Sixma-grafkelder Huizum geopend

Luuk (6) en Emma (7) in de grafkelder in hun achtertuin. Foto: Niels Westra - Leeuwarder Courant

Tot hun verbijstering stuitten Sonja en Sander Vossenberg tijdens de aanleg van een nieuw terras in hun achtertuin op nog aanwezige menselijke resten in een grafkelder van de familie Sixma cum suis, welke door een betonnen plaat was afgedekt. Dat deze grafkelder zich daar bevond was de bewoners bekend, doch men wist niet beter dan dat de kelder in 1948 was geruimd en met puin volgestort.

Navraag bij het Historisch Centrum Leeuwarden bracht documenten aan het licht waaruit onomstotelijk bleek dat de kelder destijds weliswaar was dichtgegooid doch dat de stoffelijke resten niet naar elders zijn overgebracht. 

In een ter gelegenheid van Open Monumentendag verschenen publicatie wordt het volgende over de grafkelder vermeld:

'Ook de Sixma-Stichting wordt beheerd door de kerk. De stichting was oorspronkelijk bedoeld om huisvesting te verschaffen aan en in het levensonderhoud te voorzien van twee bejaarde vrouwen. Hun in 1930 afgebroken onderkomen stond tussen de straatnummers Huizum Dorp 61 en 64. Tevens moest uit het legaat de grafkelder van de families Sixma, Van Meijma en Trip, in de achtertuin van het pand Huizum Dorp 64, worden onderhouden. Deze grafkelder is jaren geleden met zand volgestort en met een betonplaat afgedekt. De bijbehorende (gebroken) grafsteen is spoorloos verdwenen.'

Sixma State circa 1883. Reproductie uit 1967 van een tekening van Albert Martin.
Sixmastate rond 1883. Reproductie uit 1967 van een tekening van Albert Martin.

De Sixma State stond op de hoek van de huidige Huizumerlaan en de Verlengde Schrans. Het is niet precies bekend wanneer het huis werd gebouwd. Op de kaart van Jacob van Deventer uit 1560 staat al een huis op deze plek getekend en ook op de kaarten van Bernardus Schotanus à Sterringa van 1695 uit de Schotanus Atlas van 1718 is op de hoek van de Schrans en het Huizumerpad (zo heette de Huizumerlaan toen) een woning met daarom heen bomen te zien. In 1721 werd Hobbe van Burmania (1705 – 1765) benoemd tot grietman van Leeuwarderadeel en sommige bronnen vermeld­ den dat hij Sixma State liet bouwen en dat de state daardoor eerst Burmania State werd genoemd. Uit de kaartgegevens blijkt echter dat de state er al stond voor de geboorte van Hobbe. Wel staat op de ‘Nieuw Caert van Frieslant’ uit 1739 bij de state Burmania geschreven. Historisch gezien klopt dat. In 1732 trouwde Hobbe met Helena Emerentia Lucia van Unia. In 1736 stond de state te koop en werd door Burmania gekocht. Het lijkt logisch dat de state naar de inwoner werd genoemd en Burmania State ging heten en als zodanig ook op de kaart uit 1739 terecht is gekomen. In een verkoopakte uit 1736 staat een uitgebreide beschrij­ving van Sixma State:

"Een voorhuys met een glase kasje, een kamer in de hovinge uitziende met twee bedsteden en porseleynkast, blauwe en witte vloer, een Woonkelder met een bed­stede, perceleyn kasje, een blauwe watersteen, pomp met koperen kranen, grote bovenkamer met houten vloer, een schone kleerkast, een royale Kleersolder en turfsolder yder apart, een bierkelder, Regenwaterbak, een grote stallinge voor 24 paarden, nog een voor 6 paarden, nog een voor 10 koeijen apart, een grote hooysolder alwaer wel 50 weijden hooi kunnen worden geplaatst, nog een stroozolder yder meede apart, Somerhuis in de hovinge aan de Weg voorsien met een solder”.

De oppervlakte van het terrein van Sixma State bedroeg 12 Pondemaat (±4 hectare), waarvan 3 hectare bestond uit bos en tuinen:

"een Lindenbosch, Linde en Noteboomen. Allees, BloemTuin, Wandelbosjes, Vijvers, Laanties en opgaande vruchtboomen, alle in perselen met vraije heggen in hare perken verdeeld als mede moes en keukentuinen, aspergebedden enz. Nog een wandelterras de lengte van de plaats beslaande.... een spacieus Somerhuis off Zalloncoepelswijze gegipst en behangen met gouden Leer” .

Na Burmania kwam de state in eigendom bij Jonkheer Bartel Tjalling Douwma van Sixma, getrouwd met Fokel Barber van Beyma. Zeer waarschijnlijk is toen de naam van het buiten veranderd in Sixma State. Jhr. Bartel Tjalling Douwma van Sixma stierf op Sixma State in 1809 als laatste mannelijke afstammeling van zijn geslacht en werd bijgezet in een grafkelder in Huizum Dorp.

Uit Johan Dalstra's 'Grepen uit de geschiedenis van Huizum'  wordt het onderstaande vermeld:

Achter het pand Huizum Dorp 64 ligt nog een grafkelder van de families Sixma, Van Beijma en Trip. Daarin zijn de stoffelijke overschotten bijgezet van: Fokel Berber van Beijma en haar echtgenoot jonkheer Bartel Douwe Tjalling van Sixma, een uit dat huwelijk geboren zoon en diens echtgenote Geertrui Trip. Een familielid van haar, mr. Hendrik Trip uit Bilthoven, was de laatst bekende eigenaar van de grafkelder.

De kelder was gedekt met een zeer oude grafzerk met familiewapens. Volgens een beschrijving van het in de 19de eeuw verschenen blad De Wapenbroeder was de zerk afkomstig uit de kerk van Ried. Helaas is de steen omstreeks 1980 ver­dwenen. Na de Tweede Wereldoorlog bleek dat de grafkelder lekte en vol water stond. Daardoor ontstond stankoverlast.

De gemeente Leeuwarden heeft toen de grafzerk weggehaald en de kelder gevuld met zand. De zerk werd daarna niet weer op zijn plaats gelegd. Een afstammeling van de familie Trip liet daarna aan de bewoner van het bij de grafkelder staande huis weten, dat ze met de zerk, die elders in de tuin lag, mochten doen wat ze wilden. Bij de aanleg en bouw van de woningen aan de Pieter Meeterstraat en Tjallingaweg heeft een sloper op verzoek van de bewoners de zerk weggehaald. 

Lees meer over de vondst in de Leeuwarder Courant van 24 mei 2016.

Terug