Lezing 200-jarig bestaan van de Leeuwarder Synagoge

Op 22 mei 2005 gehouden door dhr. Chaïm Caran in de Synagoge


Geacht bestuur Stichting Behoud Synagoge, Mijnheer de Wethouder, Excellentie de Ambassadeur van Israel, mijnheer de hoofdrabbijn Provinciaal Opperrabinaat , mijnheer de rabbijn van Friesland, bestuurderen NIK, bestuur Joodse Gemeente, bestuur Verzetsmuseum, geachte aanwezigen.

Als vertegenwoordiger Amuta/Stichting Leeuwarden in Israel ben ik zeer vereerd en geroerd aanwezig te mogen zijn bij de herdenking in Leeuwarden van het 200 jarig bestaan van dit gebouw waarin velen van onze voorvaderen menig uur hebben doorgebracht teneinde gebed, lernen en gemeenschapszin te beleven, en eeuwenoude tradities voort te zetten.

Ik wil u graag verslag brengen van de viering in Kfar Batja waar op 10 maart jl, 30 Adar rishon, ook het 200 jarig bestaan herdacht is. Zoals u weet is het interieur van de shul hier in 1965 naar Kfar Batya overgebracht.

De synagoge aldaar staat in een prachtig park, waar vele bomen in bloei stonden tijdens de viering. In zacht lente weer en zon werden de gasten, ongeveer 300 in totaal, ontvangen voor een receptie in de bibliotheek waar vitrines stonden opgesteld met al het gerestaureeerde zilver uit de Leeuwarder synagoge , siertorens, rimonim, kronen, schilden, kandelaars en ook boeken over de Leeuwarder Joodse gemeenschap.

Er werd een fraaie brochure uitgereikt met een voorwoord van de Israëlische president Moshe Katzav, en bijdragen van de organiserende instellingen, en tevens van Gerk Koopmans van het Verzets museum in Leeuwarden. De brochure bevatte tevens fraaie foto’s van het gerestaureerde zilver.

Erna was een korte Mincha dienst in de synagoge, bijgewoond door de Israelische opperrabbijn Meir Israel Lau, die zat op de gerestaureerde zetel van de vroegere Leeuwarder opperrabijnen, door de Nederlandse Ambassadeur Bob Hiensch, de uit Nederland afkomstige rabbijn Brodman, vertegenwoordigers van Amit, de Amerikaanse Vrouwen organisatie die Amit beheert, de burgemeester van Raánana (zusterstad van Smallingerland) en het bestuur van het dorp en van de Amuta en een groot aantal leerlingen en belangstellenden.

Opperrabbijn Lau wees op de toepasselijke wekelijkse tora lezing, die ging over de inweiding van de tabernakel. Er werd ook op gewezen dat de gedachte synagogen over te brengen naar Eretz haKodesh, het heilige land, bestond, maar dat meer gedacht werd hiervoor aan Messiaanse tijden, zoals ook voor de inzameling der Joodse ballingen in het algemeen. Het is duidelijk dat de overbrenging ook in Israel als iets heel bijzonders beschouwd wordt. Zelf was ik in de gelegenheid een ochtenddienst bij te wonen met ruim 300 kinderen, de sfeer was heel gemoedelijk en maakte op mij een heel bijzondere indruk, en vervulde mij met blijdschap, te zien hoe goed en in wat voor atmosfeer de shul nu gebruikt wordt. Ik ben er van overtuigd dat het besluit van de Joodse Gemeente destijds het juiste is geweest.

Een zoon van de vroegere Leeuwarder opperrabijn Dasberg en zijn vrouw onthulden een gedenkplaat met de tekst “Zie uw zoon leeft”, en voorts het stadswapen van Leeuwarden en het opschrift “Synagoge van Leeuwarden”. Een nieuw parochet (voorhangsel), geschonken door de familie Rosen Jacobson, rechtstreekse nakomelingen van de stichters van de gemeente in 1670 werd gepresenteerd, met de tekst “Om deze jongere heb ik gebeden”. Die tekst was gekozen door de leerlingen van Kfar Batya. Beide teksten refereren aan de tekst in Leeuwarden op de oude Dusnus school bij het Joods monument ”Het kind is niet meer”. Wij weten allen waarom deze tekst geplaatst is: 616 Joodse medeburgers zijn uit Friesland gedeporteerd tijdens de Tweede Wereld oorlog en keerden niet terug. Verdere onderzoekingen hebben duidelijk gemaakt dat het aantal slachtoffers, geboren in Friesland, nog veel hoger is, n.l. 1338, waarvan 721 uit Leeuwarden. Een groot aantal Friese Joden had Friesland in de twintiger -, dertiger - en begin veertiger jaren verlaten. We zullen hen niet vergeten.

Op het Instituut voor de Geschiedenis van de Nederlandse Joden in Jeruzalem wordt hard gewerkt aan de genealogische gegevens van de Friese Joden. In de loop van dit jaar zullen deze gegevens op de website van het Centrum geplaatst worden, zonder vermelding van de levenden om redenen van privacy bescherming.

Ook 28 artikelen geschreven en geschonken door dhr. Fenno Schoustra over de Leeuwarder Joden van voor de oorlog in het Kleine Krantsje zullen op deze website geplaatst worden.

Bij de Nederlandse Kring voor de Joodse Genealogie komen dezer dagen twee nieuwe publicaties uit met genealogische gegevens van de Friese Joden buiten Leeuwarden, een tot nu toe enigszins verwaarloosd terrein.

In mijn onderzoekingen ben ik nog wat wetenswaardigheden tegen gekomen. De eerste Joden vestigden zich rond 1645, 360 jaar of ca. 14 generaties geleden in Leeuwarden onder stadhouder Willem Frederik van Nassau en zijn vrouw Albertine Agnes, een kleindochter van Willem van Oranje. Het is gelukt het afgelopen jaar de identiteit vast te stellen van de door Hartog Beem in zijn boek “De Joden van Leeuwarden” genoemde stichter van de eerste begraafplaats "Jacob de Joode" in 1670. Dit blijkt een zoon te zijn van Ury HaLevy, de beroemde Emdense rabbijn die begin 1600 de eerste Spaanse en Portugese Marranen in Amsterdam opnieuw instrueerde in de Joodse gebruiken, nadat zij vele jaren hadden moeten leven als schijn- Christenen onder dreiging van de Inquisitie. Ook gaf hij hen regels voor de gebruiken in de synagoge bij de Joodse feestdagen. Nakomelingen van deze Jacob de Joode namen de familie naam Jacobson aan, en enige nazaten van deze familie zijn nu hier aanwezig. Ook de in Leeuwarden wat bekendere familie Dwinger behoort naar alle waarschijnlijkheid tot de nazaten in mannelijke lijn van deze Jacob de Joode.

Op de plaats van deze, in de Tweede Wereldoorlog zwaar gehavende oudste begraafplaats, bevind zich nu, nadat de restanten zijn overgebracht naar de begraafplaats aan de Spanjaardslaan, het nieuwe gebouw van het voormalige Rijksarchief, nu Tresoar.

Leeuwarden stond als Joods cultuurcentrum in verbinding met ander bekende Joodse centra in Nederland, Polen, Engeland en Duitsland. De opperrabijnen Lowenstamm waren zonen van Rotterdamse en Amsterdamse opperrabijnen, Opperrabbijn Rudelsheim was geboren in London, Opperrabbijn Davids vervulde die functie ook in Rotterdam, en Opperrabbijn Berenstein in Amsterdam. Leeuwarden leverde ook rabbijnen: Rabbijn Isaac van Gelder, geboren in Leeuwarden was rabbijn in den Haag en Opperrabbijn van Zeeland.

Leeuwarder joden droegen ook bij aan de Nederlandse cultuur: De bekende cabaretier Wim Kan was een afstammeling van de Leeuwarder familie Kan, die in 1805 de prachtige menora schonk die nu in het Joods Historisch Museum te bewonderen valt. De beeldhouwer Appie Drielsma (monument Mauthausen, monument 40-45 voor het Vredespaleis), nu in Maastricht, maar afstammeling van een bekende Leeuwarder familie. Het museumcafé van het Joods Historisch Museum is nu vernoemd naar de standwerker en humorist Professor Kokadorus, geboren als Meijer Linnewiel in Leeuwarden, evenals de schrijver Alexander Cohen. In Israel kennen we de populaire zanger en gitarist David Broza, met Leeuwarder “roots”.

In het onlangs verschenen boek over Amsterdamse besnijders van Jits van Straten blijkt het oudst bestaande besnijdenis register in Amsterdam te zijn vervaardigd door Philip Leeuwarden met ook besnijdenissen in Friesland en Leeuwarden vanaf 1697. Het origineel bevind zich nu in Cincinatty in het Hebrew Union College. Ook in Jeruzalem dook een in schitterend hebreeuws geschreven besnijdenis register op, van Aron Joseph van Gelder, broer van de eigenaar van het onlangs door Tresoar verworven gebedenboek. Dit register werd van vader op zoon door gegeven en bereikte Jeruzalem via London. Enige jaren geleden ontdekten we in Amsterdam een besnijdenis register van Isaac Segal Leeuwarden, kleinzoon van Jacob de Joode en stamvader van de Jacobson familie, met besnijdenissen in Friesland tussen 1726 en 1750.

U zult zich herinneren de tragisch verlopen ruimte vlucht van de eerste Israëlische astronaut Ilan Ramon. Minder bekend is dat deze een Torah rol bij zich had van de vroegere Leeuwarder opperrabbijn Simon Dasberg, broer van de directeur van Kfar Batya bij de overdracht van het interieur van de shul in 1964. Dasberg had deze in Teresiënstad geschonken aan een jongen bij zijn bar-mitswa, er vanuit gaande dat deze meer kans op overleven had dan hijzelf. Deze jongen werd later professor in de Astronomie in Tel Aviv. Hij gaf de rol mee aan Ilan. Het lot van de Leeuwarder Torah rollen is beter geweest: zij zijn prachtig gerestaureerd in Kfar Batya.

Tenslotte wil ik u graag wijzen op het merkwaardige feit dat het stadswapen van Leeuwarden nagenoeg identiek is met het stadswapen van Jeruzalem, beide voeren een staande leeuw.

Tezamen met het interieur van de Leeuwarder synagoge in Kfar Batya moegen wij toch wel spreken van een heel bijzondere relatie tussen Leeuwarden, Jeruzalem en Erets Israel, het land Israel.

Ik dank u voor uw aandacht.

Chaim Caran

Terug