Dorpen in Leeuwarden


N.B. Per 1 januari 2014 is het grootste deel van de gemeente Boarnsterhim bij de gemeente Leeuwarden gevoegd. Het merendeel van het archief van de gemeente Boarnsterhim - inclusief rechtsvoorgangers Idaarderadeel, Utingeradeel en Rauwerderhem - berust sinds eind 2013 bij het Historisch Centrum Leeuwarden. Inmiddels is de logistieke inpassing afgerond en kunnen belangstellenden het archief in het informatiecentrum van het HCL raadplegen. De archieftoegangen van de gemeenten Idaarderadeel, Rauwerderhem en Utingeradeel zijn aan de rechterkant van het submenu 'Archieven rechtsvoorgangers' te vinden. Het betreft, op enkele gedeponeerde archieven na, archieven van vóór 1984. Ook de bouwdossiers van de betreffende gemeenten zijn via een aparte zoekmodule raadpleegbaar op de bezoekerspc's in het informatiecentrum. Het archief van de gemeente Boarnsterhim over de periode 1984-2013 is nog niet aan het HCL overgedragen en die overdracht is de komende jaren ook nog niet te verwachten. Voor diepgravend onderzoek in de archieven van de voormalige gemeenten verdient het echter aanbeveling om van tevoren via de Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. een afspraak te maken met een terzakekundige van het HCL.

overzichtskaart herindeling
Bekijk ook de topografische kaart van de gemeente Leeuwarden op wikipedia

Dorpen in de oude gemeente Leeuwarden

Uit: Open Monumenten in de dorpen ten zuiden van Leeuwarden. Leeuwarden, 1989; auteur: drs. R.L.P. Mulder-Radetzky.

Huizum, Hempens, Teerns, Goutum, Swichum, Wirdum en Wytgaard zijn rijk aan monumenten die een bezoek alleszins rechtvaardigen. Ze liggen in het voormalige zuidelijk deel van de grietenij (na 1851 gemeente) Leeuwarderadeel. De grietenij grensde in het oosten aan Tietjerksteradeel, in het zuiden aan Idaarderadeel, in het westen aan Baarderadeel en Menaldumadeel en in het noorden aan Ferwerderadeel. Het oude Leeuwarderadeel bestond in de vroege Middeleeuwen uit een noordelijk, een middel- en het zuidelijk trimdeel. Het middelste gedeelte maakte zich aan het eind van de dertiende eeuw als stad los en die stad Leeuwarden werd in 1435 officieel erkend. Het zuidelijk trimdeel werd pas op 1 januari 1944 bij Leeuwarden gevoegd. Vanaf die datum bestrijkt de gemeente Leeuwarderadeel slechts het gebied van het voormalige noorder trimdeel met als hoofdplaats Stiens. De aanzienlijke inkrimping van Leeuwarderadeel hangt met de uitbreiding van de stad samen. Leeuwarden werd steeds meer het economische centrum in de provincie en had belang bij een groei in zuidelijke richting. Met de zuidwaartse verlegging van de gemeentegrens ging het dorp Huizum deel uitmaken van de stedelijke agglomeratie Leeuwarden.

In 1951 werd het Van Harinxmakanaal geopend om een betere scheepvaartverbinding te creëren en de ontwikkeling van de industrie te bevorderen. Aan het einde van de jaren vijftig is naast de oude dijk Rijksweg 32 aangelegd, waardoor Leeuwarden een betere verbinding met het zuiden heeft gekregen. De andere dorpen, alle gelegen ten zuiden van het genoemde kanaal, hebben hun dorpsstatus behouden doch vallen thans onder het bestuur van Leeuwarden.


Beknopte geschiedenis
Het zuidelijke gebied van het voormalig Leeuwarderadeel bewaart zowel landschappelijk als qua nederzettingspatroon veel sporen van een rijke geschiedenis. Het landschap wordt bepaald door een noord-zuid lopende kwelderrug die langs de Middelzee is ontstaan. Uit de periode toen een groot deel van het gebied ten zuiden van Leeuwarden bloot stond aan de invloed van de zee, zijn tot op heden nog de bochtige waterlopen van oude slenken bewaard gebleven. Gedeelten hiervan zijn later opgenomen in de vaarwegen die de dorpen onderling verbonden. Deze oeroude resten kan men nog in het huidige landschap waarnemen.

Op de kwelderruggen verrezen de eerste nederzettingen, die al in de Romeinse tijd bewoond waren, getuige de archeologische vondsten, die thans in het Fries Museum worden bewaard. De terpen waren opgeworpen in verband met het rijzen van de zeespiegel, vooral in de periode tussen ongeveer 300 en 800 na Chr. Ze boden een veilige woonplaats voor de bewoners. Een aantal terpen groeide uit tot terpdorpen. Omstreeks 1200 werden de eerste stenen kerken gesticht. De kerken vormen tot op vandaag opvallende oriëntatiepunten in het landschap. Samen met de boerderijen zijn zij de oudste en belangrijkste bebouwingselementen in het huidige landschap ten zuiden van Leeuwarden. De boerderijen zijn greidboerderijen, vanwege de goede kleigrond die zeer geschikt was voor het weiden van vee. Tot in de zeventiende eeuw kwam echter ook akkerbouw voor. Naast kerk en hoeve waren stins en state zeer belangrijke gebouwentypen. States en stinsen waren in bezit van de hoofdelingengeslachten ofwel de adel. Door grondbezit konden ze macht uitoefenen en bestuurlijke posities bekleden: grietman of lid van Staten en Hof. Om hun status te benadrukken lieten ze in de dorpen of erbuiten versterkte stenen huizen of stinsen bouwen. Later werden deze eerder op comfort gebouwd en zo ontstonden de staten.

De hoofdelingen vochten onderling, vooral in de vijftiende eeuw, die bekend staat als de periode van de strijd tussen Schieringers en Vetkopers. Een van de bekendste gebeurtenissen is de slag bij Barrahûs onder Wirdum, die in 1492 plaatsvond. Hier werden Bocke Harinxma en de Sneekers door de Leeuwarders en hun bondgenoten verslagen. De strijd tussen Schieringers en Vetkopers was een krachtmeting tussen de edelen van de staten op het platteland en tegelijkertijd met de machtige families uit Leeuwarden. Bij de onlusten werden onder meer de stinsen en staten van de families Camstra en Unia bij Wirdum verwoest.

Over deze stormachtige periode worden wij ingelicht door de oude kronieken, hoewel de gegevens schaars zijn. Een van de meest betrouwbare schriftelijke bronnen is de "Kroniek van Friesland" van P. Winsemius uit 1622. Hij geeft een gedetailleerde beschrijving van alle dorpen van de toenmalige grietenij Leeuwarderadeel. Hierbij noemt hij de edele staten. De meeste kunnen we in de nauwkeurige atlas van B. Schotanus uit 1698 terugvinden. De laatste geeft bij Huizum Abbingastate, bij Goutum Wiarda, bij Teerns Ublinga en bij Hempens Hiddemastate weer. Te Swichum wordt Ayttastate vermeld, terwijl onder Wirdum een concentratie van staten valt waar te nemen. Men vindt er Uniastate, Camstra, Jousma, Cammingha en Bootsmastate. Door vererving veranderden de namen van de staten wel eens. Zo heette Bootsma voorheen Camstra en Cammingha eerder Groot Oenema. Van deze voorname huizen of staten is niet één bewaard gebleven. Het aantal staten was in 1847 al sterk verminderd blijkens de kaart van W. Eekhoff; alleen Groot Oenema ten westen van Wirdum bestond toen nog. Op de plaats van enkele staten zijn boerderijen verrezen, zoals Aytta, Camstra en Unia. Ze herinneren samen met de restanten van singels en grachten aan een ver verleden.

De dorpen
Het dorp Huizum wordt door de in oorsprong vermoedelijk dertiende-eeuwse hervormde kerk gedomineerd. De nederzetting breidde zich in noordelijke en vervolgens in westelijke richting uit. De bebouwing aan de noord-zuid lopende verbinding , de Schrans, ontstond in de zeventiende eeuw. In Huizum stonden enkele staten waarvan Abbinga- en Sixmastate de bekendste waren. De laatste werd in 1883 afgebroken. Omstreeks 1800 woonden aan de Schrans talrijke ambachtslieden en winkeliers. In de negentiende eeuw vestigden zich vele renteniers aan de Schrans, de Verlengde Schrans en de landelijke Huizumerlaan. Op de plek van Abbingastate verrees omstreeks 1844 de bekende stroopfabriek van Everts, Adema & Co. Aan het einde van de eeuw werd aan de Schrans de onlangs helaas afgebroken Zuivelfabriek gesticht. Huizum was eveneens bekend van zijn vele tuinderijen. Door een grondige renovatie in de jaren-zeventig bleef het dorp zijn oude sfeer behouden.
Vanuit Huizum kan men de dorpen Hempens en Teerns via de weg naar Drachten bereiken. Van Teerns resteren, mede door de aanleg van de provinciale weg, slechts enkele boerderijen en woonhuizen. Het oude terpdorp bezat in het grijze verleden een kerk en twee staten. De kerk uit de dertiende eeuw, gewijd aan de heilige Catharina, stond in 1718 nog overeind. Later werd ze door een klokkestoel vervangen, die in 1872 werd afgebroken. In de nabijheid van het bedehuis stonden Ublinga- en Auckemastate.
Vanuit Teerns leidt naar het oosten een smalle weg naar Hempens, dat aan een doorwaadbare plaats op de kruising van de Nauwe Greuns en de oude dorpsvaart is ontstaan. De kerk op de terp staat a-centraal. Haar voorganger uit waarschijnlijk de dertiende eeuw was aan Sint Maarten gewijd. De huidige kerk is zeer jong en dateert uit 1948. Langs de Himpenserdyk en de vaart is enige bebouwing ontstaan. Ten zuiden van het dorp lag het Hempensermeer, dat in 1784 werd drooggelegd.
Terug naar de provinciale weg volgt men de weg richting Goutum, ten oosten van de oude weg naar Warga. Dit dorp is op verschillende terpen ontstaan. Op één van deze verrezen de kerk, enkele huizen en Wiardastate. Ten noordwesten van de dorpskern lag nog een terp met daarop de staten Putsma en Drinkuitsma. Met uitzondering van het monument ter plaatse van Wiardastate herinnert niets meer aan deze adellijke huizingen. Het dorp werd in de jaren-zeventig sterk uitgebreid en nog steeds is het een populair woonoord voor forensen. Vanuit Goutum kan men via de oude weg naar Warga Swichum bereiken.
Het silhouet van Swichum wordt door de dertiende-eeuwse Nicolaaskerk bepaald. Hiernaast stond tot 1912 het oude Aytta-Godshuis, een gasthuis voor behoeftige ouderen. Voorts is de karakteristieke kop-hals-romp boerderij Ayttastate het noemen waard. Vroeger stond hier Ayttastate van het gelijknamige geslacht, waarvan Viglius van Aytta de meest bekende was. Hij bekleedde belangrijke posities aan het hof van Karel V en Philips II. Haaks op de dorpsstraat loopt de Moskoureed. Deze leidt naar de polder de Grote Wargaastermeer. De oude ringdijk uit de tijd van het droogmaken is intact gebleven en is een interessant "monument" in het landschap.
De Ayttadijk verbindt Swichum in westelijke richting met Wirdum. Al in de dertiende eeuw stond hier een kerk gewijd aan Sint Maarten. Het dorp was welvarend en werd in de zeventiende en achttiende eeuw van de grietenij het hoogst aangeslagen in de floreenbelasting. Tevens had Wirdum de eerste stem bij de verkiezing van de grietman. Binnen het dorp stemde de eigenaar van Uniastate het eerst. In de negentiende eeuw breidde Wirdum zich aanzienlijk uit. Toen ontstond parallel aan de al bestaande Greate Buorren de Lytse Buorren. Ze komen beide uit op een rondweg om de kerk. De bebouwing langs de Greate Buorren heeft een interessante architectuur. Vooral het zogenaamde "pastorietype" voor kooplieden en renteniers is goed vertegenwoordigd. De eenvoudige woonhuizen met lijstgevels voor de ambachtslui en de winkeliers bepalen mede het straatbeeld.
Na de aanleg van de spoorweg in 1868 tussen Leeuwarden en Zwolle kreeg Wirdum een (inmiddels verdwenen) stationsgebouw dat tamelijk ver van de dorpskern lag. Aan het einde van de negentiende eeuw werd aan de Tjaardervaart de Zuivelfabriek gesticht. Rondom Wirdum stonden de reeds genoemde staten. Hieraan herinneren nog de boerderij Unia en de singel van de voormalige Camstrastate, beide ten noordwesten van de dorp. Ten noorden van Wirdum aan de oude Swichumerdyk staat de stelpboerderij Jousma. Daarnaast ligt de stillen en pittoreske begraafplaats van de familie Eysinga. Deze werd in 1828 aangelegd op de plaats van de reeds verdwenen Jousmastate. De aanleg van de begraafplaats houdt verband met het in 1827 uitgevaardigde verbod van koning Willem I, volgens welke het begraven van personen in kerken werd verboden.
Van Wirdum leidt de Púndyk naar Wytgaard. Daarvoor moet echter eerst de spoorlijn gepasseerd worden. Het jonge dorp Wytgaard was tot 1957 een buurschap, die onder Wirdum viel. Er woonde van oudsher een overwegend rooms-katholieke bevolking. Lang moest men genoegen nemen met een schuilkerk. Pas in 1872 gaf de parochie opdracht aan de bekende architect P.J.H. Cuypers om er een kerk te bouwen, die in 1966 helaas moest worden afgebroken. De roomse begraafplaats uit 1853 bevindt zich nog steeds in goede staat. Ten noorden van het dorp staat een fraaie stelpboerderij op de plaats van de vroegere Oud- of Klein Oenemastate, waarvan de singels en de oude boomgaard met uitzondering van de grachten onlangs zijn gerestaureerd.
Aan de oude weg naar Leeuwarden staan Oud en Nij Barrahûs. De eerste met zijn klokgevel dateert uit 1787 en vormt het restant van een boerderij die vanwege de aanleg van de spoorweg de schuur verloor. Tegenover dit gebouw staat de boerderij Nij Barrahûs waarvoor het beeld van een soldaat is geplaatst. Beide houden de herinnering levend aan het gehucht Barrahûs, waar de slag tussen Schieringers en Vetkopers plaatsvond. De oude dijk naar het noorden wordt bij Goutum gemarkeerd door het dubbele woonhuis en het naburige pompstation van de Waterleiding uit 1928. Met dit jonge monument wordt de route van de Open Monumentendag van 1989 afgesloten.

Relevante links:

Grietenijkaart Leeuwarderadeel Schotanus Atlas (c. 1720)
Nieuwe Atlas van de provincie Friesland (kaart Leeuwarderadeel 1847)
Grietenijkaart Idaarderadeel Schotanus Atlas (c. 1720)
Nieuwe Atlas van de provincie Friesland (kaart Idaarderadeel 1848)
Grietenijkaart Rauwerderhem Schotanus Atlas (c. 1720)
Nieuwe Atlas van de provincie Friesland (kaart Rauwerderhem 1849)
Grietenijkaart Menaldumadeel Schotanus Atlas (c. 1720)
Nieuwe Atlas van de provincie Friesland (kaart Menaldumadeel 1851)
Grietenijkaart Baarderadeel Schotanus Atlas (c. 1720)
Nieuwe Atlas van de provincie Friesland (kaart Baarderadeel 1844)
Registers van de Personele Impositie van 1578, w.o. de Leeuwarder dorpen (pdf-file)

Rekening over het boekjaar 1606/07 van de ontvanger-generaal van de kloosteropkomsten in Friesland, w.o. de Leeuwarder dorpen (pdf-file)