om in dit schrift te plakken, waarom ik er verder het zwijgen maar toe zal doen.

De verhalen die los komen over mensen die uit Duitsland terug komen spreken allemaal over de chaos, vooral in het door de Russen bevrijde gebied gaat het er Spaans toe. De mannen worden tewerk gesteld en de vrouwen voor plezier gebruikt terwijl alles weggestolen wordt. Niets is veilig. Uit het gevangenkamp Neu Brandenburg keerden 500 officieren terug die door de Russen bevrijd werden maar ook zowat alles misten.

In ruil voor al die vulpennen en horloges bood men aan 400 vrouwen te leveren maar de bevelvoerende Nederlandse officier kon dat afwimpelen door te verklaren dat de haat tegen al wat Duits te groot was waarop de Rus antwoorde na zich even in z’n luizebos gekrabt te hebben: “Nou, ik heb ook wel 200 uit de Oekraïne!”

De beide broers van Jeltje zijn terug, ook de N.S.K.K. man die de laatste acht maanden in de gevangenis gezeten heeft en misschien daaraan z’n vrijheid te danken heeft want de N.S.K.K. was een Duitse militaire organisatie en z’n leden zijn krijgsgevangenen. In de laatste dagen van de oorlog werden ze nog naar een Duitse havenplaats gesleept om ingescheept te worden op een oceaan stomer maar de Russen waren eerder zodat het schip niet vertrekken kon. De opzet van de Duitsers was zulke schepen zo vol te pakken met mensen dat er niet één meer bij kon, het schip op zee te laten bombarderen door de geallieerden zodat dan alles verdween. Halbertsma uit Grouw zat ook op zo’n schip dat in de haven klaar lag om uit te varen maar werd bijtijds bevrijd, best mogelijk dat de bemanning het schip zelf liet zinken.

Hiernaast de drinkwaterkaart die gelukkig geen dienst hoefde te doen want we zaten maar kort zonder en buurman v.d. Veen had beter water uit een put die niet opgegeven was aan de distributiedienst. Geen water is nog groter last dan geen gas vooral door de luierwas is er wel zoveel nodig. De WC konden we wel doorspoelen met grachtwater al was de ene stank niet veel minder dan de andere.

Uit Amsterdam komen goede berichten, voor de bioscopen is het zo druk dat men ’s morgens om vijf uur al in de rij gaat staan voor kaartjes. Daar blijkt wel uit dat het voedselprobleem opgeheven is, het werkprobleem moet nog even wachten, er is nog wat teveel tijd en nog teveel geld in omloop. Fl. 40,- voor een bioscoopkaartje is wel wat gortig, wat er al niet zwart verhandeld wordt, er is een boterham in te verdienen. Gisteravond stond er in de krant dat Melot en Evenhuis van de gemeente administratie al in augustus van vorig jaar gefusileerd werden, nu pas is dit feit in zekerheid geworden.


18 juni 1945

Vier jongens leunden tegen een hek om de gracht en rookten een zeldzame Canadeese sigaret en bezagen de voorbijgangers, pardon alleen de meisjes waarmee ze probeerden aan te pappen, maar och arme, de jongens waren lucht. Hoe ze het ook probeerden, welke opmerkingen ze ook maakten, het lukte niet. Af en toe lachten de meiskes stil voor zich heen, maar dat zagen de jongens niet. Is het niet om kriegel van te worden? Weer kwamen er vier jonge dochters langs, weer waren de vier jonge kerels om een praatje verlegen, maar weer geen kans. Ja merkte de één bitter op als we maar knouw, knouw zeggen, hé, dan blijven jullie wel staan. Hollandse chauffeurs in een Canadees pak spreken ook altijd nog eens Engels want dan lukt de kennismaking zo maar, anders no change.

Van Nel Miedema uit Zuid Afrika kwam een brief voor de hele familie met de toezegging dat zodra er pakjes gezonden mochten worden ze van alles wilde sturen. Gek dat daar van alles is te krijgen. Nee dan hier. Gisteravond een vergadering gehad met 20 andere winkeliers, meubelverkopers over de distributie, over de prijzen enz. die de nieuwe overheid ons voor wil schrijven. Waarom ons het beetje goed dat we nog hebben niet laten houden, inplaats wil men ons volstoppen met bankpapier. Helpen? Goed maar dan tegen juiste prijzen aan de juiste mensen.

Verder met elkaar de eerste stap gedaan om Douma ter verantwoording te laten roepen door de P.O.D. wegens z’n enorme leveranties aan de Wehrmacht. De zoon zit al in de gevangenis maar de Vader heeft ook wel zo veel op z’n geweten door het half miljoen dat hij verdiend heeft om de dezelfde weg te gaan. Douma had b.v. een volmacht van de Duitsers gekregen om bij z’n mede winkeliers alle voorraden te mogen vorderen en raar genoeg kreeg hij vorige week nog weer een flinke partij hout aan, hout dat niet verwerkt, niet vervoerd of verhandeld mag worden om te gebruiken voor betimmering van z’n zaak op de Wirdumerdijk.

Nu moeten we ons zelf niet beter voordoen dan we zijn, maar in elk geval heeft niemand anders hier in de stad wagon ladingen meubelen aan de Duitsers verkocht. Het ene huis voor en het andere na werd door Douma ingericht, tot zelfs de verkeersborden door de hele provincie kwamen uit zijn zaak. De tijd zal het leren of Douma zich uit het web kan redden dat om hem heen getrokken werd. Het was natuurlijk voor ons allemaal erg gemakkelijk dat we niet door de Duitsers benaderd werden ! ! ! Want wat dan?

Een aannemer op het vliegveld is ook reeds ter verantwoording geroepen en z’n materialen in beslag genomen en naar ik meende te verstaan is dat ook het geval met de schilders Roeda en Wits. Die beiden hebben ook een slordige duit verdiend maar zo gewonnen, zo geronnen en feitelijk zijn ze nu verder achteruit dan wij want de vrede zal wel langer duren dan de vijf jaar bezetting.

Er wordt verteld dat er in Antwerpen nog steeds enorme voorraden wapens aangevoerd worden. Is dat tegen de Russen? Zijn dat zulke minne broeders. Of moeten we nu al weer aan de volgende oorlog gaan denken? Elke avond staan er advertenties in de kranten van zoekgeraakte mensen, mensen die in concentratiekampen gezeten hebben, mensen die mogelijk tussen de Russen verzeild geraakt zijn. Joden zijn er tot nu toe zeer weinig teruggekeerd.

Hiernaast krijgen wij als gravers nog weer even een lesje. Het is waar, het was niet het flinkste deel der natie dat ging spitten. De ellende die hier en daar beleefd werd wanneer zich niet voldoende mannen melden en men maar willekeurige mensen op straat doodschoot, wordt niet in dit krantenknipsel verteld. Hoe het zij we sukkelen verder in deze tijd waarin gepraat wordt over de opbouw maar gewerkt aan die opbouw wordt nog niet. Ook nu nog maar geduld.


27 juni 1945

Elke avond zo’n serie advertenties wat genoeg zegt, commentaar overbodig en dan al die mensen waar nooit meer iets van gehoord wordt, omgekomen bij bombardementen. In elk geval hebben de Duitsers hun trekken thuis gekregen en dan verwonder je je er toch nog over dat er ook berichtjes in de krant staan over het alweer rijden van Duitse treinen met onze wagons, van een verbetering van de voedselpolitie enz. Is Nederland misschien een stuk van Duitsland in de ogen der geallieerden? Of wil men de moffen alvast lekker maken voor de oorlog tegen Rusland. Je weet niet wat je er van denken moet.

Ook in Amerika wordt druk gefluisterd over dat onderwerp zodat een minister zelfs verklaarde dat het er op leek dat Goebels inplaats van dood, de oceaan was overgestoken om daar het bolsjewistische gevaar te propageren. Ze hadden geen betere uit kunnen zoeken! Van Russisch standpunt bekeken is het natuurlijk vrij zot om een klein waardevol hoekje Europa over te slaan als je 9/10 van Azië en Europa al in bezit hebt. Maar juist dat kopje ontbreekt, het kopje waar het meeste uitkomt. De Moffen kleden ons figuurlijk uit maar de Russen doen het letterlijk en om nu met je blote buik zoals Marijke en Thoma zeggen op straat rond te springen is in een klimaat als het onze goed om verkouden te worden.

Maar ondertussen springen hier de Canadezen nog rond en wel bij voorkeur natuurlijk met een meisje. Zo’n knappe jongen in een vlotte uniform, de baret scheef op een oor, gebruind, de mouwen tot de elleboog opgerold, zo’n soldaat vindt wel een meisje. Het aantal jonge Canadeesjes dat op komst is schijnt reeds zeer aanzienlijk te zijn. Door de parken is ’s avonds niet goed te lopen, daar wordt gewerkt.

Giezen, onze vice-voorzitter van de contact commissie voor de voorziening van meubelen hier in Leeuwarden, struikelde vorige week ’s avonds laat in de Doelesteeg over een paartje dat de straatstenen als bed gekozen had. In Sneek en meer plaatsen werd het zo erg dat de Hollandse jongens op de muren kalkten: “Bevrijdt ons van de Bevrijders !” Het gevolg was natuurlijk om tien uur binnen voor straf. De 6500 Canadezen die hier komen en waarvoor de Harmonie, Zalen Schaaf, De Grote Wielen werden gevorderd, zullen het aantal Canadeesjes nog wel vermeerderen. Nu al is het zo dat meisjes in de Harmonie direct toegang hebben, ze worden opgewacht door de soldaten. Nederland levert vrouwen en jenever, voor de hulp die zo dringend nodig is.

Die contact commissie vormden we omdat we hier in Friesland erg het gevoel hebben dat we hier wel goed genoeg waren om eten naar Holland te sturen, maar dat Holland en met name de Rijksbureaux nu larie aan ons hebben. Verder werd het bestuur gemachtigd om de zaak tegen D. verder aan het rollen te brengen. Zelfs in deze allerkrapste tijd, nu er haast geen hout meer is, worden er door een beeldhouwer uit Den Haag, lammetjes en bloemen in dikke eiken planken uitgehakt ter versiering van z’n pand op de Wirdumerdijk.

Ook had D. het bestaan om van de P.O.D. een bewijs van goed gedrag te krijgen en een vergunning van het M.G. om naar Holland te mogen reizen ter behartiging van z’n zaken maar ergens werd dit te gek gevonden en greep een nog hogere macht in. Voor tonnen werd aan de Duitsers geleverd, wagens en wagens vol werden verstuurd en nog loopt de man vrij rond op straat. Vreemd, vreemd! Ik zie hem nog een van de eerste dagen van de oorlog afscheid nemen van een Duitse officier waaraan hij net een grote order te danken had. De buigingen waren zeer diep. Wel zijn er diverse aannemers met hun boekhoudingen opgehaald en het zal me benieuwen of Pieter (Douma) ook ter verantwoording geroepen wordt. Z’n zoon Bouke zit nog steeds in de gevangenis. De boom staat niet ver van de gevallen appel.

De moeilijkheden om textiel en meubelen te krijgen zijn zo groot dat we beter de tent maar kunnen sluiten. Veel moeiten, en veel schrijven maar de Rijksbureaux willen niet. Den Haag moet toestemming geven. Verschillende fabrikanten willen wel leveren maar ook die zijn aan handen en voeten gebonden. Vader spoort me tot activiteiten aan maar het is zo’n tasten in den blinde, misschien kun je nu pas zien wat een echte zakenman is ? Om niets te doen bevredigt ook zo weinig, je hebt het gevoel te kort te schieten.

Gelukkig is het eten van het beroerde brood, een modderkleur had het, nu afgelopen, het is nu honderd parten beter. Het was 7 cm. breed, 6 cm. hoog en geheel kleverig vanbinnen vanwege de verwerkte rogge terwijl er bijna geen gist was om het brood behoorlijk te doen rijzen. Een keer ging de bakker met al z’n brood terug, het stonk z’n kar uit en het was niet te eten. Gewoonlijk waren wij het die “bliezen”. Goed wij hadden nog brood, in Holland was dit er zelfs niet.

Door het mooie weer komen de muggen en vliegen ook weer op de proppen en die lammelingen weten Thoma steeds te vinden zodat ze onder de bulten zit. Marijke bekeek die witte puisten nauwkeurig en we vertelden haar dat zo’n mug het bloed uit de arm zoog, en ja zei Marijke toen, dan blaast hij er een witte puist op, hé Mama! V

an Tiet en Willem komt bericht uit Amsterdam dat hij huisbezoek voor Volksherstel vaak bleek dat de gezinsleden geen ondergoed meer dragen. Kousen zijn al helemaal weelde en schoenen een wanhoop. Letterlijk niets is er meer want kom je met leer bij een schoenmaker dan vraagt hij om de spijkers. Komen de klanten bij ons om een matras te laten herstellen, dan moeten we eerst garen hebben.

Van vitrage uit Zwitserland wordt gezegd dat de prijs 5 maal die van voor de oorlog is, maar aan de andere kant noemt men prijzen van vrachtauto’s die maar een 50% gestegen zijn. Het zakendoen is zo duister, we tasten in den blinde en zijn als een troep mensen die in een bijna leeg pakhuis in de nacht rond scharrelen op zoek naar goederen die er niet zijn. En heeft er één eens wat dan wordt het momenteel op allerlei slinkse manieren verkwanseld. De corruptie mede onder het ambtenarencorps is bizonder groot zoals Prof. Schermerhorn de nieuwe minister president gisteravond voor de radio vertelde. Zolang het krap blijft, blijft de zwartigheid.

Na de bevrijding wilden we eerlijk opnieuw beginnen, maar ja ik heb gekocht zonder vergunning, zonder factuur, paraplubakken die verkoop fl. 26,50 gaan kosten maar het officieel met fl. 16.50 moeten doen. Een tien tal mooie dekens viel me in handen idem. Een fabrikant wilde me 20 slaapkamers leveren maar een vergunning is nog niet los te krijgen. Den Haag zal wel zeggen, hier ermee!

Melk mogen we niet meer bij de boeren halen, groente idem, gelukkig dat ons volkstuintje al wat begint op te leveren. Sla, mooie kroppen, bloemkool en andijvie komen spoedig en voor Vader een bed tabaksplanten. In de kranten staat wel dat er van alles komt, schepen vol maar om 9 miljoen mensen te voeden en te kleden daar behoort wat toe. De vijf jaar plundering zijn niet in een paar weken ongedaan te maken. Van zeeschepen tot spelden alles werd de grens over gesleept. De Amsterdamse trams rijden in Polen, de dieseltreinen in Roemenie. Zoek het maar uit, veel is verdwenen en verwoest want Hitler wilde een nieuw Europa en nu heeft hij van Duitsland alvast een “plattegrond” laten maken.


29 juni 1945

Saskia haar lipje moet geknipt worden, dat is de de derde dochter die zo’n kleine operatie moet ondergaan. Dr. de Bloeme, de chirurg merkte tegen Ger op dat ze een knipkaart had moeten nemen.


1 juli 1945

De electrische stroom ook weer teruggekregen op een verzoekschrift waarin als redenen opgegeven werden: strijken gestikte dekens en platpersen naden van matrastijken. Het eerste komt misschien vijf keer per jaar voor, het tweede nooit. Never mind, het licht in de W.C. brandt weer en de deurbellen ook. Ook de kappers hebben weer licht, en kunnen permanenten. De loodjes zijn weer officieel bevestigd, het kapotte kamwiel in de meter hersteld, en de man van het licht een sigaar. Andringa, de melkboer zei indertijd: “Oh, dat kan ik wel even voor U versieren, knipte de loodjes weg en wrong met een schroevendraaier in het mechanisme om !” Nú daar kon het niet tegen en de meter stond stil. De gasvoorziening moet nog wel even duren, het personeel wilde alvast in staking gaan omdat men een deel van het loon uitbetaald wilde zien in kleding en schoeisel. Ja staken mag nu weer en ieder wil daar blijkbaar gebruik van maken. Jeltje haar verloofde is ook thuis gekomen, had vier weken onder de Russen geleefd, kwam echter met minder gruwel verhalen thuis dan anderen.


5 juli 1945

Vader werd gisteren 70 jaar, bloemen, brieven, een kopje echte thee en zelfs wat gebak voor de gasten, terwijl hij van Moeder 10 oude kwaliteit sigaren kreeg. Een gewoon mens kan niets maar Moeder ziet nog wel eens kans een klein extraatje op de kop te tikken voor haar zeventig jarige en die mag dan ook wel wat gefèteerd worden. Vader is nog maar kwiek, en samen met Moeder hebben ze in de Fonteinstraat een goed leven nu ze ook de oorlog zonder kleerscheuren door zijn gekomen. Ook onze kinderen hebben veel aan hen want bij Omoe mag alles, wordt ons voorgehouden, en twee paar ogen zien je verwijtend aan.

Nog steeds komen berichten binnen over gevonden massagraven, hier en in Duitsland, er is op een manier huisgehouden waar we geen voorstelling van hadden, ook de Joden blijken weg te zijn want we zien maar enkelen meer op straat, ze schijnen via Westerbork weggevoerd te zijn en vermoedelijk omgebracht, want anders waren nu reeds de Joden teruggekomen zogoed als de andere dwangarbeiders, die nu weer boven water komen. Je kunt je haast niet voorstellen dat dergelijke massale moordpartijen hebben plaats gevonden en waarom eigenlijk? Zo maar!

Welke abnormale kronkels hebben er in de hersens van de Nazi’s gezeten wat voor soort mensen dachten het uit en wat voor soort mensen vergoot al dat bloed. In de grond is de mensheid niet zo erg best, een beetje beschaving houdt hem in vredestijd in het spoor want we weten best wat goed en kwaad is maar komt er dan een oorlog dan komt goddank voor velen ook het haken naar vernietigen weer aan z’n trekken. Blijkbaar torst ieder van ons het kwaad met zich mee maar bij de meeste mensen ligt het goede er als een dikke steen bovenop en die steen is zwaar genoeg. Hitler en consorten hebben hun steen achteloos naast zich neer gelegd en verder maar vergeten. Mogelijk dat ze hem bij de hemelpoort nodig hebben.

Oom Gradus sprak pas nog iemand die levend uit een concentratiekamp bevrijd werd en aan hem de lidtekens over z’n hele lichaam aangebracht op zijn eigen benen liet zien. Allemaal blauwe putten vanwege de slagen met een gummistok die ze ’s morgens kregen te beschouwen als het ontbijt, en om wakker te worden. De meeste mensen in zo’n kamp stierven vlug, om plaats te maken voor de steeds grotere aantallen nieuwe slachtoffers.


10 juli 1945

Vanmorgen werd bekend gemaakt dat als eerste maatregel op monitair gebied de bank biljetten van fl. 100,- ingeleverd moeten worden ter controle op herkomst vandaar de gekke prijzen die voor alles betaald worden om maar van dat geld af te komen, b.v. bod op een Auping matras fl. 800,- en een radio fl. 2500,-. Voor fl. 60,- kun je gemakkelijk briefjes kopen. Lange rijen mensen staan er voor de banken om die papiertjes in te leveren, alleen als je er wat veel van hebt kan het lastig worden. Vader had er negen, maar ik kon er zo wel vijf overnemen in de zakenkas, en de vier overige is niet zo erg.

De verkoop is natuurlijk merkbaar hoger omdat alles nu beter dan geld is. Nogal wat schilderijen verkocht, alleen ik vertrouw de verf niet erg, landschappen met heide met witte en zwarte schapen enz. Bij het afstoffen begint de verf te bladderen alleen de zwarte verf is houdbaar.

Voor de radio verklaarde onze nieuwe minister van finantiëen dat de staat schuld op zal lopen tot 20.000 miljoen waarvan alleen de rente en een matige aflossing de gehele belastingopbrengst op zou slokken. Dus het mes erin, het slagersmes. Misschien dat op die manier de gulden weer gezond te maken valt en koopkracht krijgt.

Thoma is weer wat beter na een minne periode maar blijft er teer uit zien, misschien knapt ze op Ameland wat op als we er in augustus heen gaan met vacantie. Marijke is natuurlijk stralend en verklaarde zondag tegen Oma met een dood ernstig gezicht: “Als ik iets heel, heel, heel lekker vind, dan zeg ik godverdomme”. Moet je dan als Oma lachen of moet je huilen om de verdorvenheid van dat kinderzieltje?

Eén van de soldaten van Jezus Christus die we zondagsavonds meestal in de Weerd tegenkomen, als ze een openlucht bijeenkomst hebben gehouden op “Bijkes graf”, mogen we wel belasten met de redding van Marijke’s fleurige ziel. Met vliegende vaandels en slaande trom komen we ze tegen als we terug komen van een bezoek aan Oma en voor de kinderen is het je van het. Ze zijn er niet bij weg te slaan.

Hiernaast een foto van een gedeelte van de nieuwe ministers waarvan Thoma tegen Marijke zei: ”Kijk eens allemaal N.S.B.’ers”, maar Marijke had de zaak beter Bekeken en kon haar jongere zusje inlichten, nee Thoma het zijn geen N.S.B.’ers want ze hebben de handen niet omhoog! Dat Thoma het een stel N.S.B.’ers vond was niet zo verwonderlijk, want de omgeving waar de foto gemaakt werd kon evengoed de binnenplaats van een gevangenis zijn. Voor de meeste van onze ministers trouwens niet zo’n ongewoon tehuis want met elkaar hebben ze bijna bijna twintig jaar gezeten!

In de zaak blijft het een dooie boel, alleen reparatie en dat zet geen zoden aan de dijk, want de omzet is tot op de helft gedaald van wat een lonende exploitatie zou zijn. Verbogen staaldraadmatrassen, versplinterde slaapkamer meubelen, kapotte bedden, daar proberen we weer wat bruikbaars van te maken. Uit het Oranje Hotel kregen we een ledikant te herstellen waar een lange mof in had geslapen, maar dat bed was hem te kort en toen had hij het paneel uit het voeteneind gebroken. Ongelofelijk hoeveel knappe dingen er moedwillig vernield werden, mannen onderelkaar, dat wordt al gauw een troep.

Vanavond voor het eerst weer “wittebrood” gegeten. Vreemd dat ons vroeger niet opgevallen is dat het zo lekker is! Van tennissen komt dit jaar nog niet zo veel, de banen mogen nog niet besproeid worden en we hebben nog 12 “lijken” als tennisballen en ook de rackets zijn ziek want hun darmen zijn stuk. Zouden we nu nooit ophouden met verlangen naar de toekomst waarin toch alles anders maar niet beter is dan het heden. En hebben we het dan nu zo slecht?

Toen het oorlog was hadden we het als maar over de vrede, nu we vrede hebben, verlangen we al weer naar morgen, overmorgen. Maar morgen krijg je misschien een dakpan op je hoofd; goed we zien dan nu naar Amerikaanse films waarvan de kwaliteit zeer middelmatig is, laten we eerlijk zijn, de Duitse waren beter. Mogelijk kunnen we ook geen betere betalen. In de krant stond dat de Tommy’s zich nu ook verbroederen mogen met de Duitse meisjes. Vreemd woord dat verbroederen, en voor betaling in natura, zeep, suiker, sigaretten, kousen, zou je daarvoor zo’n jongen z’n zin niet geven?


13 juli 1945

Vanmorgen naar de bank geweest, omdat het voor ons de laatste dag van inlevering der bankbiljetten was, nog steeds rijen mensen die zich bij voorbaat al beginnen te verontschuldigen bij de loket beambte, net alsof die het iets kan schelen of men 1 of 1000 briefjes brengt. Bij de belasting zal men het zaakje wel gaan onderzoeken. Het zal me benieuwen wat de volgende stap zal zijn om de Nederlandse Maagd van haar oedeem te genezen want zo is er niets aan deze vrouw. John Bull en Oom Sam zien op het ogenblik van verre toe totdat het ogenblik gekomen is dat ze weer “bezich kan lijen” en dan komen de presentjes wel.

Vanmorgen zou ik geld wisselen bij de Nederlandse Bank maar kon er niet goed terecht, het waren er allemaal bankdirecteuren die koffers vol briefjes van fl. 100,- in kwamen leveren. Het leek er wel een bagage depot. Zuivering P.T.T., personeel, zuivering onderwijzers, zuivering belasting ambtenaren. Vroeger examineerde de ene helft van de Nederlanders de andere helft, nu doet men het met zuiveren. Jonge, jonge wat een blanke zielen zullen er over blijven, als ze nu met het badwater ook het kind maar niet weg gooien.


17 juli 1945

Voor het eerst sedert jaren weer een slaapkamer in de etalage. Niet te geloven! Er bestaat een redelijke kans dat ik wat meubelen zal kunnen gaan kopen dus, dan kan ik de laatste zes kamers die ik heb wel aan gaan bieden aan mensen die een vergunning hebben. Over de nieuwe prijzen is nog niet al teveel bekend. De taktiek van C & A en V & D is omzet halen, geen goederen vasthouden. Wie zal het zeggen wat het beste is.

Wat van deze circulaires te zeggen die we nu weer in de bus kregen. Ik vind het erg mooi dat een ander offert, dat een ander vecht om Indië dat een ander z’n ameublement weggeeft aan een getroffen Tielenaar. Nog iets aan toe te voegen? Ik doe wel wat, want niets doen staat niet erg voor de buren, maar heel wat is het niet. Bij de inzameling in Apeldoorn was zo veel rommel, dat er een tentoonstelling van gehouden werd van al het onbruikbare spul met naam en toenaam van de eigenaren.

Hiernaast een lijstje van N.S.B.’ers waarvan het vermogen door anderen beheerd wordt. De meesten zijn tewerk gesteld, de vrouwen veelal opgeborgen met moffenmeiden in “Erica” dorp, hier op het vliegveld. In het stukje van “Sweet Corporal” wordt niets gezegd van het aantal baby’s dat onderweg of reeds geboren is, de man heeft dag- pardon nachtwerk gehad om alles te versieren. Door de bombardementen op Duitsland zijn veel gezinnen volkomen uit elkaar geslagen en trekken nu net als in 1918 in Rusland, horden kinderen door het land, vechtend en rovend hun kostje bijelkaar scharrelend.

Ja dan hier in Friesland, het lijkt wel hoe verder je van Leeuwarden af komt hoe beroerder het wordt. Kennissen die naar Holland toe geweest zijn zeggen niets gedaan, haveloos, onverschillig, lange rijen mensen voor de winkels, lange rijen mensen voor de bioscopen. Normaal zakendoen, niks hoor, alleen zwart. Werken? Neen, voor die zakcent is niets te koop. Kankeren? Ja daar doet iedereen graag aan mee. Uitgaan? Ja, stampvol alle avonden alle zalen.

Nog is het geld niet gesaneerd, nog weet men de koopkracht van de nieuwe gulden niet, en tot zo lang staan we metelkaar op dood spoor, te kankeren. Friesland wordt wat de bevoorrading betreft ook wel wat overgeslagen omdat hier niets verwoest is. Eigenlijk logisch. Alleen oorlog slachtoffers worden geholpen. De hekel die men allerwege tegen de Rijksbureaux krijgt wordt met de dag heviger omdat men misschien ten onrechte meent dat men in Den Haag veel te veel met papieren werkt en alles in de puntjes wil gaan regelen. De overheid wordt de zondebok, kan wellicht alleen het grote geheel over zien en zich niet met de enkeling bemoeien vandaar het verslagen gevoel van veel bewoners der verwoeste gebieden.

3dochters

Allemaal dingen die ons voorbij gaan want wij praten over vacantie, over onze dansles. Hoe genadig zijn we van deze vijf jaar afgekomen, het was druk omdat de kinderen in oorlogstijd geboren zijn, er waren wel eens wat problemen met de zeep en met de fiets en met de kachel maar we zijn metelkaar gezond en de zaak staat er nog. Ja, wat moet je dan nog wensen?

Naschrift

Ik wil niet meer, in vijf jaar tijd genoeg verteld, ik ben het zat. Twee en twintig jaren later dan dit dagboek werd geschreven heb ik het overgetikt en de krantenknipsels opnieuw gerangschikt en ingeplakt. Bij het overlezen en overdenken van wat er in de vijf jaar bezetting gebeurd is komt de verwondering terug over de mogelijkheden tot vernietiging die er in het mensdom leven zonder dat daar tegen wordt geprotesteerd.

Ik weet wel, twee en twintig jaren later gebeurt toch precies eens hetzelfde, zij het op ander terrein en dat is het schrikwekkend aantal doden die er elk jaar in het verkeer vallen en waar we metelkaar ook niet anders van worden en het beschouwen als een noodzakelijk kwaad vermoedelijk omdat we weten dat tegenover de kansen van 1 dode staan 10 zwaar gewonden, 100 licht gewondenen 1000 mensen die met de schrik vrij komen en nog eens 10000 die zeggen sjonge, sjonge, sjonge dat gaat net goed!

Maar om op mezelf terug te komen, mijn eigen houding in de oorlog, mijn eigen reacties op de gebeurtenissen van toen, ja wat moet ik er van zeggen, veranderd is mijn aard niet en vermoedelijk zou ik weer zo reageren als er weer dergelijke dingen zouden plaats vinden. Toch lees je je eigen zinnen over of een ander ze geschreven heeft en heb je het gevoel dat ieder ander meer positief en meer konsekwent als “he man” in de oorlogstijd zou staan. Het kan natuurlik ook zo zijn dat ik op het ogenblik mezelf hoger aansla dan de werkelijkheid in 40-45 is geweest, want hoe goed kent iedereen zich zelf? En wat zijn de reacties op bepaalde gebeurtenissen die niet alle dagen eenmaal plaats vinden?

Dit dagboek is uit een oude schoenendoos gehaald en ik heb lang gewacht om deze oude koeien uit een sloot te halen alleen het leeft allemaal nog zo! Denkelijk kunnen jonge mensen zich dat niet begrijpen hoe aan de ene kant de angsten en aan de andere kant de verveling en het eindeloze voortslepen van de oorlog, je eigen werk verviel, tot het schrijven van dit dagboek inspireerde. Goed, andere ogen zullen misschien het geschrevene lezen hoe ik toentertijd mijn vrouw en kinderen, de oorlog, m’n zaak bekeek. Wat is er terecht gekomen van m’n bezorgdheid om eigen en anderer welzijn, wat heb ik van die tijd geleerd, zijn al die mensen die toen het leven lieten voor werkelijke en vermeende idealen, de kool en het sop wel waard geweest? Is de wereld er een spier door verbeterd?

’t Is me moeilijk om antwoord te geven, laat ik maar bij eigen zaak blijven die zich aanpassend aan de tijdsomstandigheden goed geboerd heeft en ook hier kun je je afvragen in hoeverre je je daar zelf van op de borst kunt slaan. Zie eens wat een reuze vent. Ja meneer, nee meneer, en de hoed wordt voor je afgenomen. Rustig met de stroom meezwemmen, om je heen zien of ergens een balkje drijft en dat naar je toe halen om eigen vlotje proberen te verstevigen. Zo zijn die 22 jaar geweest, geen mensen zijn tekort gedaan, op tijd de belasting betaald, dit laatste wel zo veel dat als je de burgemeester tegen komt, je kunt zeggen, “hè, hè daar loopt mijn geld”.

Een omzet in de zaak die 22 maal zo hoog is als voor de oorlog, een inkomen, onkosten, voorraden, bankschulden alles navenant. De drie kinderen al getrouwd, Ger en ik in een bungalow. Van Dijk al met pensioen en de jongere mensen die de zaak voor een goed deel te runnen. Vader overleden, Moeder in Sonnenborgh, Oma haar huis op de Groningerstraatweg verlaten en nu zelfs moeizaam levend in een rust- en verpleeghuis, dat is er in die 22 jaar veranderd. En de boer, hij ploegde voort.

Terug