Artikel van Bearn Bilker, gepubliceerd in Leovardia nr. 18

Johannes Hendrikus Zelle was in velerlei opzicht een singulier man.Een geliefd thema van de vermaarde dominee Johannes Hendrikus Zelle was de verderfelijkheid die eens in Sodom en Gomorra heerste. Dat in zijn tijd Sodom en Gomorra voor Leeuwarden ingeruild kon worden, kostte Zelle geen enkele moeite, sterker nog: in praktisch elke preek werd de kerkganger Leeuwarden  als afschrikwekkend voorbeeld voorgehouden.

En toch woonde Zelle, die van 1907 tot 1983 leefde, bijna zijn hele leven in deze stad, die hij kennelijk niet de rug wilde toekeren. Wellicht dat hij gedacht moet hebben, dat zolang er nog enkele rechtvaardigden in deze stad woonden, de stad behouden kon blijven!

Mijn eerste kennismaking met dominee Zelle was in Wijnaldum. Tot mijn dertiende woonde ik in Sexbierum en zondags werden we 's morgens met andere kinderen uit het dorp naar ‘het gereformeerde lokaal' te Wijnaldum gebracht. Daar konden de weinige kerkgangers dan toch naar het eigen dorp om de preek te beluisteren. Maar kinderen uit Sexbierum moesten het zaaltje wat vullen en na afloop hadden wij daar dan zondagsschool. De meest bijzondere dominees gingen voor: kandidaten die het preken nog moesten leren, ouderlingen die voor het eerst een leesdienst hielden en dominees die het puur van het preken moesten hebben, zoals dominee Zelle uit Leeuwarden. Die kwam daar menigmaal. Op jonge kinderen maakte niet alleen de persoon Zelle, maar ook zijn preken een enorme indruk. Zelle was in velerlei opzicht een singulier man. De kerkdienst begon ook wel eens later op de ochtend, omdat hij dan eerst ergens in de buurt had gepreekt. Zo zaten wij als kinderen opgepakt achter in de auto van de plaatselijke winkelier en Zelle zat voorin, want dan hadden we dominee opgehaald uit een naburig dorp. Spraakzaam was hij niet, een afgedwongen ja of nee was meestal het antwoord. Wat wij als kinderen goed in de gaten hielden, waren zijn snoepjes. Hij stak het één na het ander keelsnoepje in zijn mond, om zijn stem kracht bij te zetten. De snoepjes werden niet helemaal opgegeten, hij haalde ze uit de mond en gooide ze achteloos over zijn schouder naar de achterbank waar wij ze moesten zien te ontwijken. Ik weet nog dat het kleine groene snoepjes waren! Het lokaal in Wijnaldum was helemaal vol, normaal konden wij op de stoelen plaats nemen, maar als Zelle preekte, wisten wij al dat we op ongemakkelijke bankjes zonder leuning moesten zitten en dan nog wel pal naast de preekstoel. Dus de zwarte dominee stond recht boven ons te preken. Elke keer trilden wij van ontzag en wij waren stil als muisjes, want dit was in onze ogen de enige echte dominee. En hij kwam ook nog uit Leeuwarden.

De preek over Sodom en Gomorra maakte diepe indruk op ons. Immers, op die bloedhete zondag was het zo warm, ook in het lokaal, dat dominee zelf in een wit overhemd preekte. Het zweet gutste langs zijn gezicht. Wij hadden het ook erg warm, maar we zaten braaf te luisteren naar wat komen ging. Dominee kon mooi preken, je wist waar je aan toe was, de preek was altijd in drie punten verdeeld en elk punt eindigde concreet met de toepassing. En wat heel bijzonder was, je mocht ook nog tussen door zingen. Zelle preekte nooit lang, de kerkdienst ging altijd snel voorbij, vaak binnen het uur. Dat had te maken met het feit dat hij de dingen kort en krachtig zei en dat hij altijd haast had, omdat de volgende dienst al weer op hem wachtte. Vier keer preken op zondag was gewoon. Zijn donderpreken waren niet alleen van invloed op de kinderziel, maar lieten onuitwisbare herinneringen na. Als Sodom en Gomorra vanwege de vele zonden die daar begaan werden dan eindelijk in brand stonden, wist je dat het verdiend was; en het werd op die warme zondag daardoor nog warmer.

Maar wat kon die man zijn stem gebruiken, buiten op straat was hij goed te horen, en het werd in het lokaal doodstil. Een stem als een klok. Hij preekte beslist niet met de traditionele galmklank, maar in een heel eigen stijl en met gebruik van stem, hoogte en timbre en door middel van  korte zinnen, wist hij je van begin tot eind te boeien. Maar wat heel erg opviel was, dat Zelle in zijn preken, zeker die over Sodom en Gomorra hel en verdoemenis uitsprak over de verderfelijke stad Leeuwarden. Leeuwarden lag een heel eind weg, dus dat was veilig voor ons. Onze naburige steden Harlingen en Franeker waren zeker zonder zonde, want die werden nooit genoemd en dat troostte ons weer. In Leeuwarden ging er bijna niemand naar de kerk en bijna iedereen ging er naar de hoeren. De jeugd deugde niet, de stad zat vol met nozems. Er werd gestolen en je werd in elkaar geslagen; kortom, Leeuwarden was Sodom en Gomorra in onze tijd. Voor de beeldvorming was dat niet zo best voor Leeuwarden. Dat ik er daarna goed terecht ben gekomen en me op en top Leeuwarder ben gaan voelen, mag dan ook een wonder heten.

Leeuwarden: slechte stad
Jaren later kwam ik Zelle weer tegen. In de zeventiger jaren preekte hij enige keren in de Koepelkerk, waar ik zelf jarenlang gekerkt heb. Ook toen werd over Leeuwarden gepreekt, zij het dat hij de ondeugden die op Leeuwarden betrekking hadden, wat minder direct benoemde, althans wat minder direct in relatie bracht met de stad. Maar Leeuwarden was en bleef een slechte stad: een stad waar het geestelijk en zedelijk niet goed kwam, want de helft van de stad ging nooit naar de kerk. Wat het zedelijk leven betrof stond Leeuwarden in het zelfde rijtje als Amsterdam en Rotterdam. En...de Leeuwarders wilden zo weinig mogelijk werken en zoveel mogelijk verdienen. Met de jeugd was het ook al niet best gesteld. De ene helft was aan de drugs en de andere helft gebruikte condooms en dat al vóór het huwelijk. Ik vroeg me toen wel af, hoe het mogelijk was dat Zelle wist dat de drugsgebruikende helft geen condooms gebruikte en andersom! Brood en spelen voor de massa, dat was altijd weer waar dominee Zelle op uit kwam: uitgaan en plezier maken, de brede weg bewandelen. zo kwam het niet goed met de wereld. De drie punten waarin de predikatie was verdeeld, waren voorspelbaar. Het verkeerde, het slechte van de mens kwam eerst, vervolgens kwam in punt twee de verdieping en de toepassing van wat in zijn preek het thema was en in het derde punt kwam de verlossing: de redding door Christus. Wat dat betreft was Zelle een echte gereformeerde predikant, hoewel de klemtoon wel erg op de zonde kwam te liggen en uiteindelijk de genade dan wel kwam, maar na de preek bleef men toch met het gevoel zitten dat de zonde, hel en verdoemenis en het slechte in en van de mens wel erg overheersten.  Hij was erg behoudend, en verontrust en was ook tegen alles wat nieuw was. De taal van de Statenbijbel had hij het liefst, daar werd door hem ook uit voor gelezen. Gezangen waren niet aan de orde, we zongen uitsluitend psalmen. De liturgie die  dominee toepaste was allang achterhaald: de tussenzangen waren uit den boze, maar Zelle maakte er gretig gebruik van. Desondanks trok Zelle veel mensen. Dat had te maken met uiteraard zijn aantrekkingskracht, zijn  speciale manier van verkondiging, maar ook zeker vanwege zijn duidelijkheid over wat goed en wat fout was. Dat er daarnaast ook veel mensen op af kwamen vanwege de sensatie, was natuurlijk voor de hand liggend.

Een oud fietsje
In de stad zelf kwam ik Zelle ook wel tegen. Meestal in de regen. Hij fietste dan door de stad, op een eenvoudig oud fietsje en alleen maar in een wijde broek met laarzen aan en in een bloesje met korte mouwen. Het haar hing in slierten naast zijn hoofd. Zo fietste hij ook naar de Kleine Wielen om daar zijn dagelijkse baantjes te zwemmen, met een eenvoudig handdoekje onder de snelbinder.

Hij deed veel aan sport: een gezonde geest in een gezond lichaam, was zeker op hem van toepassing. De Leeuwarders konden hem in de nachtelijke uurtjes wel aantreffen als hij zijn rondjes liep. De overige uren van de dag werd er gestudeerd. De geschiedenis van de christelijke organisaties hadden zijn interesse. Vooral de theologie en de vaderlandse geschiedenis werden nauwkeurig bestudeerd. Al die onderwerpen gebruikte hij in zijn preken en in zijn spreekbeurten, die hij voornamelijk hield voor de vakbeweging en voor de kiesverenigingen van de Anti-Revolutionaire Partij (ARP). Met aansprekende stellingen als Op de rand van het ledikant of  Doorbraak-uitbraak-inbraak of  Hou ze in de gaten wist hij zijn gehoor te trekken en te boeien.

Op 1 maart 1973 was er een belangrijke ARP-vergadering in Leeuwarden, afdeling Centrum-Oost. Het ging over de strategienota voor een basisprogramma voor het samengaan van de ARP, de CHU en de KVP. De vergadering was tegen dit document: het was te oppervlakkig.(1 voor, 2 blanco en 36 tegen). En naast wie zat ik die avond? Juist, naast dominee J.H. Zelle. Hij was gekleed in een grote broek met een donker jackje aan. Hij heeft zijn bijdrage ook geleverd, met een stem als een klok vertolkte hij zijn opvatting.

Koepelkerk
Op 8 september 1975 gingen we met een stel vrienden naar de Koepelkerk, want eindelijk na jaren preekte dominee Zelle daar. Dat was inderdaad jaren geleden, want Zelle preekte eigenlijk nooit in de poel des verderfs. Dit was dus een hele sensatie en de dienst trok veel mensen. De kerk was vol en dat zegt wat in de Koepelkerk, want er kunnen zo'n duizend mensen in. We kregen heel wat over ons heen. Alle thema's die Zelle altijd al ter sprake bracht, kwamen ook nu aan de orde: de Tweede Wereldoorlog, Leeuwarden, de christelijke politiek, de christelijke vakorganisaties, waaronder zeker de vakbond en het christelijk onderwijs. Maar de preek was duidelijk, zwart wit zoals te doen gebruikelijk. Er waren twee tussenzangen, waaronder zijn geliefde psalm 42 (´t Hijgend hert der jacht ontkomen....) De preek handelde over Zacheüs: ´Ik moet heden bij U verblijven´. De drie punten waren: 1.Zacheüs kreeg de káns van zijn leven. 2.Zacheüs had de dág van zijn leven. 3. Jan Publiek heeft altijd kritiek. Vooral punt drie veroorzaakte enige hilariteit. Maar helaas, hij zong weinig liederen mee, alleen het laatste lied, psalm 25, zong hij uit volle borst mee. Hij was goed te horen, maar hij overstemde de volle kerk niet. Dat zou ook een wonder geweest zijn. Hij was natuurlijk ook al 68! Het viel ons op dat er veel mensen waren die hem nog nooit hadden meegemaakt en die waren dan ook erg verbaasd, er werd dan ook hardop gelachen in de kerk.

Later kwam Zelle nog wel een enkele keer in de Koepelkerk. Zo ook, toen er net een orgel werd geplaatst.(1976). Dat gebeurde door vrijwilligers en hoge stellages stonden voor in de kerk. Daardoor was de kansel niet te gebruiken. Er was een noodpodium gemaakt van planken op aardappelkistjes. Maar dat kon je eigenlijk goed zien als je boven zat in de middengalerij. En daar zat ik meestal in die tijd. Dus ik zag Zelle heen en weer bewegen en als hij een tussenzang liet zingen zat hij op de stoel, die erg gevaarlijk op het randje stond. Er gebeurde niets, maar ik zal niet zeggen wat wij stiekem hoopten!

Hema-schriftjes
Op 31 januari 1982 preekte Zelle in de gereformeerde Schranskerk. Hij was die zondag op dreef. Hij preekte over de jongeling van Naïn. En zijn predikatie, zoals hij dat noemde, was wederom verdeeld in drie punten: 1.De smaad van de dood 2. De strijd tegen de dood en 3.De overwinning op de dood. Hij verklaarde veel in die preek, gebruikte daarbij de Griekse, de Hebreeuwse en de Latijnse teksten. Hij doorspekte zijn preek, zoals gebruikelijke, met 18e en 19e eeuwse gedichten van bijvoorbeeld ‘de vrome dichter Jodocus van Lodesteyn'. Hij haalde zelfs een modern gedicht aan, dat hij gebruikte om aan te tonen dat daar tegenwoordig geen hoop meer uitsprak. De gehele kerkdienst was het wachten op het zingen van Zelle, maar alleen de laatste psalm werd meegezongen, waarbij hij er met zijn zeer welluidende stem goed boven uitkwam. Op 7 maart 1982 preekte Zelle weer in de Schranskerk. Ik was al weer onder zijn gehoor! De preek  werd met de volgende drie punten uitgelegd: 1. Het geloof van de discipelen op het nulpunt. 2. De trouw van de discipelen  onder het vriespunt. 3e. De genade voor de discipelen op het hóógtepunt.

Johannes Hendrikus Zelle was in feite een kluizenaar in de Gysbert Japicxstraat. Hij woonde daar jarenlang  met zijn oude moeder op nr. 82.Hij schreef toen in eenvoudige schriftjes met fel gekleurde kaftjes, waarvan ik dacht dat hij die in de Hema had gekocht, omdat ze goedkoop waren! Want Zelle lette erg op de kleintjes. Hij had slechte ogen, moest dus groot schrijven, waardoor hij snel de bladzij moest omslaan.


Soms was hij even het spoor bijster en dan duurde het even voordat hij de draad weer oppakte. Maar zijn stem, zijn zinswendingen en zijn theatrale gebaren waren onnavolgbaar. Toch heb ik vaak gedacht, dat hij niet alleen bijzonder was, maar vooral ook zonderling. Want hetgeen hij zondags preekte, leek in contrast te zijn met hoe hij door de week leefde. In feite was hij een kluizenaar in de Gysbert Japicxstraat 82. Daar woonde hij jarenlang met zijn oude moeder en later met een huisgenote. Toen deze niet langer meer voor hem kon zorgen ging het bergafwaarts met Zelle. Op 11 mei 1983 stierf hij. Hij kwam niet opdagen in de kerkdienst in Munnekezijl. Toen werd er alarm geslagen en vond de politie hem dood, achter zijn bureau, studerend zoals altijd, dus in het harnas gestorven.

De man die het duidelijk wist te zeggen, was zelf niet in een hokje te plaatsen: hij was een Einzelgänger, een predikant die zijn gang ging in de Gereformeerde Kerken en als inwoner van Leeuwarden was hij iemand die zijn eigen leven leidde. Echte vrienden had hij niet. In Rockanje, waar hij een gemeente als herder moest dienen, was het op een mislukking uitgelopen. Een eenzaam figuur, die door zijn gedisciplineerde leven, eigenlijk in ascese levend, op zijn manier het koninkrijk Gods wilde beërven. Hij behoort nu tot de kleurrijke figuren die Leeuwarden heeft voortgebracht: het Sodom en Gomorra, maar wél zijn eigen stad, waar hij niet zonder kon.

Terug