Affiches de Roos


Onderstaande tekst is ontleend aan de inleiding van de Catalogus de Roos, de beschrijving van de verzameling affiches uit de oorlogstijd, die bij het Historisch Centrum Leeuwarden berust.


Inleiding



Klik hier voor een korte biografie van drs. Jan de Roos.

Boekomslag ’Verzameling De Roos, affiches uit de jaren 1937-1948’In 1986 ontving de Gemeente Leeuwarden de nalatenschap van de heer J. de Roos, onder voorwaarde dat de baten ten goede zouden komen aan het Gemeentearchief. De opbrengst van de verkoop van nagelaten roerende en onroerende goederen werd ondergebracht in een fonds "Nalatenschap J. de Roos", bestemd voor extra bestedingen ten behoeve van de functie van het Gemeentearchief. Dit gaf de mogelijkheid om uit deze middelen de inventarisatie te bekostigen van de reeds in 1984 door de heer De Roos aan het Gemeentearchief geschonken omvangrijke en interessante verzameling oorlogsdocumentatie. Het past om op deze plaats een korte beschrijving te geven van het leven van de collectioneur Jan de Roos.

Hij werd geboren te Leeuwarden op 1 maart 1902, als zoon van de scheeps-timmerman Johannes de Roos (1871-1937) en diens echtgenote Tjitske Siegersma (1872-1932), schippersdochter uit Vrouwenparochie. Vader de Roos stamde uit een Fries scheepsbouwersgeslacht te Leeuwarden. Samen met zijn zwager Jan van der Meijden kocht hij in 1901 de helling "Krom en Recht" aan Oldegalileën, waar zij de scheepsbouw- en reparatiewerf "de Hoop" vestigden. De helling lag aan de Dokkumer Ee ten noorden van de houtzaagmolen op de "Houtpolle".

Tot 1911 woonde het gezin De Roos naast de werf, daarna in een nieuw woonhuis aan het gedeelte van Oldegalileën voorbij de Houtpolle, dat officieus Blokkepad werd genoemd. In deze bedrijvige omgeving aan de rand van de stad, waar behalve scheepshellingen nog andere industrieën waren gevestigd, als een houtzaagmolen, een cichorei-fabriek en een pannenbakkerij, groeide de jonge De Roos op. Hij kon goed leren en werd, na de christelijke lagere school aan de Margaretha de Heerstraat te hebben afgelopen, in 1914 leerling van het Stedelijk Gymnasium aan de Noorderweg. Op 24 juni 1920 behaalde hij het diploma Gymnasium alpha en in november daaraanvolgend legde hij met goed gevolg een aanvullend examen af in de bèta-vakken, dat toelating mogelijk maakte tot een wiskundige studie.

Jan de Roos werd treinstudent en ging studeren aan de faculteit der wis- en natuurkunde te Groningen. Al eerder had hij zich verbonden als vrijwilliger bij de Landstorm, in 1919 bij de compagnie "Leeuwarden en omstreken", sinds 1921 bij de Kader Landstorm in Groningen. De Vrijwillige Landstorm was in die tijd een vooroefeningsinstituut. De vrijwilliger kreeg in de avonduren en in paas-, zomer- en kerstvakantie algemeen militair voorbereidend onderricht en, na een met voldoende uitslag afgelegd examen, recht op verkorting van diensttijd bij de militie.

Dit is voor De Roos reden geweest zich als vrijwilliger te melden. In 1922 werd hij als loteling opgeroepen om bij de militie te worden ingelijfd en half juli werd hij ingedeeld bij het 9e Regiment Infanterie. Pas in juli 1923, na van zijn verbintenis bij de Landstorm te zijn ontheven, trad hij in werkelijke dienst en reeds een maand later ging hij met groot verlof, in de rang van sergeant. Na dit intermezzo zette De Roos zijn studies voort en in 1927 legde hij met goed gevolg het doctoraalexamen in de wis- en natuurkunde af, met als hoofdvak scheikunde en als bijvakken microbiologie en toxicologie.

Het was zijn wens om een aanstelling te krijgen als leraar. Toen het moeilijk bleek een dergelijke betrekking te vinden, besloot De Roos verder te studeren. In het studiejaar 1928-1929 liet hij zich inschrijven aan de Rijksuniversiteit van Utrecht om zich daar toe te leggen op de natuurkundige aardrijkskunde. In verband met deze studie kreeg hij van ettelijke landeigenaren toestemming om op hun grond geologische onderzoekingen te doen, o.m. te Neede, te Deventer en op de terreinen van de Staatsmijn Hendrik. In het kader van de opleiding werden ook vele excursies ondernomen naar geologisch interessante gebieden, zowel in Nederland als daarbuiten, met name in Duitsland. De Roos nam met veel animo deel aan deze tochten en kon daar tientallen jaren later nog met genoegen over vertellen. Het reizen beviel hem zeer en hij zou zich sindsdien ontwikkelen tot een ware globetrotter. In deze jaren is de grondslag gelegd voor zijn verzameling op geologisch gebied.

Op 19 oktober 1934 studeerde Jan de Roos af in de fysische geologie. En nog slaagde hij er niet in een baan op een van zijn vakgebieden te bemachtigen. Sinds 2 april 1935 was hij werkzaam ter secretarie van de Gemeente Franeker, waar hij op tal van afdelingen taken verrichtte. Onder andere hield hij zich bezig met het ordenen van het archief. Een vaste aanstelling bij de Gemeente Franeker was in deze tijd van structurele werkloosheid niet mogelijk en hij bleef solliciteren. Tot na de oorlog zou hij blijven werken in betrekkingen van tijdelijke aard. Tot 1939 te Franeker, van 1939-1940 bij de Provinciale Bibliotheek in Leeuwarden en van 1941-1944 ter secretaire van de Gemeente Achtkarspelen te Buitenpost. Vele jaren gaf hij tevens bijlessen in diverse vakken aan middelbare scholieren. Gedurende de bezettingstijd wilde hij niet solliciteren in overheidsbetrekkingen "om de onmisbaarheid van jongeren niet in gevaar te brengen", die anders, naar hij vreesde, in het kader van de arbeids-inzet zouden worden opgeroepen. Op suggesties dat hij een betrekking als leraar zou kunnen krijgen indien hij zich zou melden als lid van het Opvoedersgilde, een NSB-organisatie, wenste hij al helemaal niet in te gaan.

Na de oorlog lukte het hem eindelijk een betrekking te krijgen op zijn eigenlijke vakterrein: van oktober 1945 tot het cursusjaar 1947-48 was hij aangesteld als leraar aardrijkskunde aan het Stedelijk Gymnasium te Gorinchem, een tijdelijke functie voor een beperkt aantal uren. In september 1947 werd hij (ook weer tijdelijk) benoemd tot leraar aan het Openbaar Lyceum in Goes. Per januari 1948 combineerde hij dit met het leraarschap scheikunde aan het Gemeentelijk Gymnasium te Middelburg. Zijn baan in Goes liep af per 1 januari 1949, in Middelburg voor de zomervakantie van 1950.

De Roos was al die jaren in Leeuwarden blijven wonen. Zijn werkplek, waar die ook was, bereikte hij met het openbaar vervoer. Hij had een grote passie voor het reizen per trein. Die uitte hij ook in het aanleggen van een verzameling van binnen- en buitenlandse dienstregelingen, het maken van ontwerpen (voor o.a. een kopstation te Leeuwarden en omleggingen van spoorlijnen) en het houden van tellingen van reizigers.

Het gezin De Roos was in 1923 verhuisd van Blokkepad 58a naar een nieuwe woning aan de Bleeklaan (nr.83). In oktober 1932 overleed moeder De Roos. Johannes de Roos hertrouwde in 1936 met Femmigje Stam, weduwe van Dirk van der Meijden, de broer van compagnon Jan van der Meijden. Spoedig daarna, in januari 1937, overleed De Roos sr. Jan bleef bij zijn stiefmoeder wonen en verzorgde haar toen zij ziek werd. Na haar dood in december 1953 kwam er nog enige tijd familie inwonen, mede i.v.m. de toenmalige woningschaarste. In 1961 bleef De Roos alleen in het huis achter. Zijn enige zuster had al na haar huwelijk in 1936 de ouderlijke woning verlaten.

In april 1957 kreeg Jan de Roos werk aangeboden op het Leeuwarder Gemeentearchief. Na een korte inwerkperiode begon hij met het grote karwei, dat van zijn vele werkzaamheden aldaar het meest prominente zou worden: het maken van een systematische index op de besluiten van de respectieve gemeentebesturen van Leeuwarden over de jaren 1811-1851. De Roos vergroeide dermate met het Gemeentearchief, dat hij na zijn pensionering in 1967 (onbezoldigd) bleef doorwerken.

Buiten zijn heroepsmatige werkzaamheden had de heer De Roos belangstelling voor vele uiteenlopende zaken. Opgevoed in een gereformeerd milieu, was hij politiek gezien geïnteresseerd in de Anti-Revolutionaire Partij; brieven met op- en aanmerkingen gezonden aan het partijbestuur getuigen daarvan. In de jaren-60 sloot hij zich aan bij de Frysk Nasionale Partij. Een Fries nationaal gevoel heeft hij zijn gehele leven gehad en ook in de Friese taal kon hij zich zowel mondeling als schriftelijk uitstekend uitdrukken. Hij had een sterke aversie tegen, zoals hij het zag, de "overheersingsdrift" van de stad Groningen. Hij vond dat Friesland en met name Leeuwarden zich tot het uiterste moest inspannen om zijn positie te handhaven. Hierover schreef hij in juli 1945 een uitgebreide verhandeling, getiteld "Toekomstig Leeuwarden" (aanwezig op het Gemeentearchief Leeuwarden). De Roos schreef meer, b.v. in de Franeker Courant en in (de Friese bijlage van) De Standaard. Hier publiceerde hij o.m. boekrecensies, artikelen over onderwerpen van locaal-historische aard en over (ARP-)politiek. Een terugkerend thema is de concurrentie tussen Friesland en Groningen.

Reeds genoemd werd zijn hartstocht voor reizen, die hij vooral na zijn pensionering kon uitleven, toen hij zich de tijd gunde om in alle uithoeken van de wereld geologisch of historisch interessante plaatsen te bezoeken, vanwaar hij immer beladen met documentatie, kaarten en curiosa terugkeerde. Frequent reisde hij (met spoorabonnementen) binnen Europa, in de laatste decennia van zijn leven maakte hij grote intercontinentale tochten, o.a. naar Australië, Nieuw-Zeeland, Rusland, Japan, China en de Verenigde Staten.

DistrubutiestamkaartEn dan was er tenslotte zijn verzamelwoede. Enkele collecties werden al even genoemd. In de oorlogstijd zag hij het belang in van het verzamelen van op deze periode betrekking hebbende affiches, plakkaten etc., waarvan hier de inventaris wordt gepresenteerd. Zijn hele leven zou De Roos een enthousiast verzamelaar blijven. Kon zijn stiefmoeder aanvankelijk de aanvoer nog enigszins binnen de perken houden, na haar dood zou hij zoveel zaken aanslepen, dat er voor hem zelf in het tamelijk grote huis aan de Bleeklaan geen plekje meer overbleef. Aan opbergen en rubriceren kwam hij in de laatste jaren niet meer toe.

Na een ziekte van enkele maanden overleed Jan de Roos op 10 januari 1986 in het Bonifatius Hospitaal te Leeuwarden. Bijna dertig jaar was hij een markant en gewaardeerd medewerker geweest van het Gemeentearchief. Deze instelling, waarmee hij zich nauw verbonden was gaan voelen liet hij zijn huis na mèt de zich daarin bevindende verzamelingen. Zijn oud-collega’s van het archief hebben hun best gedaan om voor de verschillende collecties een geëigende bestemming te vinden, zoveel mogelijk in overeenstemming met de inzichten van de schenker. Diverse musea en wetenschappelijke instituten werden begiftigd met verzamelingen en documentatiemateriaal.

Acquisitie Verzameling De RoosZo ontving het Fries Natuurmuseum te Leeuwarden de uitgebreide geologische collectie, de Faculteit der Ruimtelijke Wetenschappen van de Rijksuniversiteit te Utrecht een zeer groot aantal kaarten en platte-gronden. Boeken, voorwerpen en documentatie over uiteenlopende onderwerpen konden worden ondergebracht bij o.a. Rijksarchief Friesland, Fries Museum, Verzetsmuseum Friesland, Provinciale Bibliotheek van Friesland, Fries Scheep-vaartmuseum en Frysk Letterkundich Museum en Dokumintaesjesintrum. Het Gemeente-archief zelf nam naast de hier beschreven, reeds eerder (onder voorwaarden) geschonken collectie, een gedeelte documentatie betreffende Leeuwarden op, benevens stukken ter aanvulling van bibliotheek en fotoverzameling.

De "Verzameling De Roos"


Geschiedenis van de verzameling
Historisch besef bracht de heer de Roos ertoe oorlogsdocumentatie te verzamelen. In een tijd dat de meeste mensen andere prioriteiten stelden, nam hij zich voor zoveel mogelijk de papieren neerslag van deze periode bijeen te brengen, als bewijsstukken van het gebeurde voor komende generaties. Een moeilijke opgave, waarmee hij na de bevrijding is doorgegaan. Het belangrijkste deel van de vergaarde documentatie bestaat uit de hier gecatalogiseerde verzameling affiches.

Op verschillende manieren kwam De Roos aan het materiaal. Door zijn werk op het Gemeentehuis van Achtkarspelen kon hij beslag leggen op gave exemplaren van Nederlandse en Duitse proclamaties en verordeningen. Gedurende de gehele oorlogstijd was het mogelijk langs deze weg uit het door de bezetter aan de lagere overheden toegestuurde propagandamateriaal te blijven putten. Aan de hand van de collectie kan worden verondersteld, dat hij ook door bevriende collega-ambtenaren b.v. te Sneek en Franeker van publicaties werd voorzien. Een andere tactiek was de domweg rechtstreekse persoonlijke benadering van de beheerders van de distributiepunten der nationaal-socialistische propaganda, zowel in zijn woonplaats als elders in het land. De Roos zag dit als puur zakelijke contacten in het belang van de wetenschap en de benaderde nazi-functionarissen stelden hem, vaak enigszins verbaasd, de gevraagde affiches en publicaties ter hand.

Behalve de vele gave plakkaten bevat de verzameling ook ettelijke zwaar beschadigde exemplaren die naderhand door De Roos zelf hersteld zijn. Duidelijk gaat het hier om van de muur getrokken materiaal. Bekend is het verhaal dat De Roos achter de affiche-plakker aanliep en de vers opgehangen exemplaren van de muur nam. Hiervoor door de politie opgebracht naar het bureau, zag hij een nog niet in zijn bezit zijnd aanplakbiljet aan de wand van de wachtkamer hangen, waarop hij zich ook dit exemplaar toeëigende. Zelf ontkende De Roos deze verhalen: hij had wel verlopen affiches van muren gehaald en was wel eens aangehouden, maar dat was alles.

Jan de Roos en Johannes SchaafsmaIn de loop der jaren zijn gedeelten van de verzameling uitgeleend aan personen en instellingen onder andere t.b.v. exposities. Helaas heeft het materiaal hierdoor nogal geleden, terwijl er ook het een en ander is zoekgeraakt en de door De Roos in de collectie aangebrachte ordening nogal verstoord raakte.

In 1984 werd, zoals gezegd, de gehele collectie (onder voorwaarden) geschonken aan het Gemeentearchief van Leeuwarden. Tot zijn ziekte heeft de heer De Roos zich beziggehouden met het herstellen van de (voorlopige) ordening van het materiaal.


Opmerkingen naar aanleiding van de verzameling

Een affiche is een biljet, dat aangeplakt is of dient te worden om de daarop, meestal in gedrukte vorm, vermelde openbare bekendmaking of (reclame-)boodschap ter algemene kennis te brengen. Men kan een onderverdeling maken in letter-affiches en beeldaffiches. Bij de eerste categorie is de tekst, bij de tweede het beeldend element hoofdzaak. De bezetter wilde in Nederland een aantal doelstellingen realiseren, met name het gelijkschakelen van het maatschappelijk leven in nationaal-socialistische zin, het betrekken van bevolking, landbouw en industrie bij de totale oorlogvoering, het "judenfrei" maken van het hele land en het handhaven van rust en orde. Al deze doelstellingen zijn terug te vinden op de aanplakbiljetten die in oorlogstijd op borden, muren en zuilen verschenen. Een groot deel van deze plakkaten valt onder de noemer propaganda. Bij de publicatie van de onderhavige affiches-verzameling, waarvan een prominent gedeelte een verwerpelijk gedachtengoed uitdraagt, lijkt het juist om, zij het kort, in te gaan op de achtergronden van de nazistische propaganda.

Propaganda zou men kunnen definiëren als het weloverwogen beïnvloeden van de openbare mening door middel van woord, geschrift, beeld en muziek, veelal met gebruikmaking van symbolen als gebaren en vlaggen. Tijdens de Tweede Wereld-oorlog werd deze vorm van doelbewuste politieke manipulatie (overigens aan beide zijden) bijzonder geperfectioneerd. De Duitse propaganda gaf een zeer positieve voorstelling van het sociale en culturele leven volgens de nationaal-socialistische ideeën. Wat niet beantwoordde aan de nazi-opvattingen werd weggelaten of verdraaid weergegeven. Nazistische organisaties als Nederlandsche Volksdienst, Winterhulp, Vreugde en Arbeid en de Nederlandsch-Duitsche Kultuurgemeenschap werden in positieve zin onder de aandacht gebracht. Aansporingen om zich bij diverse vrijwilligersgroeperingen aan te sluiten waren vanzelfsprekend in opgewekte toon gesteld. Anderzijds werd negatieve propaganda gevoerd: tegen de Joden, tegen de Bolsjewieken, tegen de Engelsen en Amerikanen. Hierbij is veelvuldig en op verraderlijke wijze gebruik gemaakt van bekende clichématige kenmerken en vooroordelen. Ook deze aspecten treft men aan op affiches die in het Nederlandse straatbeeld opdoken.

Bij verordening van de Rijkscommissaris d.d. 25 november 1940 is het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten (DVK) opgericht. Aan dit Departement werd onder meer opgedragen: al hetgeen samenhangt met propaganda en met bekendmakingen t.b.v. niet op winstmaken gerichte doeleinden. Er kwam een aparte afdeling propaganda. Het DVK wijdde zich vooral aan de propaganda via pers, film en omroep. Tevens verspreidde het veel (dikwijls uit het Duits vertaald en aan Nederlandse omstandigheden aangepast) drukwerk en affiches. Het propagandabeleid werd mede in sterke mate bepaald door de staf van de Rijks- commissaris. Sinds eind juli 1941 was voor het openbaar maken van affiches met een politiek propagandistische strekking goedkeuring nodig. Aanvankelijk werd deze verleend door het Rijkscommissariaat, sedert zomer 1942 ook door het DVK. In hoeverre dergelijke, hier te lande tamelijk ongebruikelijke propaganda "aansloeg" valt moeilijk te zeggen. De invloed van propagandistische aanplakbiljetten kan hierbij slechts gezien worden in samenhang met de andere vormen van massabeïnvloeding. Men krijgt de indruk dat de positieve propaganda in het licht van de steeds moeilijker dagelijkse omstandigheden als onwaarachtig werd ervaren, de propaganda tegen de geallieerden daarentegen een positieve bijklank kreeg. Tegengif tegen de nazistische propaganda is onder meer geleverd in de illegale pers, zelden in de vorm van affiches. In de "Verzameling De Roos" is slechts één affiche te vinden, dat illegaal werd aangeplakt: een plakkaatje uit Leeuwarden (februari 1945), waarin uitstel van een paardenvordering wordt gemeld en dat onmiddellijk door een officiële reactie is gevolgd (cat.nrs. 300 en 301).

Een niet tot de propaganda te rekenen groep wordt gevormd door de aanplak-biljetten, waarmee besluiten of waarschuwingen van de zijde der overheid worden bekendgemaakt. Visueel minder interessant weerspiegelen zij niettemin zeer duidelijk de invloed van het bezettingsapparaat op het leven van de gewone burger. De toename van geweld en terreur jegens de bevolking is hier scherp te zien. Alleen het grote drama van de jodenvervolging vindt men amper terug in de Duitse aanplakbiljetten. Het weerzinwekkende antisemitisme dat op vele affiches naar voren komt spreekt echter klare taal omtrent de bedoelingen van de nazi’s.

Zoals de hier bijeengebrachte affiches die dateren uit de jaren voor de oorlog (in verhouding niet veel in getal) vooruitlopen op de gebeurtenissen van 1940-1945, zo hebben de affiches van ná de bevrijding op enigerlei wijze te maken met de naweeën van deze periode. Allereerst is er een grote collectie aanwezig van bekendmakingen van het Militair Gezag, het militaire nood-bestuursapparaat dat tot maart 1946 functioneerde. Een aanzienlijk deel heeft vervolgens betrekking op het weer op gang komen van het maatschappelijk leven in al zijn facetten. Daarnaast speelt de strijd om Nederlands-Indië een voorname rol. De verzameling is afgesloten in 1948.

Terug