Verslag van de viering van het 200-jarig bestaan van de Leeuwarder Synagoge

Verslag van de viering van het 200 jarig bestaan van de Leeuwarder Synagoge in Kfar Batya, Ra’anana, Israel op 10 maart 2005 / 30 Adar I 5765

Bij de ingang van het dorp was door de gemeente Ra’anana een banier met welkomst groeten aangebracht t.g.v. het 200 jarig bestaan van de synagoge. De viering ving aan met een receptie in de bibliotheek van Kfar Batya om half vijf in de middag. In de bibliotheek waren tentoongesteld de gerestaureerde zilveren siertorens, Thora schilden, kandelaars en Thora kronen in de speciaal hiervoor vervaardigde vitrines, tezamen met boeken over Joods Friesland. Kfar Batya had in samenwerking met Amit (de organisatie van Amerikaans Joodse vrouwen die het dorp financiert ) en met de Amuta (Stichting) Leeuwarden (die de restauratie van het Leeuwarder erfgoed organiseerde) een kleurrijke brochure vervaardigd, waarin een voorwoord van de president van Israel, Moshe Katzav, en bijdragen van de burgemeester van Ra’anana (zusterstad van Opsterland), Ze’ev Bielski, van de algemeen directeur van Amit, Dr. Amnon Eldar, van de directeur van het dorp, Ofer Marom, een artikel over de Amuta Leeuwarden, en over de Thora rollen van Leeuwarden van de hand van Gerk Koopmans, van het Verzetsmuseum in Friesland. Voorts prachtige foto’s van de gerestaureerde zilveren Thora sieraden.

Volgend op de receptie was een mincha dienst in de synagoge , die voor de gelegenheid geverfd en prachtig schoon gemaakt was. Ook de bima en de heilige arke waren opnieuw geverfd. De dienst, geleid door de chazan Pinchas Melchior, werd bijgewoond door ca 300 personen, waaronder de Israelische opperrabbijn Israel Meir Lau ( die zat op de gerestaureerde zetel van de Leeuwarder opperrabijnen) , en de Nederlandse ambassadeur Bob Hiensch.
Aansluitend op de dienst werden een aantal redevoeringen gehouden.

Opperrabbijn Lau benadrukte de passende Thora lezing van de week, die de inweiding van de tabernakel beschrijft (Pekudei /Sheqalim) en stond ook stil bij het byzondere van de overbrenging van de synagoge naar Erets Israel.
Mevrouw Leesha Rose-Bornstein (schrijfster van het boek “De Tulpen zijn Rood”; over haar jaren in het verzet ), de voorzitster van het team dat de bijeenkomst organiseerde, medewerkster van Amit, leidde de overige sprekers in na het vertrek van de opperrabbijn.

Het openingswoord viel toe aan Ellen Hellman van de directie van Amit , die nader in ging op deze organisatie en haar relatie met Kfar Batya.

Dr. Sander Duparc , voorzitter van de Amuta Leeuwarden , benadrukte de culturele verbondenheid van de Leeuwarder gemeenschap met de andere grote joodse centra als Amsterdam en Rotterdam. De stichter van de Leeuwarder gemeenschap was een zoon van Ury HaLevy, de eerste Amsterdamse leraar van de Portugese Joden. De eerste steen van de synagoge was gelegd in 1803 door opperrabijn Levy Mozes Saul Lowenstamm, zoon van de Amsterdamse opperrabbijn. Onder de Leeuwarder rabbijnen was een zoon van de Pnei Arjeh (Arjeh Leib Breslauer Lowenstamm, de beroemde Rotterdamse opperrabbijn). Hij vertelde dat het nieuwe parochet (voorhangsel) van Kfar Batya was geschonken door de rechtstreekse nakomelingen van Ury HaLevy. Hij besloot met de wens waarmee het Leeuwarder Sefer Zichronot (boek der herinnering) besloot , en waarmee ook de grote historicus van het Friese Jodendom , Hartog Beem, zijn magistrale “De Joden van Leeuwarden” besloot : Moge God zijn volk sterkte verlenen, Moge God zijn volk zegenen met vrede”

Chaim Caran , lid van de Amuta, sprak de Nederlandse ambassadeur Bob Hiensch toe, (zie bijlage) en de ambassadeur benadrukte in zijn toespraak hoe hij het een grote eer vond aanwezig te mogen zijn. Nogmaals wees hij er op dat Koningin Beatrix in haar toespraak tot de Knesset destijds duidelijk had gemaakt dat Nederland zich ervan bewust is dat het niet genoeg gedaan heeft in de Tweede Wereldoorlog om Joden te redden. Hij wees er op dat dat Koningin Beatrix de Auschwitz herdenking heeft bijgewoond en dat premier Balkenende komende week bij de heropening van Yad VaShem aanwezig zal zijn.

Directeur Ofer Marom van Kfar Batya benadrukte de band tussen Kfar Batya en de de Leeuwarder gemeenschap. Hoe de jeugd van het dorp wordt opgevoed met het bewustzijn als opvolgers van de Leeuwarder gemeenschap in het gebruik van de synagoge, en het voortzetten van de joodse tradities. Ieder morgen is de synagoge volledig gevuld met ca 300 leerlingen voor het ochtend gebed. Dit vind plaats in een gemoedelijk serieuze atmosfeer, zoals schrijver dezes heeft kunnen constateren , en de Leeuwarder gemeenschap kan m.i. zeker verheugd zijn over haar besluit van destijds om de synagoge over te brengen.

Rabbijn Brodman van Savion, afkomstig uit Nederland, stond stil bij de laatste Opperrabijnen van Leeuwarden voor de oorlog , die hij nog gekend had :Opperrabijn A.B.N. Davids, later te Rotterdam, opperrabijn Simon Dasberg , omgekomen in Bergen Belsen, wiens broer Nathan Dasberg de directeur van Kfar Batya was die samen met de toenmalige voorzitter van de Joodse Gemeente Leeuwarden dhr. S.E. Cohen de overbrenging van het interieur naar Kfar Batya organiseerde, en opperrabbijn Abraham S. Levisson, die de engel van Bergen Belsen genoemd werd, en ook daar is omgekomen. Met name stond rabbijn Brodman stil bij hun inspirende kwaliteiten.

Jakob Landesman, vele jaren werkzaam in Kfar Batya , en lid van de Amuta memoreerde deze periode en hoe hij rabbijn Brodman nog kende van Bnei Akiva. Hierna vond de onthulling plaats door de kinderen van Kfar Batya van bovengenoemd nieuw parochet met de door hun gekozen tekst “Om deze jongere/jongen heb ik gebeden” ( 1 Samuel 1:27).

Aan Freddy Cohen, uit Jeruzalem, geboren in Leeuwarden en nazaat van een oud geslacht aldaar , penningmeester van de Amuta, viel de eer de heilige arke te openen , voor het zeggen van het gebed voor de Staat Israel; enige Thora rollen waren opgesierd met Leeuwarder zilver. Een slotwoord volgde van rabbijn Slomo Ishon , rabbijn van Ra’anana die ook sprak over de betekenis van de synagoge voor de jeugd van Kfar Batya en het messiaanse aspect van de overbrenging van de synagoge naar Erets Israel. Vervolgens werd door Leni en Smuel Dwir , zoon van de vroegere opperrabbijn Simon Dasberg , een gedenkplaat onthuld naast de ingang van de synagoge waarop de tekst "Zie uw zoon leeft"; 1 Koningen 17:23. Beide tekste refereren naar de tekst op de oude Joodse (Dusnus) school in Leeuwarden, na de oorlog aangebracht : "het kind is niet meer"; Genesis 27:30). Gezamelijk werd hierna het Hatikva gezongen.
De avond werd besloten met en feestelijke maaltijd opgeluisterd met muziek waarin o.a. ook de heer Benno Troostwijk , secretaris van de Joodse Gemeente Leeuwarden een fraaie redevoering in het hebreeuws hield. Op 22 mei a.s. zal ook in Leeuwarden het een en ander herdacht worden met aanwezigheid van de Israelische ambassadeur en de burgemeester van Leeuwarden. Een gedenkplaat zal worden aangebracht op de buitenmuur van de synagoge waarop de overdracht naar Kfar Batya zal worden gememoreerd.

De heer Ofer Marom stond nog stil bij het verlies van de Thora rol van Opperrabbijn Dasberg. Deze klein formaat Thora rol had de opperrabijn in Bergen Belsen overgedragen aan een jongere bij diens bar-mitswa, die meer kans op overleven had. Deze jongere werd later professor in de astronomie in Israel en gaf deze Thora rol mee aan Ilan Ramon, de eerste Israelische astronaut voor diens vlucht in de ruimte, de vlucht die zo’n tragisch einde had. Zo zijn nu ook de herinnering aan Ilan Ramon en aan deze Thora rol met ons verbonden.

Ook twee leerlingen van Kfar Batya benadrukten nogmaals hun verbondenheid met de Leeuwarder erfenis.
Om negen uur werd de bijenkomst gesloten na een dankwoord aan coordinator Chagai Stern, Kfar Batya , Amit en de Amuta Leeuwarden.

Chaim Caran

Terug