Opa Theo Velsink


Interview door: Harm Vrij (13 jaar), leerling Piter Jelles Aldlân


Introductie

theo_velsink_01.jpg 

Naam: Drs. Theo A. Velsink
Geboortedatum: 25 januari 1941
Straat :   Eerst Peperstraat, toen Klein Vaartzicht in Huizum
Samenstelling gezin: Theo woonde samen met een vader, een moeder, twee  broers en twee zussen.
Beroep vader: tandarts       
Beroep moeder: huisvrouw
Naam school:  de basisschool heette  de Hofschool en de middelbare school het Stedelijk Gymnasium.

Waar heeft u in Leeuwarden gewoond in de jaren 50 en 60 en met wie?
Toen ik op de kleuterschool zat (bij juffrouw Bender in de Bagijnestraat) en op de lagere school, de Hofschool, woonde ik in de binnenstad van Leeuwarden tegenover de Waag, hoek Peperstraat/Wirdumerdijk,  op de eerste en tweede etage. Ik woonde daar met mijn ouders en mijn broers Albert en Willem en later mijn zusters Stephanie en Hennie en een hond. Mijn vader had daar een tandartsenpraktijk. Toen ik op de middelbare school zat, het Stedelijk Gymnasium, verhuisden wij naar Vaartzicht, een villa in Huizum met een grote tuin, te midden van boomgaarden aan de Potmarge gelegen. Tegen het eind van de middelbare school zijn we verhuisd naar de Harlingerstraatweg. Daar ben ik later weer gaan wonen. Wij hadden een vast dienstmeisje en een werkster voor het grovere werk.

Wat voor huisdieren had u?
Op de Peperstraat hadden we een hond, een Cocker Spaniel. Die Cocker Spaniel lieten we uit in de binnenstad en die trok wel eens zijn poot op tegen de sla van groenteboer Dames. Vanuit de erker zagen we later die krop sla verkocht worden. Op Vaartzicht hadden we naast de hond ook schildpadden, konijnen, kanarievogels, marmotten, goudvissen, cavia's en witte muizen. Op de Harlingerstraatweg hadden we weer alleen nog een hond, weer een Cocker Spaniel. Mijn moeder was dol op Cocker Spaniels.

Hoe ging u naar school?
Op de lagere school liep ik naar school. De Hofschool zat aan het Gouverneursplein. Nu zit daar Parnas. Tijdens de middelbare school ging ik vanuit Huizum op de fiets en moest ik twee kilometer fietsen, langs het Kerkepad.

Wat deed u in uw vrije tijd na school?
Bij juffrouw Bender - en dat was op de kleuterschool - kreeg ik zwemles in het zwembad De Overdekte bij de Fonteinstraat. Op de lagere school gingen we vooral buiten spelen bij de Waag. Wij woonden toen in de binnenstad. Later woonde ik in Huizum in Huize Vaartzicht. Daar hadden we een grote tuin, waar we veel in speelden. Ook kanode ik in de Potmarge. Ik was bij de zeeverkenners. Bij de zeeverkenners zeilden we op een aak, die in de winter vooral geschuurd en gemenied en gelakt moest worden. Op de lagere school had ik blokfluitles. Toen ik op het Gymnasium zat werd ik lid van de hockeyclub LHC; de Leeuwarder Hockey Club. Nog later ging ik op school ook toneel en cabaret doen op de schoolavonden. In die tijd zeilden we ook in een Valk die in Grouw lag. Direct na de lessen, op zaterdag na 13.00 uur, fietsten we met de zeilzakken naar de trein om naar Grouw te gaan. Op de middelbare school had ik pianolessen. In de winter schaatsten we en ook heb ik toen voor het eerst geskied, op houten skies in Zwitserland.

Welk kleding droeg u vroeger in de jaren 50?
Op de lagere school droeg ik in de zomer een korte broek met lange kousen en een blouse. In de eerste klas van het Gymnasium droeg ik een lange broek, een zogenaamde Plusfour. Dat was een broek met een beetje een ballonkuit, ook wel een drollenvanger genaamd, en daarbij geruite kousen. Verder een blouse met een trui of pullover als het kouder was. In de zomer had ik sandalen aan en in de winter had ik dichte schoenen. Als het sneeuwde droeg ik over de schoenen nog overschoenen. Dat waren een soort plastic omhulsels, over de schoenen. In de eerste klassen van de middelbare school droeg ik ook altijd een colbertje en een stropdas.

Wat voor winkels waren er toen?
Er waren toen veel kleine zelfstandige winkeliers: de bakker (in Leeuwarden bakker Halbertsma en in Huizum bakker Schaafsma voor het bruine brood en bakker Hilwerda voor het witte brood), de slager (slager Visser in Huizum en in de binnenstad slager Bakker in de Sint Jacobstraat, die er nog steeds is), de groenteboer (Dames op het hoekje Nieuwestad en Fahner in het Naauw), de kruidenier (Bloemsma in de Oude Oosterstraat en in Huizum kruidenier Oudendag bij de brug over de Wirdumervaart), de melkboer (in Huizum Keimpe Keimpema), de drogist (Pietje Plantinga in de Sint Jacobstraat, tevens fotohandelaar), de boekwinkel Van der Velde aan de Nieuwestad. Mijn moeder kocht ook wel groente en fruit op de markt, wat door de groenteboer thuis werd afgeleverd in verband met de grote hoeveelheden die er besteld werden.

Naar wat voor muziek luisterde u vroeger?
In die tijd luisterden we naar jazzmuziek zoals Louis Armstrong (die ook wel Satchmo werd genoemd) en Fats Domino. Fats Domino is bekend van Blueberry Hill en Blue Monday. Louis Armstrong is bekend van "All that meat and no potatoes." Ook luisterden we wel naar Pat Boon (Love letters in the sand) en Buddy Holly (Peggy Sue). In de jaren zestig, toen studeerde ik al Geneeskunde in Groningen, toen kwamen de Beatles en de Rolling Stones. Ik was meer fan van de Beatles.

Waren er ook feesten in de stad?
Elk jaar was er kermis op het Zaailand. Dat lawaai konden we goed horen, met zuidwestenwind. Op Koninginnedag was er ook altijd een kleine kermis met spelen als paalklimmen en ringsteken. Met de intocht van Sinterklaas zaten we op de eerste rij.

Op het Gymnasium hadden we schoolfeesten in de Harmonie. In de eerste klas gingen ook je ouders mee om een oogje in het zeil te houden.

Wat deed u in de vakantie?
Toen ik op lagere school, de Hofschool, zat gingen we niet alleen in de weekends maar ook in de vakanties met de boot weg; een ouderwetse Bakdekkruiser (een smalle wat ronde boot) waarbij we dan ook de Valk meenamen. We voeren ook wel tochten over de rivieren de IJssel, Rijn en Waal naar de Biesbosch.

Op de middelbare school gingen wij ook wel naar het buitenland. Toen ik 15/16 was liftte ik met een vriend, Jan Peter, naar Oostenrijk en Zwitserland, naar zijn ouders.

Ik heb in die tijd ook voor het eerst geskied. Ik zou ook met een vriend een fietstocht maken naar zijn tante in 's Gravenhage, waarvoor wij lid geworden zijn van de NJHC (Nederlandse Jeugdherberg Centrale). Vanwege astmatische aanvallen van mijn vriend gingen we op de heenweg met de fiets in de trein en vanwege diezelfde aanvallen gingen we ook weer terug met de trein. We hebben eigenlijk geen jeugdherberg gezien.

Van welke verenigingen was u lid?
Ik was dus lid van zeeverkenners, later van de hockeyclub en de LGC (Leeuwarder Gymnasiasten Club). Bij de LGC zat ik zowel bij de junioren als de senioren in het bestuur. Ook deed ik op school mee met toneelvoorstellingen en cabaret.

Dank voor het interview
Graag gedaan.


Conclusie

  • Vond je het interviewen leuk / niet leuk + waarom?
  • Wat viel je op aan het interviewen?
  • Korte vergelijking tussen jeugd van geïnterviewden en die van jou.


Terug naar overzicht interviews