Een lijst met Leeuwarder burgers uit 1492


Meindert Schroor

De jaren 1481-1515 vormen een overgangsperiode in de historie van Leeuwarden. We kunnen dit tijdvak globaal in twee fasen verdelen, met het jaar 1492 als scharnierpunt. Cruciaal is dat de Leeuwarder burgerij aan het einde van de eerste fase, na een op en neer gaande strijd tegen zijn voornaamste tegenstanders. de hoofdelingen, het heft, dat wil zeggen het stadsbestuur in eigen handen wist te krijgen. In de tweede fase werd deze nog wankele machtbasis geconsolideerd. Daartoe verbond de vetkopersgezinde burgerij zich aanvankelijk met de stad Groningen. Aan het einde van de periode committeerde zij zich echter aan het bewind van Karel V, na een Schierings intermezzo ten tijde van de Saksers (1498-1512). Een reeks in 1515 ingeluide tegemoetkomingen van de keizer en zijn stadhouder aan de Leeuwarder burgerij was de beloning. Wanneer we deze ontwikkeling enigszins chargerend samenvatten, kunnen we zeggen dat de ‘voorhoede’ van de burgerij, het patriciaat, in eerste instantie baas in eigen huis werd en vervolgens meemaakte dat Leeuwarden de hoofdstad van Friesland werd.

Naast de politieke en maatschappelijk gevolgen van de komst van een centraal bewind springt voor de praktijk van het historisch onderzoek het ineens vrij rijk vloeiende bronnenmateriaal in het oog. Als de belangrijkste bronnen voor Leeuwarden noemen we de door Vries uitgegeven en becommentarieerde Stedstiole uit de jaren 1502-1504 en het uit 1511 daterende Register van den Aanbreng. Onverlet het historisch belang van deze nauwelijks te vergelijken-want zeer uiteenlopende- bronnen, te weten een gerechtelijk register, respectievelijk een belastingkohier, hebben beide een gemeenschappelijke betekenis. Deze schuilt in de omstandigheid dat zij een groot aantel namen bevatten. Een belangrijk deel van de Leeuwarder bevolking is er gedurende een kleine doorsnede van de tijd, dan wel op één en hetzelfde moment in opgenomen. We weten zo tenminste van een aantal mensen, dat zij ten tijde van het optekenen ervan in de stad woonachtig waren. De in een groot aantal losse stukken, oorkonden en dergelijk voorkomende personen kunnen ermee worden vergeleken. Tegen die achtergrond vormt de in deze bijdrage uitgegeven burgerlijkst uit 1492 een welkome aanvulling op beide genoemde bronnen. Deze lijst is bovendien het oudste document waarop een flink aantal Leeuwarders voorkomen; Leeuwarders, die- zoals we verderop proberen aan te tonen- goeddeels tot de vetkoperse partij behoorden.

Klik hier voor meer informatie betreffende de achtergronden van de hieronder weergegeven lijst.

Middels het aanklikken van de coderingen achter de namen springt U naar de desbetreffende personen in de lijst. Daarnaast kunt U middels het aanklikken van de afgebeelde originelen in een apart venster een uitvergrote versie van de beschreven lijsten bekijken.

lijst1492-2lijst1492-1



 
Abba tapper K-261 Jacob fleiskhouwer S-107
Abba temerman O-068 Jacob Heynaz K-258
Adam Albertsz S-126 Jacob Jansz K-263
Adam schomaker K-229 Jacob Hille zwagher O-043
Aelke en Heyna S-143 Jacob mesmaker S-095
Aelke Wyties O-040 Jacob scholapper O-072
Aernd tichegelar O-007 Jaytia Hilbrandsz K-282
Aesgha Aesghez S-121 Jan backer O-042
Agga schomaker O-069 Jan corfmaker S-114
Ayts Gowerts K-274 Jan Dierts H-181
Albert mesmaker S-096 Jan Eelkis O-066
Alyd Hilbrants S-158 Jan Fock K-257
Allert Claesz S-087 Jan goldsmit S-134
Allert Doedis S-159 Jan van Hoghem S-155
Andreas marser S-142 Jan Hansz S-147
Andreas slotemaker O-009 Jan kannemaker S-116
(olde) Andreas slotemaker O-018 Jan Luddis K-228
Ansck fulnayers K-227 Jan Petersz K-233
Atta backer S-136 Jan Pouwelsz H-182
Auka smid H-196 Jan schergher K-254
Baernd backer K-244 Jan schroer S-093
Baernd schomaker K-272 Jan schutefergie H-178
Baernd slotemaker S-110 Jan Sipkis H-189
Bauka dragher O-053 Jan Wybis K-275
Bauka timmerman K-222 Jan van Zutphen S-094
Bocka pelser K-270 Janka wielmaker O-055
Botta schomaker H-170 Jarich beste kynd S-144
Katheryn gheritsz H-176 Jarich goldsmit K-238
Katherina Ockis O-048 Jarich smid K-268
(Lytke) Kempa H-211 Jarigh schomaker O-032
Claes backer K-256 Jella smid O-078
Claes cuper H-200 Jelmer goldsmit S-098
Claes goldsmit S-103 Johan Benedix H-173
Claes poerties H-208 Johan schomaker O-051
Claes Reynersz S-130 Johan Sybrens O-080
Claes Roesties S-088 Johannes Groch S-102
Claes schomaker O-060 Jorerd Jantiama K-277
Claes steenbicker O-057 Jorerd scroer K-234
Coert Gheritsz S-084 Jourick smid O-076
(schipper)Diert H-163 Jw backer 0-073
Dyewer H-164 Lyoeds Aerndsz O-025
Diewer backster O-027 Lyuwa schomaker S-135
(meister) Dirck O-050 Lyuwa schroer O-064
Dirck backer H-195 Luitzen Jacobs H-194
Dirck femkis H-210 Marten en Frouck S-151
Dirck Guliker O-061 Meynta merser K-249
Dirck Jansz S-104 Menna schroer O-039
Dirck Menglen S-133 Micheel barbier S-092
Dirck Nauschut S-141 Obba stilgemaker S-150
Dirck pelser K-269 Oentie O-026
Dirck schroer(s) O-011 Ogha steenbicker O-044
Doeda Hoecklander S-127 Otta Jansz S-146
Doeka Gralda K-245 Peer steenbicker H-191
(schipper) Douwa S-117 Peer waijman K-280
Douwa fisker O-003 Peter backer S-085
Douwa smit O-071 Peter Bras S-137
Eelck flaschouwer S-108 Peter Claes K-259
Eerka Sickaz H-168 Peter Gheritsz K-247
Egbert olysleker H-213 Peter Hollander K-230
Elbrich mathijs S-129 Peter Jansz K-281
Engbert kistenmaker O-067 Peter kistenmaker H-184
Epa Wiglis K-248 Peter Naenkis O-059
Ewert backer O-017 Peter pelser O-015
Ewert brouwer H-172 Peter Petersz S-149
Ewert marser H-162 Peter schomaker H-201
Ewert speelman O-034 Peter stilgemaker O-020
Fedda cuper H-120 Peter weuer O-013
Fedda flaesckhouwer S-124 Poppa schomaker O-074
(schipper) Folkert K-266 Pouwels Albertsz O-054
Fokel kannemaker S-119 Pouwels schroer K-265
Folkert schomaker O-045 Pouwels scriwer O-010
Folpert backer O-001 Reyn backer O-029
Foppa Buwaz H-202 Reyner merser O-049
Foppa cuper K-225 Reyner schomaker K-264
Foppa Matthijsz H-185 Reimad Bennerts S-131
Frerick corfmaker K-226 Remad Peters wedue S-123
Frerick Petersz K-242 (magister) Remeren H-204
Fungher Jansz O-023 Renick pelser O-041
Gheert Jacobswed. S-115 Repka ketelboeter K-239
Gheert waynman K-253 Rioerd smid O-079
Gherbren Heynasz K-231 (meister) Roliff S-120
Gherbrich backster H-180 Roliff fleiskhouwer O-075
Gherliff bij Nyahow H-188 Romeren schroer K-221
Gherit brouwer O-081 Romka schroer S-113
Gherit Foppaz O-028 Romks Takaz O-006
Gherit Jacobsz H-193 Sibbel Sybets H-216
Gherit kistemaker H-205 Sybet Aggaz S-086
Gherit Middelar K-240 Sybren Jorertsz H-174
Gherit olysleker H-179 Sybren mouler O-082
Gherit schomaker O-037 Sicka marser O-022
Gherit scroer O-036 Symen droechscherge S-090
Gherit Tumesz H-214 Simen Jansz S-157
Gherrit Lutties S-083 Simen Pouwelsz K-241
Gherrit saelmaker H-160 Simen swirdfegher O-005
Ghest fiskers O-047 Sipka ende Jantien K-224
Ghoert marser O-024 Sipka Semkaz O-014
Goesen backer K-278 Sittia schomaker H-186
Gossa schomaker O-031 Syuck backer H-169
(Manka) Haya H-217 Syurd kynd K-250
Haya smid K-279 Sywrd Wibis H-165
Hans Jwkaz K-267 Sneker Janka K-251
Hans kistenmaker O-038 Steuen backer K-235
Hans pelser K-237 Swaen backster H-171
Hans schroer H-199 Taka Wybrantsma O-070
Hans scroer O-019 Tiaerd Baukis K-252
Haringh smit O-002 Tiaerd pelser S-111
(Lange) Harmen H-187 Tiaerd schomaker O-077
Harmen backer S-148 Tiaerd schomaker oppa hoeck H-198
Harmen flaschouwer S-112 Tiarck fleysker S-154
Harmen oppa camp H-209 Tiarck dy Krolla H-161
Harmen holtsagher K-246 Tiarck Peersz K-276
Harmen Jansz S-097 Thys kokenbacker H-219
Harmen leydecker O-033 Tietie Beentiama O-012
Harmen marser K-255 Timen Frericksz S-089
Harmen pelser K-243 Ubla Tipkaz O-004
Heyna O-058 Wbla weuer H-197
Heyna goldsmit S-105 Waltia tapper H-167
Heyna ketelboeter H-167 Werner boghemaker O-016
Heyna marser O-021 Wyba backer S-152
Heyna pelser H-207 Wyba temmerman H-190
Heyna schomaker O-065 Wybren goldsmit S-099
Hemma scriwer H-218 Wybren pelser H-212
Henrick to Auldehow O-052 Wigla schomaker K-262
Henrick backer H-177 Wilka Claesz S-140
Henrick Baerndsz H-175 Wilka weuer S-153
Henrick van den Bergh S-106 Willa Heentiama S-145
Henrick coperslagher S-101 Willem Aerndsz H-215
Henrick huusman S-138 Willem Albertsz S-156
Henrick Jansz O-046 Willem Claesz K-232
Henrick Kriel S-125 Willem hoedmaker S-109
Herpert cuper S-132 Willem kannemaker K-273
Hetta en Jel O-062 Willem schomaker O-030
Hilbrant Sickis K-223 Willem smit O-056
Hugha ferwer S-122 Willem tripmaker S-091
Huma schomaker S-118 Willem weuer K-260
Huma tapperswedue O-063 Wypka backer H-203
Jacla steenbicker H-192 Wyts Aerndsma K-271
Jacob Aedzerts S-100 Wyttie byldsnyder O-008
Jacob Ayties H-183 (maester) Wolter S-128
Jacob cuper K-236 Wolter schomaker H-166
Jacob Feddaz H-206 Ysbrand goldsmit S-139

AULDAHOWSTERA ESPEL

 

1. Folpert backer xiii (13) rijnsgl

Komt voor in de Leeuwarder Stedstiole (LST) 242 vanwege een kwestie met (Tiaard) Burmania inzake de leverantie van broden van te licht gewicht.

2. Haringh smit vi (6) rijnsgl

 

3. Douwa fisker ii (2) enkel golden en ix (9) st

In 1503 mogelijk niet meer in leven. Zijn zoon komt als ‘feya douwa fiskers zin’ in LST 152 voor.

4. Ubla Sipkaz vj (5½) enkel golden

Als Abla Sipka zin komt hij in 1501 voor in get geschil tussen Renick en Epa Camstra, de zonen van de in 1494 overleden Pieter Camstra, en de stad Leeuwarden

 

(OFO II 200 em 201). Pieter zou in 1492/1493 brand hebben gesticht in de schoorsteen van het huis van Ubla. Hij komt als Aeble Sipkaz voor op een uit 1494 daterend document (Singels, 81). ‘abla sipka hws’ wordt onder LST 118 genoemd.

5. Simen swirdfegher ij (1½) enkel golden

Sijmon Zweertslager huurde in 1511 een huis met stede van Gerrijt Jacopz. in het Oldehoofster Espel (RvdA I, 23, 21). Hij was bezitter van een huis in de nabijheid (RvdA 1, 24.5).

6. Romka Takaz iii (3) enkel golden

In 1511 bezit een zekere Romke een eigen kamer in Hoekster-espel (RvdA 37.1)

7. Aernd tichgelar ij (1½) rijnsgl

De eerste tichelaar die in Leeuwarden wordt vermeld. Wellicht identiek aan Aernt Pieters. Die was in 1511 voogd van de St. Vitus (OFO IV 206), zie Schuur (bijlage 4, nr.4) en een broer van Arent Gerbrants. De laatste was schepen van 1518-1522, 1525 (vóór Jacobi) en 1532-1539. Diens zoon Gerbrant Arentsz bezat in 1555 een tichelwerk aan het Noord-vliet (Eekhoff, Geschiedk. Beschrijving, I, 181; Schroor, 179). De naam Tichelstraat herinnert aan dit tichelwerk. Hij was schepen tussen 1545 en 1558. Mogelijk was Arend tichelaar een oom van hem. Aernt Pieters, alias tichelar, was in 1511 eigenaar van 20 pm. die samen met andere landerijen door Wopke Mellezoon (1512 Vopka bij fleet, OFO IV 216) werden gepacht en deel uitmaakten van de latere plaats met het floeennr. 264. Deze landerijen lagen op dezelfde plaats als het tichelwerk. In de zestiende eeuw en daarna was de ‘pleats’ bekend onder de naam Anna Harinckzate (Mol, Aenbreng, 45.4; Schroor, 172).

8. Wyttie byldsnyer j (½) rijnsgl

 

9. Andreas slotemaker xvii (17) st

 

10. Pouwels scriwer iij (2½) rijnsgl

Komt voor in 1482 (Eekhoff, Inventaris no. 64 d.d. 17-1-1482). In 1483 wordt ‘dy steed nest Pouwels scriuers’ verkocht (OFO I 1329) Treedt nog als copiïst (notarius oft een oirken des Heilighen Romerschen Ryxes) van de Leeuwarder gildeweversrol op in 1499 (Singels, 40). Volgens Vries (Hemma Oddazin, 1981,218) was hij echter geen stadsschrijver van Leeuwarden.

11. Dirck schroers iii(3) rijnsgl

Misschien dezelfde als de kort voor 9 maart 1493 overldeden prebendaris Diricus Sartoris, ‘ciuis nostri Lewerdensis opidi’. Deze her Dirk schroer bediende de prebende in de kapel van het Sint Jacobs Gasthuis (SAG 73b) Zijn zoon Thelesforus volgde hem toen op. Onder KST 236 is sprake van ‘dirck scroers zinnen’. In 1511 was er sprake van twee Dirck scroers: een in Keimpema-espel (RvdA10.5) en een in Minnema-espel (RvdA 1611). In 1509 pacht de laatsgenoemde een huis van Frans Minnema (OFO IV 187.30). De eerstgenoemde vinden we terug in de Registers van opbrengsten der taxatiegelden (Gal,L83,fol.45) Het is niet duidelijk of Dirck schroers de eerstgenoemde of één van de beide laatstgenoemde is

12. Tietie Beentiama vyf rijngl

Wordt in 1505 ‘myn oldemoeder Tietje Beentiama’ genoemd door Anscke, Johan Sybrands Auckama dr. (SAG 93). In dat jaar trad de laatste als zuster te Fiswerd in. Waarschijnlijk een zuster van Sibit Beentiama (o.a. 1464,OFO 1174).

13. Peter wever xxxvi (36)st.

Komt in 1511 tweemaal voor in Oldehoofster-espel als eigenaar van een huis (RvdA 20.16, resp.21.15)

14. Sipka Semkaz in (1) golden rijnsgl

Komt voor in de LST 58, terwijl zijn vrouw Hil in LST 140 wordt vermeld.

15. Peter pelser en (1) golden rijnsgl

Een Dirck Peter pelser zen komt als getuige voor in het uit 1481 daterende testament van Aeda Keimpo zn. Jonghama (OFO 1307). In 1511 bezat Peter pelser een huis in Hoekster-espel (RvdA 29.20). In 1532 woonde hij in Keimpema-espel (Gal, L 83, fol.45). Zijn weduwe Tyeydt wordt in 1538 genoemd (RB, d.d. 29-3-1538).

16. Werner boghemaker xxii (22)st

 

17. Ewert backer iiii (4) st

Een zekere Ewert Gerlijffz bezit in 1511 twee huizen en twee huissteden. Een huis in Oldehoofster-espel heet dan ‘allheel verbrant’ (RvdA 28.r.24). Mogelijk was hij in 1538 nog in leven (Ewerdt backer in RB, d.d. 16-8-1538).

18. Olde Andreas slotemaker en (1) rijnsgl

 

19. Hans schroer iiii (4) rijnsgl

In 1478 woont een Hans scroeder in de Hoeghestraete (SAG 54).

20. Peter stilgemaker iii (3) rijnsgl iiii (4) st bet iij (2½) rijngl oen koyt

 

21. Heyna marser iii (3) rijnsgl

 

22. Sicka marser xxiiii (24) st

Komt in LST voor als Sicka merser. Hij huurde een huis van Anske Hohan Sybrensdr. die dit huis in 1505 vermaakte aan de Grauwe Bagijnen (SAG 93). In Hoekster-espel bezat in 1511 een zekere Sicka een kamer en een huis (RvdA 36.2/3).

23.Fungher Jansz vijf rijnsgl

Komt voor in LST 228. Woonde waarschijnlijk op de Nieuwestad. Leefde mogelijk nog in 1538 (RB, p. 103).

24. Ghoert marser ii (2) rijnsgl

In het SnRec. is in 1494 sprake van een ‘goert van lewerden’. In de aanbreng van Camminghaburen 1512 en 1517/1526 (OFO IV 216 en 228) is sprake van een ‘goerd to jeelgerhuus’ die aan Achter de Hoven moet hebben gewoond en aldaar veehouder was. Waarschijnlijk betreft het hier twee verschillende personen.

25. Lyoeds Aernds xii (12) st


26. Oentie en (1) rijnsgl

Wellicht identiek aan Scipper Oenthie, wiens huis in Oldehoofster-espel in 1511 afbrandde (RvdA 26.8)

27. Eiewer backster vj (5½) rijnsgl


28. Gherit Foppaz vijf rijnsgl

In 1494 komt errith Foppa zoen als naastligger met land in de Keeg voor (OFO I,410). In 1511 blijkt Gerrit pfophijes een huis te huren in minnema-espel (RvdA 26.8).

29. Reyn backer xxxix (39) st

Zijn naam komt in 1492 voor op de achterzijde van het bestand tussen Bocka Harinxma en Sneek, c.s. met Leeuwarden. Dit bestand dateert van de 28 juni. De aantekening van de hand van Hemma Oddazin is gedagteken ‘sabbato post jacobi’, d.w.z. 28 juli d.a.v. (OFO II 183). Rinthije backer en zijn vrouw Katharina verkopen in 1502 land in Vlietsterfenne aan Wybe Gerrits (OFO IV 129). Hij bezit in 1511 een eigen huis in Oldehoofster-espel (RvdA 25.27) Hij komt tevens in een aanslagenlijst uit 1517/1526 voor (OFO IV 228.99) In 1532 was hij nog in leven en woonachtig in hetzelfde espel. GaL, L83,fol 51 en 57).

30.Willem schomaker xvi (16) st

Hij bewoont in 1511 een eigen huis in Oldehoofster-espel (RvdA 25.6).

31 Gossa schomaker ii (2) rijnsgl

Waarschijnlijk vóór 1511 overleden. Zijn zoon Jelle Gossesz bewoonde een eigen huis in Oldehoofster- espel (RvdA 25.17) en was eigenaar van een huis in de nabijheid (RvdA 25.17).

32. Jarigh schomaker en (1) rijnsgl

In 1511 worden twee Jarichs vermeldt in Oldehoofster-espel, te weten Jarich upt Schille huus (RvdA 23.8) en Jarich Hiddes (RvdA 25.22). Uit een vergelijking van de (veronderstelde) volgorde valt op te maken dat Jarigh schomaker waarschijnlijk dezelfde is als Jarigh Hiddes. In 1532 was hij niet meer in leven. Er is dan sprake van ‘Meijns Jarichs wedue’ (GaL, L 83, fol. 53) en Jarigh schomakers weduwe’ (ibid, fol. 54).

33. Harmen leydecker viii (8) rijnsgl


34. Ewert speelman v (5) st

Mogelijk dezelfde als Ewert int (gulden) Anker (LST 39, 204). Euert in het Ancker leefde nog in 1533 (AS, fol. 151).

35.Heyna schomaker x (10) phs

Komt in de LST voor onder nrs. 95, 101, 172 en 174.

36. Gherit schroer xiiii (14) st

Hij komt in de LST voor als gheert scroer onder nrs. 86 en 260.

37. Gherit schomaker iiij (3½) rijnsgl

Gherit schomaker komt tezamen met zijn vrouw Foekel reeds in 1464 voor als verkoper van land in de nabijheid van de galg naast Janthiemafenne aan Sibet Beenthiama. In 1509 blijkt hij nog in leven en voor te komen op de lijst van grond-en huispachten van Frans Minnema (OFO IV 187.33). In het RvdA komt hij niet meer, dan wel zonder patronymicum voor, zodat hij wellicht rond 1510 is overleden.

38. Hans kistemaker ii (2) rijnsgl

In de LST is onder nr. 162 sprake van ‘Hans kistemaker ende sin feint’. In 1508 komt hij weer voor als naastligger van Dodo Wibrande, prbendaris te Oldehove. Zijn huis is dan eigendom van Johan Sybrens Auckama (OFO II 224 ). De laatstgenoemde moet tussen 1508 en 1511 overleden zijn, want in 1511 blijkt zijn zoon Peter Jans eigenaar van het huis dat Hans kistemaker in Oldehoofster -espel bewoond (RvdA 24,22).

39. Menna schroer xxx (30) st

Geen familie (sic!) Komt in de LST voor onder de nrs. 82, 84 en 104. In 1511 bewoonde hij een huurhuis in Hoekster-espel (RvdA 29.2).

40.Aelke Wytties xxvi (26) st

Een ‘Ayl Jan wilties wedue’ komt voor in LST 163. Haar huis in Oldehoofster-espel werd bij de brand van 1511 verwoest (RvdA 26.3) In 1538 kwam haar naam nog voor als Aeltye Wytiez (RB, d.d. 16-11-1538).

41. Renick pelser ii (2) rijnsgl

Bewoonde in 1511 een eigen huis in Oldehoofster-espel (RvdA 25.24).

42. Jan backer iiii (4) enkel gulden

Is niet te vinden in het Register van dan Aanbreng. Dat hij voor 1532 overleed valt op te maket uit de Registers van opbrengsten der taxatiegelden uit dat jaar. In Oldehoorster-espel wordt zijn weduwe genoemd (d.d. 11 juni). Later dat jaar vinden we een Jan backer in het Sint Jacobs Gasthuis, ongetwijfeld een andere persoon dan de hier vermelde (GaL. L 83, fols. 48,59).

43. Jacob Hille zwagher xiiii (14) st

Is vermoedelijk dezelfde als in LST 8 genoemde Jacob Hillis. Deze komt eveneens in het tegister van grondpachten van Frans Minnema uit 1509 (OFO IV 187.7) en bovendien in de uit ca. 1523 daterende aanslagen voor de jaartax in Camminghaburen (OFO IV 228.82).

44. Ogha steenbicker ii (2) rijnsgl

Mogelijk dezelfde als de onder LST 3 en 4 vermelde’ogha ter sluus’. In dat geval woonde hij bij het Verlaat, dat eigendom was van de Sint Vitusparochie.

45. Folkert schomaker iiii (4) rijnsgl

In het Kerkerekeningboek van Bozum komt een Folkert scomacker voor (OFO III 39).

46. Henrick Jans ii (2) enkel gulden

Was in 1489 voogd van het Sint Anthony Gasthuis (OFO I 369). Bewoonde in 1511 een eigen huis in Oldehoofster-espel (RvdA 23.2)

47. Ghest fiskers x (10) st

48. Katherina Ockis ii (2) rijnsgl

In 1510 bewoont Katryn Ockes een huis in Audhoustera streeta (Torenstraat) (OFO II 236). Zij komt niet voor in het RvdA

49. Reyner merser x (10) st

 

50. Meyster Dirck ii (2) rijnsgl

In 1511 huurt mester Circk wrtecker een huis in Hoekster-espel (RvdA 36.3)

51. Johan schomaker iiii (4) rijnsgl

Mogelijk nog in 1538 in leven (RB, d.d. 21-6-1538)

52 Henrick to auldehow syn dingen by maeltyden gerkent op iii gulden half of (2½)

Mogelijk een geestelijke, indien de onder LST 201 ‘her henrick’ dezelfde is als de hier genoemde. Hij was prouenpriester (prebendaris) van Sint Vitus en wordt als zodanig in 1489 (OFO I 369), 1490 (OFO I 1381) en 1501 (OFO 1445) vermeld.


(Lat.2)

Auldahowstra espel


53. Bauka dragher j (½) rijnsgl

 

54. Puwerls Albertz iiii (4) enkel golden

Volgens Vries (LST p.93) dezelfde als Powels flaschouwer onder LST 191 komt hij als powels alberts zoms voor. In 1507 was hij reeds overleden (OFO 1531). In het grondpachtenregister van Frans Minnema uit 1509 komen zijn erven voor (OFO IV 187.23).

55. Janka wielmaker en (1) rijnsgl

Komt in de LST onder nrs. 63 en 234 voor. Mogelijk is hij dezelfde als Janka Henricks zin die in 1501 (OFO IV 125) en 1502 (OFO IV 130) voorkomt. Die was getrouwd met Lisck een dochter van de in 1458 vermelde Jorrert Jantiama (nr.277 van deze lijst, zie OFO I 153).

56. Willem smit xxx (30) st

Hij komt in 1475 voor als Willa smid en was toen voogd van de Sint Vituskerk (OFO 1263)

57. Claes steenbicker xxxvi (36)

Komt voor onder LST 25. In 1511 bewoonde hij een eigen huis in Oldehoofster-espel (RvdA 24.11). Tevens was hij eigenaar van 7 ‘cameren’ in hetzelfde espel (RvdA 23.12, 23.13, 24.10, 24.11)

58. Heyna vi (6) rijnsgl

Naast deze Heijna komen op de lijst nog drie Heijna’s in Oldehoofster espel voor, t.w. Heijna Ketelboeter, Heijna Schomaker en Heijna Marser. Het valt dan ook niet uit te maken wiens vrouw de in 1511 genoemde Griet Heijnes was (RvdA 20.5). Mogelijk was hij identiek aan een in 1532 vermelde Grote heijne (GaL, L 83, fol. 60)

59. Peter Naenkis iiii (4) enkel gulden

In 1511 komt onder Oldehoofster-espel een Peter Lamberts voor (RvdA 21.28).

60. Claes schomaker iii (3) rijnsgl

In 1511 woont hij in Minnema-espel (RvdA 15.9).

61. Dirck Guliker ix (9) armensgl

Blijkens de naam afkomstig uit het Nederrijnse hertogdom Gulijk (Jülich). Wellicht dezelfde als de in 1511 in Oldehoofster-espel vermelde Dirck Cransmaker (RvdA 21.28).

62. Hetta en Jel ii (2) rijnsgl

Mogelijk is Hetta vóór 1502 overleden. In de LST is onder nrs. 56,153,155 en 226 sprake van een Jacob hettis. Die is identiek aan een in 1504 benoemde Jacob Hettis schomaker zin (OFO I 491) en vrij zeker dezelfde als de in deze lijst onder nr. 72 genoemde Jacob scholapper. In het grondpachtenregister van Frans Minnema uit 1509 komt een Jel Douwe moer voor (OFO IV 187.145).

63. Huma tappers wedue en (1) rijnsgl

Mogelijk de moeder van Taks Humma zn, die in 1498 o.a. land verkoopt aan de Kurkemeer (Wllaerderamaer). (OFO I 1438).

64. Lyuwa schroer iiij (3½) rijnsgl

In LST 20 komt een Lyuwa skror voor.

65 Heyna Ketelboeter ii (2) broed

Komt in 1503 voor onder LST 149 en 256.

66. Jan Eelkis ii (2) rijnsgl

Moet vóór 1511 zijn overleden. Zijn zoon Ebel Jan Eelkis pacht in 1511 twee koegrazen in Janthiemafenne (RvdA 5.20). Diens huis in Oldehoofster-espel brandde in 1511 geheel af (RvdA 19.18).

67. Engbert kistemaker xii (12) st

Waarschijnlijk dezelfde als Ewert kistemaker, die in 1511 een eigen huis bewoond in Oldehoofster-espel (RvdA 21.4).

68. Abla temmerman en (1) rijnsgl

Komt onder LST 69 voor als Abla Helta zin. Volgens Vries (LST p.75), gelijk aan Aebbe Jeltez (RvdA 22,21), die een eigen huis bewoonde in Oldehoofster-espel en o.a. land pachtte buiten de wallen (RvdA 6.17).

69 Agga schomaker vi (6) st

 

70. Taka Wybrantsma vi (6) golden rijnsgl

Komt in 1474 voor (OFO 1246). Taeka Wibrensma wordt in 1480 burger van Leeuwarden genoemd en is dan voogd van wijlen Albert Sickes kinderen (OFO I 301). In 1511 bewoond een Olde Wijbrants een kamer in Oldehoofster-espel.

71. Douwa smid iii (3) rijnsgl

 

72. Jacob scholapper vi (6) st

Wordt in LST 73 Jacob scomaker genoemd. Zie nr. 62 van deze lijst.

73. Jw backer iii (3) rijnsgl

Wordt d.d. 28 juni 1492 op de achterzijde van een oorkonde vermeld (OFO II 183). Mogelijk dezelfde als de in 1511 in Oldehoofster-espel wonende Iw Eekez (RvdA 23,17).

74. Poppa schomaker iij (2½) rijnsgl

 

75. Roliff fleiskhouwer iij ( 2½) rijnsgl

In 1486 wordt een brief naar Groningen verzonden om een zekere roliff zijn zaak te bepleiten (OFO IV 70.49). Maar dit kan ook op de in 1509 vermelde Roloff dregher, (OFO IV 187.95) slaan die in Keimpema-espel woonde (RvdA 14.3). Wellicht is Roliff fleiskhouwer dezelfde als de in 1511 in Oldehoofster-espel vermelde Roloff Jansz die aldaar een huisstede bezit (RvdA 27.24).

76.Jourick smid ii (2) rijnsgl

Had het blijkens LST 101 met Heijna schomaker ( nr. 35 van deze lijst) aan de stok. In het RvdA komt hij niet meer voor.

77. Tiaerd schomaker iii (3) rijnsgl

Wordt in 1487 genoemd als lid van de mene trettienen (OFO II 151). Derhalve waarschijnlijk dezelfde als Tiard Eelcks zin (LST 165). Die was gedurende vele jaren voogd van het Sint Anthony Gasthuis en in 1507 voogd van het Heilig Sacramentsgilde (zie Vries, LST, p. 97).

78. Jella smid vi (6) rijnsgl

Vóór 1511 overleden. Komt wellicht reeds in 1450 voor als grondbezitter (Kelka smyt) bij de Oude Lune in Tystjerksteradiel (OFO I 113). In 1455 verkoopt hij zijn land aan het Sint Anthony Gasthuis (OFO I 137). Jelle smid was burger van Leeuwarden en komt in 1493 als getuige in een testament voor (OFO I 398). Zijn naam staat op een uit januari 1494 daterende brief van olderman, raad, hoofdelingen, dertien en gemene meente aan Rooms-Koning Maximiliaan (Singels, 81). In 1500 is hij voogd van het Heilig Sacramentsgilde (OFO I 448); twee jaar later van het Sint Jacobs Gasthuis en het Sacramentsgilde (OFO I 455).

79. Rioerd smid iiii (4) rijnsgl

Komt voor in LST 217 als ‘jonga Ryoerd smid’. Hij was in 1502 voogd van het St. Jacobs Gasthuis (OFO I 455 en in 1503 voogd van het Sacramentsgilde (OFO I 472). In 1511 huurde hij een huis van Gerrit Timesz in Oldehoofster-espel (RvdA 21,2). Blijkens Vries (LST, p .94) was hij in 1538 niet meer in leven.

80. Johan Sybrensz xxxii (32) rijnsgl

Johan Sybrensz Aucjama verschijnt voor het eerst in 1487 in een geschil over de nalatenschap van pastoor Jelle Juwsma, de stichter van het Sint Jobsleen. Deze Jelle was een halfbroer van Johan Sybrensz. Sibbel Sibets (nr. 216), die in 1501 en 1508 testeerde,was blijkens een oorkonde uit 1488 (OFO I 363) zijn zuster. In 1495 en 1498 (OFO I 411,433) was Johan olderman.In 1504 was hij schepen (OFO I 491). Hij legde in oktober 1498 met Foppe Matthijsz namens Leeuwarden de eed af op hertog Albrecht van Saksen. In de LST komt hij onder nr. 100 voor. Blijkens her vermelde onder nr. 38 van deze lijst moet hij tussen 1508 en 1511 zijn overleden. Zijn zoon Peter Jansz staat op deze lijst als nr.281 vermeld.

81. Gherit brouwer vi (6) rijnsgl en ii (2) phs

Hij komt in LST 192 voor.

82. Simen mouler xxxiiii (34) st

Misschien dezelfde als Simen Janka sin to Aldahou. (zie Vries, LST p.95).


(lat 1)

STREETSERA ESPEL

 

83. Gherrit lutties x (10) rijnsgl en vi (6) st

In Minnema-espel komt in 1511 een zekere Jan Luthiez voor, die waarschijnlijk een broer is van Gherrit (RvdA 15 10). Wellicht is dit dezelfde persoon als een zekere Gerrit Kuntis die op een uit 1494 daterend document voorkomt (Singels, 81, zie boven nr. 78).

84. Coert Gheritsz xiiiij (14½) rijnsgl

Komt voor in 1501 (OFO I 449) en wordt in 1506 burger van Leeuwarden genoemd; zijn vrouw was toen reeds overleden (OFO I 511). Staat in de LST onder nrs. 30, 43, en 44. Komt als Coenraad of Kort Gherrit sin to Leowerd enkele malen voor in SnRec., o.a. onder 312 (1497),4592, 4599 en 4639 (1507). Volgens Vries (LST, p.89) woonde zijn mogelijke dochter Lijsbert Coerts in 1511 in Hoekster-espel.

85. Peter backer viii (8) golden gulden

Peter backer en zijn vrouw Greet (van Snits) werden in 1495 opgenomen in het Sint Jacobs Gasthuis (OFO I 411). Hij was kort daarop overleden, getuige het feit dat zijn weduwe Greet van Snits in 1498 drie koegangen koopt in Janthiemafenne. Greet was in 1511 kennelijk nog in leven. Zij (Griet wedue) bezat een woning op een ‘after steed’ in Minnema-espel (RvdA 18.24). De in 1537 genoemde Claes Peter backer was waarschijnlijk hun zoon (RB d.d. 12-10-1537).

86. Sybet Aggaz vyf rijnsgl

Volgens Faber (Drie Eeuwen, 659) een vetkoper. Schuur identificeert hem met de Zweinser hoofdeling Sijbrant Aggisz Herema. Wellicht was hij vandaar afkomstig. In elk geval woonde hij in 1492/93 in Leeuwarden. In 1511 woonde hij in Hoekster-espel (RvdA 35.18). Hij bezat tevens huizen in Hoekster- espel.(RvdA 35.24 en 29.2) en Minnema-espel(16.17). Hij zal dit laatstgenoemde huis hebben bewoond ten tijde van het opmaken van deze lijst.In de LST komt hij voor onder nrs. 105 en 106. In 1529 (Dom. 2502) en 1530 (Dom. 2686) was hij nog in leven. In het eerstgenoemde jaar kocht hij een huis en steed bij Camminghahorn in Leeuwarden. Gelet op zijn locatie moet hij deze woning reeds het jaar daarop aan de Witte Nonnen hebben verkocht.

87. Allert Claesz x(10) golden gulden

Hij komt voor in 1482 als schepen (Winsemius, 301) en in 1490, toen hij armenvoogd was (OFO I 381). Hij maakte zijn testament op 17 januari 1493 (OFO I 398). In een stuk uit 1505 is nog sprake van sillige Allert Claes (OFO I 501). Zijn vrouw heete Wendelmoed. Mogelijk woonden zij in de Minnemastraat.

88. Claes Roesties viii (8) rijnsgl

In 1491 komt een ‘Claes Boefties van lewerden’ voor in de Snitser Recesboeken (721).

89. Timen Frericksz viij (7½) rijnsgl

In 1495 was hij voogd van de Sint Vituskerk (OFO I 501). Was gedurende in de jaren 1498, 1501, 1502, 1503, 1506, 1507, 1508,1509, 1510, 1512, 1513, 1518, 1519 en 1520 schepen van Leeuwarden (Vries, LST p. 98). Van 1514-1517 was hij burgemeester van Leeuwarden. Tymen Frericksz komt in de LST onder vrs. 4, 34, 103 en 222 voor. Hij leefde nog in 1522 en was toen getuige bij een twist met de IJsselsteden inzake de IJsseltollen. Uit dit stuk (Singels 175-4) blijkt dat hij zijn jeugd in Bolsward heeft doorgebracht. De aldaar door hem genoemde getuige Reyner roede (Reynert Heijn Roedis of Roda) was destijds (d.w.z.) in 1464 en 1474 schepen van Bolsward (OFO II 62 en 250).

90. Symen droechscherge xxii (22) st

 

91. Willem tripmaker vij (6½) rijnsgl

Komt voor onder LST nr. 93 als Willem trips

92. Micheel barbier vi (6) schilden

Mogelijk dezelfde als de onder LST nrs. 26 en 27 vermelde michel fye man.

93. Jan schroer iiii (4) rijnsgl

In LST 229 komt een ‘Jan scroer opter Nyested’ voor. In 1511 woonde hij wederom in Minnema-espel (RvdA 18.7).Zijn huis wordt in 1509 genoemd (Dom 2506). In 1532 blijkt hij uit Westfalen afkomstig te zijn, getuige de aanduiding Jan scroers vestphalynck (Gal,L 83, fol 69, vgl. BB 60), een lapkepoep avant la lettre dus. Jan scroer wordt in 1533 genoemd (AS, fol 151) en was in 1537 nog in leven. Hij blijkt dan (nog) in de ‘Hoghe strate’ te wonen (RB, d.d. 16 en 19-11-1537).

94. Jan van Zutphen ix (9) rijnsgl

Hij komt voor in 1491 in de Snitser Recesboeken (nrs. 86 en 661). Hij blijkt ook dan in Leeuwarden woonachtig.

95.Jacob mesmaker xiiii (14) st

Mogelijk identiek aan Jacob Folkerts die in 1511 een eigen huis bewoonde in Minnema-espel (RvdA 19.13)

96. Albert mesmaker x (10) st.

Wordt in 1490 vermeld in de Snitser Recesboeken (nr. 401)

97. Harmen Jansz iiiij (4½) rijnsgl

Het RvdA vermeldt in Minnema-espel een Herman opt veer (16.14) en een Herman Mesmaker (17.3).

98. Jelmer goldsmit iiii (4) rijnsgl

In 1503 waarschijnlijk niet meer in leven. De LST noemt onder nr. 195 een Auck Jelmers (weduwe).

99. Wybren goltsmit xxviii (28) st

Kennelijk nog jong en onbemiddeld. Hij komt niet voor in het R vdA maar was in 1532 nog in leven en woonde in Minnema-espel (Gal,L 83, fol.11). Wellicht identiek aan een nog in 1538 vermelde Wybren Eelckez ( RB, d.d. 6-2-1538).

100. Jacob Aedzerts iij (2½) rijnsgl en ii (2) st

Komt voor in de LST onder nr. 231 en in het register van Frans Minnema uit 1509 (OFO IV 187.43) als Jacob aethies. In 1511 woonde hij nog in Minnema-espel (RvdA 16.3) en bezat hij huizen in hetzelfde espel (RvdA 15.3) en in Oldehoofsterp-espel (RvdA 21.20/21.21/21.22).

101. Henrick coperslagher x (10) st

Hij woonde in 1511 nog in Minnema-espel (RvdA 15.1, Hercke Koeperslagers huus).

102. Johannes Goch vii (7) enkel gulden

Niet te verwarren met de tussen 1478 en 1488 vermelde gelijknamige abt van Klaarkamp,Hohannes Gogh (Singels 30, Vrije Fries 36, 151. Johannes Goch staat in de LST onder nr. 61. Hij woonde in 1511 in een eigen huis in Keimpema-espel (RvdA 8.4) en gebruikte 45 pondematen land bij het latere Zuiderplein en Zuidergrachtswal (RvdA 3.2). In 1514 was hij burgemeester in in 1516, 1517, 1519 en 1520 schepen, terwijl hij in 1511 tevens voogd van Sint Vitus was (GPCV II,272, d.d. 18-9-1511).

103.Claes goldsmit vijf rijnsgl.

Bewoonde in 1511 een kamer in Hoekster-espel (RvdA 33.24).

104. Dirck Jansz xxxviii (38) st

Dirck Jansz of Johans was in 1503 sacraments (OFO I 472). Woonde in 1511 in Keimpema-espel (RvdA 11.25) In 1523/1524 komt een Dierck Jans voor in de Rentmeestersrekeningen (III, 1523/1524,18r). In 1525 is een Dirk Jans voogd van de kerk van Huizum (OFO IV 246).

105. Heyna goldsmit vj (5½) rijnsgl

Wellicht identiek aan de in 1511 in Minnema-espel vermelde Heijne Heijndricksz (RvdA 17.7).

106. Henrick van de Bergh iii(3) enkel gulden

Wordt in 1492 tezamen met zijn vrouw Rents vermeld )OFO I 392). Mogelijk is hij, gelet op de naam Identiek aan de in LST 141 vermelde Henrick fan Gelre. In dat geval moet hij uit ‘s-Heerenbergh Afkomstig zijn geweest.

107. Jacob fleischouwer vj (5½) coepmans gulden

Mogelijk dezelfde als de in 1501 vermelde ‘zillige’ Jacob dircks flaschouwer, die in de Hoogstraat, dus in Minnema-espel woonde. In 1532 worden twee personen met dezelfde naam vermeld in Minnema-espel (GaL, L 83,fols. 6 en 59).

108. Eelck flaschouwer iii (3) rijnsgl


109. Willem hoedmaker vijf rijnsgl oerd min (4¾)


110. Baernd slotemaker ii (2) rijnsgl

Komt voor in de LST onder nrs. 257 en 259. Mogelijk dezelfde als Baernd van Bolzwert (LST 130), alias Barent Gerbrenz, die in 1511 in Minnema-espel woont (RvdA 15.4). Hij komt in het uit 1509 daterende register van Frans Minnema voor (OFO IV 187.65). Hij was eigenaar van enkele huissteden in Oldehoofster-espel (RvdA 21, de posten 20-25) en Hoekster-espel (RvdA 32.24). Volgens Vries (LST, p.76) bezat hij eveneens grond bij Wolsum, Sexbierum en Blija. In 1518 en 1522 was hij schepen; in 1519 en 1520 voogd van het Sint Anthony Gasthuis (OFO II 293, 294).

111. Tiaerd pelser ii (2) postl

Waarschijnlijk identiek aan Tijard Tijard die in 1511 een huis bezit in Minnema-espel (RvdA 16.7). Deze Tijaerdt leefde nog in 1538 (RB, d.d. 30-1- 1538).

112. Harmen flaschouwer vj (5½) rijnsgl dyo meeltijt en (1) st

In 1501 woonachtig op de hoek van de (Kleine) Hoogstraat en de Speelmansstraat (OFO IV 125). Dit huis werd toen verkocht aan Hemma Oddazin. Kennelijk zijn Harmen flaschouwer en zijn vrouw Lol Lolla dochter daarna verhuisd naar een eigen huis bij de kerk van Nbijehove. In 1511 blijken zij inderdaad in (West) Hoekster-espel woonachtig (RvdA 33.1, Herman Fleijshouwers huus). Twee jaar later ruilen zij deze woning met Hemma Oddazin tegen (naar het zich laat aanzien) hun vroegere huurwoning op de hoek van de Speelmansstraat (OFO IV, 219,220).

113. Romka schroer xxxiiii (34) st

Staat in de LST onder nrs. 86, 133 en 252, terwijl zijn vrouw onder nr, 248 voorkomt. Woonde in 1511 in Minnema-espel (RvdA 17,25), ofschoon niet duidelijk is of we hier met deze Romke dan wel met de onder 221 van deze lijst vermelde Romeren scroer hebben te maken. Die wordt in 1511 Ropke genoemd (RvdA 12.2) en woonde in Keimpema-espel. Een van beide pachtte in 1511 2 koegangen in de Klokslag (RvdA 5.14). In 1532 woont in Keimpema-espel een Romk of Rumke snijder (GaL. L 83, fols, 33 en 37). Deze Romke wordt volgens Vries (LST, p 94) benoemd in een aantekening uit 1529. Mogelijk was hij dezelfde als de in 1537 genoemde Romke snyder (RB, d.d. 6-10-1537).

114. Jan corfmaker vijf rijnsgl

 

115. Gheert Jacobs wedue v (5) rijnsgl

 

116. Jan kannemaker viii (8) gulden

In 1532 woont een Jan kannemaker in Keimpema-espel (GaL, L 83, fol.5)

117 Schipper Douwa iiii (4) rijnsgl

Komt voor in LST 79 als skipper Douwa fan Kampen, terwijl zijn zuster onder LST 219 voorkomt. Woont in 1511 in Keimpema-espel (RvdA 11.25). Een schipper Douwa wordt in 1537 een aantal keren vermeld (RB, passim.)

118. Huma Schomaker xxv (25) st

 

119. Fokel kannemaker iiii (4) rijnsgl

In 1512 woont een Fokel Ryoerd scriwers dochter in de Hoogstraat, zij is dan getrouwd met Willem knokenhouwer Jans (OFO IV 209). Zij is vóór 1533 overleden, omdat er in dat jaar sprake was van ‘Wijlen Ffoekel Willems wedue achtergelaten’ (AS, fol. 101).

120 .Meister Roliff viiij (8½) rijnsgl

Mogelijk dezelfde als de in LST 15 vermelde heer Roliff. Zeker identiek aan Roloff Schriuer, die in 1511 een huis huurde in Minnema-espel (RvdA 16.23). In 1533 wordt een heer Roliff toe Nijehove genoemd, alias Rodolphus Hilla zin ‘pastor tho nijehow ende commissaris van Vrijesland’ (AS, fol. 33)

121. Aesgha Aesghez iiij (3½) rijnsgl

Komt als Asga Aesgha kramer voor onder LST 264. Volgens Vries (LST, p. 76) identiek aan Aesgen op den Keller, die land bezat onder Blija (RvdA 98.14). Aesgha zou dan op de Kelders hebbenb gewoond. Hij woonde in 1511 in Minnema-espel (RvdA 16.12) en bezat land in de Klolslag van Leeuwarden en onder Ryptsjerk. Hij was schepen van Leeuwarden in 1512, 1513, 1516, 1517, 1521, 1525, 1526, 1529 en 1531 (Stamboek II 24). Op 9 augustus 1532 was hij nog in leven en woonachtig in Minnema-espel (GaL. L 83 fol. 4).

122. Hugha ferwer xl (40) rijnsgl

Was in 1490 armenvoogd (OFO I 381). In 1492 is hij zoensman bij een conflict (OFO I 392). Bood vóór 9 februari 1493 gastvrijheid aan burgemeester Eppe Allema van Groningen (Singels. 76).

123. Remad Peters wedue xv (15) st

Komt in 1536/1537 nog voor als reme piers wedue (OFO IV 263.61).

124. Fedda flaesckhouwer xxxj (30½) rijnsgl

Mogelijk kort na het opstellen van deze lijst overleden.

125. Henrick Kriel iiij (3½) rijnsgl

Mogelijk was de in 1511 in Minnema-espel vermelde Hen wedue zijn vrouw (RvdA 16.1)

126. Adam Albertsz viiij (8½) enkel golden

Was in 1516 ‘Reedssman’ (OFO II 206 ) en eveneens in 1512 en 1513 en van 1518-1522.Was schepen in de jaren 1516,1517 en 1529 (Singels 168). Volgens Schuur (50) een zoon van Hertegh Albert die in 1477 schepen was van Leeuwarden en een broer van Willem Hertog Albertsz (nr. 156 van deze lijst). Adam bewoonde in 1511 een eigen huis in Minnema-espel (RvdA 18.19). Twee jaar eerder komt hij voor op de grondpachtenlijst van Frans Minnema (OFO IV 187.11 en 75).

127. Doeda Hoecklander vj (5½) Rijnsgl

Volgens mond. med. van Vries identiek aan Doede Gerrits, alias koopman Doede. In 1511 woonde hij in Minneme-espel (RvdA 19.11). Hij komt verschillende malen voor in stukken uit het Dominicanen archief van Gent, o.a. in 1513 (Dom. 2509), 1514(Dom. 2491/OFO IV 222), 1517 (OFO II 281), 1518(Dom. 2512) en 1531 (Dom. 2680). In 1531 wordt hij nog als Coepman doede vermeld in Minnema-espel 9GaL. L 83, fol.14). Hij was medebroeder van het Soete Name Jesus-gilde en overleed in 1535.

128. Maester Wolter iiii (4) rijnsgl

Misschien identiek aan Wolter Gherrits zin die in 1483 (OFO I 329) en 1489 ( OFO I 369) voogd is
Van het Sint Anthony Gasthuis. In LST 12 en 97 komt hij voor het laatst voor.

129. Elbrich Mathijs ij (1½) rijnsgl

Naar wij aannemen een zuster van Foppa Matthijsz.

130. Claes Reynersz xi (11) rijnsgl

Vries (LST p 89) noemt een Claes Reynerts zoen als grondbezitter onder Stiens en Peins. Zijn vrouw Tial komt voor in de LST onder nrs. 88 en 89. In 1538 wordt nog een Claes Reynersz genoemd (RB, d.d. 13-3-1538).

131. Remad Bennerts x (10) rijnsgl en ii (2) voer koyt

Woonde in de Hoogstraat. In 1504 is sprake van Remed, weduwe van zillighe Bennert Schomaker (OFO I 479). Zij bewoonden het pand dat als raad- en vleeshuis in gebruik was. Het is niet duidelijk of Remad dit in 1504 nog deed. Feit is dat Henrick Henricks zoen (nr. 177 van deze lijst) het vierde deel van dit huis, dat hij bij deze gelegenheid aan de stad Leeuwarden verkoopt, van zijn oom Bennert had geërfd. In 1505 wordt Remed nogmaals benoemd (OFO I 498).

132. Herpert cuper xiiii (14) st

In LST 96 komt een ‘Herpert’ voor. In 1537 wordt een Harpardt Janz genoemd, die mogelijk identiek is met Herpert cuper (RB, d.d. 26-10-1537)

133. Dirck Menglen iij (2½) rijnsgl

Dirck Mengelens bewoont in 1511 een eigen huis in Minnems-espel (RvdA 16.27).

134. Jan goltsmit en (1) golden rijnsgl

Komt in de LST onder nr. 75, 166 en 227 voor. In 1511 woonde hij in Minnema-espel (RvdA 17.4) en gebruikte hij twee koegrazen in de Galgefenne (RvdA 5.11). Jan of Johan goldsmit Onnema was burgemeester van Leeuwarden in 1518, 1521, 1522 en 1528. Daarnaast was hij schepen in 1525 (vóór Jacobi) 1514-1517, 1519 en 1520. In 1531 trad hij nog op als zegelaar (OFO II 355,356). Dat jaar wordt hij eveneens als getuige genoemd ‘olt omtrent LX jaer’ (AS, fol. 110). In 1532 was hij nog in leven en woont dan in Minnema-espel ‘niewe hoeff ouer’ (GaL, L 83, fos. 19 en 74).

135. Lijuwa schomaker en (1) rijnsgl


Streetsera Espel

136. Atta backer

 

137. Peter Bras ii (2) rijnsgl

Volgens een stuk uit 1501 (OFO II 197) had de in 1494 overleden Peter Kamstra hem in vroeger tijden ossen ontnomen. Hij komt in LST 184 voor. Vries acht hem identiek aan Peter Henrickz die in 1511 in Minnema-espel woonde (RvdA 16.5).

138. Henrick huusman achttiendehalff (17½( golden gulden en iiii (4) rijnsgl. In wyn

Hij komt in 1487 voor in het register van Hemma Odda zin. In 1495 was hij voogd van het Heilig Sacraments-gilde (OFO I 411). In 1511 was hij reeds overleden (OFO IV, 206). Blijkens een vermoedelijk uit datzelfde jaar daterende oorkonde was hij gehuwd met Dywke (SAG 108).

139. Ysbrand goldsmit iij (2½) rijnsgl

Was in 1505 waardijn van de munt (GPCV II 248(. Wordt datzelfde jaar i.v.m. een boete genoemd (OFO II 203). Woonde in 1511 in Minnema-espel (RvdA 18.4). In 1532 wordt zijn vermoedelijke zoon Jacop Ysbrensz goltsmit genoemd (GaL, L 83, fol. 74).

140. Wilka Claesz xxv (25) st

In 1511 bewoont een zekere Wilcke Goltsmid een kamer in Minnema-espel (RvdA 16.2).

141. Dirck Nauschut ii (2) rijnsgl

 

142. Andreas marser vi (6) rijnsgl

Mogelijk identiek aan Andries gherritszin die in 1487 in her register van Hemma Oddazin voorkomt inzake een kwestie met Sneek (OFO IV 70.137/139). Dat Andries gherritsz vermoedelijk een koopman van buiten Sneek, i.c. Leeuwarden was blijkt op 19 maart 1491. Toen werd hem verboden ‘nen gueden deer replic sint Jeff onreplic wt snits (te) fiera’, vanwege een vordering van de erven van haytia hermans (SnRec. 497, 504, 505).Andreas Gerriths komt ook voor op een uit januari 1494 daterend document (Singels, 81, zie boven nr. 78). Hij ontbreekt in het RvdA. Mogelijk woonde hij destijds in Langweer (SnRec. 2518, AD 1511).

143. Aelke en Heyna xiiii (14) st

 

144. Jarigh beste kynd viii (8) st

Komt onder LST 65 en 75 voor. Volgens Vries (LST, p.86) wellicht dezelfde als Jarigh Timens zin en of Jarich goltsmig. In het Register van den Aanbreng komt in Oldehoofster-espel een Jarich upt Schille huus voor (RvdA 23.8).

145. Willa Heentiama iiii (4) enkel golden

Verschijnt voor het eerst in een oorkonde uit 1463 (OFO I 170), waarin hij grond verkoopt. Naar hem of zijn familie Heenthiama of Haythummama was de tussen de Nieuwestad en het Sneekerdijkje gelegen fenne genoemd (Schroor, 188). Hij woonde waarschijnlijk op de hoek van de Grote Hoogstraat en het Naauw. In 1477 en 1478 is hij olderman (OFO II 83,84,85). In 1484 was hij zegelaar bij een transactie en in 1485 wordt hij als voogd van het Sint Jacobs Gasthuis benoemd. In 1490 is hij armenvoogd (OFO I 381), terwijl hij tevens in oorkonden uit 1492 en 1493 (OFO I 392, 401) voorkomt. Tijdens de periode 1494-1501 was hij lid van de Leeuwarder regering, maar alleen van 1495 is bekend dat hij schepen was (OFO IV 108). Hij overleed vóór 25 april 1501 (OFO I 1450).

146. Otta Jansz iii (3) rijnsgl

Mogelijk was hij dezelfde als meester Otta, die in 1496 secretaris van Leeuwarden was (Vries, LST, p.91) Meester Otta komt in de LST voor onder nrs. 6, 206 en 231 en in het register van grondpachten van Frans Minnema (OFO IV 187.26). Moet in de jaren 1509- 1511 zijn overleden.Zijn zoon was vermoedelijk Johannes Ottes, die in de LST 41 voorkomt en tevens in 1509 (OFO IV 187.35). De laatste overleed in dezelfde periode.

147. Jan Jansz ii (2) rijnsgl

Hij wordt in 1525 (Dom. 2519) en 1526 (OFO IV 251) vermeld als verkoper van land in Bernsterburen in Rauwerderhem.

148. Harmen backer iii (3) rijnsgl en viii (8) st in broed en wegghe

Bezit in 1511 een huis in Minnema-espel. In 1532 woont zijn vermoedelijk zoon Jan Harmens backer in Oldehoofster-espel (GaL, L 83, fol. 58).

149. Peter Petersz vi (6) rijnsgl

Peter peter zoen wordt in 1480 genoemd bij de verkoop van renten aan de persona en de voogden van het Sint Jacobs Gasthuis (OFO I 301). In de LST komt hij onder nrs. 71,72,80 en 138 voor. In 1507 verkoopt een zekere Peter peters zin Aylwa landen en renten ten noorden van de Ee in Wanswerd aan Hemma Oddazin (OFO IV 163,164). Peter peterssen komt voor in het uit 1509 daterende grondpachten-Register van Frans Minndma (OFO IV 187.13). In 1511 woont hij als Peter Peters Alijts in Minnema-espel (RvdA 18.16) waar hij eveneens eigenaar is van een achttal kamers en huissteden (RvdA 19.2,4-10). Hij verhuurde er ook een huis aan de rector (RvdA 17.14). Mogelijk was hij in 1533 nog in leven. In dat jaar voerde een zekere Peter Petesz ‘van wegen Trijn syn wijff’ een proces tegen ‘Sippe toe Gouthum’ en ‘Frans Martensz’ (AS, fol. 151).

150. Obba stilgemaker ii (2) rijnsgl

 

151. Marten en Frouck ii (2) rijnsgl. Van en kabel deer dy busmeister kapit en bisghet hat

In LST 112 wordt frouka hwa genoemd. Kennelijk was Marten reeds vóór 1503 overleden. In 1509 wordt Frouck martens vermeld (OFO IV 187.15). Dezelfde bezit in 1511 een huis in Minnema-espel

152. Wyba backer ij (1½) enkel golden bet vi (6) st deer grensera scriwer hat hellit in hwyt braed

Staat in LST onder nr. 187. Mogelijk komt hij nog voor in Keimpema-espel in 1532 (GaL, L 83,fols. 27 en 36). In dat geval mogelijk identiek aan de in 1511 in Keimpema-espel woonachtige Wybe Bethijesz (RvdA 9.11).

153. Wilka weuer ii (2) golden rijnsgl

 

154. Tiarck fleysker iiii (4) golden rijnsgl en iii (3) st

Komt in LST 172 voor onder de naam Tiarck flasker.


155. Jan van Hoghem iii (3) golden rijnsgl

 

156. Willem Albertsz xxiiiij (24½) rijnsgl en ii (2) tonnen koyts

Zoon van schepen Hertog Alberts (zie nr. 126). In 1490 komt hij als burger van Leeuwarden voor onder de naam Wyllem hertoech albert zoen in een geschil met de erven van Hinrick van Zwolle over een ten dele betaalde overdracht van een rente van 3 oude schilden uit de Stadswaag (GaL, L 6). Staat in de LST onder nr. 184. Komt voor in 1500 (OFO I 445), in 1507 (OFO I 531 en1510 (OFO IV 199). Hij had bezittingen in Keimpema-espel (RvdA 8.6) en Minnema-espel (RvdA18.8 en 20) en voorts aldus Vries op het Nieuwland, onder Miedum en Wuns (Vries, LST , p. 100).

157. Simen Jansz xii (12) rijnsgl

Trad in 1481 als zoenman namens Leeuwarden op in een geschil met Peter Kamstra (OFO II 99). Komt voor als bvoogd in 1490 (OFO I 376) en in de LST 148 als Simen Janka zin to Aldahou. Woonde in 1511 inderdaad in Oldehoofster-espel (RvdA 22.23).

158. Alijd Hilbrants iiij (3½) rijnsgl

Komt op de achterzijde van een oorkonde uit 1492 voor (OFO II 183). Wellicht de zuster van Jaytia Hilbrandsz.

159. Allert Doedis vijf enkel golden

Een lid van de bekende Leeuwarder familie Sierksma. Zijn vader Doede Allers Siercksma komt als olderman van Leeuwarden voor in 1442, 1455, 1456, 1462 en 1464. Allert Doedis verschijnt als zoensman in 1492 (OFO I 392) en als voogd van het Heilig Sacramentsgilde in 1495 (OFO I 411). In de LST staat hij onder nrs. 222 en 273. In 1503 wordt hij als Allert Thiites burger van Leeuwarden genoemd (Singels, 126). In 1506 is hij schepen (OFO I 511). Volgens Vries (LST, p.75 was hij in 1510 reeds overleden. Dat blijkt ook in 1511 als zijn zoon Dode Allertz o.a. een huisstede bezit in Hoekster-espel (RvdA 32.22). Hij wordt dan overigens nog wel onder eigen naam genoemd als bezitter van een huis in Minnema-espel (RvdA 19.16). Volgens Schuur woonde hij in de Grote Hoogstraat (Schuur,Stratificatie, 50) Zijn zuster Tixt Siercksma was gehuwd met Remren Jargis (nr. 204 van deze lijst, vgl. Stamboek I 354.

 

HOEKSTRA ESPEL

160. Gherrit Saelmaker xl (40) phs


161. Tiarck dy Krolla iii (3) rijnsgl


162. Ewert marser tre (3) rijngl en iiii (4) st

In 1532 wordt een Ewert cramer genoemd in Hoekster-espel (GaL, L 83, fol.64).

163. Schipper Diert iiiij (4½) rijnsgl


164. Dyewer xx (20) st


165. Sywrd Wibis vyff rijnsgl

Komt in november 1486 in het register van Hemma Odda zin voor i.v.m. een geleidebrief. Hij is vermoedelijk de zoon van Wybe Sjoerds van Grovestins, alias Skerne Wybe. Zijn aanwezigheid op deze lijst maakt aannemelijk dat hij net als zijn vader vetkopersgezind was (vgl. Faber, 677). Deze burger/hoofdeling (vgl. Epa Wiglis, nr. 248) komt in de LST als Sywrd wiba sin onder nr. 109 voor. Tussen 1491 en 1511 komt Sijwrd Wijbes zoen (Groustins) voor als zoenmam (OFO IV 92). In 1505 is hij een van de edelingen uit Leeuwarderadeel (Winsemius, 402). Hij overleed in 1511.

166. Wolter schomaker ii (2) rijnsgl

In 1458 wordt Wolter Scomakers huisstede vermeld in de Minnemastraat (OFO I 150). Hij is dezelfde als Wolter Gerryt zoen die in 1483 (OFO I 329), 1484 (OFO I 334) en 1489 (OFO I 369) voogd is van het Sint Anthony Gasthuis. Hij komt in de LST voor onder nrs. 12 en 97, maar ontbreekt in het RvdA.

167. Waltia tapper ij (1½) rijnsgl

Mogelijk dezelfde als Waltia Ghla zin, die in 1501 een huis verkoopt. Het is echter zoals Vries (LST, p.98) suggereert, ook mogelijk dat de laatste identiek was aan maester Waltia (LST 259).

168. Eerka Sickaz iiii (4) golden rijnsgl

Was in 1497 olderman van Leeuwarden (OFO I 425). Komt in de LST onder nrs. 42 en 143 voor als Herka Sicka Herkama zin. Schuur veronderstelt een verband met ene Here Hekema die in 1510 te Surhuizum wordt vermeld ( Stratificatie, 52). Hij was dus niet meer in Leeuwarden woonachtig, maar bezat nog wel een huisstede in Oldehoofster-espel (RvdA 24.5)

169. Syuck backer xviii (18) st

In de LST komt onder nr. 7 een Syouka voor.

170. Botta schomaker vi (6) rijnsgl

Woonde blijkens OFO I 372 in 1489 in Sneek. Hij wordt daar vermeld als Botta schomaker Halba zoen, tezamen met zijn vrouw Beelka. Komt als Butta of Botta een aantal keren vóór in de Snitser Recesboeken, onder andere in 1490 en 1491 (492,548 Butta wyff, 663).Woonde op 31 augustus 1491 waarschijnlijk nog in Sneek (SnRec. 790).

171. Swaen backster ii (2) rijnsgl

In 1479 komt een Swanen voor als vrouw van Harka weelmaker.

172. Ewert brouwer iii (3) rijnsgl en (1) oert min

Mogelijk dezelfde als Ewert int (gulden) Anker, die in de LST voorkomt onder nrs. 39 en 204. Laatstgenoemde Ewert komt volgens Vries (LST, p. 79) in 1507 voor in de Snitser Recesboeken en woonde in 1511 in Minnema-espel. In 1533 was hij nog in leven.

173. Johan Benedix ii (2) rijnsgl

Waarschijnlijk identiek aan de in 1490 vermelde Johan benedicxts zin donije,die toen een geschil had met Klooster Lidlum over vijf pondematen land in Hagensera guedt in Hennaarderadeel (OFO IV 81).

174. Sybren Jorertsz viii (8) st

Mogelijk een zoon van onder 277 vermelde Ioreth Iantiama, een lid van de in de vijftiende eeuw invloedrijke familie Janthiama. Het lage bedrag waarvoor hij is aangeslagen c.q. dat hij afdraagt, lijkt hiermee in tegenspraak.

175. Henrick Baerndsz vii (7) rijnsgl

(in de marge links staat 15 golden guldens vermeld).

176. Katheryn Gherits en (1) enkel golden


177. Henrick backer vyf rijnsgl

In 1504 verkopen Henrick Henricks zoen Backer en zijn vrouw Liupck Willa dochter het vierde deel van een huis dat als raad- en vleeshuis wordt gebruikt aan de stad Leeuwarden (OFO I 479). In 1507 komt henrick backer toe leowerden voor in de Snitser Recesboeken (nrs. 4472/4474). In 1511 woont hij nog steeds in Hoekster-espel (RvdA 32.10). Hendrik backer (en zijn vermoedelijke zoon Jan hendrickz backer) leefde(n) nog in 1532 en woonde(n) in Hoekster-espel (GaL, L 83, fol. 66).

178. Jan schutefergie iiii (4) st


179. Gherit olysleker vii (7) rijnsgl

Komt in 1501 voor als huurder van een huis in het testament van Sibbel Sibbetzme (OFO I 449). Moet tussen dat jaar en 1506 zijn overleden, omdat in het gewijzigde testament van Sibbel slechts Gherreyt olyslagers wyff als huurder wordt genoemd (OFO I 518).

180. Gherbrich backster xxviii (28) st


181. Jan Dierts en (1) rijnsgl


182. Jan Pouwelsz ii (2) rijnsgl

Komt in beide testamenten van Sibbel Sibetzme als een van de getuigen voor (1501: OFO I 449) (1506: OFO I 518).

183. Jacob Ayties iiii (4) rijnsgl

Komt nog voor in het grondpachtenregister van Frans Minnema uit 1509 (OFO IV 187.43). In 1511 komt nog wel een Jacob faij voor in Hoekster-espel, maar het is de vraag of dit dezelfde persoon is (RvdA 33.13).

184. Peter kistemaker ii (2) rijnsgl en en (1) oerd


185. Foppa Mathijsz ix (9) rijnsgl en (1) oerd min

Komt in 1484 voor als mederechter van Liouwerdera middelste trymdeels riucht (OFO II 118).In 1487 is hij lid van de regering van Leeuwarden (OFO II 151). Legde in 1498 tezamen met Johan Sybrens de eed af aan hertog Albrecht (Berns, 47).Komt in de LST voor onder nrs. 61 en 66. Was schepen in 1502 (OFO IV 129), 1504 (OFO IV 140), 1505 (OFO I 499,501,OFO IV 144,145,147), 1506 (OFO I 513,518,OFO IV 154 , 1507 (OFO I 531,OFO IV 158,160,163),1508 (OFO IV 169,171), 1509 (OFO IV 180), 1510 (OFO IV 197),1513 (OFO IV 221) en 1514 (OFO IV 224). In 1510 was zijn vrouw reeds overleden, omdat toen sprake was van zillige Katryn foppaz. Foppa Mathijsz moet zelf tussen 1517 en 1526 zijn overleden (OFO IV 228). Foppa Mathijsz zin Oengha komt eveneens voor in oorkonden uit 1503 (Singels 126)., 1504 (OFO IV 137), 1505 (OFO IV 148,149), 1506 (OFO IV 155,156,158), 1508 (OFO IV 174) en 1512 (OFO IV 209) In 1511 bewoonde hij een huis in Hoekster-espel (RvdA 36.1). Daarnaast bezat hij enkele huissteden in Keimpema-, Minnema- en Hoekster-espel (Vries, LST, p. 79). Zijn zoon Matijs Foppez woonde in 1532 in Minnema-espel (GaL,L 83, fol. 73). Hij komt in 1537 onder andere voor in het Recesboek (RB, d.d. 14 dec.1537).

186. Sittia schomaker ix (9) golden rijnsgl en en (1) oerd

In 1482 vermeld als Sythia Wopka schomakers zoen ende Gerbrich Romka dochter myn wyff (OFO I 320).

187. Lange Harmen ii (2) rijnsgl


188. Gherliff by Nyahow iiii (4) rijnsgl

Mogelijk dezelfde als de in 1487 en 1489 vermelde Gherlyf Folperts of (meester?) Gerleff Folperda (OFO II 151, 164, 168). Was op enig tijdstip tussen 1494 en 1501 lid van de regering van Leeuwarden (OFO IV 105).

189. Jan Sipkis ii(2) rijnsngl

Komt als Janka Sipkaz voor op een uit januari 1494 daterende eed van olderman, schepenen, raad, hoofdelingen, dertien en gemene meente van Leeuwarden aan Rooms-koning Maximiliaan (Singels,81).

190. Wyba temmerman iiii (4) st

Wellicht identiek aan de in 1509 vermelde Wybe kistemaker (OFO IV 187.173). Wijbe tijmmermans bewoonde in 1511 een huis in Hoekster-espel (RvdA 33.21). In het Kerkrekeningboek van Bozum komt een Wijbe temmerman voor. In 1554 wordt wijlen Wybe Popkezoon timmerman genoemd (Cleuting, 1).

191. Peer steenbicker xxv (25) st


192. Jacla steenbicker en (1) rijnsgl

Mogelijk dezelfde als de in LST 125 genoemde Jarich stenbikker. Deze bewoonde in 1511 een huis in Hoekster-wspel (RvdA 31 .18).

193. Gherit Jacobsz vj (5½) rijnsgl

Is in 1501 getuige bij het testament van Sibbel Sibbetzme (OFO I 449). Komt in de LST onder 62,65 en 165 voor. Was sacramentsvoogd in 1503 (OFO I 472) en 1505 (OFO I 493,505) en schepen in 1505 (OFO IV 144). Was in 1514 burgemeester en schepen. Woonde in 1511 in Keimpema-espel (RvdA 9.3). Had volgens Vries diverse bezittingen in en buiten de stad en was in 1511 tevens voogd van Sint Vitus (GPCV II,272). In een stuk uit de jaren 1517/1526 komt zijn naam voor (OFO IV 228). In 1531 trad hij nog op als getuige ‘olt omtrent LXX jaer’ (AS, fol. 110).

194. Luitzen Jacobsz xii (12) enkel golden

Komt in 1492 als arbiter voor (OFO I 392).

195. Dirck backer xii (12) rijnsgl

Komt in 1491 een drietal keren voor als Derck Backer ter leowird (SnRec. 86, 526, 667). Huurt in 1511 Twee koegrazen in Heenthiamafenne.(RvdA 6.14). Misschien identiek aan Dirck Jacobs die in 1511 in Hoekster-espel woonachtig is (RvdA 31.20) en een huis bezit in Keimpema-espel (RvdA 13.6). Een Dyrck Backer wordt nog in 1538 genoemd (RB, d.d. 30-1-1538).

196. Auka smid en (1) enkel golden

komt in LST voor onder nrs. 73 en 74. Hij woonde in 1511 in Hoekster-espel (RvdA 32.11), waar hij nog Een huis bezat (RvdA 32.7).

197. Wbla weuer xviii (18) st


198. Tiaerd schomaker oppa hoeck ij (1½) rijnsgl jagh min

Zie nr. 77.

199. Hans schroer en (1) rijnsgl en iii (3) st.

In 1439 wordt in marssum een Hans dij scroder vermeld (OFO I 78). In 1478 woont een Hans scroeder in de Hoeghestraete (SAG 54). In 1499 is hij als burger van Leeuwarden getuige bij het testament van Dode Kammingha (OFO I 440).

200. Claes cuper viii (8) st


201. Peter schomaker en (1) rijnsgl en vii (7) st


202. Foppa Buwaz x (10) st

Mogelijk identiek aan Foppa hoernblazer die in 1511 in hoekster-espel woont (RvdA 33.27) en in de LST onder nrs. 170, 235, 249, 250 en 251 voorkomt.

203. Wypka backer en (1) rijnsgl


204. Magister Remeren vii (7) enkel golden

Identiek aan Remren Jargis Joenkama. Zoon van Jaerich Joenkiens zen (olderman) die in 1453 (OFO I 132) en 1462 wordt vermeld (OFO I 166). Is zoensman in 1483 (OFO II 116). Komt in 1484 als mederechter van het middentrimdeel van Leeuwarderadeel voor (OFO II 118). Hij treedt in de jaren daarop als maester Remmeren een aantal malen als tussenpersoop op, zoals in 1486 (OFO IV 70.18, OFO II 144) en 1489 (OFO I 164, 168). Is olderman in 1493 (OFO I 406). Ij 1509 is sprake van Maester Remrens erven (OFO IV 187.21).

205. Gherit kistemaker j (½) postl


206. Jacob Feddaz viii (8) rijnsgl

In 1500 blijkt hij grond te bezitten onder Wilaard, bezuiden de Kurkemeer, met andere woorden op Schilkampen (OFO I 448; zie ook Schroor, 181). Hij komt voor in de LST onder nrs. 52, 76 en 175. In 1504 betaalt Jacob Feddezoen namens de stad voor de leverantie van 200 ton kalk aan Jacop Hette zn. Schomakers (OFO I 491). Het is verleidelijk Jacob’s land op Schilkampen in verband te breingen met de geleverde kalk of schil, die mogelijk op zijn land werd gebrand of opgeslagen! In 1506 is hij getuige bij het opmaken van het herziene testament van Sibbel Sebbetzme (OFO IV 518). In of rond hetzelfde jaar blijkt hij lid te zijn van de regering van Leeuwarden (OFO IV 154). Hij bewoont in 1511 een huis in Keimpema-espel ‘ouert Diep’ (aan gene zijde van Huizumerdiep, met andere woorden aan de oostzijde van de Waeze) (RvdA 8.6) en bezit daar meerder huizen en cameren, naast landerijen onder Miedum en Grouw (Vries, LST, p.84).

207. Heyna pelser en (1) rijnsgl

Mogelijk identiek aan Haya pelser, die in 1478 (nog) ‘vp den Hoeck’ van de Hoogstraat woont (SAG 54)

208. Claes poerties iiii (4) rijnsgl

Vrij zeker identiek aan Claes poorthues die in 1521 koning was van het schutters-gilde(GAL,M 208, Politie Boeck deser stede Leeuwarden dl. I, fol. 259). Hij zal poortwachter van de Sint Catharinapoort (of een eventuele voorloper) zijn geweest.

209. Harmen oppa camp viii (8) rijnsgl


210. Dirck Femkis iii (3) rijnsgl

Misschien dezelfde als Dirck cuper die in 1511 in Hoekster-espel woont (RvdA 30.10)

211. Lytke Kempa xxviii (28) st


212. Wybren pelser iij (2½) rijnsgl

In Oldehoofster-espel woont in 1511 de vetkoper Wijbe Saeckisz (RvdA 24.25). Hij werd in 1516 onthoofd (Dolk, 13). In Hoekster-espel woonde in 1511 een Wijbe Sijbrens (RvdA 33.18), die vermoedelijk identiek is aan Wybren pelser. Deze woonde in 1532 in Oldehoofster-espel (GaL, L 83, fol. 53). Hij leefde nog in 1537 (RB, d.d. 25-11-1537).

213. Egbert olijsleker iij (2½) rijnsgl


214. Gherit Timesz ii (2) rijnsgl

Komt voor op een uit 1494 dateren document (Singels, 81; zie deze lijst nr. 83). Was in 1505 voogd van de Sint Jacobskapel (OFO I 493) en in 1507 voogd van het Heilig Sacramentsgilde (OFO IV 166). Woonde in 1511 in Hoekster-espel (RvdA 29.5) en bezat voorts huizen in Oldehoofster-espel. Pachtte in 1511 4 koegrazen bij het Vliet (RvdA 7.10). In 1532 was hij waarschijnlijk nog in leven en woonde toen in Oldehoofster-espel (GaL, L 83, fol. 56). Het jaar daarop wordt hij ‘kerckfoegd van oldehooff’ genoend (AS, fol. 101).

Hoekstra espel


215. Willem Aerndsz en (1) rijnsgl


216. Sibbel Sybets ix (9) rijnsgl

Dochter van Sybrant Pieters Auckama en zuster van Johan Sybrens (nr. 80) en de in 1487 vermoorde Pieter Sybrens. Was gehuwd met de in 1494 overleden Sybett Sybethsma ( Stamboek, Auckama’s). Zij bevestigde in 1494 met haar broer Jan Sybrants een door hun in 1446 overleden vader gedane schenking aan de armen van Leeuwarden (OFO I 410). In 1501 maakte ze haar testament (OFO I 449), dat in 1506 werd gewijzigd (OFO I 503). Kort daarop overleed zij; in 1507 is er namelijk sprake van zillige sibbel sybetsma (OFO IV 160). In een document uit 1511 wordt zij vog vermeld (OFO II 250).

217. Manke Haya x (10) st

Komt in 1511 niet voor. In 1532 woont er wel een schipper haya in Hoekster-espel (GaL, L 83, fol. 65) In 1521 treedt haye syurd zoen als getuige op bij het testament van Peter Kamyngha (OFO IV 236).

218. Hemma scriwer en (1) golden rijnsgl

Hemma Oddazin, de samensteller van deze lijst, was van 1486-1493, resp. 1501-1508 stadsschrijver van Leeuwarden. Was ten tijde van het opmaken van deze lijst waarschijnlijk Schieringsgezind, hetgeen zijn betrekkelijk geringe afdracht verklaart. In 1508 was hij schepen van Leeuwarden en van 1509-1513 burgemeester van Leeuwarden. Zie over hem: Vries, ‘Hemma Odda zin’.

219. Thijs kokenbacker ii (2) postl


220. Fedda cuper iiii (4) rijnsgl

Mogelijk identiek aan een in 1511 in Hoekster-espel vermelde Fedden (RvdA 31.3).


KEMPA(MA) ESPEL

 

221. Romeren schroer en (1) rijnsgl en en (1) oerd

Zie het vermelde onder nr. 113 van deze lijst

222. Bauka timmerman iij (2½) rijnsgl

LST 205 noemt een Bauka holtsager die in 1511 in Oldehoofster-espel woonachtig is (RvdA 28.2).

223. Hilbrant Sickes tyendehalff (9½) rijnsgl

Komt voor in 1462 (OFO I 166), in 1465 tijdens een geschil met de voogden van het Sint Anthony Gasthuis (OFO I 176) en in 1466 wanneer hij samen met zijn vóór 1480 overleden moeder Bauka(a) Sickis en zijn broers Albert en Gossa een huis met huisstede in de (Grote) Hoogstraat verkoopt aan Aerndt van Surhuizum en Hille van Swol (OFO I 182). In 1468 verkoopt Hilbrant aan Aerndt en Hille renten uit hetzelfde huis en stee (OFO I 192). De betaling daarvan erkent hij het jaar daarop (OFO I 194).In 1480 is hij voogd over de kinderen van zijn overleden broer Albert (OFO I 301).

224. Sipka ende Jantien x (10) rijnsgl

Jantien heette in de LST 241 kennelijk Jantien Goities. Zij bewoonde in 1511 een eigen huis in Keimpema-espel (RvdA 9.10) en bezat in Minnema-espel nog een huis met huissteden (RvdA 17.1). Zij komt ook voor in 1509 (OFO IV 187). Vermoedelijk is zij verwant aan de Jaytiama’s. Haar vader zou dan de in 1483 voorkomende Goytien Sipkazoon Jaytiama zijn (OFO I 329). Klopt deze veronderstelling, dan was Sipka mogelijk haar broer en dus een zoon van de eerdergenoemde Goytien. In 1506 wordt een Sipka Gaytye zin vermeld (OFO I 508).

225. Foppa cuper ij (1½) rijnsgl

Komt in het grondpachtenregister van Frans Minnema uit 1509 voor (OFO IV 187.80).

226. Frerick corfmaker vi (6) rijnsgl


227. Ansck fulnayers vi (6) rijnsgl

Wellicht dezelfde als Anscke Rogdragers, die in 1511 in Keimpema-espel woonde en aldaar een huis
En enkele kamers bezat (RvdA 14.17/18).

228. Jan Luddis viii (8) rijnsgl en vi (6) st

Kennelijk een schipper die in 1491 en 1492 nog inwoner was van Sneek (SnRec. 98,970). Bocke Jarinxma, de hoofdeling van Sneek, stuurt in het eerstgenoemde jaar een dreigbrief naar Woudsend om in beslag genomen goederen van Jan loddis terug te krijgen. Eenzelfde inbeslagname vond in juni 1492 kennelijk ook plaats door Leeuwarden. Ook hier (OFO II 182) betrof het Jan Luddis. Kennelijk heeft hij zich omstreeks deze tijd in Leeuwarden gevestigd. In 1511 woonde hij in Minnema-Espel (RvdA 15.10). Zijn weduwe blijkt in 1532 woonachtig in Oldehoofster-espel (GaL, L 83, fol. 57). In 1533 wordt nog een ‘Jan Luythies van Zwol’ genoemd (AS, fol. 151).

229. Adam schomaker vi (6) rijnsgl

Komt als getuige in 1507 voor (OFO IV 162). Mogelijk is hij identiek aan Adam Hilgunts, in 1508 voogd van het Sint Anthony Gasthuis (OFO II 224). Hij woonde in 1511 nog in Keimpema-espel (RvdA 8.9) en pachtte twee koegrazen buiten de wallen (RvdA 3.4).

230. Peter Jollander ii (2) rijnsgl mit die balck

Zijn zoon Jan peter jollender (zin) wordt in 1507 benoemd (SnRec. 4511). In 1509 was hij niet meer in leven; in het register van Frans Minnema wordt zijn weduwe Wyts genoemd (OFO IV 187.74).

231. Gherbren Heynaz ix (9) rijnsgl

Mogelijk dezelfde als Gherbren tapper die in 1499 als getuige optreedt en burger van Leeuwarden is (OFO I 440). Deze Gherbren komt ook voor in de LST onder nrs. 132 en 214.

232. Willem Claesz viii (8) rijnsgl en (1) oerd min

Komt voor in de LST onder nrs. 70 en 233. Hij is waarschijnlijk dezelfde als willem claes zin die in 1512 in Camminghabuurster espel wordt aangeslagen (OFO IV 216.7) en Willem claes louus zin die op een vergelijkbare lijst uit de periode 1517-1526 prijkt. Hij is dan boer op de ‘pleats’ die zijn vader Claes Lows zoen in 1511 pachtte (RvdA 83.7). In een register uit 1528 komt hij nog voor (Singels 166a-d). In ‘Leuwerderadeels Aenbreng’ uit 1540 ontbreekt hij.

233. Jan Petersz iiii 940 rijnsgl. So hat hy en (1) tonna byaers

Is in 1495 ‘borger to Lyowrd’ (OFO I 418). Zijn huis in Oldehoofster-espel ging in 1511 in vlammen op (RvdA 26.2). In 1532 woonde hij mogelijk nog/weer in Keimpema-espel (GaL, L 83, 25 en 44). Gelet op de levering in natura (een ton bier) was hij misschien dezelfde persoon als de in 1538 genoemde Jan pietersz casteleyns (RB, p.155).

234. Jorerd scroer ii (2) rijnsgl en en (1) oerd


235. Steuen backer v (5) rijnsgl


236. Jacob cuper vi (6) rijnsgl

Was in 1484 ‘reedsman’ van Leeuwarden (OFO I 334). Moet vóór 28 juni 1497 zijn overleden, want op Die datum wordt zijn weduwe Katryn genoemd (OFO 427). Wordt nog genoemd in een oorkonde uit 1508 (OFO I 540).

237. Hans pelser ii (2) rijnsgl


238. Jarich goldsmid x (10) rijnsgl

Is volgens Vries mogelijk identiek aan Jarigh Timens zin. Hij komt in 1489 onder andere voor als arbiter (OFO I 368, 372). In 1495 was hij voogd van de Sint Vituskerk (OFO I 411). In 1496 was hij schepen (Schot. 430), evenals in 1510 (OFO IV 123, 124). Jarigh Timensz. Komt voor in de LST onder nrs. 60, 65, en 170. In 1508 blijkt dat hij land voor de minderbroeders van Galilea heeft verkocht aan Syuck Kammingha (OFO I 540). In 1508 is hij patroon van heer Douweleen te Oldehove/St-Vitus (OFO II 224). In het laatstgenoemde jaar is hij kennelijk ijkmeester van het Saksisch bewind. Hij houdt dan toezicht op het ijken der gewichten in de waag van Sneek ‘van der heren wegen’ (Sn Rec. 3302). In 1511 woont hij nog in Keimpema-espel (RvdA 9.1). Hij pacht 2 koegrazen buiten de wallen (RvdA 3.6) en bezit voorts land over de Zwette, onder Marssum en Engelum.

239. Repka ketelboeter ij (1½) rijnsgl


240. Gherit Middelar v (5) rijnsgl

In 1484 voogd van de Sint Vituskerk (OFO I 334). Komt in 1494 voor (OFO I 410) en was in 1495 (nog) voogd van de Sint Vituskerk (OFO I 411). Maakt 2 mei 1499 zijn testament op (SAG 83a).

241. Simen Pouwelsz viii (8) rijnsgl

Komt voor in de LST onder nrs. 36, 75 en 203. Treedt in 1518 (OFO IV 229) en 1524 (OFO IV 240) nog in Bolsward op. Hij komt niet in het RvdA voor, zodat hij mogelijk vóór 1511 uit Leeuwarden vertrokken is.

242. Frerick Peters ix (9) golden rijnsgl

Wellicht identiek aan Frerick Scroers die in 1511 een eigen huis bewoond in Keimpema-espel (RvdA 12.8) en een huis bezit in Minnema-espel (RvdA 16.11).

243. Harmen pelser iij (2½) rijnsgl


244. Baernd backer iiiij (4½) rijnsgl

Waarschijnlijk dezelfde als Baernd Heyna zin die in LST 83 voorkomt en wiens vrouw in het grondpachtenregister van Frans Minnema uit 1509 (OFO IV 187.5) wordt genoemd. Zijn huis in Keimpema-espel was in 1511 verbrand (RvdA 187.5).

245. Doeka Gralda ix (9) rijnsgl

Komt voor in de LST onder nr. 121. Was gehuwd met Reinske Lange Sijmons dochter. [Voor Lange Simon zie OFO II 97 (1482) en OFO IV (1494-1501)]. Doeka was in 1505 voogd van Syrd Myrcks (OFO I 505). In 1511 komt zijn weduwe Reynsk Doekis voor in hetRvdA. De laatste bezat huizen in Oldehoofster-espel en land, o.a. rond de stad, maar het is onduidelijk waar ze in Leeuwarden woonde. Zij was in 1528 nog in leven (OFO II 339).


246. Harmen holtsagher xiiii (14) st


247. Peter Gherits ix (9) golden rijnsgl

Hij is zoon van Gerrit van Berltium die in 1480 zijn testament maakte en de stichter is van het Sint Christophorileen (mond. Mededeling dr. G. Verhoeven, zie voorts Eekhoff, Geschiedk. Beschrijving I, 327 en De Chalmot, Register I, 351).Was in 1487 lid van de mene trettien (OFO II 151). Zat in 1494 kennelijk ook in het stadsbestuur, zijn land fungeerde toen nl. als onderpand voor de stad Leeuwarden bij de aankoop van grond aan de Tuinen door de stad (OFO I 408). Komt in de LST onder de nrs. 64 en 194 voor. Zijn vermoedelijk dochter gerrijt (Gerritje) peter gerrijtzin dochter was getrouwd met Reyn backer ( nr. 29 van deze lijst) en vóór 16-5- 1502 overleden (OFO IV 129).


248. Epa Wiglis xxi (21) rijnsgl

Moet vóór 1511 zijn overleden. Zijn weeskinderen bezitten een huis in Keimpema-espel (RvdA 9 .20). Schuur wijst op een mogelijke verwantschap met de Camstra’s (Stratificatie, 51). Getuige de hoogte van zijn bijdrage was hij niet onbemiddeld.


249. Meynta merseij (1½) rijnsgl

Vrij zeker identiek aan Meynta cramer die in de LST onder nrs. 10, 120, 136, 210, 263, 264 en 272 voorkomt. Vogens Vries (LST, p.90) bewoonde hij in 1511 een huis in Keimpema-espel, terwijl hij ook eigenaar van het belendende huis was (RvdA 11.15/16). Voorts bezat hij een huis in Minnema-espel. Hij leefde nog in 1522 en komt in een oudfriese akte voor, vanwege de leverantie van een ‘horsse’ (paard) door ‘heer Hotthio toe Hyelsum’ (AS, fol. 109).

250.Syurd kynd v (5) rijnsgl dicit ix(9)

Mogelijkdezelfde als Syuwerd luttinck, ‘ritther’ van Kempa Jans Doyngha. Hij woonde in 1509 in de Hoogstraat (OFO IV 191). En/of identiek aan Wigle Sywerdz, die in 1511 een eigen huis bewoonde in Keimpema-espel (RvdA 10.38). Hij pachtte tevens drie koegrazen in Heenthiamafenne (RvdA 4.7).

251. Sneker Janka rijnsgl en viii (8) st

Bewoont ij 1505 een huisstede van Anske Johan Sybrands Auckama dochter (SAG 93). Komt in 1509 voor in het register van Frans Minnema (OFO IV 187.172). Mogelijk dezelfde als Jancke Sijbez wiens huis in oldehoofster-espel in 1511 verbrand is (RvdA 28. Laatste post). In 1543 is nog sprake van ‘Sneker Jannekens huysstede op die Nyuwestadt’ (BB 61).

252. Tiaerd Baukis ii (2) rijnsgl

Bewoont in 1511 een eigen huis in Keimpema-espel (RvdA 11.7). Bezit in 1512 land onder Ferwoude (OFO IV 215.27).

253. Gheert waynman ii (2) rijnsgl


254. Jan schergher ij (1½) rijnsgl en vi (6) st

Een zekere Jan Scheier pacht in 1511 drie koegangen bij Oldegalilieën (RvdA 7.23). In 1532 is hij nog in leven en woont ij in Oldehoofster-espel (GaL, L 83, fols. 51,57).

255. Harmen marser xxiiii (24)

Identiek aan Harmen kramer die in de LST onder nrs. 77, 78, 79, 105 en 106 voorkomt. In 1495 wordt een harmen krammer genoemd (SnRec. 1918).

256. Claes backer xxiiii (24) st


257. Jan Fock vii (7) rijnsgl

Komt in 1491 voor als hij zijn schulden aan de patroon van de kerk van Huizum moet betalen (OFO IV 91). In 1492 wordt een Jan ffocka flaeskhouwer veroordeeld vanwege de wederrechtelijk uitvoer van rogge uit Sneek (SnRec. 968).

258. Jacob Heynaz en (1) rijnsgl en vi (6) st


259. Peter Claes xii (12) st

In 1483 wordt een peter claes zen fan campen vermeld (OFO II 117). Komt voor in het register van Frans Minnema uit 1509 (OFO IV 187.245/260). In 1511 woont een Scipper Peter in Keimpema-espel (RvdA 9.7). Dat hij waarschijnlijk dezelfde is als Peter Claes blijkt in 1512 als een scipper Peter Claes van Leeuwarden wordt genoemd (SnRec. 2094). Hij pachtte in 1511 2 koegrazen in Heenthiamafenne (RvdA 7.16) en bezat tevens twee cameren in Keimpema-espel (RvdA 14.23). Onder Camminghaburen komt een persoon met dezelfde naam voor, die in 1511 64 pondemaat onder Camminghburen pachtte (RvdA 84.10). Deze Peter Claes, die wel een andere persoon zal zijn, komt eveneens voor in de aanslag voor de jaartax op de huizen in Kammingabuurstera espel uit 1512 (OFO IV 216.15).

260. Willem weuer xiiii (14) st

Wordt vermeld in het grondpachtenregister van Frans Minnema uit 1509 (OFO IV 187.92). Woonde in 1511 in Keimpema-espel (RvdA 14.1).

261. Abba tapper vijf (5) rijnsgl


262 Wigla schomaker iii (3) rijnsgl

In 1511 woonde hij nog in Keimpema-espel (RvdA 11.6).

263. Jacob Jansz xii (12) st

Misschien dezelfde als Jacob Johen koenties, die vermeld wordt onder LST 82 en 115. Jacob Jansz huurde in 1511 een huis in Keimpema-espel (RvdA 13.12).

264. Reijner schomaker ii (2) rijnsgl

In de LST komt een Reyner schomaker voor (70, 129) Ook in 1509 komt een Reijner schomaker voor (OFO IV 187.14). In 1511 komt zowel in Oldehoofster-espel (RvdA 25.20) als in Hoekster-espel (RvdA 35.12) iemand met deze naam voor. In 1532 komen er eveneentwee lieden met deze naam voor: een in Minnema-espel (GaL, L 83, fols. 20,21) en Keimpema-espel (id, fols. 24 en 45).

265. Pouwels schroer iiij (3½)

Wordt in 1510 als provenier opgenomen in het Sint Jacobs Gasthuis op een rente uit het goed dat mr.Bernardus Bucho van Aytta te Eagum bezit (SAG 104). Of beiden aan elkaar verwant waren is niet duidelijk.

266. schipper Folkert x (10) phs

Mogelijk de vader van Wilko Folkertz. die in 1511 een huis bewoonde in Keimpema-espel (RvdA8.8). Wilko was van ca. 1516-1537 stadsschrijver van Leeuwarden.

267. Hans Jwkaz x (10) rijnsgl


268. Jarigh smid iii (3) rijnsgl

Moet vóór 1509 zijn overleden. In dat jaar is er nl. sprake van Jarich smeds weeskijndes (OFO IV 187.60)

269. Dirck pelser j (½) rijnsgl


270. Bocka pelser iiii (4) rijnsgl


271. Wyts Aerndsma i (1) rijnsgl. en v (5) st

Komt in de LST onder nr. 14 voor. In 1509 nog in leven (OFO IV 187.81). In 1511 bewoont zijn weduwe (Wijtze Aents wedue) een huis in Keimpema-espel (RvdA 10.16).

272. Baernd schomaker i (1) rijnsgl

Heette volgens OFO I 401 kennelijk Baernd Willem zoen scomaker. Verkovht bij die gelegenheid (april
1493) zijn huis op de Waeze. Komt in de LST voor onder nrs. 50 en 107. Hij komt daarna niet meer in
Leeuwarden voor. Mogelijk verhuisde hij naar Sneek. Daar komt in 1509 een barend willem zin voor
(SnRec. 3832). In Keimpema-espel woont in 1511 wel een Jan Scomakers (RvdA 11.10) die vermoedelijk
zijn zoon is. In 1531 wordt hij namelijk vermeldt als Jan Barents Scomaeker, woonachtig in Keimpema-espel
(GaL, L 82, fol.2).

273. Willem kannemaker x (10) rijnsgl


274. Ayts Gowerts iij (2½) rijnsgl

Zij is in of vóór 1505 overleden. In dat jaar is er sprake van de verkoop van het vierde deel dat zillige Aytie Gowerts dochter bezit in het raad-en vleeshuis in de Hoogstraat (OFO I 498).

275. Jan Wybis ix (9) rijnsgl

 

Kempa Espel

276. Tiarck Peersz iiii (4) rijnsgl

Verkoopt tezamen met zijn vrouw Rixt in 1481 land onder Blitzaard (OFO I 310). Hij verkoopt in 1485 land bij Saard onder de bijfangh of klokslag van Bolsward (OFO IV 66).

277. Jorerd Jantiama xvi (16) rijnsgl

Wordt ca. 1458 vermeld (OFO I 153). Lid van de tijdens de vijftiende eeuw invloedrijke familie Jantiama of Jaytiama. In 1464 wordt voor het eerst een Janthiemafenne vermeld )OFO I 174, Schroor, 189). Wordt ook vermeld in het in 1480 gemaakte testament van Gerrit van Berltium. Waarschijnlijk tussen 1502 en 1505 overleden, omdat in het laatste jaar sprake is van zijn erven (OFO II 203), terwijl zijn dochter Lisck in 1502 wordt vermeld (OFO IV 130). Hij had op zijn minst twee zonen: Gercke Joritz, die in 1511 een huis met huisstee verhuurde in Keimpema-espel (RvdA 9.16) en Joannes Jorretz, die in 1510 prebendaris was van Sint Vitus (OFO I 236) en dit in 1515 kennelijk nog was: ‘prebendarius antique curie in Lewerdia’ (OFO II 276).

278. Goesen backer iij (2½) rijnsgl


279. Haya smid en (1) rijnsgl

Mogelijk dezelfde als de in 1499 vermelde Hanthia smid (OFO I 440). Hij staat in de LST onder nr. 117 en woonde in 1511 in Hoekster-espel. (RvdA 30.12).

280. Peer waijman iiii (4) rijnsl

Mogelijk naar Sneek verhuisd, waar in 1516 een pier wigman voorkomt (SnReces. 5068).

281. Peter Jansz x (10) rijnsgl

Zoon van Jan Sybrants Auckama (nr. 80 van deze lijst). Komt in 1498 voor als raadsman (OFO III 27) staat in de LST onder nrs. 64, 67 88 en 211. Is in 1501 en 1506 getuige en mede executeur-test. bij de testamenten van zijn tante Sibbel Sibbetzme (OFO I 449,518). Is van 1512-1529 met enkele onderbrekingen burgemeester van Leeuwarden. Was in 1511 voogd van de Sint Vituskerk (GPCV II 272). Bezat in 1511, volgens Schuur (Stratificatie, 42) een achttal huizen in de stad en een dertigtal huissteden (dito, 45). Woonde toen in Oldehoofster-espel (RvdA 24.7). Hij was in 1528 medebroeder van het Soete name Jesus Gilde. In 1527/1528/1529 komt hij voor als verkoper in de Rentmeestersrekeningen (IV 65 I en V 14r). In 1532 woonde hij nog in Oldehoofster-espel (GaLm L 83, fol. 58). Hij testeerde op 18 maart 1534 en overleed in november van dat jaar ( Stamboek, 28).

282. Jaytia Hilbrandsz iii (3) rijnsgl

Komt in de LST voor onder nrs. 71, 80, 114 en 273. In 1509 komt hij in het grondpachtenregister voor (OFO IV 187.69). In 1511 woonde hij nog in Keimpema-espel (RvdA 9.18) en was hij eigenaar van een tweetal huizen in Minnema-espel (RvdA 15.1 en 17.5) Voorts bezat en pachtte hij grond in de klokslag en onder Hurdegaryp (Vries, LST, p. 84). Het memoriaal bevat de volgende zes doorgehaalde posten:

Item non negligat Gossa Eouwaz en ora
Item ande ora eert slyten wert om den castelleyn hoe folla him (?) jaen schil
Item om en deel knechten in to liggen
Item om Peter Kamstra hoe datmit mit hem wil hebben
Item om Lewerdera deel to verbynden of nyet
Item Jacob heft stuurman leend en enkel gulden

Terug