De straatnaamgeving tot 1945


Tot ver in de 19e eeuw bemoeide het stadsbestuur van Leeuwarden zich niet met de benaming van straten en wegen. (In Amsterdam werden al sedert het eind der 16e eeuw de straten in de stadsuitbreidingen door Burgemeesteren van namen voorzien.) In 1822 gingen B. en W. niet in op het aanbod van een particulier om tot sieraad der stad Leeuwarden en tot nut der vreemdelingen, de namen aan alle hoeken der straaten en grachten etc. te plaatsen. Nadat de Raad echter op 7 april 1842 het nieuwe wijkreglement had aangenomen, diende de gemeentearchivaris, die een wijkboek voorbereidde, op 10 augustus d.a.v. een voorstel in tot wijziging van diverse straatnamen in meer beschaafde en met den veranderden toestand der stad beter overeenkomende en tot vaststelling van straatnamen in nieuwe buurten. Reeds de volgende dag werd er een raadscommissie tot bestudering van dit voorstel gevormd, welke op 20 oktober 1842 rapport uitbracht. De Raad besloot nog diezelfde dag enkele van de geadviseerde namen aan nieuwe straten te geven, doch van de oude straatnamen slechts de verbasterde te corrigeren. In het betreffende besluit zijn die namen niét vermeld, wèl in het in 1843 inderdaad door W. Eekhoff uitgegeven wijkboek.

Thorbeckes gemeentewet (1851) noemde onder de bevoegdheden van de Gemeenteraad (art. 140, 1931 art. 174) Hij maakt, in overeenstemming met algemeene of provinciale voorschriften, de noodige verorderingen tot verdeeling der gemeenten in wijken.... Daaruit zou ook de straatnaamgeving voortvloeien. Er blijkt voorlopig niets van activiteit van de Leeuwarder Raad op dit gebied: er kwamen geen straten bij. 16 November 1860 vroeg de Kamer van Koophandel naambordjes op de straathoeken aan te brengen. Burgemeester en wethouders droegen de gemeentearchitect op, de kosten hiervan te berekenen. Op diens rapport van 15 februari 1861 berichtten B. en W. aan de Kamer, dat de gemeentebegroting e.e.a. nog niet toeliet. Bij de begrotingsdiscussie in de Raad op 5 november 1864 is tenslotte besloten, naambordjes te doen aanbrengen. 23 Januari 1865 werd de door de architect ingediende lijst van straten, waar bordjes z.i. gewenst waren, om advies aan de archivaris gezonden, op wiens rapport door B. en W. enkele (voornamelijk spellings)wijzigingen in de straatnamen zijn aangebracht: Ossekop of Uniabuurt (i.p.v. Ossekop), Weaze (i.p.v. Waeze), Sint Jacobsstraat (i.p.v. Sint Jakobstraat), bij de Put (i.p.v. Put), Sacramentsstraat, Monnikemuurstraat, Druifsstreek (i.p.v. Druifstreek), Bollemanssteeg (i.p.v. Bollemansteeg) en Oude en Nieuwe Oosterstraat (25 januari 1865). Deze gang van zaken werd 26 januari medegedeeld aan de Raad. Waarschijnlijk is de aanschaffing en plaatsing van de bordjes over drie jaren verdeeld, want ook in januari 1866 en ’67 zond de gemeentearchitect lijsten met straatnamen in, welke laatste op advies van de archivaris door B. en W. soms enigszins gewijzigd werden.

Daarmede waren straatnaamaffaires de facto aan het College van B. en W. gedelegeerd, dat daarvan de consequentie trok en 21 juli 1869 besloot: Ter vergadering in aanmerking genomen zijnde, dat het minder eigenaardig moet worden geacht, dat de dusgenaamde Zuiderwalsteeg, welke toegang verleent naar de Prins Hendriksbrug over de stadsbuitengracht tusschen de Harlingervaarts- en Wirdumerpoortsbruggen, dien naam behoude, zoo om de meerdere breedte die men zich voorstelt, daaraan te geven, als omdat de eigentlijke Zuiderwal niet meer bestaat; dat het bovendien wenschelijk is om aan de kade ten Noorden van de vorenbedoelde gracht een’ naam te geven. Is besloten: 1º te bepalen, gelijk geschiedt bij deze, dat de dusgenaamde Zuiderwalsteeg voortaan den naam Prins Hendriksstraat en de kade gelegen ten Noorden van de buitengracht tusschen de Harlingervaarts- en Wirdumerpoortsbruggen, die van Zuiderkade zal dragen; 2o den Raad dezer gemeente met het sub 1o genomen besluit in kennis te stellen. Deze resolutie werd 29 juli d.a.v. aan de Raad medegedeeld, die e.e.a. voor kennisgeving aannam. Daarop is de straatnaamgeving bijna een eeuw in handen van burgemeester en wethouders gebleven, waarbij zij zich al dan niet lieten adviseren door de archivaris.

De Prins Hendriksstraat (R. 8 nov. 1961 Prins Hendrikstraat) werd genoemd naar Prins Hendrik de Zeevaarder (Willem Frederik Hendrik Prins der Nederlan- den, 1820-1879), broer van Koning Willem III; zijn borstbeeld met de datum 8 juli 1869 siert nog het hoekhuis no. 14. Op dien dag bezigtigde Z.K.H. de nieuwe werken tot uitbreiding der gemeente. Bij de daar gelegd wordende nieuwe draaibrug hield de prins eenige oogenblikken stil, waarvan de commissaris des konings gebruik maakte, om Z.K.H. te verzoeken wel te willen vergunnen die brug ’s prinsen naam te mogen geven, een verzoek, dat gereedelijk werd toegestaan. Geen toelichting behoeft de naam Zuiderkade voor de noordelijke kaai langs de in 1868 rechtgetrokken zuidelijke stadsgracht.

Aan de straten, aangelegd op de 1869/70 gedempte binnengracht (Lange pijp - Gr. Kerkstraat), werden 19 oktober 1870 de namen Bagijnesteeg en St. Anthonijstraat (R. 8 nov. 1961 Sint Anthonystraat) gegeven, ontleend aan de belendende Bagijnestraat en het St. Anthonijgasthuis. In het bouwblok ten zuiden van het Zaailand werd op die datum de Zuiderstraat benoemd, de Schoolstraat (naar de toen aldaar nog te bouwen Gemeenteschool no. 4; daarvan rest nog het gymnastieklokaal) volgde 20 november 1872.

Een competentiekwestie speelde mee bij de naamgeving van de woningen, sedert 1872 aan de Groningerstraatweg gesticht door de werkliedenvereniging Help U zelven. B. en W. gingen 20 november 1872 voor zoover noodig accoord met het verzoek van het bestuur van die vereniging om aan dit complex de naam Werkmanslust te geven (in 1875 kwam in Bolsward een complex woningen van de vereniging Werkmansbloei gereed). In 1876 evenwel richtte genoemd bestuur opnieuw een verzoek tot het College, nu om namen te geven aan zes straten op het terrein genaamd Werkmanslust. Voorgesteld werden: Bouwheersgracht, Arend Dirk B. straat, Thomaslaan, Munsterstraat, Gerbenlaan en Rommertshaven (ter toelichting: het bestuur bestond uit de heren Arend Dirk Beerends, voorzitter, Thomas Postma, secretaris, Andries Johannes Munsterman, boekhouder, Gerben Sinnema en Obbe Rommerts). B. en W. antwoordden, dat het niet tot hun bevoegdheid behoorde, namen te geven aan straten, behorend aan particulieren en coöperaties, maar dat zij ook geen bezwaar hadden, dat het bestuur zèlf deze namen gaf. Dat laatste is echter niet geschied, want blijkens het wijkboek van 1878 heetten de straten toen Westerwal, Noorderstraat, Winkelstraat, Nieuwe Winkelstraat, Korte Noorderstraat en Oosterwal. Deze namen werden ook op de naambordjes vermeld maar zij zijn nooit officieel erkend: alle huizen nummerden Werkmanslust. Die naam bleef gehandhaafd, toen de meer dan een eeuw oude woninkjes in 1976 werden vervangen door nieuwbouw, met een geheel ander stratenpatroon.

Bij zijn bezoek aan Leeuwarden op 11 mei 1873 gaf Koning Willem III toestemming tot het verlenen van zijn naam aan de ter weerszijden van de nieuwe zuidelijke stadsgracht aangelegde kaden. Op 20 mei d.a.v. besloten B. en W. deze kaden Willemskade Noord- en Zuidzijde te noemen (en de naam Zuiderkade voor de noordzijde in te trekken).

De straten in het bouwblok ten zuiden van de gracht, de Stationswijk (het eerste spoorstation dateert van 1864), werden bij één besluit, dat van 11 maart 1874 vastgesteld: Stationsweg, Stationsplein, Sophialaan, Baljéestraat, van Swietenstraat, Korte Marktstraat (ten w.), Lange Marktstraat (ten n.), Huidenmarkt (ten o. van de veemarkt), Wagenplein, Sneekerkade en Zuidersingel. B. en W. gaven op 21 maart de toelichting dat de naam Baljéestraat aan de straat loopende van den Stationsweg naar de Willemskade zuidzijde is gegeven als eene dankbare herinnering aan den voormaligen stadgenoot Jacobus Martinus Baljée, vroeger verpleegd in het Nieuwe Stads Weeshuis, den 18 Februarij 1823 te Batavia als oud-raad van Neerlands Indie overleden, en die het gemelde gesticht als zijn universeelen erfgenaam heeft benoemd, dat aan de straat loopende van de Baljéestraat naar de Sophialaan de naam is gegeven Van Swietenstraat als eene blijvende herinnering aan den generaal Van Swieten, die door het aanvaarden van het opperbevelhebberschap over de 2e expeditie naar Atchin en het als zoodanig verkregen succes, de achting en hulde van het Nederlandsche volk waardig is, en dat aan den weg van de Prins Hendriksbrug tot het Stationsplein de naam Sophialaan is gegeven als een huldebewijs aan Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden. Merkwaardig is, dat blijkens het voorlopig besluit van B. en W. van 7 maart niet Baljée (naar wie immers reeds de Baljéebuurt was genoemd) zou worden geëerd, doch de generaal-majoor Johan Harmen Rudolf Köhler (1818-1873), de bij de aanval op een moskee gesneuvelde opperbevelhebber van de eerste Atjeh-expeditie. De luit.-generaal Jan van Swieten (1807-1888) bezette in januari 1874 bij de tweede expeditie de kraton van de sultan van Atjeh. Koningin der Nederlanden was toen Sophia Frederika Mathilda prinses van Wurtemberg (1818-1877), eerste echtgenote van Koning Willem III. Tevoren werd de in 1871 aangelegde doch nog onbebouwde Sophialaan wel aangeduid als Stationsweg (naar het in 1864 gestichte spoorwegstation) of Zuidelijke toegangsweg. De van Ruiterskwartier e.o. hierheen overgebrachte veemarkt werd 17 april 1874 geopend. Bij de uitbreiding ervan in 1904 verdween de Korte Marktstraat, bij de bouw van een schapenmarkt in 1929 de Huidenmarkt en bij de sloop van het gehele complex in 1964 het Wagenplein. 11 December 1967 kreeg het voormalige veemarktterrein de naam Oude Veemarkt, later overgaand op een erover aangelegde straat.

Bij de voorbereiding van het wijkboek van 1878 bleken wederom talrijke verbeteringen en aanvullingen van de straatnamen noodzakelijk. Bij besluit van B. en W. van 20 juni 1877 werden de volgende, reeds bestaande straatnamen gelegaliseerd: Achter Tulpenburg (26 april 1988 ingetrokken), Arendstuin, Cichoreijbuurt, Eestraat, Hazebuurtje, Hoogpad, Hoogpadsend, Houtpolle (24 juni 1980 ingetrokken), Hulstbuurt, Jan Mutskesteeg, Kapelsteeg, Keetbuurt (21 juni 1951 Achter Tulpenburg), Keetwaltje, Kloostersteeg, Korenmetersgloppe, de Krimp, Laagpad, Langesteeg, Lindebuurt, Muntesteeg, Panwerk (15 juni 1982 ingetrokken), de Polle, Posthoornsteeg, Reijndersbuurt, Romkeslaan, Seringebuurt, Spanjaardslaan, de Steenhouwerij (R. 8 nov. 1961 Steenhouwerij), het Streekje, Tonslagerij, Tuinmanssteeg, Tulpenburg, Turfdragersgloppe, Weerklanksteeg, Wissessteeg en Wissesstraat (24 juni 1980 ingetrokken). Nieuwe namen voor bestaande straten: Eebuurt (i.p.v. Klein Camstraburen), Fabrieksbuurt (bij de Poppebrug, 24 juni 1980 ingetrokken). Harlingersingel (buiten de Vrouwenpoort), Hoeksterend (voor de Gasfabriek), Hoekstersingel (bij de Verwersbrug), Overijsselsche straatweg (bij de Wijnhornsterzijl, 7 dec. 1950 Schrans), Perkstraat (deel van Perkswaltje, 5 jan. 1982 A.S. Levissonstraat), Poppebuurt (Touwpluizershoek), Ruitersteeg (steeg Bagijnestraat noordzijde, leidend naar de v.m. ruiterswacht in de Kleine Kerkstraat), Stienserweg (Breededijk of Straatweg naar de Bontekoe), Tuinsteeg (steeg bij den Stads- of Prinsentuin), Vierhuisterweg (bij Paffenraad), Vijzelstraat (opgang van de Nieuweburen), Westersingel (Singel bijlangs de Broodfabriek) en Zuiderplein (buiten de Wirdumerpoort). In 1874 werden ten noorden van de Spanjaardslaan de Bleekerstraat (24 sept. 1985 ingetrokken), de Dwarsstraat (13 okt. 1932 Bleekerdwarsstraat, 1 febr. 1983 ingetrokken) en de Westerstraat (24 sept. 1985 ingetrokken) bebouwd, waarvan de eerste toegang gaf tot de blekerij van Luitje Huizinga (ongeveer ter plaatse van de latere ijsbaan) en de laatste liep over de landerijen van de wed. J. Wester-Kruizinga. Ten zuiden van de Spanjaardslaan werden 1877/’78 over het terrein van de afgebroken herberg en looierij de gouden bal de Singelstraat en de Looijerstraat aangelegd.

De timmerman Theodoor Gerard Bekhuis, reeds eerder genoemd als bouwer van de Bekhuisbuurt in de Schrans, zette in 1872 zeventien woningen achter een poortje in het Hoekster Achterom, door de bewoners eveneens als Bekhuisbuurt aangeduid; B. en W. maakten daar Amelandsbuurt van. Een collega timmerman- aannemer (o.a. van het spoorstation, 1864) was Jelle Harmens Keijzer (1816-1904), die al in 1867 bouwde achter het Zuiderplein; de naam Keijzersbuurt vond wèl genade in de ogen van het College. In 1875 had de barbier Samuel Bergman (1831-1886) tien woningen laten optrekken aan Achter de Hoven; de naam Bergmansbuurt werd vervangen door Mariabuurt. Daarbij sloten goed aan de Hendriksbuurt van 1870 (tevoren Prins Hendriksbuurt, n.a.v. diens bezoek in 1869) en de Johannesbuurt van 1872. Meer westelijk bood de Fabrieksteeg (R. 8 nov. 1961 Fabriekssteeg, 26 april 1988 ingetrokken) toegang tot de in 1867 opgerichte strokartonfabriek (1912 Lijempf, 1975 afgebroken). Tot zover het beslotene op 20 juni 1877.

De in 1879 afgebroken houtzaagmolen op Camstraburen (1840 gesticht door houtkoper Jacob Romein, 1791-1842), waarvan het terrein in bouwpercelen werd uitgegeven, is naamgever van de meeste, aldaar aangelegde straten: 24 april 1880 Houtstraat (24 sept. 1985 ingetrokken), 24 oktober 1885 1e en 2e Korte Houtstraat (de eerste werd 13 okt. 1932 opgenomen in de IJsbaanstraat, de tweede is 24 sept. 1985 ingetrokken) en Nieuwe Houtstraat (26 april 1988 ingetrokken), 31 maart 1886 Camstrastraat (24 sept. 1985 ingetrokken), 20 april 1889 3e Korte Houtstraat (16 april 1936 opgenomen in de Dekamastraat), 13 oktober 1932 Houtdwarsstraat (24 sept. 1985 ingetrokken), IJsbaanstraat (1 febr. 1983 ingetrokken) en IJsbaandwarsstraat (24 sept. 1985 ingetrokken), 30 januari 1936 Keimpema- en Runiastraat (beide 26 april 1988 ingetrokken), 16 april 1936 Dekamastraat. Camstrastraat is verklaarbaar bij Camstraburen, voorheen een bezitting der Camstra’s; de geslachten Dekama, Keimpema en Runia hadden ook aanzienlijke eigendommen in en om de stad, Enkele landerijen aan de Bleekerstraat zijn in 1886 en 1895 door de vereniging de IJsclub aangekocht en als ijsbaan ingericht. In 1956 begon de afbraak van deze buurt met de sloping van het Groot Vierkant, een carré huisjes (met bleken in het midden) tussen IJsbaan- en Houtstraat. De onvoldoende onderhouden ijsbaan verviel steeds meer en kon verdwijnen na de bouw (1979) van een ijshal bij de Frieslandhal (FEC).

Ter verbetering van de toegang aan de Eewal tot de St. Dominicuskerk in de Speelmansstraat werd er in 1886 een huis aan de Eewal afgebroken. Overwegende, dat de nieuwe straat loopt over een deel van het erf, oorspronkelijk behoord hebbende bij het huis, oudtijds het Huygenshuis genaamd, welk huis in de 2de helft der 16de eeuw bewoond werd door de familie Huygens, waarvan onderscheidene leden aanzienlijke ambten te dezer stede hebben bekleed (o.a. het burgemeestersambt) werd het daar gelegde straatje 19 maart 1887 Huygensstraat genoemd.

Het volgende jaar was men wat slordig m.b.t. de straatnaamgeving. Tevergeefs is naar de besluiten gezocht, waarbij de toen ontstane Hoveniersstraat (voor de hand liggende naam bij Achter de Hoven) en Westerkade van die namen zijn voorzien. Wel werd 22 augustus 1888 de tegelijkertijd met de Westerkade aangelegde Arendsstraat benoemd; naamgever was het aangrenzende Arendsklooster.

Dan volgen er weer enkele incidentele benoemingen: 18 mei 1889 Gardeniersbuurt (5 sept. 1896 ingetrokken naam voor een gedeelte van het Molenpad), 2 april 1890 Oosterbuurt (achter de Oostergrachtswal), 7 mei 1892 Klanderijstraat en -dwarsstraat (15 juli 1933 1e t/m 4e Klanderijdwarsstraat - 2e en 4e Klanderijdwarsstraat ingetrokken 24 juni 1980, 3e 3 oktober 1989 -, aangelegd op de voormalige blekerij ten oosten en zuiden van het terrein van de herberg de Klanderij - 1893 verrees daar een gelijknamig, in 1975 afgebroken hotel -; een kalander is een soort mangel om stoffen te glanzen), 4 juli 1894 Tichelstraat (op het voormalige tichelwerk van mr. J. Dirks aan het Noordvliet), 11 september 1895 Florabuurt (Achter de Hoven, op een v.m. bloemkwekerij, ingetrokken R. 27 jan. 1969). De ook aan Achter de Hoven gebruikte namen Catharinabuurt, Grosjeanbuurt (naar timmerman Feiko Grosjean, 1815-1900) en Steffensbuurt (naar timmerman/aannemer Hendrik Steffens, 1842-1914) werden niet gelegaliseerd.

Intussen was er in de begrotingsvergadering van de Raad op 5 november 1894 door de liberaal Arie Duparc (1826-1916) bezwaar gemaakt tegen de aanduiding Plein voor het Paleis van Justitie. Er is aan spr. medegedeeld, dat het plein officieel wel eens wordt genoemd Plein van Justitie. Waarom? vraagt spr. Toch niet, omdat daar in 1860 de eenige, gelukkig ook de laatste, terechtstelling van een mensch heeft plaats gehad? In elk geval zou het om die reden eene allesbehalve fraaie naam zijn. Hoe ’t intusschen ook zij, spr. doet eene aanbeveling aan burgemeester en wethouders om aan dit plein een anderen naam te geven. Verlegen behoeven zij er niet om te zijn. Zij hebben slechts terug te denken aan den avond van 18 Juni 1892, toen onze beminnenswaardige jeugdige Koningin zich daar aan duizenden menschen vertoonde en waardoor dit plein - nog steeds zonder eigenlijke benaming - eene zekere wijding ontving. Men noeme het daarom Wilhelminaplein. Het zal dan eene waardige aansluiting zijn bij de zich in de nabijheid bevindende Willemskade, Sophialaan en Prins Hendrikstraat. B. en W. verleenden toen op 5 december d.a.v. de voorgestelde naam, de bevolking bleef bij voorkeur de aanduiding Zaailand gebruiken.

Vervolgens moesten er straatnamen worden gegeven in de wijk, in aanleg tussen Nieuwe kanaal (van 1895) en spoorweg: 12 augustus 1896 Maria Louisastraat en Verkorte weg (R. 8 nov. 1961 Verkorteweg), 4 november 1896 Emmakade noord- en zuidzijde (tot 2e Kanaalsbrug) en Kanaalweg noord- en zuidzijde (na 2e Kanaalsburg; de - verlegde - zuidzijde is 2 okt. 1918 herdoopt in Tijnjestraat), 9 mei 1900 Johan Willem Frisostraat, 11 juni 1902 Oranje-Nassaupark, Oranje-Nassaustraat, Willem Lodewijkstraat en Gijsbert Japiksstraat (9 aug. 1902 Gysbert Japicxstraat), 22 november 1905 Emmaplein, Emmastraat en Regentessestraat (de beide laatsten 19 jan. 1907 tevens opgenomen in Emmaplein), 24 februari 1906 Kanaalstraat, 7 oktober 1914 Emmastraat en 13 november 1919 Julianastraat. In deze wijk is voor het eerst getracht, één type straatnamen te geven, waarbij gekozen werd voor namen uit ons Stadhouderlijk en Koninklijk huis: Willem Lodewijk, graaf van Nassau, 1560-1620, stadhouder 1584-1620, Johan Willem Friso, vorst van Nassau, prins van Oranje, 1687-1711, stadhouder 1696-1711 , diens echtgenote Maria Louisa, landgravin van Hessen- Kassel, 1688-1765, regentes 1711-1731 en 1759-1765, Adelheid Emma Wilhelmina Theresia, prinses van Waldeck en Pyrmont, 1858-1934, tweede echtgenote van koning Willem III, koningin-regentes 1890-1898, Juliana Louise Emma Marie Wilhelmina, toen prinses der Nederlanden. B. en W. wilden in verband het het te organiseren derde eeuwfeest van de geboorte van de Friese dichter Gysbert Japicx (1603-1666) deze met een straatnaam eren, waarvoor alleen in deze wijk gelegenheid was.

Door de afbraak van de turfdragersbaan tussen Reigerstraat en Nauwesteeg ontstond het 5 december 1896 benoemde Reigersplein (R. 8 nov. 1961 Reigerplein). Daarop volgden 9 juni 1897 Spanjaardsstraat en 25 augustus 1899 Noordvlietstraat (in de volksmond Kortstraat, mogelijk naar de aldaar woonachtige arbeider Beene Kort, 1856-1910), Cambuurstraat en le en 2e Cambuurdwarsstraat, welke namen alle aan reeds in de omgeving voorkomende benamingen werden ontleend.

Dan komt de bebouwing tussen Noordersingel, Spanjaardslaan en Stienserweg op gang. De tot de verbeelding sprekende tweede Zuid-Afrikaanse vrijheidsoorlog (1899-1902) bood voldoende namen, die hier gebruikt konden worden: 3 februari 1900 Paul Krugerstraat, 2 maart 1901 Bothastraat en De Wetstraat, 22 november 1905 Steijnstraat, Bloemfonteinstraat (24 juni 1980 ingetrokken) en Pretoriastraat, 17 maart 1906 Joubertstraat, 25 augustus 1906 De la Reijstraat, 25 april 1908 Cronjéstraat, Schalk Burgerstraat en Transvaalstraat, 27 januari 1909 Herman Costerstraat, 10 april 1980 Natalstraat. Naamgevers zijn Louis Botha (1862-1919), Willem Schalk Burger (1852-1918), mr. Hermanus Jacob Coster (1865- 1899), Petrus Andries Cronjé (1835-1911), Petrus Jacobus Joubert (1831 - 1900), Stephanus Johannes Paulus Kruger (1825-1904), Jacobus Hercules de la Rey (1847- 1914), Marthinus Theunis Steyn (1857-1916) en Christiaan Rudolph de Wet (1854-1922), allen boerenaanvoerders en/of -politici; verder Bloemfontein en Pretoria, de hoofdsteden van de boerenrepublieken Oranje-Vrystaat en Transvaal, en Natal, een provincie van de Zuid-Afrikaanse Unie. De generaals Botha en De la Rey brachten in het kader van een inzamelingsactie tot leniging van de nood onder de verarmde boeren, op 3 oktober 1902 een bezoek aan Leeuwarden. Aan het einde van de jaren tachtig groeide in Nederland de weerstand tegen de in Zuid-Afrika gepractiseerde apartheid. In diverse steden werden straatnamen in de Zuid-Afrikaanse buurt vervangen, en verzetsstrijders vernoemd. Een groepje actievoerders, zich noemende het Leeuwarder Vredes Overleg plaatste op 23 september 1987 in de Pretoriastraat een bordje Nelson Mandelaplein. Een nieuw ontstaan plein kreeg 24 juni 1991 officieel die naam. Nelson Rolihlala Mandela, geboren Transkei 1918, advocaat, voorman African National Congress (zwarte verzetsbeweging tegen apartheid), 1962-’90 geïnterneerd (o.a. op Robbeneiland), 1991 president A.N.C., is 10 mei 1994 beëdigd als eerste zwarte president van de Republiek van Suid-Afrika.

Op 30 november 1899 had het bestuur van de Friesche Bouwkring verzocht om aan een nieuw aan te leggen straat de naam van Vredeman de Vriesestraat te willen geven, waarop B. en W. (op advies van de archivaris) 23 december 1899 besloten te gelegener tijd aan eene nieuwe straat de naam te geven van Vredemanstraat. Bij een discussie in de Raad werd op 23 oktober 1900 gesuggereerd, dat de vorm Vredeman de Vriesstraat de voorkeur verdiende en inderdaad is deze naam 17 november 1900 verleend. Verder volgden in deze Friese bouwmeesters, grafici en schilders-wijk: 13 januari 1904 Bote van Bolswert-, Claes Bockes Balck-, Johannes Sems-, Margaretha de Heer-, Menno van Coehoorn-, Pieter Feddes-, Sibrandus Leo-, Willem Loré- en Wijbrand de Geeststraat, 13 augustus 1904 Jacob van Aakenstraat, 1905 Bisschopstraat, 26 september 1906 Rembrandtstraat, 1e, 2e en 3e Rembrandtdwarsstraat en Saskiastraat, 18 mei 1910 1e t/m 6e Saskiadwarsstraat en Straat van Welgelegen, 29 augustus 1910 Cornelis Frederikstraat (R. 8 nov. 1961 Cornelis Frederiksstraat), Van der Kooij- en Pieter de Swartstraat, 15 juni 1912 Alma Tadema- straat (voorgesteld was Schotanusstraat), 30 maart 1917 Eillartsstraat, 9 maart 1932 Accama- en Beekkerkstraat, 9 januari 1936 Van Cronenburch- en Lambert Jacobsz- straat, 24 juni 1991 Bennerstraat. Naamgevers zijn Jacob van Aken (overl. 1529, eerste bouwmeester van de Oldehove), Bernardus (1697-1756) en Matthijs Accama (1702-1783, portret- en historieschilders), Claes Bockes Balck (1683-1748, bouwmeester van het stadhuis), Harmen Wouter Beekkerk (1756-1796, historieschilder), Gerrit Benner (1897-1981, expressionistisch en a bstract schilder), Christoffel Bisschop (1828-1904, portret- en genreschilder), Boëtius à Bolswert (1580-1633, graveur), Wijbrand Simonsz. de Geest (1592-na 1660, portretschilder), Margaretha Adriaens de Heer (17e eeuw, landschap- en stillevenschilderes), Johannes Eillarts (17e eeuw, graveur), Johan Sems Hoeflinga (1572- na 1630, landmeter en kaarttekenaar), Menno baron van Coehoorn (1641-1704, vestingbouwkundige), Willem Bartel van der Kooi (1768-1836, portret- en genreschilder), Cornelis Frederiks (tweede bouwmeester van de Oldehove), Adriaen van Cronenburch (1526?-na 1604, portretschilder, in 1934 herontdekt), Lambert Jacobsz. (1598-1636, doopsgezind predikant en schilder van bijbelse figuren, aan wie in 1936 een herdenkingstentoonstelling in het Fries Museum werd gewijd), Willem Loré (1679-1744, waterstaatkundige en landmeter), Pieter Feddes Harlingensis (1586-1623, portretschilder en kaarttekenaar), Rembrandt Harmensz. van Rijn (1606-1669, schilder, 1634 gehuwd met de Leeuwarder burgemeestersdochter Saskia van Ulenborch), Sibrandus Leo (1528-1583, pastoor, geschiedschrijver en kaarttekenaar), Pieter de Swart (1709-1772, bouwmeester raadzaal), sir Lawrence Alma Tadema (1836-1912(!), schilder en graficus) en Hans Vredeman de Vries (1527-1606?, architect, schilder en graficus). Uit de toon valt de Straat van Welgelegen, genaamd naar het door Nolle Jans Dirks (1776-1863, winkelier en steenbakker) in 1835 gebouwde en ook door diens enige zoon mr. Jacob Dirks (1811-1892, politicus, munt- en penningkundige) bewoonde huis aan het Vliet tegenover hun tichelwerk.

Op niet duidelijke gronden werd 8 mei 1901 het Molenpad nog eens benoemd en kregen de - door de aanleg van de Menno van Coehoornstraat niet meer terug te vinden - Zuidvlietstraat (tevoren Hellingbuurt) en Zuidvlietdwarsstraat hun namen. De straat langs de huizen, door Auke Gerhards van der Mey (1850-1915) gezet aan de binnenzijde van de bocht van de trambaan tussen Verlaatsbrug en Westersingel, werd 25 oktober 1902 Elizabethstraat genoemd naar een 1875 geboren dochter van die steenfabrikant-bouwondernemer. Bij het station van de Nederlandsche Tramweg Mij. zijn 14 mei 1904 Tramstraat en Harlingerstraat benoemd. De ontsluitingsweg van de woningen van Eigen Brood Bovenal werd 22 november 1905 Willem Sprengerstraat genoemd naar de uitgever (1836-1911), die 25 jaar voorzitter van die vereniging was geweest. Op diezelfde datum kregen Poppestraat (verdwenen 1935) en Poppeweg hun naam, samenhangend met de vanouds bekende Poppebrug.

Eveneens op 22 november 1905 werd er een eerste naam verleend in het bouwblok tussen de spoorlijn en het over die lijn gelegen deel van Achter de Hoven: Vegelinstraat. Daarop volgden: 17 maart 1906 1e t/m 8e Vegelindwarsstraat, 26 september 1906 IJpeijstraat (R. 8 nov. 1961 Ypeijstraat), 22 juni 1912 Spoorstraat, 12 oktober 1912 van Asbeck-, van Heemstra-, van Sytzama- en Verstolk- straat, 11 december 1924 Bernhardus Bumastraat, 24 november 1992 van Beyma- en Schwartzenbergstraat. De eerste straten zijn genoemd naar Jhr. mr. Pieter Benjamin Vegilin van Claerbergen (1808-1879), grietman, 2e Kamer- en Statenlid, in 1872 stichter van een hofje aan Achter de Hoven, dat hij Fribourg noemde naar de Zwit- serse stad, waarvan zijn familie afkomstig heette te zijn. Verder werden hier personen vernoemd, die een rol speelden voor en na de restauratie van 1813: Gerrit Ferdinand baron van Asbeck (1764-1836), kwartierdrost van Leeuwarden 1807, Coert Lambertus van Beyma (1753-1820), patriottisch politicus, Bernhardus Buma (1770-1838), burgemeester van Leeuwarden 1813, Willem Hendrik baron van Heemstra (1779-1826) en Johannes Galenus baron van Sytzama (1767-1839), oprichters van vrijwilligerskorpsen in 1813, Georg Frederik baron thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg (1733-1783), politicus (en uitgever van het Charterboek), Johan Gijsbert Verstolk van Soelen, baron de l’ Empire (1776-1845), prefect van Friesland 1810, en mr. Mathijs Ypeij (1762-1817), secretaris-generaal van het landdrostambt 1808-1810.

Weer een groepje diversen: 17 maart 1906 Oeverstraat en Oeverdwarsstraat (toch niet naar de oever van het Nieuwe kanaal?), 28 maart 1907 Huizumerstraat (leidend naar het Huizumer overzet over de Potmarge) en 25 april 1908 Stienserstraat (aannemer T. Bijlsma vroeg 9 mei d.a.v. tevergeefs deze naam te wijzigen in Wilhel- minastraat).

Dan volgt, ten zuiden van het latere (1936) sportpark Cambuur, de Oost-Indische wijk: 13 mei 1908 Banka-, Borneo-, Celebes-, Java- en Sumatrastraat, 20 mei 1926 Balistraat en Balidwarsstraat, Billiton- en Delistraat, le en 2e Delidwarsstraat, Insulinde-, Lombok- en Soendastraat, 12 oktober 1939 Bataviaplein en Timorstraat, 21 maart 1941 Archipelweg, 15 mei 1941 Cambuurplein. Insulinde is door Multatuli 1860 gevormd uit (Latijns) insulae en Indië. In het thans als Indonesische archipel aangeduide eilandenrijk zijn de namen Batavia, Billiton, Borneo en Celebes vervangen door Jakarta, Belitung, Kalimantan en Sulawesi.

Het terrein tussen Oldegalileën en Groningerstraatweg werd aanvankelijk in snel tempo verkaveld: 28 november 1908 Dokkumer-, Groninger-, Lekkumer- en Woudstraat (naar de bestemmingen van de langs de aangrenzende wegen reizenden?) en Hoeksterplein en Hoeksterstraat (aansluitend op de Hoekstersingel), 30 november 1910 Pieterseliestraat (in het verlengde van het Pieterseliewaltje) en Anjelier-, Lelie-, Rozen- en Violenstraat. Eerst bijna twintig jaar later werd de bloemenbuurt voortgezet: 4 juli 1929 Aster- en Pioenstraat, 3 oktober 1929 Anemoon-, Azalea-, Dahlia-, Geranium-, Goudenregen-, Goudsbloem-, Jasmijn- en Resedastraat, 8 maart 1934 Meidoorn- en Papaverstraat, 6 november 1934 Bijenhofstraat (op verzoek van de plaatselijke afdeling van de Ver. tot bevordering der bijenteelt in Ned. genoemd naar de bijenstand, daar dertig jaar tevoren gesticht door Th. M. Th. van Welderen baron Rengers), R. 31 januari 1962 Begonia- en Primulastraat, 19 december 1972 Akeleistraat (i.p.v. noordelijk deel van de Hoeksterstraat), 10 januari 1984 de Werf, Giekerk- en Oenkerkstraat (op het terrein van de voormalige Gemeentewerf, opslagplaats van bouwmaterialen), 10 oktober 1994 Hortensiastraat.

Tijdens de eerste wereldoorlog werd ook het - toen nog geringe - Leeuwarder gebied ten zuiden van het spoorwegstation (ten oosten begrensd door de Hollanderdijk en ten zuiden door de v.m. Wijnhornster zijlsloot) ter bebouwing uitgegeven: 9 september 1914 Wijnhornsterstraat, Hollanderstraat en Nieuwe Hollanderdijk, van Blom-, Halbertsma-, van Haren-, Starter-, Waling Dijkstra- en Winsemiusstraat, 30 maart 1917 Hollanderhof, Eekhoff- en Van Loonstraat, 2 mei 1947 E. Wassenberghstraat (i.p.v. Molenstraat, R. 8 nov. 1961 Wassenberghstraat). De vernoemde personen zijn: Philippus van Blom (1824-1910, jurist en politicus, schrijver Bekn. Fr. spraakkunst en Fries dichter), Waling Dijkstra (1821 - 1914, bakker, boekhandelaar en volksschrijver), Wopke Eekhoff (1809-1880, boekhandelaar, stadsarchivaris en schrijver), Joost (1789-1869, doopsgez. predikant), Tjalling (1792-1852, koopman) en Eeltje Hiddes Halbertsma (1797-1858, arts - de bruorren Halbertsma, auteurs van de Rimen en Teltsjes), Willem (1710-1768) en Onno Zwier van Haren (1711-1779 - broers, grietmannen en dichters), Jacobus van Loon (1821-1903, politicus, oprichter van het Selskip van 1844, redacteur Fr. Volksalmanak), Jan Jansz. Starter (1593-1626, boekverkoper en rederijker), Everwinus Wassenbergh (1742-1826, classicus, hoogleraar te Franeker, bevorderaar van de Friese taal- en letterkunde), Pier Winsemius (1586-1644, landschapshistorieschrijver, hoogleraar te Franeker).

22 September 1914 werd aan de gemeenteraad medegedeeld, dat door een ingezetene, die onbekend wenscht te blijven, aan de gemeente ten geschenke is aangeboden - met de bedoeling om door het van gemeentewege doen bouwen aldaar van arbeiderswoningen in den aanstaanden winter tegemoet te komen aan de te vreezen slapte in het bouwvak - een perceel gardeniersland en een 13-tal huizen c.a. aan Oldegalileën en het gedempte Pieterseliewaltje. Dit aanbod werd onder dankzegging aanvaard en 10 november d.a.v. geschiedde de overdracht van het 56 a. 63 ca. grote terrein door notaris Allert Ottema (1839-1918). 1 Maart 1915 werd het op deze gronden aangelegde plein Mariahof genoemd, waarschijnlijk in overleg met de schenker, wiens echtgenote, Maria Francisca Fellinga, in 1910 was overleden.

De, in verband met de daar geprojecteerde trambaan zo brede Bleeklaan werd 8 augustus 1917 benoemd naar de in 1874 door de Gemeente aangekochte herberg de Bleek buiten de Hoeksterpoort, 1941 afgebroken en vervangen door een kantoorgebouw van het gemeentelijk energiebedrijf, 1989 verbouwd tot woningwetwoningen. In die omgeving volgden: 8 augustus 1917 Nieuw-Amsterdam-, Sont-, Tabago-, Auke Stellingwerf-, Jacob Binckes- en Tjerk Hiddesstraat, 8 maart 1918 Vij- verstraat en Vijverdwarsstraat (naar de 1826 aangelegde stedelijke verswatervijver), 23 oktober 1918 Gale Hamkes- en Maerten Gerritszstraat, 3 juni 1920 Auke Stel- lingwerf- en Tjerk Hiddesdwarsstraat, 7 december 1922 Sontdwarsstraat, 5 april 1923 Barent Fockesstraat, 1 december 1927 de Ruijterweg, 9 juli 1948 (in de v.m. Weerklank) Evertsen-, van Galen-, Karel Doorman-, Piet Hein- en M. H. Trompstraat. De laatste zes zijn genoemd naar algemeen bekende Nederlandse vlootvoogden: Karel Willem Frederik Marie Doorman (1889- 1942), Cornelis Evertsen de jonge (1642-1706), Jan van Galen (1604-1653), Piet Hein (1577-1629), Maarten Harpertsz. Tromp (1597-1653) en Michiel Adriaansz. de Ruyter (1607-1676); de oudere namen werden gegeven om Friezen te eren: Barent Fockes (kapitein op snelvarende schepen der V.O.C., mogelijk prototype van de Vliegende Hollander, overl. 1702), Gale Hamkes (walvisvaarder uit Staveren, ontdekte 1670 de naar hem genoemde baai aan de oostkust van Groenland), Jacob Binckes (eskadercommandant uit Koudum, veroverde 1673 - met Corn. Evertsen de jonge - Nieuw-Amsterdam en 1676 Tabago (ook: Tobago), een eiland van de Kleine Antillen, waar hij het volgend jaar sneuvelde), Maerten Gerritsz. (uit Harlingen, commandeur V.O.C., kaarttekenaar, ontdekte 1642 Staten- en Compagniesland (Noord-Japan) en de naar hem genoemde straat daartussen, overl. 1647), Auke Stellingwerf(f) (nam als kapitein deel aan de slag in de Sont 1658, luit.-admiraal van Friesland 1665, sneuvelde in datzelfde jaar in de slag bij Lowestoft), Tjerk Hiddes de Vries (geb. Sexbierum 1622, grootschipper te Harlingen, nam deel aan de slag in de Sont 1658, luit.-admiraal van Friesland 1665, dodelijk gewond in de tweedaagse zeeslag 1666). Op 15 maart 1983 volgde nog de Brunsveldstraat, genoemd naar de kapitein, 1665 schout- bij-nacht Hendrick Brunsveldt, deelnemer aan alle zeetochten in de 2e Engelse oorlog.

Als reeds gemeld, werd de verlegde Kanaalweg zuid- zijde 2 oktober 1918 herdoopt in Tijnjestraat (i.v.m. verwarring met de Tijnjedijk 21 nov. 1946 gewijzigd in De Merodestraat); 30 oktober 1919 volgde er nog een (R. 12 oktober 1981 aan het openbaar verkeer onttrokken) Tijnjedwarsstraat. Hierbij sloten aan: 11 december 1924 Greunsweg (R. 1 april 1968 ten dele gewijzigd in Regenboogstraat) en 28 mei 1931 Woudmansstraat, respectievelijk genoemd naar de naburige waterlopen Tijnje, Greuns en Woudmansdiep. Wat meer in de richting van de stad werden 26 maart 1919 benoemd Boomgaard-, Kweekerij-, Polder-, Tuinbouw- en Weistraat (het z.g. rode dorp), 16 juni 1921 Warmoezenierstraat, 21 juli 1949 Akkerstraat en 26 juli 1956 Aalbessen-, Abrikozen-, Alicante-, Appel-, Bellefleur-, Frambozen-, Fruit-, Goud- reinetten-, Jonathan-, Kersen-, Kruisbessen-, Moerbei-, Morellen-, Noten-, Perzik- en Johann Hermann Knoopstraat. Dit laatste besluit werd door B. en W. 21 juni 1957 ingetrokken en vervangen: Appel-, Fruit-, Kersen-, Noten-, Peren-, Perzik- en J. H. Knoopstraat; de overige, aan de oostzijde van de Stuyvesantweg gelegen straten kregen toen namen van scheepstypen. Terecht is hier vernoemd de auteur van tuinbouwboeken Johann Hermann Knoop (1720-1778), hovenier op Mariënburg aan Achter de Hoven, waar hij in 1742 aardappelen kweekte.

Vervolgens kwam tussen Groningerstraatweg, Bleeklaan en Cambuursterpad een bouwterrein gereed, waar straatnamen moesten worden gegeven: 15 april 1920 Groningerplein, 3 juni 1920 Camminghastraat, Schoppershofstraat, Kalverstraat, Koeplein, Koestraat en le en 2e Koestraat, Paardestraat en Veestraat, 17 maart 1921 Schapestraat, 20 oktober 1921 Veulenstraat, 30 mei 1924 Lammer-, Pink- en Ramstraat, 28 mei 1925 Kalverdwarsstraat. Het in 1810 afgebroken slot Camminghaburg stond in deze omgeving (bij de Ramstraat). Verder vond men hier het Schoppershof en het Kalverdijkje, bij welke laatste naam kennelijk aansluiting is gezocht. De veel verwarring veroorzakende namen 1e en 2e Koestraat (naast Koestraat) zullen wel 1e en 2e Koedwarsstraat hebben moeten luiden,

Ongeveer gelijktijdig werd er een aanvang gemaakt met de verdere bebouwing van het terrein tussen Spanjaardslaan en Harlingerstraatweg: 3 juni 1920 Spanjaardsplein (één woning!), Jelsumerstraat (bij het Jelsumer binnenpad), Leeuwrikstraat (25 mei 1959 Leeuwerikstraat) en Lijsterstraat, 8 juni 1922 Kievit-, Merel- en Spreeuwenstraat, 10 april 1924 Roekstraat, 16 september 1926 Merelplein en Nachtegaalstraat, 7 april 1927 Vinkstraat, 1 december 1927 Ekster-, Ibis-, Koekoek-, Kwartel-, Meezen- en Pelikaanstraat, 13 december 1928 Houtduif-, Roodborst- en Zwaluwstraat, 30 april 1931 Leeuwrikplein (25 mei 1959 Leeuwerikplein), Specht- en Valkstraat, 28 mei 1931 Havik- en Sperwerstraat, 7 december 1950 Mussenstraat, R. 1 april 1968 Meeuwenstraat. Een raadslid maakte in 1927 bezwaar tegen de, tussen al de inheemse vogels z.i. enigszins detonerende ibis en pelikaan.

Dan volgt geleidelijk de bebouwing van het terrein ten zuiden van de Harlingerstraatweg: 11 november 1920 Fonteinstraat (naar de ter plaatse bestaan hebbende Fonteinsloot; bedoelde fontein was een pomp t.b.v. de brouwers) en Engelschestraat (als herinnering aan het korte verblijf in de barakken aldaar gedurende den Europeeschen oorlog van Engelsche krijgsgevangenen), 14 april 1921 Engelscheplein, Beetgumer-, Bildtsche-, Deinumer-, Franeker-, Marssumer- en Menaldumerstraat, 28 april 1921 Engelumerstraat, 30 mei 1924 Molenstraat (naar de 1830 van de Hoeksterpoortsdwinger naar de Westersingel overgebrachte, 1919 grotendeels afgebroken en 1988 definitief opgeruimde stellingmolen het Lam van Hermanus Albertus Vosman,(1862-1922), 12 mei 1927 Westerparkstraat (naar het rond de v.m. 2e stedelijke verswatervijver (van 1874) aangelegde park, in de volksmond Vosseparkje - naar molenaar/meelhandelaar, later directeur van Fortuna’s stoommeelfabriek Vosman), Dronrijper-, Midlumer- en Wijnaldumerstraat, 30 juni 1927 Beetgumerdwarsstraat, 4 juli 1929 Achlumer- en Sexbierumerstraat, 28 mei 1931 Schalsumerstraat, 14 mei 1935 Arumerstraat, 27 mei 1937 Harlingerplein (4 jan. 1958 Europaplein), R. 1 april 1968 Mantgumerstraat. Hier zijn dus aanvankelijk gemeenten en dorpen voornamelijk in de noordwesthoek van Friesland vernoemd, welke via de Harlingerstraatweg te bereiken zijn.

27 Juni 1924 werd de Grachtswal gesplitst in Ooster- en Zuidergrachtswal. 3 Oktober 1929, tien jaar na het overlijden van de kunstenaar, is er een straat genoemd naar Pier Pander (1864-1919), beeldhouwer en medailleur, van wie werkstukken alhier te zien zijn in het Pier Pandertempeltje aan de Noorderplantage en het Pier Pandermuseum in de Prinsentuin. De omdoping van de Stienserweg in Mr. P. J. Troelstraweg, met ingang van 1 januari 1931, geschiedde zowel bij besluit van B. & W. als van de Raad (3 juni 1930): Het besluit van het College lokte in de raadsvergadering zoveel kritiek uit, dat het vervolgens als een voorstel is beschouwd, dat in stemming gebracht en aangenomen werd (14-11). 12 Mei d.a.v. was te ’s-Gravenhage overleden mr. Pieter Jelles Troelstra, in 1860 geboren te Leeuwarden (Vliet L 119a = 158), socialistisch staatsman, leider der S.D.A.P. en Fries dichter; hij bracht een groot deel van zijn jongensjaren (1869-’75) in Stiens door.

Een dichterswijk begon te groeien ten zuiden van de Fonteinstraat en dijde later ook uit naar het noordwesten: 4 oktober 1928 Vondelstraat, 20 oktober 1934 Jacob Catsstraat, 14 maart 1935 Brederostraat, 9 januari 1936 Anna Bijns-, Coornhert-, P. C. Hooft-, Marnix-, Roemer Visscher-, Ruusbroec- en Spieghelstraat, 27 mei 1937 Heliconweg, Aagje Deken-, Bilderdijk-, E1isabeth Wolff-, Helmers-, Huibert Poot- (niet aangelegd), van Lennep-, Pieter Langendijk-, Potgieter- en Rhijnvis Feithstraat, 30 januari 1956 Nicolaas Beets-, Revius- (R. 18 mei 1966 aan openbaar verkeer onttrokken, R. 20 aug. 1984 hersteld) en Tesselschadestraat, R. 8 november 1961 Jacob Catsplein, 10 november 1995 van der Nootstraat. De Helicon, thans Zagará- gebergte (Z. Boeotië, Griekenland), was in de oudheid gewijd aan Apollo en werd beschouwd als het heiligdom der muzen, de zangberg. De namen der vernoemde, algemeen bekende dichters en schrijvers luiden voluit: Nicolaas Beets (1814-1903), Anna Bijns (1493-1575), Willem Bilderdijk (1756- 1831), Gerbrand Adriaansz. Bredero (1585-1618, dus n.a.v. de 350e herdenking van zijn geboorte), Aagje Deken (1741-1804), Rhijnvis Feith (1753-1824), Jan Frederik Helmers (1767-1813), Pieter Cornelisz. Hooft (1581-1647), Jacob Cats (1577-1660), Dirk Volkertsz. Coornhert (1522-1590), Pieter Langendijk (1683-1756), Jacob van Lennep (1802-1868), Philips van Marnix, heer van St. Aldegonde (1540-1598), Jan Baptista van der Noot (c.1539-c.1595), Huibert Cornelisz. Poot (1689-1733), Everhardus Johannes Potgieter (1808-1875), Jacobus Revius (1586-1658), Jan van Ruusbroec (1293-1381), Hendrik Laurensz. Spieghel (1549-1612), Maria Tesselschade Visscher (1594-1649), dochter van Roemer Visscher (1547-1620), Joost van den Vondel (1587-1679) en Elisabeth Wolff (1738-1804).

De stad kent ook een componistenwijk, maar het is de vraag, of dit de opzet van de straatnaamgevers van 1931 is geweest. Toen werden n.l. vernoemd Valerius en Averkamp. De notaris en rederijker Adrianus Valerius (c. 1575-1625) is vooral bekend geworden door zijn in 1626 uitgegeven verzameling vaderlandse liederen Nederlantsche Gedenckclanck, en bij de naam Averkamp denkt men in de eerste plaats aan de schilder Hendrik A. (1585-1634), de stomme van Kampen. Er heeft echter ook een musicus van deze naam bestaan: Evert Averkamp of Havercamp, geboortig van Groningen, organist en klokkenist te Leeuwarden 1674-’94. De volgende straatnamen werden in deze wijk verleend: 30 april 1931 Valeriusplein, Valeriusstraat en Averkampstraat, 16 juni 1932 Bach-, Beethoven-, Brahms-, Chopin-, Diepen- brock-, Händel-, Mendelssohn-, Mozart-, Obrecht-, Schubert-, Sweelinck- en Weberstraat, 26 januari 1950 Beethovenplantsoen, 13 juli 1950 Corelli-, Couperin-, Euterpe-, Haydn-, Purcell-, Rameau- en Telemannstraat, 24 juni 1952 César Franck- en Wagnerstraat, 18 sep- tember 1952 Berlioz-, Offenbach- en Verdistraat, 23 mei 1953 Bizet-, Gounod- en Rossinistraat, 6 november 1954 Bernard Zweers-, Johan Wagenaar-, Richard Hol-, Vivaldi- en Willem Pijperstraat, 27 november 1978 Sem Dresdenstraat. Naamgevers, waarvan de biografieën in elk muziekwerk kunnen worden nageslagen, zijn Johann Sebastian Bach (1685-1750), Ludwig van Beethoven (1770-1827), Louis Hector Berlioz (1803-1869), Georges Bizet (1838-1875), Johannes Brahms (1833-1897), Frédéric François Chopin (1810-1849), Arcangelo Corelli (1653-1713), François Couperin le grand (1668-1733), dr. Alphonsus Joannes Maria Diepenbrock (1862-1921), Sem Dresden (1881-1957), César Auguste Franck (1822-1890), Charles Gounod (1818-1893), Georg Friedrich Händel (1685-1759), Franz Jozeph Haydn (1732-1809), Richard Hol (1825-1904), Felix Jacob Ludwig Mendelssohn Bartholdy (1809-1847), Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791), Jacob Obrecht (c. 1450-1505), Jacques Offenbach (1819-1880), Henry Purcell (1658-1695), Willem Pijper (1894-1947), Jean Philippe Rameau (1683-1764), Gioacchino Rossini (1792-1868), Franz Schubert (1797-1829), Jan Pietersz. Sweelinck (1562- 1621), Georg Philipp Telemann (1681-1767), Giuseppe Fortunino Francesco Verdi (1813-1901), Antonio Vivaldi (c. 1675-1741), dr. Johan Wagenaar (1862-1941), Wilhelm Richard Wagner (1813-1883), Karl Maria von Weber (1786-1826) en Bernard Zweers (1854-1924). Euterpe tenslotte, was de muze van het fluitspel en de lyrische poëzie.

Beroemde medici zijn vernoemd in de omgeving van het in 1930 gereedgekomen paviljoen voor lijders aan besmettelijke ziekten: 18 januari 1932 van Beverwijck-, Boerhaave-, Camper-, Hendrik van Deventer-, van Leeu- wenhoek-, Pieter Pauw- en Swammerdamstraat, 9 maart 1932 Frederik Ruysch-, Nicolaas Tulp- en Reinier de Graafstraat, 21 april 1938 Pasteurweg en Robert Kochstraat, 13 oktober 1938 van Roonhuysestraat, 5 oktober 1939 Johan de Wale- en Röntgenstraat, 11 november 1948 F. C. Donders-, Linnaeus-, Mathijsen- en Schroeder van der Kolkstraat, R. 18 januari 1961 Dr. Jennerstraat. De laatstgenoemde vijf straatnamen zijn 6 december 1977, na afbraak van de daar staande huizenblokken, ingetrokken. In plaats daarvan kwamen toen Coopmans-, Jelle Banga-, Arnold Fey- en Hector Treubstraat, 27 november 1978 Albert Schweitzer-, Aletta Jacobs- en Willem Ouwensstraat. Naamgevers zijn: Jelle Tjeerds Banga (1786-1877, arts te Franeker, schrijver van een geschiedenis der geneeskunde), Johan van Beverwijck (1594-1647, stadsgeneesheer van Dordrecht, auteur van medische en historische werken), Herman Boerhaave (1668-1738, genees-, kruid- en scheikundige, hoogleraar te Leiden), Petrus Camper (1722-1789, wijsgeer en medicus, hoogleraar te Franeker, Amsterdam en Groningen), Gadso Coopmans (1746-1810, hoogleraar scheikunde en medicijnen te Franeker, Kopenhagen en Kiel), Hendrik van Deventer (1651-1724, genees- en verloskundige, enige tijd bij de Labadisten te Wieuwerd), Franciscus Cornelis Donders (1818-1889, physioloog en oogheelkundige, hoogleraar te Utrecht), Arnold Fey (c.1600-1679, internationaal befaamd operateur te Oirschot), Reinier de Graaf (1641 - 1673, geneeskundige en anatoom te Delft), Aletta Henriette Jacobs (1854-1929, 1878 eerste afgestudeerde vrouwelijke arts, voorvechtster neo-malthusianisme), Edward Jenner (1749-1823, geneeskundige, verrichtte 1796 de eerste koepokinenting in Gloucester, Engeland), Robert Koch (1843-1910, geneesheer en bacterioloog, hoogleraar te Berlijn, ontdekker 1882/83 van tuberkel- en cholerabacil), Jacobus Ludovicus Conradus Schroeder van der Kolk (1797-1862, geb. Leeuwarden, geneeskundige, hoogleraar te Utrecht, eerste inspecteur der krankzinnigengestichten), Antonie van Leeuwenhoek (1632-1723, vervaardiger van uitstekende microscopen, waarmede hij vele ontdekkingen op biologisch en botanisch gebied deed), Carl Linné, Linnaeus (1707-1778, medicus en botanicus, hoogleraar te Uppsala, belangrijk auteur, o.a. van Species plantarum (1753), uitgangspunt van de moderne botanische naamgeving), Antonius Mathijsen (1805-1878, officier van gezondheid, schreef 1852 een brochure over zijn Nieuwe wijze van aanwending van het gipsverband bij beenbreuken), Willem Ouwens (?-1779, medicus en rechtsgeleerde, hoogleraar te Franeker), Louis Pasteur (1822-1895, scheikundige en microbioloog, hoogleraar te Straatsburg, Rijssel en Parijs, grondlegger der bacteriologie, bereidde o.m. een vaccin tegen hondsdolheid), Pieter Pauw (1564-1617, medicus, anatoom en botanicus, hoogleraar te Leiden), Wilhelm Conrad Röntgen (1845-1923, natuurkundige, l.l. hoogleraar te Würzburg, ontdekker van de röntgenstralen 1895), Rogier Hendriksz. van Roonhuyse (chirurg te Amsterdam, werkte eind 17e eeuw met Roonhuysiaans geheim, een verloskundige tang), Frederik Ruysch (1638-1731, anatoom en botanicus, hoogleraar te Amsterdam, bloemenschilder), Albert Schweitzer (1875-1965, theoloog, zendeling-arts en musicoloog), Jan Swammerdam (1637- 1685, zoöloog, entomoloog en anatoom, legde de grondslag voor de indeling der insecten en deed studies op het gebied van de voortplanting), Hector Treub (1856-1920, gynaecoloog, hoogleraar te Leiden en Amsterdam), Nicolaas Tulp (1593-1674, geneesheer en anatoom, burgemeester van Amsterdam, afgebeeld door Rembrandt in zijn Anatomische les, Mauritshuis), Johan de Wale, Walaeus (1604-1649, anatoom en physioloog, hoogleraar te Leiden, deed experimenten m.b.t. de bloedsomloop).

De ligging aldaar van de centrale (sedert 1912 van de gemeente Leeuwarden, sedert 1916 van het Provinciaal Electriciteits Bedrijf, 1982 buiten gebruik, 1990 gesloopt) zal aanleiding zijn geweest, om op 16 augustus 1934 de naam Franklinstraat te geven. De Amerikaanse staatsman Benjamin Franklin (1706-1790) hield zich namelijk in zijn vrije tijd bezig met experimenten op het gebied der electriciteit, waarbij hij de bliksemafleider uitvond.

Aan een drietal nieuwe zijstraten van de Tonslagerij bij Oldegalileën werden 21 november 1935 namen van stadsarchitecten verleend: Noteboom-, Romein- en Van der Wielenstraat. Deze functie (combinatie van stadstimmerbaas en stadsmetselaar) werd achtereenvolgens bekleed door (1793-1812) Jan Noteboom (1733-1812, o.m. ontwerper van de uitbreiding van het stadhuis, sedert 1760 stadstimmerbaas als opvolger van zijn vader Sjouke N.), (1813-1843) Gerrit van der Wielen (1767-1858, o.m. bouwer van de concertzaal Van der Wielen (zalen Schaaf), het woonhuis Nieuwestad 49, de synagoge en de kazerne) en (1843-1874) Thomas Romein (1811-1881, sedert 1874 directeur der Gemeentewerken, o.m. bouwer van beursgebouw en Paleis van Justitie). 16 Juni 1981 volgde nog de Noordendorpstraat (Joannes Erkinus Noordendorp, 1842-?, 1874 hoofdopzichter, 1881-’94 directeur der Gemeentewerken, o.m. ontwerper van de muziektent in de Prinsentuin, restaurator van het waaggebouw).

Aan de Lekkumerweg werden 9 januari 1936 Bogermanstraat (R. 3 maart 1965 Convooistraat) en Valckenaerstraat (R. 3 maart 1965 Verzetsstraat) benoemd. Johannes Bogerman (1576-1637) was o.m. predikant te Leeuwarden, voorzitter van de Dordtse synode, medewerker aan de Statenvertaling en hoogleraar te Franeker. Over de andere straat zal peet gestaan hebben Lodewijk Caspar Valckenaer (1715-1785), classicus, hoogleraar te Franeker en Leiden.

Van 1 september 1941 tot het einde der Duitse bezetting zijn de straatnamen niet meer door B. en W. verleend, doch door de burgemeester, waarnemende de taak van dat College. De Commissaris-Generaal voor de Openbare Veiligheid vaardigde 17 september 1941 een verordening uit, o.m. gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van die en van de volgende dag: Wilhelmina van Oranje-Nassau houdt, zonder iets geleerd te hebben uit den loop der gebeurtenissen, halsstarrig vast aan het bolsjewistisch- kapitalistisch front en plaatst zichzelf daarmede buiten de gemeenschap van het nieuwe Europa. Zij richt tot het Staatshoofd en de weermacht van het Groot-Duitsche Rijk verbazingwekkende scheldwoorden. Zij spoort uit de verte de Nederlanders op onverantwoordelijke wijze aan tot het plegen van daden van geweld tegen de bezettende macht, welke slechts de hardste represailles tengevolge zouden hebben ... Het noemen of gebruiken van namen der levende leden van het huis Oranje-Nassau door economische en niet-economische vereenigingen en stichtingen, openbare en particuliere instellingen en inrichtingen, alsmede in firmanamen en als aanduiding van een handelsartikel is verboden. Naar aanleiding hiervan bepaalde de Commissaris-Generaal voor Bestuur en Justitie op 3 en 21 januari 1942, dat in straatnamen enz. de namen Wilhelmina, Juliana, Beatrix, Irene en Bernhard dienden te worden gewijzigd in niet aan den tegenwoordigen tijd ontleende namen. Op 6 maart 1942 besloot de burgemeester, in de eerder genoemde kwaliteit, na goedkeuring door de Commissaris der provincie tot omdoping van de Julianastraat en het Wilhelminaplein in Prins Mauritsstraat en Het Plein (er was eerst gedacht aan Mercuriusplein). 9 Oktober 1942 volgden (de eerste officiële benoeming van een park) Oosterpark (11 dec. 1959 Dr. Zamenhofpark) en Marathonstraat (ingetrokken 6 dec. 1977) (ten noorden van het sportpark Cambuur, dus een passende plaats voor een verwijzing naar de Olympische Marathon-loop - n.a.v. de overbrenging door één loper in 490 v. C. van een overwinningsbericht van Marathon naar Athene).

De burgemeester deelde 8 juli 1943 mede (bij de opening van de tentoonstelling Herlevend Nederland), dat de naam Raadhuisplein die dag gewijzigd werd in Posthumaplein, overwegende dat dr. Folkert Evert Posthuma zich in zijn leven ten zeerste verdienstelijk heeft gemaakt jegens Volk en Vaderland. Dr. Posthuma (1874-1943), geboren in het pand Raadhuisplein 34, in de eerste wereldoorlog minister van landbouw, nijverheid en handel, was een maand eerder wegens zijn nationaal- socialistische sympathieën door verzetslieden geliquideerd.

Bij beschikking van de secretaris-generaal van het departement van Binnenlandse Zaken van 29 december 1943 werd m.i.v. 1 januari 1944 een belangrijk deel van de gemeente Leeuwarderadeel bij Leeuwarden gevoegd, wat tot onmiddellijk gevolg had, dat de aanduiding Huizum uit de bevolkingsadministratie verdween. Dat bracht verschillende problemen mee ten aanzien van de - soms gelijkluidende - straatnamen; een herziening van die namen moest i.v.m. de oorlogsomstandigheden worden uitgesteld tot 1946.

Terug