Logo Historisch Centrum Leeuwarden

leeuwarden artikel link leeuwarden artikel link
 
Uw zoekacties: Stichting recreatieoord "Yn 'e Lijte" te Grouw, 1961-1993

3094 Stichting recreatieoord "Yn 'e Lijte" te Grouw, 1961-1993

Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

beacon
 
 
Inventaris
I. Inleiding
3094 Stichting recreatieoord "Yn 'e Lijte" te Grouw, 1961-1993
I.
Inleiding
De recreatie in het Friese merengebied begon ruim voor de Tweede Wereldoorlog. Al in de jaren ’20 werd een flink aantal vakantiewoningen gebouwd in de Oude Venen. De Vereniging voor Vreemdelingenverkeer opende in 1927 een theehuis aan de Meersweg in Grouw, dat door watersporters druk werd bezocht. Een verdere groei van het toerisme werd door de crisis- en bezettingsjaren een tijdlang belemmerd. Pas in de jaren ’50 kon aan de ontwikkeling van Grouw als watersportcentrum een nieuwe impuls worden gegeven. De gemeenteraad besloot in 1954 het uitbreidingsplan van Grouw zodanig te wijzigen dat een jachthaven en een recreatieterrein aan de Nauwe Galle konden worden gerealiseerd.

Het duurde vervolgens nog enkele jaren voordat de plannen tot uitvoering kwamen. Met name burgemeester Walda, die in 1955 vanuit de recreatiegemeente Ameland naar Idaarderadeel was gekomen, bleek een drijvende kracht. Ondanks de moeilijke financiële positie van de gemeente, lukte het om in 1961 het Galle-eiland geschikt te maken als recreatieterrein.


Het gemeentebestuur wilde door afzonderlijke begrotingen en jaarrekeningen graag een helder inzicht in de financiën van het recreatieoord hebben en voelde er daardoor niet voor om het terrein zelf te gaan exploiteren. “Aan het recreatieoord [ligt] de gedachte ten grondslag, het toerisme, en met name het sociaal toerisme in de gelegenheid te stellen, tegen zo billijk mogelijke prijzen alhier verblijf te houden. In deze gedachtengang zal uiteraard het winstmotief zoveel mogelijk moeten worden uitgeschakeld”, zo staat in de notulen van de gemeenteraad te lezen. Passend bij de ideële doelstelling, werd in oktober 1961 een stichting in het leven geroepen, die het recreatieoord moest gaan besturen. De formele doelstelling was “het bevorderen van het toerisme in het algemeen en van de watersport in het bijzonder. [De stichting] bereikt dit door oprichten, instandhouden en exploiteren van zomerhuisjes, bungalows, kampeer- en caravanterreinen.”

De gemeente hield daarbij een stevige vinger in de pap. De stichting werd voorgezeten door de burgemeester en bestuursleden werden door de gemeenteraad benoemd. De begrotingen en jaarrekeningen van de stichting waren aan de goedkeuring van de raad onderworpen. In het eerste stichtingsbestuur hadden naast de burgemeester, raadsleden en gemeentesecretaris Smits ook vertegenwoordigers van de Grouwster watersportverenigingen en de ondernemersvereniging zitting.
Het recreatieoord werd in 1962 geopend. Een prijsvraag van het stichtingsbestuur leverde de naam “Yn ’e Lijte” op, die door dominee Groeneveld was voorgesteld. Inzendingen als “Sintpiter-gea” en “Burgemeester Walda-oord”, haalden het niet. Het terrein, dat door Thomas Smeding werd beheerd, was bij de opening nog volop in ontwikkeling. Het aanvankelijke aantal van vierentwintig recreatiewoningen werd in de loop van de jaren ’60 uitgebreid naar achtennegentig. De eerste jaren groeide “Yn ’e Lijte” uit tot een volwaardige camping met bungalows, een stacaravanterrein, een dagrecreatieterrein, een recreatiezaal, een kampwinkel en het café-restaurant “De Witte Boerderij”.

Vanaf 1 januari 1963 nam “Yn ’e Lijte” ook de exploitatie van de jachthaven aan de Nauwe Galle van het gemeentebestuur over. De grond waarop de schiphuizen waren gebouwd werd vanaf die datum voor dertig jaar in erfpacht gegeven aan het stichtingsbestuur.
Ondanks de snelle ontwikkeling van “Yn ’e Lijte”, werden er bij de exploitatie van het recreatieoord soms kanttekeningen geplaatst. De fractie van Gemeentebelangen kwam in 1967 en 1968 hard in aanvaring met het stichtingsbestuur, omdat het vraagtekens zette bij de exploitatiecijfers en aandrong op wijzigingen in de boekhouding. Fractievoorzitter Prange maakte zelf deel uit van het stichtingsbestuur, waardoor de motie die hij over de aangelegenheid in de gemeenteraadsvergadering van 15 maart 1967 indiende allerminst in goede aarde viel. “Het bestuur acht het optreden van de heer Prange in de raadsvergadering van 15 maart j.l. in hoge mate in strijd met de fatsoensnormen, incorrect en oncollegiaal. Het is van mening dat de basis van een vertrouwen, waarop bestuursleden moeten kunnen samenwerken, door hem op een voor het bestuur krenkende wijze is verbroken.” Het college van Burgemeester en Wethouders nam deze mening over en de motie werd uiteindelijk door de raad verworpen. De kwestie toonde aan dat de nauwe band tussen de gemeente en het recreatieoord soms problemen gaf.

In de loop van de jaren werd die band losser. Het stichtingsbestuur weigerde in 1969 de benoeming van een gemeenteraadslid tot bestuurslid te accepteren: “Wij zien geen enkele reden waarom raadsleden zitting zouden moeten hebben in het stichtingsbestuur. Naar onze mening moet de overheid zich niet mengen in aktiviteiten, die vanuit de burgerij geheel vrijwillig, op volkomen doelmatige en verantwoorde wijze en met een sterk sociale inslag worden verricht.” Een statutenwijziging zorgde ervoor dat het stichtingsbestuur vanaf 1977 niet per definitie meer door de burgemeester werd voorgezeten. Bij het vijfentwintigjarig bestaan van “Yn ’e Lijte” in 1986 stelde het stichtingsbestuur zelfs haar eigen bestaansrecht bij Burgemeester en Wethouders ter discussie. Sinds 1962 was er veel veranderd. De ideële doelstelling en het besturen in stichtingsvorm werden steeds meer als belemmeringen voor de ontwikkeling van de camping gezien. Door privatisering zou “Yn ’e Lijte” veel slagvaardiger kunnen optreden.

Het college van Burgemeester en Wethouders zag geen bezwaar in verzelfstandiging. In 1986 en 1987 werden door het stichtingsbestuur verschillende makelaardijen in de arm genomen om het recreatieoord te verkopen. Die pogingen liepen op niets uit. Campingdirecteur Carel Funke, die Smeding in 1980 was opgevolgd, had in het voorjaar van 1987 interesse om het terrein over te nemen, maar kreeg de financiering niet rond. De privatisering was daarmee niet van de baan.
In 1988 gaf het stichtingsbestuur aan de verkooppogingen te staken en zelf weer in het terrein te gaan investeren. Bij de gemeente Boarnsterhim werd een garantstelling voor ƒ 1.750.000,- gevraagd voor de bouw van nieuwe bungalows en de aanleg van kabeltelevisie. Het verzoek werd door de raad afgewezen en maakte ook bij het gemeentebestuur de geesten verder rijp voor de verkoop van het terrein, inclusief de jachthaven. Op 27 juni 1989 werd in de gemeenteraad tot verkoop besloten, omdat “de verwachting gerechtvaardigd [is] dat een ondernemer met de hoogstnoodzakelijke investeringen, innovatie en kwaliteitsverbetering, in staat zal zijn om het aan te bieden product beter af te stemmen op de wensen van de consument, waarbij het voortbestaan van de recreatieve voorziening wordt gewaarborgd, zonder dat de gemeenschap onverantwoorde financiële risico’s neemt.”

Het besluit luidde een bijzonder turbulente periode in. Het stichtingsbestuur, dat juist had aangegeven zelf weer in het terrein te willen investeren, trad met ingang van
13 september 1989 collectief af. Vertegenwoordigers van de gemeente werd de toegang tot “Yn ’e Lijte” ontzegd. De gemeenteraad, daartoe al sinds 1961 gerechtigd, ontbond vervolgens de stichting en stelde vereffenaars aan. Het college startte in 1990 onderhandelingen met mogelijke kopers. Het liet achttien partijen een gebiedsvisie ontwikkelen. Met één partij, de projectontwikkelaar Lieuwe Fopma uit het Spaanse Garriquella, werd in zee gegaan. “Naar onze mening heeft hij namelijk de meest evenwichtige toekomstontwikkeling neergelegd, waarbij zowel rekening is gehouden met de huidige situatie als met de ontwikkelingsmogelijkheden die het terrein biedt”, aldus Burgemeester en Wethouders. Fopma legde een plan neer, waarin hij aangaf het aantal bungalows uit te willen breiden, waterpartijen op het terrein te willen realiseren en het kantoor, de kantine en de winkel te willen moderniseren.


Op 19 november 1990 kocht Fopma het recreatieoord annex jachthaven, bestaande uit 98 bungalows, 314 schiphuizen, 37 open ligplaatsen en 265 standplaatsen voor caravans. De koopprijs bedroeg ƒ 4.950.000,- De verkoop was zeer omstreden. Mondeling zouden aan de eigenaren van stacaravans en personeelsleden door het gemeentebestuur toezeggingen zijn gedaan dat het recreatieoord niet in delen mocht worden doorverkocht. In de koopcontracten bleek een dergelijke belemmering niet te zijn vastgelegd. Al snel kwam aan het licht dat Fopma onmiddellijk tot doorverkoop was overgegaan. De akte voor de doorlevering van de schiphuizen aan de firma Prozakon B.V. in Emmen werd vijf minuten na de aankoop ervan al bij de notaris gepasseerd. “Yn ’e Lijte” werd in de jaren ’90 een object van speculatie voor projectontwikkelaars. Het terrein en de opstallen daarop wisselden nog meerdere malen van eigenaar. In 1991, een jaar na de verkoop, waren reeds dertig stacaravanbewoners vertrokken om plaats te maken voor de nieuwbouw van bungalows.

Kenmerken

Auteur:
A. Tuinhout
Soort toegang:
inventaris
Beschrijving:
Inventaris van het archief van de stichting recreatieoord ''Yn 'e Lijte'' te Grouw
Citeerinstructie:
Bij het citeren in annotatie en verantwoording dient het archief tenminste eenmaal volledig en zonder afkortingen te worden vermeld. Daarna kan worden volstaan met verkorte aanhaling.
VOLLEDIG:
Historisch Centrum Leeuwarden. Toegang 3094 Stichting recreatieoord "Yn 'e Lijte" te Grouw, 1961-1993
VERKORT:
NL-LwnHCL 3094
Categorie: